werknemer

  • Garantieverklaring verplicht voor eigenrisicodragerschap WGA

Garantieverklaring verplicht voor eigenrisicodragerschap WGA

Om eigenrisicodrager voor de WGA te worden moet je als werkgever aan een aantal voorwaarden voldoen. De regels zijn strikt en er is geen tot nauwelijks ruimte voor coulance. Wat zijn de voorwaarden?

Melden aan de Belastingdienst
Zo moet je het verzoek om eigenrisicodrager te worden of om je af te melden als eigenrisicodrager melden aan de Belastingdienst. Het eigenrisicodragerschap voor de WGA kan beginnen en eindigen met ingang van 1 januari of 1 juli, mits dit minimaal drie maanden van tevoren schriftelijk kenbaar is gemaakt. De Belastingdienst heeft hiervoor een speciaal formulier ontwikkeld.

Schriftelijke garantie
Als je eigenrisicodrager voor de WGA wilt worden, moet je tevens een schriftelijke garantie van een kredietinstelling of een verzekeraar tijdig kunnen overleggen, waarin deze zich bereid verklaart en in staat is jouw financiële verplichtingen van je over te nemen wanneer je daartoe zelf niet meer in staat bent. Het gaat hier om een garantieverklaring die het faillissementsrisico of het risico van wanbetaling afdekt.

Let op! Als je als werkgever het eigenrisicodragerschap hebt beëindigd, kun je drie jaar lang geen eigenrisicodrager meer worden.

Te laat met garantieverklaring
Onlangs moest de rechter een oordeel vellen in een zaak waarin een vennootschap – tevens eigenrisicodrager voor de WGA – per 1 januari 2020 was overgestapt op een andere verzekeraar. De oude verzekeraar trok per genoemde datum de afgegeven garantieverklaring in. Het probleem was echter dat de nieuwe verzekeraar voor 1 januari 2020 geen garantieverklaring voor het eigenrisicodragerschap WGA van de vennootschap had afgegeven aan de Belastingdienst. De vennootschap verzocht de Belastingdienst om zich flexibel op te stellen en coulance te tonen, omdat het niet tijdig overleggen van de vereiste garantieverklaring het gevolg was van omstandigheden bij haar adviseur. De Belastingdienst ging niet in dit verzoek mee en oordeelde dat op 1 januari 2020 het eigenrisicodragerschap was beëindigd, waardoor de vennootschap vanaf die datum publiek verzekerd was voor de WGA. De vennootschap was het hier niet mee eens en tekende bezwaar aan, waarbij op 7 mei 2020 alsnog een garantieverklaring van de nieuwe verzekeraar werd overlegd met als ingangsdatum 1 januari 2020.

Garantieverklaring stringente eis
Aangezien de Belastingdienst het bezwaar niet honoreerde, stapte de vennootschap naar de rechter. De rechter verwees naar het systeem van de wet waarin geen ruimte is gelaten om op een later moment een garantieverklaring te overleggen. Dit is niet in lijn met het doel en de strekking van de wet. Dit betekende concreet dat het eigenrisicodragerschap per 1 januari 2020 van rechtswege was beëindigd. Er is geen ruimte voor een uitzondering op deze regel zoals door de vennootschap was bepleit.

Tip! Zorg dat je bij wijziging van verzekeraar, tijdig beschikt over een nieuwe garantieverklaring voor de WGA omdat anders jouw eigenrisicodragerschap van rechtswege wordt beëindigd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-28T11:21:02+02:0028 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Garantieverklaring verplicht voor eigenrisicodragerschap WGA

  • Onbelast vergoeden verblijfskosten zonder bewijs, kan dat?

Onbelast vergoeden verblijfskosten zonder bewijs, kan dat?

Je kunt de kosten van tijdelijk verblijf van de werknemers onder voorwaarden onbelast aan hen vergoeden of verstrekken. Hiervoor geldt binnen de werkkostenregeling een zogeheten gerichte vrijstelling. Als je hiervan gebruik wilt maken zonder onderliggende bewijsstukken (‘bonnetjes’), kan dit door aan te sluiten bij de vergoedingen aan ambtenaren op dienstreis.

Tijdelijk verblijf
De vergoeding of verstrekking van verblijfskosten is alleen gericht vrijgesteld – en dus belastingvrij – als er sprake is van tijdelijk verblijf. Dit is het geval als de werknemer een zogenaamde ambulante werknemer is. Reist de werknemer steeds naar verschillende arbeidsplaatsen, dan is hij of zij ambulant. Reist de werknemer doorgaans 1 keer per week naar dezelfde arbeidsplaats op maximaal 20 dagen, dan is hij of zij ook ambulant.

Tip! De maximaal 20 dagen moet je beoordelen over een zogenoemde referentieperiode.

Zijn er zakelijke redenen voor de werknemer om niet bij de plaats van het werk te gaan wonen? Bijvoorbeeld bij tijdelijke projecten of omdat hij of zij nog in de proeftijd zit? Dan is er ook sprake van tijdelijk verblijf.

Zonder bonnetje
Wil je niet elke keer bonnetjes verzamelen als bewijs van de tijdelijke verblijfskosten, dan kun je ook aansluiten bij de vergoedingen voor verblijfskosten aan ambtenaren op dienstreis. Dit kan als de werknemers wat hun uitgaven betreft vergelijkbaar zijn met deze ambtenaren.

Binnenlandse dienstreizen
Voor binnenlandse dienstreizen kun je in 2022 dan de volgende bedragen voor verblijfskosten belastingvrij vergoeden aan de werknemer:
• kleine uitgaven overdag: € 5,03
• kleine uitgaven ’s avonds: € 10,07
• een ontbijt: € 11,27
• een lunch: € 10,19
• een avondmaaltijd: € 25,59
• logies: € 114,12

Tip! Je kunt ook meer vergoeden dan deze bedragen. Het meerdere is dan echter wel belast als loon bij de werknemer, tenzij je dit meerdere aanwijst in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Houd er daarbij rekening mee dat je dan bij overschrijding van de vrije ruimte in een jaar 80% eindheffing betaalt over deze overschrijding.

Buitenlandse dienstreizen
Ook voor buitenlandse dienstreizen bestaat een mogelijkheid om aan te sluiten bij de vergoedingen voor verblijfskosten aan ambtenaren op buitenlandse dienstreis.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-27T17:09:06+02:0027 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Onbelast vergoeden verblijfskosten zonder bewijs, kan dat?

  • Betaalt de fiscus mee aan de airco in mijn werkkamer thuis?

Betaalt de fiscus mee aan de airco in mijn werkkamer thuis?

De zomer bereikt dit jaar recordtemperaturen. Misschien lekker als je vakantie viert, maar niet als je moet werken. In dat geval kan een airco wel voor verkoeling zorgen. Is zo’n apparaat in de werkkamer van de ondernemer thuis fiscaal ook aftrekbaar?

Werkkamer fiscaal aftrekbaar?
De werkkamer van de ondernemer thuis is slechts bij uitzondering fiscaal aftrekbaar. Ervan uitgaande dat jouw woning geen ondernemingsvermogen is, is daarvoor namelijk vereist dat een werkkamer zelfstandig is. Dit wil zeggen dat deze een eigen in- of opgang heeft én eigen sanitair heeft. Bovendien moet je ook nog een groot deel van het inkomen in of vanuit de werkkamer verdienen.
Is jouw werkkamer fiscaal niet aftrekbaar, dan is dus ook de airco in de werkkamer niet aftrekbaar.

Wel investeringsaftrek
Als je een airco aanschaft voor de werkkamer, heb je in beginsel wel recht op investeringsaftrekken. Alleen al de investeringsaftrek voor kleinschalige investeringen (KIA) kan oplopen tot 28% van het investeringsbedrag. Je moet wel aan de fiscale voorwaarden voldoen. Zo moet je voor het recht op de KIA in 2022 voor meer dan €2.400 investeren en moet de airco zelf minstens €450 kosten.

Ook de BTW terug
Verricht je zelf BTW-belaste prestaties, dan kun je ook de BTW op de airco terugvragen. Dat geldt ook voor de BTW op de energie die het apparaat verbruikt en op het onderhoud. Verricht je ook deels vrijgestelde prestaties, dan is de BTW naar rato aftrekbaar.

Tip: Houd het energieverbruik van de airco apart bij, dat voorkomt discussie met de inspecteur. Dit kan eenvoudig met een apart metertje in het stopcontact.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-26T11:39:44+02:0026 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Betaalt de fiscus mee aan de airco in mijn werkkamer thuis?

  • IJsje van de zaak, ook voor thuiswerkers?

IJsje van de zaak, ook voor thuiswerkers?

De zomer is weer begonnen en dus vallen de mussen spreekwoordelijk bij tijd en wijle weer dood van het dak. De airco staat dan wellicht op tien, maar misschien is een extra drankje of ijsje voor jouw personeel dan ook geen slecht idee. Hoe zit dat dan fiscaal?

Belast of niet?
Een drankje, ijsje of andere versnapering is onbelast voor zover men deze op de werkplek geniet. Daarbij moet jij als werkgever het drankje of ijsje verstrekken. Vergoed je daarentegen de kosten als de werknemer zelf een en ander aanschaft, dan is dit wel belast.

Maar wat is een werkplek?
Zoals aangegeven is een en ander alleen op de werkplek onbelast. Dit is een ruim begrip en omvat alle ruimtes waar jij als werkgever volgens de Arbowet verantwoordelijk voor bent. Dat is bijvoorbeeld ook de privéparkeerplaats bij jouw kantoor. Daar mag je ’s middags dus gerust de ijscoboer namens jou het personeel op een ijswafel laten trakteren.

Werkplek thuis?
Werkt een werknemer echter thuis, dan mag je in de regel geen onbelaste versnaperingen laten bezorgen. Dit is alleen anders als de werkruimte van het betreffende personeelslid ‘zelfstandig’ is. De werkruimte moet dan een eigen in- of opgang hebben, de werknemer moet erin werken en je moet met jouw werknemer een huurcontract inzake de werkruimte hebben afgesloten.

Drankje na het werk?
Ga je met jouw personeel na het werk even een drankje drinken op een terras, dan is dit niet op de werkplek en dus belast. Natuurlijk wil je niet dat jouw werknemers hierover belasting betalen en dus kun je deze rekening het beste onderbrengen in de werkkostenregeling. Blijf je daarmee binnen de zogenaamde vrije ruimte, dan betaal je ook geen belasting. Overschrijd je de vrije ruimte, dan betaal je 80% belasting via de eindheffing.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-13T10:00:48+02:0013 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

IJsje van de zaak, ook voor thuiswerkers?

  • Aangescherpte informatieplicht voor de werkgever

Aangescherpte informatieplicht voor de werkgever

Vanaf augustus 2022 geldt voor jou als werkgever een verdergaande informatieplicht aan jouw werknemers. Je was al verplicht om bepaalde zaken te melden, maar deze verplichting wordt nu dus uitgebreid.

Binnen een week
Over de volgende essentiële zaken dien je jouw werknemer te informeren binnen een week na indiensttreding:

• de hoogte van het loon en de afzonderlijke loonbestanddelen waaruit dit bedrag is opgebouwd, zoals bonussen en overuren;
• de plaats(en) waar de werkzaamheden uitgevoerd moeten worden;
• de werk- en rusttijden van de werknemer alsmede vermelding van de daarbij geldende overwerk(vergoedingen);
• de duur en voorwaarden van de proeftijd.

Onvoorspelbare arbeidsvoorwaarden
Betreft het onvoorspelbare arbeidsvoorwaarden, zoals bij oproepkrachten, dan moet de volgende informatie worden gegeven:

• werktijden zijn variabel;
• aantal gewaarborgde betaalde uren;
• loon voor arbeid boven gewaarborgde uren;
• dagen en uren waarop de werknemer verplicht kan worden te werken (de referentiedagen en -uren);
• termijnen voor de oproep van de arbeid.

Let op! Zowel over de essentiële zaken als over onvoorspelbare arbeidsvoorwaarden moet je jouw werknemer dus binnen één week na indiensttreding informeren.

Niet-essentiële zaken
Over de volgende niet-essentiële zaken dien je jouw werknemer te informeren binnen een maand na indiensttreding:

• de in acht te nemen opzegtermijnen, de wijze van berekening van de termijnen en de ontslagprocedure;
• welke verlofregelingen er voor de werknemer zijn naast het recht op vakantiedagen;
• het eventuele recht op scholing;
• indien sprake is van een uitzendovereenkomst, de identiteit van de inlenende onderneming.

Werkzaamheden in het buitenland
Indien de werknemer langer dan vier weken buiten Nederland werkzaam zal zijn, moet hij voor vertrek worden geïnformeerd over de duur, huisvesting, sociale zekerheid, geldsoort van betaling, eventuele vergoedingen en wijze van terugkeer.
Hierbij kan ook verwezen worden naar een eventueel toepasselijke cao of, als deze er niet is, naar boek 7 titel 10 van het Burgerlijk Wetboek, waarin het arbeidsrecht geregeld is, of naar de Wet arbeid en zorg, waar de verlofregelingen zijn terug te vinden.

Let op! De verplichte informatie kun je schriftelijk dan wel digitaal aan de werknemer aanbieden.

Niet naleven informatieplicht
Als je als werkgever, ondanks een verzoek daartoe van de werknemer, niet binnen de wettelijke termijn de verplichte informatie aan de werknemer beschikbaar hebt gesteld, kan de werknemer dat alsnog via de rechter afdwingen. Als u niet of niet tijdig de verplichte informatie heeft verstrekt en de werknemer lijdt daardoor schade, dan ben je verplicht deze schade te vergoeden.

Meer voorspelbaar arbeidspatroon
De werknemer krijgt het recht, nadat hij 26 weken bij jou in dienst is, je te verzoeken om meer voorspelbare en zekere arbeidsvoorwaarden. Je moet dan binnen een maand schriftelijk en gemotiveerd reageren op het verzoek.
Ben je een kleine werkgever met minder dan 10 werknemers, dan geldt een reactietermijn van 3 maanden.

Let op! Reageer je niet (tijdig), dan wordt het verzoek van de werknemer geacht te zijn toegewezen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-07T09:47:29+02:008 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aangescherpte informatieplicht voor de werkgever

  • Studiekostenbeding: wat verandert er?

Studiekostenbeding: wat verandert er?

Vanaf augustus verandert de regelgeving rondom het overeenkomen van een studiekostenbeding. Dit is het gevolg van de implementatie van de EU-richtlijn Transparante en Voorspelbare Arbeidsvoorwaarden in de Nederlandse wetgeving. Wat verandert er voor jou als werkgever?

Tot nu toe
Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het mogelijk is om een studiekostenbeding met de werknemer overeen te komen als voldaan is aan de volgende voorwaarden:

1. je moet als werkgever duidelijk aangeven over welke periode je baat hebt bij de opleiding en de terugbetalingsplicht moet tot die periode worden beperkt;
2. gedurende genoemde periode wordt de terugbetalingsverplichting evenredig verminderd op grond van de glijdende schaal;
3. je moet de werknemer duidelijk vooraf informeren over de inhoud en omvang van de terugbetalingsverplichting.

Beperking bij verplichte scholing
Vanaf augustus 2022 wordt de mogelijkheid om rechtsgeldig een studiekostenbeding overeen te komen aan banden gelegd.
Als je verplicht bent de scholing aan de werknemer aan te bieden, is de scholing voor de werknemer kosteloos én wordt deze als werktijd aangemerkt. Die verplichting kan er zijn op grond van de wet of de cao; denk aan opleidingen op het gebied van veiligheid en vakbekwaamheid. Tot de wettelijk verplichte scholing behoort ook de scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie en de scholing die noodzakelijk is voor het voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Denk aan een training of opleiding in het kader van een verbetertraject, als bijvoorbeeld jouw werknemer over te weinig ICT-vaardigheden beschikt om zijn werk goed uit te kunnen voeren. In deze situaties is een studiekostenbeding niet toegestaan.

Let op! Reeds lopende studiekostenbedingen die verplichte scholing betreffen, komen te vervallen.
Let op! De verplichting om scholing aan te bieden, kan voortvloeien uit nationale wetgeving, Europese regelgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten of uit rechtspositieregelingen.

Alle kosten
Alle kosten die de werknemer moet maken in verband met het volgen van de scholing, komen voor jouw rekening. Denk hierbij bijvoorbeeld aan reiskosten, boeken en ander studiemateriaal en examengelden. Bij voorkeur moet, indien mogelijk, de scholing onder werktijd worden aangeboden.

Gereglementeerd beroep
Er bestaat een lijst van zogeheten gereglementeerde beroepen, waarin uiteenlopende beroepen staan, zoals registerloods, deskundige asbestverwijderaar, duiker, beëdigde tolk, sportarts of fysiotherapeut. Als het beroep van de werknemer op de lijst staat, is een studiekostenbeding nog mogelijk, tenzij de opleiding alsnog in een cao verplicht wordt gesteld. In die laatste situatie is een studiekostenbeding niet langer geldig.

Wanneer nog meer niet?
Bij scholing gaat het dus niet om beroepsopleidingen of opleidingen die werknemers verplicht moeten volgen voor het verkrijgen, behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie, zolang de werkgever niet verplicht is deze aan te bieden aan de werknemer op grond van het Unierecht, het nationale recht of een cao.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-04T08:58:02+02:004 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Studiekostenbeding: wat verandert er?

  • Nevenwerkzaamheden: de situatie na 1 augustus 2022

Nevenwerkzaamheden: de situatie na 1 augustus 2022

Per 1 augustus 2022 wordt de EU-richtlijn Transparante en Voorspelbare Arbeidsvoorwaarden geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Wat betekent dit voor jou als werkgever ten aanzien van nevenwerkzaamheden?

Tot nu toe was er nog geen wettelijke regeling met betrekking tot het verrichten van nevenwerkzaamheden. In de praktijk komen veel werkgevers nevenwerkzaamhedenbedingen overeen. Daarin wordt een meldingsverplichting opgenomen voor de werknemer om (on)betaalde nevenwerkzaamheden te melden. Daarbij heeft de werkgever dan het recht deze werkzaamheden onder bepaalde voorwaarden te verbieden.

Objectieve redenen
De nieuwe wetgeving houdt onder meer in dat jij als werkgever de werknemer in het kader van het recht op vrije arbeidskeuze niet mag verbieden buiten zijn werkrooster voor een andere werkgever te werken. Een verbod is alleen gerechtvaardigd als je daarvoor zogenaamde objectieve redenen kunt aanwijzen. Onder objectieve redenen worden verstaan:

• gezondheid en veiligheid;
• bescherming van vertrouwelijkheid en bedrijfsinformatie;
• integriteit van overheidsdiensten;
• vermijden van belangenconflicten.

Doelmatig en noodzakelijk
Bij een objectieve rechtvaardigingsgrond moet getoetst worden of het verbieden van de nevenwerkzaamheden doelmatig (passend en geschikt) en noodzakelijk (proportioneel) is om het zwaarwegende belang van de werkgever te beschermen. Daarbij worden ook de belangen van de werknemer meegewogen. Beoordeeld moet worden of het belang van de werkgever dusdanig is dat het belang van de werknemer om elders te kunnen werken daarvoor moet wijken.

Geen overgangsrecht
Er moet dus een objectieve reden zijn aan te voeren om een beroep te kunnen doen op het nevenwerkzaamhedenbeding. Dit geldt ook voor nevenwerkzaamheden die al vóór 1 augustus 2022 zijn overeengekomen.

Let op! Het is niet nodig om genoemde objectieve redenen in de arbeidsovereenkomst op te nemen.

Pas op het moment dat je een beroep wilt doen op het nevenwerkzaamhedenbeding, moet je de objectieve redenen onderbouwen. Denk aan de situatie dat een werknemer als gevolg van de nevenwerkzaamheden de maximale toegestane arbeidstijd overschrijdt. Dan is een objectieve reden gelegen in een mogelijk gevaar voor de gezondheid en de veiligheid. Bovendien ben je als werkgever verplicht toe te zien op naleving van de Arbeidstijdenwet.

Omgekeerde bewijslast
Op het moment dat de werknemer aannemelijk maakt dat hij is ontslagen vanwege het verrichten van nevenwerkzaamheden, zal de werkgever moeten bewijzen dat dit niet het geval is. Er geldt dus een omgekeerde bewijslast. Als er discussie bestaat over de aanwezigheid van een objectieve reden is het uiteindelijk de burgerlijke rechter die bepaalt of het verbod gerechtvaardigd is. De werknemer is overigens ook op grond van de Arbeidstijdenwet verplicht om nevenwerkzaamheden te melden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-30T09:27:58+02:0030 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Nevenwerkzaamheden: de situatie na 1 augustus 2022

  • Nieuwe bedragen jeugd-LIV bekend

Nieuwe bedragen jeugd-LIV bekend

Een werkgever met jonge werknemers heeft ook in 2022 mogelijk recht op jeugd-lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV). De uurloonbandbreedtes voor 2022 zijn onlangs bekendgemaakt.

Jeugd-LIV
Om in aanmerking te komen voor jeugd-LIV moet een werkgever in 2022 werknemers in dienst hebben die op 31 december 2021 18, 19 of 20 jaar oud waren. Deze werknemers moeten een loon hebben dat hoort bij het wettelijke minimumjeugdloon voor hun leeftijd en blijft binnen de gemiddelde uurloonbandbreedtes.

Gemiddelde uurloonbandbreedtes 2022
De gemiddelde uurloonbandbreedtes zijn gebaseerd op het wettelijk minimumloon over het hele jaar 2022. Voor 2022 zijn de gemiddelde uurloonbandbreedtes daarom onlangs pas bekendgemaakt.

Leeftijd op 31-12-2021 Ondergrens Bovengrens
20 jaar                                €8,67           €10,73
19 jaar                                 €6,50           €9,65
18 jaar                                 €5,42           €7,24

Juiste aangifte loonheffingen
Voor de berekening van jouw recht op jeugd-LIV is het belangrijk dat de juiste gegevens (waaronder het aantal verloonde uren) in de aangifte loonheffingen over 2022 zijn ingevuld. Het recht op jeugd-LIV wordt namelijk afgeleid uit de aangifte loonheffingen.

Hoogte jeugd-LIV
De tegemoetkoming bedraagt voor de werknemer, die op 31 december 2021 18 jaar oud was, €0,07 per verloond uur met een maximum van €135,20 per werknemer per jaar. Voor de werknemer die op 31 december 2021 19 of 20 jaar oud was, bedraagt de tegemoetkoming €0,08 respectievelijk €0,30 per verloond uur met een maximum van €166,40 respectievelijk €613,60 per werknemer per jaar.

Let op! Het jeugd-LIV wordt net als het LIV altijd achteraf uitbetaald. Heb je recht op jeugd-LIV 2022, houd er dan rekening mee dat uitbetaling dus in de tweede helft van 2023 plaatsvindt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-21T12:26:36+02:0021 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Nieuwe bedragen jeugd-LIV bekend

  • Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

Ontvangt een werknemer een vergoeding voor immateriële schade en verlies aan arbeidskracht van zijn werkgever? Dan zal deze vaak belastingvrij zijn.

Letselschadevergoeding door werkgever
Een werknemer die in dienst was bij een Veiligheidsregio werd door zijn werkgever aangesteld als vrijwilliger bij de brandweer. Tijdens die werkzaamheden raakte hij betrokken bij een ongeval. Hij hield daaraan blijvend letsel en bewegingsbeperking over. Zijn werkgever had een ongevallenverzekering afgesloten.
Deze ongevallenverzekering betaalde een letselschadevergoeding van circa €33.000 uit. De werkgever hield daarop circa € 13.000 belasting in en betaalde circa €20.000 aan de werknemer door.

Belast of belastvrij
De werkgever hield belasting in omdat hij meende dat de letselschadevergoeding voortkwam uit de dienstbetrekking en dus loon vormde. De werknemer was echter van mening dat de vergoeding geen loon vormde en dus belastingvrij was. De werknemer meende dat de volle €33.000 aan hem uitbetaald had moeten worden.

Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad was het, tot op zekere hoogte, eens met de werknemer. De Hoge Raad oordeelde namelijk dat vergoedingen van immateriële schade en verlies aan arbeidskracht in principe geen loon vormen en dus belastingvrij zijn. Dit is alleen anders als de werkgever een hogere vergoeding betaalt dan rechtstreeks uit de aansprakelijkheid van de werkgever voortvloeit.
Was de aansprakelijkheid van de werkgever bijvoorbeeld beperkt tot €25.000? Dan had de werkgever alleen over het meerdere (€8.000) belasting in moeten houden.

Nog even geduld
De werknemer moet nog even geduld hebben. De Hoge Raad heeft een gerechtshof gevraagd om uit te zoeken hoe hoog de vergoeding is die rechtstreeks uit de aansprakelijkheid van de werkgever voortvloeit. Is dat een bedrag hoger of gelijk aan de circa €33.000? Dan is de gehele letselschadevergoeding onbelast.

Tip! Voordat de Hoge Raad het betreffende oordeel uitsprak, werd aangenomen dat een vergoeding van immateriële schade en verlies aan arbeidskracht belast was als deze zou rusten op bepaalde afspraken daarover in de arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad heeft nu uitgelegd dat dit anders ligt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-16T13:55:28+02:0016 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

  • 30%-regeling vanaf 2024 beperkt tot de Balkenende-norm

30%-regeling vanaf 2024 beperkt tot de Balkenende-norm

Bij toepassing van de 30%-regeling kan een werknemer uit het buitenland 30% van het loon onbelast krijgen ter compensatie van de kosten van het verblijf in Nederland. Het kabinet kondigde aan dat de 30%-regeling vanaf 2024 beperkt wordt tot de Balkenende-norm.

Buiten Nederland geworven specifieke deskundigheid
Voor de 30%-regeling geldt een aantal voorwaarden. Zo moet onder meer de werknemer buiten Nederland zijn geworven en moet de werknemer beschikken over een specifieke deskundigheid die niet of nauwelijks te vinden is in Nederland. De controle op deze laatste voorwaarde gebeurt aan de hand van het loon dat in 2022:

• minimaal €39.467 moet bedragen, of
• voor werknemers met een mastertitel die jonger dan 30 jaar zijn minimaal €30.001.

Tip! Voor werknemers die in het kader van wetenschappelijk onderzoek of onderwijs in Nederland komen werken bij bepaalde aangewezen onderzoekinstellingen en voor artsen in opleiding tot specialist bij bepaalde aangewezen opleidingsinstituten, geldt geen salarisnorm.

Andere voorwaarden
Er gelden nog andere voorwaarden, zoals de eis van 150 kilometer (de werknemer woonde voor indiensttreding op meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens) en de aanwezigheid van een beschikking 30%-regeling van de Belastingdienst.

Hoogte onbelast loon
De hoogte van het onbelaste loon is nu nog bepaald op maximaal 30% van het loon inclusief vergoeding. Vanaf 2024 wordt de 30%-regeling gemaximeerd tot de Balkenende-norm (in 2022: €216.000).

Tip! In de aankondiging is ook melding gemaakt van een overgangsregeling met een ingroeipad van drie jaar. Nadere details zijn nog niet bekendgemaakt.
Let op! Het betreft nog slechts een plan dat eerst nog in een wetsvoorstel moet worden opgenomen. Daarna moeten de Tweede en Eerste Kamer nog akkoord gaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-07T10:44:24+02:007 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

30%-regeling vanaf 2024 beperkt tot de Balkenende-norm