uitspraak

De waarde van een branche-eigen product voor jouw personeel

Een bedrijf gaf zijn personeel en diens gezinsleden in de periode 2015-2019 een korting op de standaardvervoersprijs voor privéritten met de trein. Deze korting was gelijk aan de collectiviteitskorting die het bedrijf zelf, als zakelijke grootverbruiker van vervoer, ontving van een groepsvennootschap. Op basis van een cao-bepaling was het bedrijf verplicht dit voordeel door te spelen naar de werknemer.

Geen loon

OV

Rechtbank Gelderland behandelde deze zaak. Het bedrijf nam het standpunt in dat het voordeel op de standaardvervoersprijs een collectiviteitskorting vormde. Omdat een dergelijk voordeel voortvloeit uit het feit dat er collectief voordelige afspraken zijn gemaakt met een derde, is dan geen sprake van loon.

Wel loon

De Belastingdienst was het hier niet mee eens. De Belastingdienst meende dat de korting op de vervoersprijs wel degelijk belastbaar loon was, omdat particulieren deze korting niet konden krijgen en dus duurder uit zijn. Het voordeel van de korting moest volgens de Belastingdienst gesteld worden op de korting ten opzichte van de normale prijs die een particulier moest betalen.

Volgens de rechtbank is de korting inderdaad onderdeel van het loon. De korting vloeide immers voort uit cao-afspraken en werd gegeven door de werkgever.

Hoe hoog

Volgende vraag is nu hoe hoog dit loon is. Voor producten uit de eigen branche van de werkgever gelden daarbij speciale regels om ervoor te zorgen dat deze de waarde niet kan beïnvloeden. Deze regels waren tot 2020 strenger dan tegenwoordig.

Nu de verwachting is dat werknemers bij andere grootverbruikers met een vergelijkbare bepaling in de cao eenzelfde korting zouden krijgen, oordeelt de rechtbank dat de waarde van het vervoersbewijs gesteld mag worden op de prijs, rekening houdend met de korting.

Toepassing van deze uitspraak

Op grond van deze uitspraak kunt u voor de waardering van een branche-eigen product makkelijker aansluiten bij het bedrag dat bij andere werkgevers (bij wie het geen branche-eigen producten zijn) in aanmerking mag worden genomen. Daarbij komt dat de waardering van branche-eigen producten vereenvoudigd is. Dat betekent per saldo dat wanneer andere werkgevers branche-eigen producten van u kunnen kopen met voordeel, en zij dit voordeel doorgeven aan hun werknemers, ook u mag uitgaan van deze waarde. Zorg daarbij wel voor bewijs.

Door |2025-06-03T20:57:25+02:003 juni 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor De waarde van een branche-eigen product voor jouw personeel

Ondanks Corona toch gebruikersheffing OZB bioscoop

De gebruiker van een bioscoopcomplex moet hiervoor toch de gebruikersheffing OZB betalen, ondanks dat de bioscoop vanwege Corona tijdelijk niet gebruikt kon worden. Dit besliste Rechtbank Midden-Nederland onlangs. De uitspraak staat echter haaks op een eerdere uitspraak van Rechtbank Limburg.

Geen gebruik vanwege Corona
De aanslag gebruikersheffing OZB betrof het jaar 2021. Op de toetsdatum van 1 januari 2021 was de bioscoop vanwege Corona verplicht gesloten. Door de sluiting hoopte de overheid verspreiding van het virus te kunnen beteugelen.

Gebruikt of niet?
Voor de rechtbank draaide het in deze zaak met name om de vraag of het pand, ondanks de verplichte sluiting, toch gebruikt werd. De rechtbank vond van wel. De bioscoop kon weliswaar niet als zodanig geëxploiteerd worden, maar werd wel gebruikt voor de opslag van het meubilair en dergelijke. Bovendien werd het complex tijdens de sluiting onderhouden en gereinigd.

Rechters verschillen van mening
In bovengenoemde uitspraak van Rechtbank Limburg was het beperkte gebruik van de bioscoop voor de rechter juist onvoldoende om de aanslag gebruikersheffing op te kunnen leggen. Dat de bioscoop ter beschikking stond, was volgens deze rechtbank onvoldoende aangezien er geen alternatieve activiteiten in de bioscoop hadden plaatsgevonden of plaats hadden kunnen vinden.

Onduidelijkheid
De uitspraken zorgen voorlopig voor onduidelijkheid. Omdat tegen de uitspraak van Rechtbank Limburg al hoger beroep is ingesteld en tegen de uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland waarschijnlijk ook hoger beroep wordt ingesteld, kan duidelijkheid in deze zaken nog wel even op zich laten wachten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-22T16:07:39+02:0023 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Ondanks Corona toch gebruikersheffing OZB bioscoop

  • Fiscus stuurt brief aan niet-bezwaarmakers box 3

Fiscus stuurt brief aan niet-bezwaarmakers box 3

De fiscus stuurt een brief aan degenen die eerder geen bezwaar hadden gemaakt over de heffing in box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020 in de massaalbezwaarprocedure en dit later alsnog gedaan hebben. In de brief staat onder meer het verdere verloop van de procedure.

Heffing box 3
Eind 2021 heeft de Hoge Raad in het zogenaamde Kerstarrest beslist dat de belastingheffing over vermogen destijds in strijd was met het recht. De uitspraak had tot gevolg dat de bezwaren werden toegewezen aan degenen die mee hadden gedaan aan de massaalbezwaarprocedure hierover.

Massaal bezwaar plus
Naar aanleiding van het Kerstarrest dienden veel belastingplichtigen die niet aan de massaalbezwaarprocedure hadden meegedaan, alsnog bezwaar in. Ze deden dit via een verzoek om ambtshalve herziening. Momenteel wordt aan de rechter voorgelegd of ook deze belastingplichtigen rechtsherstel kunnen eisen.

Let op! Inmiddels is toegezegd dat de uitkomst van die rechtszaak ook zal gelden voor degenen die ook later niet alsnog in bezwaar zijn gegaan.

Actie niet nodig
Alle niet-bezwaarmakers die later alsnog bezwaar hebben gemaakt, ontvangen de komende periode bovengenoemde informatiebrief van de fiscus. Hierin staat ook dat men voor de jaren waarvoor geen bezwaar of verzoek is ingediend, men dit niet alsnog hoeft te doen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-23T15:31:51+01:0024 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Fiscus stuurt brief aan niet-bezwaarmakers box 3
  • Rechter corrigeert gemeente inzake afvalstoffenheffing

Rechter corrigeert gemeente inzake afvalstoffenheffing

Voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen kan een gemeente een afvalstoffenheffing invoeren. Wordt voor die heffing uitgegaan van een meerpersoonshuishouden terwijl het grootste deel van het jaar sprake is van een eenpersoonshuishouden, dan kan de rechter de heffing corrigeren op basis van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Samenstelling huishouden
Dat de rechter deze mogelijkheid heeft, bleek uit een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. De gemeente Haarlem hanteert voor de afvalstoffenheffing een verschillend tarief voor huishoudens bestaande uit maar één persoon en voor meerpersoonshuishoudens. De vaste peildatum hiervoor is 1 januari van het betreffende jaar.

Evenredigheidsbeginsel geschonden?
In de betreffende zaak woonde een vrouw op 1 januari 2021 samen met haar zoon in een woning. De zoon verhuisde kort na 1 januari. Toch ontving de vrouw een aanslag afvalstoffenheffing voor een meerpersoonshuishouden. Dit was overeenkomstig de gemeentelijke verordening, maar volgens de rechter is dit in strijd met het evenredigheidsbeginsel.

Peildatum
De rechter zette met name vraagtekens bij het hanteren van één peildatum, namelijk 1 januari. Dit is eenvoudig qua uitvoering, maar de gemeente kon niet aangeven waarom dit belang groter is dan het financiële belang van de betreffende bewoonster. Zij moest nu namelijk € 412,20 aan heffing betalen, in plaats van
€ 270 die een eenpersoonshuishouden betaalt.

Woning deel van het jaar gebruikt
De rechter overwoog daarbij dat de gemeente wel een tegemoetkoming biedt als de woning slechts een deel van het jaar gebruikt wordt. De rechtbank ging er dan ook niet mee akkoord dat er geen oplossing werd geboden voor situaties dat er op de peildatum sprake is van een meerpersoonshuishouden, maar de rest van het jaar niet. De aanslag werd daarop verminderd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-11T17:18:06+01:0013 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Rechter corrigeert gemeente inzake afvalstoffenheffing

  • Na vier weken hersteld? Niet altijd nieuwe loonbetaling

Na vier weken hersteld? Niet altijd nieuwe loonbetaling

Als een werknemer na een periode van ziekte is hersteld en binnen een periode van vier weken wederom uitvalt waarbij de reden van de uitval niet van belang is, gaat de telling van de 104-weken periode, waarin loon is verschuldigd door de werkgever gewoon, door.

Is de werknemer echter vier weken of langer hersteld voordat hij weer uitvalt, dan begint er weer een nieuwe periode van 104 weken loonbetaling, dan wel een nieuwe periode waarin recht op een Ziektewetuitkering ontstaat.

Hernieuwde  loonbetaling
Het mag voor zich spreken dat dit voor jou als werkgever een kostbare zaak is omdat je opdraait voor de loondoorbetaling bij ziekte. Zeker in situaties waarin de werknemer na bijvoorbeeld een jaar ziek te zijn geweest terugvalt in inkomen, komt het wel eens voor dat een werknemer zich beter meldt, dat vier weken of langer volhoudt, maar dan toch weer uitvalt. Feitelijk is er veelal geen sprake geweest van een echte herstelmelding.

Uitspraak Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft hier onlangs paal en perk aan gesteld. Volgens de CRvB kan een herstelmelding en het meer dan vier weken verrichten van het eigen werk, zonder medisch oordeel van een bedrijfs- of verzekeringsarts over dat herstel, niet leiden tot de conclusie dat de zieke werknemer medisch hersteld kan worden geacht. Dit betekent concreet dat er in dat geval geen nieuwe periode van 104 weken loonbetaling dan wel een nieuwe Ziektewetuitkering ontstaat.

Tip! Als je als werkgever met een dergelijke situatie wordt geconfronteerd, is het raadzaam het medisch herstel zo snel mogelijk, maar uiterlijk  binnen vier weken te laten beoordelen door een bedrijfs- of verzekeringsarts. De bedrijfs- dan wel verzekeringsarts kan dan bepalen of sprake is van een reële herstelmelding.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-10T08:35:58+01:0010 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Na vier weken hersteld? Niet altijd nieuwe loonbetaling

  • Controleer premiebeschikking Werkhervattingskas bij no-riskpolis

Controleer premiebeschikking Werkhervattingskas bij no-riskpolis

De Hoge Raad heeft onlangs uitspraak gedaan inzake de no-riskpolis voor een werknemer die in de tweede periode weer in dienst is getreden. Maak tijdig bezwaar bij de Belastingdienst, mocht je vermoeden dat ZW-uitkeringen en eventuele WGA-uitkeringen aansluitend aan de tweede dienstbetrekking aan jou als werkgever zijn toegerekend als uitkeringslast.

Ziektewet-uitkering in de no-risk polis
Bij de no-riskpolis bestaat er voor een werknemer die medische beperkingen heeft, in bepaalde situaties recht op een Ziektewet-uitkering. Deze ZW-uitkering wordt vaak via de werkgever betaalbaar gesteld (werkgeversbetaling), zodat hij deze in mindering kan brengen op zijn loondoorbetalingsverplichting bij ziekte. Het is dus een schade beperkende maatregel die werkgevers over de streep moet trekken om een werknemer met een beperking aan te nemen, dan wel in dienst te houden. Mocht de werknemer uiteindelijk in de WGA terechtkomen, dan wordt deze werknemer niet meegerekend bij de bepaling van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas. Dit staat bekend als de no-riskpolis. Ook voor werknemers die geen recht hebben op een WIA-uitkering, de zogeheten 35-minners, kan er onder bepaalde voorwaarden recht bestaan op een ZW-uitkering.

Twee periodes van vijf jaar
De wet geeft aan dat er voor wat betreft de no-riskpolis twee periodes van vijf jaar zijn. De eerste periode vangt bij de 35-minner vijf jaar na einde wachttijd aan en de tweede periode vangt vijf jaar na datum indiensttreding aan. De uitval moet binnen die periode hebben plaatsgevonden om er een beroep op te doen.

Weer in dienst?
Stel nu dat de werknemer binnen die tweede periode weer opnieuw in dienst is getreden bij de werkgever. Kan er dan wel of geen beroep worden gedaan op de no-riskpolis? De Hoge Raad heeft hier inmiddels recentelijk uitsluitsel over gegeven en bepaald dat de no-riskpolis ook geldt voor ZW-uitkeringen aan een werknemer die:

• met een no-riskpolis bij de werkgever in dienst was, én
• ziek uit dienst ging, én
• binnen vijf jaar na de startdatum van de eerst dienstbetrekking voor de tweede keer bij de werkgever in dienst kwam, én
• opnieuw ziek uit dienst is gegaan.

Premiebeschikking Werkhervattingskas
Aangezien de Hoge Raad pas op 28 oktober 2022 uitspraak heeft gedaan, kon de Belastingdienst bij het bepalen van de premies in het kader van de onlangs verzonden premiebeschikking Werkhervattingskas hier geen rekening mee houden. Dit kan betekenen dat de ZW-uitkeringen en eventuele WGA-uitkeringen aansluitend aan de tweede dienstbetrekking, aan jou als werkgever zijn toegerekend als uitkeringslast.

Maak tijdig bezwaar
Het is dus zaak om tijdig bezwaar te maken als je vermoedt dat dit bij jou het geval zou kunnen zijn. Je kunt daarmee ook de instroomlijsten opvragen zodat je inzichtelijk hebt welke uitkeringen aan jou zijn toegerekend, waarna je kunt controleren of dat al dan niet terecht is.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-23T08:57:09+01:0027 december 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

Controleer premiebeschikking Werkhervattingskas bij no-riskpolis

  • Is Corona een argument voor verlenging redelijke termijn Belastingdienst?

Is Corona een argument voor verlenging redelijke termijn Belastingdienst?

Belastingzaken waartegen bezwaar of beroep is aangetekend, moeten binnen een redelijke termijn worden afgehandeld. Zo niet, dan heeft de belastingplichtige recht op schadevergoeding. Volgens de Hoge Raad is Corona niet altijd een reden om die redelijke termijn te verlengen.

Redelijke termijn
Afhandeling van bezwaar en beroep mag in beginsel maximaal twee jaar duren, eventueel hoger beroep nogmaals twee jaar, eventueel beroep in cassatie nogmaals twee jaar. Het uitgangspunt voor een schadevergoeding bedraagt €500 per half jaar overschrijding van deze termijnen.

Invloed Corona
In een zaak die onlangs door de Hoge Raad werd beoordeeld, ging het om de vraag of de redelijke termijn door het gerechtshof Leeuwarden terecht vanwege Corona met vier maanden was verlengd. Vanwege de reden van deze verlenging had de belastingplichtige volgens het Hof geen recht op een schadevergoeding.

Hoge Raad: alleen bij sluiting gerechtsgebouw
De Hoge Raad oordeelt dat de uitbraak van het Coronavirus de redelijke termijn alleen verlengt, als partijen waren uitgenodigd voor een rechtszitting in de periode waarin de gerechtsgebouwen in verband met Corona waren gesloten en de zitting daarom opnieuw moest worden gepland. Dit was in deze zaak niet het geval.

Geen extra tijd voor inplannen zittingen
De Hoge Raad was het niet eens met de reden van het extra uitstel voor een periode van twee maanden omdat rechtszaken opnieuw moesten worden ingepland. De uitspraak van het Hof was vanwege die planning daarom vier dagen na de redelijke termijn gedaan. De belastingplichtige ontving derhalve een schadevergoeding van €500.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-29T13:14:15+02:0029 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Is Corona een argument voor verlenging redelijke termijn Belastingdienst?

  • Reikwijdte terugwerkende kracht sectorindeling bekend

Reikwijdte terugwerkende kracht sectorindeling bekend

Betaalde een werkgever te veel premies omdat hij in een verkeerde sector was ingedeeld? Dan was het volgens de Belastingdienst vanaf 29 juni 2018 niet meer mogelijk om met terugwerkende kracht ingedeeld te worden in de juiste sector. De Hoge Raad zette daar in september 2021 een streep doorheen.

De Belastingdienst heeft nu bekendgemaakt welke reikwijdte de terugwerkende kracht volgens haar heeft.

Sectorindeling
Werkgevers worden van rechtswege ingedeeld in een bepaalde sector op basis van hun activiteiten. De inhoudingsplichtige, ofwel de werkgever, kan met goede argumenten de Belastingdienst verzoeken tot aanpassing van de sectorindeling.

Vanaf 29 juni 2018 17.00 uur was het echter niet meer mogelijk dit met terugwerkende kracht te doen.

Te veel betaalde premies
Het niet verlenen van terugwerkende kracht van de sectorindeling heeft tot gevolg dat als een inhoudingsplichtige te veel premie betaalde door de onjuiste sectorindeling, het niet mogelijk is om de te veel betaalde premies achteraf terug te vorderen.

Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelde dat het op 19 juni 2019 invoeren van de wettelijke maatregel met terugwerkende kracht tot 29 juni 2018 in strijd is met Europees recht. Dit betekent dat voor herzieningsverzoeken die na 29 juni 2018 17.00 uur bij de Belastingdienst zijn binnengekomen toch sectorindeling met terugwerkende kracht mogelijk is.

Tussen 29 juni 2018 én 20 juni 2019
De reikwijdte van het oordeel van de Hoge Raad is volgens de Belastingdienst echter minder groot dan gedacht. Alleen verzoeken om indeling in de juiste sector die zijn ingediend tussen 29 juni 2018 17.00 uur en 20 juni 2019 zullen alsnog leiden tot een sectorindeling met terugwerkende kracht.

Let op! De Belastingdienst geeft aan verzoeken alleen nog in behandeling te nemen als nog niet eerder al definitief en onherroepelijk op het verzoek om indeling in de juiste sector is beslist. Diende je een verzoek in, wees de Belastingdienst dit af en ging je niet in bezwaar/beroep? Dan gaat de Belastingdienst dus niet alsnog terugwerkende kracht verlenen aan de sectorindeling.

De Belastingdienst verleent ook geen terugwerkende kracht aan de sectorindeling als het verzoek vanaf 20 juni 2019 bij de Belastingdienst binnenkwam.

Let op! Voor de Belastingdienst is het wel altijd mogelijk om de sectorindeling met terugwerkende kracht aan te passen wanneer de onjuiste sectorindeling in het verleden gepaard ging met een te lage premieafdracht.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-13T20:45:31+02:0013 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Reikwijdte terugwerkende kracht sectorindeling bekend

  • Is BTW op huisvesting personeel aftrekbaar?

Is BTW op huisvesting personeel aftrekbaar?

De BTW op personeelsuitgaven is voor een ondernemer in het algemeen niet aftrekbaar. Hierop bestaat een aantal uitzonderingen, waaronder die op huisvesting. Wanneer is die BTW wel en wanneer niet aftrekbaar?

Besluit Uitsluiting Aftrek Omzetbelasting (BUA)
In het BUA wordt onder meer geregeld dat de BTW op personeelsvoorzieningen in beginsel niet aftrekbaar is. Is het bedrag aan voorzieningen voor een werknemer in een jaar niet meer dan €227 exclusief BTW? Dan is de BTW op de voorzieningen voor die werknemer wél aftrekbaar.

Let op! Ook huisvesting wordt beschouwd als personeelsvoorziening. De BTW hierop is dus evenmin aftrekbaar, tenzij er sprake is van een bijzondere omstandigheid.

Bijzondere omstandigheid
In een recent arrest van de Hoge Raad was sprake van een uitzendbureau dat buitenlands personeel inhuurde en weer uitleende. Het uitzendbureau had voor de werknemers voor huisvesting gezorgd en de BTW afgetrokken. De inspecteur had de aftrek echter niet toegestaan, omdat er naar zijn mening geen sprake was van een bijzondere omstandigheid.

Belang onderneming staat voorop
Dat er sprake is van een bijzondere omstandigheid, moet de ondernemer bewijzen. De uitgaven voor die goederen of diensten moeten dan primair worden gedaan in het belang van de onderneming. Het persoonlijke voordeel voor de werknemer is daarbij voor de werkgever van ondergeschikt belang.

Wanneer is er wel sprake van bijzondere omstandigheid?
Uit het arrest blijkt dat hiervoor van belang is of personeelsleden de hun aangeboden onderkomens dienen te aanvaarden, zonder dat daarbij ruimte is voor een eigen keuze voor een bepaald onderkomen. Ook speelt mee of medegebruik van de huisvesting door een of meer anderen aanvaard moet worden.

In genoemde situatie hadden de werknemers deze keuze wel. De uitzendkrachten konden de huisvesting weigeren. Zij kregen echter geen vergoeding voor de huisvesting die zij zelf regelden en moesten de kosten daarvoor zelf betalen. Omdat er dus een keuzemogelijkheid was, was daarom geen sprake van een bijzondere omstandigheid.

Geen Nederlander te krijgen!
Het uitzendbureau voerde nog aan dat het alle moeite had gedaan Nederlandse uitzendkrachten voor de werkzaamheden te werven, maar dat dit niet gelukt was. Deze stelling werd echter niet onderbouwd, zodat de rechter eraan voorbijging.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-30T16:24:35+02:0030 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Is BTW op huisvesting personeel aftrekbaar?

  • UWV aansprakelijk voor slecht deskundigenoordeel

UWV aansprakelijk voor slecht deskundigenoordeel

Het UWV is verantwoordelijk voor het geven van deskundig advies over de voortgang van re-integratie. Dit betekent dat de uitkerende instantie onafhankelijk onderzoek moet doen, uitgevoerd door professionals. Gebeurt dit niet, dan kan een oordeel van het UWV worden weerlegd.

Mislukt re-integratietraject
Een werkgever was van mening dat een zieke werknemer onvoldoende meewerkte aan zijn re-integratie. Hij vond hierin steun bij de bedrijfsarts. Vervolgens zette hij het loon stop. Het UWV werd gevraagd een deskundigenoordeel te geven. De arbeidsdeskundige van het UWV was echter van oordeel dat de werknemer wel voldoende had gedaan aan zijn re-integratie. De werkgever hervatte de loonbetaling en kwam met de werknemer een beëindiging van de arbeidsovereenkomst overeen met daarin opgenomen de transitievergoeding. Bij elkaar ging het om bijna 2 ton, bestaande uit de doorbetaling van loon over de periode van 1 juni 2019 tot 1 januari 2020 vermeerderd met de transitievergoeding.

Onjuist deskundigenoordeel
De werkgever was het echter niet eens met het deskundigenoordeel van het UWV en ging naar de rechter. De rechter was van oordeel dat de arbeidsdeskundige of verzekeringsarts aan wie de uitvoering van het deskundigenoordeel is opgedragen, verplicht is zijn onderzoek onpartijdig en naar beste weten te volbrengen. Dit houdt ook in dat de deskundige zorgvuldig onderzoek dient te doen. Het belang van zorgvuldig onderzoek wordt verder onderstreept door het gewicht en de betekenis die aan een deskundigenoordeel toekomt in een geschil over re-integratie tussen werknemer en werkgever.

Buiten expertise
Deze arbeidsdeskundige had volgens de rechter onvoldoende onderzoek gedaan. Hij had ten onrechte geen verzekeringsarts ingeschakeld maar zelfstandig een oordeel gegeven over de medische vraag naar de belastbaarheid van de werknemer. Hiermee is de arbeidsdeskundige buiten zijn expertise getreden. Naar het oordeel van de rechtbank is een en ander ernstig onzorgvuldig en daarmee ook zodanig onzorgvuldig dat dit als onrechtmatig jegens de werkgever moest worden aangemerkt. Dit onrechtmatig handelen is het UWV ook toe te rekenen.

Volledige loonstop in plaats van gedeeltelijke
Daarbij komt nog dat de arbeidsdeskundige in afwijking van de geldende rechtspraak had aangegeven dat in plaats van een volledige loonstop, ook alleen het loon over de belastbare uren had kunnen worden stopgezet. Dit is in strijd met de geldende rechtspraak waarin is bepaald dat bij het gedeeltelijk niet meewerken aan de re-integratie een volledige loonstop dient plaats te vinden.

Schadevergoeding aan werkgever
De rechtbank was van oordeel dat bij een zorgvuldig onderzoek de uitkomst van het deskundigenoordeel anders was geweest. Daarom is er een oorzakelijk verband tussen het onjuiste oordeel van de arbeidsdeskundige en de schade van de werkgever. Het uiteindelijke oordeel luidt dat de werkgever 60% en het UWV 40% van de schade moet dragen. Dat betekent dat 40% van de door de werkgever gevorderde schade, zijnde een bedrag van bijna € 75.000 toewijsbaar is.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-29T21:10:57+02:0029 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

UWV aansprakelijk voor slecht deskundigenoordeel