uitspraak

  • Hoge Raad maakt korte metten met systeem vermogensbelasting

Hoge Raad maakt korte metten met systeem vermogensbelasting

De huidige belastingheffing over vermogen in box 3, de zogenaamde vermogensrendementsheffing, kan niet door de beugel. De Hoge Raad heeft in een zaak bepaald dat in box 3 het werkelijk behaalde rendement dient te worden belast en niet het fictieve rendement.

Heffing box 3
De heffing over vermogen in box 3 gaat sinds 2017 uit van een systeem waarbij belasting wordt geheven over een verondersteld rendement. Dit rendement wordt hoger geacht naarmate een belastingplichtige over meer vermogen beschikt. Volgens de wetgever zal iemand met meer vermogen eerder gaan beleggen en waarschijnlijk dus meer rendement behalen.

Onredelijke verhouding
De Hoge Raad, de hoogste Nederlandse rechter, is van mening dat er door dit systeem een onredelijke verhouding bestaat tussen de belangen van de wetgever en het verschil dat ontstaat tussen degenen die een positief dan wel negatief rendement hebben ervaren van hun beleggingen. Belastingplichtigen met een negatief rendement ervaren hierdoor namelijk een relatief zware belastingschuld.

Rechtsherstel
De Hoge Raad corrigeert in zijn uitspraak de belastingheffing in box 3 door niet uit te gaan van het veronderstelde rendement op het vermogen, maar van het werkelijk behaalde rendement. In plaats van belastingheffing over een verondersteld rendement van ruim €24.000 werd in de betreffende zaak uitgegaan van het werkelijke rendement van ruim €10.000.

Massaal bezwaar
De uitspraak van de Hoge Raad komt voort uit een zogenaamde massaal bezwaarprocedure. Dit heeft tot gevolg dat de Belastingdienst nu kan beslissen op alle bezwaarschriften die zijn ingediend in de zaken die door de staatssecretaris van Financiën zijn aangemerkt als massaal bezwaar. Dit betreft degenen die op dezelfde gronden bezwaar hebben gemaakt tegen de belastingheffing in box 3.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-29T09:45:54+01:0029 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoge Raad maakt korte metten met systeem vermogensbelasting

  • Onderscheid mogelijk bij heffing reclamebelasting?

Onderscheid mogelijk bij heffing reclamebelasting?

Een gemeente mag bij ondernemers reclamebelasting heffen. Het beleid hieromtrent moet worden vastgelegd in een verordening. Mag een gemeente daarbij onderscheid maken tussen verschillende ondernemers?

Voorwaarden
Volgens een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is dit onderscheid inderdaad mogelijk, mits hiervoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Ook mag de te betalen reclamebelasting niet afhankelijk zijn van het inkomen, de winst of het vermogen.

Kernwinkelgebied en aanloopgebied
Voor het heffen van reclamebelasting maakt de gemeente Ede een onderscheid in kernwinkelgebied en aanloopgebied. Een pand behoort tot het aanloopgebied als vanuit de kern van Ede een straat overgestoken moet worden waar auto’s over mogen rijden. Zo niet, dan behoort een pand tot het kernwinkelgebied. Het pand in deze rechtszaak behoorde tot het kernwinkelgebied omdat geen straat overgestoken hoefde te worden, maar alleen de uitrit van een parkeergarage.

Baat is niet relevant
De ondernemer in deze zaak voerde ook aan dat hij geen detailhandel uitoefende en daarom geen baat had van de opbrengst. De reclamebelasting werd namelijk besteed aan activiteiten erop gericht om het centrum aantrekkelijker te maken voor bezoekers. Volgens de rechter is dit voor de heffing niet relevant.

Verordening
Gemeentes kunnen alleen reclamebelasting heffen als men dit in een verordening heeft vastgelegd. Heb je bezwaar tegen de invoering van reclamebelasting, dan kun je in het voortraject proberen dit tegen te houden door de ondernemersvereniging en de politiek te beïnvloeden. Staat de verordening eenmaal vast, dan is hiertegen weinig meer te doen.

Let op! Dit is dus anders als de verordening niet aan de hierboven vermelde voorwaarden van objectieve en redelijke rechtvaardiging voldoet. Ook dient een verordening altijd gepubliceerd te worden, in beginsel digitaal en vrij toegankelijk.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-13T10:14:49+01:0013 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Onderscheid mogelijk bij heffing reclamebelasting?

  • Lager gebruikelijk loon DGA moet aantoonbaar zijn

Lager gebruikelijk loon DGA moet aantoonbaar zijn

Als DGA ben je verplicht jaarlijks salaris aan de BV te onttrekken, het zogeheten gebruikelijk loon. Hoe hoog dit salaris is, hangt onder meer af van wat de medewerkers verdienen. Is dit bij een van hen meer dan €47.000, dan mag je in principe jezelf niet minder uitkeren.

Gebruikelijk loon
Het gebruikelijk loon dient volgens de wet te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij de BV indien een van deze bedragen meer is dan €47.000. Is het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager dan €47.000, dan wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag.

Wie eist, bewijst
In een rechtszaak (rechtbank Noord-Holland) was een DGA van mening dat hij zichzelf een lager gebruikelijk loon kon uitkeren dan dat van de meest verdienende werknemer. Hij stelde dat dit meer was dan 75% van het loon van de voor hem meest vergelijkbare dienstbetrekking. Hij diende dit aannemelijk te maken, maar slaagde hierin niet. Zo bleef tijdens de zitting onduidelijk wat nu de verantwoordelijkheden waren van de directeuren van andere bedrijven waarmee de directeur van de BV zich vergeleek.

Rekeningcourant
Bovendien wees ook de oplopende rekeningcourantschuld van de DGA erop dat er te weinig salaris was betaald. Het verweer van de DGA dat uitbetaling van een hoger gebruikelijk loon de BV in financiële moeilijkheden zou brengen, sneed ook geen hout. De reserves van de BV waren hiervoor namelijk ruim voldoende, aldus de rechtbank. De naheffing loonheffingen van ruim een ton bleef dan ook in stand.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-06T10:24:23+01:006 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Lager gebruikelijk loon DGA moet aantoonbaar zijn

  • Belastingtelefoon zit ernaast, wat zijn de gevolgen?

Belastingtelefoon zit ernaast, wat zijn de gevolgen?

Tijdens de aangifteperiode doen met name particulieren massaal een beroep op de Belastingtelefoon. Wanneer kun je je beroepen op de voorlichting of adviezen van de betreffende ambtenaar als deze fout blijken te zijn?

Reiskosten aftrekbaar?
In een zaak die speelde voor het gerechtshof in Den Bosch, had een belastingplichtige de zakelijke kilometers die hij maakte voor zijn baas afgetrokken tegen €0,19/km. Wettelijk is dit niet toegestaan, maar de Belastingtelefoon had hem hierover fout voorgelicht.

Inspecteur bestrijdt fout niet
Dat de Belastingtelefoon kennelijk een fout had gemaakt, stond voor het gerechtshof niet ter discussie. Wel de vraag welke gevolgen dit moest hebben. Volgens de inspecteur was er sprake van voorlichting waaraan men geen rechten kan ontlenen. De belastingplichtige zag dit anders.

Niet gebonden, tenzij
Het gerechtshof stelde dat de fiscus in beginsel niet gebonden is aan een uitlating van de Belastingtelefoon. Deze moet immers zijn voorlichtende taak zo onbelemmerd mogelijk kunnen uitoefenen. Dit is alleen bij uitzondering anders.

Wanneer wel gebonden?
Het gerechtshof stelde dat de fiscus wel aan het standpunt van de Belastingtelefoon gebonden is als om te beginnen niet zonder meer duidelijk is dat de betreffende informatie niet juist is. Bovendien moet de belastingplichtige schade hebben opgelopen door de foutieve informatie. En die schade mag niet beperkt zijn tot de te betalen belasting.

Leaseauto of niet?
In de betreffende zaak was niet zonder meer duidelijk dat de verschafte info onjuist was. Ook had de belastingplichtige door de foutieve voorlichting schade geleden. Hij had van zijn werkgever immers de beschikking over een leaseauto kunnen krijgen. Hiervan had hij afgezien toen hem via de Belastingtelefoon duidelijk werd dat hij bij gebruik van eigen vervoer €0,19/km in aftrek op zijn inkomen kon brengen. Omdat hij dus zijn eigen auto had aangehouden voor het werk, had hij een andere auto aangeschaft voor zijn partner.

Aftrek blijft in stand
Nu er sprake was van een fout die voor deze belastingplichtige niet direct duidelijk was geweest én er sprake was van geleden schade, bleef de aftrek in stand. Dit dus ondanks het feit dat voor de aftrek geen wettelijke grondslag bestaat.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-06T10:01:12+01:006 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Belastingtelefoon zit ernaast, wat zijn de gevolgen?

  • Pas op voor bestuurdersaansprakelijkheid

Pas op voor bestuurdersaansprakelijkheid

Hoewel een BV een onafhankelijke rechtspersoon is, kun je als bestuurder toch aansprakelijk gesteld worden voor belastingschulden van de BV. Je kunt de aansprakelijkheid wel beperken. Dit bleek onlangs nog uit een uitspraak van de rechtbank Gelderland.

Bestuursaansprakelijkheid
Wettelijk is geregeld dat bestuurders van een BV, onder wie meestal de DGA, in beginsel hoofdelijk aansprakelijk zijn voor een aantal belastingschulden. Dit betreft onder meer de loonheffing en omzetbelasting. De aansprakelijkheid vervalt als je als bestuurder betalingsmoeilijkheden van de BV tijdig aan de fiscus meldt. Dit betekent binnen twee weken nadat betaald had moeten worden.

Let op! Als je betalingsmoeilijkheden van de BV tijdig bij de fiscus meldt, kun je echter toch aansprakelijk zijn als er sprake is van onbehoorlijk bestuur. De inspecteur moet dit dan bewijzen.

Betalingsverplichtingen
In bovenstaande zaak had de fiscus gesteld dat er sprake was van onbehoorlijk bestuur en had daarom de bestuurder aansprakelijk gesteld. Uit de feiten bleek dat de BV financiële verplichtingen was aangegaan voor een bedrag van €60.000 per maand. De BV was voor deze verplichtingen afhankelijk van de financiering door een Chinese financier, zonder dat zekerheid bestond dat deze financier de verplichtingen ook daadwerkelijk zou nakomen.

Geen bankkredieten
De BV beschikte ook niet over eigen vermogen, noch over bankkredieten. Daardoor werd bewust het risico genomen dat niet meer voldaan zou kunnen worden aan de aangegane verplichtingen.

Redelijk denkend bestuurder
De rechtbank was dan ook van mening dat een redelijk denkend bestuurder niet voor deze financieringsstructuur en de daarmee gepaard gaande risico’s zou hebben gekozen. Er was volgens de rechtbank dan ook sprake van onbehoorlijk bestuur en de inspecteur had de bestuurder terecht aansprakelijk gesteld voor de belastingschulden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-22T09:30:36+01:0022 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Pas op voor bestuurdersaansprakelijkheid

  • Zonder controle eerdere jaren geen ‘nieuw feit’

Zonder controle eerdere jaren geen ‘nieuw feit’

Als de fiscus een navorderingsaanslag op wil leggen, is daar in de regel een ‘nieuw feit’ voor nodig. Dit is een feit dat de inspecteur bij het opleggen van de aanslag niet bekend was en redelijkerwijs ook niet bekend kon zijn. Hiervan is onder omstandigheden geen sprake als de inspecteur verzuimd heeft aanslagen uit eerdere jaren te beoordelen, aldus een uitspraak van de rechtbank Breda.

Voortdurende verliezen niet opgemerkt
In de betreffende zaak ging het om een belastingplichtige die naast zijn baan in loondienst een webshop en borduurstudio exploiteerde. Hiermee behaalde hij gedurende veertien jaren alleen maar verliezen. Doordat er positieve inkomsten uit dienstbetrekking tegenover stonden, was het inkomen per saldo toch steeds positief en had de inspecteur de verliezen niet opgemerkt.

Navorderen mogelijk?
De inspecteur merkte de verliezen bij het opleggen van de aanslag over 2016 wel op en liet ze niet in aftrek toe. Ook vorderde hij na over het jaar 2015. Voor de rechter speelde de vraag of dit wel mogelijk was.

Nieuw feit?
Concreet ging het om de vraag of de inspecteur over een ‘nieuw feit’ beschikte. Duidelijk was dat hij de verliezen in eerdere jaren niet had opgemerkt omdat het inkomen per saldo nog positief was geweest. De rechter was van mening dat een nieuw feit ontbrak. De inspecteur had bij het beoordelen van de aangiftes ook aandacht moeten besteden aan eerdere jaren. Nu dit niet was gebeurd, kon dit achteraf niet via een navordering ongedaan gemaakt worden.

Let op! Volgens de uitspraak is ook van belang dat de verliezen wel zouden zijn opgemerkt als de aangiftes uit eerdere jaren wel normaal beoordeeld zouden zijn. In dat geval zou er ook aanleiding zijn geweest nader onderzoek te doen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-15T09:52:23+01:0015 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Zonder controle eerdere jaren geen ‘nieuw feit’

  • Hoe lang is geruisloze overdracht te herzien?

Hoe lang is geruisloze overdracht te herzien?

Ondernemers in de inkomstenbelasting kunnen bij staking van hun bedrijf onder voorwaarden ervoor kiezen de onderneming geruisloos door te schuiven. Maar is een dergelijke keuze achteraf nog te herzien, en zo ja, tot wanneer?

Geruisloos doorschuiven
Als een onderneming geruisloos naar een overnemer wordt doorgeschoven, vindt er fiscaal geen staking plaats. Dit betekent dat degene die het bedrijf stopt of overdraagt, niet met de fiscus hoeft af te rekenen over onder meer de boekwinsten. Die claims schuiven door naar de opvolger en vertaalt zich in een lagere overnameprijs.

Voorwaarden
Geruisloos doorschuiven is gebonden aan voorwaarden. Een belangrijke is dat de overdrager en de opvolger minstens drie jaar lang een samenwerkingsverband moeten hebben gehad, zoals een VOF, of dat de opvolger al minstens drie jaar bij de overdrager in dienst is.

Verzoek nodig
Als partijen gebruik willen maken van de faciliteit tot geruisloze overdracht, moet dit bij de aangifte door beide partijen worden verzocht. De vraag die onlangs voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant werd uitgevochten, was of op deze keuze nog kan worden teruggekomen en zo ja, hoe lang.

Niet wettelijk bepaald
Het antwoord op deze vraag staat niet in de wet. De rechter besluit in deze zaak dat op grond van de aard en werking van de faciliteit hierop kan worden teruggekomen, zolang de aanslag voor één of meer van de stakende ondernemers of één of meer van de overnemende ondernemers nog niet definitief vaststaat. Staat minimaal één van deze aanslagen wel definitief vast, dan kan op de keuze voor geruisloze overdracht niet meer worden teruggekomen.

In deze zaak stonden de aanslagen van de overnemers echter al definitief vast. De rechtbank besluit dan ook dat niet op de keuze voor de faciliteit kan worden teruggekomen en stelt de inspecteur in het gelijk.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-12T09:56:22+01:0012 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoe lang is geruisloze overdracht te herzien?

  • Reclamebelasting, wat verstaan we onder reclame?

Reclamebelasting, wat verstaan we onder reclame?

Als je reclame maakt, kan de gemeente een aanslag reclamebelasting opleggen. Maar wat verstaan we precies onder reclame? De rechtbank Zeeland-West-Brabant gaf eerder uitsluitsel.

Reclamebelasting
Een gemeente kan een aanslag reclamebelasting opleggen voor openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.

Verordening
Als een gemeente reclamebelasting wil heffen, moet dit zijn vastgelegd in een gemeentelijke verordening. Hierin kan bepaald zijn dat de belasting slechts in een deel van de gemeente wordt geheven.

Gezellig!
In bovenstaande zaak was aan een café-eigenaar een aanslag reclamebelasting opgelegd van €541. Volgens de gemeente bestond hiertoe het recht omdat op de ramen van het café het woord ‘gezellig’ met een sticker was aangebracht, alsmede de naam van het café.

Openbare aankondiging?
De rechter moest vervolgens de vraag beantwoorden of dit aangemerkt kan worden als een openbare aankondiging. Volgens vaste rechtspraak moet onder ‘openbare aankondigingen’ worden verstaan alle tot het publiek gerichte mededelingen welke erop zijn gericht de belangstelling te trekken voor hetgeen wordt aangekondigd. In het algemeen dus elke tot het publiek gerichte mededeling van commerciële of ideële aard waarmee de aandacht wordt getrokken voor een dienst, een product of een boodschap.

Onduidelijk
Getoetst aan deze uitgangspunten kwam de rechtbank tot de conclusie dat er met het woord ‘gezellig’ alleen geen sprake was van reclame. Het woord kan namelijk niet als een mededeling worden beschouwd dat er in het pand een café gevestigd is. Bovendien was het overige bewijs in de vorm van foto’s erg onduidelijk. De cafébaas werd daarop in het gelijk gesteld.

Wel belasting voor klok
Overigens is er al snel sprake van reclame en dus van de verschuldigdheid van reclamebelasting. Zo oordeelde het gerechtshof in Leeuwarden begin dit jaar nog dat er voor een klok aan de gevel van een uurwerkhersteller wél reclamebelasting verschuldigd is.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-11T09:25:24+01:0011 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Reclamebelasting, wat verstaan we onder reclame?

  • Geen BOR bij weinig actief beleggen in vastgoed

Geen BOR bij weinig actief beleggen in vastgoed

In de schenkbelasting bestaat een belangrijke faciliteit voor het schenken van een onderneming, de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Eén van de vereisten is dat het gaat om een zogeheten materiële onderneming. Als er alleen beleggingsactiviteiten verricht worden, is er geen sprake van een materiële onderneming.

Inhoud BOR
Volgens de BOR wordt de schenking van een onderneming onder voorwaarden tot een bedrag van €1.119.845 (2021) vrijgesteld van belastingheffing. Is de waarde hoger, dan is van het meerdere nog 83% vrijgesteld.

Verhuur garageboxen en bedrijfsruimtes
In een zaak die eerder speelde voor de Hoge Raad, was de vraag aan de orde of het verhuren van garageboxen en bedrijfsruimtes kan worden aangemerkt als een materiële onderneming. Met het voeren van een materiële onderneming wordt met zoveel woorden bedoeld dat de eigenaar en werknemers arbeid verrichten die normaal vermogensbeheer te boven gaan. Ook moet het doel zijn om meer rendement te behalen dan bij normaal vermogensbeheer. De Hoge Raad vond dat er in deze casus geen sprake was van een materiële onderneming.

Alle werkzaamheden van belang
De belastingplichtigen stelden nog dat het aankopen van garageboxen, het opknappen en weer verhuren ervan, geen normaal vermogensbeheer is. De Hoge Raad is echter van mening dat voor het trekken van deze conclusie gekeken moet worden naar alle verrichte werkzaamheden. Eén specifieke activiteit is daarvoor dus niet bepalend.

In lijn met het gerechtshof
Volgens het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat de zaak vóór de Hoge Raad onder handen had, waren de werkzaamheden van de BV, waaronder het voeren van een actief huurdersbeleid, gebruikelijk voor beheerders van beleggingsportefeuilles in vastgoed met een vergelijkbare omvang. Ook achtte het hof niet bewezen dat een bovengemiddeld rendement werd behaald en dus werd de vrijstelling niet toegepast. De Hoge Raad deelt dus deze mening.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-10T14:13:26+01:0010 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Geen BOR bij weinig actief beleggen in vastgoed

  • Onnauwkeurige DGA komt flink op de koffie

Onnauwkeurige DGA komt flink op de koffie

Als DGA kan het voorkomen dat je bepaalde privé-uitgaven abusievelijk als zakelijk aanmerkt. Wie het echter structureel niet zo nauw met de fiscale regelgeving neemt, kan flink op de koffie komen. Dit werd onlangs duidelijk voor de rechtbank in Den Haag.

Niet zo nauw
De DGA in deze zaak nam het niet zo nauw, zo bleek. Hij betaalde onder meer diverse privé-uitgaven vanuit de zaak, kende zichzelf een gebruikelijk loon toe dat ver onder het wettelijk minimum van nu €47.000 lag, vergat de bijtelling voor de ter beschikking gestelde auto’s aan te geven, verzweeg tienduizenden euro’s aan omzet en gaf te weinig zakelijk ontvangen rente aan. De inspecteur berekende de verschillen en merkte die aan als winstuitdeling, gevolgd door overeenkomstige aanslagen vanwege extra inkomsten in box 2.

Weinig schuldbewust
De DGA stelde zich weinig schuldbewust op en weigerde in eerste instantie de gevraagde informatie aan de inspecteur te leveren. Naar zijn mening kon de inspecteur met de reeds bekende gegevens best uit de voeten. Aan een boekenonderzoek verleende hij dan ook geen medewerking.

Bankgegevens onrechtmatig verkregen?
De DGA was verder van mening dat de inspecteur niet de bevoegdheid had diverse inkomensgegevens via zijn bank te achterhalen. De rechtbank ging hier niet in mee en stelde dat de inspecteur deze bevoegdheid op grond van de wet uitdrukkelijk wel heeft.

Schadevergoeding
De DGA was bovendien van mening dat vanwege de vertraging van het bezwaar en beroep een schadevergoeding van €5.000.000 op zijn plaats was. Ook hiermee maakte de rechtbank korte metten. Weliswaar was er sprake van een vertraging van bijna twee jaar, maar volgens de huidige normen levert dit slechts een schadevergoeding op van €2.000. Deze werd in mindering gebracht op de diverse aanslagen en navorderingsaanslagen, die inclusief de boetes, goeddeels in stand bleven.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-10T13:42:43+01:0010 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Onnauwkeurige DGA komt flink op de koffie