Voor het scheuren, doodspuiten of vernietigen van grasland gelden afhankelijk van de grondsoort verschillende perioden waarin dit is toegestaan en gelden verschillende voorwaarden. Hieronder volgt een overzicht van de regelgeving die geldt voor het voorjaar.
Zand- en lössgrond
Op zand- en lössgrond mag grasland tussen 1 februari en 10 mei worden vernietigd, mits direct daarna een stikstofbehoeftig gewas wordt gezaaid. Niet toegestaan zijn onder meer de volgende gewassen: erwten, luzerne, spelt en zomergerst.
Na vernietiging van de graszode mag uitsluitend een stikstofbemesting plaatsvinden, indien uit een representatief grondmonster (scheurmonster) blijkt dat dit noodzakelijk is. Dit grondmonster moet zo kort mogelijk vóór het bemesten worden genomen.
Wanneer direct na het scheuren maïs, fabrieks- of consumptieaardappelen worden geteeld, wordt de stikstofgebruiksnorm verlaagd met 65 kg per hectare. In dat geval hoeft geen scheurmonster te worden genomen. De korting op de stikstofgebruiksnorm geldt niet wanneer het gras dat wordt vernietigd in het voorgaande najaar is ingezaaid als verplicht vanggewas na maïs of als niet-vlinderbloemige groenbemester.
Tussen 11 en 31 mei mag grasland op zand- en lössgrond alleen gescheurd worden als direct daarna weer gras wordt ingezaaid. In dit geval geldt een bemonsteringsplicht als men na de vernietiging van de graszode een stikstofbemesting wil toepassen.
Klei- en veengrond
Op klei- en veengrond mag grasland vernietigd worden tussen 1 februari en 15 september. Indien men dit gewas wil bemesten met een stikstofhoudende meststof, moet uit een representatief grondmonster (scheurmonster) blijken dat de aanwezige hoeveelheid stikstof in de grond te laag is voor de stikstofbehoefte van het gewas. Het grondmonster moet zo laat mogelijk voor het bemesten worden genomen. Het gewas moet bemest worden volgens het advies behorend bij het grondmonster.
Vrijstellingen
Grasland mag vernietigd worden als dit nodig is voor de aanleg en het onderhoud van infrastructuur en voor kavelinrichtingswerkzaamheden.
Controles en handhaving
De NVWA en RVO controleren op de naleving van deze regels. Overtredingen kunnen gevolgen hebben voor de gebruiksruimte en (GLB-)subsidies.





