Blog van NBC Eelman & Partners

  • Special Miljoenennota 2025

Special Miljoenennota 2025

Het kabinet presenteerde op Prinsjesdag 2024 de Miljoenennota 2025 en dus ook het Belastingplan 2025.

Deze special bevat voorstellen van het kabinet die de komende periode door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. De voorgestelde maatregelen treden per 1 januari 2025 in werking, tenzij anders is vermeld.

Klik hier voor de special

Door |2024-09-20T08:02:32+02:0020 september 2024|Blog van NBC Eelman & Partners, Nieuws, Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Special Miljoenennota 2025
  • Vakantiewoningen brochure 2024

Vakantiewoningen brochure 2024

Als eigenaar van een in Nederland gelegen vakantiewoning kom je in aanraking met Nederlandse belastingen. Het is daarbij niet van belang of je in Nederland woont. Je krijgt in ieder geval te maken met inkomstenbelasting en mogelijk ook met omzetbelasting. Wij informeren en adviseren je graag nader over deze onderwerpen in onze nieuwste brochure vakantiewoningen en belastingen. Klik op onderstaande link om deze te bekijken!

Vakantiewoning brochure NL 2024

Door |2024-05-31T12:25:03+02:0031 mei 2024|Blog van NBC Eelman & Partners|Reacties uitgeschakeld voor Vakantiewoningen brochure 2024
  • Brochure vakantiewoningen 2023

Brochure vakantiewoningen 2023

Als eigenaar van een in Nederland gelegen vakantiewoning kom je in aanraking met Nederlandse belastingen. Het is daarbij niet van belang of je in Nederland woont. Je krijgt in ieder geval te maken met inkomstenbelasting en mogelijk ook met omzetbelasting. Wij informeren en adviseren je graag nader over deze onderwerpen in onze nieuwste brochure vakantiewoningen en belastingen. Klik op onderstaande link om deze te bekijken!

NBC brochure vakantiewoning 2023

Door |2023-04-20T14:02:00+02:0020 april 2023|Blog van NBC Eelman & Partners, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Brochure vakantiewoningen 2023
  • BLOG: BTW ondernemerschap bij verhuur recreatiewoningen

BLOG: BTW ondernemerschap bij verhuur recreatiewoningen

Een veel gehoord en gelezen misverstand is de gedachte dat, als je een recreatiewoning aan derden verhuurt, je kunt kiezen voor BTW-ondernemerschap. Als het gaat om BTW-ondernemerschap is er geen keuze. Zodra je commerciële activiteiten verricht ben je al heel snel BTW-ondernemer.

Wanneer ben je BTW-ondernemer?
Je bent BTW-ondernemer als je een recreatiewoning duurzaam exploiteert. Maar wat is duurzame exploitatie? Dat is niet vastgelegd in de wet of beleid en moet worden bepaald aan de hand van jouw jaarlijkse huuropbrengst, duur van de verhuur en het aantal verschillende huurders in een jaar.

Een veelgehoord argument is “maar ik verhuur niet meer dan 140 dagen per jaar”. In een handreiking heeft de Belastingdienst in het verleden aangegeven dat, als je voor meer dan 140 dagen per jaar verhuurt, er dan zeker sprake is van duurzame exploitatie. Wat vergeten wordt dat destijds over die 140 dagen is geschreven om zekerheid te geven, dat je ook de BTW van de aanschaf van de recreatiewoning in aftrek kan brengen. Als je namelijk geen BTW-ondernemer bent kun je ook de BTW op de aanschaf en kosten niet in aftrek brengen. De 140 dagen diende dus als zekerheid voor BTW-aftrek. Maar ook onder die 140 dagen ben je al snel
BTW-ondernemer. Dit geldt zeker voor recreatiewoningen op vakantieparken, waarbij de verhuur wordt uitbesteed. In verreweg de meeste gevallen ben je
BTW-ondernemer als je jouw recreatiewoning aan derden verhuurt. Dit geldt ook als bij de aankoop van de recreatiewoning geen BTW in rekening is gebracht.

Een ander argument dat je nog wel eens hoort, “maar ik ben niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel”. Het wel of niet zijn van BTW-ondernemer hangt niet af van een inschrijving in het Handelsregister. Ook zonder een inschrijving in het Handelsregister kun je BTW-ondernemer zijn.

Maar wat zijn dan de gevolgen als je je niet aanmeldt bij de Belastingdienst als BTW-ondernemer voor de verhuur van jouw recreatiewoning. In dat geval kan de Belastingdienst je tot vijf jaar terug naheffingen BTW opleggen over de verhuuropbrengsten die je hebt ontvangen. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden kan de Belastingdienst je ook nog een vergrijpboete opleggen van 25 tot 50% van de nageheven BTW. In uitzonderingsgevallen (zoals fraude) kan de boete zelfs oplopen tot 100%.

Maar als ik nu “geringe” verhuuropbrengsten heb, moet ik me dan ook aanmelden als BTW-ondernemer? Stel je verhuurt voor 80 dagen per jaar en hebt een verhuuropbrengst van €10.000. Je hebt totaal 20 verschillende huurders gehad. Je bent dan BTW-ondernemer en je moet je aanmelden als BTW-ondernemer bij de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft echter wel een regeling voor ondernemers met een geringe omzet. Als jouw omzet per jaar niet hoger is dan €20.000 (exclusief BTW), dan kun je je aanmelden voor de zogenaamde kleine ondernemersregeling. Je kunt dan een ontheffing krijgen van de BTW-plicht en de daarbij behorende administratieve verplichtingen. Als je daarvoor in aanmerking komt dan krijg je een beschikking dat je buiten de BTW valt (je mag dan ook geen BTW meer in rekening brengen en ook geen BTW meer aftrekken), zolang jouw jaarlijkse omzet onder die €20.000 blijft. Dit kan alleen als je je daarvoor expliciet vooraf aanmeldt. Het geldt niet met terugwerkende kracht en al helemaal niet als je niet geregistreerd bent bij de Belastingdienst met een BTW-nummer.

Let op: ook deze omzetgrens is geen indicatie voor BTW-ondernemerschap. Ook onder deze omzetgrens zul je in veel gevallen BTW-ondernemer zijn.

Verhuur je een recreatiewoning en ben je niet aangemeld als BTW-ondernemer? Dan is het goed om daarover na te denken en wat de gevolgen kunnen zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2024-05-31T11:04:11+02:002 november 2022|Blog van NBC Eelman & Partners|Reacties uitgeschakeld voor BLOG: BTW ondernemerschap bij verhuur recreatiewoningen
  • BLOG: BTW en online verkopen aan particulieren in andere EU-landen

BLOG: BTW en online verkopen aan particulieren in andere EU-landen

Je verkoopt goederen aan particulieren in Nederland, maar ook online aan particulieren in andere landen. Heb je wel gedacht aan de gevolgen voor de BTW als het gaat om verkopen aan particulieren in andere EU-landen? Als je namelijk goederen verkoopt die je verstuurt aan particulieren in andere EU-landen, dan is mogelijk de regeling “afstandsverkopen” van toepassing.

Wist je dat bij overschrijding van een bepaalde omzetgrens je de BTW-tarieven moet gebruiken van de EU-landen waar de afnemers wonen?

Een voorbeeld
Het is mei 2022 en je hebt online al voor €25.000 goederen verkocht aan particulieren in Nederland, €2.500 aan Duitse klanten, €6.000 aan Belgische klanten en €1.400 aan Franse klanten. Je hebt daarbij steeds de Nederlandse BTW in rekening gebracht. Indien je nog meer online verkoopt aan particulieren in andere EU-landen, zul je rekening moeten houden met de buitenlandse BTW. Je hebt namelijk al voor €9.900 online verkocht aan andere EU-landen. Als je per jaar namelijk voor €10.000 of meer aan goederen verkoopt aan particulieren in andere EU-landen (waarbij je het vervoer verzorgt of laat verzorgen), geldt elke verkoop vanaf die €10.000 omzetgrens als een zogenaamde afstandsverkoop. Die verkoop is dan belast met het BTW-tarief waar de afnemer woont en je zult dan ook die buitenlandse BTW moeten aangeven via de belastingdienst in het land van de afnemer. Als de omzetdrempel van €10.000 in enig jaar wordt overschreden, dan zul je voor deze afstandsverkopen buitenlandse BTW moeten rekenen. Het volgende jaar mag die drempel niet worden gebruikt en zul je ook buitenlandse BTW moeten rekenen over elke afstandsverkoop.

Die omzetgrens van €10.000 is de omzet exclusief BTW en geldt als totaal voor alle verkopen binnen de EU.

In ons voorbeeld, als je in juni 2022 nog voor €150 online verkoopt aan een Italiaanse particulier, zul je daarover 22% Italiaanse BTW moeten rekenen en afdragen aan de Italiaanse belastingdienst. Je mag dan niet meer Nederlandse BTW in rekening brengen. Verkoop je vervolgens voor €50 aan een Duitse particulier dan zul je 19% Duitse BTW in rekening moeten brengen.

Normaal gesproken zou je je dan als ondernemer moeten laten registreren in Italië en Duitsland om daar de BTW alsnog af te dragen. Maar ook registreren in de andere EU-landen waaraan je verkoopt.

Gelukkig kan dit sinds 1 juli 2021 eenvoudiger via het “een-loket systeem”. Bij afstandsverkopen meld je je aan bij de Belastingdienst in Nederland voor het “een-loket systeem”. Via dat loket doe je dan apart aangifte omzetbelasting voor alleen die afstandsverkopen. De Nederlandse Belastingdienst zorgt er dan voor dat de betreffende BTW terecht komt bij de belastingdiensten (binnen de EU) waar de afnemers wonen. Je hoeft je dan niet te registreren in elk EU-land waar je afstandsverkopen hebt. Het is dus óf registreren in elke EU-land waaraan je verkoopt, óf aanmelden bij de Nederlandse Belastingdienst voor het een-loket systeem.

Het is dan ook verstandig om bij zogenaamde afstandsverkopen de €10.000 omzetgrens in de gaten te houden. Het is raadzaam om bij dit soort verkopen per EU-land een aparte grootboekrekening aan te houden. Dan kun je goed zien wanneer die omzetgrens wordt bereikt. Het is belangrijk om te weten dat als je in strijd met deze regel van afstandsverkopen Nederlandse BTW blijft rekenen, de betreffende buitenlandse belastingdienst je een boete kan opleggen. Je bent namelijk verplicht om bij overschrijding van die omzetgrens buitenlandse BTW in rekening te brengen en af te dragen.

Voor de duidelijkheid als je je aanmeldt voor het een-loket systeem, doe je aangifte voor de BTW over deze afstandsverkopen via dat een-loket systeem (ook wel Unieregeling genoemd) en daarnaast gewoon de reguliere BTW-aangifte voor alle andere BTW-zaken (zoals binnenlandse verkopen, verkopen aan ondernemers, de BTW-aftrek op kosten en investeringen, uitvoer buiten de EU). De BTW regeling voor deze afstandsverkopen geldt ook als je als wederverkoper geregistreerd staat bij een e-commerce platform (zoals Bol, Amazon, etc.). Als wederverkoper gebruik je dan het e-commerce platform als een hulpmiddel voor de verkoop en je levert de goederen rechtstreeks aan de klant.

Het voordeel van het gebruik van het een-loket systeem is ook dat je de Nederlandse regels voor facturering mag hanteren (en niet de regels van het land waar je levert).

Mocht je het in de gaten houden van die omzetgrens (van €10.000) lastig vinden, dan kun je je ook aanmelden om die omzetgrens buiten beschouwing te laten. In dat geval zijn alle online verkopen aan particulieren in andere EU-landen direct belast met buitenlandse BTW. De keuze geldt dan wel voor minimaal twee jaar.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2024-05-31T11:09:47+02:001 juli 2022|Blog van NBC Eelman & Partners, Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor BLOG: BTW en online verkopen aan particulieren in andere EU-landen
  • Blog: Belastingschulden als gevolg van de Coronamaatregelen en hoe nu verder?

Blog: Belastingschulden als gevolg van de Coronamaatregelen en hoe nu verder?

De beperkende Coronamaatregelen zijn opgeheven, waardoor ondernemingen weer zonder beperkingen kunnen draaien. Dat neemt echter niet weg dat in de nasleep nog veel financiële problemen blijven of kunnen ontstaan.

Op het gebied van belastingschulden bestaat er voor een aantal ondernemingen nog een zware financiële last van de belastingschulden die in de Coronajaren zijn ontstaan en waarvoor bijzonder uitstel van betaling is verleend. Alhoewel de bijzondere uitstelregeling (van vijf jaar) ruimhartig is, moeten deze schulden nu wel worden voldaan vanuit de bestaande financiële capaciteit. Daar waar de omzet tijdens de Coronapandemie fors terugliep en de betaling van de belastingschulden kon worden uitgesteld, is het nu niet zo dat de omzet ruim voldoende is of zal zijn om deze belastingschulden makkelijk terug te betalen. Het is dus vanaf 1 oktober 2022 een extra betalingsverplichting die wel moet worden voldaan, naast de reguliere belastingbetalingen. Bovendien moet er ook rekening worden gehouden met investeringen, het opbouwen van reserve, stijgende kosten, andere schulden als gevolg van Corona, et cetera.

Wat zijn de mogelijkheden voor de ondernemer met belastingschulden?

Ik heb bijzonder uitstel van betaling gekregen, hoe gaat het nu verder?
Deze belastingschulden mogen nu vanaf 1 oktober 2022 in zestig gelijke termijnen worden terugbetaald. Waarbij elke termijn uiterlijk aan het eind van de betreffende maand moet zijn voldaan aan de belastingdienst. De eerste termijn van die zestig termijnen moet zijn voldaan uiterlijk 31 oktober 2022. Het vaste maandbedrag wordt door de belastingdienst vastgesteld na 1 augustus 2022.

Zorg er voor dat je bij de betaling altijd gebruik maakt van de betalingskenmerken die geldt bij de belastingaanslagen waarvoor het bijzonder uitstel is verleend.

Wat zijn de gevolgen als ik eerder of meer wil aflossen?
Daar waar je de mogelijkheid ziet om extra af te lossen adviseren wij ook om dit te doen. Als je een deel van de belastingschuld waarvoor je bijzonder uitstel hebt, voldoet vóór 1 augustus 2022, dan wordt het totale bedrag van de belastingschuld lager, maar ook het maandbedrag.

Als je extra aflost tussen 1 augustus 2022 en 1 oktober 2027 dan blijft het vaste maandbedrag (zoals vastgesteld na 1 augustus 2022) gelijk, maar wordt de looptijd van de betalingsregeling korter. Als je echter een aanpassing (verlaging) van het maandbedrag wilt, dan moet je daarvoor een apart verzoek indienen.

Wat nu als ik moeite heb om te voldoen aan die terugbetaling in 60 maanden?
Dan kun je dit voorleggen aan de belastingdienst en bekijken of er andere mogelijkheden zijn om te voldoen aan de bijzondere uitstelregeling. Het is namelijk voorstelbaar dat als je afhankelijk bent van seizoensinvloeden je meer kunt afbetalen in het hoogseizoen en minder in het laagseizoen. Ook kunnen wij voor je bekijken of de betalingstermijn kan worden verlengd of dat een schuldsanering tot een optie behoort.

Verlenging van de betalingstermijn
Mocht het niet mogelijk zijn om de belastingschuld in 60 maandelijkse termijnen af te betalen, dan kun je vragen om bijvoorbeeld verlenging van de termijn. De belastingdienst heeft aangegeven dat zij samen met ondernemers willen kijken naar een passende oplossing.

Schuldsanering
Mocht verder uitstel van betaling niet mogelijk zijn en heb je ook nog andere schuldeisers, dan kan er nog gekeken worden of je in aanmerking komt voor een (gedeeltelijke) kwijtschelding van de belastingschulden. Dat kan voor ondernemingen alleen in het kader van een schuldsanering, waarbij dan ook overige schuldeisers een deel van hun vorderingen moeten kwijtschelden. Daarbij geldt dat de belastingdienst altijd ten minste een dubbel percentage wil ontvangen op de belastingschulden ten opzichte van de concurrente schuldeisers. Dus als je een schuld hebt aan een leverancier en je daarmee een afspraak hebt om 30% op de schuld te voldoen, waarbij dan de overige 70% wordt kwijtgescholden, verlangt de belastingontvanger 60% betaling op haar belastingvordering. De belastingdienst heeft echter aangegeven dat zij tijdelijk een soepele houding willen aannemen en dat zij in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 30 september 2023 genoegen nemen met een lager percentage van de opbrengst uit een saneringsverzoek. Ook bij een schuldsanering geldt de eis dat de onderneming wel levensvatbaar moet zijn.

Hoe zit het met de invorderingsrente?
Deze is nog laag, in vergelijking met de marktrente, als je deze belastingschulden zou willen herfinancieren. De invorderingsrente is:

  • tot 1 juli 2022 0,01%;
  • vanaf 1 juli 2022 1%;
  • vanaf 1 januari 2023 2%;
  • vanaf 1 juli 2023 3% en
  • vanaf 1 januari 2024 4%.

Het extra aflossen van de belastingschulden, zo dit al mogelijk is, kan geld besparen.

Ik kan nieuwe belastingschulden (waarvoor geen bijzonder uitstel geldt) niet betalen, wat zijn dan mijn mogelijkheden?
Voor (nieuwe) belastingschulden is het mogelijk om regulier uitstel van betaling aan te vragen. In dat geval wordt aan de hand van de financiële gegevens gekeken of een betalingsregeling mogelijk is van maximaal 12 maandelijkse termijnen. Veelal wordt daarbij de eis gesteld dat je dan zekerheid moet stellen (zoals een hypotheekrecht op het bedrijfspand of een pandrecht op bijvoorbeeld de bedrijfsinventaris). Hier geldt dat het bedrijf wel levensvatbaar moet zijn en dat de betalingsproblemen van tijdelijke aard zijn.

Onder bijzondere omstandigheden is het ook mogelijk om een langere betalingsregeling te krijgen dan 12 maanden. Dan moet het namelijk gaan om betalingsproblemen die buiten jouw invloed zijn ontstaan. Het is dan eveneens nodig dat een derde deskundige (bijvoorbeeld een accountant) daarover een verklaring aflegt.

Maar wat nu als de belastingontvanger niet wil meewerken aan een verzoek om (aanvullend) uitstel van betaling of een schuldsanering?
Dan kunnen wij namens jou een administratief beroep indienen tegen de afwijzing. In dat geval zal de directeur van de belastingdienst naar de zaak moeten kijken en besluiten of de belastingontvanger het verzoek wel had mogen afwijzen. Er bestaat echter geen mogelijkheid om de beslissing van de directeur direct aan te vechten bij de (belasting)rechter, mocht de directeur het verzoek blijven afwijzen. Wel bestaat een mogelijkheid om, afhankelijk van de feiten en omstandigheden, de zaak dan voor te leggen aan de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven (van de Eerste/Tweede kamer) of aan de Nationale Ombudsman.

Melding betalingsonmacht
Als je een BV hebt dan moet je er op letten om de betalingsonmacht te melden als je de loonheffingen en/of de omzetbelasting niet kunt betalen. Dit moet je al doen in de aangiftefase. Als je dus de aangifte loonheffingen/omzetbelasting niet (tijdig) kunt betalen, moet je dit uiterlijk 14 dagen na de betalingstermijn van de aangifte, schriftelijk melden aan de belastingdienst. Bijvoorbeeld, je moet aangifte omzetbelasting doen over de maand mei en je moet omzetbelasting afdragen. De aangifte over de maand mei moet uiterlijk 30 juni zijn ingediend én betaald. Kun je niet betalen dan moet je dit melden aan de belastingdienst uiterlijk 14 juli. Hiervoor kun je een formulier gebruiken van de belastingdienst óf digitaal in het beveiligde deel van de website van de belastingdienst. Je kunt nooit telefonisch melden.

Let op: te laat de betalingsonmacht melden (ook al is het maar één dag) betekent dat je als bestuurder van jouw BV hoofdelijk aansprakelijk bent voor die belastingschuld. Dit is de zogenaamde bestuurdersaansprakelijkheid. Deze geldt overigens ook voor premies voor het bedrijfspensioenfonds. Ook als je die niet tijdig kunt betalen moet je de betalingsonmacht tijdig melden.

Deze blog is geschreven door mr. Marco Bezoet de Bie, jurist en fiscaal adviseur bij NBC Eelman & Partners.

Door |2024-05-31T11:11:59+02:0010 juni 2022|Blog van NBC Eelman & Partners, Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Blog: Belastingschulden als gevolg van de Coronamaatregelen en hoe nu verder?
  • Let op: verkoop je met jouw webshop aan het buitenland?

Let op: verkoop je met jouw webshop aan het buitenland?

Je hebt een webshop en je levert producten aan particulieren in Nederland, België en Duitsland. Jij zorgt er voor dat deze producten bij de klanten terecht komen. Moet je nu voor deze verkopen Nederlandse BTW afdragen of krijg je ook te maken met Belgische en Duitse BTW?

Als je producten verkoopt aan particulieren in andere EU-lidstaten dan geldt de regeling “afstandsverkopen”. Dan geldt als regel dat je Nederlandse BTW moet afdragen, tenzij je een bepaalde omzetdrempel per jaar overschrijdt. Die omzetdrempels verschillen per land. Zo geldt voor Duitsland een omzetdrempel van €100.000 en voor België is deze €35.000. Als je meer verkoopt in dat land dan de omzetdrempel, dan geldt voor elke verkoop daarna dat je de BTW in dat land moet afdragen.

Een voorbeeld:
Een webshop in Nederland verkoopt in 2020 schoenen aan Belgische particulieren. In augustus 2020 wordt de omzetdrempel in België van €35.000 overschreden. Dat betekent dat die verkoop waarmee de drempel wordt overschreden al onder de Belgische BTW valt. De webshop moet zich als ondernemer in België voor de BTW registreren en de Belgische BTW over de verkopen vanaf dat moment in België afdragen. Doe je dit niet dan kun je aanlopen tegen forse boetes van de Belgische belastingdienst. Zou de webshop ook in Duitsland de omzetdrempel overschrijden dan moet de webshop zich ook in Duitsland laten registreren en daar de Duitse BTW afdragen.

Per 1 juli 2021 vervallen omzetdrempels
Dit systeem van afstandsverkopen gaat veranderen. Het moeten registreren in andere landen kost veel geld en brengt veel administratieve rompslomp met zich mee. Per 1 juli 2021 komen de verschillende omzetdrempels te vervallen. Het gevolg daarvan is dat elke verkoop van een webshop aan particulieren in andere EU landen al meteen belast is met de BTW van het land waar de particulier woont. Zo is een verkoop aan een Franse particulier meteen belast met Franse BTW en een verkoop aan een Duitse particulier belast met Duitse BTW.

Om te voorkomen dat je in elk land een BTW-nummer moet aanvragen zal het mogelijk zijn om de Franse en Duitse BTW via de Nederlandse belastingdienst aan te geven. Vervolgens zorgt de Nederlandse belastingdienst er voor dat de BTW bij de verschillende lidstaten terecht komt. Dit wordt het “éénloketstelsel” genoemd. Hiervoor moet je dan wel een aparte BTW aangifte indienen waarin alleen deze specifieke omzet wordt aangegeven (per land waar je aan verkoopt).

Uitzondering kleine ondernemers
Er is wel een uitzondering voor kleine ondernemers. Als je in totaal niet meer dan €10.000 (exclusief BTW) aan totale omzet hebt van dit soort verkopen aan particulieren in andere landen, dan zijn de verkopen gewoon belast met Nederlandse BTW.

Aanmelden
Vanaf april 2021 kun je je al aanmelden bij de Belastingdienst voor dit éénloketstelsel. Je bent overigens niet verplicht om hier aan mee te doen, maar dan blijf je wel het nadeel behouden dat je in elke lidstaat aangifte moet doen van de verkopen in het betreffende lidstaat.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

 

Blog geschreven door Marco Bezoet de Bie – NBC Eelman & Partners – maart 2021

Door |2021-03-19T10:26:08+01:0019 maart 2021|Blog van NBC Eelman & Partners, Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Let op: verkoop je met jouw webshop aan het buitenland?
  • Valse e-mailberichten Belastingdienst in omloop

Valse e-mailberichten Belastingdienst in omloop

Momenteel zijn er valse e-mailberichten vanuit de Belastingdienst in omloop.
Het gaat onder andere om het betalen van een naheffingsaanslag.

De Belastingdienst verzend haar berichten nooit via WhatsApp, SMS of e-mail.

Reageer dan ook niet op deze berichten, klik nergens op en verwijder deze (of stuur ze door naar valse-mail@belastingdienst.nl). Neem bij twijfel contact op met de Belastingdienst via telefoonnummer 0800-0543.

Door |2020-09-15T11:54:31+02:0015 september 2020|Blog van NBC Eelman & Partners, Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Valse e-mailberichten Belastingdienst in omloop
  • Personeel inlenen in 2020

Personeel inlenen in 2020

Leent u wel eens personeel in voor uw onderneming, bijvoorbeeld bij tijdelijke drukte of seizoenswerk, als dit nu voor u ondanks de coronacrisis aan de orde is? Zorg dan dat u voldoet aan alle regelgeving. Anders loopt u het risico op hoge boetes of aansprakelijkheid voor loonheffingen en btw. Waar moet u op letten en wat moet u regelen?

Van inlenen is sprake als personeel dat in dienst is bij een andere ondernemer in uw onderneming, onder uw leiding of toezicht, werkzaamheden verricht. De andere ondernemer kan een uitzendbureau zijn, maar bijvoorbeeld ook een collega-ondernemer die zijn personeel (tijdelijk) aan u uitleent.

Blijft het personeel onder leiding en toezicht van de andere ondernemer, dan is er geen sprake van inlenen, maar van aannemen van werk. U kunt dan niet als inlener aansprakelijk gesteld worden, maar mogelijk krijgt u wel te maken met de ketenaansprakelijkheid.

Verlegging van btw
De inlenersaansprakelijkheid geldt voor loonheffingen én btw. In sommige gevallen moet de btw echter verplicht verlegd worden door de uitlener naar de inlener. De inlener draagt dan de btw af en kan deze tegelijkertijd als voorbelasting in aftrek brengen (voor zover de inlener belaste prestaties verricht).

De verplichte verleggingsregeling bij uitlening van personeel geldt bij fysieke werkzaamheden aan onroerende zaken of schepen in de sectoren bouw, scheepsbouw, schoonmaak en hoveniers.

Tip!
Het is niet altijd eenvoudig of eenduidig vast te stellen of de verleggingsregeling van toepassing is. Bij twijfel kunt u altijd contact opnemen met een van onze adviseurs.

Let op!
Past een uitlener de verplichte verleggingsregeling ten onrechte niet toe en berekent hij btw op uw factuur, dan kunt u deze btw niet als voorbelasting in aftrek brengen. Wees daarom alert wanneer de verleggingsregeling van toepassing is en verzoek uw uitlener om deze toe te passen.

Uitleen van zorgpersoneel in verband met corona
Indien een uitlener zonder winst zorgpersoneel uitleent aan een btw-vrije zorginstelling of organisatie, dan blijft deze dienst buiten de heffing van btw. De zorginstelling/zorgorganisatie loopt dan ook geen risico voor inlenersaansprakelijkheid voor de btw wanneer de uitlener alleen de brutoloonkosten plus maximaal 5% kosten in rekening brengt. Controleer dit ook.

Inlenersaansprakelijkheid
Als inlener kunt u door de Belastingdienst aansprakelijk gesteld worden als de uitlener of doorlener de volgende belastingen en premies niet betaalt:

  • loonheffingen (dit omvat loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en werkgeversheffing Zorgverzekeringswet);
  • btw.

Als inlener of doorlener kunt u uw aansprakelijkheid beperken door een aantal maatregelen te treffen, zoals het aanvragen van een verklaring betalingsgedrag, het registreren van de juiste gegevens, het storten op een G-rekening of het gebruikmaken van de disculpatiemogelijkheid voor gecertificeerde uitleners.

Verklaring van betalingsgedrag
Een uitlener kan de Belastingdienst periodiek (bijvoorbeeld één keer per kwartaal) vragen te verklaren dat hij alle loonheffingen en btw heeft betaald (door middel van een zogenaamde ‘schone verklaring’). Deze verklaring geeft u als inlener een beeld van de risico’s die u loopt, maar geeft u geen vrijwaring.

Tip!
Volgens informatie van de Belastingdienst is uitstel van betaling van de loon- en omzetbetaling door de uitlener in verband met corona géén reden voor het weigeren van de schone verklaring. Kan uw uitlener geen schone verklaring overleggen, dan is er waarschijnlijk iets anders aan de hand!

Registratie van gegevens
Het komt regelmatig voor dat de Belastingdienst de loonheffingen waarvoor u als inlener aansprakelijk wordt gesteld, heeft vastgesteld met het anoniementarief. De aansprakelijkheid voor het anoniementarief wordt verminderd indien u de identiteit van het ingeleende personeel en het loon per ingeleend personeelslid en per werk kunt aantonen. Ook moet u kunnen aantonen dat het ingeleende personeel over een geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunning beschikt. U voldoet aan deze voorwaarden als u de volgende gegevens van elk ingeleend personeelslid registreert (onder meer aan de hand van het getoonde ID-bewijs):

  • NAW-gegevens, geboortedatum, burgerservicenummer (BSN)
  • nationaliteit
  • soort identiteitsbewijs, nummer en geldigheidsduur
  • aanwezigheid van een A1-verklaring, verblijfsvergunning, tewerkstellingsvergunning of notificatie NAW-gegevens uitlener
  • een overzicht van de gewerkte uren (per dag)

Let op!
Het maken en hebben van een kopie-ID-bewijs is niet toegestaan, tenzij het gaat om een ingeleende kracht die inwoner is van een land buiten de EER en Zwitserland. In dat geval is het hebben van een kopie-ID-bewijs en een kopie van de werk- en verblijfsvergunning verplicht. Een kopie van dit identiteitsbewijs dient u bovendien tot vijf jaar na beëindiging van het werk te bewaren. Doet u dit niet, dan riskeert u een boete.

Laat u een vreemdeling zonder vereiste tewerkstellingsvergunning werken, dan riskeert u een boete van € 8.000 per vreemdeling. Doet een overtreding zich vaker voor, dan kan dit bedrag verhoogd worden met 50, 100 of 150%. Bij een ernstige overtreding (meer dan 20 illegaal tewerkgestelden) kan de inspectie SZW een bedrijf preventief stilleggen.

Storten op G-rekening
Een G-rekening is een geblokkeerde rekening van de uitlener of doorlener. U kunt uw aansprakelijkheid beperken door het deel van de factuur van uw uitlener dat bestemd is voor loonheffingen en btw, te storten op de G-rekening. In de omschrijving bij uw storting vermeldt u het factuurnummer en eventuele andere identificatiegegevens van de factuur. Deze factuur moet aan de wettelijke eisen voldoen en het nummer of kenmerk van de overeenkomst, het tijdvak en de omschrijving of het kenmerk van het werk bevatten.

Daarnaast moet u zowel de betalingen als de hierboven genoemde te registreren gegevens – zoals de persoonlijke gegevens van het ingeleende personeel en de manurenregistratie – uit uw administratie kunnen halen en kunnen laten zien. Als u aan deze voorwaarden voldoet, wordt u als inlener voor het op de G-rekening gestorte bedrag niet meer aansprakelijk gesteld. U kunt nog wel aansprakelijk gesteld worden voor een eventueel restbedrag indien de loonheffingen en/of btw hoger zijn dan uw storting.

Tip!
Vanwege Corona kunnen uitleners de Belastingdienst verzoeken het tegoed op de G-rekening te deblokkeren, ook wanneer zij tegelijk uitstel van betaling hebben aangevraagd. Gebruik de G-rekening dus ook nu. Zo beschermt u uw bedrijf als de uitlener de belastingen uiteindelijk helemaal niet afdraagt en de uitlener kan wél bij het door u op de G-rekening betaalde bedrag.

Gecertificeerde uitlener
U kunt als inlener een beroep doen op de disculpatieregeling. Dit betekent dat u niet aansprakelijk gesteld wordt, ook niet als achteraf blijkt dat de uitlener te weinig loonheffingen of btw heeft afgedragen. U moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • De uitlener voldoet aan de NEN 4400-1 of de NEN 4400-2 norm en is opgenomen in het register van de Stichting Normering Arbeid (SNA). Op de website van SNA (www.normeringarbeid.nl) kunt u controleren welke ondernemingen aan deze eisen voldoen.
  • U stort 25% van het factuurbedrag (inclusief btw) op de G-rekening van de uitlener. Indien voor de btw de verleggingsregeling van toepassing is, stort u 20%.
  • De factuur voldoet aan de wettelijke eisen en het nummer of kenmerk van de overeenkomst, het tijdvak en de omschrijving of het kenmerk van het werk staan op de factuur vermeld.
  • Bij betaling vermeldt u het factuurnummer en eventuele andere identificatiegegevens van de factuur.
  • Uit uw administratie blijken direct de gegevens van de inlening, de manurenadministratie en de betalingen.
  • U moet de controle op de identiteit van het ingeleende personeel kunnen aantonen aan de hand van de registratie, het BSN moet bekend zijn en u moet kunnen aantonen dat het personeel over een geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunning beschikt.

Een aantal grote beursgenoteerde uitzendondernemingen heeft zekerheid gesteld voor de betaling van hun loonheffingen en btw. Als u personeel inleent van een dergelijke uitzendonderneming, hoeft u voor vrijwaring niet de 25% van het factuurbedrag op de G-rekening te storten. De Belastingdienst geeft aan dergelijke uitzendondernemingen jaarlijks een verklaring af. Beschikt uw uitlener over een dergelijke (geldige) verklaring en voldoet u aan de overige voorwaarden, dan kunt u het gehele factuurbedrag overmaken naar de uitzendonderneming en kunt u zich toch nog beroepen op de disculpatieregeling.

Tip!
Voldoet u niet aan de voorwaarden van de disculpatieregeling, dan is er nog een andere disculpatiemogelijkheid. Als het niet betalen van de loonheffingen en btw niet aan u en de uitlener te wijten is, zult u niet aansprakelijk gesteld worden. Een voorbeeld is een faillissement door plotseling verslechterde economische omstandigheden of uitzonderlijk slechte weersomstandigheden.

Doe de Waadi-check
Elke ondernemer die personeel uitleent, is verplicht dit te registreren bij de Kamer van Koophandel (KvK). Ondernemingen die bedrijfsmatig personeel uitlenen (bijvoorbeeld uitzendbureaus), moeten in hun bedrijfsactiviteiten ‘ter beschikking stellen van arbeidskrachten’ aangeven. Ondernemers die niet-bedrijfsmatig personeel uitlenen (bijvoorbeeld een aannemer die tijdelijk personeel uitleent aan een collega-aannemer), hebben alleen een meldingsplicht bij de KvK. Controleer altijd, voordat u zaken gaat doen met een uitlener, of deze juist bij de KvK geregistreerd is. U doet dit eenvoudig met de gratis Waadi-check op de website van de KvK.

Let op!
Leent u personeel in van een ondernemer die dit niet heeft geregistreerd bij de KvK, dan riskeert u een hoge boete die kan oplopen van € 12.000 (bij minder dan 10 ingeleende werknemers) tot € 48.000 (bij 30 of meer ingeleende werknemers). Eenzelfde boete kan worden opgelegd aan de uitlener.

Bovenstaande geldt niet voor eenmansbedrijven: een zzp’er zonder eigen bv hoeft zich niet als uitzendonderneming te registreren bij de KvK. Leent u een dga in (die tezamen met zijn echtgenoot ten minste 90% van de aandelen in zijn bv bezit), dan bedraagt de boete voor zowel de bv als de inlener vooralsnog nihil.

Let op!
Als uw uitlener bij de KvK juist is geregistreerd, levert dat nog geen vrijwaring voor de inlenersaansprakelijkheid op.

Tip!
Is een uitzendbureau NEN gecertificeerd, dan controleert de certificerende instelling of er een Waadi-registratie is. Controle door u is dan niet meer nodig.

Wet aanpak schijnconstructies
De Wet aanpak schijnconstructies (WAS) gaat uitbuiting en onderbetaling van werknemers en oneerlijke concurrentie tegen. De WAS bevat onder meer de verplichte girale betaling van het minimumloon, de verplichte specificatie van kostenvergoedingen die onderdeel vormen van het loon en het verbod op inhoudingen en verrekeningen voor zover daarmee minder wordt uitbetaald dan het netto equivalent van het minimumloon. Daarnaast kan een ingeleende werknemer u (als inlener) hoofdelijk aansprakelijk stellen als de uitlener het verplichte minimum- of cao-loon niet (volledig) aan de werknemer betaalt.

Let op!
Dit betreft een ketenaansprakelijkheid. Dit betekent dat de inleenkracht ook de opvolgende doorlener aansprakelijk kan stellen, net zo lang tot het eind van de keten bereikt is.

De rechter oordeelt of u als inlener aansprakelijk bent voor het betalen van het achterstallige loon. U kunt een aantal maatregelen nemen om het risico van aansprakelijkheidstelling te beperken. Zo is het verstandig te controleren of u met betrouwbare bedrijven samenwerkt. Denk daarbij bijvoorbeeld aan controle van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel en bij de Stichting Normering Arbeid (www.normeringarbeid.nl) en de tijdige betaling loonheffing (verklaring betalingsgedrag Belastingdienst). Beoordeel daarnaast of sprake is van een eerlijke prijs en zorg voor een goed contract met duidelijke afspraken over arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden.

Leg de verplichting op om deze voorwaarden ook te laten gelden voor bedrijven verderop in de keten. Belangrijk is verder om actie te ondernemen wanneer u signalen krijgt dat de uitlener onderbetaalt. Doe onderzoek, spreek de uitlener aan en verbreek zo nodig de samenwerking.

Let op!
De genomen maatregelen bieden geen vrijwaring, maar een rechter zal wel eerder geneigd zijn om u niet aansprakelijk te stellen. Blijf echter altijd alert en grijp in als u vermoedt dat de uitlener zijn werknemer niet meer (volledig) betaalt.

De ketenaansprakelijkheid geldt alleen voor opdrachtgevers die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Een particulier kan dus niet met de ketenaansprakelijkheid te maken krijgen.

Wet arbeidsmarkt in balans
Payrollkrachten zijn werknemers die door of in opdracht van de inlener zijn uitgekozen en exclusief voor de inlener werken, maar in dienst zijn bij een derde (het payrollbedrijf). Voor payrollkrachten geldt per 2020 dat ze minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden moeten krijgen als de eigen werknemers van de inlener. Het gaat daarbij om arbeidsvoorwaarden uit de cao, uit bedrijfseigen regelingen en de in de branche gebruikelijke arbeidsvoorwaarden. Per 2021 gaat de payrollkracht ook recht krijgen op een adequate pensioenregeling. Voldoet het payrollbedrijf hier niet aan, dan kan zowel de inspectie SZW als de payrollkracht ingrijpen.

Tot slot
De inlenersaansprakelijkheid kan grote financiële gevolgen hebben voor uw onderneming. In deze advieswijzer zijn we nader ingegaan op de mogelijkheden om uw aansprakelijkheid zo veel mogelijk te beperken.

Door |2020-04-15T17:13:51+02:0015 april 2020|Blog van NBC Eelman & Partners|Reacties uitgeschakeld voor Personeel inlenen in 2020
  • Zakendoen met uw eigen bv

Zakendoen met uw eigen bv

Als directeur-grootaandeelhouder (dga) bent u in de unieke positie om zaken te doen met uw eigen bv. Partijen moeten dan wel zakelijk met elkaar omgaan en afspraken moeten goed zijn vastgelegd. Wie de regels in acht neemt, kan aantrekkelijk zakendoen met zijn eigen bv. Denk bijvoorbeeld aan het sluiten van een geldlening met de bv of het ter beschikking stellen van een bedrijfspand.

Investeren in eigen bedrijfspand
In de huidige markt – en met de gevolgen van de coronacrisis voor de meeste ondernemers duidelijk merkbaar – is het investeren in en het financieren van eigen vastgoed bepaald geen sinecure. Mocht u wel de mogelijkheden hebben om te investeren in een eigen bedrijfsruimte, dan is het de vraag wie er gaat investeren. U als dga? Het bedrijfspand komt dan op uw naam te staan. Of kunt u beter kiezen voor een investering vanuit de bv?

Let op!
Investeren vanuit privé of vanuit de bv wordt fiscaal verschillend behandeld. Wat in uw situatie het voordeligst is, kunnen wij u voorrekenen.

Op naam van de bv
De keuze om het eigen bedrijfspand vanuit de bv aan te houden, wordt – naast de fiscaliteit – ook bepaald door de aanwezige bedrijfsrisico’s en uw toekomstplannen. We zien vaak dat het bedrijfspand wordt afgezonderd van de risico’s van de onderneming. Zeker als het pand tevens dient als beleggingsobject, bijvoorbeeld als belegging van reeds opgebouwde pensioengelden in eigen beheer. Vanuit de bv wordt het pand vervolgens verhuurd aan de werkmaatschappij. De huuropbrengsten – na aftrek van onder meer afschrijvingen en financieringskosten – zijn als winst onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting. Een latere winst of verlies bij verkoop behoort eveneens tot de fiscale winst.

Tip!
Het onderbrengen van het bedrijfspand in een aparte bv maakt een toekomstige bedrijfsoverdracht gemakkelijker te structureren en te financieren.

Op naam van de dga
Kiest u ervoor om vanuit privé te investeren in een pand en verhuurt u dit privépand aan uw bv, dan valt het pand onder de terbeschikkingstellingsregeling (TBS-regeling). De huurinkomsten, afschrijvingen en exploitatielasten alsmede boekwinsten en verliezen op het pand behoren tot uw box 1-inkomen. Let wel: bent u gehuwd en behoort het pand tot de algehele of beperkte gemeenschap van goederen, dan wordt dit box 1-inkomen voor 50/50 aan u en uw echtgen(o)t(e) toegerekend.

Voor de hoogte van de fiscaal aftrekbare afschrijvingslasten moet u rekening houden met een beperking. Dat geldt ook als de bv het bedrijfspand aanhoudt. Afschrijving is niet meer mogelijk als de boekwaarde van het pand de bodemwaarde heeft bereikt. Deze bodemwaarde is sinds 1 januari 2019 in de meeste gevallen beperkt tot 100% van de WOZ-waarde van het pand.

Let op!
Voor een recent in eigen gebruik genomen pand waarop al voor 1 januari 2019 is afgeschreven, geldt een overgangsregeling van maximaal drie boekjaren. Stel dat een pand in juli 2018 in gebruik is genomen, dan gelden in 2019, 2020 en 2021 nog de bestaande afschrijvingsregels van 2018.

Tip!
Onder de TBS-regeling worden de opbrengsten weliswaar belast tegen het progressieve IB-tarief tot maximaal 49,5%, effectief is dit voor de dga maar 43,56%. U profiteert namelijk van de TBS-vrijstelling van 12% (2020)!

Geldleningen
Iedere transactie tussen u en de bv moet zakelijk verlopen. Dat geldt ook voor de geldverstrekking tussen de dga en de bv. Denk hierbij aan een schriftelijke leningsovereenkomst met daarin in ieder geval een aflossingsschema en een reëel rentepercentage. Bovendien moeten er zekerheden zijn gesteld. Om te beoordelen of de overeenkomst zakelijk is, moet u zichzelf afvragen of u of de bv een dergelijke leningsovereenkomst tegen dezelfde voorwaarden ook zou zijn aangegaan met een onafhankelijke derde.

Tip!
Heeft u al een leningsovereenkomst, laat deze dan regelmatig door ons checken. Zo bent u er zeker van dat alles nog steeds in orde is.

Lenen aan de bv
Leent u geld aan uw bv, dan is de zakelijke rente die de bv aan u betaalt als bedrijfslast aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. U zelf krijgt te maken met de TBS-regeling. Dat betekent dat de rente op de geldlening in box 1 progressief is belast. Ook hiervoor geldt de TBS-vrijstelling van 12%. Wordt er een onzakelijk hoge rente afgesproken? Dan wordt voor de aftrekbare rente (bij de bv) en de belastbare rente (bij de dga) uitgegaan van een normale zakelijke rente. Het meerdere, niet-zakelijke voordeel wordt mogelijk gezien als een vermomde winstuitdeling en is bij u belast in box 2 (aanmerkelijk belang) en bij de bv (als verkapt dividend) niet aftrekbaar.

Lenen van de bv
Leent u geld van uw bv, dan kunt u dit doen in uw hoedanigheid als werknemer of als aandeelhouder. Het is belangrijk om dit van tevoren vast te stellen, omdat de fiscale gevolgen in beide situaties anders zijn.

Let op!
Voorkom bij het lenen dat de bv in financiële problemen kan komen. De bv moet aan haar (betalings)verplichtingen kunnen blijven voldoen. Dit is van nog groter belang als de bv ook een pensioen of stamrecht in eigen beheer heeft.

Bij een personeelslening – u leent in uw hoedanigheid als werknemer – kan sprake zijn van een rentevoordeel. Dat is het geval als u geen of minder rente betaalt over de lening dan bij een kredietverlener. Het rentevoordeel vormt voor de waarde in het economisch verkeer belastbaar loon. Deze waarde kunt u bepalen door de rente van verschillende banken te vergelijken. Het belaste rentevoordeel kan worden opgenomen in de ‘vrije ruimte’ van de werkkostenregeling.

Er is een uitzondering als u de personeelslening gebruikt voor de eigen woning. Het rentevoordeel van een dergelijke lening moet tot uw belastbaar loon worden gerekend. Het voordeel is loon in natura waarover uw bv als werkgever verplicht loonheffingen moet berekenen. Het belaste rentevoordeel mag dus niet worden opgenomen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Wel mag u het belastbare eigenwoningrentevoordeel in aftrek brengen binnen de eigenwoningregeling in uw aangifte inkomstenbelasting. Het maximum aftrekpercentage is voor 2020 bepaald op 46.

Gebruikt u de lening voor het kopen van een (elektrische) fiets of elektrische scooter, dan is het rentevoordeel onbelast.

Let op!
Soms kan de Belastingdienst zich op het standpunt stellen dat een personeelslening voor een dga niet mogelijk is. Dit is met name het geval als de mogelijkheid van een personeelslening alleen openstaat voor de dga zelf en niet voor andere werknemers van de bv.

Als u als aandeelhouder leent, staat ook hier het zakelijke handelen voorop. Leent u voor consumptieve doeleinden of bijvoorbeeld om hiermee in privé te beleggen, dan valt de lening als schuld bij u in box 3. De door u aan de bv betaalde rente is bij u niet aftrekbaar, maar bij de bv als ontvangen rente wel belast.

Let op!
Geld lenen van de bv voor beleggingen in privé is alleen aantrekkelijk als het rendement op deze beleggingen hoger is dan de nettorente die u aan de bv moet betalen.

Rekening-courant
In de praktijk hebben veel dga’s een rekening-courantverhouding met de bv. Bij een rekening-courant met afwisselende debet- en creditstanden heeft de staatssecretaris van Financiën goedgekeurd dat er onder voorwaarden geen rente in box 1 in aanmerking hoeft te worden genomen als het saldo van de rekening-courantverhouding gedurende het kalenderjaar niet hoger is dan € 17.500 positief en niet lager is dan € 17.500 negatief. De bv mag in dat geval de rente niet in aanmerking nemen. U mag een eventuele rekening-courantschuld niet in box 3 opnemen.

Let op!
Zodra het saldo op de rekening-courant hoger is dan € 17.500, moet er over het hele jaar over het hele bedrag rente worden berekend.

Sparen in de bv
U kunt ook sparen in uw bv en privékapitaal als vermogen in de bv brengen. Het werkelijke rendement is dan bij de bv belast, in plaats van een forfaitair rendement dat bij u in box 3 belast is en hoger wordt verondersteld naarmate uw vermogen groter is. Met name als u de risico’s van beleggen wilt vermijden, is dit een optie om te overwegen.

Let op!
Vanaf 2022 is men voornemens de belastbaarheid van vermogen in box 3 te wijzigen en het rendement afhankelijk te maken van de vraag of uw vermogen al dan niet op een spaarrekening staat. Als de heffing in box 3 inderdaad op deze manier gewijzigd wordt, is er nauwelijks meer verschil in te betalen belasting tussen sparen in de bv of in privé.

Let op!
Sparen in de bv kan ook dan nog wel aantrekkelijk zijn als u toeslagen krijgt. Vermogen in uw bv telt immers niet mee voor de vermogenstoets die bij toeslagen geldt en die als gevolg heeft dat u vanaf een bepaald vermogen geen recht meer heeft op de meeste toeslagen.

Wetsvoorstel nieuwe maatregelen
Het kabinet wil per 1 januari 2022 een rekening-courantmaatregel invoeren om excessief lenen van de dga bij de eigen bv te ontmoedigen, in de volksmond ‘dga-taks’ genoemd. Hiervoor is een wetsvoorstel in de maak. De maatregel houdt kort gezegd in dat het bedrag dat boven € 500.000 wordt geleend bij de dga als inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerking wordt genomen. De drempel van € 500.000 in de rekening-courant geldt voor de dga en zijn partner gezamenlijk. Deze maatregel geldt voor alle schulden, ongeacht waarvoor deze zijn aangegaan. Alleen bestaande en nieuwe eigenwoningschulden zijn uitgezonderd.

Let op!
Het wetsvoorstel moet nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Lenen voor de eigen woning
De bv kan u ook een lening verstrekken voor de aanschaf, verbouwing of het onderhoud van een eigen woning. Uitgaande van een reële leningsovereenkomst is de rente voor u als eigenwoningrente aftrekbaar in box 1 tegen maximaal een tarief van 46% (2020) en bij de bv belast. Met ingang van 2013 moet een nieuwe eigenwoninglening aan aflossingseisen voldoen om voor renteaftrek in aanmerking te komen. Heeft u uw bestaande eigenwoninglening bij de bv sindsdien verhoogd, dan moet u voor deze verhoging ook rekening houden met de nieuwe regels. Voor het nieuwe leningdeel is de rente alleen nog aftrekbaar als de lening in maximaal dertig jaar en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost.

Let op!
Heeft u sinds 1 januari 2013 geld geleend voor de eigen woning bij de bv, dan geldt voor u een informatieplicht. U moet de Belastingdienst tijdig informeren over deze hypothecaire geldlening. Gegevens van de eigenwoninglening bij de bv kunt u doorgeven via uw jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting.

Let op!
De aftrek van de hypotheekrente in de hoogste belastingschijf is dit jaar (2020) beperkt tot 46% en volgend jaar tot 43% (2021). Het kabinet wil de hypotheekrenteaftrek versneld stapsgewijs verder beperken tot 37,05% in 2023.

Tot slot
U kunt voordelig uit zijn als u zakendoet met uw eigen bv. In deze advieswijzer staan slechts enkele mogelijkheden benoemd. Wij vertellen u er graag meer over.

Door |2020-04-15T17:12:27+02:0015 april 2020|Blog van NBC Eelman & Partners|Reacties uitgeschakeld voor Zakendoen met uw eigen bv