inkomen

Meer aftrek hypotheekrente inkomen vanaf € 38.441 per 2025

Diegenen met een inkomen vanaf € 38.441 hebben in 2025 meer profijt van de aftrek van hun hypotheekrente dan in 2024. Dit is een gevolg van de invoering van een extra belastingschijf in box 1 vanaf 2025.

Extra belastingschijf

Bedrijfspand

In 2025 wordt een extra belastingschijf in box 1 geïntroduceerd. In 2024 kennen we een belastingtarief van 36,97% tot een inkomen van € 75.518. In 2025 wordt dit tarief gesplitst in een tarief van 35,82% tot een inkomen van € 38.441 en een tarief van 37,48% bij een inkomen vanaf € 38.441 tot € 76.817. Het toptarief blijft 49,5% en geldt bij een inkomen vanaf € 76.817.

Meer aftrek hypotheekrente

De hypotheekrente is in 2025 aftrekbaar tegen 37,48%, voor zover het inkomen meer dan € 38.441 bedraagt. Dit betekent dat huishoudens met een inkomen dat hierboven ligt hiervan gaan profiteren.

Modale inkomen

Het modale inkomen wordt voor 2025 door het CPB geschat op € 46.500 (bruto per jaar).

Door |2024-12-20T09:14:07+01:0020 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Meer aftrek hypotheekrente inkomen vanaf € 38.441 per 2025

Algemene heffingskorting verlaagd, afbouwpunt verhoogd in 2025

Het maximum van de algemene heffingskorting wordt per 2025 per saldo verlaagd met € 294. De maximale korting bedraagt vanaf dan € 3.068. Het maximale bedrag aan algemene heffingskorting wordt per 2025 vanaf een hogere inkomensgrens afgebouwd tot aan het inkomen waarbij het tarief van 49,5% begint. Dit staat in de belastingplannen voor 2025.

Afbouwgrens ligt hoger

Grafiek

Iedereen tot een bepaald inkomen heeft recht op de algemene heffingskorting. Deze korting komt in mindering op de te betalen belasting. De grens vanaf waar de algemene heffingskorting wordt afgebouwd ligt voor 2024 op € 24.812, voor 2025 ligt dit waarschijnlijk rond € 28.406.

Let op! De daadwerkelijke grens is gekoppeld aan het wettelijke minimumloon. Iedereen met een inkomen tot het minimumloon heeft namelijk in 2025 recht op de maximale heffingskorting. De hoogte van de grens wordt daarom pas definitief vastgesteld ná de definitieve vaststelling van het wettelijke minimumloon voor 2025.

Afbouw tot inkomensgrens tarief 49,5%

Het afbouwen van deze heffingskorting vindt plaats tot een inkomen van € 76.817. Dit is het inkomen waar een tarief begint van 49,5%. Vanaf dit inkomen bestaat in 2025 daarom geen recht meer op de algemene heffingskorting.

Let op! Het afbouwpercentage is op basis van de voorlopige vastgestelde afbouwgrens van € 28.406 voorlopig vastgesteld op 6,337%. Als de definitieve afbouwgrens is vastgesteld, kan ook het definitieve afbouwpercentage worden vastgesteld.

Overige heffingskortingen

De bedragen van de overige heffingskortingen zoals de arbeidskorting worden per 2025 geïndexeerd met 1,2%. Het afbouwpunt van de arbeidskorting ligt vanaf 2025 waarschijnlijk rond € 43.071 (2024: € 39.957). Omdat dit afbouwpunt ook gekoppeld is aan het wettelijke minimumloon moet de definitieve vaststelling nog plaatsvinden.

Koppeling met AOW

De afbouw van de algemene heffingskorting vindt plaats vanaf waarschijnlijk € 28.406 (definitieve vaststelling afhankelijk van hoogte wettelijk minimumloon in 2025). Vanwege een netto-netto koppeling betekent dit dat ook de AOW- en bijstandsuitkeringen verhoogd worden.

Heffingskorting AOW’ers

Voor AOW-gerechtigden wordt de maximale algemene heffingskorting ook verminderd en wel per saldo met € 199. Het maximum komt voor hen op € 1.536 per jaar te liggen. Het afbouwpunt is net als voor niet-AOW’ers waarschijnlijk € 28.406.

Let op! De plannen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en zijn dus nog niet definitief.

Door |2024-10-23T11:23:25+02:0023 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Algemene heffingskorting verlaagd, afbouwpunt verhoogd in 2025
  • Kindgebonden budget verhoogd

Kindgebonden budget verhoogd

Het kindgebonden budget is voor 2023 extra omhoog gegaan. Deze verhoging geldt voor elk kind. Alleenstaande ouders krijgen hier bovenop een extra verhoging van maximaal € 356 per jaar. Ook is de vermogensgrens tot wanneer je recht hebt op deze tegemoetkoming naar boven bijgesteld.

Kindgebonden budget
Het kindgebonden budget is een bijdrage in de kosten voor kinderen tot 18 jaar. Je krijgt het kindgebonden budget naast de kinderbijslag. Meestal hoef je om het kindgebonden budget te ontvangen, niets te doen. Als je namelijk al een toeslag krijgt van de overheid, zoals bijvoorbeeld zorg- of huurtoeslag, krijg je automatisch het kindgebonden budget als je hier recht op heeft.
Ontvang je geen toeslagen, maar ben je wel van mening dat je recht hebt op het kindgebonden budget? Dan kun je dit ook zelf aanvragen bij de Belastingdienst.

Afhankelijk van inkomen

De hoogte van het kindgebonden budget is onder meer afhankelijk van jouw inkomen en dat van jouw partner. Vanwege de verhoging van het wettelijk minimumloon wordt ook het drempelinkomen verhoogd en krijg je dus meer kindgebonden budget bij hetzelfde inkomen ten opzichte van vorig jaar. Boven het drempelinkomen wordt het kindgebonden budget namelijk verminderd.

Vermogensgrens verhoogd
Je krijgt geen kindgebonden budget als uw vermogen meer bedraagt dan de vermogensgrens. Die ligt voor 2023 op € 127.582 (2022: €120.020). Heb je een partner, dan mag jouw gezamenlijke vermogen niet meer bedragen dan € 161.329 (2022: €151.767).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-03-10T15:28:39+01:0017 maart 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Kindgebonden budget verhoogd
  • Minder administratie rond fiets van de zaak

Minder administratie rond fiets van de zaak

De administratieve lasten rond de fiets van de zaak worden verminderd. Met name als een fiets van de zaak ter beschikking wordt gesteld én er een vergoeding wordt gegeven voor de ritten waarop de fiets niet gebruikt wordt, is de administratieve last momenteel namelijk omvangrijk.

Fiets van de zaak
Sinds 2020 geldt er een fiscale faciliteit wanneer aan werknemers een fiets van de zaak ter beschikking wordt gesteld. De faciliteit betekent dat er voor het privégebruik van de fiets slechts een bijtelling op het inkomen geldt van 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets. Hierover moet de werknemer belasting betalen vanwege dat privégebruik.

Hoe reist de werknemer?
Voor een vaste onbelaste kilometervergoeding moet een werkgever aannemelijk maken hoeveel dagen een werknemer in de regel naar zijn werk reist. In de praktijk betekent dit dat werkgevers nauwkeurig bij dienen te houden hoe iemand naar het werk is gekomen. Waar een werknemer gebruikmaakt van verschillende vervoersmiddelen, dus bijvoorbeeld deels met de fiets en deels met de auto, ontstaat de last om dit goed uit te werken. En helemaal als het ene vervoermiddel ter beschikking is gesteld en het andere vervoermiddel privé-eigendom is.

Vereenvoudiging
Om de bewijslast bij een vaste vergoeding voor een privévervoermiddel te vereenvoudigen, kunnen werkgever en werknemer per ommegaande individuele afspraken maken over bijvoorbeeld hoeveel dagen per week met de eigen auto wordt gereisd en hoeveel dagen per week met de fiets van de zaak. Op basis van de afspraken kan een (vaste) onbelaste reiskostenvergoeding worden verschaft. Dit schrijft staatssecretaris Van Rij aan de Tweede Kamer.

Let op! De afspraken moeten zijn afgestemd op de persoonlijke omstandigheden van de werknemer en moeten reëel zijn. Een incidentele afwijking hoeft echter niet te leiden tot een aanpassing van de vergoeding.

Ingangsdatum?
De staatssecretaris heeft geen ingangsdatum genoemd, zodat aannemelijk is dat deze per direct ingaat.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-23T14:42:55+01:0023 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Minder administratie rond fiets van de zaak
  • Betaalt de fiscus mee aan de airco in mijn werkkamer thuis?

Betaalt de fiscus mee aan de airco in mijn werkkamer thuis?

De zomer bereikt dit jaar recordtemperaturen. Misschien lekker als je vakantie viert, maar niet als je moet werken. In dat geval kan een airco wel voor verkoeling zorgen. Is zo’n apparaat in de werkkamer van de ondernemer thuis fiscaal ook aftrekbaar?

Werkkamer fiscaal aftrekbaar?
De werkkamer van de ondernemer thuis is slechts bij uitzondering fiscaal aftrekbaar. Ervan uitgaande dat jouw woning geen ondernemingsvermogen is, is daarvoor namelijk vereist dat een werkkamer zelfstandig is. Dit wil zeggen dat deze een eigen in- of opgang heeft én eigen sanitair heeft. Bovendien moet je ook nog een groot deel van het inkomen in of vanuit de werkkamer verdienen.
Is jouw werkkamer fiscaal niet aftrekbaar, dan is dus ook de airco in de werkkamer niet aftrekbaar.

Wel investeringsaftrek
Als je een airco aanschaft voor de werkkamer, heb je in beginsel wel recht op investeringsaftrekken. Alleen al de investeringsaftrek voor kleinschalige investeringen (KIA) kan oplopen tot 28% van het investeringsbedrag. Je moet wel aan de fiscale voorwaarden voldoen. Zo moet je voor het recht op de KIA in 2022 voor meer dan €2.400 investeren en moet de airco zelf minstens €450 kosten.

Ook de BTW terug
Verricht je zelf BTW-belaste prestaties, dan kun je ook de BTW op de airco terugvragen. Dat geldt ook voor de BTW op de energie die het apparaat verbruikt en op het onderhoud. Verricht je ook deels vrijgestelde prestaties, dan is de BTW naar rato aftrekbaar.

Tip: Houd het energieverbruik van de airco apart bij, dat voorkomt discussie met de inspecteur. Dit kan eenvoudig met een apart metertje in het stopcontact.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-26T11:39:44+02:0026 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Betaalt de fiscus mee aan de airco in mijn werkkamer thuis?

  • Kabinet presenteert herstelplan heffing box 3

Kabinet presenteert herstelplan heffing box 3

In een brief aan het parlement heeft het kabinet aangegeven hoe het om wil gaan met de belastingheffing over inkomen in box 3 in de periode 2017 tot en met 2022. Het kabinet geeft verder ook aan hoe het de komende jaren vermogensinkomsten in box 3 wil belasten.

Arrest Hoge Raad
De voornemens van het kabinet vloeien voort uit een arrest van de Hoge Raad van eind 2021. In dit arrest besliste de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met de wet.

Overleg Tweede Kamer
Het kabinet wil, alvorens beslissingen te nemen, eerst in overleg met de Tweede Kamer. Op het arrest van de Hoge Raad kan namelijk op verschillende manieren worden ingespeeld. De kosten zijn onder meer afhankelijk van de vraag of alleen rechtsherstel plaatsvindt voor degenen die in het verleden bezwaar hebben gemaakt tegen hun aanslagen over vermogen in box 3, of dat rechtsherstel ook breder wordt toegepast. Rechtsherstel kost de schatkist vervolgens, afhankelijk van de gekozen variant en de gekozen doelgroep, tussen de €2,4 en €11,7 miljard.

Werkelijke verdeling vermogen
In de twee varianten voor rechtsherstel die in de brief beschreven worden, wordt uitgegaan van de werkelijke verdeling van het vermogen tussen spaargeld en beleggingen. In de huidige wetgeving is dit anders, omdat daarin wordt uitgegaan van een fictieve verdeling op basis van de omvang van het vermogen.

Varianten
De twee varianten bestaan uit een spaarvariant en een forfaitaire variant. In de eerste variant wordt het spaargeld belast op basis van de actuele spaarrente, de schulden op basis van de hypotheekrente en de beleggingen op basis van het nu ook al geldende meerjarige gemiddelde rendement voor beleggingen. Bij de forfaitaire variant worden de huidige forfaits aangepast aan de gemiddelde rendementen voor de vermogenscategorieën in een jaar.

Let op! Op 20 april 2022 ging de staatssecretaris in discussie met de Tweede Kamer. Daarna zal het kabinet bij de voorjaarsnota (uiterlijk 1 juni 2022) een beslissing nemen over de wijze waarop rechtsherstel geboden gaat worden. De Belastingdienst kan dan rond 1 juli 2022 starten met het rechtsherstel. Het streven is dan om uiterlijk 4 augustus de belastingaanslagen van iedereen die tijdig bezwaar maakte beoordeeld en eventueel verminderd te hebben.

Spoedwetgeving voor 2023 en 2024
Het kabinet wil de uiteindelijk gekozen variant voor de periode 2017 tot en met 2022 ook gebruiken voor de belastingheffing in box 3 voor de periode 2023 en 2024. Dit zal via spoedwetgeving worden ingevoerd.

Werkelijk rendement belast vanaf 2025
Het kabinet streeft ernaar vanaf 2025 het werkelijke rendement van vermogen te belasten in box 3. Hierbij worden niet alleen de reguliere inkomsten belast, maar ook vermogenstoenames, zoals koerswinsten en waardestijgingen van onroerend goed.

Let op! De voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en zijn dus nog niet definitief.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-22T19:44:58+02:0022 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Kabinet presenteert herstelplan heffing box 3

  • Vanaf 2025 afbouw inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

Vanaf 2025 afbouw inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

Vanaf 2025 wordt de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) afgebouwd. Dit is opgenomen in het coalitieakkoord. Deze korting op te betalen belasting bedraagt in 2022 nog maximaal €2.534.

Voorwaarden
Je krijgt in 2022 IACK als een kind, dat op 1 januari 2022 jonger is dan 12 jaar, ten minste zes maanden staat ingeschreven op hetzelfde woonadres. Dat kind kan een eigen kind zijn, maar ook bijvoorbeeld een stiefkind, geadopteerd kind of een kind uit een eerdere relatie van je partner.

Verder moet het arbeidsinkomen in 2022 ten minste €5.220 zijn en mag je geen of minder dan zes maanden een fiscale partner hebben. Heb je wel ten minste zes maanden een fiscale partner, dan heb je toch recht op IACK als het arbeidsinkomen lager is dan van je fiscale partner.

Let op! Voor co-ouders geldt een uitzondering op de voorwaarden met betrekking tot het woonadres. Het kind mag in zo’n geval ook op het woonadres van de ex-partner staan ingeschreven.

Hoogte
De IACK bedraagt in 2022 11,45% x (arbeidsinkomen minus €5.220) met een maximum van €2.534.

Tip! Is het arbeidsinkomen even hoog als dat van je fiscale partner? Dan krijg je alleen IACK als je de oudste van beiden bent. Ben je niet de oudste, dan krijgt je fiscale partner de IACK.

Afschaffing IACK
In 2021 hadden nog ongeveer 950.000 huishoudens recht op de IACK. Deze huishoudens houden, zolang ze aan de voorwaarden voldoen, ook in de komende jaren recht op IACK. In het coalitieakkoord is echter opgenomen dat de IACK voor nieuwe gevallen wordt afgeschaft vanaf 2025. Dit betekent dat voor kinderen die in of na 2025 geboren worden, geen recht meer zal bestaan op IACK. Voor kinderen geboren vóór 2025 blijft dit recht wel bestaan, zolang aan de voorwaarden voldaan wordt.

Let op! De afschaffing van de IACK volgt uit het coalitieakkoord, maar moet nog in een wetsvoorstel worden opgenomen. Vervolgens moeten zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer nog met dit wetsvoorstel instemmen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-04T17:39:30+01:004 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vanaf 2025 afbouw inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

  • Wisselend inkomen? De middelingsregeling stopt

Wisselend inkomen? De middelingsregeling stopt

Heb je een sterk wisselend inkomen? Dan kan het zijn dat je per saldo meer belasting betaalt dan wanneer dit inkomen gelijkmatig over de jaren verdeeld zou zijn. In dat geval kun je de middelingsregeling toepassen. Helaas verdwijnt deze regeling per 2025.

Hoe werkt de middelingsregeling?
Bij toepassing van de middelingsregeling tel je het inkomen uit box 1 van drie aaneengesloten kalenderjaren bij elkaar op en deel je dit door drie. Daarna bereken je hoeveel belasting je in elk jaar over dit berekende gemiddelde inkomen zou moeten betalen. Je vergelijkt dit met de werkelijk betaalde belasting over die drie jaren. Blijkt dat het verschil meer dan €545 is? Dan kun je belasting terugvragen.

Let op! Middeling gaat niet vanzelf, je moet daarvoor een schriftelijk verzoek indienen.

Voorwaarden middelingsregeling
Om voor middeling in aanmerking te komen moet je aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo geldt de middelingsregeling onder meer alleen voor inkomen uit box 1 en moet je middelen over een periode van drie aangesloten kalenderjaren.

Afschaffing middelingsregeling per 2025
In het coalitieakkoord is opgenomen dat de middelingsregeling wordt afgeschaft. Het afschaffen van de middelingsregeling betekent dat de periode 2022 tot en met 2024 het laatste tijdvak is waarover gemiddeld kan worden.

Tip! Denk goed na over welke kalenderjaren je in de middeling wilt betrekken. Een jaar kan namelijk maar één keer in een middeling mee. Kies je voor een middeling over 2020 tot en met 2022? Dan kun u geen middeling meer toepassen voor de jaren 2023 en 2024 omdat je het jaar 2022 al eerder gebruikte. Mogelijk is het dan financieel voordeliger om de middeling toe te passen over 2019 tot en met 2021 en 2022 tot en met 2024.

Verzoeken na 2024
Je kunt alleen kalenderjaren in de middeling betrekken waarvoor een definitieve aanslag is opgelegd. Wil je daarom een middelingsteruggaaf voor de jaren 2022 tot en met 2024? Dan kun je deze pas aanvragen nadat je een definitieve aanslag inkomstenbelasting 2024 hebt. Deze zal op zijn vroegst in 2025 worden opgelegd.

Tip! Houd wel de termijn in de gaten. Een verzoek om middeling moet binnen 36 maanden nadat alle definitieve aanslagen van de kalenderjaren die je wilt middelen onherroepelijk vaststaan.

Let op! De afschaffing van de middelingsregeling volgt uit het coalitieakkoord maar moet nog in een wetsvoorstel worden opgenomen. Vervolgens moeten zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer nog met dit wetsvoorstel instemmen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-21T09:50:43+01:0021 februari 2022|Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wisselend inkomen? De middelingsregeling stopt

  • Uurloongrenzen lage-inkomensvoordeel 2022

Uurloongrenzen lage-inkomensvoordeel 2022

Als werkgever kun je het lage-inkomensvoordeel (LIV) krijgen voor werknemers die gemiddeld minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon verdienen. Onlangs zijn de uurloongrenzen voor 2022 bekendgemaakt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Uurloongrenzen per 1 januari 2022
Het LIV is net als het lage-inkomensvoordeel voor jongeren (jeugd-LIV) en de loonkostenvoordelen (LKV’s) een tegemoetkoming die werkgevers kunnen ontvangen per verloond uur.

Om in aanmerking te komen voor het LIV moet je ervoor zorgen dat het uurloon van de werknemer gemiddeld over het hele kalenderjaar minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon is.

Gemiddeld bruto per uur €10,73 (100%), €13,43 (125%).

De tegemoetkoming bedraagt €0,49 per verloond uur en kent een bovengrens van €960 per werknemer per jaar.
Verloonde uren zijn de uren waarover loon wordt betaald. Dit zijn:

  • de contracturen, dat wil zeggen de uren die de werkgever met de werknemer is overeengekomen. Daaronder vallen ook niet-gewerkte, maar wel volledig uitbetaalde uren. Bijvoorbeeld verlof of ziekte;
  • de uitbetaalde extra uren die een werknemer werkt, zoals uitbetaalde overuren. Daaronder vallen ook niet-opgenomen, maar wel volledig uitbetaalde verlofuren.

Verloonde uren zijn niet:

  • niet-gewerkte onbetaalde uren, bijvoorbeeld onbetaald verlof;
  • wel gewerkte, maar onbetaalde uren, bijvoorbeeld adv-uren (arbeidsduurverkorting), of onbetaalde overwerkuren.

Uurloongrenzen jeugd-LIV pas halverwege 2022 bekend
De uurloongrenzen voor het jeugd-LIV worden afgeleid van het minimumloon over het hele kalenderjaar 2022. Deze worden daarom pas vastgesteld zodra het wettelijk minimumloon per 1 juli 2022 bekend is.

Voorwaarden LIV
De werknemer moet voor het LIV aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • de werknemer heeft in het kalenderjaar minimaal 1.248 verloonde uren binnen een organisatie;
  • het gemiddelde uurloon per kalenderjaar van de werknemer is minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon bij een werkweek van 40 uur;
  • de werknemer is verzekerd voor een of meerdere werknemersverzekeringen;
  • de werknemer heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

Geen actie nodig voor aanvragen LIV
Voor het aanvragen van het LIV hoef je geen actie te ondernemen. Het UWV beoordeelt aan de hand van de loonaangiften of je aan de voorwaarden voldoet. Vervolgens stuurt het UWV de informatie naar de Belastingdienst. Deze neemt de uiteindelijke beslissing. Je krijgt vóór 15 maart een voorlopige berekening en je kunt tot en met 1 mei correcties over het voorgaande jaar sturen. De definitieve berekening van het LIV ontvang je altijd vóór 1 augustus.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-11T11:00:39+01:0011 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Uurloongrenzen lage-inkomensvoordeel 2022

  • Waarom blijft er zo ‘weinig’ over van mijn eindejaarsbonus?

Waarom blijft er zo ‘weinig’ over van mijn eindejaarsbonus?

Aan het einde van het jaar keert mijn werkgever aan mij een bonus uit van €15.000. Op deze bonus wordt 55,5% belasting ingehouden. Hoe kan dat? Het hoogste belastingtarief is toch 49,5%?

Schijventarief
In de loonbelasting, maar ook in de inkomstenbelasting, kennen we een zogenaamd schijventarief. Vanaf een bepaald inkomen wordt een bepaald belastingtarief toegepast, welke stijgt naarmate het inkomen hoger is. In 2021 geldt voor zowel de loonbelasting als de inkomstenbelasting voor personen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt, het volgende schijventarief:

Schijf Belastbaar inkomen Belasting
1 t/m € 68.508 37,1%
2 vanaf € 68.508 49,5%

Op basis van de tarieven zou men verwachten dat bij een inkomen vanaf €68.508 de belasting over een bonus van €15.000 inderdaad 49,5% bedraagt. Dit is echter niet altijd het geval.

De heffingskortingen verstoren de boel
De te betalen belasting wordt namelijk niet alleen bepaald door het toe te passen tarief. Naast dit tarief worden ook zogenoemde heffingskortingen toegepast. Deze kortingen vormen een vermindering op de te betalen belasting. Men zou verwachten dat hierdoor de belastingdruk juist minder dan 49,5% zou bedragen.

Helaas is dat niet het geval. De bedragen van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting worden sinds een aantal jaren namelijk lager naarmate het inkomen hoger wordt. Dit heet de afbouw van de heffingskortingen. Met name vanaf 2016 is die afbouw sterk toegenomen. Zo bedraagt de afbouw van de arbeidskorting in 2021 6% voor zover het arbeidsinkomen hoger is dan €35.652.

Bij de berekening van de belasting over het reguliere salaris wordt geen rekening gehouden met de hoogte van een eventuele bonus. Door de bonus wordt de arbeidskorting echter wel met 6% verminderd wanneer het jaarloon meer bedraagt dan €35.652. Omdat bij de berekening van het reguliere salaris deze 6% vermindering niet is meegenomen, wordt de belastingdruk op de uitgekeerde bonus hiermee verhoogd. Per saldo betaal je daarom 55,5% (49,5% + 6%) over de bonus.

Belasting rekening houdend met afbouw heffingskortingen
Wil je weten hoe hoog de belastingdruk bij een bepaald inkomen werkelijk is, dan kun je gebruikmaken van de volgende tabel. Deze tabel geldt voor personen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. Hierin is zowel de afbouw van de arbeidskorting als de algemene heffingskorting verwerkt.

Schijf Belastbaar inkomen Belasting
1 t/m € 21.044 34,44%
2 van €21.044 tot € 35.653 40,41%
3 van € 35.653 tot € 68.508 49,08%
4 van € 68.508* tot € 114.194 55,5%
5 vanaf € 114.194** 49,5%

*vanaf dit bedrag geen recht meer op algemene heffingskorting
**vanaf dit bedrag geen recht meer op arbeidskorting

Deze tabel laat de verrassende uitkomsten van de afbouw van de heffingskortingen zien. Zo bedraagt de belastingdruk op extra inkomen tussen de €68.508 en €114.194 6% meer dan de belastingdruk op het inkomen vanaf €114.194. Opmerkelijk is ook dat het tarief van 49,08% voor inkomens tussen €35.653 en €68.508 niet ver verwijderd is van het toptarief van 49,5%.

Let op! Voor inkomens tot € 21.044 kunt u de tabel niet gebruiken. Voor deze inkomens is de arbeidskorting lager dan het standaardbedrag, maar loopt deze op naarmate het inkomen hoger wordt.

Correctie in aangifte inkomen
Met de extra belastingdruk op incidentele beloningen kan mogelijk niet altijd voldoende correctie worden toegepast. Soms is de correctie ook te veel. Omdat de loonbelasting een voorheffing is op de inkomstenbelasting, trekt zich dit allemaal recht in de aangifte inkomstenbelasting. Daarin wordt het exact verschuldigde bedrag berekend. Dat kan betekenen dat je alsnog moet bijbetalen of iets terugkrijgt. Ook als je normaal gesproken geen aangifte doet, kan het dus lonen om een proefaangifte te doen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-31T11:24:34+01:0031 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Waarom blijft er zo ‘weinig’ over van mijn eindejaarsbonus?