FelienDeRidder

Over Felien de Ridder

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Felien de Ridder has created 1614 blog entries.
  • Uitnodiging Pitch en Info avond Den Helder – woensdag 9 oktober

Uitnodiging Pitch en Info avond Den Helder – woensdag 9 oktober

Wij ontvangen u vanaf 19.15 uur op ons kantoor aan de Drs. F. Bijlweg 69A in Den Helder. De bijeenkomst start vervolgens om 19.30 uur.

Programma
Onze fiscalist Marc van Vugt neemt een presentatie over Prinsjesdag voor zijn rekening. Hij bespreekt de belangrijkste maatregelen uit de Miljoenennota en het Belastingplan 2020, die van invloed kunnen zijn op u en/of uw onderneming.

Na afloop van de presentatie is er de gelegenheid om onder het genot van een drankje te sparren met onze adviseurs en te netwerken met mede-ondernemers.

Aanmelden
Via communicatie@nbceelman.nl of telefonisch via 0222-314141.

Door |2019-09-17T15:53:53+02:0017 september 2019|Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Uitnodiging Pitch en Info avond Den Helder – woensdag 9 oktober
  • WW-premie

WW-premie

Vanaf 1 januari 2020 is de hoogte van de WW-premie niet langer sector gebonden. De af te dragen WW-premie wordt afhankelijk van het contract: vast of flex. Werkgevers betalen voor vaste werknemers een lagere premie dan voor werknemers met een tijdelijk of flexibel contract. Het verschil tussen de hoge en de lage premie zal 5 procentpunten bedragen.

Het lage tarief geldt voor:
– Werknemers met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, waarin de omvang van de te verrichten arbeid eenduidig is vastgelegd;
– Werknemers met een leerovereenkomst op grond van de Beroepsbegeleidende leerweg (BBL);
– Jongeren t/m 20 jaar die niet meer dan 12 uur per week werken.

Het hoge tarief geldt voor:
– Werknemers met een oproep-, nuluren-, min/max- of tijdelijk contract.

Premiepercentages
De premiepercentages voor 2020 zijn vooralsnog vastgesteld op een lage premie van 2,94 procent en een hoge premie van 7,94 procent.

Rekenvoorbeeld
De WW-premie voor een medewerker met een flexibel contract die € 2.000,- bruto per maand (incl. vakantiegeld) verdient, bedraagt € 158,80 per maand / € 1.905,60 per jaar.
Voor een medewerker met hetzelfde salaris, maar met een vast contract, bedraagt de premie
€ 58,80 per maand / € 705,60 per jaar.
Het verschil van 5 procentpunten tussen een vast en niet-vast contract scheelt in dit voorbeeld op jaarbasis € 1.200,- in de directe loonkosten voor deze medewerker.

Tip
De lage WW-premie is van toepassing vanaf 1 januari 2020, indien u dit jaar nog:
1. de huidige tijdelijke arbeidsovereenkomsten, die aflopen na 1 januari 2020, omzet naar
arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd;
2. ervoor zorgt dat alle schriftelijke arbeidsovereenkomsten aanwezig zijn, inclusief vermelding dat het gaat om een contract voor onbepaalde tijd;
3. oproepkrachten een contract voor onbepaalde tijd met een vast aantal uren aanbiedt.

Uiteraard zal het aanbieden van een vast contract niet alleen gebaseerd worden op de directe maandelijkse loonkosten, maar kan dit wel worden meegenomen in de overweging om een vast of tijdelijk contract aan te bieden.

Door |2019-10-10T12:56:58+02:0010 september 2019|Geen categorie|0 Reacties
  • Oproepovereenkomst

Oproepovereenkomst

Als oproepovereenkomst wordt in de meeste gevallen een doorlopende arbeidsovereenkomst met een flexibele omvang bedoeld. Dat kan bijvoorbeeld een nulurenovereenkomst zijn of een overeenkomst van bijvoorbeeld minimaal acht tot maximaal zestien uur per week. Op dit moment staat er in de wet geen definitie voor het begrip ‘oproepovereenkomst’. Met de invoering van de WAB komt hier verandering in en wordt de volgende definitie in de wet opgenomen:

Artikel 7:628a lid 9 BW:
Van een oproepovereenkomst als bedoeld in dit artikel is sprake indien:
a. De omvang van de arbeid niet is vastgelegd als één aantal uren per tijdseenheid van:
1. ten hoogste een maand; of
2. ten hoogste een jaar en het recht op loon van de werknemer gelijkmatig is gespreid over die tijdseenheid; of
b. de werknemer op grond van artikel 628 lid 5 of lid 7, of artikel 691, lid 7, geen recht heeft op het naar tijdsruimte vastgestelde loon, indien hij de overeengekomen arbeid niet heeft verricht.
Dit betekent dat bijvoorbeeld nulurenovereenkomsten, min-maxovereenkomsten en overeenkomsten waarbij de loondoorbetalingsplicht voor zes maanden is uitgesloten, worden aangemerkt als oproepovereenkomst. De werknemer heeft immers bij al deze varianten geen duidelijkheid over de omvang van zijn arbeidsovereenkomst.

Oproeptermijn
De oproepkracht moet minstens 4 dagen van tevoren schriftelijk of elektronisch (e-mail) worden opgeroepen (bij cao kan deze termijn worden verkort tot 24 uur). Een telefonische oproep voldoet niet aan de eisen die het wetsvoorstel stelt.
Wanneer de werkgever later oproept dan de voorschreven termijn, is de werknemer niet verplicht om aan de oproep gehoor te geven.
In het geval de werknemer wordt opgeroepen en de oproep binnen de termijn van vier dagen weer geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken óf als de werkgever binnen die termijn de tijdstippen alsnog wijzigt, heeft de werknemer recht op loon over de volledige periode waarvoor hij in eerste instantie was opgeroepen.

Uitzondering
Voor functies die als gevolg van ‘klimatologische of natuurlijke omstandigheden’ gedurende een periode van maximaal negen maanden per jaar kunnen worden uitgeoefend, kan bij cao de toepasselijkheid van de oproeptermijn worden uitgesloten.

Opzegtermijn
In geval de omvang van de arbeid niet is vastgelegd, is de opzegtermijn voor de werknemer even lang als de oproeptermijn voor de werkgever, namelijk vier dagen. Die korte opzegtermijn geeft de werknemer de mogelijkheid om snel van baan te wisselen. Dat is volgens de wetgever rechtvaardig gezien de onzekerheid waarin hij verkeert. De aanzegtermijn van de werkgever blijft onveranderd één maand.

Aanbod voor vaste arbeidsomvang
Met de invoering van de WAB krijgt de werkgever de verplichting om na 12 maanden de werknemer een vast aantal uren aan te bieden. Het aanbod voor een vaste arbeidsomvang moet ten minste gelijk zijn aan het gemiddeld aantal uren per maand over het afgelopen jaar. Het is toegestaan om een aantal uur per week of per jaar af te spreken.

Het initiatief voor het doen van een aanbod ligt bij de werkgever. De werknemer verklaart schriftelijk het aanbod wel of niet te aanvaarden. Hij mag er ook voor kiezen om op flexibele basis te blijven werken.

Als de werkgever geen aanbod doet, maakt de werknemer toch aanspraak op het loon dat hij gehad zou hebben indien hij wel een aanbod had ontvangen en dit had aanvaard (artikel 7:628a lid 8 BW nieuw).

Oproepkrachten die op 1 januari 2020 al langer dan 12 maanden werken, moeten uiterlijk op 31 januari 2020 een aanbod voor een vaste arbeidsomvang hebben ontvangen.

Door |2019-10-11T12:40:47+02:0010 september 2019|Geen categorie|0 Reacties
  • Ontslaggronden

Ontslaggronden

Als een werkgever een arbeidsovereenkomst met een werknemer wil beëindigen, moet er sprake zijn van een redelijke grond. In de huidige wet zijn op dit moment acht redelijke gronden (ontslaggronden) opgesomd:

a. Bedrijfseconomische redenen
b. Langdurige ziekte / arbeidsongeschiktheid
c. Frequent ziekteverzuim
d. Disfunctioneren
e. Verwijtbaar handelen
f. Gewetensbezwaren
g. Verstoorde arbeidsverhouding
h. Andere omstandigheden

De werkgever moet beschikken over een ‘voldragen’ ontslaggrond. Dat betekent dat op dit moment moet worden voldaan aan alle eisen die de wet aan die ene ontslaggrond stelt.

Cumulatiegrond
De Wet arbeidsmarkt in balans zorgt ervoor dat werkgevers in een ontbindingsverzoek straks twee of meerdere ontslaggronden met elkaar kunnen combineren, de zogenaamde cumulatiegrond. Dit maakt het makkelijker om werknemers te ontslaan, al moeten de ontslaggronden uiteraard nog steeds goed onderbouwd zijn.

Combineren geldt niet voor ontslag via UWV
De mogelijkheid om verschillende ontslaggronden te combineren geldt alleen voor de ontslaggronden die via de rechter lopen (ontslaggronden c tot en met h) en niet voor ontslag via UWV (ontslaggronden a en b). Een werkgever kan in een ontbindingsverzoek dus niet ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen combineren met disfunctioneren. Dit kan ook niet als een werkgever na een afgewezen ontslagvergunning bij UWV in hoger beroep gaat bij de kantonrechter.

Extra vergoeding
Als de rechter een arbeidsovereenkomst ontbindt op basis van de cumulatiegrond, kan hij de werknemer een extra vergoeding toekennen. Deze vergoeding komt bovenop de transitievergoeding en een eventuele billijke vergoeding. De hoogte van de extra vergoeding bepaalt de rechter aan de hand van de omstandigheden, maar deze kan nooit hoger zijn dan de helft van de transitievergoeding. Hoe beter het ontslagdossier op orde is, hoe lager de vergoeding zal uitvallen. Vindt de werkgever de vergoeding te hoog, dan kan hij ervoor kiezen het ontbindingsverzoek weer in te trekken.

Tip
Het kan nuttig zijn lopende ontslagtrajecten opnieuw te beoordelen om te zien of de cumulatiegrond mogelijkheden geeft.

Door |2019-10-10T12:57:29+02:0010 september 2019|Geen categorie|0 Reacties
  • Transitievergoeding

Transitievergoeding

Vanaf 1 januari 2020 hebben alle werknemers recht op een transitievergoeding als de werkgever de arbeidsovereenkomst eindigt. De vergoeding wordt berekend op basis van de dagen die de arbeidsovereenkomst heeft geduurd en er wordt niet meer afgerond op halve jaren. Zelfs als de werkgever tijdens de proeftijd opzegt, is een transitievergoeding verschuldigd.
Het enige verschil met de huidige regels is dat de arbeidsovereenkomst vanaf 1 januari 2020 niet ten minste 24 maanden moet hebben geduurd. De werknemer heeft vanaf de eerste werkdag recht op een transitievergoeding.

Hoogte transitievergoeding
Voor elk jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd is een transitievergoeding van een derde maandsalaris verschuldigd, ongeacht de lengte van het dienstverband.
Voor de resterende duur van de arbeidsovereenkomst en voor arbeidsovereenkomsten die korter dan een jaar duren, wordt de transitievergoeding naar rato berekend met de volgende formule: (feitelijk genoten bruto salaris/bruto maandsalaris) x (1/3 bruto maandsalaris / 12).

Voorbeeld
Een werknemer met een bruto maandsalaris van € 2.100,- van wie het dienstverband tijdens het 2e jaarcontract na 1 jaar en 5 maanden wordt beëindigd.

De verschuldigde transitievergoeding over het gehele dienstjaar: 1 x (1/3 x € 2.100,-) = € 700,-.
Voor de resterende duur van het dienstverband (5 maanden): (€ 10.500,- / € 2.100,-) x (€ 700,- / 12) = € 291,66.

De totale transitievergoeding bedraagt € 700,- + € 291,66 = € 991,66.

Geen recht op transitievergoeding hebben werknemers:
a. die bij het einde van het dienstverband de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en waarvan de gemiddelde arbeidsomvang ten hoogste 12 uur per week heeft bedragen;
b. waarvan de arbeidsovereenkomst eindigt in verband met of na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Let op: start een ontslagprocedure bij UWV of rechter voor 1 januari 2020 en is de arbeidsovereenkomst voor die tijd aangezegd of heeft de werknemer voor die tijd met aanzegging ingestemd, dan geldt het oude recht.

Door |2019-10-10T12:58:48+02:0010 september 2019|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Transitievergoeding
  • Ketenregeling

Ketenregeling

De Wet werk en zekerheid (Wwz) bracht de ketenregeling vanaf 1 juli 2015 terug van een periode van 3 jaar naar 2 jaar. De achterliggende gedachte was dat werknemers daardoor sneller een vast contract zouden krijgen.

De wetgever stelt nu dat de huidige termijn van 2 jaar voor werkgevers en werknemers als knellend wordt ervaren. De verruiming van de ketenregeling moet nu voorkomen dat een werknemer onnodig zijn baan verliest omdat de werkgever geen vast contract wil aangaan. Dit maakt dat we per 1 januari 2020 teruggaan naar een termijn van 3 jaar.

De aanpassing leidt tot een langere flexibiliteit voor werkgevers: het ontstaan van een vast contract wordt met 1 jaar ‘uitgesteld’. Daar staat tegenover dat de 7*8*8 regel niet meer helpt om de transitievergoeding te ‘omzeilen’. De transitievergoeding is namelijk vanaf dag 1 van toepassing op tijdelijke contracten.

Regels per 1 januari 2020
Een vast contract geldt bij een 4e opvolgend contract en/of als elkaar opvolgende contracten gezamenlijk een periode van 3 jaar overschrijden.

De nieuwe regels voor de ketenregeling gaan in op 1 januari 2020 en hebben onmiddellijke werking. Dit betekent dat op een arbeidsovereenkomst die eindigt op of na 1 januari 2020 een ketenbepaling van 3 jaar van toepassing is, ook als de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor 1 januari 2020.

Doorbreking keten
Om de keten van bepaalde tijd contracten te doorbreken, is tenminste een tussenpoos nodig van 6 maanden en een dag. Voor sommige functies, zoals de seizoenkracht in de horeca, wordt bij cao een verkorte tussenpoos van 3 maanden mogelijk gemaakt. Uitgangspunt hierbij is dat de functie maximaal 9 maanden per jaar kan worden uitgevoerd.

Voorbeelden

Voorbeeld 1:

Contract 1: 1 april 2018 t/m 30 september 2018 (6 maanden)
Contract 2: 1 oktober 2018 t/m 30 september 2019 (1 jaar)
Contract 3: 1 oktober 2019 t/m 30 september 2020 (1 jaar)

Op 1 april 2020 zal deze keten de 2 jaarstermijn overschrijden. Dit moment ligt na 1 januari 2020 waardoor het nieuwe recht op deze keten van toepassing is. Contract 3 eindigt van rechtswege op 30 september 2020.

Voorbeeld 2:

Contract 1: 1 oktober 2017 t/m 30 september 2018 (1 jaar)
Contract 2: 1 oktober 2018 t/m 30 september 2019 (1 jaar)
Contract 3: 1 oktober 2019 onbepaalde tijd

Anders dan in voorbeeld 1 overschrijdt dit contract al op 1 oktober 2019 de 2 jaarstermijn. Deze datum ligt nog voor 1 januari 2020, waarvoor hierop nog het huidige recht van toepassing is. Dit betekent dat op 1 oktober 2019 een contract voor onbepaalde tijd is ontstaan.

Door |2019-10-11T12:38:38+02:0010 september 2019|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Ketenregeling

Wijzigingen lage btw-tarief en kleineondernemersregeling

De Eerste Kamer heeft op 18 december ingestemd met een aantal maatregelen uit het Belastingplan 2019. Dit betekent onder andere dat het lage btw-tarief per 1 januari 2019 wordt verhoogd van 6% naar 9%. Tevens wordt de kleineondernemersregeling (KOR) gewijzigd met ingang van 1 januari 2020. Middels dit bericht informeren wij u graag over de belangrijkste gevolgen.

Verhoging lage btw-tarief
Het lage btw-tarief geldt voor een breed scala aan prestaties. Levert u goederen en/of diensten die hiermee belast zijn, dan is de verhoging van toepassing op uw bedrijfsvoering. Te denken valt aan de eerste levensbehoeften, geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en arbeidsintensieve diensten. De verhuur van een recreatiewoning valt ook onder het lage btw-tarief. Het normale btw-tarief blijft 21%.

Het kabinet wil bij de verhoging van het lage btw-tarief van 6% naar 9% geen extra administratieve lasten veroorzaken bij ondernemers. Daarom zal de Belastingdienst niet gaan naheffen op in 2018 (vooruit) betaalde prestaties die pas in 2019 gaan plaatsvinden.

Aanpassing btw-percentage boekhoudsoftware
Wanneer u gebruik maakt van een boekhoudprogramma dan is het belangrijk dat met ingang van 2019 het nieuwe btw-percentage wordt gehanteerd. Dit geldt voor het maken van een factuur, het handmatig boeken van een inkoop- of verkoopfactuur of als de btw uit een kas/bank-mutatie wordt gehaald.

Werkt u met CashWeb (de online versie), dan wordt het btw-tarief automatisch aangepast door middel van een software update. Bij CashWin, de offline versie, wordt er een update klaargezet. Deze kunt u uitvoeren zodra het systeem is opgestart.

Wanneer u werkt met SnelStart dan wordt in de meeste gevallen de update automatisch doorgevoerd in de software. Klanten die met SnelStart 12 werken maar niet (automatisch) updaten, dienen de btw zelf handmatig te wijzigen. Bij gebruik van de geavanceerde installatie kunt u op of na 1 januari 2019 een herinstallatie doen.

Onze cliëntbegeleider Theo van der Slikke staat graag voor u klaar als u hulp nodig heeft bij het uitvoeren van de update. U kunt hem bereiken via 0222-314141.

Modernisering kleineondernemersregeling
De kleineondernemersregeling (KOR) verandert per 1 januari 2020. Anders dan onder de huidige KOR kunnen ook rechtspersonen (BV’s, stichtingen en verenigingen) deze nieuwe regeling gebruiken. De nieuwe basis voor de regeling is een omzetgrens van maximaal € 20.000,-. Momenteel geldt een grensbedrag van minder dan € 1.883,- aan per saldo verschuldigde btw op jaarbasis.

Wanneer u gebruik wilt maken van de KOR dan betekent dit dat er geen btw in rekening gebracht wordt aan afnemers en dus ook geen btw meer vermeld mag worden op uw facturen. Daarnaast geldt een ontheffing van het doen van btw-aangiften en bijbehorende administratieve verplichtingen. Daar staat tegenover dat de btw die andere ondernemers aan u in rekening brengen niet in aftrek gebracht kan worden. De regeling geldt alleen voor in Nederland verrichte goederenleveringen en diensten.

Mocht u nog vragen hebben naar aanleiding van dit bericht, dan kunt u altijd contact opnemen met ons kantoor via 0222-314141 of communicatie@nbceelman.nl.

Door |2019-08-06T08:07:17+02:0025 juli 2019|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Wijzigingen lage btw-tarief en kleineondernemersregeling
  • Brochure vakantiewoningen en belastingen

Brochure vakantiewoningen en belastingen

Als eigenaar van een in Nederland gelegen vakantiewoning komt u in aanraking met Nederlandse belastingen. Het is daarbij niet van belang of u in Nederland woont. U krijgt in ieder geval te maken met inkomstenbelasting en mogelijk ook met omzetbelasting. Wij informeren en adviseren u graag nader over deze onderwerpen in onze nieuwste brochure vakantiewoningen en belastingen. Klik op onderstaande link om deze te bekijken!

NBC brochure vakantiewoning 2019 NL DEF Lores-pages

 

Door |2019-11-05T10:07:38+01:0015 juli 2019|Nieuws, Nieuws zonder blog|0 Reacties
  • Blog: Belastingvoordelen bij groene beleggingen

Blog: Belastingvoordelen bij groene beleggingen

De meeste mensen beleggen vooral om een goed rendement te behalen. Je hoort daarbij steeds vaker dat er interesse is in projecten die oog hebben voor mens, maatschappij en milieu. Duurzaamheid staat hierbij voorop én er zijn fiscale voordelen van toepassing. In deze blog lees je meer over dit onderwerp.

Wat zijn groene beleggingen?
Bij groene beleggingen gaat het om beleggingen in bepaalde aangewezen fondsen, die deelnemen in projecten voor milieubescherming. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan windenergie, zonne-energie, circulaire economie, duurzame woningen en biologische landbouw. Naast de bekende ‘groene’ banken ASN en Triodos beschikken onder meer ook de Rabobank, ABN AMRO en ING over fondsen met een groencertificaat die zijn aangewezen door de Belastingdienst als groenfonds.

Op de website van de Belastingdienst is meer informatie te vinden over fondsen en beleggingen met belastingvoordeel. Via de bijgevoegde pdf kun je een overzicht met de diverse groenfondsen downloaden.

Fiscale voordelen
Door groen te beleggen is alleen belasting verschuldigd wanneer de waarde van deze beleggingen boven een bepaald bedrag uitkomt. Over het verschil tussen het bedrag van deze vrijstelling en de waarde van de groene beleggingen moet belasting worden betaald.

Bovenop de algemene vermogensvrijstelling van € 30.360 geldt voor 2019 een bedrag aan vrijgesteld groen vermogen van € 58.540. Fiscaal partners kunnen profiteren van een dubbele vrijstelling. De vrijstelling is gemaximeerd tot de totale waarde van de groene beleggingen op de peildatum 1 januari. Wanneer de waarde van de groene beleggingen bijvoorbeeld € 15.000 is, dan is de vrijstelling ook € 15.000.

Naast de vrijstelling voor de waarde van de beleggingen is er nog een voordeel. Er is ook een extra heffingskorting van toepassing. Deze bedraagt 0,7% van het bedrag van de vrijstelling die geldt voor de groene beleggingen. Door deze voordelen kan een groene belegging ten opzichte van een gewone belegging ruim € 1.400 belastingbesparing opleveren.

Omdat het bij beleggingen doorgaans gaat om te realiseren nettorendement, is bij groene beleggingen het rendement vóór en na belastingheffing een factor die een rol kan spelen.

Contact
Marc van Vugt is fiscalist bij NBC Eelman & Partners. Wil je meer informatie naar aanleiding van deze blog? Uiteraard kun je dan altijd bij Marc terecht, hij is telefonisch te bereiken via 0222-314141 of per e-mail via marc.vanvugt@nbceelman.nl.

Door |2019-08-06T08:13:03+02:0027 juni 2019|Blog van NBC Eelman & Partners, Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Blog: Belastingvoordelen bij groene beleggingen