FelienDeRidder

Over Felien de Ridder

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Felien de Ridder has created 1379 blog entries.

Nieuwe portal beschikbaar voor uw belastingaangiften

Voor het inzien en goedkeuren van uw digitale belastingaangiften (omzetbelasting, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting) bent u tot nu toe gewend de portal van Client Online te gebruiken. Vanwege de gebruiksvriendelijkheid en het betere overzicht zijn wij onlangs overgestapt op een nieuw systeem, de Afas OutSite Portal.

Inmiddels hebben onze klanten bericht ontvangen over het gebruik en de mogelijkheden van de nieuwe portal. Tevens zullen wij u, indien van toepassing, nog vragen om een e-mailadres dat gebruikt kan worden voor het aanmaken van de account van uw partner. Vanwege privacywetgeving is het in de nieuwe situatie namelijk niet meer mogelijk om vanuit één e-mailadres de privé aangiften van meerdere personen in te zien en te accorderen.

Wanneer u vragen of opmerkingen hebt over (het gebruik van) de nieuwe portal dan kunt u terecht bij Jerney Oostra (kantoor Texel via 0222-314141) of Ditta van Kalsbeek (kantoor Den Helder via 0223-612255). Uiteraard kunt u ook altijd contact opnemen met uw relatiebeheerder.

Door |2019-10-15T10:24:06+02:0015 oktober 2019|Nieuws|0 Reacties

Nieuw btw-nummer voor zzp’er

Ondernemers met een eenmanszaak krijgen per 1 januari 2020 een nieuw btw-nummer. Ze ontvangen hierover deze maand een brief met het nieuwe nummer van de Belastingdienst.

Privacy
Het nieuwe btw-nummer is niet meer gekoppeld aan het BSN-nummer van de ondernemer en dus met het oog op de privacy beter gewaarborgd.

Internationaal zakendoen
Het nieuwe nummer moet ook gebruikt worden bij het zakendoen over de grens. Het nummer is tevens online te checken, zodat uw klanten weten dat het nummer klopt.

Facturen en website
Het nieuwe nummer moet u vermelden op uw facturen en uw website.

Nieuw btw-nummer doorgeven aan NBC
Hebt u een eenmanszaak en is uw nieuwe btw-nummer bekend? Dan willen wij u vragen dit aan ons door te geven, zodat wij het tijdig kunnen verwerken in onze systemen. Bij vragen kunt u altijd contact opnemen met uw relatiebeheerder.

Door |2019-10-15T10:13:16+02:0015 oktober 2019|Nieuws, Nieuws zonder blog|0 Reacties
  • Top 10 voorstellen en wijzigingen Belastingplan 2020

Top 10 voorstellen en wijzigingen Belastingplan 2020

Welke fiscale voorstellen en wijzigingen zijn er op de derde dinsdag in september 2019 uit het koffertje van de minister van Financiën Hoekstra gekomen? Wij zetten kort de tien belangrijkste fiscale voorstellen en wijzigingen voor u op een rij.

1. Invoering tweeschijvenstelsel al in 2020
PrinsjesdagVoor mensen jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd gelden vanaf 2020 nog maar twee in plaats van vier belastingschijven in de inkomstenbelasting. Het basistarief van 37,35% geldt dan tot een inkomen van € 68.507. Daarna geldt het toptarief van 49,5%.

Voor AOW-gerechtigden is er een aangepast basistarief van 19,45% tot een inkomen van ongeveer € 35.000. Daarnaast is tot een inkomen van € 68.507 het tarief van 37,35% van toepassing en geldt daarna het toptarief van 49,5%.

De belastingheffing op inkomen gaat door de invoering van het tweeschijvenstelsel ongeveer met 2% omlaag.

2. Toptarief vennootschapsbelasting blijft 25% in 2020
In tegenstelling tot eerdere afspraken blijft het toptarief in de vennootschapsbelasting 25%. Dit tarief voor resultaten boven de € 200.000 daalt in 2021 wel naar 21,7%.

Per 1 januari 2020 bedraagt het laagste vennootschapsbelastingtarief 16,5%. In 2021 gaat dit tarief voor een belastbaar bedrag tot € 200.000 verder omlaag naar 15%.

3. Arbeidskorting sneller verhoogd en zelfstandigenaftrek sneller verlaagd
Vooruitlopend op voorstellen voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt wordt de arbeidskorting sneller verhoogd en de zelfstandigenaftrek sneller verlaagd. In 2020 bedraagt de maximale arbeidskorting € 3.819 (€ 3.399 in 2019) en de maximale zelfstandigenaftrek € 7.030 (€ 7.280 in 2019). De zelfstandigenaftrek wordt afgebouwd naar maximaal € 5.000 in 2028.

4. Vier wijzigingen in de werkkostenregeling
Naar aanleiding van de evaluatie van de werkkostenregeling (WKR) worden per 1 januari 2020 vier aanpassingen voorgesteld.

Een verhoging van de vrije ruimte naar 1,7% van de totale loonsom tot en met € 400.000.
De vergoeding van de kosten van een verklaring omtrent gedrag wordt gericht vrijgesteld.
De eindheffing WKR mag in het tweede aangiftetijdvak worden aangegeven in plaats van in het eerste aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar.
De waarde van producten uit het eigen bedrijf wordt gesteld op de waarde in het economische verkeer.

5. Verlaging btw-tarief voor elektronische uitgaven
Per 1 januari 2020 wordt het tarief voor elektronische uitgaven van boeken, educatieve informatie, dagbladen, weekbladen, tijdschriften en andere ten minste driemaal per jaar periodiek verschijnende uitgaven verlaagd van 21% naar 9%.

Daarnaast wordt ook de toegang tot nieuwswebsites, zoals die van dagbladen, weekbladen en tijdschriften onder het lage tarief gebracht. Voorwaarde is wel dat de inhoud niet uitsluitend of hoofdzakelijk bestaat uit reclamemateriaal, video-inhoud of beluisterbare muziek.

6. Verhoging overdrachtsbelasting voor niet-woningen naar 7%
Per 1 januari 2021 stijgt de overdrachtsbelasting op niet-woningen, met 1% naar 7%. Denk hierbij aan bedrijfsgebouwen, hotels en pensions, bedrijfsruimten en grond die bestemd is voor woningbouw. De overdrachtsbelasting voor woningen blijft 2%.

7. Verhoging bijtelling privégebruik voor elektrische auto’s
Per 1 januari 2020 stijgt de bijtelling voor het privégebruik van elektrische auto’s naar 8% (2019 4%) over maximaal € 45.000. Is de cataloguswaarde hoger dan € 45.000? Dan is over het bedrag daarboven de normale bijtelling van 22% van toepassing.

In 2021 wordt de bijtelling 12% over maximaal € 40.000. Bij een cataloguswaarde hoger dan € 40.000 is de bijtelling over het bedrag daarboven 22%. In 2022, 2023 en 2024 bedraagt de bijtelling 16% over € 40.000, en in 2025 17% over € 40.000. Uiteindelijk is in 2026 de bijtelling voor elektrische auto’s ook 22%.

8. Invoering bronbelasting in 2021
Per 1 januari 2021 wordt er bronbelasting ingevoerd op rente en royalty’s. Het tarief wordt gekoppeld aan het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting, dat in 2021 21,7% bedraagt.

9. Afschaffing betalingskorting vennootschapsbelasting in 2021
Met ingang van 1 januari 2021 wordt de betalingskorting voor de vennootschapsbelasting afgeschaft. Vennootschappen die de aanslag vennootschapsbelasting in één keer vooruitbetalen krijgen vanaf dat moment geen korting meer.

10. Afschaffing scholingsaftrek
Er wordt voorgesteld om de aftrek van scholingskosten in de inkomstenbelasting af te schaffen. De scholingsaftrek wordt daarbij vervangen door de subsidieregeling STAP-budget (leer- en ontwikkelbudget voor het stimuleren van de arbeidsmarktpositie) voor personen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt. De nadere invulling van de subsidieregeling STAP-budget is nog niet bekend. Daarom wordt de scholingsaftrek nog niet in 2020 afgeschaft.

Door |2019-10-10T12:54:18+02:0010 oktober 2019|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Top 10 voorstellen en wijzigingen Belastingplan 2020
  • Informatieplicht energiebesparing

Informatieplicht energiebesparing

Bedrijven die meer dan 50.000 kWh aan elektra of meer dan 25.000 m3 aan aardgas gebruiken, moeten verplicht energiebesparende maatregelen treffen. De deadline voor het melden van deze maatregelen was 1 juli van dit jaar. Bedrijven die dit nog niet hebben gedaan, riskeren een boete.

EML per bedrijfstak
Er is een lijst van energiebesparende maatregelen (EML) voor iedere bedrijfstak. Deze maatregelen kennen een terugverdientermijn van maximaal vijf jaar.

Rvo.nl
De lijst is te vinden op de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl). Een voorbeeld van een energiebesparende maatregel in de bouw is het beperken van ventilatie door het gebruik van aanwezigheidsschakelaars.

Hoe rapporteren?
Bedrijven moeten hun energiebesparende maatregelen digitaal rapporteren via eLoket van rvo.nl.

Let op: sancties
Bedrijven die niet op tijd rapporteren, riskeren een boete. Deze zal niet direct opgelegd worden, bedrijven zullen er eerst aan herinnerd worden dat ze opgave moeten doen.

Heeft u vragen over de rapportageplicht wat betreft energiebesparende maatregelen, neem dan contact op met uw relatiebeheerder of met de afdeling communicatie via 0222-314141 of communicatie@nbceelman.nl.

Door |2019-10-10T12:55:55+02:008 oktober 2019|Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Informatieplicht energiebesparing
  • Uitnodiging Pitch en Info avond Den Helder – woensdag 9 oktober

Uitnodiging Pitch en Info avond Den Helder – woensdag 9 oktober

Wij ontvangen u vanaf 19.15 uur op ons kantoor aan de Drs. F. Bijlweg 69A in Den Helder. De bijeenkomst start vervolgens om 19.30 uur.

Programma
Onze fiscalist Marc van Vugt neemt een presentatie over Prinsjesdag voor zijn rekening. Hij bespreekt de belangrijkste maatregelen uit de Miljoenennota en het Belastingplan 2020, die van invloed kunnen zijn op u en/of uw onderneming.

Na afloop van de presentatie is er de gelegenheid om onder het genot van een drankje te sparren met onze adviseurs en te netwerken met mede-ondernemers.

Aanmelden
Via communicatie@nbceelman.nl of telefonisch via 0222-314141.

Door |2019-09-17T15:53:53+02:0017 september 2019|Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Uitnodiging Pitch en Info avond Den Helder – woensdag 9 oktober
  • WW-premie

WW-premie

Vanaf 1 januari 2020 is de hoogte van de WW-premie niet langer sector gebonden. De af te dragen WW-premie wordt afhankelijk van het contract: vast of flex. Werkgevers betalen voor vaste werknemers een lagere premie dan voor werknemers met een tijdelijk of flexibel contract. Het verschil tussen de hoge en de lage premie zal 5 procentpunten bedragen.

Het lage tarief geldt voor:
– Werknemers met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, waarin de omvang van de te verrichten arbeid eenduidig is vastgelegd;
– Werknemers met een leerovereenkomst op grond van de Beroepsbegeleidende leerweg (BBL);
– Jongeren t/m 20 jaar die niet meer dan 12 uur per week werken.

Het hoge tarief geldt voor:
– Werknemers met een oproep-, nuluren-, min/max- of tijdelijk contract.

Premiepercentages
De premiepercentages voor 2020 zijn vooralsnog vastgesteld op een lage premie van 2,94 procent en een hoge premie van 7,94 procent.

Rekenvoorbeeld
De WW-premie voor een medewerker met een flexibel contract die € 2.000,- bruto per maand (incl. vakantiegeld) verdient, bedraagt € 158,80 per maand / € 1.905,60 per jaar.
Voor een medewerker met hetzelfde salaris, maar met een vast contract, bedraagt de premie
€ 58,80 per maand / € 705,60 per jaar.
Het verschil van 5 procentpunten tussen een vast en niet-vast contract scheelt in dit voorbeeld op jaarbasis € 1.200,- in de directe loonkosten voor deze medewerker.

Tip
De lage WW-premie is van toepassing vanaf 1 januari 2020, indien u dit jaar nog:
1. de huidige tijdelijke arbeidsovereenkomsten, die aflopen na 1 januari 2020, omzet naar
arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd;
2. ervoor zorgt dat alle schriftelijke arbeidsovereenkomsten aanwezig zijn, inclusief vermelding dat het gaat om een contract voor onbepaalde tijd;
3. oproepkrachten een contract voor onbepaalde tijd met een vast aantal uren aanbiedt.

Uiteraard zal het aanbieden van een vast contract niet alleen gebaseerd worden op de directe maandelijkse loonkosten, maar kan dit wel worden meegenomen in de overweging om een vast of tijdelijk contract aan te bieden.

Door |2019-10-10T12:56:58+02:0010 september 2019|Geen categorie|0 Reacties
  • Oproepovereenkomst

Oproepovereenkomst

Als oproepovereenkomst wordt in de meeste gevallen een doorlopende arbeidsovereenkomst met een flexibele omvang bedoeld. Dat kan bijvoorbeeld een nulurenovereenkomst zijn of een overeenkomst van bijvoorbeeld minimaal acht tot maximaal zestien uur per week. Op dit moment staat er in de wet geen definitie voor het begrip ‘oproepovereenkomst’. Met de invoering van de WAB komt hier verandering in en wordt de volgende definitie in de wet opgenomen:

Artikel 7:628a lid 9 BW:
Van een oproepovereenkomst als bedoeld in dit artikel is sprake indien:
a. De omvang van de arbeid niet is vastgelegd als één aantal uren per tijdseenheid van:
1. ten hoogste een maand; of
2. ten hoogste een jaar en het recht op loon van de werknemer gelijkmatig is gespreid over die tijdseenheid; of
b. de werknemer op grond van artikel 628 lid 5 of lid 7, of artikel 691, lid 7, geen recht heeft op het naar tijdsruimte vastgestelde loon, indien hij de overeengekomen arbeid niet heeft verricht.
Dit betekent dat bijvoorbeeld nulurenovereenkomsten, min-maxovereenkomsten en overeenkomsten waarbij de loondoorbetalingsplicht voor zes maanden is uitgesloten, worden aangemerkt als oproepovereenkomst. De werknemer heeft immers bij al deze varianten geen duidelijkheid over de omvang van zijn arbeidsovereenkomst.

Oproeptermijn
De oproepkracht moet minstens 4 dagen van tevoren schriftelijk of elektronisch (e-mail) worden opgeroepen (bij cao kan deze termijn worden verkort tot 24 uur). Een telefonische oproep voldoet niet aan de eisen die het wetsvoorstel stelt.
Wanneer de werkgever later oproept dan de voorschreven termijn, is de werknemer niet verplicht om aan de oproep gehoor te geven.
In het geval de werknemer wordt opgeroepen en de oproep binnen de termijn van vier dagen weer geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken óf als de werkgever binnen die termijn de tijdstippen alsnog wijzigt, heeft de werknemer recht op loon over de volledige periode waarvoor hij in eerste instantie was opgeroepen.

Uitzondering
Voor functies die als gevolg van ‘klimatologische of natuurlijke omstandigheden’ gedurende een periode van maximaal negen maanden per jaar kunnen worden uitgeoefend, kan bij cao de toepasselijkheid van de oproeptermijn worden uitgesloten.

Opzegtermijn
In geval de omvang van de arbeid niet is vastgelegd, is de opzegtermijn voor de werknemer even lang als de oproeptermijn voor de werkgever, namelijk vier dagen. Die korte opzegtermijn geeft de werknemer de mogelijkheid om snel van baan te wisselen. Dat is volgens de wetgever rechtvaardig gezien de onzekerheid waarin hij verkeert. De aanzegtermijn van de werkgever blijft onveranderd één maand.

Aanbod voor vaste arbeidsomvang
Met de invoering van de WAB krijgt de werkgever de verplichting om na 12 maanden de werknemer een vast aantal uren aan te bieden. Het aanbod voor een vaste arbeidsomvang moet ten minste gelijk zijn aan het gemiddeld aantal uren per maand over het afgelopen jaar. Het is toegestaan om een aantal uur per week of per jaar af te spreken.

Het initiatief voor het doen van een aanbod ligt bij de werkgever. De werknemer verklaart schriftelijk het aanbod wel of niet te aanvaarden. Hij mag er ook voor kiezen om op flexibele basis te blijven werken.

Als de werkgever geen aanbod doet, maakt de werknemer toch aanspraak op het loon dat hij gehad zou hebben indien hij wel een aanbod had ontvangen en dit had aanvaard (artikel 7:628a lid 8 BW nieuw).

Oproepkrachten die op 1 januari 2020 al langer dan 12 maanden werken, moeten uiterlijk op 31 januari 2020 een aanbod voor een vaste arbeidsomvang hebben ontvangen.

Door |2019-10-11T12:40:47+02:0010 september 2019|Geen categorie|0 Reacties
  • Ontslaggronden

Ontslaggronden

Als een werkgever een arbeidsovereenkomst met een werknemer wil beëindigen, moet er sprake zijn van een redelijke grond. In de huidige wet zijn op dit moment acht redelijke gronden (ontslaggronden) opgesomd:

a. Bedrijfseconomische redenen
b. Langdurige ziekte / arbeidsongeschiktheid
c. Frequent ziekteverzuim
d. Disfunctioneren
e. Verwijtbaar handelen
f. Gewetensbezwaren
g. Verstoorde arbeidsverhouding
h. Andere omstandigheden

De werkgever moet beschikken over een ‘voldragen’ ontslaggrond. Dat betekent dat op dit moment moet worden voldaan aan alle eisen die de wet aan die ene ontslaggrond stelt.

Cumulatiegrond
De Wet arbeidsmarkt in balans zorgt ervoor dat werkgevers in een ontbindingsverzoek straks twee of meerdere ontslaggronden met elkaar kunnen combineren, de zogenaamde cumulatiegrond. Dit maakt het makkelijker om werknemers te ontslaan, al moeten de ontslaggronden uiteraard nog steeds goed onderbouwd zijn.

Combineren geldt niet voor ontslag via UWV
De mogelijkheid om verschillende ontslaggronden te combineren geldt alleen voor de ontslaggronden die via de rechter lopen (ontslaggronden c tot en met h) en niet voor ontslag via UWV (ontslaggronden a en b). Een werkgever kan in een ontbindingsverzoek dus niet ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen combineren met disfunctioneren. Dit kan ook niet als een werkgever na een afgewezen ontslagvergunning bij UWV in hoger beroep gaat bij de kantonrechter.

Extra vergoeding
Als de rechter een arbeidsovereenkomst ontbindt op basis van de cumulatiegrond, kan hij de werknemer een extra vergoeding toekennen. Deze vergoeding komt bovenop de transitievergoeding en een eventuele billijke vergoeding. De hoogte van de extra vergoeding bepaalt de rechter aan de hand van de omstandigheden, maar deze kan nooit hoger zijn dan de helft van de transitievergoeding. Hoe beter het ontslagdossier op orde is, hoe lager de vergoeding zal uitvallen. Vindt de werkgever de vergoeding te hoog, dan kan hij ervoor kiezen het ontbindingsverzoek weer in te trekken.

Tip
Het kan nuttig zijn lopende ontslagtrajecten opnieuw te beoordelen om te zien of de cumulatiegrond mogelijkheden geeft.

Door |2019-10-10T12:57:29+02:0010 september 2019|Geen categorie|0 Reacties
  • Transitievergoeding

Transitievergoeding

Vanaf 1 januari 2020 hebben alle werknemers recht op een transitievergoeding als de werkgever de arbeidsovereenkomst eindigt. De vergoeding wordt berekend op basis van de dagen die de arbeidsovereenkomst heeft geduurd en er wordt niet meer afgerond op halve jaren. Zelfs als de werkgever tijdens de proeftijd opzegt, is een transitievergoeding verschuldigd.
Het enige verschil met de huidige regels is dat de arbeidsovereenkomst vanaf 1 januari 2020 niet ten minste 24 maanden moet hebben geduurd. De werknemer heeft vanaf de eerste werkdag recht op een transitievergoeding.

Hoogte transitievergoeding
Voor elk jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd is een transitievergoeding van een derde maandsalaris verschuldigd, ongeacht de lengte van het dienstverband.
Voor de resterende duur van de arbeidsovereenkomst en voor arbeidsovereenkomsten die korter dan een jaar duren, wordt de transitievergoeding naar rato berekend met de volgende formule: (feitelijk genoten bruto salaris/bruto maandsalaris) x (1/3 bruto maandsalaris / 12).

Voorbeeld
Een werknemer met een bruto maandsalaris van € 2.100,- van wie het dienstverband tijdens het 2e jaarcontract na 1 jaar en 5 maanden wordt beëindigd.

De verschuldigde transitievergoeding over het gehele dienstjaar: 1 x (1/3 x € 2.100,-) = € 700,-.
Voor de resterende duur van het dienstverband (5 maanden): (€ 10.500,- / € 2.100,-) x (€ 700,- / 12) = € 291,66.

De totale transitievergoeding bedraagt € 700,- + € 291,66 = € 991,66.

Geen recht op transitievergoeding hebben werknemers:
a. die bij het einde van het dienstverband de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en waarvan de gemiddelde arbeidsomvang ten hoogste 12 uur per week heeft bedragen;
b. waarvan de arbeidsovereenkomst eindigt in verband met of na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Let op: start een ontslagprocedure bij UWV of rechter voor 1 januari 2020 en is de arbeidsovereenkomst voor die tijd aangezegd of heeft de werknemer voor die tijd met aanzegging ingestemd, dan geldt het oude recht.

Door |2019-10-10T12:58:48+02:0010 september 2019|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Transitievergoeding