FelienDeRidder

Over Felien de Ridder

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Felien de Ridder has created 1578 blog entries.
  • Duits pensioen slechts deels in Nederland belast

Duits pensioen slechts deels in Nederland belast

Het in Duitsland opgebouwde pensioen van een inwoner van Nederland mocht volgens de Hoge Raad niet geheel door Nederland belast worden. Wat speelde hier?

Duits pensioen

Een inwoner van Nederland woonde en werkte meer dan 17 jaar in Duitsland. Hij was gedurende die tijd verplicht verzekerd voor de Deutsche Rentenversicherung (een Duits pensioen). Van de premies die hij voor dit Duitse pensioen betaalde was 45 procent aftrekbaar in Duitsland.

Volledig belast?

In 2018 woonde hij het hele jaar in Nederland en ontving hij uitkeringen uit het Duitse pensioen. De Belastingdienst belaste het volledige bedrag van de uitkeringen.

Of slechts ten dele?

De belastingplichtige vond dat niet terecht en stelde dat Nederland slechts mocht heffen over 45% van de uitkeringen, omdat destijds ook maar 45% van de premies aftrekbaar was in Duitsland. Het gerechtshof volgde hem in dit standpunt en belaste alleen 45% van de uitkeringen en de andere 55% niet.

Hoge Raad: slechts belast voor zover aftrek

De Hoge Raad liet dit oordeel in stand. De uitkeringen waren dus slecht belast voor zover de premies aftrekbaar waren geweest.

Door |2026-07-28T05:21:45+02:0021 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Duits pensioen slechts deels in Nederland belast
  • Vereenvoudiging verlofregelingen met wetsvoorstel Verlofwet

Vereenvoudiging verlofregelingen met wetsvoorstel Verlofwet

Het kabinet wil de huidige wet Arbeid en zorg (Wazo) vervangen door de Verlofwet. Het wetsvoorstel hiervoor is ter internetconsultatie aangeboden.

Verlofwet

De Verlofwet moet zorgen voor een eenvoudiger systeem van verlofvormen. Het betreft een administratieve vereenvoudiging. Dit betekent dat voorwaarden en kenmerken zo veel mogelijk gelijk worden getrokken. Bestaande rechten, zoals de verlofduur en betalingshoogte, blijven zoveel mogelijk gelijk. De Wazo wordt met dit wetsvoorstel geheel herschreven en geherstructureerd.

Let op! Gekozen is voor de nieuwe naam Verlofwet omdat deze beter aansluit bij de inhoud van de wet. Het past ook beter dan de naam “Wet arbeid en zorg”, omdat niet alle regelingen gaan om het verlenen van zorg. Zo regelt de nieuwe wet niet het vakantie- of ziekteverlof.

Drie pijlers

De verlofregelingen in het wetsvoorstel zijn ingedeeld in drie pijlers:

  1. Verlof voor ouders: hieronder vallen het zwangerschaps- en bevallingsverlof, (aanvullend) geboorteverlof en het (betaald) ouderschapsverlof.
  2. Zorg voor naasten: het kortdurend- en langdurend zorgverlof worden samengevoegd tot één zorgverlof.
  3. Persoonlijk verlof: dit betreft onder meer het kort verzuimverlof.

Verlof voor ouders

De verschillende verlofregelingen worden beter op elkaar afgestemd. Zo worden de opnametermijnen voor de meeste verlofvormen gelijkgetrokken naar over het algemeen een half jaar. Verder worden de regels om verlof aan te vragen vereenvoudigd. Dat kan dan straks vooraf, tijdens en na de verlofperiode.

Let op! Bij zelfstandigen wordt straks gekeken naar het inkomen van de zelfstandige (de winst) in plaats van naar het aantal gewerkte uren, omdat dit een representatiever criterium is. 

Verlof voor zorg voor naasten

Er komt één regeling waarbij het kort- en het langdurend zorgverlof wordt samengevoegd tot een verlof van in totaal acht weken. Hierbij blijven de eerste twee weken betaald tegen 70% van het loon en de overige zes weken onbetaald. De regeling wordt door de samenvoeging breder inzetbaar. Het zorgverlof kan straks ook gebruikt worden voor hulp aan naasten (bijvoorbeeld mantelzorg) en palliatieve zorg.

Persoonlijk verlof

Het calamiteiten- en kortverzuimverlof worden opgenomen in het kortverzuimverlof. Voor het overige wijzigt er niets.

Overige wijzigingen

Werkgevers moeten voortaan een werknemer tijdens het verlof met recht op uitkering voorzien van een loon vervangende betaling. Dit vraagt financiële ruimte bij de werkgever. Om werkgevers tegemoet te komen wordt het mogelijk alle uitkeringen vooraf bij het UWV aan te vragen. Hiermee is de periode tussen de loon vervangende betaling en de uitbetaling van de uitkering door UWV zo kort mogelijk.
Ook moeten werkgevers een inschatting maken van het dagloon. Dit kunnen ze doen door te kijken naar het SV-loon (sociale verzekeringsloon) van de werknemer in de referteperiode. Op die manier kan zo dicht mogelijk bij het dagloon worden aangesloten. 

Let op! De internetconsultatie loopt van 29 juni 2026 tot en met 10 augustus 2026. Het nieuwe verlofstelsel zou op 1 januari 2028 moeten ingaan.

Door |2026-07-28T05:21:46+02:0021 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Vereenvoudiging verlofregelingen met wetsvoorstel Verlofwet
  • Vanaf 31 december 2026 arbeidsovereenkomst bij uurtarief onder € 38

Vanaf 31 december 2026 arbeidsovereenkomst bij uurtarief onder € 38

Het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief onder € 38 treedt op 31 december 2026 in werking. Wat betekent dit voor jou als opdrachtgever of opdrachtnemer?

Arbeidsovereenkomst bij uurtarief onder € 38?

De invoering van het rechtsvermoeden betekent niet dat elke opdrachtnemer die werkt tegen een uurtarief onder € 38 automatisch in dienstbetrekking is bij de opdrachtgever. Het betekent wel dat het vermoeden van een dienstbetrekking wordt aangenomen. De opdrachtnemer kan daar een beroep op doen, maar de opdrachtgever heeft de mogelijkheid om aan te tonen dat niet sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Lukt het de opdrachtgever niet om dit aan te tonen, dan heeft de opdrachtnemer recht op alle bescherming die het arbeidsrecht biedt. Denk daarbij aan doorbetaling bij vakanties en ziektes en ontslagbescherming

Niet voor UWV, Belastingdienst en Arbeidsinspectie

De opdrachtwerknemer kan een beroep doen op het rechtsvermoeden, maar het heeft alleen civielrechtelijke werking. Dat betekent dat het UWV, de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie dit rechtsvermoeden niet gaan toetsen. Zij houden hun eigen onderzoeksplicht op basis van de elementen arbeid, loon en gezagsverhouding.

Onmiddellijke werking vanaf 31 december 2026

Het rechtsvermoeden treedt op 31 december 2026 meteen in werking. Heb je een opdrachtnemer die al voor 31 december 2026 werkzaamheden voor je verricht tegen een uurtarief onder € 38? En doet die opdrachtnemer dat vanaf 31 december 2026 nog steeds? Dan bestaat vanaf 31 december 2026 het vermoeden dat deze opdrachtnemer in dienstbetrekking bij je werkt.

Door |2026-07-28T05:21:47+02:0020 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 31 december 2026 arbeidsovereenkomst bij uurtarief onder € 38
  • Wetsvoorstel Wet platformwerk: betere arbeidsvoorwaarden platformwerkers

Wetsvoorstel Wet platformwerk: betere arbeidsvoorwaarden platformwerkers

Het wetsvoorstel Wet platformwerk, voorgekomen uit een in 2024 vastgestelde Europese richtlijn, zorgt voor een gelijker speelveld voor digitale arbeidsplatformen in Europa. Tegelijkertijd krijgen de mensen die werken via zo’n platform betere arbeidsvoorwaarden.

Digitaal arbeidsplatform

Om de positie van platformwerkers te verbeteren, is in 2024 een Europese richtlijn vastgesteld. Bij platformwerk gaat het om werk dat via een digitaal arbeidsplatform wordt georganiseerd, waarbij de contractvorm (werknemer of zelfstandige) niet van belang is. Een digitaal platform is een dienstverlener die via elektronische middelen werk organiseert, opdrachten verdeelt en gebruikmaakt van geautomatiseerde monitorings- of besluitvormingssystemen. Voorbeelden hiervan zijn Uber en Temper.

Richtlijn en wetsvoorstel Platformwerk

De richtlijn beoogt de arbeidsomstandigheden en de bescherming van persoonsgegevens bij platformwerk te verbeteren door:

  • maatregelen te treffen die het eenvoudiger maken de correcte arbeidsrelatie te bepalen van personen die platformwerk verrichten, en
  • de transparantie te bevorderen bij platformwerk.

De richtlijn wordt zo precies mogelijk overgenomen in het wetsvoorstel Wet platformwerk.

Rechtsvermoeden

Om de doelstellingen van de richtlijn te bereiken, regelt het wetsvoorstel onder meer de introductie van een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst voor personen die platformwerk verrichten. Hiervan is sprake als aan tenminste twee van de vijf criteria wordt voldaan:

  • Het platform bepaalt of beïnvloedt de hoogte van de vergoeding.
  • Het platform verdeelt de opdrachten.
  • Het platform houdt toezicht op het werk.
  • De vrijheid om opdrachten te weigeren wordt beperkt.
  • Het platform stelt bindende regels over uiterlijk, gedrag of uitvoering. 

Verplichtingen

Platformbedrijven moeten zich straks  registreren. Ze worden daarnaast verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van werkers. Verder moeten ze een rechtsreeks communicatiekanaal openstellen voor contact met werkers. Verder mag een werkende straks niet langer ontslagen worden via de app.

Algoritmes

Ook zijn in het wetsvoorstel afspraken gemaakt over het gebruik van algoritmes. Zo krijgen platformwerkers inzage in de wijze waarop algoritmes de prijs van een opdracht bepalen en de klussen verdelen. 

Let op!Het wetsvoorstel ligt ter internetconsultatie welke loopt van 29 juni 2026 tot en met 24 augustus 2026.

Door |2026-07-28T05:21:48+02:0020 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Wetsvoorstel Wet platformwerk: betere arbeidsvoorwaarden platformwerkers
  • Wetsvoorstel Wet platformwerk: betere arbeidsvoorwaarden platformwerkers

Wetsvoorstel Wet platformwerk: betere arbeidsvoorwaarden platformwerkers

Het wetsvoorstel Wet platformwerk, voorgekomen uit een in 2024 vastgestelde Europese richtlijn, zorgt voor een gelijker speelveld voor digitale arbeidsplatformen in Europa. Tegelijkertijd krijgen de mensen die werken via zo’n platform betere arbeidsvoorwaarden.

Door |2026-07-20T09:17:20+02:0020 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Wetsvoorstel Wet platformwerk: betere arbeidsvoorwaarden platformwerkers

Melding overmacht of intrekking eco-activiteit bij onvoldoende bedekking

Eind juni heeft RVO vanwege de extreme droogte in april besloten om de ingangsdatum van de minimale bedekking van de eco-activiteiten groene braak en kruidenrijke bufferstroken langs bouwland en grasland uit te stellen van 1 juni naar 1 juli.Verschillende aanvragers hadden op dat moment al een overmachtsmelding ingediend of zelfs de eco-activiteit ingetrokken. Hoe moeten zij handelen?

Overmachtsmelding ingediend
Wanneer de aanvrager vóór 1 juli een melding van overmacht heeft gedaan voor één of meer van deze eco-activiteiten, bleek dit achteraf niet nodig. RVO doet daarom niets met deze melding. In de beschikking wordt de melding wel bevestigd.

Indien er op of na 1 juli nog niet voldoende bedekking is, moet er een (nieuwe) melding van overmacht ingediend worden. Dit geldt ook wanneer in juni al een overmachtsmelding is ingediend.

Eco-activiteit ingetrokken
Wanneer één van de genoemde eco-activiteiten is ingetrokken vanwege onvoldoende bedekking op 1 juni, kan deze eco-activiteit opnieuw worden aangemeld in de Gecombineerde opgave, mits aan alle voorwaarden wordt voldaan. Dit moet wel zo spoedig mogelijk gebeuren.

Door |2026-07-17T13:02:27+02:0017 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Melding overmacht of intrekking eco-activiteit bij onvoldoende bedekking
  • Extra controles bpm-aangiftes

Extra controles bpm-aangiftes

Doe je binnenkort bpm-aangifte (belasting van personenauto’s en motorrijwielen) voor een gebruikt voertuig met behulp van een taxatierapport? Dan kun je rekenen op extra controles door de Belastingdienst.

Wanneer bpm betalen?

De bpm betaal je onder meer als je een nieuwe auto koopt of een (gebruikte) auto importeert. Bij een nieuwe auto gaat het betalen van bpm in principe via de dealer. Importeer je zelf een (gebruikte) auto, dan moet je zelf bpm-aangifte doen en de bpm betalen.

Reactie op belastingontwijking

De Belastingdienst gaat extra controles uitvoeren, waarschijnlijk als reactie op pogingen de te betalen bpm bij import van gebruikte auto’s zoveel mogelijk te drukken. Zo blijkt uit gepubliceerde rechtspraak dat in de praktijk vaak wordt geprobeerd om niet-bestaande schades op te voeren of schades te overdrijven, om zo de waarde van de auto voor de bpm te verminderen.

Korting bpm

Bij import van een gebruikte auto of motor krijg je korting op de te betalen bpm. De korting kan op drie manieren berekend worden. Dit kan met een forfaitaire tabel, een koerslijst of met behulp van een taxatierapport. De laatste methode is er alleen voor voertuigen met meer dan normale gebruiksschade en voertuigen die niet in een koerslijst voorkomen. Deze laatste methode kan op extra aandacht van de Belastingdienst rekenen.

Voorwaarden taxatierapport

Voor het gebruik van een taxatierapport gelden tal van voorwaarden. Zo moet het taxatierapport onder andere afkomstig zijn van een onafhankelijke, erkende taxateur en moet een taxateur verklaren dat hij de waarde naar waarheid heeft vastgesteld na een grondige fysieke opname van het voertuig. 

Tip! Zorg ervoor dat je taxatierapport voldoet aan alle wettelijke eisen, om oponthoud te voorkomen. Op de website van de Belastingdienst vind je de voorwaarden in het kort.

Extra controle

De extra controle betekent dat de Belastingdienst kan vragen het voertuig aan hen te laten zien. Je bent hiertoe dan verplicht. Op die manier kan de Belastingdienst controleren of de aangegeven schade wel klopt. Ook kan de Belastingdienst controleren of het moment van taxatie binnen één maand voor de afronding van de RDW-keuring heeft plaatsgevonden. Zo niet, dan is het taxatierapport niet geldig.

Door |2026-07-28T05:21:50+02:0017 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Extra controles bpm-aangiftes
  • Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen

Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen

De Eerste Kamer heeft op 7 juli 2026 ingestemd met het wetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers. De wet treedt per 1 januari 2028 in werking.

Meer zekerheid over inkomen voor flexwerkers

Werknemers met een flexibel arbeidscontract krijgen door de Wet meer zekerheid flexwerkers per 1 januari 2028 meer zekerheid over hun inkomen en hun werktijd. Het uitgangspunt wordt dat tijdelijke contracten bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Na drie tijdelijke contracten mag er pas na drie jaar weer voor dezelfde werkgever worden gewerkt. Nu is die tussenperiode nog zes maanden. Op die manier wordt beoogd een einde te maken aan draaideurconstructies.

Let op! Voor scholieren en studenten met een bijbaan (maximaal 16 uur per week) blijft de tussenpoos zes maanden. Daarnaast blijft voor seizoensarbeid een onderbrekingstermijn van drie maanden mogelijk.

Bandbreedtecontracten

Ook mogen als uitgangspunt geen nulurencontracten meer worden overeengekomen. Die moeten vervangen worden door bandbreedte contracten. Het verschil tussen het minimum- en het maximumaantal uren mag maximaal 30% bedragen. Oproepen die boven het maximum zitten mag de werknemer weigeren en bij structureel meer werk moet de werkgever een contract met meer uren aanbieden.

Let op! Voor bijbanen van AOW-gerechtigden, scholieren en studenten met een andere hoofdactiviteit geldt een uitzondering.

Uitzendkrachten

Uitzendkrachten moeten minimaal gelijkwaardige arbeidvoorwaarden krijgen als mensen die regulier in dienst zijn. Dit onderdeel treedt eerder in werking, namelijk op 31 december 2026.

Arbeidsmarktpakket

De wet betreft een hervorming van de Nederlandse arbeidsmarkt die moet zorgen voor meer zekerheid voor werknemers en meer wendbaarheid voor ondernemers. Het is de tweede wet van het arbeidsmarktpakket die is aangenomen. Eerder is de wet Invoering rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief al aangenomen.

Door |2026-07-28T05:21:51+02:0016 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen
  • Pensioentransitie gaat laatste fase in!

Pensioentransitie gaat laatste fase in!

De Wet toekomst pensioenen is per juli 2023 ingevoerd, en het overgangsregime loopt tot eind 2027. Alle pensioenfondsen zijn al volop bezig met de transitie of zelfs al klaar. De ‘vrije markt’, werkgevers die de pensioenregeling hebben ondergebracht bij een verzekeraar of PPI zijn echter nog lang niet zover. De einddatum van eind 2027 komt echter steeds dichterbij en zal niet worden verlengd, zo meldde Minister Vijlbrief begin juli 2026 nog.

Deadline 1 oktober 2027

Uiterlijk 1 oktober 2027 moet aan de uitvoerder worden doorgegeven hoe de nieuwe pensioenregeling er vanaf 2028 gaat uitzien. Er zijn dan vijf (globale) keuzes die gemaakt moeten worden. Daarnaast is uiteraard de nodige fine-tuning nodig.

  1. Een middelloonregeling mag niet meer. Deze kan nog omgezet worden in een stijgende beschikbare premiestaffel voor zittende werknemers. Een andere mogelijkheid is om deze direct om te zetten in een flatrate premie, al dan niet met extra compensatie. Nieuwe werknemers moeten vanaf 2028 sowieso een flatrate-premie toegezegd krijgen.
  2. Zittende werknemers per eind 2027 mogen hun bestaande beschikbare premieregeling, met een stijgende staffel, wel gewoon uitdienen. Nieuwe werknemers moeten uiteraard wel een flatrate premie toegezegd krijgen. 
  3. Het nabestaandenpensioen moet voor iedereen, dus ook voor werknemers die onder het overgangsregime vallen, worden aangepast. Dit mag maximaal 50% van het salaris bedragen, en moet op risico-basis verzekerd zijn. Het gemiddelde in de markt ligt overigens ongeveer op 25 á 30%. Het wezenpensioen moet, zonder verdere keuzes, tot 25 jaar duren. Werknemers mogen er niet op achteruitgaan, dus wellicht moet voor sommige werknemers een aanvullend partnerpensioen verzekerd worden. 
  4. Voor nieuwe werknemers vanaf 2028 moet altijd een flatrate premie worden vastgesteld. Deze mag maximaal 30% bedragen van de pensioengrondslag. Ook moet een eventuele eigen bijdrage van de werknemers afgesproken worden. Deze mag afwijken van die van de zittende werknemers. Of dat verstandig is ‘op de werkvloer’ is een andere discussie. 
  5. Tot slot kan aan zittende werknemers een opt-in voor de nieuwe flatrate regeling worden geboden. Dat zij dan ook een hogere eigen bijdrage moeten betalen is dan hun eigen keus. Voor jongere werknemers kan dit een goede optie zijn. Uiteraard worden de kosten voor de werkgever dan (ook) hoger. Een opt-in is daarom ook geen recht.

Ondernemingsraad

De ondernemingsraad moet instemmen met alle wijzigingen. Dit proces duurt vaak maanden, dus ook in dat kader is op tijd beginnen aan te raden. Ook de kostendoorrekeningen vergen tijd en de agenda’s van pensioenadviseurs en -rekenaars lopen vol.

Let op! Let er goed op dat alle pensioenregelingen worden meegenomen, dus ook een netto-pensioenregeling, gesloten pensioenregelingen waarin geen nieuwe werknemers meer mogen deelnemen en excedent- en vrijwillige pensioenregelingen, dus aanvullend op de basispensioenregeling. Ook is het (weer) een goed moment om te checken of alle werknemers deelnemen en/of een afstandsverklaring hebben getekend. 

Tot slot

Natuurlijk zal de minister niet nu al aangeven dat de deadline van 1 januari 2028 wordt verlengd. Dan blijven veel werkgevers natuurlijk niets doen. Maar als het nodig is, zal de deadline echt wel opgerekt worden. Toch lijkt wachten en risico lopen niet verstandig. Aan de slag dus!

Door |2026-07-28T05:21:52+02:0016 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Pensioentransitie gaat laatste fase in!
  • Gefaseerde inwerkingtreding Wet toelating ter beschikking stelling arbeidskrachten (Wtta)

Gefaseerde inwerkingtreding Wet toelating ter beschikking stelling arbeidskrachten (Wtta)

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten regelt dat er voor partijen die werknemers uitlenen (uitleners) een toelatingsstelsel komt. De wet treedt gefaseerd in werking.

Toelatingsstelsel

De wet en het toelatingsstelsel gaan op 1 januari 2027 in. Bedrijven die werknemers willen blijven uitlenen, moeten zich in beginsel vóór die datum bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) melden. Bedrijven die een SNA-keurmerk hebben kunnen later een aanvraag doen.

Let op! De wetsartikelen die nodig zijn voor een goede uitvoering en implementatie van het toelatingsstelsel zijn op 1 juli 2026 als in werking getreden.

Wie vallen er onder uitleners?

De wet richt zich op partijen die arbeidskrachten – dus ook zzp’ers – ter beschikking stellen aan derden (zoals bedoeld in de WAADI). Onder uitleners vallen onder meer:

  • Uitzenders
  • Detacheerders
  • Uitleners van zzp’ers

Let op! Collegiale uitleen, waarbij geen winst wordt gemaakt of in- en uitleen binnen concernverband valt straks niet onder het toelatingsstelsel.

Vrijstelling

Betreft het bedrijven die in zeer beperkte mate arbeidskrachten ter beschikking stellen, dan kunnen ze om ontheffing verzoeken waarbij de volgende voorwaarden gelden:

  • de inkomsten uit het uitlenen zijn minder dan 10% van de totale inkomsten in een jaar, én;
  • die inkomsten zijn niet hoger dan € 5 miljoen per jaar.

Voorwaarden

Om toegelaten te worden, moeten uitleners aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moeten zij beschikken over een actuele Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen (VOG RP), moeten zij aantonen dat zij voldoen aan relevante wetgeving (zoals het wettelijk minimumloon) en moeten zij een waarborgsom van € 100.000 storten (voor startende bedrijven geldt in eerste instantie een waarborgsom van € 50.000 en na zes maanden nogmaals € 50.000). Bedrijven die zich aan de regels houden, krijgen de waarborgsom na vier jaar teruggestort.

Aanvraagloket

Het toelatingsstelsel treedt op 1 januari 2027 in werking. Alhoewel het aanvraagproces dan in werking treedt, gaat het aanvraagloket later open. Bedrijven die werknemers willen blijven uitlenen, moeten tussen 1 mei 2027 en 30 juni 2027 een toelating aanvragen. Het beoordelen van de bedrijven begint vanaf 1 juli 2027.

Overgangsregeling

Er geldt een overgangsregeling voor bestaande uitleners die zich tussen 1 november 2026 en 31 december 2026 hebben aangemeld voor die overgangsregeling. Als zij van 1 mei 2027 tot en met 30 juni 2027 een aanvraag tot toelating doen, kunnen zij personeel blijven uitlenen gedurende de tijd dat de NAU hun aanvraag beoordeelt.

Let op! Uitleners die op 30 juni 2027 een SNA-keurmerk hebben, hoeven geen aanmelding te doen voor de overgangsregeling. Zij moet wel een aanvraag tot toelating doen.

Vergoeding

De uitlener betaalt een eenmalige vergoeding (leges) voor een aanvraag tot toelating of ontheffing aan de NAU, maar daarnaast ook een jaarlijkse vergoeding. De vergoeding voor de behandeling van een aanvraag bedraagt € 1.960, de jaarlijkse vergoeding voor behoud van de toelating € 13.427.

Let op! Deze bedragen worden jaarlijks opnieuw vastgesteld.

Uitleen- en inleenverbod

Ook inleners moeten rekening houden met de Wtta. Zij mogen alleen zaken doen met toegelaten uitleners op straffe van een boete. Het uitleen- en inleenverbod treedt pas met ingang van 2028 in werking. Dit geeft uitleners en inleners de tijd hun bedrijfsvoering aan te passen en zich voor te bereiden op de toelatingsplicht.

In 2027 ligt de nadruk op voorlichting en ondersteuning, waarna de formele handhaving door de Nederlandse Arbeidsinspectie start op 1 januari 2028.

Tip! Meer informatie is te vinden op: www.toelatinguitleenmarkt.nl.

Door |2026-07-28T05:21:53+02:0015 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Gefaseerde inwerkingtreding Wet toelating ter beschikking stelling arbeidskrachten (Wtta)