FelienDeRidder

Over Felien de Ridder

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Felien de Ridder has created 1589 blog entries.
  • Advieswijzer Auto: zakelijk of privé?

Advieswijzer Auto: zakelijk of privé?

Zet ik de auto op de zaak of houd ik hem liever privé? Wat is fiscaal de beste optie? Wat zijn voor mij de belangrijkste voor- en nadelen van zakelijk rijden en wat weegt dan het zwaarst? Vragen waar veel ondernemers mee worstelen. In deze advieswijzer zetten we een aantal regels voor je op een rij, zodat je voor jezelf de balans kunt opmaken. Hierbij hebben we ook alvast enkele wijzigingen vermeld die per 2027 van kracht worden.

Rekensom is niet eenvoudig

Het is niet eenvoudig om te beoordelen wat voordeliger is: een auto op de zaak of in privé rijden. De beoordeling is namelijk afhankelijk van een groot aantal factoren, zoals de hoogte van de afschrijvingen, de onderhoudskosten, de verzekeringskosten, de motorrijtuigenbelasting, eventuele financieringskosten, de CO2-uitstoot van de auto, het aantal in een jaar te rijden privé- en zakelijke kilometers, de btw-gevolgen, de bijtelling en vanaf 2027 de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s.

Als je deze gegevens helder voor ogen zou hebben, kun je berekenen wat het voordeligst is. Over het algemeen zijn deze gegevens echter niet volledig bekend en zal van schattingen moeten worden uitgegaan. De werkelijkheid kan dan afwijken van de berekeningen. Vervolgens moet je ook nog rekening houden met belastingtarieven, inkomensafhankelijke heffingskortingen en andere fiscale regelingen, die regelmatig wijzigen.

Let op! Ben je ondernemer in de inkomstenbelasting, dan mag je bij de aanschaf doorgaans kiezen of je de auto tot je ondernemingsvermogen rekent of tot je privévermogen. Die keuze heb je echter niet als je maar maximaal 500 kilometer per jaar privé met de auto rijdt. Je moet de auto dan verplicht tot het ondernemingsvermogen rekenen. Rijd je minder dan 10% van het aantal kilometers zakelijk, dan moet je de auto verplicht tot het privévermogen rekenen.

Auto van de zaak

De auto van de zaak heeft een aantal voordelen:

  • Als je de auto tot het ondernemingsvermogen rekent, worden de aanschaf- en alle overige (auto)kosten betaald door je onderneming.
  • Je kunt de overige autokosten – denk aan bijvoorbeeld onderhoud, brandstof, verzekering, motorrijtuigenbelasting, maar ook financierings-, parkeer- en waskosten – aftrekken van de winst van je onderneming en bovendien jaarlijks de afschrijving op de auto ten laste van de winst brengen.
  • Voor auto’s zonder CO2-uitstoot op waterstof of zonnecellen heb je recht op milieu-investeringsaftrek (zie hierna). Dat geldt niet voor de eventuele laadpaal.
    Schaf je in 2026 een milieuvriendelijke auto aan en reken je deze tot het ondernemingsvermogen, dan kom je mogelijk in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek (MIA). De MIA geldt in 2026 alleen nog voor een waterstofpersonenauto en voor een personenauto op zonnecellen met een CO2-uitstoot van 0 gr/km. Er gelden verschillende aftrekpercentages en er zijn maxima gesteld aan de in aanmerking te nemen investeringsbedragen.
Soort auto MIA % Maximaal in aanmerking te nemen investeringsbedrag
 Waterstofpersonenauto 45% over 90% van investeringsbedrag  € 75.000
Zonnecel-personenauto 36% over 90% van investeringsbedrag  € 100.000

De auto van de zaak brengt ook een aantal nadelen met zich mee:

  • Bij verkoop van de auto realiseert jouw onderneming mogelijk een belaste winst. Het kan echter ook dat je een aftrekbaar verlies realiseert.
  • Als je de auto van de zaak ook privé gebruikt, krijg je in de meeste gevallen te maken met een bijtelling privégebruik auto.
  • Vanaf 2027 moet de bv van een dga rekening houden met de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s (daarover straks meer).
  • Jouw onderneming moet btw betalen over de waarde van het privégebruik auto. Kun je dit privégebruik niet bepalen, dan geldt in de regel dat de te betalen btw 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) bedraagt. Na het vierde jaar van aanschaf of ingeval bij de aanschaf geen recht op aftrek van btw bestond, is dit 1,5%.

Let op! Verricht jouw onderneming ook btw-vrijgestelde prestaties, dan kan sowieso een deel van de btw niet in aftrek worden gebracht. Verricht je bijvoorbeeld voor 40% vrijgestelde prestaties, dan kan ook 40% van de btw niet in aftrek worden gebracht. Ook de niet-aftrekbare btw vanwege het privégebruik wordt dan naar rato verminderd. Bij 40% vrijgestelde prestaties is de correctie dan niet 2,7%, maar 60% (100% -/- 40%) x 2,7%. Je kunt immers ook maar 60% van alle btw aftrekken.

Bijtelling privégebruik auto

De fiscale spelregels voor de bijtelling privégebruik auto zijn afhankelijk van jouw ondernemingsvorm. Ben je directeur-grootaandeelhouder (dga) en opereer je vanuit een bv, dan word je voor het privégebruik van de auto belast in de loonbelasting. Vanaf 2027 moet de bv van een dga ook rekening houden met de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s.

Ben je echter een ondernemer die opereert vanuit een eenmanszaak, vof, cv of maatschap, dan word je voor het privégebruik van de auto belast in de inkomstenbelasting. Voor de laatste categorie kan de bijtelling nooit méér bedragen dan de werkelijke kosten van de auto in dat jaar (inclusief afschrijving). Een ondernemer die opereert vanuit een eenmanszaak krijgt voor zichzelf niet te maken met de peudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s (mogelijk wel voor zijn personeel).

Voor de meeste auto’s die vanaf 2017 op kenteken zijn gezet, geldt een standaardbijtelling van 22% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm). Alleen voor auto’s zonder CO2-uitstoot geldt nog een lagere bijtelling. De lage bijtelling is beperkt tot een deel van de cataloguswaarde (met uitzondering van auto’s op waterstof en op zonnecellen). Over het meerdere geldt de normale bijtelling van 22%.

Voor een nieuwe auto gelden in 2026 de volgende bijtellingspercentages en CO2-grenzen:

CO2-uitstoot Bijtelling
 0 (op batterij)  18% tot € 30.000, daarboven 22%
 0 (op waterstof of op zonnecellen)  18% onbeperkt
 Meer dan 0  22%

Je wordt in beginsel niet elk jaar met een nieuw bijtellingspercentage geconfronteerd. Een vastgesteld percentage blijft voor alle auto’s gedurende 60 maanden geldig. Pas na deze periode wordt de bijtelling vastgesteld aan de hand van de dan geldende percentages.

Let op! Voor een in 2027 nieuw aangeschafte auto zonder CO2-uitstoot geldt in 2027 een bijtellingspercentage van 20% tot € 30.000 en 22% daarboven. Voor auto’s op waterstof of zonnecellen is dat 20% over de gehele cataloguswaarde. Voor een in 2028 nieuw aangeschafte auto zonder CO2-uitstoot geldt geen lagere bijtelling meer.

Let op! Een auto met datum eerste toelating tot de weg van uiterlijk 31 december 2016 krijgt na 60 maanden geen bijtelling van 22%, maar van 25%. Dit is alleen anders als het een elektrische auto betreft met een CO2-uitstoot van nul. Hiervoor wordt de bijtelling in 2026 21% tot een cataloguswaarde van € 30.000 en 25% over het meerdere.

Een bijtelling kan achterwege blijven als je kunt bewijzen dat je op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé met de auto hebt gereden. Woon-werkkilometers worden voor de inkomstenbelasting gezien als zakelijk, ook als je thuis gaat lunchen. Voor de btw gelden die kilometers echter als privé.

Let op! Is jouw auto ouder dan 16 jaar? Dan bedraagt de standaardbijtelling in 2026 geen 22% van de cataloguswaarde, maar 35% van de waarde van de auto in het economisch verkeer. Eind 2025 is een wetswijziging aangenomen waarin de leeftijdsgrens per 2027 verhoogd wordt naar 25 jaar en ouder.. Het kabinet denkt nog na over een ander afbouwpad waarbij bijvoorbeeld de verhoging naar 25 jaar niet in een keer maar geleidelijk gebeurd of alleen voor auto’s die in 2026 jonger dan 16 jaar zijn.

Let op! Het kabinet denkt na over een regeling om gebruikte, elektrische auto’s aantrekkelijker te maken voor zakelijke rijders. Gedacht wordt aan een vermindering van de bijtelling voor elektrische auto van vijf tot acht jaar oud. In de augustusbesluitvorming 2026 beslist het kabinet over de invoering van deze greentimerregeling.

Pseudo-eindheffing per 2027

Er wordt per 2027 een pseudo-eindheffing ingevoerd voor werkgevers die hun personeel een personenauto ter beschikking stellen die CO2 uitstoot. Ook voor een dga die in dienst is bij zijn eigen bv en over een personenauto van de zaak beschikt die CO2 uitstoot, is de pseudo-eindheffing van toepassing. De pseudo-eindheffing geldt echter niet voor een ondernemer in de inkomstenbelasting die over een personenauto van de zaak beschikt, maar wel voor de personenauto’s die hij aan zijn werknemers ter beschikking stelt. De pseudo-eindheffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde per jaar en komt voor rekening van de werkgever.

Wanneer geen pseudo-eindheffing?

De pseudo-eindheffing geldt niet:

  • Voor de personenauto die niet privé mag worden gebruikt. Voor deze regeling wordt woon-werkverkeer echter als privé aangemerkt.
  • Tot 17 september 2030 voor personenauto’s die de werkgever vóór 1 januari 2027 al ter beschikking stelt. Vanaf die datum geldt de pseudo-eindheffing wel voor alle ter beschikking gestelde personenauto’s die CO2 uitstoten. Het kabinet heeft aangekondigd de termijn te willen verlengen van 17 september 2030 naar 1 januari 2031.
  • Voor personenauto’s die geen CO2 uitstoten, zoals een elektrische personenauto.
  • Voor auto’s die geen personenauto zijn, zoals een bestelbus.

Het kabinet heeft aangekondigd ook nog uitzonderingen te willen invoeren:

  • voor de vervangende personenauto’s die maximaal veertien kalenderdagen (aaneengesloten) ter beschikking worden gesteld ter vervangging van de vaste auto bij bijvoorbeeld schade of reparatie,
  • tot 1 januari 2031 voor fossiele de ter beschikking stelling van een fossiele personenauto voor één periode van maximaal zeven aaneengesloten kalenderjaar, en
  • voor lesauto’s.

Privéauto

De auto die je in privé aanschaft, heeft een aantal voordelen:

  • De auto blijft jouw privé-eigendom.
  • Bij verkoop van de auto realiseer je in privé mogelijk een onbelaste winst. Het is echter ook mogelijk dat je een niet-aftrekbaar verlies lijdt. 
  • Je krijgt niet te maken met een bijtelling privégebruik auto.
  • Je bv krijgt vanaf 2027 niet te maken met de pseudo-eindheffing voor personenauto’s die CO2 uitstoten.
  • Jouw onderneming hoeft ook geen btw te betalen over de waarde van het privégebruik van de auto. De ondernemer in de inkomstenbelasting kan de auto voor de omzetbelasting overigens tot het ondernemingsvermogen rekenen, ook als de auto voor de winstberekening tot het privévermogen is gerekend. Andersom kan dit ook. De keuze voor de omzetbelasting staat dus los van de keuze voor de inkomstenbelasting. Bij keuze voor ondernemingsvermogen geldt de btw over het privégebruik wel.
  • Je kunt van je bv een belastingvrije onkostenvergoeding ontvangen van € 0,25 per zakelijke kilometer, (tot 1 januari 2026 was dit € 0,23 perkm) (of ten laste van jouw winst brengen als je ondernemer in de inkomstenbelasting bent).
  • Ben je dga, dan kun je mogelijk ten laste van jouw vrije ruimte nog een hogere onkostenvergoeding belastingvrij ontvangen. Deze mogelijkheid is afhankelijk van de hoogte van jouw vrije ruimte en uw andere vergoedingen en verstrekkingen die zijn toegewezen aan de vrije ruimte.
  • Je kunt een deel van de btw op gebruik en onderhoud van de auto in aftrek brengen. Dit kan alleen als jouw onderneming btw-belaste prestaties verricht. Verricht jouw onderneming ook btw-vrijgestelde prestaties, dan zal geen aftrek van btw mogelijk zijn voor de verhouding vrijgestelde prestaties-totale prestaties.

De auto in privé brengt ook een aantal nadelen met zich mee:

  • Je moet zelf in privé de aanschafkosten en alle overige autokosten betalen.
  • Je kunt de gemaakte autokosten niet aftrekken van de winst van jouw onderneming (met uitzondering van de onkostenvergoeding van €0,25/km die jouw onderneming ten laste van de winst mag brengen voor jouw zakelijke kilometers) en je kunt ook de afschrijving op de auto niet ten laste van de winst van jouw onderneming brengen.
  • De btw die je betaalt bij aanschaf van de auto kun je niet in aftrek brengen, tenzij je de auto voor de btw als zakelijk aanmerkt. Je kunt hiervoor kiezen, ook als je de auto voor de inkomstenbelasting als privé aanmerkt.

Let op! Als jouw onderneming nagenoeg alle kosten van jouw privéauto aan je vergoedt, kan jouw privéauto door de Belastingdienst alsnog als auto van de zaak worden aangemerkt.

De keuze: zakelijk of privé?

Het antwoord op de vraag wat voordeliger is, de auto zakelijk of privé, is afhankelijk van allerlei, vaak niet precies bekende omstandigheden en factoren. Dit maakt het lastig om exact te berekenen wat voordeliger is. Toch is er wel een aantal grove vuistregels te geven. Zo is bij lage afschrijvingskosten of bij veel zakelijke kilometers een privéauto over het algemeen voordeliger. Maak echter geen ondoordachte keuze. Wij kunnen aan de hand van alle gegevens een berekening voor jou maken.

Overbrengen naar privé: ondernemer in de inkomstenbelasting?

Staat een auto eenmaal op de zaak, dan kun je als ondernemer in de inkomstenbelasting deze in beginsel niet overbrengen naar privé. Overbrengen naar privé kan alleenals er fiscaal sprake is van een zogenaamde bijzondere omstandigheid. Daarvan is niet vaak sprake. Een bijzondere omstandigheid is bijvoorbeeld een wetswijziging of rechterlijke uitspraak waardoor je een andere keuze gemaakt zou hebben als je dit zou hebben geweten voordat je besliste de auto op de zaak te zetten. Of als je de auto helemaal niet meer zakelijk zou gebruiken (bijvoorbeeld omdat je een nieuwe auto koopt). Dan ben je zelfs verplicht de auto voortaan tot het privévermogen te rekenen. Deze overgang moet plaatsvinden voor de werkelijke waarde, waardoor je – afhankelijk van de fiscale boekwaarde – een boekwinst of -verlies realiseert. Ook voor de btw kan dit gevolgen hebben.

Overbrengen naar privé: ondernemers met een bv

Een auto op naam van uw bv is in beginsel altijd zakelijk. Bij een bv is overbrengen naar privé wel mogelijk, zelfs als er geen bijzondere omstandigheden zijn. Je kunt namelijk de auto altijd van jouw bv aan jezelf als dga verkopen. Vervolgens kun je zakelijke ritten voor de bv maken tegen een vergoeding van € 0,25 per kilometer. 

Let op! Er is onduidelijkheid over de vraag over welk bedrag btw verschuldigd is als een dga de auto overneemt van de bv tegen een lagere prijs dan de marktwaarde. Moet de btw dan berekend worden over deze lagere prijs of over de werkelijke waarde? Twee gerechtshoven en een rechtbank oordeelden hier verschillend over. Advocaat-generaal Ettema adviseerde eind 2025 de Hoge Raad in al deze casussen de btw te berekenen over de werkelijke waarde. In een soortgelijke situatie kun je de btw over de marktwaarde van de auto afdragen en bezwaar maken tegen jouw eigen aangifte. Op die manier stel je jouw rechten zeker als de Hoge Raad duidelijk heeft gemaakt welke visie de juiste is. Bovendien voorkom je op deze manier een boete.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Door |2026-08-01T21:40:29+02:0031 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Auto: zakelijk of privé?
  • Ook expatregeling als looneis naar verwachting gehaald wordt?

Ook expatregeling als looneis naar verwachting gehaald wordt?

De expatregeling (voorheen: 30%-regeling) voor buitenlandse werknemers kan in bepaalde situaties ook worden toegepast bij een lager startsalaris, mits naar verwachting de looneis op jaarbasis wordt gehaald. Dit moet worden getoetst bij het tot stand komen van de arbeidsovereenkomst. Dit vindt rechtbank Noord-Holland.

Expatregeling 

De expatregeling komt er in het kort op neer dat werkgevers een buitenlandse werknemer met een specifieke deskundigheid een percentage van het salaris netto mogen uitbetalen als kostenvergoeding. Het gebruik van de regeling is optioneel. Men mag er dus ook voor kiezen de extra kosten van de werknemer belastingvrij te vergoeden, als dit mogelijk is op basis van de bestaande regelgeving. Je moet deze extra kosten dan wel aannemelijk kunnen maken.

Regeling kent voorwaarden

De expatregeling kent een aantal voorwaarden. Een belangrijke is de deskundigheidseis. In de wettelijke bepalingen is opgenomen dat aan die deskundigheidseis wordt voldaan als de werknemer tenminste een bepaald salaris verdient (de looneis). Voor 2026 is dit €48.013, in bepaalde gevallen is dit € 36.497. In bovengenoemde rechtszaak ging het erom of een helikopterpilote aan de gestelde looneis voldeed.

Wijziging salaris

Bij indiensttreding moest de pilote eerst een opleiding volgen en met succes afronden. Tijdens de opleiding verdiende ze een lager salaris, dat na voltooiing van de opleiding wijzigde in een hoger salaris. Op basis van het lagere salaris voldeed de pilote niet aan de looneis De centrale vraag was of voor de expatregeling ook al van het hogere afgesproken salaris mocht worden uitgegaan.

Zo goed als zeker

Rechtbank Noord-Holland vond dat dit inderdaad is toegestaan. Het hogere loon was immers al afgesproken bij het afsluiten van de arbeidsovereenkomst. Verder bleek uit de feiten onder meer dat de slagingskans voor de pilote vrijwel 100% bedroeg, onder andere als gevolg van haar ervaring. Volgens de rechtbank was dit zo goed als zeker en was daardoor te verwachten dat ze aan de looneis zou voldoen. De rechtbank stond het gebruik van de expatregeling dan ook toe.

Let op!De rechtbank gaf in de uitspraak ook aan dat een en ander getoetst moet worden bij de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst. Als dan niet voldaan wordt aan de looneis, kan een latere wijziging van de arbeidsovereenkomst er niet toe leiden dat alsnog met terugwerkende kracht of vanaf dat moment, voldaan wordt aan de looneis.

Begrip ‘stage’

Voor de expatregeling is ook van belang wat onder een stage moet worden verstaan. De werknemer die van de regeling gebruik wil maken moeten namelijk uit een ander land aangeworven zijn. Bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst mag de werknemer nog niet in Nederland werkzaam zijn. Werkzaamheden in het kader van een stage in Nederland worden daarbij niet aangemerkt als werkzaamheden in Nederland. Rechtbank Zeeland-West-Brabant besliste dat het begrip stage ruim moet worden opgevat. 

In kader van opleiding?

In deze zaak stelde de Belastingdienst dat de gevolgde stage niet aan de eisen voor een stage voldeed, omdat deze niet was gevolgd in het kader van een opleiding. De rechtbank was van mening dat om van een stage te kunnen spreken niet vereist is dat dit in het kader van een opleiding is. Verder is naar het oordeel van de rechtbank ook niet vereist dat sprake is van een opleiding aan een erkende onderwijsinstelling. De gevolgde stage stond in dit geval dan ook niet aan toepassing van de expatregeling in de weg.

Door |2026-08-01T21:40:30+02:0031 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Ook expatregeling als looneis naar verwachting gehaald wordt?
  • Geen strijd Europees recht voor Wet excessief lenen

Geen strijd Europees recht voor Wet excessief lenen

Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap op stelselniveau niet in strijd is met Europees recht.

Wet excessief lenen

De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap, ook wel de dga-taks genoemd, regelt grofweg dat de dga die te veel heeft geleend bij de eigen bv, hierover belasting betaalt in box 2. In 2026 geldt er een drempel van € 500.000 en bedraagt het tarief 24,5% over de eerste € 68.843 inkomen in box 2 (bij fiscale partners het dubbele) en 31% daarboven.

Let op! Voor toepassing van deze drempel van € 500.000 kan meer meetellen dan alleen een lening aan de dga. Verder zijn ook uitzonderingen op de regel mogelijk. Laat je goed informeren over de toepassing van de wet.

Geen strijd Europees recht op stelselniveau

Een belastingplichtige die in 2023 een te grote schuld had aan zijn eigen bv, werd geconfronteerd met de heffing in box 2 over het bedrag van de schuld op 31 december 2023 boven de drempel. De belastingplichtige vond deze heffing in box 2 op stelselniveau in strijd met Europees recht (artikel 1 Eerste Protocol (EP) bij het EVRM en artikel 6 en 7 van het EVRM). De Belastingdienst vond dat er geen strijd was en zo kwam deze zaak voor rechtbank Den Haag.

De rechtbank vond ook dat de heffing op stelselniveau niet in strijd was met Europees recht. De rechtbank onderbouwde dit met onder meer de volgende argumenten. De wet kent volgens de rechtbank een legitiem doel in het algemeen belang, namelijk het voorkomen van uitstel en afstel van belastingheffing. De wetgever heeft ook voldoende rekening gehouden met de mogelijke gevolgen van de wet omdat de heffing in september 2018 al is aangekondigd en uiteindelijk pas vanaf 31 december 2023 effectief was, aldus de rechtbank.

Let op! Mogelijk volgt nog een hoger beroep of legt een andere belastingplichtige dezelfde vraag nog voor aan een andere rechtbank of gerechtshof. Hoewel nooit met zekerheid de kans van slagen voorspeld kan worden, is de kans dat een rechter gaat oordelen dat sprake is van strijd met Europees recht waarschijnlijk klein.

Door |2026-08-01T21:40:32+02:0030 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Geen strijd Europees recht voor Wet excessief lenen
  • Arbeidskorting op (aanvulling) zwangerschaps- en bevallingsuitkering?

Arbeidskorting op (aanvulling) zwangerschaps- en bevallingsuitkering?

Kun je als werkgever de arbeidskorting toepassen op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg (WAZO) aan een werkneemster met zwangerschaps- en bevallingsverlof? En kan dat ook op een aanvulling op deze WAZO-uitkering? En wat moet je doen als de werkneemster al uit dienst is? De Belastingdienst geeft antwoord.

WAZO-uitkering

Een werkneemster die met zwangerschaps- en bevallingsverlof is, heeft recht op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg (WAZO). Betaalt het UWV die uitkering aan jou als werkgever en betaal jij die door? Dan vormt dit loon uit tegenwoordige arbeid waarop je de witte tabel toepast. Dit betekent dat op deze WAZO-uitkering de arbeidskorting van toepassing is. De Belastingdienst is het met deze wetsuitleg eens.

Aanvulling op WAZO-uitkering

Betaal je de werkneemster ook een aanvulling op de WAZO-uitkering, dan geldt voor die aanvulling hetzelfde. De Belastingdienst geeft aan dat ook de aanvulling loon uit tegenwoordige arbeid vormt, waarop je de witte tabel toepast en waarop dus de arbeidskorting van toepassing is.

Werkneemster uit dienst

Als de dienstbetrekking van de werkneemster tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof eindigt, kan het zijn dat je nog een WAZO-uitkering en een aanvulling daarop betaalt na het einde van de dienstbetrekking. Vormt dit dan nog steeds loon uit tegenwoordige dienstbetrekking waarop je de witte tabel en de arbeidskorting toepast?

De Belastingdienst geeft aan dat dit wel geldt voor de WAZO-uitkering die je betaalt na het einde van de dienstbetrekking, maar niet voor de aanvulling op de WAZO-uitkering. Op de aanvulling op de WAZO-uitkering kan de arbeidskorting dus niet worden toegepast.

UWV betaalt WAZO-uitkering

Betaalt het UWV de WAZO-uitkering dan mag ook het UWV de uitkering behandelen als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en de witte tabel toepassen.

Door |2026-08-01T21:40:33+02:0030 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Arbeidskorting op (aanvulling) zwangerschaps- en bevallingsuitkering?

Stikstofgebruiksnorm groenbemesters

Een groenbemester dient ervoor om zoveel mogelijk nutriënten uit de bodem op te nemen, waardoor bemesting hiervan niet voor de hand ligt. Alleen voor niet-vlinderbloemige groenbemesters geldt een extra stikstofgebruiksnorm, vlinderbloemige groenbemesters nemen zelf stikstof op uit de lucht.

Voorwaarden extra stikstofgebruiksnorm
Er is een extra stikstofgebruiksnorm van toepassing, indien:

  • Een niet-vlinderbloemige groenbemester aansluitend op de teelt van granen (geen maïs), graszaad of koolzaad wordt geteeld;
  • Inzaai voor 1 september plaatsvindt;
  • De groenbemester niet voor 1 februari wordt vernietigd.

Hoogte extra gebruiksnorm
De extra stikstofgebruiksnorm bedraagt 60 kg per ha op klei- en veengrond en 50 kg per ha voor zand- en lössgrond.

Voor zand- of lössgrond geldt dat bij de teelt van een groenbemester na graan of koolzaad gerekend mag worden met 100% van de stikstofgebruiksnorm. Wanneer de groenbemester wordt geteeld na gras op bouwland, mag 50% van de stikstofgebruiksnorm gebruikt worden.

Door |2026-07-29T14:01:33+02:0029 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Stikstofgebruiksnorm groenbemesters

Regels uitrijden dierlijke mest komende periode

Bouwland
Op bouwland mag nog tot en met 15 september drijfmest worden uitgereden. Het uitrijden in de periode 1 augustus tot en met 15 september is echter alleen toegestaan, indien:

  • uiterlijk op 15 september een groenbemester wordt ingezaaid, die in elk geval acht weken blijft staan;
  • uiterlijk op 15 september winterkoolzaad wordt gezaaid voor zaadwinning in het volgende jaar;
  • in het aansluitende najaar bloembollen worden geplant.

Het uitrijden van vaste mest op bouwland is op klei- en veengrond het hele jaar toegestaan, op zand- en lössgrond alleen in de periode 1 februari tot en met 31 augustus. Het gehele jaar mag vaste mest gebruikt worden direct voor de aanplant van fruit- en plantsoenbomen op zand- en lössgrond.

Grasland
Het uitrijden van dierlijke mest op grasland is op alle gronden toegestaan tot en met 31 augustus. Op klei- en veengrond mag vaste strorijke mest nog tot en met 15 september worden uitgereden.

Door |2026-07-29T13:58:56+02:0029 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Regels uitrijden dierlijke mest komende periode

Nieuwe maatwerkaanpak moet PAS-melders perspectief bieden

Het ministerie van LVVN heeft op 10 juli 2026 de internetconsultatie geopend over het conceptprogramma ‘Maatwerkaanpak PAS-melders en andere melders’. Met dit programma wil het kabinet ondernemers die door het PAS zonder geldige natuurvergunning zijn komen te zitten, alsnog perspectief bieden op een legale situatie. De consultatie loopt tot en met 21 augustus 2026. Belanghebbenden kunnen gedurende deze periode reageren op het conceptprogramma. Daarna volgt de definitieve vaststelling.

Van legalisatie naar maatwerk
De voorgestelde aanpak laat een verschuiving zien ten opzichte van het eerdere legalisatieprogramma. Waar aanvankelijk vooral werd ingezet op legalisatie met beschikbare stikstofruimte, kiest het kabinet nu voor een bredere maatwerkaanpak. Per ondernemer wordt bekeken welke oplossing het meest passend is. Dat kan bestaan uit vergunningverlening, intern of extern salderen, bedrijfsaanpassing, verplaatsing of – wanneer legalisatie niet haalbaar blijkt – vrijwillige bedrijfsbeëindiging. Rijkszaakbegeleiders kunnen hierbij ondernemers ondersteunen.

Verificatie van bestaande legalisatieverzoeken
Voor agrarische ondernemers die in 2021 een legalisatieverzoek hebben ingediend, is van belang dat dit dossier het uitgangspunt vormt voor de verificatie. Er hoeft dus niet opnieuw uit eigen beweging een volledig dossier te worden ingediend.

Alleen wanneer de provincie vaststelt dat gegevens ontbreken, onduidelijk zijn of niet meer actueel zijn, zal om aanvullende informatie worden gevraagd. De uiterste datum voor het aanleveren van deze gegevens is 1 oktober 2026. De provincie moet uiterlijk 15 januari 2027 vaststellen of aan de voorwaarden is voldaan.

Doelstelling
Na een positieve verificatie wordt samen met de ondernemer toegewerkt naar een maatwerkoplossing. Het kabinet streeft ernaar dat uiterlijk 1 maart 2028 voor alle positief geverifieerde PAS-melders een concreet en uitvoerbaar perspectief op een legale situatie bestaat.

 

Door |2026-07-29T13:50:33+02:0029 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe maatwerkaanpak moet PAS-melders perspectief bieden
  • Gewijzigde regels voor werken met asielzoekers

Gewijzigde regels voor werken met asielzoekers

Als je wilt werken met asielzoekers, dien je goed op de hoogte te zijn van de regels. Per 12 juni 2026 zijn er regels gewijzigd. Er is ook een andere wijziging is aangekondigd.

Werken asielzoeker

Een asielzoeker kan alleen bij je werken als je een tewerkstellingsvergunning (TWV) voor deze asielzoeker hebt. Er gelden dan geen beperkingen in het aantal weken per jaar dat de asielzoeker bij je mag werken. De asielaanvraag moet wel minimaal zes maanden in behandeling zijn voordat de asielzoeker bij je mag werken. Verder moet de asielzoeker een geldig Vreemdelingen Identiteitsbewijs (W-document) hebben.

Let op! Voor statushouders (asielzoekers met een asielvergunning) is geen TWV nodig. Datzelfde geldt voor asielzoekers die stage gaan lopen én een opleiding volgen in Nederland. Een asielzoeker die vrijwilligerswerk doet, heeft ook geen TWV nodig. De werkgever heeft dan wel een vrijwilligersverklaring nodig. Die kan de werkgever aanvragen bij het UWV.

Tewerkstellingsvergunning (TWV)

De TWV vraag je als werkgever aan bij het UWV. Het UWV geeft de TWV af en controleert daarbij ook of je als werkgever genoeg loon betaalt. Het loon moet namelijk marktconform zijn.

Wijzigingen per 12 juni 2026

Vanaf 12 juni 2026 mogen asielzoekers uit veilige landen niet meer werken in Nederland, dus ook niet als hun asielaanvraag al minimaal zes maanden in behandeling is. Hetzelfde geldt voor asielzoekers die liegen bij hun asielaanvraag of die een overdrachtsbesluit hebben. Een overdrachtsbesluit betekent dat een andere EU-lidstaat beslist over de asielaanvraag.

Let op! Deze regels gelden voor asielzoekers met een asielaanvraag vanaf 12 juni 2026.

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bepaalt tot welke categorie een asielzoeker hoort (wel toegestaan om te werken of niet toegestaan om te werken).

Aangekondigde wijziging

De regels voor asielzoekers om te mogen werken, gaan nog verder veranderen. Nu mogen asielzoekers die in de asielprocedure zitten na zes maanden gaan werken, straks mag dat al na drie maanden nadat hun asielprocedure is gaan lopen.

Let op! Het is nog niet bekend vanaf wanneer deze verandering ingaat.

Door |2026-08-01T21:40:34+02:0029 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Gewijzigde regels voor werken met asielzoekers
  • Voorgenomen wijzigingen voor (verhuurde) woningen

Voorgenomen wijzigingen voor (verhuurde) woningen

Het kabinet wil de vastgelopen woningmarkt proberen vlot te trekken. Hiervoor en voor de verduurzaming van huurwoningen is de afgelopen periode een aantal voorstellen gedaan.

Internetconsultatie wetsvoorstel Passende huurcontracten

Zo loopt er van 2 juli tot en met 28 augustus 2026 een internetconsultatie over het wetsvoorstel Passende huurcontracten. De bedoeling is om aan de ene kant huurders sneller huurbescherming te bieden en aan de andere kant voor studenten en arbeidsmigranten de mogelijkheid te bieden om een tijdelijk huurcontract af te sluiten.

Zo wordt verhuur voor korte duur (short stay) in het wetsvoorstel beperkt tot maximaal 30 dagen. Daarmee kan de short stay zonder huurbescherming eigenlijk alleen nog gebruikt worden voor vakantieverhuur.

Voor studenten komt er wel de mogelijkheid om een tijdelijk huurcontract van maximaal twee jaar af te sluiten. Nu kan dat al als een student voor de studie verhuist naar een andere gemeente. Als het wetsvoorstel ongewijzigd wordt aangenomen kan dat straks ook voor een student die al binnen de gemeente woont. Het wordt daarnaast ook mogelijk om met een arbeidsmigrant een tijdelijk huurcontract van maximaal twee jaar af te sluiten.

Let op! Het kabinet staat open om ook andere knelpunten op te lossen die zijn ontstaan na inwerkingtreding van de Wet vaste huurcontracten op 1 juli 2024. In reactie op de internetconsultatie kan iedereen ideeën daarvoor aandragen.

Wetswijziging stimulering hospitaverhuur

Om hospitaverhuur aantrekkelijker te maken is bij de Tweede Kamer een wetswijziging ingediend om hospitaverhuur te stimuleren. Het streven is om met ingang van 1 januari 2027 het mogelijk te maken om:

  • Een tijdelijk hospitaverhuurcontract te sluiten van maximaal vijf jaar met een proeftijd van negen maanden.  De opzegtermijn binnen die proeftijd wordt drie maanden.
  • Het hospitaverhuurcontract te beëindigen bij (gedwongen) verkoop van de woning, bij overlijden van de hospita of bij verhuizing van een hospita die in een huurwoning woont.
  • Op verzoek van de hospita het inkomen van de kamerhuurder niet mee te tellen voor de inkomensafhankelijke huurverhoging.

Huurwoningen verplicht minimaal energielabel D vanaf 2029

Eigenaren van huurwoningen zijn verplicht om hun woningen dusdanig te verduurzamen dat deze uiterlijk op 1 januari 2029 minimaal het energielabel D hebben. Huurwoningen mogen dan niet meer de energielabels E, F of G hebben. Het ontwerpbesluit voor deze wettelijke minimumenergieprestatie-eisen voor huurwoningen is op 10 juli 2026 naar de Tweede en Eerste Kamer gezonden.

Let op! Voor het verduurzamen van je huurwoning kun je als private verhuurder een beroep doen op de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH).

Eenvoudiger optoppen, splitsen en woningdelen

Het kabinet gaat het juridisch makkelijker maken voor gemeenten om het optoppen, splitsen en woningdelen in bestaande gebouwen te faciliteren en belemmeringen weg te nemen. Hierdoor moeten de vergunningstrajecten minder complex en langdurig worden.

Let op!Het kabinet geeft aan dat gemeenten niet hoeven te wachten op de juridische uitwerking van dit voornemen. Via het Nationaal Expertisecentrum Woningbouw (NEW) kunnen gemeenten ook nu al ondersteuning krijgen. 

Door |2026-08-01T21:40:35+02:0028 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Voorgenomen wijzigingen voor (verhuurde) woningen
  • Proposed changes for (rented) homes

Proposed changes for (rented) homes

The government wishes to try to get the stagnant housing market moving again. To this end, and to make rented properties more sustainable, a number of proposals have been put forward recently.

Online consultation on the ‘Appropriate Tenancy Agreements’ Bill 

For example, an online consultation on the ‘Appropriate Tenancy Agreements’ (in Dutch: Passende huurcontracten) Bill is running from 2 July to 28 August 2026. The aim is, on the one hand, to offer tenants rent protection more quickly, whilst, on the other hand, to provide students and migrant workers with the option of entering into a temporary tenancy agreement. 

Under the bill, short-stay lettings are limited to a maximum of 30 days. This means that short-stay lettings without rent protection can effectively only be used for holiday lettings. 

Students, however, will be given the option to enter into a temporary tenancy agreement for a maximum of two years. This is already possible if a student moves to another municipality to study. If the bill is passed without amendment, this will also apply to students who already live within the municipality. It will also become possible to enter into a temporary tenancy agreement of up to two years with a migrant worker. 

Please note! The government is open to resolving other issues that have arisen following the entry into force of the Fixed-Term Tenancy Agreements Act (in Dutch: Wet vaste huurcontracten) on 1 July 2024. In response to the online consultation, anyone can submit ideas on this matter. 

Legislative amendment to encourage subletting 

To make letting rooms more attractive, a legislative amendment has been tabled in the House of Representatives to encourage the letting of rooms (in Dutch: hospitaverhuur). The aim is to make it possible, with effect from 1 January 2027, to: 

  • Enter into a temporary room-let tenancy agreement for a maximum of five years, with a nine-month trial period. The notice period during that trial period will be three months. 
  • Terminate the room rental contract in the event of the (forced) sale of the property, the death of the landlady, or the relocation of a landlady who lives in a rented property. 
  • At the landlady’s request, not to include the room tenant’s income when calculating the income-related rent increase. 

Rented properties must have at least energy label D from 2029 

Owners of rental properties are obliged to improve the sustainability of their properties so that, by 1 January 2029 at the latest, they have at least energy label D. Rental properties may then no longer have energy labels E, F or G. The draft decree setting out these statutory minimum energy performance requirements for rental properties was sent to the House of Representatives and the Senate on 10 July 2026. 

Please note! As a private landlord, you can apply for the Subsidy Scheme for the Sustainability and Maintenance of Rental Properties (SVOH) (in Dutch: Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen) to make your rental property more sustainable. 

Simpler procedures for adding storeys, subdividing and sharing homes 

The government intends to make it legally easier for local authorities to facilitate the addition of extra storeys, the subdivision of properties and shared accommodation in existing buildings, and to remove obstacles. This should make the planning permission processes less complex and time-consuming. 

Please note!The government has stated that local authorities do not need to wait for the legal implementation of this proposal. Local authorities can already obtain support through the National Centre of Expertise for Housing Construction (NEW) (in Dutch: Nationaal Expertisecentrum Woningbouw).   

Door |2026-08-01T21:40:36+02:0028 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Proposed changes for (rented) homes