fiscaal

Geen schadevergoeding bij zeer gering financieel belang

Als de behandeling van jouw bezwaar of beroep in fiscale zaken te lang duurt, kun je recht hebben op een schadevergoeding. Als er echter sprake is van een zeer gering financieel belang, heb je geen recht op een schadevergoeding. Wanneer is daarvan sprake?

Uitstel van betaling
Als je bezwaar aantekent tegen een belastingaanslag, verkrijg je in veel gevallen automatisch uitstel van betaling. Dat vervalt zodra de inspecteur op jouw bezwaar heeft beslist. Ga je in beroep, dan vervalt het verleende uitstel van betaling dus.

Let op! Dit is alleen anders als je in beroep gaat en hier apart om verzoekt.

Aanmaningskosten

Onlangs bracht een belastingplichtige zijn zaak voor de rechter, omdat de inspecteur € 17 aanmaningskosten in rekening had gebracht. Dit deed hij vanwege het te laat betalen van de aanslag. De belastingplichtige was het hiermee niet eens en was van mening dat hij de aanslag pas hoefde te betalen nadat zijn beroep was afgehandeld. De rechter deelde deze mening niet, omdat er geen verzoek om uitstel van betaling was ingediend.

Immateriële schadevergoeding?
Belastingplichtige meende echter dat hij wel recht had op een immateriële schadevergoeding, omdat de behandeling van zijn zaak langer had geduurd dan de maximale termijn die hiervoor wettelijk is voorgeschreven. Die termijn – van in dit geval twee jaar – was inderdaad met vier maanden overschreden, maar de rechtbank vond dat er desondanks geen recht bestond op een schadevergoeding vanwege het zeer geringe financiële belang.

Wat is een zeer gering financieel belang?
De Hoge Raad heeft in 2017 beslist dat er van een zeer gering financieel belang sprake is bij een vordering tot € 15. Omdat deze uitspraak inmiddels zes jaar oud was, was de rechtbank van mening dat er momenteel ook bij een financieel belang van € 17 sprake is van een zeer gering financieel belang. Daarom werd er geen schadevergoeding toegewezen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-04-21T14:57:38+02:0021 april 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Geen schadevergoeding bij zeer gering financieel belang

  • Oudejaarsborrel of nieuwjaarsborrel?

Oudejaarsborrel of nieuwjaarsborrel?

Nog even en 2022 zit erop. Wellicht leuk om op de jaarwisseling te proosten met jouw personeel. Daarbij kan het fiscaal van belang zijn of je kiest voor een oudejaarsborrel of een toost uitbrengt op het nieuwe jaar. Wellicht kies je zelfs voor beide!

Werkkostenregeling
De vraag is van belang, omdat een borrel met een hapje die je buiten de deur houdt met jouw personeel belast is als loon. Waarschijnlijk wil je niet dat jouw werknemers hiervoor financieel benadeeld worden en breng je de borrel onder in de werkkostenregeling (WKR). De borrel blijft dan onbelast voor jouw werknemers.

Meer vrije ruimte in 2023
Vergoedingen en verstrekkingen die je onderbrengt in de WKR zijn voor de werknemer onbelast.
De vrije ruimte in de WKR bedraagt dit jaar (2022) 1,7% van de loonsom tot €400.000 en 1,18% over het meerdere. In 2023 is de WKR ruimer, namelijk 3% van de loonsom tot €400.000 en 1,18% over het meerdere. De vrije ruimte bedraagt volgend jaar dus maximaal €5.200 meer.

Let op! Je betaalt als werkgever 80% belasting over het bedrag aan vergoedingen en verstrekkingen dat boven de vrije ruimte uitkomt.

Borrelen in 2022 of 2023?
Heb je dit jaar nog vrije ruimte over, dan is het wellicht logisch nog dit jaar te kiezen voor een oudejaarsborrel buiten de deur en deze onder te brengen in de werkkostenregeling. Over de borrel betaal je dan geen 80% belasting.
Is jouw vrije ruimte al op, dan is het handiger voor een borrel buiten de deur in het nieuwe jaar te kiezen. Als je deze dan onderbrengt in de werkkostenregeling, betaal je geen belasting als je in 2023 binnen de vrije ruimte blijft. Die is, afhankelijk van jouw loonsom, ook voor jou waarschijnlijk een stuk ruimer dan dit jaar.

Tip! Een borrel binnenshuis (op kantoor of op de werkplek) is onbelast en komt ook niet ten laste van de vrije ruimte. Proost!

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-16T09:24:36+01:0019 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Oudejaarsborrel of nieuwjaarsborrel?

  • Nieuwsbrief november 2022

Nieuwsbrief november 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 14 november 2022, 20:00 uur.


1. Akkoord Tweede Kamer belastingplannen 2023: ondernemers en werkgevers

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de belastingplannen 2023. Tegelijkertijd werd nog een aantal wijzigingen op deze plannen aangenomen en werd het kabinet verzocht een aantal zaken te onderzoeken. Wat staat je op hoofdlijnen als ondernemer en/of werkgever vanaf 2023 te wachten?

Ondernemers

  • voor ondernemers in de inkomstenbelasting is 2022 het laatste jaar waarin gedoteerd kan worden aan de fiscale oudedagsreserve. Voor alle tot en met 31 december 2022 opgebouwde bedragen in de FOR blijft de huidige regeling wel bestaan. Verder gaat voor hen de zelfstandigenaftrek de komende jaren in stappen omlaag tot €900 in 2027;
  • vanaf 2024 komen er voor houders van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, twee tarieven in box 2: 24,5% over inkomsten uit box 2 tot €67.000 en 31% over het meerdere;
  • het tarief in de vennootschapsbelasting gaat in 2023 omhoog. Tot een winst van €200.000 bedraagt het tarief 19%, daarboven 25,8%;
  • het budget voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en energie-investeringsaftrek (EIA) wordt jaarlijks verhoogd met in totaal €150 miljoen. Ook kan op nieuw aangewezen bedrijfsmiddelen vanaf 2023 willekeurig worden afgeschreven. De details van deze regeling zijn nog niet bekend;
  • de vrijstelling BPM op bestelauto’s die meer dan 10% zakelijk gebruikt worden, verdwijnt vanaf 2025. Vanaf die datum wordt de BPM berekend op basis van CO2-uitstoot. De voorgenomen verhoging van de MRB voor bestelauto’s per 2025 is van de baan;
  • ondernemers die zonnepanelen leveren/installeren, moeten vanaf 2023 rekening houden met het 0% BTW-tarief voor de levering en installatie van zonnepanelen op en in de onmiddellijke nabijheid van woningen;
  • al aangekondigd, maar nog niet vastgelegd in een wetsvoorstel of wet, is dat straks de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting en inkomstenbelasting niet meer geldt voor verhuurd vastgoed. Vanaf wanneer (de verwachting is 2024) en nadere details zijn nog niet bekend;
  • ook aangekondigd, maar nog niet vastgelegd in een wetsvoorstel, is de introductie van een maatregel in de vennootschapsbelasting, waarschijnlijk vanaf 2024. Hierdoor mogen fiscale beleggingsinstellingen (FBI’s) niet meer direct in vastgoed beleggen.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om te onderzoeken of er fiscale belemmeringen zijn bij stopperregelingen voor agrariërs en om in de evaluatie van de BOR ook de aanpak van constructies als baby-BV’s te betrekken.

Werkgevers

  • de vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR) bedraagt in 2023 over de eerste €400.000 fiscale loonsom 3%, daarboven bedraagt de vrije ruimte 1,18%. Werkgevers kunnen verder een onbelaste reiskostenvergoeding geven van €0,21 per kilometer in 2023 en €0,22 per kilometer in 2024;
  • voor de werkende houder van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, verdwijnt de doelmatigheidsmarge in de gebruikelijkloonregeling. Vanaf 2023 moet rekening gehouden worden met 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking in plaats van 75%. De speciale regeling voor innovatieve start-ups verdwijnt vanaf 2023;
  • de 30%-regeling voor ingekomen werknemers wordt vanaf 2024 beperkt tot de balkenendenorm (in 2022: €216.000). Voor ingekomen werknemers voor wie de 30%-regeling in het laatste loontijdvak van 2022 is toegepast, geldt een overgangsregeling tot en met 2025;
  • verder wordt de AOF-premie voor kleine werkgevers lager;
  • oorspronkelijk was nog voorgesteld om het lage-inkomensvoordeel (LIV) tijdelijk te verruimen. Bij de stemming in de Tweede Kamer is dit voorstel met betrekking tot het jaar 2023 (waarvan uitbetaling in 2024 plaatsvindt) echter geschrapt. De verruiming voor het jaar 2022 (waarvan uitbetaling in 2023 plaatsvindt), lijkt wel doorgang te vinden.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om de afschaffing van de buitenlandse partiële belastingplicht binnen de 30%-regeling en de mogelijkheid om belastingvrij een OV-abonnement te verstrekken, te onderzoeken.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd (december 2022).


2. Belastingplannen 2023 particulieren en box 3: akkoord Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de belastingplannen voor 2023. Op een aantal onderdelen uit deze plannen zijn wijzigingen aangebracht en een aantal zaken moet nog door het kabinet nader worden onderzocht. Wat staat je als particulier te wachten en wat zijn de plannen voor box 3? De hoofdlijnen.

Particulieren

  • de eenmalige schenkingsvrijstelling met betrekking tot een woning, ook bekend als de ‘jubelton’, wordt in 2023 verlaagd en in 2024 helemaal afgeschaft. Wie in 2022 al schenkt onder de jubelton, kan dit in 2023 nog nader aanvullen. De ontvanger van deze schenking moet deze uiterlijk in 2024 in overeenstemming met het doel van de jubelton besteden;
  • het laatste tijdvak waarin een sterk wisselend inkomen gemiddeld kan worden, is 2022 tot en met 2024;
  • vanaf 2023 bedraagt de maximale periodieke giftenaftrek €250.000 per kalenderjaar. Voor periodieke giften aangegaan uiterlijk 4 oktober 2022, 16.00 uur, geldt overgangsrecht;
  • de inkomensafhankelijke combinatiekorting vervalt per 2025. Voor kinderen die uiterlijk 31 december 2024 geboren zijn, blijft deze korting wel bestaan zolang aan de voorwaarden wordt voldaan;
  • diegene (particulier of ondernemer) die onroerend goed koopt, is vanaf 2023 10,4% overdrachtsbelasting verschuldigd (in plaats van 8%). Dit geldt niet als het verlaagde tarief van 2% of de startersvrijstelling van toepassing is bij aankoop van een eigen woning;
  • aan diegene (particulier of ondernemer) die zonnepanelen laat installeren op of in de onmiddellijke nabijheid van een woning, wordt 0% BTW berekend.

Tip!
Bij de aanname van het belastingpakket door de Tweede Kamer is onder meer besloten om het belastingregime voor laadpalen met twee jaar te verlengen, het algemene tarief van de kansspelbelasting verder te verhogen met 0,2% tot 29,5% en de voorgestelde tariefverhoging van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken per 1 januari 2023 te schrappen.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen waarin het kabinet onder meer wordt verzocht om te onderzoeken of de inkomstenbelasting transparanter kan worden, bijvoorbeeld door de afbouw van heffingskortingen in de nominale belastingtarieven te verwerken. Ook is een motie aangenomen om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de fiscale faciliteiten voor ANBI’s ook toe te passen voor verenigingen.

Box 3

  • vanaf 2023 geldt een nieuwe wijze van berekening van de box 3-heffing, die lijkt op de wijze waarop momenteel rechtsherstel wordt geboden voor box 3. Uitgegaan wordt van de werkelijke verdeling van het vermogen in spaargeld, overige bezittingen en schulden met elk een eigen forfaitair rendement;
  • in de nieuwe wet is een zogenaamde anti-peildatumarbitragebepaling opgenomen. Bij de aanname van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is besloten dat deze bepaling in 2024 wordt geëvalueerd;
  • het tarief in box 3 wordt in 2023 verhoogd naar 32%. In 2024 en 2025 stijgt het tarief verder naar 33%, respectievelijk 34%.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties met betrekking tot box 3 aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om te onderzoeken of de belastingheffing in de categorie ‘overige bezittingen’ meer realistisch of verfijnd vormgegeven kan worden. Verder wordt het kabinet verzocht om te onderzoeken hoe een miljonairsbelasting, bijvoorbeeld door een vermogensbelasting van 1% op het box 3-vermogen, vormgegeven kan worden.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd (december 2022).


3. Massaalbezwaarplusprocedure voor niet-bezwaarmakers box 3

Belastingplichtigen die voor de jaren 2017 tot en met 2020 geen bezwaar hadden gemaakt tegen box 3, hoeven geen actie meer te ondernemen. Het kabinet heeft besloten de vraag of zij recht hebben op rechtsherstel opnieuw voor te leggen aan de Hoge Raad en de uitspraak in die zaak voor iedere belastingplichtige toe te passen.

Heffing box 3 in strijd met het EVRM
De Hoge Raad heeft eind vorig jaar geoordeeld dat de wijze van belastingheffing in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen in deze zaak moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement. Het oordeel van de Hoge Raad betekent dat de Belastingdienst rechtsherstel moet bieden. Naar aanleiding van deze uitspraak wordt voor de heffing in box 3 thans dan ook uitgegaan van de werkelijke samenstelling van het vermogen en een hierop gebaseerd forfaitair rendement.

Rechtsherstel
Voor degenen die op tijd bezwaar hadden gemaakt, heeft het kabinet inmiddels rechtsherstel geboden. Voor degenen die niet (op tijd) in bezwaar kwamen, heeft het kabinet aangegeven geen rechtsherstel te bieden. Dit leidde tot tal van individuele verzoeken om ambtshalve alsnog rechtsherstel te krijgen. Daarnaast werden nog veel van dit soort verzoeken verwacht. Om enorme problemen in de uitvoering te voorkomen, heeft het kabinet nu toegezegd proefprocedures te starten waarbij de uitkomst voor iedere belastingplichtige gaat gelden. Het is dus niet nodig om zelf nog in actie te komen.

Eerdere uitspraak Hoge Raad
De verzoeken om ambtshalve vermindering komen in feite allemaal neer op verzoeken om ambtshalve rechtsherstel. Eerder oordeelde de Hoge Raad echter al dat dergelijke verzoeken niet gehonoreerd hoeven te worden.

Diverse belangen- en koepelorganisaties zijn echter van mening dat hier nieuwe argumenten tegen zijn in te brengen die nog niet aan de Hoge Raad zijn voorgelegd. Om een verdere stroom aan verzoeken om ambtshalve vermindering te voorkomen, is daarom besloten een aantal van deze zaken in zogenaamde proefprocedures voor te leggen aan de Hoge Raad.

Nieuwe massaalbezwaarplusprocedure
Een massaalbezwaarprocedure met betrekking tot verzoeken om ambtshalve vermindering bestaat op dit moment nog niet. Daarom is in het belastingpakket voor 2023 een wetswijziging opgenomen waarmee een nieuwe procedure wordt ingericht: de massaalbezwaarplusprocedure. Nadat deze wetswijziging per 1 januari 2023 in werking is getreden, zal het kabinet begin 2023 de procedure rondom de vraag of de niet-bezwaarmakers toch recht hebben op rechtsherstel, aanwijzen als massaalbezwaarplusprocedure. Het kabinet spreekt de komende tijd al verder met de belangenorganisaties over de zaken die worden voorgelegd aan de Hoge Raad.

Let op!
Het kabinet heeft toegezegd dat de uitspraak die de Hoge Raad doet op de voorgelegde zaken, straks voor iedere belastingplichtige geldt.


4. Versoepeling TEK: geen verbruiksdrempel én energiekosten verlaagd naar 7% van omzet

De voorwaarden voor de regeling Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) worden versoepeld. De energiekosten van een bedrijf moeten ten minste 7% van de omzet uitmaken in plaats van de eerder vastgestelde 12,5%. Ook is er een streep gezet door de verbruiksdrempel. Hierdoor komen meer MKB-bedrijven in aanmerking voor de TEK.

Aanpassing vanwege energiebelasting
De aanpassing van het percentage energie-intensiviteit heeft te maken met de energiebelasting. Het kabinet acht het bij nader inzien niet terecht om de energiebelasting een variabel in plaats van een vast onderdeel te laten zijn van de berekening waarmee de energie-intensiviteit in de TEK wordt bepaald.

Geen verbruiksdrempel meer
Een andere voorwaarde voor de TEK was dat een ondernemer jaarlijks meer dan 5.000 m³ gas of 50.000 kWh elektriciteit moest verbruiken om in aanmerking te komen voor de TEK. Ook deze voorwaarde is geschrapt.

Voorwaarden TEK
De TEK is alleen bedoeld voor energie-intensieve MKB-bedrijven. Om voor de TEK in aanmerking te komen, moet een bedrijf dan ook voldoen aan een aantal eisen. Een MKB-bedrijf:

  • heeft minder dan 250 medewerkers, minder dan €50 miljoen omzet en/of een balanstotaal van minder dan €43 miljoen;
  • staat ingeschreven in het Handelsregister van de KvK, én
  • is energie-intensief, waarbij minimaal 7% van de omzet bestaat uit energiekosten.

Omvang tegemoetkoming
Energie-intensieve MKB’ers krijgen een compensatie van 50% van de energiekostenstijging boven een vastgestelde drempelprijs tot een maximum van €160.000. De drempelprijs is vastgesteld op €1,19 per kuub gas en €0,35 per kilowattuur elektriciteit.

Let op!
Het maximum van €160.000 geldt per onderneming en niet per energiecontract of vestiging. Heeft jouw onderneming dus meerdere vestigingen, dan kan je niet maximaal €160.000 per vestiging ontvangen.

Uitvoering door de RVO
De uitvoering van de TEK komt in handen van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Op de site van de RVO is ook een ‘houd me op de hoogte-pagina’ opengesteld, waarbij MKB’ers na aanmelding informatie krijgen over de inrichting en openstelling van de TEK.

Let op!
De TEK zou mogelijk pas in het 2e kwartaal 2023 opengesteld worden. Na gesprekken in de Tweede Kamer lijkt het erop dat de TEK echter hoogstwaarschijnlijk per 1 januari 2023 wordt opengesteld. De regeling gaat dan met terugwerkende kracht gelden voor de periode november 2022 tot en met december 2023. Voor ondernemers die nu al problemen ervaren, zal het verlenen van uitstel van betaling van belasting een mogelijke oplossing kunnen bieden. Ook zijn banken bereid gevonden in die gevallen eerder krediet te verlenen.


5. Aanzeggen tijdelijk arbeidscontract moet verplicht schriftelijk

Voor contracten voor bepaalde tijd met een looptijd van zes maanden of langer geldt een aanzegplicht. Je moet als werkgever uiterlijk een maand voordat een dergelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, de werknemer schriftelijk informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Bij een voortzetting informeer je ook over de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet. In bepaalde gevallen geldt de aanzegplicht niet. Bijvoorbeeld bij een arbeidsovereenkomst voor de duur van een project of met een uitzendbeding of bij een tweede of derde overeenkomst die korter dan zes maanden duurt. Zeg je (schriftelijk) niet aan wanneer dit wel moet, dan moet je de werknemer een aanzegvergoeding betalen ter grootte van een kaal bruto maandsalaris. Dit kan ook een pro rato deel zijn als de aanzegging te laat plaatsvindt.


6. Lage WW-premie herzien bij kort dienstverband

Betaal je de lage WW-premie voor een werknemer met een vast contract, dan moet je dit herzien als het dienstverband uiterlijk twee maanden na aanvang van het dienstverband alweer eindigt. Je betaalt dan alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie. Het maakt daarbij niet uit of nog sprake is van een proeftijd of wie het initiatief tot beëindiging neemt. Ook bij overlijden van de werknemer binnen twee maanden na aanvang van het dienstverband moet alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie betaald worden. Is sprake van overgang van een onderneming of een contractovername waarbij het contract ongewijzigd blijft? Dan vangt de tweemaandentermijn aan op de oorspronkelijk startdatum van het dienstverband bij de oude werkgever.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0014 november 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief november 2022
  • Straks geen BOR/BOF meer voor verhuurd vastgoed

Straks geen BOR/BOF meer voor verhuurd vastgoed

Met de bedrijfsopvolgingsregeling kun je jouw onderneming fiscaal vriendelijk schenken of laten vererven bij jouw overlijden. Het kabinet heeft aangekondigd dat deze mogelijkheid voor verhuurd vastgoed komt te vervallen.

Bedrijfsopvolgingsregeling
In de Successiewet is voor het fiscaal vriendelijke schenken of vererven van een onderneming een bedrijfsopvolgingsfaciliteit opgenomen, in de praktijk ook wel BOF of BOR genoemd. Deze regeling voorziet in een voorwaardelijke vrijstelling van 100% van de waarde van de onderneming, voor zover de waarde van de onderneming niet meer bedraagt dan €1.134.403 (2022). Voor het meerdere is de vermindering 83%.
Naast deze regeling is in de inkomstenbelasting een doorschuifregeling opgenomen, waarmee een onderneming fiscaal vriendelijk – zo veel mogelijk zonder onmiddellijke belastingheffing – kan worden doorgeschoven naar de opvolgers.

Ondernemingsvermogen versus beleggingsvermogen
Deze regelingen gelden op dit moment alleen voor het zogenaamde ondernemingsvermogen. Al het vermogen in jouw onderneming dat als belegging kan worden aangemerkt, valt buiten deze gunstige regelingen.

Verhuurd vastgoed
Met betrekking tot verhuurd vastgoed speelt in de praktijk vaak de discussie met de Belastingdienst of dit ondernemingsvermogen of beleggingsvermogen vormt. De Belastingdienst vindt eigenlijk dat al het verhuurde vastgoed beleggingsvermogen vormt, de rechter denkt daar in bepaalde gevallen weleens anders over.

Let op! Verhuurd vastgoed vormt pas ondernemingsvermogen als sprake is van meer dan normaal actief vermogensbeheer. Over het algemeen zal hier niet snel sprake van zijn.
Waarschijnlijk om elke discussie uit te sluiten, heeft het kabinet aangekondigd dat straks de BOF en de doorschuifregeling niet meer gelden voor verhuurd vastgoed. Dit voorstel moet nog nader worden uitgewerkt en de precieze ingangsdatum is ook nog niet bekend.

Tip! Valt jouw verhuurd vastgoed nu misschien al buiten de BOF en de doorschuifregeling omdat het is aan te merken als beleggingsvermogen? Meer aanpassingen op de BOF en doorschuifregelingen hangen in de lucht. Overleg daarom met onze adviseurs over jouw bedrijfsopvolging. Door voorbereid te zijn, kan op eventuele aanpassingen misschien nog op tijd geanticipeerd worden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-25T10:58:13+02:0025 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Straks geen BOR/BOF meer voor verhuurd vastgoed

  • Let op de peildatumarbitragebepaling box 3-stelsel 2023

Let op de peildatumarbitragebepaling box 3-stelsel 2023

Op Prinsjesdag 2022 is een nieuwe wijze van berekening van de box 3-heffing voorgesteld. Deze berekening lijkt op de wijze waarop momenteel rechtsherstel wordt geboden voor box 3. Nieuw ten opzichte van dit rechtsherstel is echter de bepaling over de peildatumarbitrage.

Let op! Als de Tweede en Eerste Kamer akkoord gaan, kan deze peildatumarbitrage per 1 oktober, dus nu al, werking hebben.

Nieuwe berekening box 3 in 2023
Als de plannen door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen, geldt per 1 januari 2023 een nieuwe berekening van de box 3-heffing. Grofweg betekent dit dat het vermogen wordt verdeeld in drie categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Elke categorie kent haar eigen rendementspercentage. Deze percentages zijn op dit moment nog niet bekend, maar voor banktegoeden zal dit veel lager zijn dan voor de overige bezittingen. Het percentage voor de schulden zal, afgaande op de cijfers tot en met 2021, ongeveer in het midden liggen.

Peildatumarbitrage
De box 3-heffing wordt slechts één keer per jaar bepaald: op 1 januari. Daarom kan het voor jou fiscaal aantrekkelijk lijken om overige bezittingen (bijvoorbeeld aandelen) vlak voor 1 januari 2023 te verkopen en tijdelijk om te zetten in banktegoeden waarna je ná 1 januari 2023 weer overige bezittingen koopt. Hetzelfde zou je kunnen doen met schulden, door het vlak voor 1 januari 2023 aangaan van meer schulden waarmee je jouw banktegoeden verhoogt.
Het kabinet vindt dit ongewenst en stelt daarom een bepaling voor die regelt dat dit soort handelingen rondom 1 januari worden genegeerd. Dat betekent bijvoorbeeld dat de overige bezittingen die je vlak voor 1 januari verkoopt en omzet in banktegoeden, dan op 1 januari 2023 mogelijk toch worden aangemerkt als overige bezittingen en tegen het hoge rendementspercentage worden belast.

Arbitrageperiode
De periode waarbinnen van peildatumarbitrage sprake kan zijn, bedraagt drie maanden rondom de peildatum. Dit betekent dat deze periode op haar vroegst op 1 oktober kan starten (en dan loopt tot 1 januari) of op haar laatst kan eindigen op 31 maart (en dan begint op 1 januari).

Tip! Alle handelingen vóór 1 oktober en ná 31 maart worden in ieder geval nooit door de peildatumarbitragebepaling getroffen. Datzelfde geldt voor vermogensbestanddelen die weer verkocht/aangekocht worden meer dan drie maanden na de oorspronkelijke transactie.

Voorwaarden en tegenbewijs
Vallen jouw transacties binnen de periode van drie maanden, dan worden deze alleen genegeerd als voldaan wordt aan de voorwaarden én je niet aannemelijk kunt maken dat er zakelijke overwegingen ten grondslag lagen aan de transacties.

Let op! Zakelijke overwegingen moeten altijd niet-fiscale overwegingen zijn.

Tip! De regeling is niet eenvoudig. Neem daarom voor de toepassing van de voorwaarden en de mogelijkheid van tegenbewijs in jouw specifieke situatie contact op met een van onze adviseurs.

Let op! De plannen om een peildatumarbitragebepaling in de wet op te nemen, zijn nog niet definitief, maar moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-07T12:35:43+02:007 oktober 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Let op de peildatumarbitragebepaling box 3-stelsel 2023
  • Blog: Belastingschulden als gevolg van de Coronamaatregelen en hoe nu verder?

Blog: Belastingschulden als gevolg van de Coronamaatregelen en hoe nu verder?

De beperkende Coronamaatregelen zijn opgeheven, waardoor ondernemingen weer zonder beperkingen kunnen draaien. Dat neemt echter niet weg dat in de nasleep nog veel financiële problemen blijven of kunnen ontstaan.

Op het gebied van belastingschulden bestaat er voor een aantal ondernemingen nog een zware financiële last van de belastingschulden die in de Coronajaren zijn ontstaan en waarvoor bijzonder uitstel van betaling is verleend. Alhoewel de bijzondere uitstelregeling (van vijf jaar) ruimhartig is, moeten deze schulden nu wel worden voldaan vanuit de bestaande financiële capaciteit. Daar waar de omzet tijdens de Coronapandemie fors terugliep en de betaling van de belastingschulden kon worden uitgesteld, is het nu niet zo dat de omzet ruim voldoende is of zal zijn om deze belastingschulden makkelijk terug te betalen. Het is dus vanaf 1 oktober 2022 een extra betalingsverplichting die wel moet worden voldaan, naast de reguliere belastingbetalingen. Bovendien moet er ook rekening worden gehouden met investeringen, het opbouwen van reserve, stijgende kosten, andere schulden als gevolg van Corona, et cetera.

Wat zijn de mogelijkheden voor de ondernemer met belastingschulden?

Ik heb bijzonder uitstel van betaling gekregen, hoe gaat het nu verder?
Deze belastingschulden mogen nu vanaf 1 oktober 2022 in zestig gelijke termijnen worden terugbetaald. Waarbij elke termijn uiterlijk aan het eind van de betreffende maand moet zijn voldaan aan de belastingdienst. De eerste termijn van die zestig termijnen moet zijn voldaan uiterlijk 31 oktober 2022. Het vaste maandbedrag wordt door de belastingdienst vastgesteld na 1 augustus 2022.

Zorg er voor dat je bij de betaling altijd gebruik maakt van de betalingskenmerken die geldt bij de belastingaanslagen waarvoor het bijzonder uitstel is verleend.

Wat zijn de gevolgen als ik eerder of meer wil aflossen?
Daar waar je de mogelijkheid ziet om extra af te lossen adviseren wij ook om dit te doen. Als je een deel van de belastingschuld waarvoor je bijzonder uitstel hebt, voldoet vóór 1 augustus 2022, dan wordt het totale bedrag van de belastingschuld lager, maar ook het maandbedrag.

Als je extra aflost tussen 1 augustus 2022 en 1 oktober 2027 dan blijft het vaste maandbedrag (zoals vastgesteld na 1 augustus 2022) gelijk, maar wordt de looptijd van de betalingsregeling korter. Als je echter een aanpassing (verlaging) van het maandbedrag wilt, dan moet je daarvoor een apart verzoek indienen.

Wat nu als ik moeite heb om te voldoen aan die terugbetaling in 60 maanden?
Dan kun je dit voorleggen aan de belastingdienst en bekijken of er andere mogelijkheden zijn om te voldoen aan de bijzondere uitstelregeling. Het is namelijk voorstelbaar dat als je afhankelijk bent van seizoensinvloeden je meer kunt afbetalen in het hoogseizoen en minder in het laagseizoen. Ook kunnen wij voor je bekijken of de betalingstermijn kan worden verlengd of dat een schuldsanering tot een optie behoort.

Verlenging van de betalingstermijn
Mocht het niet mogelijk zijn om de belastingschuld in 60 maandelijkse termijnen af te betalen, dan kun je vragen om bijvoorbeeld verlenging van de termijn. De belastingdienst heeft aangegeven dat zij samen met ondernemers willen kijken naar een passende oplossing.

Schuldsanering
Mocht verder uitstel van betaling niet mogelijk zijn en heb je ook nog andere schuldeisers, dan kan er nog gekeken worden of je in aanmerking komt voor een (gedeeltelijke) kwijtschelding van de belastingschulden. Dat kan voor ondernemingen alleen in het kader van een schuldsanering, waarbij dan ook overige schuldeisers een deel van hun vorderingen moeten kwijtschelden. Daarbij geldt dat de belastingdienst altijd ten minste een dubbel percentage wil ontvangen op de belastingschulden ten opzichte van de concurrente schuldeisers. Dus als je een schuld hebt aan een leverancier en je daarmee een afspraak hebt om 30% op de schuld te voldoen, waarbij dan de overige 70% wordt kwijtgescholden, verlangt de belastingontvanger 60% betaling op haar belastingvordering. De belastingdienst heeft echter aangegeven dat zij tijdelijk een soepele houding willen aannemen en dat zij in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 30 september 2023 genoegen nemen met een lager percentage van de opbrengst uit een saneringsverzoek. Ook bij een schuldsanering geldt de eis dat de onderneming wel levensvatbaar moet zijn.

Hoe zit het met de invorderingsrente?
Deze is nog laag, in vergelijking met de marktrente, als je deze belastingschulden zou willen herfinancieren. De invorderingsrente is:

  • tot 1 juli 2022 0,01%;
  • vanaf 1 juli 2022 1%;
  • vanaf 1 januari 2023 2%;
  • vanaf 1 juli 2023 3% en
  • vanaf 1 januari 2024 4%.

Het extra aflossen van de belastingschulden, zo dit al mogelijk is, kan geld besparen.

Ik kan nieuwe belastingschulden (waarvoor geen bijzonder uitstel geldt) niet betalen, wat zijn dan mijn mogelijkheden?
Voor (nieuwe) belastingschulden is het mogelijk om regulier uitstel van betaling aan te vragen. In dat geval wordt aan de hand van de financiële gegevens gekeken of een betalingsregeling mogelijk is van maximaal 12 maandelijkse termijnen. Veelal wordt daarbij de eis gesteld dat je dan zekerheid moet stellen (zoals een hypotheekrecht op het bedrijfspand of een pandrecht op bijvoorbeeld de bedrijfsinventaris). Hier geldt dat het bedrijf wel levensvatbaar moet zijn en dat de betalingsproblemen van tijdelijke aard zijn.

Onder bijzondere omstandigheden is het ook mogelijk om een langere betalingsregeling te krijgen dan 12 maanden. Dan moet het namelijk gaan om betalingsproblemen die buiten jouw invloed zijn ontstaan. Het is dan eveneens nodig dat een derde deskundige (bijvoorbeeld een accountant) daarover een verklaring aflegt.

Maar wat nu als de belastingontvanger niet wil meewerken aan een verzoek om (aanvullend) uitstel van betaling of een schuldsanering?
Dan kunnen wij namens jou een administratief beroep indienen tegen de afwijzing. In dat geval zal de directeur van de belastingdienst naar de zaak moeten kijken en besluiten of de belastingontvanger het verzoek wel had mogen afwijzen. Er bestaat echter geen mogelijkheid om de beslissing van de directeur direct aan te vechten bij de (belasting)rechter, mocht de directeur het verzoek blijven afwijzen. Wel bestaat een mogelijkheid om, afhankelijk van de feiten en omstandigheden, de zaak dan voor te leggen aan de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven (van de Eerste/Tweede kamer) of aan de Nationale Ombudsman.

Melding betalingsonmacht
Als je een BV hebt dan moet je er op letten om de betalingsonmacht te melden als je de loonheffingen en/of de omzetbelasting niet kunt betalen. Dit moet je al doen in de aangiftefase. Als je dus de aangifte loonheffingen/omzetbelasting niet (tijdig) kunt betalen, moet je dit uiterlijk 14 dagen na de betalingstermijn van de aangifte, schriftelijk melden aan de belastingdienst. Bijvoorbeeld, je moet aangifte omzetbelasting doen over de maand mei en je moet omzetbelasting afdragen. De aangifte over de maand mei moet uiterlijk 30 juni zijn ingediend én betaald. Kun je niet betalen dan moet je dit melden aan de belastingdienst uiterlijk 14 juli. Hiervoor kun je een formulier gebruiken van de belastingdienst óf digitaal in het beveiligde deel van de website van de belastingdienst. Je kunt nooit telefonisch melden.

Let op: te laat de betalingsonmacht melden (ook al is het maar één dag) betekent dat je als bestuurder van jouw BV hoofdelijk aansprakelijk bent voor die belastingschuld. Dit is de zogenaamde bestuurdersaansprakelijkheid. Deze geldt overigens ook voor premies voor het bedrijfspensioenfonds. Ook als je die niet tijdig kunt betalen moet je de betalingsonmacht tijdig melden.

Deze blog is geschreven door mr. Marco Bezoet de Bie, jurist en fiscaal adviseur bij NBC Eelman & Partners.

Door |2024-05-31T11:11:59+02:0010 juni 2022|Blog van NBC Eelman & Partners, Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Blog: Belastingschulden als gevolg van de Coronamaatregelen en hoe nu verder?
  • Verhoging wettelijk minimumloon van 7,5% in 2024

Verhoging wettelijk minimumloon van 7,5% in 2024

Per 1 januari 2024 wil het kabinet het wettelijk minimumloon verhogen met 7,5%. Het betreft hier een buitengewone verhoging. Een wetsvoorstel hiertoe wordt momenteel uitgewerkt.

Koopkrachtdaling
Als gevolg van de negatieve ontwikkeling van de koopkracht, onder meer door de stijgende energie- en grondstofprijzen, is door het kabinet gekeken naar mogelijkheden voor een verhoging van het minimumloon. Een wetsvoorstel voor een buitengewone verhoging van het wettelijk minimumloon wordt nu uitgewerkt. De Tweede Kamer ontvangt voor de zomer van dit jaar een brief over de vormgeving en het verdere wetgevingsproces.

Ingrijpende en uitzonderlijke wijziging
Volgens de Wet op het minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) is er een mogelijkheid om minimaal eens per vier jaar na te gaan of sprake is van bijzondere omstandigheden die een uitzonderlijke wijziging van het minimumloon wenselijk maken. Als daar naar het oordeel van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) sprake van is, kan de hoogte van het minimumloon worden aangepast middels een Algemene maatregel van Bestuur (AMvB).

Let op! Aanpassing van de hoogte van het minimumloon heeft gevolgen voor een zeer groot aantal regelingen in de sociale zekerheid, fiscaliteit en toeslagen en ook voor andere regelingen zoals de studiefinanciering.

Voordeel voor lage en middeninkomens
Bij een uitzonderlijke wijziging van het minimumloon is het mogelijk om de minimumloonverhoging te richten op werknemers met lage en middeninkomens. Dat vergt echter grote aanpassingen van de bestaande systematiek. Een buitengewone minimumloonverhoging gaat veel verder dan de gebruikelijke indexatie met de gemiddelde contractloonstijging. Dan zouden namelijk ook regelingen verhoogd worden die niet uitsluitend gericht zijn op lage en middeninkomens.

Per 2024
Omdat dit alles zorgvuldig moet gebeuren en de consequenties voor andere regelingen groot zijn, is het niet mogelijk de uitzonderlijke wijziging van het minimumloon eerder dan 1 januari 2024 te laten ingaan.

Let op! De bijzondere verhoging van 7,5% moet dus nog worden uitgewerkt in een wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel moet vervolgens ook nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-13T21:03:32+02:0013 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verhoging wettelijk minimumloon van 7,5% in 2024

  • Thuiswerkvergoeding ook onbelast voor DGA?

Thuiswerkvergoeding ook onbelast voor DGA?

Sinds dit jaar geldt een onbelaste thuiswerkvergoeding van €2 per dag. Of een DGA ook van deze vrijstelling gebruik kan maken, hangt af van het feit of de DGA al een werkplek thuis heeft die fiscaal als werkplek is aangemerkt.

Thuiswerkvrijstelling
Werknemers werken steeds vaker geheel of gedeeltelijk thuis. Vanwege Corona is dit de laatste tijd sterk toegenomen. Het kabinet heeft daarom besloten vanaf 1 januari 2022 een onbelaste thuiswerkvergoeding van €2 per dag in te voeren. Met deze vergoeding kunnen de kosten van het thuiswerken, zoals die van koffie en energie, onbelast worden vergoed.

Fiscale thuiswerkplek?
Als een DGA thuiswerkt, is voor de onbelaste thuiswerkvergoeding van belang of de werkkamer fiscaal als ‘werkplek’ kan worden aangemerkt of reeds is aangemerkt. Dit is het geval als de werkkamer een eigen in- of opgang heeft, beschikt over eigen sanitair én er een huurovereenkomst met de BV is inzake de werkkamer. Is dit het geval, dan is de werkkamer fiscaal een werkplek en kan er geen gebruik worden gemaakt van de thuiswerkvrijstelling.

Geen fiscale thuiswerkplek?
Als de DGA geen fiscale thuiswerkplek heeft, maar toch af en toe thuiswerkt, kan hij wel gebruikmaken van de thuiswerkvergoeding. Ook dan geldt een onbelaste vergoeding van €2 per dag.

BTW aftrekken
Van de vrijgestelde vergoeding van €2 per dag is €0,95 beperkt aftrekbaar. Dit deel van de vergoeding wordt namelijk aangemerkt als een vergoeding voor gemengde kosten, zoals koffie. Voor ondernemers in de vennootschapsbelasting is dit in beginsel voor 73,5%.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-24T19:39:39+01:0024 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Thuiswerkvergoeding ook onbelast voor DGA?

  • Vanaf begin 2022 de BV in? Registreer intentie vóór 1 april

Vanaf begin 2022 de BV in? Registreer intentie vóór 1 april

Wil je met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2022 uw IB-onderneming ruisend – dit is met fiscale afrekening – inbrengen in een BV? Dan moet je, indien je nog niets hebt vastgelegd, snel in actie komen.

Ruisende inbreng
Bij een ruisende inbreng in een BV betaal je belasting over stille en fiscale reserves en goodwill in de onderneming. Het is ook mogelijk om geruisloos de BV in te gaan, dus zonder de fiscale afrekening. In sommige gevallen kan een ruisende inbreng echter voordeliger of gewenster zijn. Met name als er nauwelijks stille en fiscale reserves en goodwill aanwezig zijn. Of als er voldoende geld aanwezig is om de belasting al te voldoen. Bij een geruisloze inbreng schuift deze fiscale claim immers door naar de BV en zal in de (verre) toekomst een keer afgerekend moeten worden met de Belastingdienst.

Voorovereenkomst
Heb je plannen om de IB-onderneming met fiscale afrekening in te brengen in een BV? Leg dan in ieder geval de intentie vast in een voorovereenkomst. Wanneer deze voorovereenkomst vóór 1 april 2022 naar de Belastingdienst is gezonden, kan de inbreng in de BV met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2022 plaatsvinden.

Tip! Wil je hulp bij het opstellen van de voorovereenkomst, neem dan contact met ons op.

Oprichting van en inbreng in BV
Voorwaarden voor de terugwerkende kracht zijn wel dat de oprichting van de BV én de inbreng van de onderneming in de BV plaatsvinden binnen negen maanden ná 1 januari 2022. Dit betekent dat je nog tot en met 30 september 2022 de tijd hebt om een BV op te richten en de onderneming in te brengen.

Geruisloos de BV in?
Wil je geruisloos – dus zonder fiscale afrekening – de BV in? Dan heb je voor de terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2022 meer tijd. De voorovereenkomst moet dan vóór 1 oktober 2022 naar de Belastingdienst gezonden zijn. Je hebt vervolgens tot en met 31 maart 2023 de tijd om de BV op te richten en de onderneming in te brengen.

Tip! De stap van een IB-onderneming naar een BV is een complexe beslissing. Laat je daarom goed voorlichten over de voors en tegens. Laat je daarbij ook adviseren wat voor jou en jouw onderneming het meest geschikt is: een ruisende of geruisloze inbreng.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-21T19:32:48+01:0021 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vanaf begin 2022 de BV in? Registreer intentie vóór 1 april

  • Uiterlijk 31 maart 2022 geruisloos de BV in

Uiterlijk 31 maart 2022 geruisloos de BV in

Heb je vóór 1 oktober 2021 de intentie vastgelegd om de IB-onderneming vanaf het jaar 2021 zonder fiscale afrekening (geruisloos) in te brengen in een BV? Dan moet je nu snel in actie komen als deze inbreng nog niet is afgerond.

Geruisloze inbreng
Bij een geruisloze inbreng in een BV hoef je geen inkomstenbelasting te betalen over stille en fiscale reserves en goodwill in de onderneming. De BV neemt als het ware fiscaal de plaats in van de IB-onderneming.

Let op! De oudedagsreserve kan niet zonder meer doorgeschoven worden naar de BV, maar er zijn wel mogelijkheden om deze om te zetten in een lijfrente bij de BV.

Voorovereenkomst
Als er plannen zijn om een IB-onderneming geruisloos in een BV te brengen, is het altijd verstandig om deze intentie vast te leggen in een voorovereenkomst. Wanneer deze voorovereenkomst vóór 1 oktober 2021 naar de Belastingdienst is gezonden, kan de inbreng in de BV met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021 plaatsvinden.

Oprichting van en inbreng in BV
Voorwaarden voor deze terugwerkende kracht zijn wel dat de oprichting van de BV én de inbreng van de onderneming in de BV plaatsvinden binnen 15 maanden ná 1 januari 2021. Dit betekent dat je nog tot en met 31 maart 2022 de tijd hebt om een BV op te richten en een onderneming in te brengen.

Tip! Voor 2022 gelden dezelfde spelregels. Registreer je vóór 1 oktober 2022 de voorovereenkomst bij de Belastingdienst? En richt je uiterlijk 31 maart 2023 een BV op en brengt je de IB-onderneming uiterlijk op die datum in? Dan kan dat, mits je aan alle overige voorwaarden voldoet, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2022.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-15T19:10:56+01:0015 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Uiterlijk 31 maart 2022 geruisloos de BV in