uitspraak

  • Adviseur Hoge Raad geeft nadere invulling arrest box 3

Adviseur Hoge Raad geeft nadere invulling arrest box 3

De Hoge Raad heeft eind december 2021 aangegeven dat de huidige belasting op sparen en beleggen via een forfaitair rendement in strijd is met het recht. De adviseur van de Hoge Raad, de advocaat-generaal, heeft in een advies rond een vergelijkbare zaak nader aangegeven hoe dit arrest in de praktijk kan worden toegepast.

Alleen vanaf 2017
De advocaat-generaal (AG) geeft aan dat het stelsel zoals dat sinds 2017 bestaat, niet door de beugel kan. Tot die tijd was het forfaitaire rendement voor iedereen gelijk. Vanaf 2017 is dit afhankelijk van de omvang van het vermogen.

Alleen indien forfaitaire rendement te hoog is
De AG geeft verder aan dat de huidige heffing in box 3 alleen in strijd is met het recht als het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijk behaalde rendement. In alle overige gevallen is een forfaitair rendement wel bruikbaar.

Rechtsherstel
Er moet volgens de AG dan ook rechtsherstel volgen voor degenen die aantonen dat het werkelijke rendement duidelijk minder bedraagt dan het forfaitaire rendement. Bij geschillen kan dit worden voorgelegd aan de rechter, waarbij de Hoge Raad marginaal kan toetsen of de feiten correct zijn toegepast.

Mogelijke oplossing
Volgens de AG zou voor de belastingheffing in box 3 uitgegaan kunnen worden van het werkelijk behaalde rendement, zoals netto dividend, rente en huur. Het werkelijke rendement zou ook in onderling overleg vastgesteld kunnen worden. Een andere mogelijkheid is de wettelijke forfaits los te laten op spaargeld en overig vermogen.

Met betrekking tot de zaak zelf adviseert de AG deze naar het gerechtshof te verwijzen en alleen voor de jaren vanaf 2017 te onderzoeken hoe het werkelijk behaalde rendement het beste belast kan worden.

Hoge Raad beslist
Net zoals in alle andere zaken is het advies van de advocaat-generaal niet bindend. De Hoge Raad kan er dus van afwijken en beslist uiteindelijk zelf hoe het arrest betreffende de heffing van box 3 dient te worden toegepast.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-21T19:17:05+01:0021 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Adviseur Hoge Raad geeft nadere invulling arrest box 3

  • Voldoen aan urencriterium is vereiste voor TOZO

Voldoen aan urencriterium is vereiste voor TOZO

Voor zelfstandig ondernemers die getroffen werden door de Coronacrisis, bestond tot oktober 2021 de Tozo, de tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers. De TOZO bevatte een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud en het verstrekken van een lening voor bedrijfskapitaal.

Urencriterium
Voor de Tozo moest worden voldaan aan het urencriterium. Het urencriterium houdt in dat een ondernemer ten minste 1.225 uren per jaar in zijn bedrijf werkzaam moet zijn. Het urencriterium geldt ook als voorwaarde voor tal van fiscale faciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek. Op deze manier worden parttime zelfstandigen uitgesloten.

Let op! De bewijslast dat wordt voldaan aan het urencriterium ligt bij de aanvrager van de TOZO. Desgevraagd zal hij dus moeten onderbouwen dat hij ten minste 1.225 uur per jaar in zijn bedrijf werkt.

Als je in 2019 zelfstandigenaftrek hebt gehad, voldoe je aan het urencriterium. Mocht je na 1 januari 2019 zijn gestart, dan moet je aannemelijk kunnen maken dat je in ieder geval in de periode tussen inschrijving bij de KvK en indiening van de aanvraag gemiddeld minimaal 24 uur per week in jouw bedrijf hebt gewerkt.

Versoepeling urencriterium
Voor de periode van 1 maart 2020 tot 1 oktober 2020 en voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021 gold er een versoepeling van het urencriterium. Je mag er in die periode gewoon van uitgaan dat je gemiddeld 24 uur per week aan jouw onderneming hebt besteed. Voor seizoensbedrijven gelden specifieke criteria.

Onvoldoende bewijs betekent geen Tozo
Onlangs kwam een zaak voor de rechtbank in Rotterdam waarbij een ondernemer de beslissing van de gemeente aanvocht dat hij geen recht had op de TOZO. Volgens de gemeente had de man niet aangetoond dat hij minstens 1.225 uur in zijn bedrijf werkzaam was. Ook had hij onvoldoende informatie verstrekt over zijn inkomen.

Cursussen
De man had onder meer aangevoerd dat hij in het kader van zijn onderneming ook tal van cursussen had gevolgd. Die tellen weliswaar mee voor het urencriterium – voor zover deze samenhangen met de onderneming -, maar er was op geen enkele manier aangetoond hoeveel uren hiermee gemoeid waren. Alleen het tonen van de facturen volstond hiertoe niet.

Eerder behaalde bedrijfsresultaten
De man had ook geen inzage gegeven in eerder behaalde bedrijfsresultaten. De gemeente had daarom het recht de reeds verstrekte TOZO-gelden terug te vorderen.

TOZO vervangen door Bbz
De TOZO-regeling is inmiddels vervangen door de voordien geldende Bbz-regeling. Die wijkt op één punt af van de Bbz-regeling zoals deze vóór de Coronacrisis gold. Daardoor bestaat nu ook recht op Bbz als een zelfstandig ondernemer over eigen vermogen beschikt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-09T16:20:47+01:009 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voldoen aan urencriterium is vereiste voor TOZO

  • Fiscus kan aangifte via eHerkenning niet verplichten

Fiscus kan aangifte via eHerkenning niet verplichten

Wie als ondernemer zelf een aangifte vennootschapsbelasting of loonheffing wil indienen bij de Belastingdienst, moet hiervoor tegenwoordig verplicht gebruikmaken van eHerkenning. Volgens de rechter is deze verplichting niet rechtsgeldig en hij vernietigde op basis hiervan een naheffing loonheffingen.

EHerkenning
EHerkenning is een veilig, gedigitaliseerd communicatiemiddel waarmee inmiddels met enige honderden overheidsinstanties kan worden gecommuniceerd. Het gebruik ervan is echter niet kosteloos en moet worden aangeschaft bij een commerciële partij.

Weigering gebruik eHerkenning
Een belastingplichtige die in 2020 aangifte loonheffingen moest doen, had dit geweigerd, omdat hij daarbij verplicht gebruik moest maken van eHerkenning. Volgens de belastingplichtige kon de Belastingdienst hem hiertoe niet dwingen. Daarnaast wilde de belastingplichtige uit principe niet betalen voor het doen van een aangifte. Dit leverde hem uiteindelijk een naheffing loonheffingen op.

Niet rechtsgeldig
De rechtbank in Arnhem stelde de belastingplichtige in het gelijk en vernietigde de naheffingsaanslag. Volgens de rechtbank is er geen wettelijke basis voor de verplichting om eHerkenning te gebruiken voor de aangifte.

Vergoeding voor eHerkenning
Op aandringen van de Tweede Kamer is er destijds wel een tijdelijke vergoedingsregeling in het leven geroepen waarmee de kosten gedekt kunnen worden. Volgens de rechtbank is dit echter niet van belang.

Let op! De uitspraak van de rechtbank zal vrijwel zeker nog aan de hogere rechter worden voorgelegd en staat dus nog niet definitief vast.

Enorme impact
De impact van de uitspraak is enorm. Het kan immers betekenen dat in de gevallen waarin via eHerkenning geen aangifte is gedaan terwijl dit wel verplicht was, de fiscus vooralsnog geen sanctie kan opleggen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-03T16:05:12+01:003 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Fiscus kan aangifte via eHerkenning niet verplichten

  • Alle bezwaarschriften box 3 toegewezen

Alle bezwaarschriften box 3 toegewezen

De Belastingdienst heeft alle bezwaarschriften toegewezen met betrekking tot de massaal bezwaarprocedure inzake box 3. Het betreft ruim 200.000 bezwaarschriften.

Arrest Hoge Raad
Eind december vorig jaar heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de heffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Europese recht. Die heffing is namelijk gebaseerd op een fictief rendement. De Hoge Raad is van mening dat het werkelijke rendement hiervoor doorslaggevend moet zijn.

Massaal bezwaar
De heffing in box 3 is via zogenaamde massaal bezwaarprocedures aangevochten. Na het arrest van de Hoge Raad heeft de Belastingdienst beslist dat alle bezwaren via die procedures voor de jaren 2017 tot en met 2020 worden toegewezen.

Uitvoering laat op zich wachten
Degenen die door het arrest minder belasting hoeven te betalen, moeten nog wel even op hun geld wachten. Hierover wordt pas begin mei beslist. Dan wil het kabinet ook knopen doorhakken over de vraag hoeveel geld men terugkrijgt. De Hoge Raad heeft namelijk niet aangegeven hoe het werkelijk behaalde rendement moet worden berekend.

Reikwijdte
Verder is nog niet duidelijk wat de reikwijdte van het arrest is. Er gaan in Den Haag stemmen op om ook belastingplichtigen geld terug te geven die geen bezwaar hebben gemaakt. De politiek moet hierover nog beslissen.

Geen definitieve aanslagen
Omdat het arrest uitvoeringstechnisch enorm complex is, worden voorlopig geen definitieve aanslagen opgelegd als er inkomen in box 3 in het spel is. Dit is alleen anders als verjaring dreigt of als een belastingplichtige er belang bij heeft de aanslag wel op te leggen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-11T10:03:34+01:0010 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Alle bezwaarschriften box 3 toegewezen

  • Computerbril niet aftrekbaar voor zelfstandig ondernemer

Computerbril niet aftrekbaar voor zelfstandig ondernemer

Zelfstandige ondernemers die vanwege hun werkzaamheden een computerbril aanschaffen, kunnen de kosten ervan niet ten laste van de winst brengen. Dit heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant beslist.

Computerbril
Een computerbril is speciaal gemaakt voor de afstand tussen ogen en toetsenbord en beeldscherm. Dit voorkomt onder meer nekklachten die ontstaan als je zonder deze bril een foute werkhouding aanneemt.

Eerdere rechtspraak
In genoemde uitspraak verwijst de rechtbank naar eerdere rechtspraak waarin werd beslist dat een bril een te persoonlijk karakter heeft om tot aftrek te kunnen leiden. Volgens de Hoge Raad is dit niet anders voor een computerbril.

Rechtsongelijkheid
De Hoge Raad wijst ook het beroep op rechtsongelijkheid af. De accountant had namelijk aangevoerd dat een werkgever zijn personeel onder voorwaarden een computerbril wel belastingvrij kan vergoeden of verstrekken. Volgens de Hoge Raad kan een zelfstandig ondernemer fiscaal gezien echter niet vergeleken worden met een werknemer. De inspecteur werd dan ook in het gelijk gesteld.

Wel voor de DGA
Een BV mag de kosten van een computerbril aan een DGA wel belastingvrij vergoeden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-07T09:43:06+01:007 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Computerbril niet aftrekbaar voor zelfstandig ondernemer

  • Heffing box 3 zo mogelijk vóór 2025 aangepast

Heffing box 3 zo mogelijk vóór 2025 aangepast

Het kabinet bekijkt of de heffing over vermogen in box 3 sneller kan worden aangepast dan gepland. Oorspronkelijk wilde het nieuwe kabinet dit in 2025 realiseren, maar het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 dwingt het kabinet min of meer dit eerder te doen.

Arrest Hoge Raad
In het arrest van de Hoge Raad besliste onze hoogste rechter dat het huidige systeem van belastingheffing in box 3 met forfaitaire rendementen in strijd is met het Europese recht. Het systeem gaat er namelijk vanuit dat met meer vermogen automatisch een hoger rendement wordt behaald en hierover meer belasting moet worden betaald.

Kamervragen
In antwoord op Kamervragen deelt de staatssecretaris van Financiën mee dat bekeken wordt hoe het systeem van belastingheffing in box 3 al vóór 2025 kan worden gewijzigd. Daarbij wil het kabinet, in navolging van het arrest, uitgaan van het werkelijk behaalde rendement in plaats van het huidige forfaitaire rendement.

Let op! Een uitvoeringstechnisch probleem is dat onderzocht moet worden hoe het werkelijk behaalde rendement vastgesteld moet worden. Daarbij is het kabinet ook afhankelijk van derde partijen.

Rechtsherstel vanaf 2017
Degenen die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de heffing in box 3 vanaf het jaar 2017, al dan niet via de ‘massaal bezwaarprocedure’, kunnen rechtsherstel tegemoet zien. Datzelfde geldt voor alle aanslagen vanaf het jaar 2017 die op 24 december 2021 nog niet definitief waren of nog niet onherroepelijk vast stonden.

Tip! De reikwijdte van de groep belastingplichtigen die in aanmerking komt voor rechtsherstel is nog niet bepaald. De staatssecretaris geeft aan ‘zeer serieus te overwegen’ of rechtsherstel ook mogelijk is voor degenen die niet of niet geheel volgens de voorschriften inzake de ‘massaal bezwaarprocedure’ bezwaar hebben gemaakt.

Geen aanpassingen vóór 2017
De staatssecretaris wil op dit moment niet terugkomen op het systeem van heffing van vóór 2017. Toen werd het rendement ook vastgesteld op basis van een verondersteld rendement, maar werd dit niet hoger geacht naarmate het vermogen toenam.

Tip! Op 2 februari aanstaande is een debat met de Tweede Kamer ingepland over de hersteloperatie van de box 3-heffing. De staatssecretaris informeert vervolgens op 4 februari de Tweede Kamer over de contouren van deze hersteloperatie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-03T16:23:52+01:003 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Heffing box 3 zo mogelijk vóór 2025 aangepast

  • Vrijstelling VPB eerder mogelijk bij startende vereniging

Vrijstelling VPB eerder mogelijk bij startende vereniging

Een startende stichting of vereniging zal eerder gebruik kunnen maken van de vrijstelling vennootschapsbelasting (VPB-vrijstelling) voor geringe winsten dan de Belastingdienst voor ogen had. Dit volgt uit een recent oordeel van de Hoge Raad.

VPB-vrijstelling geringe winsten
Voor stichtingen en verenigingen bestaat een VPB-vrijstelling voor geringe winsten. Deze vrijstelling is van toepassing als de winst in een jaar niet hoger is dan €15.000. Is de winst in een jaar wel hoger dan €15.000 dan is de vrijstelling alsnog van toepassing als de winst van het jaar plus de winsten van de vier voorafgaande jaren tezamen niet hoger zijn dan €75.000.

Let op! Stichtingen en verenigingen betalen alleen vennootschapsbelasting voor zover zij een onderneming drijven. Verricht de stichting of vereniging ook andere activiteiten, dan is hierover geen vennootschapsbelasting verschuldigd. De eventuele resultaten van deze andere activiteiten tellen ook niet mee voor de winstgrenzen van €15.000 en €75.000.

Winstgrens tijdens opstart ook €75.000
De Belastingdienst was van mening dat de winstgrens van €75.000 tijdens de opstartfase naar evenredigheid moest worden toegepast. Bestond een stichting bijvoorbeeld 3 jaar, dan bedroeg deze grens volgens de Belastingdienst 3/5 van €75.000 = €45.000. De Hoge Raad was het echter niet eens met deze uitleg. Volgens de Hoge Raad geldt de winstgrens van €75.000 gewoon ten volle, ook als een stichting of vereniging nog geen 5 jaar bestaat.

Voorbeeld
Een stichting maakt in jaar 1 €12.000 winst, in jaar 2 €14.000 winst en in jaar 3 €30.000 winst. Volgens de Belastingdienst kon de stichting over jaar 3 de VPB-vrijstelling niet meer toepassen omdat de totaalwinst over jaar 1 tot en met 3 hoger is dan €45.000. Volgens de Hoge Raad kan deze stichting echter ook in jaar 3 nog gebruikmaken van de VPB-vrijstelling omdat de totaalwinst over jaar 1 tot en met 3 niet hoger is dan €75.000.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-02T11:02:34+01:002 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vrijstelling VPB eerder mogelijk bij startende vereniging

  • Reserves VvE blijven buiten WOZ-waarde

Reserves VvE blijven buiten WOZ-waarde

Op niet al te lange termijn vallen de nieuwe WOZ-beschikkingen weer in de bus. Wie een appartement bezit, moet er daarbij op toezien dat de reserves van de Vereniging van Eigenaren (VvE) buiten aanmerking blijven.

Nieuwe WOZ-beschikking
Eigenaren van een woning ontvangen ieder jaar een WOZ-beschikking in de bus met een nieuwe WOZ-waarde. Die waarde is bepaald op 1 januari van het voorafgaande jaar. De WOZ-beschikking voor 2022 gaat dus uit van de waarde op 1 januari 2021.

Reserves Vereniging van Eigenaren (VvE)
Wie een appartement bezit, is automatisch ook lid van de Vereniging van Eigenaren (VvE). Deze vereniging beslist over gemeenschappelijke zaken ten aanzien van het appartementencomplex, zoals het buitenschilderwerk. De VvE int voor het uitvoeren van deze taken van de eigenaren een periodieke, meestal maandelijkse bijdrage.

Reserve blijft buiten WOZ-waarde
Rechtbank Midden-Nederland besliste onlangs dat de onderhoudsreserves van de VvE niet van invloed zijn op de WOZ-waarde. Dat deel van de koopsom wordt immers niet betaald voor het appartement zelf.

Omvang reserves niet van belang
De rechtbank was het niet eens met de inspecteur dat alleen onderhoudsreserves van substantiële omvang buiten de WOZ-waarde dienen te blijven. Hetgeen betaald wordt voor de onderhoudsreserve van een VvE, substantieel of gering, wordt namelijk niet betaald voor het appartement zelf. Dat de Waarderingskamer een andere mening heeft, is volgens de rechter niet van belang, omdat dit niet in lijn is met eerdere rechtspraak.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-26T14:19:32+01:0026 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Reserves VvE blijven buiten WOZ-waarde

  • Voorlopige aanslag IB 2022 nog met volledige box 3-heffing

Voorlopige aanslag IB 2022 nog met volledige box 3-heffing

De Belastingdienst laat weten dat de gevolgen van het oordeel van de Hoge raad eind 2021 inzake de box 3-heffing niet verwerkt zijn in de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2022 die momenteel worden opgelegd.

Oordeel box 3-heffing
De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 dat het huidige systeem van de box 3-heffing in strijd is met het ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).

Belastingheffing over werkelijk rendement in plaats van forfaitair rendement
De box 3-heffing gaat uit van een zogenaamd forfaitair rendement. Dit rendement wordt geacht hoger te zijn naarmate het box 3-vermogen hoger is. De Hoge Raad acht dit systeem in strijd met het ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod. De Hoge Raad biedt daarom rechtsherstel door voor in ieder geval de jaren 2017 en 2018 alleen belasting te heffen over het werkelijke rendement in plaats van het forfaitaire rendement.

Voor particulieren met een lager werkelijk rendement dan het forfaitair rendement betekent het oordeel van de Hoge Raad dat de box 3-heffing lager wordt dan volgens het wettelijke systeem.

Nog niet in voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2022
De Belastingdienst denkt momenteel na over hoe zij de gevolgen van het oordeel van de Hoge Raad moet gaan verwerken. Deze gevolgen zijn in ieder geval nog niet verwerkt in de voorlopige aanslagen Inkomstenbelasting 2022 die de Belastingdienst momenteel verzendt. In deze aanslagen houdt de Belastingdienst daarom nog rekening met het forfaitaire rendement.

De Belastingdienst laat op een later moment weten wat de gevolgen van de uitspraak van de Hoge Raad zijn voor het belastingjaar 2022.

Tip! Als later blijkt dat de voorlopige aanslag te hoog was omdat het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, dan kan om een verlaging van de voorlopige aanslag verzocht worden. Verzoekt een belastingplichtige niet om verlaging van de voorlopige aanslag, dan vindt herstel in ieder geval plaats bij het opleggen van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2022.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-21T09:51:54+01:0021 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voorlopige aanslag IB 2022 nog met volledige box 3-heffing

  • Alleen vast loon bepalend voor toepassen ‘30%-regeling’

Alleen vast loon bepalend voor toepassen ‘30%-regeling’

Buitenlandse werknemers waarvoor je de 30%-regeling wilt toepassen, moeten een vast loon genieten dat voldoet aan de daarvoor bepaalde fiscale norm. Variabele loonelementen tellen daarvoor niet mee.

30%-regeling
Volgens de 30%-regeling mag je voor werknemers met een specifieke deskundigheid maximaal 30% van het salaris belastingvrij uitbetalen als tegemoetkoming in de extra kosten die dergelijke werknemers plegen te maken. Hiervoor geldt wel een aantal voorwaarden.

Specifieke deskundigheid
Een werknemer wordt geacht over een specifieke deskundigheid te beschikken als hij een bepaald loon verdient. Voor 2022 is dit minimaal €39.467, exclusief de belastingvrije vergoeding. Voor werknemers die in het wetenschappelijk onderwijs een Nederlandse mastertitel hebben behaald of een gelijkwaardige buitenlandse titel, én die jonger zijn dan 30 jaar, is deze inkomensnorm €30.001 exclusief de belastingvrije vergoeding.

Uitzonderingen
Voor werknemers die wetenschappelijk onderzoek doen bij bepaalde instellingen en artsen in opleiding tot specialist, geldt een uitzondering. Zij hoeven helemaal niet aan een inkomensnorm te voldoen. Ook geldt in uitzonderingsgevallen aanvullend een ‘schaarstevereiste’. De deskundigheid van de werknemer moet dan niet of nauwelijks te vinden zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Variabel loon telt niet mee
In een uitspraak van de rechtbank Gelderland was de vraag aan de orde of ook variabel loon meetelt voor de fiscale inkomensnorm. De rechtbank vindt van niet, omdat de regeling anders vrijwel onuitvoerbaar wordt.

De rechter bepaalde verder dat alleen het vaste overeengekomen loon bij aanvang van de dienstbetrekking in Nederland beslissend is voor de vraag of aan de norm wordt voldaan. Als op een later moment dus een hoger vast loon wordt afgesproken, is dit niet meer relevant.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-19T09:23:19+01:0019 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Alleen vast loon bepalend voor toepassen ‘30%-regeling’