Vanaf 1 januari 2020 hebben alle werknemers recht op een transitievergoeding als de werkgever de arbeidsovereenkomst eindigt. De vergoeding wordt berekend op basis van de dagen die de arbeidsovereenkomst heeft geduurd en er wordt niet meer afgerond op halve jaren. Zelfs als de werkgever tijdens de proeftijd opzegt, is een transitievergoeding verschuldigd.
Het enige verschil met de huidige regels is dat de arbeidsovereenkomst vanaf 1 januari 2020 niet ten minste 24 maanden moet hebben geduurd. De werknemer heeft vanaf de eerste werkdag recht op een transitievergoeding.

Hoogte transitievergoeding
Voor elk jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd is een transitievergoeding van een derde maandsalaris verschuldigd, ongeacht de lengte van het dienstverband.
Voor de resterende duur van de arbeidsovereenkomst en voor arbeidsovereenkomsten die korter dan een jaar duren, wordt de transitievergoeding naar rato berekend met de volgende formule: (feitelijk genoten bruto salaris/bruto maandsalaris) x (1/3 bruto maandsalaris / 12).

Voorbeeld
Een werknemer met een bruto maandsalaris van € 2.100,- van wie het dienstverband tijdens het 2e jaarcontract na 1 jaar en 5 maanden wordt beëindigd.

De verschuldigde transitievergoeding over het gehele dienstjaar: 1 x (1/3 x € 2.100,-) = € 700,-.
Voor de resterende duur van het dienstverband (5 maanden): (€ 10.500,- / € 2.100,-) x (€ 700,- / 12) = € 291,66.

De totale transitievergoeding bedraagt € 700,- + € 291,66 = € 991,66.

Geen recht op transitievergoeding hebben werknemers:
a. die bij het einde van het dienstverband de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en waarvan de gemiddelde arbeidsomvang ten hoogste 12 uur per week heeft bedragen;
b. waarvan de arbeidsovereenkomst eindigt in verband met of na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Let op: start een ontslagprocedure bij UWV of rechter voor 1 januari 2020 en is de arbeidsovereenkomst voor die tijd aangezegd of heeft de werknemer voor die tijd met aanzegging ingestemd, dan geldt het oude recht.