werknemer

  • Financiële situatie werknemers ook voor werkgevers van belang

Financiële situatie werknemers ook voor werkgevers van belang

Veel werknemers hebben momenteel financiële problemen als gevolg van de stijgende energieprijzen en de inflatie. Dit heeft ook zijn effect op de werkvloer.

Impact op de werkgever
Als werknemers schulden hebben, kan dit ook werkgevers raken, zo blijkt uit onderzoek. Werknemers die kampen met financiële zorgen hebben een lagere productiviteit, een hoger ziekteverzuim, zijn minder betrokken en er bestaat een risico op fraude of diefstal.

Impact op de werknemer
Ook op werknemers zelf hebben schulden veel impact. Ze kampen met een slechtere mentale gezondheid als gevolg van stress en depressie, een slechtere fysieke gezondheid (hogere bloeddruk), spanningen in hun relaties en er is vaak sprake van een afname van sociale participatie.

Aandachtspunten voor werkgever
Uit bovenstaand onderzoek is gebleken dat een groot deel van de werkgevers (79%) bereid is werknemers te helpen en dat 58% dit ook ziet als zijn verantwoordelijkheid.
Wat kun je als werkgever doen in zo’n geval? Onderstaand volgt een opsomming van mogelijke initiatieven:

• ondersteuning bieden bij het begrijpen van moeilijke brieven (van bijvoorbeeld een deurwaarder);
• organiseren van een training over financiën;
• organiseren van een training aan leidinggevenden over signaalherkenning;
• financiële steun bieden, zoals een eigen sociaal fonds voor leningen en giften;
• het regelen van een interne budgetcoach;
• vaste contactmomenten inregelen om met medewerkers te praten;
• zorgen voor maatwerkoplossingen (bijvoorbeeld door werknemers meer uren te laten werken).

Doorverwijzen?
Dit zijn maar voorbeelden. Er is wellicht nog meer mogelijk. Zo kun je werknemers wijzen op de website van het Nibud. Daarop is veel informatie te vinden over hoe om te gaan met geld. Op de website bereken tegemoetkomingen kan de werknemer zien waar hij mogelijk nog recht op heeft. Andere interessante websites zijn www.geldfit.nl en www.datgeldtvoormij.nl en www.komuitjeschuld.nl. Ook is er nog een speciale voorzieningenwijzer ontwikkeld (www.devoorzieningenwijzer.nl).

Heeft jouw werknemer problematische schulden waar meer nodig is dan bijvoorbeeld alleen informatie of ondersteuning, dan kun je jouw werknemer ook begeleiden en/of doorverwijzen naar de schuldhulpverlening in de woonplaats van de werknemer.

Sinds een tijdje is het platform Sterk uit Armoede (www.sterkuitarmoede.nl) actief. Het gaat hier om een ‘emancipatiebeweging’ van, voor en door mensen in armoede, omdat deze groep zich niet altijd gezien en gehoord voelt. Ervaringsdeskundigen kunnen mensen daarbij beter ondersteunen.

Toeslag bij ziekte
Daarnaast hebben werknemers die in hun tweede ziektejaar zitten en een inkomen ontvangen onder het voor hen geldende sociale minimum nog recht op een toeslag in het kader van de Toeslagenwet. Deze regeling wordt uitgevoerd door het UWV. De toeslag biedt een aanvulling tot het sociale minimum.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-21T10:07:38+01:0021 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Financiële situatie werknemers ook voor werkgevers van belang

  • Nieuwsbrief november 2022

Nieuwsbrief november 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 14 november 2022, 20:00 uur.


1. Akkoord Tweede Kamer belastingplannen 2023: ondernemers en werkgevers

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de belastingplannen 2023. Tegelijkertijd werd nog een aantal wijzigingen op deze plannen aangenomen en werd het kabinet verzocht een aantal zaken te onderzoeken. Wat staat je op hoofdlijnen als ondernemer en/of werkgever vanaf 2023 te wachten?

Ondernemers

  • voor ondernemers in de inkomstenbelasting is 2022 het laatste jaar waarin gedoteerd kan worden aan de fiscale oudedagsreserve. Voor alle tot en met 31 december 2022 opgebouwde bedragen in de FOR blijft de huidige regeling wel bestaan. Verder gaat voor hen de zelfstandigenaftrek de komende jaren in stappen omlaag tot €900 in 2027;
  • vanaf 2024 komen er voor houders van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, twee tarieven in box 2: 24,5% over inkomsten uit box 2 tot €67.000 en 31% over het meerdere;
  • het tarief in de vennootschapsbelasting gaat in 2023 omhoog. Tot een winst van €200.000 bedraagt het tarief 19%, daarboven 25,8%;
  • het budget voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en energie-investeringsaftrek (EIA) wordt jaarlijks verhoogd met in totaal €150 miljoen. Ook kan op nieuw aangewezen bedrijfsmiddelen vanaf 2023 willekeurig worden afgeschreven. De details van deze regeling zijn nog niet bekend;
  • de vrijstelling BPM op bestelauto’s die meer dan 10% zakelijk gebruikt worden, verdwijnt vanaf 2025. Vanaf die datum wordt de BPM berekend op basis van CO2-uitstoot. De voorgenomen verhoging van de MRB voor bestelauto’s per 2025 is van de baan;
  • ondernemers die zonnepanelen leveren/installeren, moeten vanaf 2023 rekening houden met het 0% BTW-tarief voor de levering en installatie van zonnepanelen op en in de onmiddellijke nabijheid van woningen;
  • al aangekondigd, maar nog niet vastgelegd in een wetsvoorstel of wet, is dat straks de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting en inkomstenbelasting niet meer geldt voor verhuurd vastgoed. Vanaf wanneer (de verwachting is 2024) en nadere details zijn nog niet bekend;
  • ook aangekondigd, maar nog niet vastgelegd in een wetsvoorstel, is de introductie van een maatregel in de vennootschapsbelasting, waarschijnlijk vanaf 2024. Hierdoor mogen fiscale beleggingsinstellingen (FBI’s) niet meer direct in vastgoed beleggen.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om te onderzoeken of er fiscale belemmeringen zijn bij stopperregelingen voor agrariërs en om in de evaluatie van de BOR ook de aanpak van constructies als baby-BV’s te betrekken.

Werkgevers

  • de vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR) bedraagt in 2023 over de eerste €400.000 fiscale loonsom 3%, daarboven bedraagt de vrije ruimte 1,18%. Werkgevers kunnen verder een onbelaste reiskostenvergoeding geven van €0,21 per kilometer in 2023 en €0,22 per kilometer in 2024;
  • voor de werkende houder van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, verdwijnt de doelmatigheidsmarge in de gebruikelijkloonregeling. Vanaf 2023 moet rekening gehouden worden met 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking in plaats van 75%. De speciale regeling voor innovatieve start-ups verdwijnt vanaf 2023;
  • de 30%-regeling voor ingekomen werknemers wordt vanaf 2024 beperkt tot de balkenendenorm (in 2022: €216.000). Voor ingekomen werknemers voor wie de 30%-regeling in het laatste loontijdvak van 2022 is toegepast, geldt een overgangsregeling tot en met 2025;
  • verder wordt de AOF-premie voor kleine werkgevers lager;
  • oorspronkelijk was nog voorgesteld om het lage-inkomensvoordeel (LIV) tijdelijk te verruimen. Bij de stemming in de Tweede Kamer is dit voorstel met betrekking tot het jaar 2023 (waarvan uitbetaling in 2024 plaatsvindt) echter geschrapt. De verruiming voor het jaar 2022 (waarvan uitbetaling in 2023 plaatsvindt), lijkt wel doorgang te vinden.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om de afschaffing van de buitenlandse partiële belastingplicht binnen de 30%-regeling en de mogelijkheid om belastingvrij een OV-abonnement te verstrekken, te onderzoeken.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd (december 2022).


2. Belastingplannen 2023 particulieren en box 3: akkoord Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de belastingplannen voor 2023. Op een aantal onderdelen uit deze plannen zijn wijzigingen aangebracht en een aantal zaken moet nog door het kabinet nader worden onderzocht. Wat staat je als particulier te wachten en wat zijn de plannen voor box 3? De hoofdlijnen.

Particulieren

  • de eenmalige schenkingsvrijstelling met betrekking tot een woning, ook bekend als de ‘jubelton’, wordt in 2023 verlaagd en in 2024 helemaal afgeschaft. Wie in 2022 al schenkt onder de jubelton, kan dit in 2023 nog nader aanvullen. De ontvanger van deze schenking moet deze uiterlijk in 2024 in overeenstemming met het doel van de jubelton besteden;
  • het laatste tijdvak waarin een sterk wisselend inkomen gemiddeld kan worden, is 2022 tot en met 2024;
  • vanaf 2023 bedraagt de maximale periodieke giftenaftrek €250.000 per kalenderjaar. Voor periodieke giften aangegaan uiterlijk 4 oktober 2022, 16.00 uur, geldt overgangsrecht;
  • de inkomensafhankelijke combinatiekorting vervalt per 2025. Voor kinderen die uiterlijk 31 december 2024 geboren zijn, blijft deze korting wel bestaan zolang aan de voorwaarden wordt voldaan;
  • diegene (particulier of ondernemer) die onroerend goed koopt, is vanaf 2023 10,4% overdrachtsbelasting verschuldigd (in plaats van 8%). Dit geldt niet als het verlaagde tarief van 2% of de startersvrijstelling van toepassing is bij aankoop van een eigen woning;
  • aan diegene (particulier of ondernemer) die zonnepanelen laat installeren op of in de onmiddellijke nabijheid van een woning, wordt 0% BTW berekend.

Tip!
Bij de aanname van het belastingpakket door de Tweede Kamer is onder meer besloten om het belastingregime voor laadpalen met twee jaar te verlengen, het algemene tarief van de kansspelbelasting verder te verhogen met 0,2% tot 29,5% en de voorgestelde tariefverhoging van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken per 1 januari 2023 te schrappen.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen waarin het kabinet onder meer wordt verzocht om te onderzoeken of de inkomstenbelasting transparanter kan worden, bijvoorbeeld door de afbouw van heffingskortingen in de nominale belastingtarieven te verwerken. Ook is een motie aangenomen om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de fiscale faciliteiten voor ANBI’s ook toe te passen voor verenigingen.

Box 3

  • vanaf 2023 geldt een nieuwe wijze van berekening van de box 3-heffing, die lijkt op de wijze waarop momenteel rechtsherstel wordt geboden voor box 3. Uitgegaan wordt van de werkelijke verdeling van het vermogen in spaargeld, overige bezittingen en schulden met elk een eigen forfaitair rendement;
  • in de nieuwe wet is een zogenaamde anti-peildatumarbitragebepaling opgenomen. Bij de aanname van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is besloten dat deze bepaling in 2024 wordt geëvalueerd;
  • het tarief in box 3 wordt in 2023 verhoogd naar 32%. In 2024 en 2025 stijgt het tarief verder naar 33%, respectievelijk 34%.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties met betrekking tot box 3 aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om te onderzoeken of de belastingheffing in de categorie ‘overige bezittingen’ meer realistisch of verfijnd vormgegeven kan worden. Verder wordt het kabinet verzocht om te onderzoeken hoe een miljonairsbelasting, bijvoorbeeld door een vermogensbelasting van 1% op het box 3-vermogen, vormgegeven kan worden.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd (december 2022).


3. Massaalbezwaarplusprocedure voor niet-bezwaarmakers box 3

Belastingplichtigen die voor de jaren 2017 tot en met 2020 geen bezwaar hadden gemaakt tegen box 3, hoeven geen actie meer te ondernemen. Het kabinet heeft besloten de vraag of zij recht hebben op rechtsherstel opnieuw voor te leggen aan de Hoge Raad en de uitspraak in die zaak voor iedere belastingplichtige toe te passen.

Heffing box 3 in strijd met het EVRM
De Hoge Raad heeft eind vorig jaar geoordeeld dat de wijze van belastingheffing in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen in deze zaak moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement. Het oordeel van de Hoge Raad betekent dat de Belastingdienst rechtsherstel moet bieden. Naar aanleiding van deze uitspraak wordt voor de heffing in box 3 thans dan ook uitgegaan van de werkelijke samenstelling van het vermogen en een hierop gebaseerd forfaitair rendement.

Rechtsherstel
Voor degenen die op tijd bezwaar hadden gemaakt, heeft het kabinet inmiddels rechtsherstel geboden. Voor degenen die niet (op tijd) in bezwaar kwamen, heeft het kabinet aangegeven geen rechtsherstel te bieden. Dit leidde tot tal van individuele verzoeken om ambtshalve alsnog rechtsherstel te krijgen. Daarnaast werden nog veel van dit soort verzoeken verwacht. Om enorme problemen in de uitvoering te voorkomen, heeft het kabinet nu toegezegd proefprocedures te starten waarbij de uitkomst voor iedere belastingplichtige gaat gelden. Het is dus niet nodig om zelf nog in actie te komen.

Eerdere uitspraak Hoge Raad
De verzoeken om ambtshalve vermindering komen in feite allemaal neer op verzoeken om ambtshalve rechtsherstel. Eerder oordeelde de Hoge Raad echter al dat dergelijke verzoeken niet gehonoreerd hoeven te worden.

Diverse belangen- en koepelorganisaties zijn echter van mening dat hier nieuwe argumenten tegen zijn in te brengen die nog niet aan de Hoge Raad zijn voorgelegd. Om een verdere stroom aan verzoeken om ambtshalve vermindering te voorkomen, is daarom besloten een aantal van deze zaken in zogenaamde proefprocedures voor te leggen aan de Hoge Raad.

Nieuwe massaalbezwaarplusprocedure
Een massaalbezwaarprocedure met betrekking tot verzoeken om ambtshalve vermindering bestaat op dit moment nog niet. Daarom is in het belastingpakket voor 2023 een wetswijziging opgenomen waarmee een nieuwe procedure wordt ingericht: de massaalbezwaarplusprocedure. Nadat deze wetswijziging per 1 januari 2023 in werking is getreden, zal het kabinet begin 2023 de procedure rondom de vraag of de niet-bezwaarmakers toch recht hebben op rechtsherstel, aanwijzen als massaalbezwaarplusprocedure. Het kabinet spreekt de komende tijd al verder met de belangenorganisaties over de zaken die worden voorgelegd aan de Hoge Raad.

Let op!
Het kabinet heeft toegezegd dat de uitspraak die de Hoge Raad doet op de voorgelegde zaken, straks voor iedere belastingplichtige geldt.


4. Versoepeling TEK: geen verbruiksdrempel én energiekosten verlaagd naar 7% van omzet

De voorwaarden voor de regeling Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) worden versoepeld. De energiekosten van een bedrijf moeten ten minste 7% van de omzet uitmaken in plaats van de eerder vastgestelde 12,5%. Ook is er een streep gezet door de verbruiksdrempel. Hierdoor komen meer MKB-bedrijven in aanmerking voor de TEK.

Aanpassing vanwege energiebelasting
De aanpassing van het percentage energie-intensiviteit heeft te maken met de energiebelasting. Het kabinet acht het bij nader inzien niet terecht om de energiebelasting een variabel in plaats van een vast onderdeel te laten zijn van de berekening waarmee de energie-intensiviteit in de TEK wordt bepaald.

Geen verbruiksdrempel meer
Een andere voorwaarde voor de TEK was dat een ondernemer jaarlijks meer dan 5.000 m³ gas of 50.000 kWh elektriciteit moest verbruiken om in aanmerking te komen voor de TEK. Ook deze voorwaarde is geschrapt.

Voorwaarden TEK
De TEK is alleen bedoeld voor energie-intensieve MKB-bedrijven. Om voor de TEK in aanmerking te komen, moet een bedrijf dan ook voldoen aan een aantal eisen. Een MKB-bedrijf:

  • heeft minder dan 250 medewerkers, minder dan €50 miljoen omzet en/of een balanstotaal van minder dan €43 miljoen;
  • staat ingeschreven in het Handelsregister van de KvK, én
  • is energie-intensief, waarbij minimaal 7% van de omzet bestaat uit energiekosten.

Omvang tegemoetkoming
Energie-intensieve MKB’ers krijgen een compensatie van 50% van de energiekostenstijging boven een vastgestelde drempelprijs tot een maximum van €160.000. De drempelprijs is vastgesteld op €1,19 per kuub gas en €0,35 per kilowattuur elektriciteit.

Let op!
Het maximum van €160.000 geldt per onderneming en niet per energiecontract of vestiging. Heeft jouw onderneming dus meerdere vestigingen, dan kan je niet maximaal €160.000 per vestiging ontvangen.

Uitvoering door de RVO
De uitvoering van de TEK komt in handen van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Op de site van de RVO is ook een ‘houd me op de hoogte-pagina’ opengesteld, waarbij MKB’ers na aanmelding informatie krijgen over de inrichting en openstelling van de TEK.

Let op!
De TEK zou mogelijk pas in het 2e kwartaal 2023 opengesteld worden. Na gesprekken in de Tweede Kamer lijkt het erop dat de TEK echter hoogstwaarschijnlijk per 1 januari 2023 wordt opengesteld. De regeling gaat dan met terugwerkende kracht gelden voor de periode november 2022 tot en met december 2023. Voor ondernemers die nu al problemen ervaren, zal het verlenen van uitstel van betaling van belasting een mogelijke oplossing kunnen bieden. Ook zijn banken bereid gevonden in die gevallen eerder krediet te verlenen.


5. Aanzeggen tijdelijk arbeidscontract moet verplicht schriftelijk

Voor contracten voor bepaalde tijd met een looptijd van zes maanden of langer geldt een aanzegplicht. Je moet als werkgever uiterlijk een maand voordat een dergelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, de werknemer schriftelijk informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Bij een voortzetting informeer je ook over de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet. In bepaalde gevallen geldt de aanzegplicht niet. Bijvoorbeeld bij een arbeidsovereenkomst voor de duur van een project of met een uitzendbeding of bij een tweede of derde overeenkomst die korter dan zes maanden duurt. Zeg je (schriftelijk) niet aan wanneer dit wel moet, dan moet je de werknemer een aanzegvergoeding betalen ter grootte van een kaal bruto maandsalaris. Dit kan ook een pro rato deel zijn als de aanzegging te laat plaatsvindt.


6. Lage WW-premie herzien bij kort dienstverband

Betaal je de lage WW-premie voor een werknemer met een vast contract, dan moet je dit herzien als het dienstverband uiterlijk twee maanden na aanvang van het dienstverband alweer eindigt. Je betaalt dan alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie. Het maakt daarbij niet uit of nog sprake is van een proeftijd of wie het initiatief tot beëindiging neemt. Ook bij overlijden van de werknemer binnen twee maanden na aanvang van het dienstverband moet alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie betaald worden. Is sprake van overgang van een onderneming of een contractovername waarbij het contract ongewijzigd blijft? Dan vangt de tweemaandentermijn aan op de oorspronkelijk startdatum van het dienstverband bij de oude werkgever.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0014 november 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief november 2022
  • Betaald ouderschapsverlof in aangifte loonheffingen

Betaald ouderschapsverlof in aangifte loonheffingen

Tijdens het aanvullend geboorteverlof en betaald ouderschapsverlof ontvangt jouw werknemer een uitkering van het UWV. In een handreiking van de Belastingdienst op Forum Salaris staat hoe je deze uitkering moet verwerken in de aangifte loonheffingen wanneer je die uitkering betaalt aan jouw werknemer.

Werkgeversbetaling
Sinds 1 juli 2020 is het recht op aanvullend geboorteverlof ingevoerd en sinds 2 augustus 2022 ook het recht op betaald ouderschapsverlof. Dit is geregeld in de Wet Arbeid en Zorg (WAZO). Werknemers kunnen dan een uitkering krijgen van het UWV. Je kunt als werkgever deze uitkering ontvangen van het UWV en uitbetalen aan de werknemer. Dat is de ‘werkgeversbetaling’.
De uitkering moet je verwerken in de aangifte loonheffingen. Op Forum Salaris, een online forum van de Belastingdienst, wordt in een handreiking uitgelegd hoe je dat moet doen. Daarnaast wordt uitgelegd hoe je een aanvulling op de uitkering verwerkt.

Witte tabel toepassen
Alle uitkeringen die onder de WAZO vallen en die je aan jouw werknemer betaalt, moeten op dezelfde manier in de aangifte loonheffingen verwerkt worden. Zo pas je de witte tabel toe. Zolang de werknemer bij jou in dienst is, is de uitkering namelijk loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Voor de uitkering geldt altijd de lage premie voor de Werkloosheidswet (WW) en de hoge premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof).

Vanaf 1 januari 2025 loon en uitkering in aparte inkomstenverhouding
Je mag de uitkering in de aangifte loonheffingen nu nog verwerken in dezelfde inkomstenverhouding (IKV) als het normale loon. Vanaf 1 januari 2025 moet je de werkgeversbetaling verwerken in een aparte inkomstenverhouding. Hoe je dit moet doen staat ook in de handreiking uitgelegd.

Let op! Om de handreiking van de Belastingdienst op het Forum Salaris te kunnen inzien, heb je een account nodig.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-10T14:50:45+01:0014 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Betaald ouderschapsverlof in aangifte loonheffingen

  • Update fiscale handleiding fiets van de zaak

Update fiscale handleiding fiets van de zaak

De Belastingdienst heeft de handleiding betreffende de fiets van de zaak geüpdatet. Voor deze fiets geldt een speciale fiscale regeling. De update bevat ook een aantal nieuwe punten.

Fietsregeling
Volgens de fietsregeling moet voor een ter beschikking gestelde fiets die ook privé kan worden gebruikt, jaarlijks 7% van de consumentenadviesprijs als loon worden aangemerkt en belast. Volgens de update geldt dit ook als de werkgever de fiets leaset en ter beschikking stelt of als de werknemer de fiets zelf leaset en alle kosten vergoed krijgt.

Ter beschikking stellen
De fietsregeling geldt alleen bij het ter beschikking stellen van een fiets. Dit betekent dat de fiets eigendom blijft van de werkgever en de werknemer de fiets alleen mag gebruiken. Bij het einde van het dienstverband moet de fiets dan ook worden ingeleverd of door de werknemer worden overgenomen.

Overnameprijs
Als de werknemer de fiets na verloop van tijd overneemt, mag de werkgever voor wat betreft de overnameprijs uitgaan van de prijs bij aanschaf minus een afschrijving van 20% per jaar. Dit betekent dat de fiets na vijf jaar gratis door de werknemer zou kunnen worden overgenomen, waardoor ook de bijtelling niet meer van toepassing is.

Accessoires
Accessoires die deel uitmaken van de comsumentenadviesprijs, hebben geen invloed op de te betalen belasting. Dit is anders als ze er geen deel van uitmaken, want dan moet de werknemer over de waarde van de accessoires belasting betalen.

Cafetariaregeling toepassen?
Je kunt de fiets ook onderdeel uit laten maken van een cafetariaregeling en deze uitruilen tegen brutoloon. Desgewenst kun je de bijtelling dan ook onderbrengen in de werkkostenregeling. Hiermee behaal je als werkgever een extra voordeel, omdat je hierover dan geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd bent.

Betalingen aan derden
Betalingen aan derden komen niet in mindering op de bijtelling, maar kun je wel onbelast vergoeden. Dat geldt ook voor de kosten van elektra als de werknemer de elektrische fiets thuis oplaadt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-07T10:14:47+01:0010 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Update fiscale handleiding fiets van de zaak

  • Aanzeggen tijdelijk arbeidscontract moet verplicht schriftelijk

Aanzeggen tijdelijk arbeidscontract moet verplicht schriftelijk

Er geldt een aanzegplicht voor contracten voor bepaalde tijd met een looptijd van zes maanden of langer. Het doel hiervan is de werknemer tijdig duidelijkheid te bieden over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst.

Schriftelijk informeren
Ga je met een werknemer een contract aan voor een bepaalde tijd met een looptijd van een half jaar of langer? Dan moet je als werkgever uiterlijk een maand voordat een dergelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, de werknemer schriftelijk informeren over:

a. het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst;
b. bij een voortzetting, de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet.

Het doel hiervan is de werknemer tijdig duidelijkheid te bieden over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, zodat de werknemer eventueel tijdig ander werk kan zoeken waardoor een beroep op de WW mogelijk wordt voorkomen.

Wanneer geen aanzegplicht?
De aanzegplicht geldt niet bij een contract voor bepaalde tijd waarbij het einde niet op een kalenderdatum is bepaald. Denk aan een arbeidsovereenkomst voor de duur van een project. Dit is ook logisch, omdat niet van tevoren bekend is wanneer het project eindigt en er dus aangezegd moet worden. De aanzegplicht geldt ook niet voor een tweede of derde arbeidscontract dat telkens korter dan zes maanden duurt. Ook bij arbeidsovereenkomsten met daarin opgenomen een uitzendbeding geldt de aanzegtermijn niet.

Aanzegvergoeding
Vindt er geen (schriftelijke) aanzegging plaats wanneer dit wel had gemoeten, dan moet je als werkgever de werknemer een aanzegvergoeding betalen ter grootte van een kaal bruto maandsalaris. Dit kan ook een pro rato deel zijn als de aanzegging te laat plaatsvindt.

Geen schriftelijke vastlegging?
Stel nu dat je als werkgever tijdig mondeling aan de werknemer laat weten dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet verlengd zal worden, maar je verzuimt dit schriftelijk aan de werknemer te bevestigen. Is er dan toch een aanzegvergoeding verschuldigd, ook al weet de werknemer waar hij aan toe is?
De Hoge Raad heeft deze vraag recentelijk bevestigend beantwoord door te overwegen dat de regeling van de aanzegplicht van dwingend recht is en opgesteld is ter bescherming van de werknemer. Je moet dan dus toch de aanzegvergoeding betalen.

Tip! Leg contracten voor een bepaalde tijd altijd schriftelijk vast en zorg voor een deugdelijke administratie zodat je de werknemer tijdig én schriftelijk kunt informeren dat het contract eindigt dan wel wordt verlengd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-06T09:33:16+01:009 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aanzeggen tijdelijk arbeidscontract moet verplicht schriftelijk

  • 3750 Euro subsidie omscholing kansrijke beroepen ICT en techniek

3750 Euro subsidie omscholing kansrijke beroepen ICT en techniek

Wanneer je als werkgever een werknemer wilt laten omscholen naar een beroep in de ICT of techniek, dan kun je hiervoor onder voorwaarden subsidie aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het subsidiebedrag is €3.750 per omscholingstraject.

Voor wie?
De Subsidieregeling omscholing naar kansrijke beroepen in de ICT en techniek geldt voor werknemers die al bij jou in dienst zijn of voor nieuwe werknemers. Er geldt een maximum van zes trajecten per werkgever.

Subsidie aanvragen
De aanvraag verloopt via RVO.nl. Hiervoor heb je het digitale inlogmiddel eHerkenning nodig met een machtiging voor RVO-diensten op minstens betrouwbaarheidsniveau 2+. Je kunt de subsidie aanvragen tot en met 1 december 2023, 17.00 uur.

Voorschot
De subsidie wordt als voorschot uitbetaald. Als bij een controle door de RVO blijkt dat je niet aan alle voorwaarden voldoet, vordert de RVO de subsidie terug.

Voorwaarden voor de subsidie
Om in aanmerking te komen voor de subsidieregeling gelden de volgende voorwaarden:

• de werknemer werkte vóór 1 juli 2022 niet in de beroepsgroep waarvoor omgeschoold wordt;
• de werknemer heeft tot twee jaar voorafgaand aan de aanvraag geen voortgezet onderwijs gevolgd;
• de werknemer voert het nieuwe beroep voor minimaal de helft van de werktijd uit;
• het omscholingstraject moet een samenhangend geheel van praktijkondersteuning en scholing zijn:
– de praktijkondersteuning moet worden aangeboden door een praktijkbegeleider die de nodige kennis en ervaring heeft. De kosten voor praktijkondersteuning zijn minimaal €1.000.
– de werknemer is voor de scholing als onderdeel van het omscholingstraject ingeschreven. De kosten voor de scholing zijn ten minste €1.000. (De scholing moet officieel erkend zijn, op de website van de RVO staat welke keurmerken gelden);
• de kosten voor het omscholingstraject zijn minimaal €7.500;
• de opleiding moet gestart zijn op of na 1 juli 2022 en niet later dan binnen 3 maanden na indiening van de aanvraag;
• er moet minimaal 6 maanden na toewijzing van de subsidie een arbeidsovereenkomst zijn voor de looptijd van het omscholingstraject;
• er mag voor het omscholingstraject geen subsidie zijn ontvangen vanuit de subsidieregeling praktijkleren of de SLIM-regeling;
• verlening van de subsidie leidt niet tot overschrijding van het de-minimisplafond (maximumbedrag overheidssteun is €200.000 over een periode van 3 opeenvolgende belastingjaren).

Tip! Heb je vragen over deze subsidieregeling? Wij adviseren je graag.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-31T09:41:53+01:001 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

3750 Euro subsidie omscholing kansrijke beroepen ICT en techniek

  • Onderbouw jouw vaste kostenvergoeding

Onderbouw jouw vaste kostenvergoeding

Geef je jouw werknemers een vaste kostenvergoeding? Dan kun je misschien belasting besparen als je zorgt voor een goede vastlegging.

Belast loon of vrije ruimte
In principe vormt een vaste kostenvergoeding belast loon voor jouw werknemer. Hij of zij is daarover loonheffing verschuldigd. Je kunt dit voorkomen door de vaste kostenvergoeding aan te wijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Je betaalt dan pas 80% eindheffing vanaf het moment dat je met alle aangewezen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen boven de jaarlijkse vrije ruimte uitkomt.

Let op! De vaste kostenvergoeding moet wel voldoen aan de gebruikelijkheidstoets. Dit betekent dat de vergoeding niet meer dan 30% mag afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Is de afwijking groter, dan mag je het meerdere niet aanwijzen in de vrije ruimte. Dat deel is dan als loon belast bij jouw werknemer.

Tip! De Belastingdienst beschouwt alle vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen van maximaal €2.400 per persoon per jaar als gebruikelijk.

Gerichte vrijstelling of intermediaire kosten
Door het aanwijzen van de volledige vaste kostenvergoeding in de vrije ruimte gebruik je misschien al een groot gedeelte van deze vrije ruimte. Als (een deel van) jouw vaste kostenvergoeding gericht vrijgesteld is of als intermediaire kosten niet tot het loon behoort, kun je echter meer vrije ruimte overhouden. Je moet dan wel aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Voorwaarden
Om (een deel van) de vaste kostenvergoeding als gerichte vrijstelling of intermediaire kosten te laten kwalificeren, moet je aan de volgende voorwaarden voldoen:

• je moet vastleggen uit welke bedragen de vaste kostenvergoeding is opgebouwd;
• je moet aannemelijk maken dat tot bepaalde bedragen kosten voor gerichte vrijstellingen en intermediaire kosten worden gemaakt;
• je moet deze kostenposten nader specificeren (omschrijving, bedrag en soort vrijstelling of intermediaire kosten);
• je moet de kostenposten onderbouwen met een onderzoek vooraf naar de werkelijk gemaakte kosten (steekproef).

Let op, dit onderzoek moet opnieuw gedaan worden als de omstandigheden, waarop de vergoedingen zijn gebaseerd, veranderen.

Tip! Bestond de vaste onkostenvergoeding al voordat je de werkkostenregeling ging toepassen, dan hoef je alleen een nieuw onderzoek naar de werkelijk gemaakte kosten te doen als de omstandigheden, waarop de vergoedingen zijn gebaseerd, veranderen.

Let op! De werkkostenregeling is in 2015 definitief ingevoerd. De kans dat de omstandigheden zijn veranderd, is dan ook zeker niet uit te sluiten. Onderzoek daarom of je wellicht een nieuwe onderbouwing moet maken.

Onderbouwing achteraf
De onderbouwing en het onderzoek naar de werkelijk gemaakte kosten moet altijd gebeuren voordat je de vaste kostenvergoeding geeft. Deed je nog niet zo’n onderzoek, dan kun je dus alleen voor de toekomst mogelijk gebruikmaken van de gerichte vrijstellingen en intermediaire kosten.

Tip! Het kan zeker de moeite lonen om zo’n onderzoek te doen naar de werkelijk gemaakte kosten. Er is namelijk een flink aantal kosten die onder een gerichte vrijstelling of intermediaire kosten valt. Denk bijvoorbeeld aan een vergoeding voor woon-werkverkeer a €0,19 per kilometer, voor het wassen van de auto van de zaak, voor het internetgebruik thuis en voor een mobiele telefoon.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-31T09:10:43+01:0031 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Onderbouw jouw vaste kostenvergoeding

  • Belastingdienst soepel bij vertraging BSN

Belastingdienst soepel bij vertraging BSN

Het verstrekken van een burgerservicenummer, BSN, loopt op dit moment vertraging op bij diverse gemeentes. Werkgevers zijn echter verplicht tijdig over het BSN van nieuw personeel te beschikken. De Belastingdienst heeft daarom bekendgemaakt soepel met deze verplichting om te gaan.

Nieuw personeel
Het aannemen van nieuw personeel brengt een aantal verplichtingen met zich mee. Zo moet je onder meer de identiteit van jouw nieuwe werknemer vaststellen en een kopie van zijn of haar identiteitsbewijs bij de loonadministratie bewaren. Ook moet je beschikken over zijn of haar BSN.

Geen BSN, wat nu?
Door de vertraging bij gemeentes kan het voorkomen dat jouw nieuwe personeelslid nog niet over een BSN beschikt. Normaal gesproken moet je dan het zogenaamde anoniementarief toepassen, maar dit is een dure aangelegenheid. Daarom heeft de Belastingdienst aangekondigd clement op te treden.

Anoniementarief niet toepassen
Kun je aantonen dat je buiten jouw schuld en buiten de schuld van jouw nieuwe werknemer nog niet over zijn of haar BSN beschikt, dan kun je vragen om goedkeuring om het anoniementarief niet toe te passen. Je dient hiertoe per brief of e-mail contact op te nemen met jouw belastingkantoor.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-04T09:30:07+02:004 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Belastingdienst soepel bij vertraging BSN
  • Belastingvrije kilometervergoeding omhoog in 2023 én 2024

Belastingvrije kilometervergoeding omhoog in 2023 én 2024

Vanaf volgend jaar kunnen werkgevers een iets hogere kilometervergoeding geven voor zakelijke reiskosten, waaronder woon-werkverkeer. De vergoeding, die fiscaalvrij mag worden verstrekt, stijgt per 1 januari 2023 van €0,19 per km naar €0,21 per km. Dit heeft het kabinet op Prinsjesdag bekendgemaakt.

Forse prijsstijging vervoer
De kilometervergoeding is voor het laatst in 2006 verhoogd, van €0,18 naar €0,19 per km. Uit cijfers blijkt dat de kosten van vervoer sindsdien fors zijn gestegen. Zo is alleen al de benzineprijs sinds 2010 met bijna 20% gestegen. Daarom is de verhoging van de onbelaste vergoeding gerechtvaardigd, aldus het kabinet.

Verdere verhoging in 2024
De onbelaste kilometervergoeding wordt in 2024 verder verhoogd naar €0,22 per km.

Keuze werkgever
Het is de keuze van de werkgever om wel of geen reiskosten te vergoeden. Hiervoor geldt geen verplichting. Dit kan anders zijn als de werkgever gebonden is aan bepaalde afspraken, zoals een CAO, waarin de verplichting tot een reiskostenvergoeding is opgenomen.
Werkgevers zijn in beginsel ook niet verplicht hun bestaande reiskostenvergoeding te verhogen naar €0,21 per km.

Meerdere via werkkostenregeling
Het bedrag van €0,21 per kilometer is geen absoluut maximum. Werkgevers kunnen ervoor kiezen om meer te vergoeden. Bijvoorbeeld als werknemers ondanks de vergoeding van €0,21 tekortkomen. Het bedrag boven €0,21 is dan wel belast. Werkgevers kunnen dit in beginsel ook onderbrengen in de werkkostenregeling. Op die manier blijft de vergoeding voor de werknemer onbelast. Wel moet de werkgever 80% belasting betalen als hij binnen de werkkostenregeling de vrije ruimte overschrijdt.

Tip! De vrije ruimte in de werkkostenregeling wordt volgens de nieuwe belastingplannen per 1 januari 2023 verruimd van 1,7% naar 1,92% over de eerste €400.000 van de loonsom.

Doorwerking
De onbelaste kilometervergoeding werkt fiscaal ook verder door. Zo kunnen ondernemers en resultaatgenieters voor zakelijke reiskosten ook de genoemde bedragen in aftrek brengen.
Tevens wordt de aftrek van specifieke zorgkosten voor reiskosten in verband met ziekenbezoek verhoogd naar €0,21 per km, evenals de aftrek voor weekenduitgaven inzake gehandicapten en de giftenaftrek als een vrijwilliger afziet van zijn reiskostenvergoeding.

Let op! Het voorstel om de kilometervergoeding te verhogen, moet nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-09-28T15:45:06+02:0028 september 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Belastingvrije kilometervergoeding omhoog in 2023 én 2024
  • Ga slim om met afkoopsom bij einde leasecontract

Ga slim om met afkoopsom bij einde leasecontract

Als een werknemer met een leaseauto van de zaak ontslag neemt, kan het zo zijn dat het leasecontract vroegtijdig moet worden beëindigd. Moet er dan door de werknemer een afkoopsom worden betaald en is die aftrekbaar van de bijtelling?

Afkoopsom
Een vroegtijdige beëindiging van het leasecontract brengt kosten met zich mee, want de leasemaatschappij wil normaal gesproken gecompenseerd worden voor de te derven inkomsten. Dit gebeurt in de vorm van een afkoopsom. De hoogte van deze afkoopsom is onder meer afhankelijk van de resterende looptijd van het leasecontract en van de courantheid van de auto. Of de afkoopsom aftrekbaar is van de bijtelling, hangt af van een aantal voorwaarden.

Voorwaarden
De afkoopsom is aftrekbaar voor de werknemer als hij schriftelijk met de werkgever is overeengekomen dat de werknemer bij beëindiging van het leasecontract de afkoopsom voor zijn rekening neemt. Ook moet schriftelijk zijn overeengekomen dat hij de afkoopsom betaalt als vergoeding voor het privégebruik van de auto. De werknemer moet de afkoopsom bovendien aan de werkgever betalen en dus niet rechtstreeks aan de leasemaatschappij.

Let op! Door de afkoopsom kan de bijtelling niet negatief worden. Het is van belang hierop in te spelen.

Anticiperen met ontslagdatum
Als een werknemer aan het begin van het jaar van werkgever verandert, de leaseauto weer inlevert en een afkoopsom verschuldigd is, is deze vaak groter dan het bedrag van de bijtelling. Deze wordt immers aan het begin van het jaar slechts over een beperkte periode berekend. De werknemer doet er daarom goed aan in die gevallen het leasecontract al in het voorafgaande jaar te ontbinden.

Voorbeeld: een werknemer beschikt over een leaseauto met een cataloguswaarde van €40.000 en een bijtelling van 22%. Verandert de werknemer in maart van werkgever, dan bedraagt de bijtelling voor dat jaar €40.000 x 22% x 2/12 = €1.467. Bedraagt de afkoopsom bijvoorbeeld €5.000, dan kan hiervan €5.000 -/- €1.467 = €3.533 niet verrekend worden.

Tip! Adviseer de werknemer in soortgelijke situaties het leasecontract al op het einde van het voorafgaande jaar te beëindigen. Hij kan dan de hele afkoopsom verrekenen. In de maanden januari en februari dient hij dan zelf voor vervangend vervoer te zorgen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-08-01T10:52:04+02:001 augustus 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Ga slim om met afkoopsom bij einde leasecontract