FelienDeRidder

Over Felien de Ridder

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Felien de Ridder has created 1742 blog entries.
  • Toch overgangsrecht 12% pseudo-eindheffing bij inbreng in bv

Toch overgangsrecht 12% pseudo-eindheffing bij inbreng in bv

De staatssecretaris van Financiën heeft aangegeven dat het overgangsrecht van de 12% pseudo-eindheffing behouden kan blijven, als je een fossiele personenauto inbrengt in een bv. Ook als dit na 31 december 2026 gebeurt mits het een personenauto betreft die op uiterlijk 31 december 2026 ter beschikking stond aan de IB-ondernemer of een werknemer. Daarom is het niet nodig om in verband met een fossiele personenauto in 2026 nog een bv op te richten en je IB-onderneming in te brengen.

Door |2026-10-28T08:15:14+01:0019 oktober 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Toch overgangsrecht 12% pseudo-eindheffing bij inbreng in bv
  • Lagere bijtelling en inruilregeling voor oudere elektrische auto’s

Lagere bijtelling en inruilregeling voor oudere elektrische auto’s

Het kabinet is van plan om vanaf 2029 een greentimerregeling in te voeren voor oudere elektrische auto’s. Voor particulieren is het plan om misschien nog in 2026 een inkomensafhankelijke inruilregeling te introduceren bij demontage van een oudere fossiele auto. Wat weten we al over deze regelingen?

Door |2026-10-15T14:50:15+02:0015 oktober 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Lagere bijtelling en inruilregeling voor oudere elektrische auto’s
  • Lagere bijtelling en inruilregeling voor oudere elektrische auto’s

Lagere bijtelling en inruilregeling voor oudere elektrische auto’s

Het kabinet is van plan om vanaf 2029 een greentimerregeling in te voeren voor oudere elektrische auto’s. Voor particulieren is het plan om misschien nog in 2026 een inkomensafhankelijke inruilregeling te introduceren bij demontage van een oudere fossiele auto. Wat weten we al over deze regelingen?

Door |2026-10-26T07:37:46+01:0015 oktober 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Lagere bijtelling en inruilregeling voor oudere elektrische auto’s

Wanneer telt een boomgroep mee voor het GLB?

Een boomgroep kan meetellen als subsidiabel landschapselement binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Maar wanneer voldoet een groep bomen aan de voorwaarden? Recente uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven geven meer duidelijkheid over de voorwaarden.

Van een boomgroep is sprake wanneer meerdere bomen en struiken samen een herkenbaar, aaneengesloten element vormen. De boomkruinen raken elkaar en er is sprake van ondergroei.

Om mee te tellen voor het GLB moet de boomgroep bovendien voldoen aan de voorwaarden voor subsidiabele landschapselementen. Het element moet grenzen aan landbouwgrond of een ander subsidiabel landschapselement, ter beschikking staan aan de landbouwer, een maximale oppervlakte van 1,5 hectare hebben en correct geregistreerd worden in de Gecombineerde opgave.

Voor het vaststellen van oppervlakte van het element in verband met de maximale omvangseis moet gekeken worden naar de totale oppervlakte van het element, niet naar wie het eigendom of beheer heeft. Een element van bijvoorbeeld in totaal 2 hectare, waarvan twee landbouwers elk 1 hectare in beheer hebben, heeft desondanks een te grote omvang.

Wel moet aan de hand van de feitelijke situatie ter plaatse goed beoordeeld worden of er sprake is van één landschapselement of van meerdere. Een boomgroep groter dan 1,5 hectare mag door RVO niet zonder voldoende onderbouwing als één geheel worden beschouwd wanneer afzonderlijke elementen, zoals struweelranden of een ander bomenbestand, herkenbaar zijn.

Door |2026-10-14T13:27:34+02:0014 oktober 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer telt een boomgroep mee voor het GLB?

Emissienormen voor biologische en extensieve melkveehouderij

Op 26 juni 2026 zijn bedrijfsspecifieke emissienormen voor ammoniak en broeikasgassen voor de melkveehouderij aangekondigd. Het kabinet kijkt daarbij ook nadrukkelijk naar de impact van deze normen op biologische en extensieve bedrijven. De normen moeten ook voor deze bedrijven haalbaar zijn en koplopers niet benadelen.

Ruimte voor andere bedrijfsvoering
De minister van LVVN vindt het belangrijk dat niet alleen technische maatregelen ingezet kunnen worden om aan de emissienormen te voldoen. Maatregelen zoals veel weidegang of een ander rantsoen zullen even goed worden meegerekend in de manier waarop de emissies op een bedrijf worden bepaald. Extensieve bedrijven scoren volgens de minister in de uitgangssituatie gemiddeld 5 tot 10% beter dan gemiddeld intensieve bedrijven.

Extensieve en/of biologische bedrijven
Het handelingsperspectief van extensieve en/of biologische bedrijven kan anders zijn vanwege de bedrijfssituatie of (Europese) regelgeving. Maatregelen zoals mestvergisting en -verwerking of veevoederadditieven kunnen minder passend zijn of vanwege biologische regelgeving niet toegestaan zijn. Er wordt nog gekeken of dit tot aanpassing van de ammoniaknorm voor dit type bedrijven moet leiden en dat voor biologische bedrijven een uitzondering op de klimaatnorm (broeikasgassen) wordt gemaakt.

Onderzoek en verdere uitwerking
Wageningen Livestock Research brengt mogelijke maatregelenpakketten voor een representatieve groep biologische en extensieve bedrijven in beeld. De eerste resultaten worden in het eerste kwartaal van 2027 verwacht. Ook wordt gewerkt aan een rekensystematiek waarmee emissies op bedrijfsniveau betrouwbaar kunnen worden vastgesteld en geborgd.

Op basis van deze onderzoeken besluit het kabinet of de ammoniaknorm voor biologische en extensieve bedrijven moet worden aangepast en hoe een aangekondigde uitzondering op de klimaatnorm voor biologische bedrijven wordt vormgegeven.

Door |2026-10-14T13:27:34+02:0014 oktober 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Emissienormen voor biologische en extensieve melkveehouderij

Emissienormen voor biologische en extensieve melkveehouderij

Op 26 juni 2026 zijn bedrijfsspecifieke emissienormen voor ammoniak en broeikasgassen voor de melkveehouderij aangekondigd. Het kabinet kijkt daarbij ook nadrukkelijk naar de impact van deze normen op biologische en extensieve bedrijven. De normen moeten ook voor deze bedrijven haalbaar zijn en koplopers niet benadelen.

Ruimte voor andere bedrijfsvoering
De minister van LVVN vindt het belangrijk dat niet alleen technische maatregelen ingezet kunnen worden om aan de emissienormen te voldoen. Maatregelen zoals veel weidegang of een ander rantsoen zullen even goed worden meegerekend in de manier waarop de emissies op een bedrijf worden bepaald. Extensieve bedrijven scoren volgens de minister in de uitgangssituatie gemiddeld 5 tot 10% beter dan gemiddeld intensieve bedrijven.

Extensieve en/of biologische bedrijven
Het handelingsperspectief van extensieve en/of biologische bedrijven kan anders zijn vanwege de bedrijfssituatie of (Europese) regelgeving. Maatregelen zoals mestvergisting en -verwerking of veevoederadditieven kunnen minder passend zijn of vanwege biologische regelgeving niet toegestaan zijn. Er wordt nog gekeken of dit tot aanpassing van de ammoniaknorm voor dit type bedrijven moet leiden en dat voor biologische bedrijven een uitzondering op de klimaatnorm (broeikasgassen) wordt gemaakt.

Onderzoek en verdere uitwerking
Wageningen Livestock Research brengt mogelijke maatregelenpakketten voor een representatieve groep biologische en extensieve bedrijven in beeld. De eerste resultaten worden in het eerste kwartaal van 2027 verwacht. Ook wordt gewerkt aan een rekensystematiek waarmee emissies op bedrijfsniveau betrouwbaar kunnen worden vastgesteld en geborgd.

Op basis van deze onderzoeken besluit het kabinet of de ammoniaknorm voor biologische en extensieve bedrijven moet worden aangepast en hoe een aangekondigde uitzondering op de klimaatnorm voor biologische bedrijven wordt vormgegeven.

Door |2026-10-14T13:27:34+02:0014 oktober 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Emissienormen voor biologische en extensieve melkveehouderij