salaris

Nieuwe normbedragen loonheffingen 2025 gepubliceerd

De Belastingdienst heeft de nieuwe normbedragen voor de loonheffingen voor 2025 gepubliceerd. Onder andere blijft (vooralsnog) het gebruikelijk loon voor de dga gehandhaafd op hetzelfde niveau. Wat valt nog meer op ten opzichte van de normbedragen in 2024?

Let op! Alle genoemde bedragen voor 2025 zijn nog niet 100% definitief. Er kunnen voor het einde van het jaar nog wijzigingen worden doorgevoerd. Kijk hier voor alle cijfers.

Normbedrag gebruikelijk loon blijft gelijk

Horeca

Opmerkelijk is dat het normbedrag voor het gebruikelijk loon voor de dga in 2025 (vooralsnog) niet verandert en gehandhaafd blijft op € 56.000. Een gebruikelijk loon van € 56.000 is overigens lang niet altijd voldoende. Een dga moet namelijk een gebruikelijk loon genieten dat minimaal gelijk is aan het hoogste loon van de overige werknemers van de bv of daarmee verbonden vennootschappen (lichamen) of, als dit hoger is, het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Tip! Als het vastgestelde gebruikelijk loon vervolgens hoger is dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, dan mag u het gebruikelijk loon vaststellen op dit loon. De discussie met de Belastingdienst hierbij zal met name gaan over de vraag of het door jou gestelde loon inderdaad het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking is.

Reiskostenvergoeding onveranderd

De onbelaste vergoeding voor zakelijke reiskosten met eigen vervoer, waaronder woon-werkverkeer, blijft in 2025 € 0,23 per kilometer.

Vergoeding thuiswerken stijgt licht

Voor werknemers die thuiswerk verrichten, kan in 2025 – onder voorwaarden – een onbelaste vergoeding verstrekt worden van € 2,40 per dag. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2024 (€ 2,35 per dag).

Waardering maaltijden op bedrijfslocatie iets omhoog

Als een werkgever aan zijn personeel een maaltijd verstrekt in een bedrijfskantine of een soortgelijke ruimte of tijdens personeelsfeesten op de bedrijfslocatie, wordt dit in 2025 gewaardeerd op € 3,95 per maaltijd. In 2024 is dit bedrag nog € 3,90. Overigens hoef je met deze waardering geen rekening te houden als de maaltijd een meer dan bijkomstig karakter heeft. Dit is bijvoorbeeld het geval als een werknemer vanwege het werk tussen 17.00 uur en 20.00 uur niet thuis kan eten, bij werk op koopavonden en bij therapeutisch mee-eten. In zo’n geval is de maaltijd op de bedrijfslocatie onbelast.

Huisvesting op de werkplek licht omhoog

Voor huisvesting en inwoning op de werkplek geldt in 2024 nog een normbedrag van € 6,70 per dag. Dit bedrag gaat in 2025 licht omhoog, naar € 6,80 per dag.

Let op! Er gelden verschillende voorwaarden. In bepaalde gevallen hoef je bijvoorbeeld geen normbedragen te hanteren (er geldt dan een nihilwaardering) en als sprake is van een dienstwoning, geldt een andere waardering. Laat je daarom goed informeren wat in jouw situatie van toepassing is.

Onbelaste vergoeding vrijwilligers blijft gelijk

De vrijwilligersvergoeding die je per jaar of per maand kunt geven, wijzigt in 2025 niet en blijft gehandhaafd op € 2.100 per jaar en € 210 per maand. Een van de andere voorwaarden is dat de vrijwilliger de werkzaamheden niet bij wijze van beroep mag verrichten. Als de maximale vergoeding per uur in 2025 € 5,60 (in 2024: € 5,50) bedraagt voor vrijwilligers vanaf 21 jaar oud en € 3,30 (in 2024: € 3,25) voor vrijwilligers tot en met 20 jaar oud, gaat de Belastingdienst er in ieder geval van uit dat de werkzaamheden niet bij wijze van beroep worden verricht.

Salarisnorm 30%-regeling iets hoger

Als de 30%-regeling van toepassing is, kan onder strikte voorwaarden maximaal 30% van het loon onbelast worden uitbetaald aan werknemers die uit het buitenland zijn aangetrokken. Een van de voorwaarden is dat de werknemer een specifieke deskundigheid moet hebben die op de Nederlandse markt niet of nauwelijks te vinden is. De werknemer wordt geacht die specifieke deskundigheid te hebben als het loon hoger is dan de salarisnorm. Bedraagt die salarisnorm in 2024 nog € 46.107, in 2025 is die norm met € 46.660 iets hoger. Voor werknemers jonger dan 30 jaar met een masterdiploma bedraagt de salarisnorm in 2024 € 35.048. Ook deze salarisnorm is in 2025 met € 35.468 iets hoger.

Let op! Het loon voor de 30%-regeling is afgetopt op de WNT-norm. Deze norm bedraagt in 2025 € 246.000 (in 2024: € 233.000). In 2025 kan daarom maximaal € 73.800 onder de 30%-regeling onbelast worden uitbetaald (in 2024: € 69.900).

Door |2024-12-18T09:29:26+01:0018 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe normbedragen loonheffingen 2025 gepubliceerd

Versobering 30%-regeling wordt grotendeels teruggedraaid

Buitenlandse werknemers die in Nederland arbeid verrichten, kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van de zogenaamde 30%-regeling. Als zij deze regeling kunnen toepassen mag 30% van het loon netto worden uitbetaald, met een maximum van € 69.900 (2024). De 30%-regeling is sinds begin 2024 versoberd, maar het kabinet wil deze versobering grotendeels weer terugdraaien.

Oorspronkelijke versobering

Internationaal

De 30%-regeling kan maximaal 60 maanden worden toegepast. Sinds 2024 is door het vorige kabinet de 30%-regeling in omvang beperkt. De 30%-regeling is nog de eerste 20 maanden van toepassing, de daarop volgende 20 maanden mag in plaats van 30% nog maar 20% van het loon netto worden uitbetaald en de daarop volgende 20 maanden nog maar 10%.

Versobering herzien

In een nog op te nemen wijziging in het Belastingplan 2025 zal de versobering grotendeels worden teruggedraaid. De afbouw van 30 naar 20 tot 10% verdwijnt dan en voorgesteld wordt om vanaf 2027 in plaats van 30 nog maar 27% van het loon netto te kunnen uitbetalen. In 2025 en 2026 blijft voor iedereen een percentage van 30 van kracht en vindt dus nog geen afbouw plaats.

Let op! Voor werknemers die vóór 2024 de 30%-regeling al toepasten, blijft over de gehele periode van 60 maanden een percentage van 30 gelden.

Verhoging salarisnormen

Om de 30%-regeling toe te kunnen passen moet een werknemer minstens een bepaald salaris verdienen. Voor dit jaar is dit € 46.107, voor werknemers jonger dan 30 jaar met een mastertitel is dit € 35.048. Voorgesteld is om beide bedragen vanaf 2027 te verhogen naar € 50.436 respectievelijk € 38.338i. Dit zijn de bedragen op basis van 2024 en deze worden dus nog per 2027 geïndexeerd.

Let op! Dit verhoogde salaris geldt niet voor degenen die de 30%-regeling al vóór 2024 toepasten.

30%-regeling tot maximaal de balkenendenorm

Met ingang van 1 januari 2024 is de 30%-regeling ook beperkt tot de zogenaamde balkenendenorm. Dit houdt in dat in 2024 maximaal € 69.900 (30% van € 233.000) onder de 30%-regeling netto vergoed mag worden. Het kabinet heeft geen voorstellen gedaan om deze beperking terug te draaien.

Let op! De balkenendenorm bedraagt voor het jaar 2025 € 246.000. In 2025 mag daarom maximaal € 73.800 (30% van € 246.000) onder de 30%-regeling netto vergoed worden. Voor werknemers die al vóór 2023 de 30%-regeling toepasten, geldt de beperking overigens in 2024 en 2025 nog niet. Zij krijgen hier pas vanaf 1 januari 2026 mee te maken.

Werkelijke kosten of 30%-regeling?

De 30%-regeling is optioneel. Werkgevers kunnen er namelijk ook voor kiezen de werkelijke  kosten onbelast te vergoeden, voor zover dit fiscaal mogelijk is. Deze mogelijkheid blijft bestaan.

Let op! De werkgever moet uiterlijk in het eerste loontijdvak van een kalenderjaar kiezen of hij de 30%-regeling toepast of de werkelijke extraterritoriale kosten vergoed. Die keuze geldt dan meteen voor het hele jaar.

Buitenlands partiële belastingplicht

Buitenlandse werknemers die de 30%-regeling toepassen hebben in 2024 ook nog de mogelijkheid om  buitenlandse kapitaalinkomsten buiten de Nederlandse belastingheffing in box 2 en  box 3 te houden. De werknemer wordt dan voor box 2 en box 3 gezien als buitenlands belastingplichtige, ondanks dat hij in Nederland woont. Vorig jaar is al door het vorige kabinet besloten om deze faciliteit te laten vervallen per 2025. Het huidige kabinet heeft geen voorstellen gedaan om dit te wijzigen.

Let op! Werknemers die al vóór 2024 de 30%-regeling toepasten, kunnen deze faciliteit nog wel tot en met 2026 blijven gebruiken.

Let op! De door het kabinet voorgestelde aanpassingen in de 30%-regeling moeten nog in het Belastingplan 2025 worden opgenomen en daarna door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. De aanpassingen zijn dus nog niet definitief.

Door |2024-10-03T11:45:06+02:003 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Versobering 30%-regeling wordt grotendeels teruggedraaid
  • Andere berekening NOW door vrijwillig vertrek werknemer

Andere berekening NOW door vrijwillig vertrek werknemer

Bij het vaststellen van de definitieve NOW moet rekening worden gehouden met een lagere loonsom als gevolg van vrijwillig vertrek van een werknemer. Valt de NOW hierdoor lager uit, dan kan hiervoor mogelijk een correctie worden verkregen.

NOW
De NOW was tijdens de Coronacrisis een tegemoetkoming in de loonkosten voor ondernemers die een aanzienlijk omzetverlies leden. De NOW werd berekend op basis van de loonsom op de peildatum en het geleden percentage omzetverlies.

Vrijwillig vertrek
In een betreffende zaak bij de rechtbank Amsterdam was aan een bedrijf, dat zich bezighield met reclame- en marketingadvies, softwareontwikkeling en grafisch ontwerp, NOW toegekend op basis van de loonsom in januari. Deze loonsom lag hoger dan vastgesteld voor de subsidieperiode omdat een werknemer per 1 februari vrijwillig uit dienst was getreden. Dit betekende dat een deel van de verleende subsidie terugbetaald moest worden.

Correctie zonder rekening te houden met omzetverlies
De ondernemer maakte bezwaar tegen de terugbetalingsverplichting. Hij verzette zich met name tegen het feit dat als gevolg van het vrijwillige vertrek er onevenredig veel subsidie moest worden terugbetaald. Dit vanwege het feit dat bij vertrek van een werknemer de volledig weggevallen loonsom in mindering werd gebracht op de subsidie, zonder hierbij rekening te houden met het percentage omzetverlies.

Belang werkgever staat voorop
De rechtbank achtte de uitvoerbaarheid van de maatregel ondergeschikt aan het belang van de betreffende werkgever. Daarom moet, bij de definitieve vaststelling van de NOW in deze zaak, het salaris van de vertrokken werknemer buiten aanmerking blijven. Het vertrek had ook niets met Corona te maken. Uiteraard moet wel vermeden worden dat subsidie verkregen wordt over de periode dat de werknemer niet meer in dienst was. Het UWV dient op basis van deze uitgangspunten de NOW daarom opnieuw vast te stellen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-18T10:15:46+01:0020 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Andere berekening NOW door vrijwillig vertrek werknemer
  • Salariseisen 30%-regeling bekend

Salariseisen 30%-regeling bekend

Buitenlandse werknemers met een specifieke deskundigheid mag je onder voorwaarden 30% van het salaris onbelast uitbetalen als kostenvergoeding. De specifieke deskundigheid moet blijken uit de omvang van het salaris. Wat zijn de voorwaarden voor 2023?

30%-regeling
Volgens de 30%-regeling mag je voor werknemers met een specifieke deskundigheid maximaal 30% van het salaris belastingvrij uitbetalen als tegemoetkoming in de extra kosten die dergelijke werknemers plegen te maken. Denk bijvoorbeeld aan extra huisvestingskosten.

Ondergrens salaris
In 2023 is sprake van een specifieke deskundigheid als jouw werknemer een belastbaar jaarloon heeft dat meer is dan €41.954, exclusief de gerichte vrijstelling. Voor werknemers die in het wetenschappelijk onderwijs een Nederlandse mastertitel hebben behaald of een gelijkwaardige buitenlandse titel, en die jonger zijn dan 30 jaar, moet het belastbaar jaarloon meer zijn dan €31.891, exclusief de gerichte vrijstelling.

Let op! Werknemers die wetenschappelijk onderzoek doen bij bepaalde instellingen en artsen die in opleiding zijn tot specialist, hoeven niet aan een inkomensnorm te voldoen.

Jaarlijks kiezen
Zo lang je de 30%-regeling mag toepassen, moet je elk jaar kiezen of je de 30%-regeling toepast of dat je de werkelijke extraterritoriale kosten vergoedt. Kies je voor het vergoeden van de werkelijke kosten, dan moet je deze aannemelijk kunnen maken. Dit betekent dat je deze kosten en vergoedingen per werknemer bij moet houden in jouw loonadministratie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-29T09:10:49+01:0029 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Salariseisen 30%-regeling bekend

  • Hoe zit het met vakantiedagen bij re-integratie?

Hoe zit het met vakantiedagen bij re-integratie?

Een zieke werknemer die in staat is om te re-integreren is ook in staat om vakantiedagen op te nemen. Hij is dan gedurende de vakantieperiode vrijgesteld van zijn re-integratieverplichting waardoor er invulling kan worden gegeven aan de herstelfunctie van vakantie.

Hoogte loon tijdens vakantie
Inmiddels is duidelijk geworden dat ook al is de zieke werknemer in salaris teruggegaan naar bijvoorbeeld 70%, hij tijdens de opname van vakantie toch recht heeft op 100% van zijn salaris. Dit heeft het Europese Hof van Justitie expliciet bepaald. Zieke werknemers moeten namelijk een vergelijkbare positie hebben als werknemers die werken. Zou er uitgegaan worden van een lager loon, dan zou dit mogelijk een beletsel vormen om vakantie op te nemen en dat is uiteraard niet de bedoeling.

Geen verval vakantiedagen
Voor wat betreft de wettelijke vakantiedagen – vier keer de overeengekomen arbeidsduur per week – geldt dat deze een half jaar na afloop van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd komen te vervallen. Dus de wettelijke vakantiedagen van 2022 komen per 1 juli 2023 te vervallen. Wel geldt dan dat de werkgever de werknemer expliciet hierover tijdig moet informeren, zodat de werknemer de gelegenheid heeft deze dagen alsnog op te nemen. Voor wat betreft de bovenwettelijke vakantiedagen, dus de extra vakantiedagen, geldt dat deze vijf jaar na afloop van het vakantiejaar waarin ze zijn opgebouwd komen te verjaren. Dus de bovenwettelijke vakantiedagen over 2022 verjaren met ingang van 1 januari 2028.

Wat als de werknemer ernstig ziek is?
Maar wat nu als de werknemer zodanig ziek is dat hij niet in staat is om de vakantiedagen feitelijk te genieten? Komen deze dan toch te vervallen? Het Europese Hof van Justitie heeft uitgemaakt dat verworven vakantierechten in een periode van arbeidsongeschiktheid in beginsel niet kunnen komen te vervallen of verjaren.

Let op! Het is voor de werkgever van belang een deugdelijke verlofadministratie bij te houden van de wettelijke en de bovenwettelijke vakantiedagen en werknemers expliciet te wijzen op de mogelijkheid van verval en hen aan te sporen de vakantiedagen feitelijk te genieten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-26T09:31:34+01:0029 december 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

Hoe zit het met vakantiedagen bij re-integratie?

  • Betaald ouderschapsverlof in aangifte loonheffingen

Betaald ouderschapsverlof in aangifte loonheffingen

Tijdens het aanvullend geboorteverlof en betaald ouderschapsverlof ontvangt jouw werknemer een uitkering van het UWV. In een handreiking van de Belastingdienst op Forum Salaris staat hoe je deze uitkering moet verwerken in de aangifte loonheffingen wanneer je die uitkering betaalt aan jouw werknemer.

Werkgeversbetaling
Sinds 1 juli 2020 is het recht op aanvullend geboorteverlof ingevoerd en sinds 2 augustus 2022 ook het recht op betaald ouderschapsverlof. Dit is geregeld in de Wet Arbeid en Zorg (WAZO). Werknemers kunnen dan een uitkering krijgen van het UWV. Je kunt als werkgever deze uitkering ontvangen van het UWV en uitbetalen aan de werknemer. Dat is de ‘werkgeversbetaling’.
De uitkering moet je verwerken in de aangifte loonheffingen. Op Forum Salaris, een online forum van de Belastingdienst, wordt in een handreiking uitgelegd hoe je dat moet doen. Daarnaast wordt uitgelegd hoe je een aanvulling op de uitkering verwerkt.

Witte tabel toepassen
Alle uitkeringen die onder de WAZO vallen en die je aan jouw werknemer betaalt, moeten op dezelfde manier in de aangifte loonheffingen verwerkt worden. Zo pas je de witte tabel toe. Zolang de werknemer bij jou in dienst is, is de uitkering namelijk loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Voor de uitkering geldt altijd de lage premie voor de Werkloosheidswet (WW) en de hoge premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof).

Vanaf 1 januari 2025 loon en uitkering in aparte inkomstenverhouding
Je mag de uitkering in de aangifte loonheffingen nu nog verwerken in dezelfde inkomstenverhouding (IKV) als het normale loon. Vanaf 1 januari 2025 moet je de werkgeversbetaling verwerken in een aparte inkomstenverhouding. Hoe je dit moet doen staat ook in de handreiking uitgelegd.

Let op! Om de handreiking van de Belastingdienst op het Forum Salaris te kunnen inzien, heb je een account nodig.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-10T14:50:45+01:0014 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Betaald ouderschapsverlof in aangifte loonheffingen

  • Verhoging wettelijk minimumloon van 7,5% in 2024

Verhoging wettelijk minimumloon van 7,5% in 2024

Per 1 januari 2024 wil het kabinet het wettelijk minimumloon verhogen met 7,5%. Het betreft hier een buitengewone verhoging. Een wetsvoorstel hiertoe wordt momenteel uitgewerkt.

Koopkrachtdaling
Als gevolg van de negatieve ontwikkeling van de koopkracht, onder meer door de stijgende energie- en grondstofprijzen, is door het kabinet gekeken naar mogelijkheden voor een verhoging van het minimumloon. Een wetsvoorstel voor een buitengewone verhoging van het wettelijk minimumloon wordt nu uitgewerkt. De Tweede Kamer ontvangt voor de zomer van dit jaar een brief over de vormgeving en het verdere wetgevingsproces.

Ingrijpende en uitzonderlijke wijziging
Volgens de Wet op het minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) is er een mogelijkheid om minimaal eens per vier jaar na te gaan of sprake is van bijzondere omstandigheden die een uitzonderlijke wijziging van het minimumloon wenselijk maken. Als daar naar het oordeel van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) sprake van is, kan de hoogte van het minimumloon worden aangepast middels een Algemene maatregel van Bestuur (AMvB).

Let op! Aanpassing van de hoogte van het minimumloon heeft gevolgen voor een zeer groot aantal regelingen in de sociale zekerheid, fiscaliteit en toeslagen en ook voor andere regelingen zoals de studiefinanciering.

Voordeel voor lage en middeninkomens
Bij een uitzonderlijke wijziging van het minimumloon is het mogelijk om de minimumloonverhoging te richten op werknemers met lage en middeninkomens. Dat vergt echter grote aanpassingen van de bestaande systematiek. Een buitengewone minimumloonverhoging gaat veel verder dan de gebruikelijke indexatie met de gemiddelde contractloonstijging. Dan zouden namelijk ook regelingen verhoogd worden die niet uitsluitend gericht zijn op lage en middeninkomens.

Per 2024
Omdat dit alles zorgvuldig moet gebeuren en de consequenties voor andere regelingen groot zijn, is het niet mogelijk de uitzonderlijke wijziging van het minimumloon eerder dan 1 januari 2024 te laten ingaan.

Let op! De bijzondere verhoging van 7,5% moet dus nog worden uitgewerkt in een wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel moet vervolgens ook nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-13T21:03:32+02:0013 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verhoging wettelijk minimumloon van 7,5% in 2024

  • Alleen vast loon bepalend voor toepassen ‘30%-regeling’

Alleen vast loon bepalend voor toepassen ‘30%-regeling’

Buitenlandse werknemers waarvoor je de 30%-regeling wilt toepassen, moeten een vast loon genieten dat voldoet aan de daarvoor bepaalde fiscale norm. Variabele loonelementen tellen daarvoor niet mee.

30%-regeling
Volgens de 30%-regeling mag je voor werknemers met een specifieke deskundigheid maximaal 30% van het salaris belastingvrij uitbetalen als tegemoetkoming in de extra kosten die dergelijke werknemers plegen te maken. Hiervoor geldt wel een aantal voorwaarden.

Specifieke deskundigheid
Een werknemer wordt geacht over een specifieke deskundigheid te beschikken als hij een bepaald loon verdient. Voor 2022 is dit minimaal €39.467, exclusief de belastingvrije vergoeding. Voor werknemers die in het wetenschappelijk onderwijs een Nederlandse mastertitel hebben behaald of een gelijkwaardige buitenlandse titel, én die jonger zijn dan 30 jaar, is deze inkomensnorm €30.001 exclusief de belastingvrije vergoeding.

Uitzonderingen
Voor werknemers die wetenschappelijk onderzoek doen bij bepaalde instellingen en artsen in opleiding tot specialist, geldt een uitzondering. Zij hoeven helemaal niet aan een inkomensnorm te voldoen. Ook geldt in uitzonderingsgevallen aanvullend een ‘schaarstevereiste’. De deskundigheid van de werknemer moet dan niet of nauwelijks te vinden zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Variabel loon telt niet mee
In een uitspraak van de rechtbank Gelderland was de vraag aan de orde of ook variabel loon meetelt voor de fiscale inkomensnorm. De rechtbank vindt van niet, omdat de regeling anders vrijwel onuitvoerbaar wordt.

De rechter bepaalde verder dat alleen het vaste overeengekomen loon bij aanvang van de dienstbetrekking in Nederland beslissend is voor de vraag of aan de norm wordt voldaan. Als op een later moment dus een hoger vast loon wordt afgesproken, is dit niet meer relevant.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-19T09:23:19+01:0019 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Alleen vast loon bepalend voor toepassen ‘30%-regeling’

  • Waarom blijft er zo ‘weinig’ over van mijn eindejaarsbonus?

Waarom blijft er zo ‘weinig’ over van mijn eindejaarsbonus?

Aan het einde van het jaar keert mijn werkgever aan mij een bonus uit van €15.000. Op deze bonus wordt 55,5% belasting ingehouden. Hoe kan dat? Het hoogste belastingtarief is toch 49,5%?

Schijventarief
In de loonbelasting, maar ook in de inkomstenbelasting, kennen we een zogenaamd schijventarief. Vanaf een bepaald inkomen wordt een bepaald belastingtarief toegepast, welke stijgt naarmate het inkomen hoger is. In 2021 geldt voor zowel de loonbelasting als de inkomstenbelasting voor personen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt, het volgende schijventarief:

SchijfBelastbaar inkomenBelasting
1t/m € 68.50837,1%
2vanaf € 68.50849,5%

Op basis van de tarieven zou men verwachten dat bij een inkomen vanaf €68.508 de belasting over een bonus van €15.000 inderdaad 49,5% bedraagt. Dit is echter niet altijd het geval.

De heffingskortingen verstoren de boel
De te betalen belasting wordt namelijk niet alleen bepaald door het toe te passen tarief. Naast dit tarief worden ook zogenoemde heffingskortingen toegepast. Deze kortingen vormen een vermindering op de te betalen belasting. Men zou verwachten dat hierdoor de belastingdruk juist minder dan 49,5% zou bedragen.

Helaas is dat niet het geval. De bedragen van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting worden sinds een aantal jaren namelijk lager naarmate het inkomen hoger wordt. Dit heet de afbouw van de heffingskortingen. Met name vanaf 2016 is die afbouw sterk toegenomen. Zo bedraagt de afbouw van de arbeidskorting in 2021 6% voor zover het arbeidsinkomen hoger is dan €35.652.

Bij de berekening van de belasting over het reguliere salaris wordt geen rekening gehouden met de hoogte van een eventuele bonus. Door de bonus wordt de arbeidskorting echter wel met 6% verminderd wanneer het jaarloon meer bedraagt dan €35.652. Omdat bij de berekening van het reguliere salaris deze 6% vermindering niet is meegenomen, wordt de belastingdruk op de uitgekeerde bonus hiermee verhoogd. Per saldo betaal je daarom 55,5% (49,5% + 6%) over de bonus.

Belasting rekening houdend met afbouw heffingskortingen
Wil je weten hoe hoog de belastingdruk bij een bepaald inkomen werkelijk is, dan kun je gebruikmaken van de volgende tabel. Deze tabel geldt voor personen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. Hierin is zowel de afbouw van de arbeidskorting als de algemene heffingskorting verwerkt.

SchijfBelastbaar inkomenBelasting
1t/m € 21.04434,44%
2van €21.044 tot € 35.65340,41%
3van € 35.653 tot € 68.50849,08%
4van € 68.508* tot € 114.19455,5%
5vanaf € 114.194**49,5%

*vanaf dit bedrag geen recht meer op algemene heffingskorting
**vanaf dit bedrag geen recht meer op arbeidskorting

Deze tabel laat de verrassende uitkomsten van de afbouw van de heffingskortingen zien. Zo bedraagt de belastingdruk op extra inkomen tussen de €68.508 en €114.194 6% meer dan de belastingdruk op het inkomen vanaf €114.194. Opmerkelijk is ook dat het tarief van 49,08% voor inkomens tussen €35.653 en €68.508 niet ver verwijderd is van het toptarief van 49,5%.

Let op! Voor inkomens tot € 21.044 kunt u de tabel niet gebruiken. Voor deze inkomens is de arbeidskorting lager dan het standaardbedrag, maar loopt deze op naarmate het inkomen hoger wordt.

Correctie in aangifte inkomen
Met de extra belastingdruk op incidentele beloningen kan mogelijk niet altijd voldoende correctie worden toegepast. Soms is de correctie ook te veel. Omdat de loonbelasting een voorheffing is op de inkomstenbelasting, trekt zich dit allemaal recht in de aangifte inkomstenbelasting. Daarin wordt het exact verschuldigde bedrag berekend. Dat kan betekenen dat je alsnog moet bijbetalen of iets terugkrijgt. Ook als je normaal gesproken geen aangifte doet, kan het dus lonen om een proefaangifte te doen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-31T11:24:34+01:0031 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Waarom blijft er zo ‘weinig’ over van mijn eindejaarsbonus?

  • Rekenregels daglonen 2022 bekend

Rekenregels daglonen 2022 bekend

De nieuwe rekenregels per 1 januari 2022 zijn bekendgemaakt. Door de stijging van het bruto wettelijk minimumloon met 1,41% per 1 januari 2022 gaan het maximumdagloon en ook het maximumpremieloon voor 2022 omhoog. De rekenregels zijn bekendgemaakt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Maximumdagloon omhoog
In de nieuwe rekenregels zijn de gevolgen verwerkt van aanpassingen van het bruto wettelijk minimumloon voor uitkeringsbedragen en grondslagen op dat brutominimumloon.

Het maximumdagloon bedraagt vanaf 1 januari 2022 €228,76 per dag. Het maximummaandloon wordt €4.975,53 per maand. Dit maximummaandloon wordt berekend door het maximumdagloon te vermenigvuldigen met 21,75. Dit is het gemiddeld aantal uitkeringsdagen in een maand.

UVW-uitkering nooit hoger dan het maximumdagloon
De maximumbedragen zijn van belang voor de berekening van de uitkeringen voor de Ziektewet (ZW), de Werkloosheidswet (WW), de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de Wet arbeid en zorg (WAZO).

Heb je bijvoorbeeld werknemers in dienst die recht hebben op zwangerschaps- en bevallingsverlof, aanvullend geboorteverlof, pleegzorgverlof of adoptieverlof op basis van de WAZO, dan keert het UWV nooit meer uit dan (70% van) het maximumdagloon. In (collectieve) arbeidsovereenkomsten kan geregeld zijn dat dit door werkgevers aangevuld wordt tot 100% van het loon, maar dat is niet verplicht.

Maximumpremieloon werknemersverzekeringen ook omhoog
Het maximumpremieloon werd al eerder bekendgemaakt. Dat is per 1 januari 2022 €59.706 op jaarbasis. In 2021 was dat nog €58.311. Het maximumpremieloon wordt elk kalenderjaar opnieuw vastgesteld. Je hoeft bij het bepalen van de verschuldigde premies werknemersverzekeringen over het meerdere dat een werknemer verdient geen premies te betalen. Dit maximumbedrag wordt ook gehanteerd bij het berekenen van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-20T12:06:55+01:0020 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Rekenregels daglonen 2022 bekend