uitspraak

  • Vaak ziek? Geen reden voor ontbinding arbeidsovereenkomst

Vaak ziek? Geen reden voor ontbinding arbeidsovereenkomst

Een medewerker meldde zich 23 keer in een jaar ziek. Voor de werkgever was de maat vol. Hij diende bij de kantonrechter een ontbindingsverzoek in gebaseerd op frequent verzuim. Maar de rechter wees het verzoek van de werkgever af.

Voorwaarden ontbinding bij frequent ziekteverzuim
De wet bepaalt dat aan de volgende voorwaarden moet zijn voldaan om een arbeidsovereenkomst te ontbinden:

  • er is sprake van regelmatig ziekteverzuim, en
  • dat regelmatige ziekteverzuim is géén gevolg van onvoldoende zorg van de werkgever, en
  • dat regelmatige ziekteverzuim zorgt voor onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering, en
  • herstel binnen 26 weken is niet aannemelijk, en
  • herplaatsing in een andere passende functie is niet mogelijk.

Cumulatieve voorwaarden
Het gaat hier om zogenaamde cumulatieve voorwaarden. Dat wil zeggen dat aan alle voorwaarden moet zijn voldaan wil er sprake zijn van een redelijke grond om de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter te laten ontbinden. Bijkomende voorwaarde is dat een deskundigenoordeel van het UWV moet kunnen worden overgelegd bij de rechter. Dit deskundigenoordeel wordt gratis door het UWV verstrekt.

Uitkomst procedure
De rechter ontkende niet dat er sprake was van veelvuldig verzuim door de werknemer. Hij keek daarbij naar het gemiddelde verzuim binnen het bedrijf dat 4,9% bedroeg. Hij wees het verzoek van de werkgever af omdat de werkgever er niet in was geslaagd aan te tonen dat sprake was van onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering. Er waren geen financiële jaarstukken door de werkgever ingebracht, waaruit zou kunnen volgen dat het verzuim onaanvaardbare gevolgen had voor de bedrijfsvoering. Mogelijk had dat nog iets geholpen. In de praktijk blijkt deze ontbindingsgrond een erg lastige te zijn juist vanwege de voorwaarde dat moet worden aangetoond dat het frequente verzuim tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering leidt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-05T10:45:47+01:005 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vaak ziek? Geen reden voor ontbinding arbeidsovereenkomst

  • Correctie heffing box 3 door interen op vermogen

Correctie heffing box 3 door interen op vermogen

Als je moet interen op het vermogen om de verschuldigde belasting in box 3 te voldoen en je hebt alleen inkomsten uit rente, dan moet de verschuldigde box 3-belasting worden gecorrigeerd. Dit volgt uit een uitspraak van rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Box 3 ter discussie
De belastingheffing in box 3 staat al jaren ter discussie. De heffing is namelijk gebaseerd op een fictief rendement, dat hoger wordt verondersteld naarmate het vermogen toeneemt. Dus los van de vraag wat het werkelijke rendement is dat met het vermogen wordt behaald.

Buitensporige last
In bovengenoemde zaak concludeerde de rechtbank dat de heffing in deze specifieke situatie een individuele en buitensporige last oplevert. Uit eerdere rechtszaken is af te leiden dat dit een reden kan zijn de belastingheffing met succes aan te vechten.

Alleen inkomsten uit rente
In de betreffende zaak had een echtpaar alleen inkomsten uit rente. De te betalen belasting bedroeg meer dan het inkomen dat uit rente werd verkregen. Het echtpaar had ook geen andere inkomsten. De rechtbank verminderde daarop het fictieve rendement met ruim €125.000, zodat dit beter aansloot bij het inkomen dat uit rente werd verkregen.

Heffingskorting
De rechtbank hield daarbij ook rekening met het feit dat er van een individuele en buitensporige last sprake kan zijn als de belastingheffing de rente-inkomsten niet overschrijdt. Indien dit namelijk wordt veroorzaakt door de algemene heffingskorting is van belang dat deze juist in het leven is geroepen om over een bepaald minimuminkomen geen belasting te heffen.

Toekomstig inkomen niet van belang
Het echtpaar had ook nog aandelen in een stamrecht-BV die te zijner tijd uitkeringen op zouden leveren. Hiermee mocht volgens de rechtbank echter nu nog geen rekening worden gehouden. Ondanks deze toekomstige uitkeringen en een bezit van ruim €1,2 miljoen aan spaartegoeden en een hypotheekvrije eigen woning, werden de aanslagen vanwege de geconstateerde buitengewone last dus toch verlaagd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-03T16:40:55+01:003 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Correctie heffing box 3 door interen op vermogen

  • Voorschot UWV niet op eigenrisicodrager WGA verhalen

Voorschot UWV niet op eigenrisicodrager WGA verhalen

Vanwege de achterstanden bij de geneeskundige keuringen heeft het UWV aan (ex-)werknemers van werkgevers die eigenrisicodrager voor de WGA zijn, voorschotten verleend in afwachting van een beslissing op de WIA-aanvraag. Vervolgens zijn deze voorschotten doorbelast aan de WGA-eigenrisicodrager. Dit is echter niet toegestaan volgens de rechtbank in Roermond.

De WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) kent twee uitkeringen: de WGA voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten en de IVA-uitkering voor volledig arbeidsongeschikten.

Bezwaar tegen toerekening voorschotten WGA
Bij de rechtbank in Roermond is er geprocedeerd over de vraag of het UWV de uitbetaalde voorschotten aan (ex-)werknemers mag doorbelasten aan de WGA-eigenrisicodrager, de (ex-)werkgever dus. Dat mag niet, aldus de rechtbank.

Ontbreken wettelijke grondslag
De rechtbank Roermond bepaalde in de zaak dat het UWV een wettelijke grondslag moet kunnen aanwijzen waarop de betalingsverplichtingen voor de (ex-)werkgever, tevens eigenrisicodrager WGA, worden gebaseerd. Deze grondslag moet ondubbelzinnig uit de wet voortvloeien en daarvan is waar het gaat om de toegekende WGA-voorschotten geen sprake. Ook ontbreekt een wettelijke bepaling die een voorschot op een WIA-uitkering gelijkstelt met een WIA-uitkering.

Schade door het UWV
De WGA-eigenrisicodrager was in deze zaak van mening dat zij schade heeft geleden door de in haar ogen onrechtmatige toerekenbesluiten van de voorschotten van het UWV. Die schade wil zij vergoed zien. Er is onder andere schade geleden omdat de WGA-eigenrisicodrager administratieve werkzaamheden heeft moeten verrichten om alle individuele toerekenbesluiten te verwerken en het UWV daarop te antwoorden. De rechtbank gaat hierin mee door te oordelen dat het niet op voorhand onaannemelijk is dat de WGA-eigenrisicodrager deze gestelde schade geleden heeft.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-31T14:33:35+01:0031 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voorschot UWV niet op eigenrisicodrager WGA verhalen

  • Strenge eisen Milieulijst niet altijd fataal

Strenge eisen Milieulijst niet altijd fataal

Als je milieuvriendelijk investeert, kun je in aanmerking komen voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en voor de Vamil (willekeurige afschrijving milieu-investeringen). Voor deze faciliteiten gelden vaak zeer specifieke eisen. Die mogen echter niet onevenredig zwaar uitpakken, aldus de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

MIA
Als een bedrijfsmiddel voor de MIA in aanmerking komt, betekent dit dat je een percentage van de aanschafprijs extra mag afschrijven. Het percentage hangt af van het bedrijfsmiddel. Dit jaar zijn de percentages 13,5%, 27% en 36%, volgend jaar worden ze verhoogd naar 27%, 36% en 45%.

Vamil
Een bedrijfsmiddel waarop je de Vamil kunt toepassen, kun je willekeurig voor 75% afschrijven. Dat kan desgewenst al in het eerste jaar. Op het restant van de aanschafprijs schrijf je normaal af. De Vamil levert je een liquiditeits- en rentevoordeel op.

Let op! Je mag op een bedrijfsmiddel de MIA en/of de Vamil toepassen als het bedrijfsmiddel op de Milieulijst staat.

Specifieke eisen
De bedrijfsmiddelen op de Milieulijst moeten vaak aan erg specifieke eisen voldoen. Die zijn vaak bedoeld om ervoor te zorgen dat de milieuwinst van het bedrijfsmiddel overeenkomt met de bedoeling van de wetgever. Soms zijn de eisen echter onverklaarbaar.

Stalontwerpcertificaat te laat afgegeven
In een zaak die eerder diende voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant had een agrariër fors geïnvesteerd in milieuvriendelijke varkensstallen. Hiervoor was vereist dat een stalontwerpcertificaat diende te zijn afgegeven vóórdat de investering werd aangemeld bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de organisatie die de Milieulijst uitvoert. Helaas was het certificaat niet tijdig afgegeven, wat de agrariër op een flinke naheffing kwam te staan.

Wat is het nut ervan?
De rechter stelde dat de eis inzake de tijdige aanlevering van het stalontwerpcertificaat gebaseerd was op de Milieulijst. Dit is geen wet in formele zin. De inspecteur kon ter zitting niet duidelijk maken wat het nut is van de eis inzake het certificaat. Omdat de agrariër verder voldeed aan alle eisen inzake de MIA en Vamil, kende de rechter de faciliteiten toch toe.

Evenredigheidsbeginsel
Volgens de rechter woog het financiële belang van de agrariër namelijk ruimschoots op tegen het doel van de eis inzake het stalontwerpcertificaat. Toepassing van het evenredigheidsbeginsel betekende dan ook dat de fiscus in het ongelijk werd gesteld.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-27T09:11:54+02:0027 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Strenge eisen Milieulijst niet altijd fataal

  • Terugwerkende kracht juiste sectorindeling mogelijk

Terugwerkende kracht juiste sectorindeling mogelijk

Betaalde een werkgever te veel premies omdat hij in een verkeerde sector was ingedeeld, dan was het niet mogelijk om ingedeeld te worden in de juiste sector. De Hoge Raad heeft daar nu een streep doorheen gezet en de mogelijkheid heropend naar een wijziging van de sectorindeling met terugwerkende kracht.

Werkgevers worden van rechtswege ingedeeld in een bepaalde sector op basis van hun activiteiten. De inhoudingsplichtige, ofwel de werkgever, kan met goede argumenten de Belastingdienst verzoeken tot aanpassing van de sectorindeling. Vanaf 29 juni 2018 is het echter niet langer mogelijk met terugwerkende kracht om een gewijzigde sectorindeling te verzoeken. Het belangrijkste argument hiervoor was het capaciteitsgebrek bij de Belastingdienst.

Te veel betaalde premies
Dit had tot gevolg dat als een inhoudingsplichtige te veel premie betaalde door een onjuiste sectorindeling, het niet langer mogelijk was om de te veel betaalde premies achteraf terug te vorderen. Er was echter geen sprake van een eerlijk speelveld omdat het voor de Belastingdienst wel mogelijk was over te gaan tot aanpassing met terugwerkende kracht van de sectorindeling, wanneer de onjuiste sectorindeling in een te lage premieafdracht resulteerde.

Beoordeling Hoge Raad
De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat dit een aantasting van het eigendomsrecht betreft die niet kan worden gerechtvaardigd door de aangevoerde redenen van capaciteitsgebrek. Het wettelijk systeem houdt in dat de sectoraansluiting van rechtswege plaatsvindt.

Herstellen
Dit betekent dat de belastinginspecteur foutieve sectorindelingen zoveel als mogelijk moet herstellen. Ook moet hij de gevolgen van een onjuiste sectorindeling zoveel mogelijk ongedaan maken. Het genoemde risico dat mogelijk veel werkgevers een wijziging met terugwerkende kracht gaan aanvragen, vormt geen reden voor de eigendomsaantasting. Het feit dat een werkgever al eerder op de hoogte kon zijn van de onjuiste sectorindeling en dus op een eerder moment om wijziging van de sectorindeling had kunnen verzoeken, maakt dat niet anders.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-08T09:03:17+02:008 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Terugwerkende kracht juiste sectorindeling mogelijk

  • Niet uitbetaald pensioen DGA wel belast

Niet uitbetaald pensioen DGA wel belast

Als je als DGA van de BV geen pensioen krijgt terwijl je hier wel recht op hebt, betekent dit niet automatisch dat het ook niet belast is. Dit besliste rechtbank Gelderland eerder.

Pensioen slechts deels uitbetaald
In de betreffende zaak had een DGA recht op een pensioen bij zijn eigen BV ter grootte van €95.124 per jaar. In 2015, 2016 en 2017 ontving de DGA echter maar €46.680 aan pensioen. De inspecteur had ook het restant van €48.444 (€95.124 -/- €46.680) ieder jaar echter gewoon belast.

Vorderbaar en inbaar?
Voor de rechter was het de vraag of dit terecht was, wat afhing van de vraag of de vordering van de DGA op de BV ‘vorderbaar en tevens inbaar was’. Volgens de rechter was dit het geval. De rechter kwam tot dit oordeel nadat kwam vast te staan dat de DGA bij de BV leningen ter financiering van zijn eigen woning had afgesloten en een rekeningcourantschuld had. Het totaal van de vorderingen van de BV op de DGA bedroeg zo’n €2,5 miljoen.

Verrekening mogelijk
De rechter stelde vast dat als de BV niet bij machte zou zijn geweest het pensioen gewoon uit te betalen, ook besloten had kunnen worden dit te verrekenen met de opgebouwde schulden van de DGA. Als de BV zakelijk had gehandeld, was dit ook logisch geweest. Bovendien is dit wettelijk ook toegestaan. Dat geldt niet voor verrekening van gewoon loon, maar wel voor een pensioenaanspraak. De inspecteur werd dan ook in het gelijk gesteld.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-16T09:04:44+02:0016 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Niet uitbetaald pensioen DGA wel belast

  • Verschuldigde rente aan DGA is winstuitdeling

Verschuldigde rente aan DGA is winstuitdeling

Als je als DGA een lening sluit bij jouw BV, moet je hierover in de regel rente betalen. Gebeurt dit niet, dan is er sprake van een belaste winstuitdeling, aldus de rechtbank Gelderland.

BV berekent geen rente
In de betreffende zaak had een DGA bij zijn BV een rekeningcourant afgesloten van meer dan €3.000.000. Hierover was hij volgens afspraak 5% rente verschuldigd, maar de BV bracht deze nooit in rekening. De inspecteur berekende de verschuldigde rente op ruim €330.000 over een periode van twee jaren en legde een aanslag op wegens winstuitdeling.

Eis: dubbele bewustheid
Volgens de rechter moesten zowel de DGA als de BV zich ervan bewust zijn geweest dat de DGA bevoordeeld werd door geen rente te berekenen. Deze eis van dubbele bewustheid betekende dat er terecht aanslagen vanwege een voordeel uit aanmerkelijk belang waren opgelegd.

Wanneer geen rente rekenen?
De fiscus gaat ermee akkoord dat er geen rente wordt berekend als het een rekeningcourantschuld betreft met een maximum van €17.500. Via een rekeningcourant gebruik je financiën van de BV voor bepaalde privé-uitgaven, die je even later weer aflost. Schiet je in de loop van het jaar over het maximum van €17.500 heen, dan moet over het hele jaar wel rente worden berekend.

Let op! Over een normale lening onder dit bedrag moet wel gewoon rente worden berekend.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-13T11:20:22+02:0013 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verschuldigde rente aan DGA is winstuitdeling

  • Arbeidsverleden bij bepaling transitievergoeding

Arbeidsverleden bij bepaling transitievergoeding

Stel nu dat een werknemer zelf zijn dienstverband opzegt, elders gaat werken en korte tijd later weer bij de werkgever terugkeert. Hoe moet dan de transitievergoeding worden berekend als dit laatste dienstverband ten einde komt? Moet worden uitgegaan van de gehele periode dat de werknemer in dienst was of moet alleen worden gekeken naar het moment dat de werknemer opnieuw in dienst is getreden?

Voor de berekening van de transitievergoeding worden één of meer voorafgaande arbeidsovereenkomsten tussen dezelfde partijen, die elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd, samengeteld, zo is de algemene regel. Wat was in deze zaak het geval?

Spijtoptant
In een aan de kantonrechter Almere voorgelegde vraag had een werknemer van 1 oktober 2013 tot 1 juli 2019 als salesmanager bij zijn werkgever gewerkt. Per 1 juli 2019 heeft hij zijn dienstverband opgezegd om elders in dienst te treden. Uiteindelijk beviel dit toch niet en is hij op 14 oktober 2019 weer bij zijn voormalige werkgever in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd als ordermanager.

Ontbonden
Uiteindelijk gaat dit niet goed en wordt de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter per 1 januari 2021 ontbonden. Bij de eindafrekening blijkt de werkgever de transitievergoeding berekend te hebben vanaf 14 oktober 2019 en niet vanaf 1 oktober 2013. De werknemer is het hier niet mee eens.

Initiatief einde arbeidsovereenkomst
Naar de mening van de werkgever is de transitievergoeding bedoeld voor situaties waarin de arbeidsovereenkomst is geëindigd op initiatief van de werkgever en daar was in deze situatie geen sprake van, gelet op de opzegging van de werknemer van de eerste arbeidsovereenkomst. De werkgever heeft tevens naar voren gebracht dat het in strijd met de redelijkheid en billijkheid zou zijn als zij door het opnieuw in dienst nemen van de werknemer alsnog een transitievergoeding verschuldigd zou zijn, terwijl dat in eerste instantie niet het geval was.

Onaanvaardbaar
De rechter oordeelt dat alhoewel de wetsgeschiedenis hier geen duidelijkheid over geeft, het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om de werkgever te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding over het volledige dienstverband vanaf 1 oktober 2013, zonder daarbij rekening te houden met de opzegging van de werknemer per 1 juli 2019. Daarbij weegt ook mee dat de werknemer al een andere baan had aanvaard, voordat hij tot opzegging van zijn arbeidsovereenkomst bij de werkgever overging en hij dus welbewust deze keuze heeft gemaakt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-06T11:00:35+02:006 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Arbeidsverleden bij bepaling transitievergoeding

  • Lagere BTW-correctie privégebruik auto mogelijk?

Lagere BTW-correctie privégebruik auto mogelijk?

Statistische gegevens kunnen worden gebruikt om aan te tonen dat het vaste forfaitaire percentage om het privégebruik auto vast te stellen, te hoog is. Dat heeft de Hoge Raad eerder geoordeeld. Een ondernemer die hiervan gebruik wilde maken, werd echter door de rechtbank teruggefloten.

Tip! Naast het gebruik van statistische gegevens kan ook het bijhouden van een rittenadministratie of gegevens op grond waarvan een redelijke schatting kan worden gemaakt over het privégebruik auto nuttig zijn om aan te tonen dat het forfait te hoog is.

Statistische gegevens
De ondernemer wilde de statistische gegevens gebruiken om het privégebruik auto van zijn salesmedewerkers te bepalen. De statistische gegevens die de ondernemer wilde gebruiken, betroffen rapporten. In die rapporten was het uitgangspunt dat al het woon-werkverkeer zakelijk was. De rechtbank oordeelde dat de ondernemer de gegevens niet mocht gebruiken omdat de salesmedewerkers behalve naar klanten af en toe ook naar de kantoorruimte en showroom van hun werkgever moesten. Die kilometers zijn voor de BTW niet zakelijk. Anders dan in de rapporten was in deze zaak dus niet al het woon-werkverkeer zakelijk.

Niet controleerbaar
Omdat de ondernemer verder geen of onvoldoende gegevens over het privégebruik ter beschikking had, kon de rechtbank uiteindelijk niet controleren of het forfait te hoog was.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-03T10:02:23+02:003 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Lagere BTW-correctie privégebruik auto mogelijk?

  • Drankje bij toegangsticket, hoog of laag BTW-tarief?

Drankje bij toegangsticket, hoog of laag BTW-tarief?

Als je verschillende prestaties aanbiedt, kunnen die voor de BTW onder omstandigheden toch als één prestatie worden aangemerkt. Onder andere wanneer er sprake is van een ‘bijkomende prestatie’. Maar wanneer is hiervan sprake?

Toegang tot theater plus drankje
Eerder legde een ondernemer bovenstaande vraag voor aan de rechter. De ondernemer exploiteerde een schouwburg annex theater. Er werd één toegangsprijs gehanteerd, waarin naast het verlenen van toegang een vergoeding was begrepen voor gebruik van de garderobe, een drankje in de pauze en administratiekosten.

Alcoholisch drankje met 9% BTW?
Desgewenst kon het pauzedrankje ook een alcoholisch drankje zijn. De ondernemer was van mening dat ook dan slechts het lage BTW-tarief van 9% in plaats van het BTW-tarief van 21% van toepassing was, ervan uitgaande dat het drankje een bijkomende prestatie was.

Wanneer splitsing in verschillende BTW-tarieven niet nodig?
De rechter stelde dat splitsing van de prestatie in meerdere BTW-tarieven niet nodig is als een splitsing als kunstmatig moet worden aangemerkt. Daarvan was hier geen sprake. Splitsing is ook niet nodig als er sprake is van een bijkomende prestatie. Het tarief van een dergelijke prestatie volgt namelijk het tarief van de hoofdprestatie.

Drankje bijkomende prestatie?
De rechter was van mening dat in dit geval het drankje niet als bijkomende prestatie van de hoofdprestatie, het verlenen van toegang tot de schouwburg, kan worden gezien. Het drankje was volgens de rechter namelijk geen middel om optimaal gebruik te kunnen maken van de hoofdprestatie, het bijwonen van een voorstelling.

Verschillende belangen
Volgens de rechter moet ook worden meegewogen dat het drankje voor iedere bezoeker een verschillend belang kent. Daarnaast wijst ook het feit dat een aparte vergoeding moet worden betaald en dat men vrij is de prestatie al dan niet af te nemen er op dat er geen sprake is van een bijkomende prestatie. Het drankje is voor de gemiddelde bezoeker juist een afzonderlijk belang, aldus de rechter en dus werd de inspecteur in het gelijk gesteld.

Vergelijking met obstacle run?
De ondernemer wees nog op de andersluidende uitspraak uit 2017 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een zogenaamde obstacle run. In die zaak werd aan het eind van deze sportieve strijd aan de deelnemers eveneens een alcoholisch drankje verstrekt en een t-shirt. De rechter ging hier aan voorbij met de opmerking dat de feitelijke situatie hier anders was.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-08-06T13:39:29+02:006 augustus 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Drankje bij toegangsticket, hoog of laag BTW-tarief?