FelienDeRidder

Over Felien de Ridder

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Felien de Ridder has created 1520 blog entries.
  • Eerste stap in vereenvoudiging winstbelastingen

Eerste stap in vereenvoudiging winstbelastingen

Het ministerie van Financiën is een project gestart over de vereenvoudiging van de winstbelastingen. Ook ondernemers kunnen hun ervaringen met complexe fiscale regels of hoge administratieve lasten via een enquête delen met het ministerie.

Vereenvoudiging winstbelastingen 

Het project over de vereenvoudiging van winstbelastingen gaat over winst uit onderneming in box 1 van de inkomstenbelasting, over de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting en de bronbelasting. 

Enquête 

Via een enquête probeert het ministerie voorbeelden en ervaringen te verzamelen over onderdelen in de fiscale wet- en regelgeving die in de praktijk als complex ervaren worden of die tot veel administratieve lasten leiden. Ondernemers, bedrijven, adviseurs, brancheorganisaties en andere belanghebbenden kunnen hun ervaringen delen via de enquête. 

Let op! De enquête is een eerste stap in het project over de vereenvoudiging van de winstbelastingen. Naar aanleiding van de enquêtes zal nader onderzoek gedaan worden naar de knelpunten. Ook zullen gesprekken hierover gevoerd worden met bedrijven en organisaties.

De enquête vind je via de internetconsultatie vereenvoudiging winstbelastingen of rechtstreeks via deze link

Door |2026-06-16T23:21:55+02:0016 juni 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Eerste stap in vereenvoudiging winstbelastingen
  • Geen langere termijn UWV bij niet tijdig beslissen

Geen langere termijn UWV bij niet tijdig beslissen

Het UWV krijgt van rechtbank Den Haag geen langere termijn dan negen weken om een beslissing te nemen na een beroep tegen het uitblijven van een beslissing waarin medisch advies van een verzekeringsarts nodig is. Hoe kwam rechtbank Den Haag tot deze beslissing?

Voorrang gestopt 

Het UWV heeft sinds januari 2026 de werkwijze aangepast. De prioriteit is komen te liggen op het uitvoeren van de WIA- en Wajong-beoordelingen. Dit betekent dat verzoeken om herbeoordelingen en bezwaarzaken langer blijven liggen. 

Het UWV gaf tot 1 januari 2026 voorrang aan dossiers waarin aanvragers in beroep waren gegaan bij de rechtbank vanwege het niet tijdig beslissen. Daardoor moesten aanvragers die geen beroep hadden ingesteld, langer wachten op een besluit. Vanaf 1 januari 2026 is dit onderscheid komen te vervallen. 

Beroepsprocedure 

Een belanghebbende heeft de mogelijkheid om naar de rechter te stappen als het UWV niet tijdig een beslissing neemt op een verzoek om herbeoordeling of in een bezwaarprocedure. Aan de rechter wordt gevraagd om het UWV te dwingen alsnog snel een besluit te nemen.  

Let op! De belanghebbende moet het UWV eerst schriftelijk in gebreke stellen en een extra termijn van maximaal twee weken geven om alsnog te beslissen. Beslist het UWV niet binnen die extra termijn dan kan pas de gang naar de rechter worden gemaakt. 

De rechter bepaalt vervolgens of het UWV een beslissing moet nemen en zo ja binnen welke termijn. Om zijn uitspraak kracht bij te zetten zal de rechter hier een dwangsom aan verbinden. 

Rechtbank houdt UWV aan beslistermijn van negen weken 

In eerdere procedures in 2025 besliste rechtbank Den Haag over zaken waarbij het UWV geen tijdige beslissing nam omdat er een medisch advies van een verzekeringsarts nodig was. De rechtbank besliste toen dat het UWV binnen zes weken na de uitspraak van de rechtbank een medische beoordeling door een verzekeringsarts moest laten uitvoeren. Verder besliste de rechtbank dat het UWV binnen negen weken een besluit bekend moest maken. 

De rechtbank Den Haag heeft nu voor de situatie vanaf 2026 geoordeeld dat de maximum beslistermijn van negen weken nog steeds passend is. Deze termijn wordt daarom niet verlengd. Bij het bepalen van die termijn heeft de rechter al rekening gehouden met het tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV. 

Het UWV heeft zelf voor de nieuwe werkwijze gekozen waarbij geen voorrang meer wordt verleend aan zaken waarvoor beroep is ingesteld. Dit betekent dat het UWV zich ook bij de financiële gevolgen heeft neergelegd als er een dwangsom moet worden betaald omdat de termijn die de rechtbank in haar uitspraak stelt, niet wordt gehaald. 

Let op! Dit is een oordeel van rechtbank Den Haag. Het is niet bekend of andere rechters hier hetzelfde over denken. 

Door |2026-06-16T23:21:56+02:0016 juni 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Geen langere termijn UWV bij niet tijdig beslissen
  • Aanvragen subsidie praktijkleren uiterlijk 17 september 2026

Aanvragen subsidie praktijkleren uiterlijk 17 september 2026

Tot en met 17 september 2026 17.00 uur is het weer mogelijk om de subsidie praktijkleren aan te vragen. De subsidie van maximaal € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats bied je een tegemoetkoming in de kosten die je maakt voor de begeleiding van een leerling.

Doelgroep 

De subsidie is behalve voor leerlingen in het vmbo, mbo en hbo, het praktijkonderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs (VSO), ook beschikbaar voor promovendi en technologisch ontwerpers in opleiding (toio’s). Elke onderwijscategorie kent zijn eigen voorwaarden om voor de subsidie praktijkleren in aanmerking te komen. 

Tip! Kijk voor de verschillende voorwaarden hier.

Aanvraagperiode 

Aanvragen is mogelijk vanaf 2 juni 2026 9.00 uur tot en met 17 september 2026 17.00 uur. Uiterlijk 30 december 2026 wordt over uw aanvraag een besluit genomen. 

Maximaal € 2.700 

Per praktijk- of leerwerkplaats bedraagt de subsidie maximaal € 2.700. Het definitieve subsidiebedrag is pas bekend nadat alle aanvragen beoordeeld zijn. Het wordt namelijk berekend op basis van het beschikbare budget en het aantal goedgekeurde aanvragen per onderwijscategorie. 

Meer subsidie voor klimaat- en energietransitie 

Krijg je voor een mbo-student subsidie praktijkleren? Dan bestaat mogelijk ook recht op meer subsidie als de mbo-student een opleiding volgt die bijdraagt aan de klimaat- en energietransitie. 
Het gaat hierbij onder meer om opleidingen in de bouw, installatie- en elektrotechniek, werktuigbouw, restauratie, maritieme techniek, voertuigen en mobiele werktuigen, weg- en waterbouw, luchtvaarttechniek, laborant en analist en groenvoorzieningen. Voorwaarde is dat de opleiding voorkomt in bijlage 4 van de Subsidieregeling praktijkleren. 
Je hoeft voor deze extra subsidie niet apart een aanvraag te doen, maar deze loopt mee in de reguliere aanvraag subsidie praktijkleren. 

Let op! De extra subsidie bedraagt maximaal € 500 per student. Voor 2025-2026 is € 7 miljoen beschikbaar. Ook hier wordt het definitieve bedrag berekend op basis het aantal goedgekeurde aanvragen.  

Door |2026-06-16T23:21:57+02:0015 juni 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Aanvragen subsidie praktijkleren uiterlijk 17 september 2026
  • (Mogelijke) wijzigingen in de werkkostenregeling

(Mogelijke) wijzigingen in de werkkostenregeling

Het kabinet heeft in een reactie op een evaluatie van de werkkostenregeling (wkr) laten weten een wijziging in de wkr aan te brengen en na te denken over nog meer wijzigingen. Wat zijn de plannen?

Evaluatie wkr 

SEO Economisch onderzoek (SEO) heeft op 1 juni 2026 een evaluatie van de wkr over de jaren 2019-2024 aan het kabinet aangeboden. Conclusie van de evaluatie is dat de wkr doeltreffend is en deels doelmatig. SEO doet een aantal aanbevelingen om de doelmatigheid te vergroten. Dit zou vooral bereikt worden door de wkr minder complex te maken en de administratieve lasten te verlichten. 

Let op! Hierna wordt alleen ingegaan op de aanbevelingen van SEO waarvan het kabinet heeft aangegeven hier opvolging aan te geven of hierover later een besluit te nemen. De aanbevelingen van SEO die het kabinet niet overneemt, komen hierna niet terug. 

Vrijstelling korting producten uit eigen bedrijf vervalt per 2027 

Al eerder kondigde het kabinet aan dat de gerichte vrijstelling voor kortingen en vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf, met ingang van 2027 vervalt. Deze aanbeveling van SEO wordt opgenomen in de belastingplannen 2027 die op Prinsjesdag 2026 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. 

Afschaffen eerste schijf vrije ruimte 

De vrije ruimte bedraagt in 2026 2% van de loonsom, tot een bedrag van € 400.000 en 1,18% daarboven. De eerste schijf van 2% is met name bedoeld om mkb-ondernemingen tegemoet te komen. SEO constateert onder meer dat de eerste schijf ook bij het niet-mkb terechtkomt en beveelt aan om de eerste schijf af te schaffen. Het kabinet neemt deze aanbeveling mee in de augustusbesluitvorming 2026. Op Prinsjesdag 2026 wordt dan bekend of het kabinet de aanbeveling (deels) overneemt en zo ja, vanaf wanneer. 

Verhoging 80% eindheffing bij overschrijden vrije ruimte 

Naar aanleiding van een aanbeveling van SEO onderzoekt het kabinet een verhoging van de 80% eindheffing die verschuldigd is bij overschrijden van de vrije ruimte. De eindheffing zou dan net zo hoog moeten worden als de gemiddelde marginale belastingdruk. Het kabinet neemt dit mee in de augustusbesluitvorming 2026. Op Prinsjesdag 2026 wordt dan bekend of en zo ja, wanneer de verhoging doorgaat 

Samenloop thuiswerk- en reiskostenvergoeding 

Op dit moment is het niet mogelijk om op één dag zowel een onbelaste thuiswerkvergoeding als een onbelaste reiskostenvergoeding woon-werk te geven. SEO beveelt aan om dit wel mogelijk te maken. Het kabinet neemt hierover bij de augustusbesluitvorming 2026 een besluit. De effecten op CO2-uitstoot en een mogelijk verbod op uitruil van de thuiswerkvergoeding met belast loon worden hierbij onder meer meegenomen. Op Prinsjesdag 2026 zal een en ander duidelijk worden. 

Afschaffen diensttijdvrijstelling bij 25/40 jaar werkjubileum 

Bij een 25-jarig en een 40-jarig werkjubileum is het mogelijk om een maandloon onbelast aan de werknemer te geven. SEO beveelt aan om deze vrijstelling af te schaffen. Het kabinet neemt deze aanbeveling mee in de augustusbesluitvorming 2026. Of de diensttijdvrijstelling wordt afgeschaft en zo ja, vanaf wanneer, wordt dan op Prinsjesdag 2026 bekend. 

Andere (deels) overgenomen aanbevelingen 

Naast de hiervoor beschreven aanbevelingen, neemt het kabinet ook de volgende aanbevelingen (deels) over: 

  • Naar aanleiding van een aanbeveling van SEO over een gerichte vrijstelling voor andere beroepskosten, gaat het kabinet onderzoek doen naar een mogelijke gerichte vrijstelling voor de premie van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering. 
  • Ook de aanbeveling van SEO om praktijkvoorbeelden van het aanwijzen van eindheffingsloon op te nemen in het handboek loonheffingen, neemt het kabinet over. 
  • Daarnaast wil het kabinet de doelmatigheidsgrens van € 2.400 wettelijk gaan vastleggen gecombineerd met een jaarlijkse indexatie. Een voorstel hiervoor moet nog nader uitgewerkt worden. 
  • Verder onderzoekt het kabinet de mogelijkheden om werkgevers te stimuleren hun werknemers te ondersteunen bij het aflossen van de studieschuld. 

Let op! De volledige kabinetsreactie op de evaluatie van de wkr door SEO is hier te lezen.

Door |2026-06-16T23:21:59+02:0015 juni 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor (Mogelijke) wijzigingen in de werkkostenregeling
  • Wat zijn je rechten bij het ontbreken van een emailnotificatie?

Wat zijn je rechten bij het ontbreken van een emailnotificatie?

Je kunt post, waaronder aanslagen, van de Belastingdienst desgewenst digitaal ontvangen via de Berichtenbox. Wat zijn je rechten als de Belastingdienst je geen emailnotificatie stuurt dat er een bericht in je Berichtenbox geplaatst is?

Berichtenbox 

Je Berichtenbox kun je raadplegen op MijnOverheid met je Digid. Je moet hier ook aangeven of je wel of niet per email op de hoogte gebracht wilt worden als er nieuwe post in je Berichtenbox zit. Maar wat nu als de Belastingdienst geen emailnotificatie stuurt?  Hoe zit dat nu en hoe was dat tot en met 2025? 

Tot en met 2025: casus over naheffing parkeerbelasting 

De Hoge Raad heeft zich over deze vraag gebogen in een zaak die handelde over een naheffingsaanslag parkeerbelasting in de periode tot en met 2025. De naheffing was opgelegd in 2022. De automobilist die de naheffing via zijn Berichtenbox had ontvangen, gaf aan dat hij hiervan niet op de hoogte was gebracht met een emailnotificatie. Hij weigerde daarom de aanmaningskosten van acht euro te betalen. 

Gevolgen geen emailnotificatie tot en met 2025 

De Hoge Raad oordeelde dat op grond van de wet de naheffingsaanslag parkeerbelasting op voorgeschreven wijze bekend was gemaakt op het moment dat deze in de Berichtenbox was geplaatst. Een emailnotificatie was daarvoor geen vereiste. 

De Hoge Raad oordeelde ook dat het sturen van een emailnotificatie dat er nieuwe post in de Berichtenbox zit, tot en met 2025 ook nog niet verplicht was. Je kon er tot en met 2025 wel voor kiezen om in je Berichtenbox in te stellen dat je zo’n emailnotificatie wilde ontvangen. Nu de automobilist voor de rechter niet had aangegeven dat hij die keuze had gemaakt, ging de Hoge Raad ervan uit dat hij er niet voor gekozen had om emailnotificaties te ontvangen. De aanslag was verder correct kenbaar gemaakt en dus bleven de aanmaningskosten in stand.  

Wijziging vanaf 2026 

De voorgaande casus was waarschijnlijk anders afgelopen als deze in 2026 had gespeeld. Het sturen van een emailnotificatie in sinds 2026 namelijk wel verplicht, tenzij de beoogde ontvanger van het bericht in de Berichtenbox heeft ingesteld dat hij geen emailnotificaties wil ontvangen. 

Gevolg niet verzonden emailnotificatie vanaf 2026 

Verstuurt de Belastingdienst geen emailnotificatie, dan kan een termijnoverschrijding (bijvoorbeeld de zes weken termijn waarbinnen je bezwaar moet maken), niet aan jou worden tegengeworpen. Dit is uiteraard anders als je hebt ingesteld dat je geen emailnotificatie wilt ontvangen. In dat geval komt de termijnoverschrijding wel voor jouw rekening. 

Gevolg niet ontvangen emailnotificatie vanaf 2026

Heeft de Belastingdienst wel een emailnotificatie gezonden, maar heb jij die niet ontvangen? Dan kan een termijnoverschrijding je ook niet worden tegengeworpen. Voorwaarde hierbij wel is dat het redelijkerwijs niet jouw schuld is dat je de emailnotificatie niet hebt ontvangen. Als je bijvoorbeeld geen of een foutief emailadres hebt opgegeven of een wijziging van je emailadres niet doorgeeft, komt een termijnoverschrijding wel voor jouw rekening. 

Tip! Het laten sturen van een emailnotificatie door de Belastingdienst biedt vanaf 2026 meer rechtsbescherming. Controleer daarom in je Berichtenbox of is ingesteld dat je emailnotificaties wilt ontvangen. Controleer ook of je email (juist) is opgenomen in je Berichtenbox en geef wijzigingen in je email op tijd door in je Berichtenbox.  

Door |2026-06-16T23:22:00+02:0012 juni 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Wat zijn je rechten bij het ontbreken van een emailnotificatie?
  • Uitzendkracht claimt terecht vast dienstverband

Uitzendkracht claimt terecht vast dienstverband

Een Poolse uitzendkracht die 7 jaar lang bij Albert Heijn (AH) werkzaam was, claimde een vast dienstverband bij AH. De rechter stelde hem in het gelijk.

Wat speelde er? 

Een uitzendkracht werkte sinds 18 juni 2018 via een uitzendbureau bij AH. Sinds 16 maart 2020 was hij in vaste dienst bij het uitzendbureau (fase C contract).  Hij verrichtte vanaf 18 juni 2018 tot 5 november 2019 werkzaamheden voor AH in Geldermalsen en vanaf 5 november 2019 in het distributiecentrum van AH in Pijnacker, in verschillende functies waaronder heftruckchauffeur en orderverzamelaar koel (vanaf 15 augustus 2025). 

Nadat hij herhaaldelijk tevergeefs bij AH gesolliciteerd had voor een vaste functie, solliciteerde hij opnieuw op 21 oktober 2025. Nog diezelfde dag wees AH hem af op basis van gedragsproblematiek en het overtreden van de veiligheidsregels. Per e-mail van 7 oktober 2025 heeft AH aan het uitzendbureau verzocht om een andere uitzendkracht in verband met aanhoudende gedragsproblematiek. Het uitzendbureau heeft de uitzendkracht op 15 oktober 2025 laten weten dat hij niet langer aan AH werd uitgeleend in verband met zijn gedrag.  

Standpunt werknemer 

De werknemer laat het hier niet bij zitten. Hij is van oordeel dat AH misbruik van recht heeft gemaakt, door hem geen vast contract aan te bieden. Hij claimt een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een verklaring voor recht dat de CAO Logistiek van AH op die arbeidsovereenkomst van toepassing is. Daarnaast claimt hij dat als de arbeidsovereenkomst wordt erkend de opzegging van 15 oktober 2025 vernietigd wordt en dat hij weer zal worden tewerkgesteld in de functie van Operator II/Magazijnmedewerker 2 te Pijnacker op basis van 150 uur per vier weken. Tevens vordert hij betaling van het salaris en achterstallig loon en aanmelding bij het pensioenfonds met terugwerkende kracht, wettelijke rente en overige vergoedingen en proceskosten. 

Standpunt werkgever 

AH ageert hiertegen door te stellen dat langdurige inlening gerechtvaardigd is door sectorspecifieke personeelsbehoefte, personeelstekort, mechanisering, taaleisen en ontziemaatregelen uit de CAO Logistiek. Daarnaast wijst AH op de verantwoordelijkheid van het uitzendbureau voor de inzet van personen. Ook wijst AH op gedrags- en disfunctioneringsgeschiedenis van de werknemer als reden voor het niet aanbieden van een vast dienstverband en het stopzetten van de inlening.  

Oordeel rechter 

De kantonrechter oordeelt dat de werknemer vanaf 18 juni 2018 tot 15 oktober 2025 onafgebroken voor AH heeft gewerkt en dat een periode van ruim zeven jaar niet meer als tijdelijk kan worden aangemerkt. De door AH aangevoerde argumenten hiervoor en het beroep op de verantwoordelijkheid van het uitzendbureau vormen geen voldoende objectieve en individuele verklaring voor de lange duur van de terbeschikkingstelling. Waarschuwingen en verbetertrajecten bij de werknemer waren onvoldoende om de lange inlening te rechtvaardigen. Ook vormt het enkele feit dat vaste werknemers moeilijk te vinden zijn, geen toereikende rechtvaardiging voor het langdurig inlenen van juist deze werknemer.

De kantonrechter verwijst naar de bescherming van de Uitzendrichtlijn ((2008/104/EG) en Europese jurisprudentie waaruit naar voren komt dat de inlening van tijdelijke aard moet zijn. Dit betekent dat in dit geval sprake is geweest van misbruik van recht door AH en dat de onafgebroken inlening na 36 maanden had moeten worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De door de werknemer verzochte verklaring wordt toegewezen en bepaald wordt dat hij na ommekomst van de termijn van 36 maanden, dus vanaf 18 juni 2021, werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij AH en dat de cao voor de medewerkers van Logistiek van Albert Heijn van toepassing is. 

Let op! Er wordt nog gewerkt aan een wetsvoorstel waarin geregeld wordt dat er een maximale termijn van 36 maanden gaat gelden voor inleners. Na afloop van die termijn zou de inlener een aanbod moeten doen voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan de uitzendkracht. De rechtspraak loopt hiermee dus op de invoering van het wetsvoorstel vooruit.

Door |2026-06-16T23:22:01+02:0011 juni 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Uitzendkracht claimt terecht vast dienstverband
  • Voor 1 jul 2026 CO2-rapportage vervoer werknemers 2025

Voor 1 jul 2026 CO2-rapportage vervoer werknemers 2025

Werkgevers met 100 of meer werknemers moeten voor 1 juli 2026 de CO2-rapportage inzake het vervoer van hun werknemers over het jaar 2025 insturen. Dit geldt ook nog voor bedrijven tot 250 werknemers.

Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM) 

Werkgevers met 100 of meer werknemers zijn vanaf 1 juli 2024 verplicht te rapporteren over het zakelijke verkeer én het woon-werkverkeer van hun werknemers. Deze verplichting staat bekend onder de naam ‘Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit’, WPM. 

Afschaffing voor bedrijven tot 250 werknemers 

Voor bedrijven tot 250 werknemers wordt de rapportageverplichting hoogstwaarschijnlijk afgeschaft. Nadat de Tweede Kamer daar op 15 april 2025 een motie over aannam, werd het voornemen tot afschaffing op 20 november 2025 aangekondigd. Daarna werd op 2 februari 2026 het besluit met de afschaffing ter internetconsultatie aangeboden.  

Nog niet voor rapportage 2025 

De afschaffing wordt voorgesteld met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Als het voorstel doorgaat betekent dit dat bedrijven tot 250 werknemers over het jaar 2026 geen rapportageverplichting meer hebben. 

Over het jaar 2025 moeten zij, als ze minimaal 100 werknemers hebben, echter nog wel rapporteren. Deze rapportage moet uiterlijk 30 juni 2026 ingeleverd zijn. 

Tip! Kijk voor meer informatie over de rapportageverplichting op RVO.nl

Door |2026-06-16T23:22:02+02:0011 juni 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Voor 1 jul 2026 CO2-rapportage vervoer werknemers 2025

Identificatie en Registratie paardachtigen

De Identificatie en Registratie (I&R) van paardachtigen (paarden, pony’s, ezels en zebra’s) is een Europese verplichting die geldt voor zowel hobbymatig als professioneel gehouden dieren. Het blijkt echter dat nog niet alle paardachtigen in Nederland volledig geregistreerd zijn. Dat brengt risico’s met zich mee bij dierziekte-uitbraken, zoals rhinopneumonie of equine infectieuze anemie. Zulke situaties benadrukken het belang van goede tracering en actuele registratie.

Registratie paardachtigen
Het registreren gebeurt via het chippen van het dier in combinatie met het aanvragen van een paspoort. Dat verloopt via paspoort uitgevende instanties (ppi). Zij mogen dit namens RVO uitgeven en registreren de gegevens van het dier in hun database. Ook zorgen zij dat de gegevens in de Nederlandse centrale database komen.

Wanneer en hoe aanvragen?
Een veulen moet binnen 9 maanden na de geboorte een paspoort en een chip (transponder) hebben. Wanneer het veulen binnen 6 maanden na de geboorte gechipt wordt, is het zeker dat het paspoort tijdig verkregen wordt.

Registratie locatie
De houder van paardachtigen moet via mijn.rvo.nl een Uniek Bedrijfsnummer (UBN) regelen en de dieren die langer dan 30 dagen op de locatie worden gehouden hieraan koppelen.

Consequenties niet registreren

  • Wanneer dieren niet zijn geregistreerd kan dit leiden tot een schriftelijke waarschuwing, een last onder dwangsom, een andere bestuursrechtelijke maatregel of in ernstige gevallen het opmaken van een proces-verbaal.
  • Een dier zonder correcte registratie of zonder geldig paspoort mag niet zomaar worden vervoerd.
  • Ook is er een sanctie mogelijk wanneer GLB-subsidies zijn aangevraagd.
Door |2026-06-10T02:00:00+02:0010 juni 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Identificatie en Registratie paardachtigen
  • Btw-verleggingsregeling voor door loonbedrijf ingehuurde loonwerker

Btw-verleggingsregeling voor door loonbedrijf ingehuurde loonwerker

De btw-verleggingsregeling is volgens de Belastingdienst van toepassing op werkzaamheden aan gewassen door een loonwerker in de tuinbouwsector in opdracht van een loonbedrijf.

Btw-verleggingsregeling onderaanneming 

Voor de btw geldt een verleggingsregeling voor het in onderaanneming uitvoeren van een werk van stoffelijke aard met betrekking tot een onroerende zaak. Deze verleggingsregeling zorgt ervoor dat de voor de werkzaamheden verschuldigde btw niet is verschuldigd door de onderaannemer, maar wordt verlegd naar de hoofdaannemer.  

Let op! De hoofdaannemer geeft de voor de dienstverlening van de onderaannemer verschuldigde btw aan in zijn btw-aangifte. Deze btw kan de hoofdaannemer in diezelfde btw-aangifte in aftrek brengen, indien en voor zover de hoofdaannemer recht heeft op aftrek van voorbelasting. 

Gevolgen ten onrechte geen btw-verlegd 

Past de onderaannemer de btw-verleggingsregeling ten onrechte niet toe? Dan heeft hij ten onrechte btw gefactureerd. Deze btw is de onderaannemer wel verschuldigd aan de Belastingdienst, maar de hoofdaannemer kan deze btw in principe niet in aftrek brengen.  

Let op! Onder voorwaarden is het mogelijk om deze ten onrechte gefactureerde btw te herzien. Neem contact op met onze adviseurs wat in uw situatie de mogelijkheden zijn.

Loonwerker ingehuurd door loonbedrijf 

De Belastingdienst heeft de situatie beoordeeld waarin een loonbedrijf als aannemer loonwerk verrichtte voor een opdrachtgever in de tuinbouwsector. Het loonbedrijf huurde, als hoofdaannemer, voor de uitvoering van dat loonwerk een zelfstandige loonwerker in als onderaannemer. 

Het loonwerk bestond uit het toppen, draaien en oogsten van gewassen in de volle grond, frezen en spitten in de grond en schoonspuiten en krijten van de kassen. Omdat de gewassen in de volle grond staan, kwalificeren zij als onroerende zaken. 

Belastingdienst: btw-verleggingsregeling 

De Belastingdienst is van mening dat het loonwerk kwalificeert als werkzaamheden van stoffelijke aard die in onderaanneming worden verricht met betrekking tot het onderhoud en andere dienstverlening aan bomen, planten, gewassen, grond, kassen en andere onroerende zaken. Daarom was in deze situatie de btw-verleggingsregeling van toepassing. De zelfstandige loonwerker moest de verschuldigde btw wegens het loonwerk verleggen naar het loonbedrijf. 

Het loonbedrijf moest de verschuldigde btw aangeven in de btw-aangifte. Omdat het loonbedrijf btw-belaste activiteiten verrichtte, kon het loonbedrijf deze btw in diezelfde btw-aangifte weer in aftrek brengen. 

Let op! Als de btw-verleggingsregeling van toepassing is, mag de zelfstandig loonwerker geen btw op de factuur vermelden. Wel moet de zelfstandig loonwerker het btw-identificatienummer van het loonbedrijf op de factuur vermelden, en de woorden ‘btw verlegd’ zodat duidelijk is dat de btw-verleggingsregeling van toepassing is. 

Geen btw-verlegd tussen loonbedrijf en tuinbouwer 

Op dienst die het loonbedrijf verrichtte aan de tuinbouwer is de btw-verleggingsregeling in principe niet van toepassing. Het loonbedrijf stuurde dan ook een factuur met btw. 

Let op! Dit kan anders zijn als de tuinbouwer wordt aangemerkt als zogenaamde “eigenbouwer”. Daar zal niet snel sprake van zijn, maar neem voor uw eigen situatie contact op met onze adviseurs.

Door |2026-06-16T23:22:04+02:0010 juni 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Btw-verleggingsregeling voor door loonbedrijf ingehuurde loonwerker

Forse stijging pachtnormen per 1 juli 2026

Jaarlijks worden de hoogste toelaatbare pachtprijzen voor akkerbouw- en grasland, tuinland, agrarische bedrijfsgebouwen en agrarische woningen vastgesteld. Er zijn onlangs nieuwe normen gepubliceerd, welke op 1 juli 2025 van kracht worden. De normen zijn dit jaar fors gestegen.

Los bouw- en grasland
De nieuwe pachtnormen 2026 voor los bouw- en grasland zijn geba­seerd op de bedrijfsresultaten van grote en middel­grote akkerbouw- en melkveebedrijven in de periode 2020 tot en met 2024, de pachtnormen 2025 op basis van de jaren 2019 tot en met 2023.

In de melkveehouderij was het gemiddelde inkomen in 2024 aanmerkelijk hoger dan in 2019. Voor de reguliere bedrijven gold dit sterker dan voor de biologische melkveebedrijven. In de akkerbouw lag het landelijke gemiddelde inkomen in 2024 twee keer zo hoog als in 2019. De spreiding in inkomen tussen akkerbouwbedrijven was in 2024 veel groter dan in 2019. Dit feit kan deels verklaard worden door de wisselende weersomstandigheden in 2024, met een uitzonderlijk nat voorjaar (wat zaaien en poten bemoeilijkte) en een zeer natte herfst, waardoor gewassen moeilijk te oogsten waren.

De pachtnormen 2026 zijn in dertien van de veertien pachtprijsgebieden gestegen ten opzichte van de normen 2025. De stijgingen zijn het grootst in Westelijk Holland (23%) en Waterland en Droogmakerijen (17%). Alleen in de regio Zuidwestelijk akkerbouwgebied is de norm met 3% gedaald.

Los tuinland
De regionorm voor los tuinland in Westelijk Holland stijgt met 13% naar € 9.238 per hectare, in de rest van Nederland met 2% naar € 6.185 per hectare.

Agrarische bedrijfsgebouwen
De hoogst toelaatbare pachtprijzen voor agrarische bedrijfsgebouwen worden verhoogd met 5,22%, gebaseerd op de gemiddelde bouwkostenindex over de periode 2021-2025.

Agrarische woningen
De maximale pachtverhoging voor agrarische woningen met pachtovereenkomsten van vóór 1 september 2007 bedraagt 4,1% en 3,65% voor pachtovereenkomsten op of na 1 september.2007. Bij pachtovereenkomsten die ná 31 augustus 2007 zijn ingegaan, worden de maximale huurprijsgrenzen afgeleid van het puntenstelsel uit het huurprijsbeleid voor zelfstandige woonruimten.

Toepassing regionormen en veranderpercentages
De regionormen en veranderpercentages zijn van toepassing op reguliere pacht, geliberaliseerde pacht langer dan zes jaar en andere pachtvormen waarvoor pachtprijsbescherming geldt.

Door |2026-06-09T19:29:53+02:009 juni 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Forse stijging pachtnormen per 1 juli 2026