Geen categorie

  • 20 uur werken en toch recht op transitievergoeding op basis van 40 uur

20 uur werken en toch recht op transitievergoeding op basis van 40 uur

Een werknemer die al vanaf 2017 20 uur per week werkte, kreeg in 2026 toch een transitievergoeding op basis van een 40-urige werkweek. Hoe zit dat?

Wat speelde er?

Een werknemer was sinds 1985 in dienst bij de werkgever voor 40 uur per week. Hij werd in 2015 ziek en viel langdurig uit. Hij hervatte zijn werk vanaf 2017 voor 20 uur per week. Hij ontving vanwege zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid (voor 20 uur per week) vanaf 2017 ook een WIA-uitkering.

De werkgever wilde in 2017 het lagere aantal uren formaliseren door middel van een contractaanpassing. De werknemer ging hier niet in mee, omdat hij de mogelijkheid om verder op te bouwen wilde openhouden. Hij bleef de daaropvolgende jaren 20 uur per week werken. Na een nieuwe uitval in 2023 werd hij uiteindelijk volledig en duurzaam arbeidsongeschikt.

De arbeidsovereenkomst werd vervolgens met ingang van 1 april 2026 met wederzijds goedvinden van werkgever én werknemer beëindigd. Partijen kregen echter onenigheid over de hoogte van de transitievergoeding. De werkgever stelde dat deze gebaseerd moest zijn op een 20-urige werkweek. De werknemer vond dat er nog steeds een arbeidsovereenkomst was voor 40 uur per week. Het aantal uren was volgens hem niet aangepast. De transitievergoeding moest daarom gebaseerd worden op een 40-urige werkweek.

Oordeel rechter

De rechter moest eraan te pas komen. De rechtbank ging nog mee met de werkgever en berekende het deel van de transitievergoeding vanaf 2017 op basis van een 20-urige werkweek. Na hoger beroep oordeel het gerechtshof echter anders.

Volgens het gerechtshof was er geen sprake geweest van een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer had immers niet expliciet ingestemd met een structurele vermindering van zijn arbeidsduur. Hij had juist aangegeven geen vermindering te willen en ook had hij zijn wens om zijn uren uit te breiden niet prijsgegeven. De werkgever had niet voldoende laten onderzoeken of uitbreiding van de uren medisch gezien nog mogelijk was. De bedrijfsarts was sinds 2017 zelfs niet meer betrokken geweest. De conclusie was daarom dat de overeengekomen arbeidsduur nog steeds 40 uur per week bedroeg.

Dit had tot gevolg dat de transitievergoeding geen € 29.699,55 bruto, maar het dubbele namelijk 
€ 59.399,10 bruto bedroeg.

Kun je dit voorkomen in de praktijk?

Het is de vraag of je de dubbele transitievergoeding kunt voorkomen in de praktijk.

Als de werknemer uit bovenstaande casus in 2017 akkoord was gegaan met de aangepaste arbeidsovereenkomst, was op dat moment sprake geweest van nieuw bedongen arbeid. Hij had dan ook recht gehad op een pro rato transitievergoeding voor de 20 uur die hij verloren had.

Let op! Nu in deze casus geen sprake was van nieuw bedongen arbeid, had de werkgever bij hernieuwde uitval niet langer de verplichting om het loon tijdens ziekte door te betalen. De werknemer had immers al 104 weken loon ontvangen. Dit is door de Hoge Raad zo bepaald in 2011. Dat is dan weer een voordeel voor de werkgever, maar een nadeel voor de werknemer.

Let op! Het is ingewikkelde materie. Het is van belang om als werkgever goed advies in te winnen en je werknemer goed te informeren over de consequenties van zijn keuze.

Door |2026-09-08T17:49:38+02:008 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor 20 uur werken en toch recht op transitievergoeding op basis van 40 uur
  • Fiscale behandeling laadpaal bij woning werknemer

Fiscale behandeling laadpaal bij woning werknemer

Kun je zonder loonbelasting in te houden een laadpaal plaatsen bij de woning van een werknemer of daar een vergoeding voor geven? Ja, dat kan onder bepaalde voorwaarden. Welke zijn dat?

Eigen auto of auto van de zaak

Als eerste is van belang om vast te stellen of je werknemer met een eigen auto of met een auto van de zaak rijdt.

Eigen auto

Voor een werknemer met een eigen auto vormt het plaatsen van een laadpaal bij de woning of het geven van een vergoeding daarvoor over het algemeen belast loon. Die werknemer mag je namelijk maximaal € 0,25 per zakelijke kilometer onbelast vergoeden. De kosten van een laadpaal zijn in die € 0,25 begrepen.

Dus als je al € 0,25 per zakelijke kilometer vergoedt, zijn de kosten van de laadpaal (inclusief plaatsen) of de vergoeding daarvoor volledig belast loon. Vergoed je een lager bedrag per zakelijke kilometer, bijvoorbeeld € 0,20, dan kun nog € 0,05 per zakelijke kilometer onbelast geven voor de kosten van de laadpaal.

Let op! Als je al € 0,25 per zakelijke kilometer vergoedt, kun je de laadpaal of de vergoeding daarvoor wellicht nog aanwijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (wkr). Dat moet dan wel voldoen aan de gebruikelijkheidstoets.

Auto van de zaak

Rijdt de werknemer in een auto van de zaak, dan kun je onbelast een laadpaal bij de woning van een werknemer plaatsen of een vergoeding daarvoor geven. De kosten van de laadpaal zijn namelijk verwerkt in de bijtelling voor privégebruik auto.

Let op! Rijdt de werknemer aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé? Dan is er geen bijtelling voor privégebruik auto. Ook dan kun je onbelast een laadpaal bij de woning van een werknemer plaatsen of een vergoeding daarvoor geven omdat de laadpaal bedoeld is voor zakelijk gebruik.

Teruggave laadpaal?

Plaats je de laadpaal en gaat daarbij de eigendom over op de werknemer? Dan hoef je geen belast loon in aanmerking te nemen als de werknemer de laadpaal niet teruggeeft bij het einde van de lease- of arbeidsovereenkomst.

Let op! De laadpaal zal door natrekking vaak eigendom worden van de werknemer. Als de werknemer juridische eigenaar is van de grond waar de laadpaal op geplaatst wordt, wordt de werknemer door natrekking namelijk ook eigenaar van de laadpaal.

Het kan zijn dat de leasemaatschappij of werkgever een recht van opstal gevestigd heeft. In dat geval blijft de leasemaatschappij of werkgever de eigenaar van de laadpaal. Als de laadpaal dan niet teruggeëist wordt, zal sprake zijn van belast loon.

Let op! Is de laadpaal eigendom van de werknemer, maar heeft de werkgever een teruggavebeding afgesproken? Dan is ook sprake van belast loon als de werkgever de laadpaal niet terugeist. Hoe hoog dat loon is, is afhankelijk van de waarde van de laadpaal op dat moment.

Door |2026-09-08T17:49:39+02:008 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Fiscale behandeling laadpaal bij woning werknemer
  • Pas op met herroepen schenking van aandelen

Pas op met herroepen schenking van aandelen

Je hebt aandelen in een bv geschonken aan bijvoorbeeld je kind. Vaak is de schenkingsakte de mogelijkheid opgenomen om de schenking te herroepen. Wees je wel bewust van de fiscale gevolgen als je gebruikmaakt van zo’n herroepingsrecht.

Herroeping

De Belastingdienst heeft zich uitgesproken over een casus waarin iemand alle aandelen in een bv schonk aan een ander. In de schenkingsakte was een mogelijkheid opgenomen om deze schenking te herroepen. De schenker maakte gebruik van dit herroepingsrecht waardoor de aandelen weer terugkeerden in zijn vermogen.

Afrekening in box 2

De Belastingdienst heeft aangegeven dat in deze situatie bij de ontvanger van de schenking een afrekening plaatsvindt in box 2. De Belastingdienst vindt namelijk dat in zo’n geval een (fictieve) vervreemding van de aandelen plaatsvindt.

De waarde waartegen de vervreemding plaatsvindt is de waarde in het economische verkeer op het moment van de herroeping. De verkrijgingsprijs van de aandelen voor de ontvanger van de schenking is de waarde in het economische verkeer op het moment van schenking.

In een voorbeeld

Stel dat de waarde in het economische verkeer van de aandelen op het moment van schenking € 1.500.000 is. Als de waarde in het economische verkeer van de aandelen op het moment van herroeping € 2.000.000 is, wordt bij de ontvanger van de schenking een vervreemdingsvoordeel in box 2 in aanmerking genomen van € 500.000. De ontvanger betaalt hierover tot 31% belasting!

Let op! In dit vereenvoudigde voorbeeld van de werkelijkheid is geen rekening gehouden met eventuele uitgekeerde dividenden en eventuele gevolgen van de herroeping hiervoor.

Compensatie?

De (fictieve) vervreemding van de aandelen bij een herroeping van de schenking, kan zuur uitpakken voor de ontvanger van de schenking. Die wordt immers geconfronteerd met een afrekening in box 2, zonder dat hij/zij daar enige invloed op heeft of zelf inkomsten van heeft ontvangen.

Bij het schenken van de aandelen zou in de schenkingsovereenkomst wellicht een verplichting tot compensatie van de ontvanger van de schenking opgenomen moeten worden. Dit in verband met de kennis dat de Belastingdienst een belastbaar feit in aanmerking zal willen nemen bij herroeping van een schenking van box 2 aandelen.

Let op! De schenker profiteert ook van de afrekening die bij de ontvanger van de schenker plaatsvindt in box 2. De verkrijgingsprijs van de aandelen wordt voor de schenker namelijk verhoogd. In het voorbeeld dus naar € 2.000.000.

Tegengeluid?

In de literatuur is overigens niet iedereen het eens met het standpunt van de Belastingdienst. Zo zijn er geluiden dat in deze situatie geen vervreemdingsvoordeel bij de ontvanger van de schenking in aanmerking zou moeten komen. Bij de schenker zou dan zijn oorspronkelijke verkrijgingsprijs van de aandelen weer moeten herleven. Er zijn echter ook geluiden die het standpunt van de Belastingdienst onderschrijven.

Let op! De Hoge Raad moet zich nog over een dergelijke situatie uitspreken. 

Door |2026-09-08T17:49:40+02:007 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Pas op met herroepen schenking van aandelen
  • Ook zakelijke post van Belastingdienst digitaal

Ook zakelijke post van Belastingdienst digitaal

Al eerder kon je kiezen om bepaalde privépost alleen nog digitaal van de Belastingdienst te ontvangen. Voor zakelijke post is dat nu ook mogelijk.

Aangifte en aanslagen inkomstenbelasting (IB)

Het was al mogelijk om in je berichtenbox aan te geven dat je de uitnodiging tot het doen van aangifte IB en je voorlopige en definitieve aanslag IB niet-winst alleen nog digitaal van de Belastingdienst ontvangt.

De digitale post komt in je berichtenbox op Mijn Overheid en/of in je berichtenbox app. Je kunt zo’n keuze weer herzien. Vanaf dat moment ontvang je de post van de Belastingdienst weer op papier.

Let op! Zet wel je e-mailnotificatie aan in Mijn Overheid zodat je een e-mail krijgt als er digitale post is.

Tip! De Belastingdienst heeft op de website een stappenplan voor het kiezen voor digitale post.

Zakelijk post

In Mijn Belastingdienst Zakelijk kun je nu ook doorgeven dat je zakelijke post alleen nog digitaal wilt ontvangen. Je ontvangt dan niet meteen alle zakelijke post digitaal. De Belastingdienst geeft aan dat de eerste brieven over de btw binnenkort digitaal beschikbaar zijn. Daarna komen de overige btw-brieven en tot slot de post over andere zakelijke belastingen digitaal beschikbaar.

Door |2026-09-08T17:49:42+02:007 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Ook zakelijke post van Belastingdienst digitaal
  • VvE kan niet-aftrekbare btw doorschuiven naar leden-ondernemers

VvE kan niet-aftrekbare btw doorschuiven naar leden-ondernemers

Op grond van een al langer geldende goedkeuring mag een Vereniging van Eigenaren (hierna: VvE) de bij haar niet-aftrekbare btw doorschuiven naar haar leden-btw-ondernemers. Dit betekent dat deze leden de aan de VvE gefactureerde btw -naar rato- in aftrek kunnen brengen. In augustus 2026 zijn de voorwaarden van deze goedkeuring versoepeld.

Btw-ondernemerschap VvE

Voor het beheer en onderhoud van gemeenschappelijke delen van een onroerende zaak is een VvE geen btw-ondernemer. Hierdoor is de financiële bijdrage die de leden betalen aan de VvE ook niet belast met btw. Keerzijde daarvan is dat de VvE geen recht heeft op aftrek van btw op kosten die betrekking hebben op deze beheers- en onderhoudsactiviteiten. 

Voor ander activiteiten, zoals de exploitatie van laadpalen of de verhuur van ruimten, kan een VvE wel btw-ondernemer zijn. Daardoor kan een VvE wel recht hebben op aftrek van btw op kosten die betrekking hebben op deze btw-belaste activiteiten van de VvE.

Let op! Als de verhuur van ruimten is vrijgesteld van btw, kan de VvE de btw die daarop betrekking heeft ook niet in aftrek brengen. De onderstaande goedkeuring geldt niet voor deze niet-aftrekbare btw.

Goedkeuring

Omdat de VvE de btw op de beheers- en onderhoudskosten niet in aftrek kan brengen, vormt de btw een kostenpost. Dit kan tot cumulatie van btw leiden als de VvE leden-btw-ondernemers heeft die wel recht op btw-aftrek hebben. Daarom bestond vroeger al een bestendige gedragslijn die in 2011 als goedkeuring is opgenomen in het  Besluit Aftrek van omzetbelasting. Deze goedkeuring houdt in dat de leden-btw-ondernemers de door de VvE niet in aftrek gebrachte btw onder voorwaarden – naar rato- in aftrek mogen brengen. Op deze manier wordt de btw op de beheers- en onderhoudskosten doorgeschoven naar deze leden.

Het bedrag dat zij in aftrek mogen brengen, wordt berekend naar rato van de financiële bijdrage van de betreffende btw-ondernemer aan de vereniging.

Let op! Een ondernemer-lid dat de btw op de beheers- en onderhoudskosten in aftrek brengt op grond van deze goedkeuring, neemt voor de btw-heffing alle rechten en verplichtingen op zich alsof de btw aan hem in rekening is gebracht en alsof hij de beschikkingsmacht over het goed heeft verworven. Dit betekent dat de ondernemer eventueel ook rekening moet houden met de btw-herzieningsregels.

Verruiming goedkeuring in 2026

In de oorspronkelijke goedkeuring stond als voorwaarde dat de VvE niet mocht kwalificeren als btw-ondernemer. Omdat tegenwoordig steeds vaker voorkomt dat een VvE naast haar reguliere activiteiten, waarvoor zij geen btw-ondernemer is, ook btw-belaste activiteiten verricht, is deze voorwaarde verruimd. Nu geldt als voorwaarde voor de doorschuifmogelijkheid dat de VvE de betreffende goederen en diensten waarop de btw drukt, niet als ondernemer heeft aangeschaft. Hierdoor kan een VvE de btw op kosten voor haar reguliere activiteiten doorschuiven naar haar leden-btw-ondernemers, ondanks dat zij wel btw-ondernemer is voor eventuele andere activiteiten.

Door |2026-09-08T17:49:43+02:004 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor VvE kan niet-aftrekbare btw doorschuiven naar leden-ondernemers
  • Fiscale aspecten vergoeding ERE-certificaten bij elektrisch laden

Fiscale aspecten vergoeding ERE-certificaten bij elektrisch laden

Laad je een elektrische auto thuis op met een eigen laadpaal? Dan kun je via zogenoemde ERE-certificaten een vergoeding krijgen. Hoe werkt dat fiscaal als het een auto van de zaak is?

ERE-certificaten

ERE-certificaten (Emissiereductie-eenheden) hebben CO2-besparing als doel. Als je een daarvoor geschikt laadpunt hebt (dat is een laadpunt met een gecertificeerde MID-meter), kun je een vergoeding krijgen voor thuis geladen kWh’s. De hoogte van deze vergoeding is afhankelijk van het aantal geladen kWh’s en de marktwaarde van de certificaten.

Let op! Om voor vergoeding in aanmerking te komen, moet je voldoen aan verschillende voorwaarden. Op de website van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is hierover meer informatie te vinden. Hier vind je ook een lijst met erkende inboekdienstverleners.

Elektrische auto van de zaak

Ook als een werknemer een elektrische auto van de zaak thuis laadt, kan de werknemer in aanmerking komen voor een vergoeding voor de ERE-certificaten. De werknemer vraagt deze zelf aan. De Belastingdienst heeft bevestigd dat deze vergoeding geen loon vormt en dus onbelast is.

Let op! Dit geldt ook voor de dga met een auto van de zaak.

Wel van invloed op werkelijke laadkosten

Vergoed je aan de werknemer de werkelijke laadkosten van de auto van de zaak, dan is dat ook onbelast. Dit zijn namelijk intermediaire kosten. Houd er wel rekening mee dat door de vergoeding voor de ERE-certificaten de werkelijke laadkosten omlaaggaan. Je kunt daarom minder onbelast aan de werknemer vergoeden als de werknemer een vergoeding voor ERE-certificaten ontvangt.

Let op! Dit geldt alleen als je de werkelijke laadkosten vergoed. Heb je met je werknemer afspraken gemaakt over doorlevering van de energie onder zakelijke marktconforme voorwaarden? Dan heeft de vergoeding voor de ERE-certificaten geen invloed op de onbelaste vergoeding. Bij zakelijke marktconforme voorwaarden is namelijk de prijs op de energiemarkt op het moment van het maken van de afspraken bepalend. Neem voor meer informatie hierover contact op met onze adviseurs.

Door |2026-09-08T17:49:44+02:003 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Fiscale aspecten vergoeding ERE-certificaten bij elektrisch laden
  • Geen 2% overdrachtsbelasting bij niet bewonen door claustrofobie

Geen 2% overdrachtsbelasting bij niet bewonen door claustrofobie

Iemand die vanwege claustrofobie de lift niet durfde te gebruiken, kon toch niet 2% overdrachtsbelasting toepassen op de levering van een woning waar hij niet ging wonen. De rechter vond de claustrofobie in dit geval geen bijzondere omstandigheid. Wat speelde hier?

2 of 8% overdrachtsbelasting

Op de levering van een woning is in 2026 in principe 8% overdrachtsbelasting verschuldigd. Gebruik je de woning na aankoop anders dan tijdelijk als hoofdverblijf, dan geldt een tarief van 2%.

Let op! Voor starters geldt, onder voorwaarden, eventueel nog een startersvrijstelling.

Onvoorziene omstandigheden

Het kan zijn dat een koper een woning niet anders dan tijdelijk als hoofdverblijf kan gaan gebruiken door onvoorziene omstandigheden. In zo’n geval wordt de woning dan geacht toch anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt te zijn en kan het 2% tarief van toepassing blijven.

Doorverkoop na iets meer dan een maand

Er moet dan wel echt sprake zijn van onvoorziene omstandigheden. Een koper die een appartement kocht en niet bewoonde, vond dat in zijn geval sprake was van onvoorziene omstandigheden.

De dag na de levering van de woning kwam hij enige tijd vast te zitten in de lift. Door verslechtering van zijn gezondheid, kon hij moeilijk gebruikmaken van de trap. En vanwege zijn claustrofobie durfde hij na het liftincident, niet meer in de lift. Hij verkocht het appartement daarom binnen iets meer dan een maand weer door, zonder er zelf gewoond te hebben.

Claustrofobie geen bijzondere omstandigheid

De rechter vond dat er geen sprake was van onvoorziene omstandigheden. De lift was op het moment van aankoop van het appartement al aanwezig. Bovendien was niet aannemelijk dat sprake was van structurele gebreken of onveilige situaties met de lift. Het vast komen te zitten in de lift, was naar het oordeel van de rechter geen onvoorziene omstandigheid, ook niet in het licht van de claustrofobie.

Gevolg was dat over de levering van de woning 10,4% (het toenmalige tarief) overdrachtsbelasting verschuldigd was in plaats van 2%.

Door |2026-09-08T17:49:45+02:003 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Geen 2% overdrachtsbelasting bij niet bewonen door claustrofobie
  • Tot wanneer is wijziging verdeling inkomen en aftrekposten tussen partners mogelijk?

Tot wanneer is wijziging verdeling inkomen en aftrekposten tussen partners mogelijk?

Fiscale partners kunnen een aantal inkomens- en aftrekposten naar keuze onderling verdelen in hun aangifte inkomstenbelasting (IB). Op die manier kan gekozen worden voor de laagste gezamenlijke belasting. Soms kunnen er echter redenen zijn om die verdeling achteraf te wijzigen. Maar tot wanneer is wijzigen nog mogelijk?

Verdeling inkomen en aftrek

Inkomens- en aftrekposten die je onderling mag verdelen zijn:

  • het saldo van het eigenwoningforfait en aftrekposten van de eigen woning (bijvoorbeeld de hypotheekrente),
  • de aftrek vanwege geen of een kleine eigenwoningschuld,
  • het inkomen in box 2 (aanmerkelijk belang) en ingehouden dividendbelasting,
  • het inkomen in box 3,
  • de persoonsgebonden aftrekposten, dat zijn:
  • de betaalde partneralimentatie en andere onderhoudsverplichtingen,
  • de aftrek ziektekosten,
  • de uitgaven voor tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapte kinderen, broers of zussen, en
  • de aftrekbare giften
  • het restant persoonsgebonden aftrek over vorige jaren.

Let op! In je aangifte kun je voor de verdeling kiezen die voor jullie het gunstigst is.

Tot wanneer wijzigen verdeling?

De wijziging van de verdeling tussen partners kan nog plaatsvinden zolang de aanslagen van de belastingplichtige en zijn partner nog niet onherroepelijk vaststaan. Als je geen bezwaar maakt tegen de definitieve aanslag, staat deze zes weken na de dagtekening onherroepelijk vast. De aanslag staat nog niet onherroepelijk vast, als je tijdig bezwaar of beroep hebt ingesteld en dit nog loopt of er nog geen zes weken verstreken zijn na de uitspraak op bezwaar/beroep.

Let op! Procedeer je door tot aan de Hoge Raad, dan staat je definitieve aanslag na de uitspraak van de Hoge Raad meteen onherroepelijk vast. In dit geval geldt een uitzondering en kunt je daarna nog binnen zes weken verzoeken om wijziging van de verdeling.

Ook wijziging verdeling bij navordering

In geval van een navorderingsaanslag vond de Belastingdienst tot voor kort dat wijziging van de verdeling alleen betrekking kon hebben op inkomen en/of aftrekposten die waren nagevorderd. Alle andere onderdelen uit de al onherroepelijk vaststaande definitieve aanslagen IB konden volgens de Belastingdienst niet opnieuw worden verdeeld. De Hoge Raad was het hier niet mee eens en oordeelde dat de wijziging van de verdeling niet beperkt is tot de inkomensbestanddelen waarop de navordering betrekking heeft.

Geen wijziging verdeling vanwege toeslagen of bij verrekenbare verliezen

In twee andere uitspraken is beslist dat de beperking van de verdeling tot het moment van onherroepelijk vaststaan van de definitieve aanslagen, niet anders wordt vanwege gemiste toeslagen of verliesverrekening. 

Het ging hierbij in een zaak voor rechtbank Gelderland om toeslagen waarop geen recht bestond, omdat te veel vermogen was toegerekend aan een partner. Daardoor werd de vermogensgrens voor de toeslagen overschreden. Dat dit voor de belastingplichtige pas duidelijk werd na vaststelling van het bedrag aan toeslagen, maakte niet dat alsnog verzocht kon worden om een andere verdeling.

In de andere zaak besliste de Hoge Raad dat het verloren gaan van heffingskortingen nadat achterwaartse verliesverrekening was toegepast, eveneens geen reden was de termijn waarbinnen opnieuw verdeeld kan worden te verlengen.

Uitzondering na uitspraak massaalbezwaarprocedure kerstarrest

De Hoge Raad heeft ook geoordeeld dat je nog opnieuw kunt verdelen na de collectieve uitspraak in de massaalbezwaarprocedure van het kerstarrest.

De Hoge Raad oordeelde in 2021 in het kerstarrest dat de forfaitaire box 3-heffing vanaf 2017 in strijd is met het Europees recht. De Hoge Raad bood in die casus rechtsherstel door aan te sluiten bij het werkelijke rendement. Alle bezwaarschriften die meeliepen in de massaalbezwaarprocedure werden vervolgens in een collectieve uitspraak op bezwaar op 4 februari 2022 gegrond verklaard. Hierdoor kwamen die aanslagen allemaal onherroepelijk vast te staan. De Belastingdienst stuurde echter pas ná 4 februari 2022 de nieuwe berekeningen van het box 3-inkomen op basis van het rechtsherstel. 

De Hoge Raad oordeelde dat in zo’n situatie nog wel gekozen kan worden voor een andere verdeling van het box 3-inkomen als dat verzoek gedaan wordt binnen zes weken na de beschikking van de Belastingdienst met de nieuwe berekeningen.

Door |2026-09-08T17:49:46+02:002 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Tot wanneer is wijziging verdeling inkomen en aftrekposten tussen partners mogelijk?
  • Medische btw-vrijstelling voor zelfstandige doktersassistente

Medische btw-vrijstelling voor zelfstandige doktersassistente

Een zelfstandige doktersassistente kan, onder voorwaarden, de medische btw-vrijstelling toepassen.

Zelfstandige doktersassistente

Aan de Belastingdienst is gevraagd of in de volgende situatie de medische btw-vrijstelling geldt. Een doktersassistente werkt als zelfstandige in een zorgcentrum en als waarnemend doktersassistente bij verschillende huisartsenpraktijken.

De doktersassistente heeft een MBO-4-opleiding tot doktersassistente afgerond en volgt elke jaar relevante bij- en nascholing. Zij is niet BIG-geregistreerd maar heeft wel al meer dan 10 jaar kennis en ervaring opgedaan in het beroep.

Zij verricht diverse medische handelingen tijdens de werkzaamheden: bloedafname, vingerprikken, urineonderzoek, vaccineren, toedienen van injecties, verwijderen van hechtingen, wrattenbehandeling, oren uitspuiten, zwachtelen, baarmoederhalsonderzoek, behandelen van (brand)wonden, triage, lichamelijk onderzoek en het maken van hartfilmpjes (ECG’s).

Medische btw-vrijstelling

In principe kan de medische btw-vrijstelling alleen van toepassing zijn op diensten met een therapeutisch doel die een BIG-geregistreerde beoefenaar van een medisch of paramedisch beroep uitvoert.

Maar ook een niet BIG-geregistreerde kan deze btw-vrijstelling toepassen op diensten met een therapeutisch doel als hij/zij aantoont dat hij beroepskwalificaties heeft die zorgen voor een gelijkwaardig kwaliteitsniveau als een BIG-geregistreerde. Dit kan aangetoond worden met een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met relevante kennis en ervaring.
Doktersassistente vergelijkbaar met verpleegkundige

In de hiervoor beschreven casus vindt de Belastingdienst dat de doktersassistente de medische btw-vrijstelling kan toepassen. Dit is het geval omdat:

  • de diensten van de doktersassistente een therapeutisch doel hebben, en
  • kwalitatief soortgelijk zijn aan de gezondheidskundige diensten van een verpleegkundige die wel BIG-geregistreerd is.

Let op!Ben jij zelfstandig doktersassistente met vergelijkbare werkzaamheden en opleiding en ervaring? Dan is de medische btw-vrijstelling ook bij jou waarschijnlijk van toepassing. Overleg hierover met onze adviseurs.

Door |2026-09-08T17:49:47+02:001 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Medische btw-vrijstelling voor zelfstandige doktersassistente
  • Hoe bereken je de 34-dagen drempel uit het verdrag Nederland-Duitsland?

Hoe bereken je de 34-dagen drempel uit het verdrag Nederland-Duitsland?

De Belastingdienst heeft de 34-dagen thuiswerkdrempel uit het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland nader toegelicht.

In de tekst hierna wordt ingegaan op de situatie waarin een inwoner van Duitsland werkt voor een Nederlandse werkgever. De situatie waarin een inwoner van Nederland werkt voor een Duitse werkgever werkt echter hetzelfde.

Let op! Voor overheidswerknemers gelden andere regels.

Belastingverdrag

Het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland bevat afspraken over in welk land welk inkomen belast mag worden. Zo mag Nederland belasting heffen over het loon als een inwoner van Duitsland in Nederland werkt voor een in Nederland gevestigde werkgever.

Werken in woonland

Werkt de inwoner van Duitsland voor de in Nederland gevestigde werkgever in Duitsland? Dan mag Duitsland belasting heffen over het met dat werk corresponderende loon.

Thuiswerkregeling

Om bij thuiswerken niet meteen het heffingsrecht te verleggen naar het woonland, is per 1 januari 2026 de zogenaamde thuiswerkregeling ingevoerd. Een inwoner van Duitsland die voor een Nederlandse werkgever werkt kan hierdoor in een kalenderjaar maximaal 34 dagen buiten Nederland werken, zonder dat het heffingsrecht verplaatst naar buiten Nederland.

Let op! Werkt de Duitse werknemer in een kalenderjaar meer dan 34 dagen buiten Nederland, dan verplaatst het heffingsrecht ook voor de eerste 34 dagen!

Let op! Hoewel het de thuiswerkregeling heet, gaat het niet alleen om de dagen die thuisgewerkt worden. Alle dagen die door de Duitse werknemer in loondienst gewerkt worden buiten Nederland tellen mee voor de 34 dagen drempel.

Meer werkgevers

De Belastingdienst heeft bevestigd dat de 34 dagen-drempel per werknemer geldt. Als een Duitse werknemer dus bij meerdere Nederlandse werkgevers werkt, mag hij voor al die werkgevers totaal niet meer dan 34 dagen buiten Nederland werken.

Werkgever in woonland telt niet mee

Hoe zit het als een inwoner van Duitsland voor een Nederlandse werkgever minder dan 34 dagen in Duitsland werkt, maar ook voor een Duitse werkgever uitsluitend in Duitsland werkt? De Belastingdienst heeft bevestigd dat de dagen die deze inwoner alleen voor de Duitse werkgever werkt, niet meetellen voor de 34 dagen-drempel.

Incidentele werkzaamheden op locatie

Bij de 34 dagen-drempel gaat het niet alleen om de in Duitsland thuis gewerkte dagen. Als een inwoner van Duitsland voor zijn Nederlandse werkgever incidenteel op locatie in Duitsland werkt, tellen deze dagen ook mee, volgens de Belastingdienst.

Let op! De Belastingdienst heeft ook nog vragen beantwoord over een inwoner van Duitsland die zowel voor een in Nederland gevestigde private werkgever werkt als voor een Nederlandse overheidswerkgever. Is zo’n situatie op jou van toepassing, neem dan voor meer informatie contact op met onze adviseurs.

Door |2026-09-08T17:49:48+02:001 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Hoe bereken je de 34-dagen drempel uit het verdrag Nederland-Duitsland?