prinsjesdag

Btw-herziening investeringsdiensten van minimaal € 30.000

Op Prinsjesdag 2024 is een btw-herzieningsregeling voorgesteld voor investeringsdiensten van minimaal € 30.000 aan onroerende zaken. Het voorstel is om deze herzieningsregeling in te laten gaan vanaf 2026.

Herzieningsregeling investeringsgoederen

Euro

Voor investeringen in roerende en onroerende goederen kennen we nu al een herzieningsregeling. Daarbij wordt het gebruik van roerende investeringsgoederen gedurende vier jaar en het gebruik van onroerende investeringsgoederen gedurende negen jaar ná het jaar van ingebruikname gevolgd.

Gewijzigd gebruik van het investeringsgoed voor btw-belaste en/of btw-vrijgestelde prestaties in die periode, kan gevolgen hebben voor de btw-aftrek. De eerder in aftrek gebrachte btw wordt dan mogelijk herzien. Als het gebruik gewijzigd is van btw-belast naar btw-vrijgesteld, kan dit betekenen dat btw terugbetaald moet worden. Andersom kan wellicht btw teruggevraagd worden als het gebruik wijzigt van btw-vrijgesteld naar btw-belast.

Investeringsdiensten

Een dergelijke herzieningsregeling is er nu nog niet voor investeringsdiensten aan onroerende zaken. Dat vindt het kabinet voor bepaalde situaties ongewenst. Zo gebeurt het dat woningen fors verbouwd worden en de volledige btw in aftrek wordt gebracht omdat de woningen na de verbouwing voor een korte periode btw-belast verhuurd worden. Als diezelfde woningen daarna btw-vrijgesteld verhuurd worden, wordt die btw-aftrek niet herzien.

Let op!   In principe is de verhuur van een ongemeubileerde woning btw-vrijgesteld. Alleen in zogenaamde short-stay-situaties is de verhuur met 9% btw-belast. Het is dus niet zo dat elke verhuur van woningen btw-belast is. Neem voor meer informatie hierover contact op met een van onze adviseurs.

Voorgestelde btw-herziening investeringsdiensten

Op Prinsjesdag 2024 is voorgesteld ook voor investeringsdiensten vanaf 1 januari 2026 een btw-herzieningsregeling in te voeren. In dit voorstel worden investeringsdiensten aan onroerende zaken vanaf € 30.000 exclusief btw gevolgd in het jaar van ingebruikname plus de vier daaropvolgende jaren. Wijzigt in die periode het gebruik voor btw-belaste en/of btw-vrijgestelde prestaties, dan wordt de btw-aftrek op de investeringsdienst herzien.

Wat is een investeringsdienst?

De btw-herzieningsregeling gaat straks niet voor iedere dienst aan een onroerende zaak gelden. Het gaat om investeringsdiensten aan onroerende zaken die meerjarig dienen. Je moet dan denken aan het vernieuwen, vergroten, herstellen of vervangen en onderhouden van onroerende zaken. Maar ook met een verbouwing samenhangende sloopwerkzaamheden vallen hieronder.

Let op! Materialen, installaties, machines en werktuigen die opgaan in dienst en na installatie of montage hun zelfstandigheid verliezen, worden gezien als onderdeel van de investeringsdienst.

Minimaal € 30.000

Om geraakt te worden door de btw-herzieningsregeling moet de investeringsdienst wel minimaal € 30.000 (exclusief btw) bedragen. Die beoordeling vindt plaats per afzonderlijke dienst. Als bijvoorbeeld een schilder voor € 25.000 (exclusief btw) de buitenkozijnen en deuren van een pand schildert en een elektricien voor € 10.000 (exclusief btw) werkzaamheden aan de binnenkant van het pand verricht, is de btw-herzieningsregeling niet van toepassing. De beide diensten blijven immers onder de € 30.000.

Let op! In de toelichting bij het Belastingplan 2025 wordt opgemerkt dat een dienst die kunstmatig wordt opgeknipt in meerdere diensten als één dienst zal worden aangemerkt. 

Alleen voor investeringsdienst vanaf 1 januari 2026

De btw-herzieningsregeling gaat gelden voor investeringsdiensten die vanaf 1 januari 2026 in gebruik worden genomen. Neem je deze investeringsdiensten dus vóór 1 januari 2026 in gebruik, dan worden ze niet geraakt door de regeling.

Ingebruikname vóór 1 januari 2026 lijkt verstandig (indien mogelijk), als de voorgestelde regeling ertoe leidt dat je afgetrokken btw deels moet terugbetalen. Als het gebruik van jouw onroerend goed wijzigt van btw-vrijgesteld naar (deels) btw-belast, kan de voorgestelde regeling echter ook positief uitwerken. In dat geval heb je namelijk recht op meer btw-aftrek. Je kunt de ingebruikname van de investeringsdienst dan (indien mogelijk) beter uitstellen naar 2026.

Let op! Het voorstel is onderdeel van het Belastingplan 2025 dat nog door de Tweede en Eerste Kamer moet worden goedgekeurd. Het is daarom nog niet definitief.

Door |2024-10-16T08:36:45+02:0016 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Btw-herziening investeringsdiensten van minimaal € 30.000

Top 10 Prinsjesdag 2024

Welke belangrijke fiscale voorstellen voor ondernemers kwamen op Prinsjesdag 2024 uit het koffertje van minister Heinen van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor jou op een rij.

1. Verlaging hoge tarief tweede schijf van box 2

Binnenhof

Sinds 1 januari 2024 is het uniforme tarief van box 2 vervangen door twee tarieven. Voor ontvangen dividenden tot € 67.000 geldt in 2024 een tarief van 24,5%. Dit tarief blijft in 2025 gelijk, maar geldt dan voor dividenden tot € 67.804. Voor het jaar 2024 werd het tarief van de tweede schijf eind 2023 op het laatste moment nog gewijzigd van de oorspronkelijk voorgestelde 31 naar 33%. Deze wijziging wordt nu met ingang van 2025 teruggedraaid. In 2024 geldt nog een tarief van 33% in de tweede schijf, vanaf 2025 is een tarief van 31% in de tweede schijf voorgesteld.

Tip! Fiscale partners profiteren twee keer van het tarief van de eerste lage schijf, wat betekent dat een dividenduitkering van € 134.000 in 2024 belast wordt tegen het lage tarief van 24,5%. In 2025 geldt het lage tarief van 24,5% bij fiscale partners tot een dividenduitkering van € 135.608.

Let op! Vanaf 2025 hebben dividenduitkeringen ook effect op de afbouw van de algemene heffingskorting. De algemene heffingskorting zal vanaf 2025 over het algemeen dalen of kan zelfs nihil worden door een dividenduitkering. Daarnaast heeft een dividenduitkering, ook in 2024 al, effect op de Wet excessief lenen (ook wel de dga-taks) en de hoogte van het box 3-vermogen. Overleg daarom met jouw adviseur om te bepalen wat in jouw situatie de voordeligste dividenduitkering is in 2024.

2. Afschaffing verlaagd btw-tarief kunst, cultuur, sport en hotelovernachtingen per 1 januari 2026

Het verlaagde btw-tarief van 9% voor cultuur, media, logies (hotels, vakantiewoningen en stacaravans), boeken en sport vervalt vanaf 1 januari 2026. Het algemene btw-tarief van 21% wordt dan van toepassing.

Tip! Er zijn enkele uitzonderingen: bioscopen, circussen, kampeerterreinen en dagrecreatie (attractieparken, speel- en siertuinen en dierentuinen) blijven onder het verlaagde btw-tarief van 9% vallen.

Let op! De aanpassing van het btw-tarief is afhankelijk van het moment waarop de dienst wordt geleverd en dus niet van het moment waarop de dienstverrichter de betaling ontvangt. Als je in 2025 bijvoorbeeld een ticket voor een theatervoorstelling verkoopt voor een voorstelling die in 2026 plaatsvindt, geldt in 2025 al het algemene tarief van 21%.

3. Verlaging overdrachtsbelasting voor woningen niet in eigen gebruik

Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting van 10,4% wordt per 1 januari 2026 verlaagd naar 8% voor woningen die niet in eigen gebruik zijn. Deze tariefsverlaging geldt niet voor bedrijfspanden. Voor woningen die wel in eigen gebruik zijn, blijft – onder de daarvoor nu al geldende voorwaarden – het tarief voor de overdrachtsbelasting 2%. Voor starters onder de 35 jaar blijft – onder de daarvoor nu al geldende voorwaarden – de eenmalige vrijstelling van overdrachtsbelasting gelden.

Let op! Deze verlaging is nog niet opgenomen in een concreet wetsvoorstel, maar wordt opgenomen in een op een later moment (beoogd in oktober 2024) in te dienen wetsvoorstel.

4. Bedrijfsopvolgingsregeling en doorschuifregeling

Het doel van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR) is om bij reële bedrijfsoverdrachten te voorkomen dat de continuïteit van de onderneming in gevaar komt door de belastingdruk. Je kunt daarom met een fiscale stimulans het stokje aan de volgende generatie doorgeven. De BOR en DSR spelen een belangrijke rol bij de overdracht van familiebedrijven, maar let daarbij wel op de wijzigingen die eind 2023 al zijn aangenomen en de extra wijzigingen die zijn aangekondigd.

Het kabinet stelt voor om per 1 januari 2025 de verplichte voortzettingstermijn te verkorten van vijf naar drie jaar. Als dit voorstel wordt aangenomen, betekent dit dat voor verkrijgingen die zich voordoen vóór 1 januari 2025 een voortzettingstermijn blijft gelden van vijf jaar, terwijl voor verkrijgingen vanaf 1 januari 2025 dan een voortzettingstermijn van drie jaar geldt.

Vanaf 1 januari 2026 worden onder andere de volgende aanpassingen voorgesteld:

  • Beperken van de BOR en DSR voor aandelen tot gewone aandelen met een minimaal belang van 5%. Onder meer opties en winstbewijzen kwalificeren dan niet meer voor de BOR en DSR voor aandelen.
  • Vereenvoudiging van de herstructureringen gedurende de bezits- en voortzettingstermijn.
  • Een langere bezitstermijn voor schenkers en erflaters, die later dan twee jaar na hun AOW-leeftijd met de onderneming zijn gestart.
  • Aanpak van onbedoeld gebruik van dubbele BOR.

Let op! Sinds 1 januari 2024 kwalificeert aan derden ter beschikking gesteld (waaronder verhuur) vastgoed al standaard niet meer als ondernemingsvermogen. Dergelijk vastgoed schenken of erven met toepassing van de BOR is sindsdien niet meer mogelijk.

5. Terugdraaiing versobering 30%-regeling voor expats

Werknemers die naar Nederland komen en voldoen aan de criteria, kunnen aanspraak maken op de 30%-regeling. Hierdoor ontvangen zij maximaal 30% van hun salaris onbelast. In het Belastingplan 2024 was een versobering aangekondigd in stappen naar 10% (de zogenaamde ‘30-20-10-regeling’). Deze versobering wordt grotendeels teruggedraaid, maar daarnaast wordt een hogere salarisnorm ingesteld.

Per 1 januari 2027 wordt een constant forfait ingevoerd van 27% voor maximaal vijf jaar. In 2025 en 2026 geldt voor alle werknemers die voldoen aan de criteria een percentage van 30. De salarisnorm wordt vanaf 2027 verhoogd van € 46.107 (bedrag in 2024) naar € 50.436. Voor ingekomen werknemers die jonger zijn dan 30 jaar en een master hebben, wordt de salarisnorm verhoogd van € 35.048 (bedrag in 2024) naar € 38.338.

Let op! Voor werknemers die al vóór 2024 de 30%-regeling toepasten, geldt gedurende de gehele looptijd het percentage van 30. Daarnaast blijft voor hen de oude (geïndexeerde) inkomensnorm gelden. Zij worden dus niet vanaf 2027 geconfronteerd met 27% en een hogere salarisnorm.

Let op! Deze wijzigingen zijn nog niet opgenomen in een concreet wetsvoorstel, maar worden opgenomen in een op een later moment (beoogd in oktober 2024) in te dienen wetsvoorstel.

6. Tariefskorting motorrijtuigenbelasting emissievrije personenauto

Op dit moment betalen gebruikers van een emissievrije personenauto (volledig elektrisch of waterstof aangedreven) geen motorrijtuigenbelasting. Eind 2019 is met de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord al aangenomen dat voor dergelijke auto’s in 2025 een tariefskorting van 75% geldt op de motorrijtuigenbelasting en dat vanaf 1 januari 2026 de tariefskorting wordt afgeschaft. Doordat emissievrije personenauto’s zwaardere accu’s hebben, worden deze echter ook zwaarder belast. Om dit verschil te verkleinen en er zo voor te zorgen dat er niet minder emissievrije personenauto’s verkocht gaan worden, geldt vanaf 2026 tot en met 2029 een tariefskorting van 25% in de motorrijtuigenbelasting voor emissievrije auto’s. Het kabinet heeft aangekondigd om in het voorjaar van 2025 te beoordelen of de tariefskorting van 25% voor emissievrije personenauto’s voldoende is.

Let op! Deze wijziging is nog niet opgenomen in een concreet wetsvoorstel, maar wordt opgenomen in een op een later moment (beoogd in oktober 2024) in te dienen wetsvoorstel.

7. Afschaffing van de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting

Voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2025 wordt de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting afgeschaft. Dit betekent dat je vanaf die datum geen giften vanuit jouw vennootschap meer van jouw winst kunt aftrekken. Giften uit jouw vennootschap worden daarnaast vanaf 2025 beschouwd als een dividenduitkering aan jou in privé en worden daarmee belast met dividendbelasting en in box 2 van de inkomstenbelasting. In box 2 geldt, afhankelijk van de hoogte van het totaal aan dividenduitkeringen in een jaar, in 2025 een tarief van 24,5 of 31%. Je kunt wel, onder voorwaarden, in privé dan gebruikmaken van de giftenaftrek in de inkomstenbelasting.

Let op!Hoewel de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting verdwijnt, blijft deze aftrek in de inkomstenbelasting in 2025 nog onveranderd.

Let op! Steun je goede doelen door middel van sponsoring of reclame? Dan zijn deze kosten geen giften, maar zakelijke kosten. Deze kosten blijven, net als andere bedrijfskosten, aftrekbaar van de winst. Datzelfde geldt voor uitgaven die je doet in het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

8. Introductie derde schijf inkomstenbelasting

Per 1 januari 2025 wordt een nieuwe, verlaagde eerste schijf in box 1 geïntroduceerd. Dit zorgt voor een gerichtere lastenverlichting bij met name middeninkomens. Het tarief in deze eerste schijf daalt van 36,97% (2024) naar 35,82% (2025). Deze schijf loopt in 2025 tot een inkomen van € 38.441. Het tarief van de tweede schijf bedraagt in 2025 37,48% en loopt tot € 76. 817.De grens voor de derde (hoogste) schijf is daarmee € 1.298 hoger dan in 2024. Het hoogste tarief in box 1 blijft 49,5%.

Let op! Val je in het laagste tarief, dan krijg je ook aftrek in het laagste tarief.

9. Box 3-tarief gaat toch niet omlaag

Het tarief in box 3 blijft ook volgend jaar 36%. Ondanks de verwachting dat het tarief voor box 3 zou worden verlaagd om de belastingdruk op spaarders en beleggers te verlichten, verandert het tarief niet.

Let op! Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad – kort omschreven – dat een belastingplichtige recht heeft op meer rechtsherstel als het werkelijke rendement in box 3 lager is dan het wettelijke (forfaitaire) rendement. De gevolgen en nadere uitwerking van dit oordeel zijn in een op Prinsjesdag 2024 verschenen Kamerbrief weer een beetje verder ingevuld. Hierover zullen wij jou binnenkort nader informeren.

10. Wijzigingen in de earningsstrippingmaatregel

De earningsstrippingmaatregel beperkt de generieke renteaftrek en geldt voor alle vennootschapsbelastingplichtigen. Hierdoor kun je van het verschil tussen de rentelasten en de rentebaten van geldleningen minder aftrekken bij het bepalen van de winst. Vanaf 2025 kun je het rentesaldo niet meer aftrekken als dat meer bedraagt dan het hoogste van 25% (20% in 2024) van de (gecorrigeerde) winst of de drempel van € 1 miljoen.

Vanaf 1 januari 2025 geldt de drempel van € 1 miljoen niet langer voor vastgoedlichamen die onroerend goed aan derden verhuren. Dit betekent dat vastgoedlichamen maximaal 25% van de (gecorrigeerde) winst aan rente kunnen aftrekken.

Let op! Deze regeling is niet van toepassing op vastgoed dat verhuurd wordt aan een verbonden lichaam of aan een verbonden natuurlijk persoon. 

Door |2024-09-18T12:38:15+02:0018 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Top 10 Prinsjesdag 2024

Vanaf 2026 btw-herziening investeringsdiensten vanaf € 30.000

Het kabinet stelt op Prinsjesdag 2024 voor om vanaf 2026 een btw-herzieningsregeling te introduceren voor investeringsdiensten van minimaal € 30.000 met betrekking tot onroerende zaken. Dit blijkt uit de Eindejaarsregeling 2024 die ter internetconsultatie is aangeboden.

Btw-herzieningsregeling investeringsgoederen

Bedrijfspand

Op dit moment bestaat er al een btw-herzieningsregeling voor investeringen in roerende en onroerende goederen. In deze regeling wordt het gebruik van roerende investeringsgoederen gedurende vier jaar en het gebruik van onroerende investeringsgoederen gedurende negen jaar ná het jaar van ingebruikname gevolgd.

Als gedurende die periode het gebruik van het investeringsgoed voor btw-belaste en/of btw-vrijgestelde prestaties (deels) wijzigt, kan dit gevolgen hebben voor de btw-aftrek. De eerder in aftrek gebrachte btw kan dan worden herzien. Dat betekent dat mogelijk btw terugbetaald moet worden (als het gebruik wijzigt van oorspronkelijk btw-belast naar btw-vrijgesteld) of btw teruggevraagd kan worden.

Btw-herzieningsregeling investeringsdiensten

Voor investeringsdiensten aan onroerende zaken geldt op dit moment nog geen btw-herzieningsregeling. Zo kan bijvoorbeeld voor woningen die fors verbouwd worden en daarna voor een korte periode btw-belast verhuurd worden, de volledig btw in aftrek worden gebracht; ook als die woningen daarna btw-vrijgesteld verhuurd worden. De die btw-aftrek wordt dan niet herzien.

Let op! Niet elke verhuur van woningen is btw-belast mogelijk. In beginsel is de verhuur van een ongemeubileerde woning namelijk btw-vrijgesteld. Alleen in zogenaamde short-stay situaties is de verhuur met 9% btw-belast. Neem voor meer informatie hierover contact op met een van onze adviseurs.

Btw-herziening investeringsdiensten

Begin 2024 werd uit een internetconsultatie al duidelijk dat het toenmalige kabinet het niet gewenst vond dat voor investeringsdiensten aan onroerende zaken geen btw-herzieningsregeling geldt. Uit een internetconsultatie van de Eindejaarsregeling 2024 van begin september jl. is op te maken dat het huidige kabinet deze mening deelt.

Daarom zal het kabinet op Prinsjesdag 2024 een wetsvoorstel indienen waarin vanaf 1 januari 2026 een btw-herzieningsregeling voor het jaar van ingebruikname plus de vier daaropvolgende jaren gaat gelden voor investeringsdiensten aan onroerende zaken vanaf € 30.000 exclusief btw.

Let op! Bij diensten aan onroerende zaken moet u denken aan verbouwingen van en onderhoud aan onroerende zaken. Als zo’n dienst vanaf 1 januari 2026 minimaal € 30.000 exclusief btw bedraagt, gaat daar volgens het wetsvoorstel een herzieningsregeling voor gelden.

Tip! De btw-herzieningsregeling gaat gelden voor investeringsdiensten die vanaf 1 januari 2026 in gebruik worden genomen. Neemt u deze investeringsdiensten dus vóór 1 januari 2026 in gebruik, dan worden ze niet geraakt door de regeling.

Voordelig óf nadelig?

De voorgestelde regeling kan nadelig uitwerken als de btw-herziening ertoe leidt dat u afgetrokken btw deels terug moet betalen. Als het gebruik van uw onroerend goed wijzigt van btw-vrijgesteld naar (deels) btw-belast, dan kan de voorgestelde regeling ook positief uitwerken. In dat geval heeft u namelijk recht op meer btw-aftrek.

Let op! In het eerste geval kunt u de investeringsdiensten aan onroerende zaken misschien beter vóór 1 januari 2026 plannen. In het tweede geval is ingebruikname van de diensten vóór 1 januari 2026 misschien wel ongunstiger.

Door |2024-09-12T16:02:58+02:0012 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 2026 btw-herziening investeringsdiensten vanaf € 30.000
  • Meer geld voor energie- en milieuvriendelijk ondernemen

Meer geld voor energie- en milieuvriendelijk ondernemen

Voor ondernemers die energie- of milieuvriendelijk investeren, komt vanaf 2023 jaarlijks €150 miljoen extra beschikbaar. Daartoe worden de energie-investeringsaftrek (EIA), de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de regeling inzake vervroegd afschrijven op milieu-investeringen (Vamil) verhoogd. Dit is op Prinsjesdag bekendgemaakt.

EIA, MIA
Via de EIA en MIA mogen ondernemers een extra percentage van hun energie- of milieuvriendelijke investering in aftrek brengen op de winst. Hierdoor betaalt men minder belasting. De EIA kent thans één percentage, 45,5%. De MIA kent drie percentages: 45%, 36% en 27%.

Vamil
Via de Vamil kunnen ondernemers 75% van de investering versneld ten laste van de winst brengen. De ondernemer kan de winst daardoor in een jaar of meerdere jaren extra verlagen, maar daardoor minder afschrijven in andere jaren. Hierdoor kan de ondernemer eventueel profiteren van het verschil in belastingtarief, maar de Vamil kan daarnaast ook een liquiditeits- en rentevoordeel opleveren, omdat op een eerder moment minder winstbelasting hoeft te worden betaald.

Hogere energieprijzen
Ondernemers doen steeds vaker een beroep op genoemde regelingen. Dit wordt mede veroorzaakt door de hoge energieprijzen, waardoor deze investeringen eerder lonend zijn.

Hoe is nog onbekend
Het extra budget van €150 miljoen (€100 miljoen voor de EIA en €50 miljoen voor de MIA) zal in 2023 voornamelijk nodig zijn om ervoor te zorgen dat de bestaande bedrijfsmiddelen gestimuleerd kunnen blijven. Dit wijst erop dat de percentages van de regelingen waarschijnlijk niet wijzigen, maar dat de grotere vraag door de extra middelen kan worden gedekt. Zodra hier duidelijkheid over is, zullen wij je informeren.

Let op! Over de diverse op Prinsjesdag gepresenteerde plannen vindt nog volop overleg plaats. De meeste plannen zijn dan ook nog niet definitief.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-26T11:33:16+02:0027 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Meer geld voor energie- en milieuvriendelijk ondernemen

  • Vrije ruimte in 2023 naar 3% over fiscale loonsom van € 400.000

Vrije ruimte in 2023 naar 3% over fiscale loonsom van € 400.000

Op Prinsjesdag werd al bekend dat de vrije ruimte in de werkkostenregeling volgend jaar zou stijgen naar 1,92% over een fiscale loonsom van €400.000. Deze wordt voor 2023 nog verder verhoogd naar 3%.

Werkkostenregeling
De vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR) kun je gebruiken om onbelast vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen (hierna: vergoedingen) aan jouw werknemers te geven. Je betaalt geen loonheffingen als jouw totale vergoedingen de vrije ruimte in een jaar niet overstijgen.

Let op! Bij overschrijding betaal je als werkgever 80% belasting over het gedeelte boven de vrije ruimte.

Hoogte vrije ruimte
In 2022 bedraagt de vrije ruimte 1,7% over jouw fiscale loonsom tot en met €400.000 en 1,18% over de fiscale loonsom daarboven. Op Prinsjesdag werd al bekend dat de 1,7% vanaf 2023 verhoogd wordt naar 1,92%. De staatssecretaris maakte onlangs echter een nog verdere verhoging naar 3% over de fiscale loonsom tot en met €400.000 bekend.
De verhoging naar 1,92% betekende al een extra onbelaste vergoedingsmogelijkheid tot maximaal €880. De verhoging naar 3% geeft je de mogelijkheid om in 2023 nog eens maximaal €4.320 extra onbelast te vergoeden. Deze maximale onbelaste vergoedingsmogelijkheid van totaal €5.200 wordt bereikt vanaf een fiscale loonsom van €400.000.

Let op! De verhoging naar 3% geldt alleen voor 2023. In 2024 daalt de vrije ruimte over de fiscale loonsom tot en met €400.000 weer naar de eerder voorgestelde 1,92%.

Voorwaarden vrije ruimte
Om gebruik te maken van de vrije ruimte moet je de vergoedingen wel vooraf aanwijzen als eindheffingsloon in de vrije ruimte. Daarnaast mogen de vergoedingen niet meer dan 30% afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is (de zogenaamde gebruikelijkheidstoets).

Tip! De beoordeling van de gebruikelijkheidstoets kan lastig zijn. Als tegemoetkoming beschouwt de Belastingdienst alle vergoedingen van maximaal €2.400 per persoon per jaar als gebruikelijk.

Dit bedrag geldt wel in alle redelijkheid. Als het loon van jouw werknemer door gebruik van deze €2.400 bijvoorbeeld lager wordt dan het wettelijke minimumloon mag je deze niet gebruiken.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-24T09:45:33+02:0024 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vrije ruimte in 2023 naar 3% over fiscale loonsom van € 400.000

  • Minder jubelton in 2023, afgeschaft in 2024

Minder jubelton in 2023, afgeschaft in 2024

De eenmalige belastingvrije schenking voor onder andere de aankoop van een woning, ook bekend als de ‘jubelton’, wordt afgeschaft. Dit voornemen van het kabinet was al in het coalitieakkoord bekendgemaakt en is op Prinsjesdag opgenomen in het Belastingplan 2023.

Een lager bedrag in 2023
De jubelton bedraagt nu nog €106.671, maar wordt in 2023 beperkt tot een bedrag van €28.947. Per 2024 verdwijnt de jubelton helemaal.

Jubelton
Ouders kunnen bijvoorbeeld aan hun kinderen via de jubelton in 2022 nog deze belastingvrije schenking doen. Deze vrijstelling geldt echter ook voor derden. Je kunt deze schenking dus aan een willekeurig persoon doen. Er zijn echter wel voorwaarden. De jubelton dient gebruikt te worden om:

• een eigen woning te kopen of te verbouwen;
• de hypotheek of restschulden van de eigen woning af te lossen;
• de rechten van erfpacht, opstal of beklemming van de eigen woning af te kopen.

Tip! Wil je nog optimaal profiteren van de fiscale vrijstelling voor een schenking voor de eigen woning, doe dit dan vóór 1 januari 2023.

Vrijstelling schenking ouders aan kinderen
De vrijstelling wordt in 2023 verminderd tot €28.947. Dit is het bedrag dat ouders hun kinderen tussen 18 en 40 jaar in 2023 eenmalig sowieso kunnen schenken, ongeacht het doel waarvoor de kinderen de schenking gebruiken. Deze vrijstelling ten behoeve van de eigen woning is in 2023 dus eigenlijk alleen voor schenkingen aan derden nog relevant. Pas in 2024 wordt de vrijstelling helemaal afgeschaft. De eenmalige vrijstelling voor kinderen tussen 18 en 40 jaar blijft dan wel gehandhaafd.

Spreiding schenking
De schenking kon in de regeling ook worden gespreid over een periode van drie jaar. Een in het eerste jaar onbenut deel van de vrijstelling kon dan in de twee opeenvolgende jaren alsnog worden benut. De schenkingen konden dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een hypotheek over een periode van drie jaar af te lossen, zonder dat te veel boeterente aan de bank betaald hoefde te worden. Voorgesteld wordt dat als in 2022 voor het eerst wordt geschonken, het restant van de vrijstelling alleen nog in 2023 kan worden geschonken en niet meer in 2024. Wanneer in 2023 wordt geschonken, kan de schenking niet meer worden gespreid .

Tip! Bij een eerste schenking in 2021 kan nog wel het onbenutte deel van de schenking worden gebruikt voor schenkingen tot en met 2023.

Spreiding besteden schenking
Een voorwaarde voor de jubelton is dat de schenking voor de eigen woning wordt gebruikt. In de huidige regeling heeft de ontvanger van de schenking drie jaar om de schenking op de voorgeschreven wijze te besteden. Deze regeling blijft gehandhaafd voor schenkingen in 2022.
Als je dus in 2022 een schenking ontvangt, kun je deze nog tot uiterlijk 2024 besteden aan de eigen woning.

Let op! Deze plannen moeten nog wel door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-10T12:15:22+02:0010 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Minder jubelton in 2023, afgeschaft in 2024
  • Let op de peildatumarbitragebepaling box 3-stelsel 2023

Let op de peildatumarbitragebepaling box 3-stelsel 2023

Op Prinsjesdag 2022 is een nieuwe wijze van berekening van de box 3-heffing voorgesteld. Deze berekening lijkt op de wijze waarop momenteel rechtsherstel wordt geboden voor box 3. Nieuw ten opzichte van dit rechtsherstel is echter de bepaling over de peildatumarbitrage.

Let op! Als de Tweede en Eerste Kamer akkoord gaan, kan deze peildatumarbitrage per 1 oktober, dus nu al, werking hebben.

Nieuwe berekening box 3 in 2023
Als de plannen door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen, geldt per 1 januari 2023 een nieuwe berekening van de box 3-heffing. Grofweg betekent dit dat het vermogen wordt verdeeld in drie categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Elke categorie kent haar eigen rendementspercentage. Deze percentages zijn op dit moment nog niet bekend, maar voor banktegoeden zal dit veel lager zijn dan voor de overige bezittingen. Het percentage voor de schulden zal, afgaande op de cijfers tot en met 2021, ongeveer in het midden liggen.

Peildatumarbitrage
De box 3-heffing wordt slechts één keer per jaar bepaald: op 1 januari. Daarom kan het voor jou fiscaal aantrekkelijk lijken om overige bezittingen (bijvoorbeeld aandelen) vlak voor 1 januari 2023 te verkopen en tijdelijk om te zetten in banktegoeden waarna je ná 1 januari 2023 weer overige bezittingen koopt. Hetzelfde zou je kunnen doen met schulden, door het vlak voor 1 januari 2023 aangaan van meer schulden waarmee je jouw banktegoeden verhoogt.
Het kabinet vindt dit ongewenst en stelt daarom een bepaling voor die regelt dat dit soort handelingen rondom 1 januari worden genegeerd. Dat betekent bijvoorbeeld dat de overige bezittingen die je vlak voor 1 januari verkoopt en omzet in banktegoeden, dan op 1 januari 2023 mogelijk toch worden aangemerkt als overige bezittingen en tegen het hoge rendementspercentage worden belast.

Arbitrageperiode
De periode waarbinnen van peildatumarbitrage sprake kan zijn, bedraagt drie maanden rondom de peildatum. Dit betekent dat deze periode op haar vroegst op 1 oktober kan starten (en dan loopt tot 1 januari) of op haar laatst kan eindigen op 31 maart (en dan begint op 1 januari).

Tip! Alle handelingen vóór 1 oktober en ná 31 maart worden in ieder geval nooit door de peildatumarbitragebepaling getroffen. Datzelfde geldt voor vermogensbestanddelen die weer verkocht/aangekocht worden meer dan drie maanden na de oorspronkelijke transactie.

Voorwaarden en tegenbewijs
Vallen jouw transacties binnen de periode van drie maanden, dan worden deze alleen genegeerd als voldaan wordt aan de voorwaarden én je niet aannemelijk kunt maken dat er zakelijke overwegingen ten grondslag lagen aan de transacties.

Let op! Zakelijke overwegingen moeten altijd niet-fiscale overwegingen zijn.

Tip! De regeling is niet eenvoudig. Neem daarom voor de toepassing van de voorwaarden en de mogelijkheid van tegenbewijs in jouw specifieke situatie contact op met een van onze adviseurs.

Let op! De plannen om een peildatumarbitragebepaling in de wet op te nemen, zijn nog niet definitief, maar moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-07T12:35:43+02:007 oktober 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Let op de peildatumarbitragebepaling box 3-stelsel 2023
  • Top 10 Prinsjesdag 2022

Top 10 Prinsjesdag 2022

Welke belangrijke fiscale voorstellen voor ondernemers kwamen op Prinsjesdag 2022 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor je op een rij.

1. Verhoging minimumloon met ruim 10%

Het minimumloon wordt in één keer met ruim 10% verhoogd per 1 januari 2023. Omdat ook de AOW en de bijstand hieraan gekoppeld zijn, zullen deze evenredig meestijgen.

2. Verhoging vrije ruimte werkkostenregeling

Door middel van de werkkostenregeling kun je als werkgever jouw personeel onbelast allerlei zaken vergoeden en verstrekken. De vrije ruimte in de werkkostenregeling wordt verruimd van 1,7% tot een loonsom van €400.000 in 2022 naar 1,92% tot een loonsom van €400.000 in 2023. Voor de loonsom boven de €400.000 bedraagt de vrije ruimte 1,18%. Overschrijdt je de vrije ruimte, dan betaal je 80% belasting via de eindheffing in de loonadministratie.

3. Hoger gebruikelijk loon

Als DGA ben je verplicht om jezelf een gebruikelijk loon toe te kennen en op te nemen in de salarisadministratie van jouw BV. Het gebruikelijk loon moet volgens de wet in 2022 minimaal worden vastgesteld op 75% van het loon uit de vergelijkbare dienstbetrekking. Of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij jouw BV indien een van deze bedragen hoger is dan €48.000.

Omdat dit loon lastig is vast te stellen, geldt een doelmatigheidsmarge van 25%. Die doelmatigheidsmarge wordt nu per 2023 afgeschaft. Mogelijk moet je jezelf daarom als DGA vanaf 2023 een hoger loon toekennen.

4. Tarieven vennootschapsbelasting omhoog

De tarieven in de vennootschapsbelasting gaan omhoog en de schijflengtes omlaag. Vanaf 1 januari 2023 bedraagt het tarief tot een belastbare winst van €200.000 19% en daarboven 25,8%. Hierdoor worden resultaten eerder in de hoogste schijf van 25,8% belast. De reden voor de verhoging is meer belasting ophalen bij winstgevende bedrijven om de lasten voor burgers te verlagen en de koopkracht te verhogen.

Vennootschapsbelasting  2022  2023 
Winst tot €395.000 in 2022/€ 200.000 in 2023    15,0%  19,0%  
Winst boven €395.000 in 2022/€ 200.000 in 2023   25,8%   25,8%  


5. Tarieven inkomstenbelasting omlaag en heffingskortingen omhoog

Het tarief in de 1e schijf wordt iets verlaagd: van 37,07% (2022) naar 36,93% (2023). Ook wordt de eerste tariefschijf verlengd naar €73.071 (€69.398 in 2022). De heffingskortingen worden verhoogd.

Tarief inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen 2023  
   Belastbaar inkomen meer dan (€)   maar niet meer dan (€)   Tarief 2023 (%)  
1e schijf     73.031  36,93 
2e schijf   73.031    49,5 

Ook gaat de arbeidskorting per 1 januari 2023 omhoog in het kader van koopkrachtverbetering.

6. Twee tarieven aanmerkelijk belang

Heb je meer dan 5% van de aandelen, winstbewijzen of stemrecht in een vennootschap? Dan ben je aanmerkelijkbelanghouder. De inkomsten die je uit dit belang krijgt, zoals dividend, zijn belast in box 2 van de inkomstenbelasting. Het tarief bedraagt momenteel 26,9%.

Het kabinet is van plan om twee schijven te introduceren in box 2 met ingang van 2024, namelijk 24,5% tot €67.000 en 31% voor het bedrag daarboven.
In 2023 blijft het tarief voor box 2 gelijk aan het tarief in 2022, namelijk 26,9%.

7. Tarief box 3 stapsgewijs verhoogd

Het tarief in box 3 wordt stapsgewijs verhoogd. In 2023 bedraagt het tarief 32% (nu 31%). In 2024 en 2025 gaat het tarief van box 3 met 1% omhoog, naar respectievelijk 33% en 34%.

Om de kleine spaarder te ontzien, wordt het heffingsvrije vermogen met ingang van 2023 verhoogd van €50.650 naar €57.000.

Ten slotte wordt, als gevolg van het Kerstarrest van de Hoge Raad en het daardoor noodzakelijke rechtsherstel, de heffingsgrondslag in box 3 aangepast. De Belastingdienst gaat hierbij uit van de werkelijke verdeling van jouw vermogens over drie vermogensgroepen:

  • banktegoeden;
  • overige bezittingen (onder meer beleggingen en onroerend goed);
  • schulden.

8. Verhoging overdrachtsbelasting voor bedrijven en beleggers

De overdrachtsbelasting voor vastgoed dat niet als eigen woning aangemerkt kan worden (kort gezegd vastgoed van beleggers), stijgt van 8% naar 10,4%. Per saldo gaan bedrijven en beleggers en kopers of verhuurders van een vakantiewoning hierdoor meer overdrachtsbelasting betalen.

9. Verhoging leegwaarderatio

De leegwaarderatio is een van de huurprijs afhankelijke factor voor het berekenen van de waarde van een geheel of gedeeltelijk verhuurde woning waarbij voor de huurder huurbescherming geldt. Deze wordt met ingang van 1 januari 2023 verhoogd. Hierdoor stijgt de waarde van een verhuurde woning in box 3, zodat de verhuurder meer belasting in box 3 moet betalen. Deze aanpassing werkt ook door in de schenk- en erfbelasting.

Daarnaast vindt nog een tweetal wijzigingen plaats:

  • tijdelijke huurcontracten worden met ingang van 1 januari 2023 uitgesloten van toepassing van de leegwaarderatio;
  • indien sprake is van verhuur aan gelieerde partijen (zoals een zoon of dochter) vervalt de mogelijkheid om de leegwaarderatio toe te passen.

Let op! De leegwaarderatio is niet van toepassing bij vakantiewoningen en
niet-woningen.

10. Afbouw en afschaffing jubelton voor de eigen woning

De schenkingsvrijstelling ten behoeve van de eigen woning, ook wel de jubelton genoemd, wordt per 1 januari 2024 volledig afgeschaft. De jubelton bedraagt nu (2022) €106.671, welke geldt voor ontvangers tussen de 18 tot 40 jaar oud. In aanloop naar de afschaffing in 2024 gaat de vrijstelling per 2023 omlaag naar €28.947.

Steunpakket energie voor ondernemers?

Voor huishoudens kondigt het kabinet naast dit koopkrachtpakket een prijsplafond aan voor elektriciteit en/of gas tot een bepaald gebruik. Daarnaast kondigt minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat aan dat er rond november een steunpakket komt voor ondernemers. Het is nog onduidelijk hoe deze plannen eruit komen te zien.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

 

Door |2022-09-26T08:25:24+02:0026 september 2022|Geen categorie, Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Top 10 Prinsjesdag 2022

  • Wijzigingen 2022 in belastingheffing eigen woning

Wijzigingen 2022 in belastingheffing eigen woning

Ook rond de eigen woning vindt volgend jaar een aantal wijzigingen in de belastingheffing plaats. Dit staat te lezen in het Belastingplan dat op Prinsjesdag bekend is gemaakt.

Aftrek hypotheekrente verder beperkt
Vanaf 2022 kan de hypotheekrente nog maar worden afgetrokken tegen een tarief van maximaal 40%. Momenteel is dat nog tegen maximaal 43%. Alleen degenen met een belastbaar inkomen van €69.398 of meer worden hierdoor getroffen.

Eigenwoningforfait daalt
Woningeigenaren moeten jaarlijks een percentage van de WOZ-waarde van de woning bij hun inkomen tellen, het zogenaamde eigenwoningforfait. Dit jaar bedraagt het eigenwoningforfait voor de meeste woningen 0,5%, volgend jaar 0,45%.

Let op! Voor woningen met een WOZ-waarde van meer dan €1.100.000 bedraagt het eigenwoningforfait over het meerdere van de WOZ-waarde boven €1.100.000 2,35%. Dit blijft in 2022 ongewijzigd.

Netto effect verschillend
Wat het lagere eigenwoningforfait per saldo oplevert, verschilt per belastingplichtige. Gemiddeld stegen de woningprijzen in 2020 namelijk 7,8%, maar dit percentage verschilt sterk per gemeente en per type woning.

Vermindering ‘Hillen-aftrek’
Betaal je geen of weinig rente omdat je een geringe hypotheekschuld hebt, dan is de eigenwoningforfait meestal hoger dan de aftrekbare hypotheekrente. Je hebt dan recht op een extra aftrek omdat je geen of een kleine eigenwoningschuld hebt. Dit wordt ook wel Hillen-aftrek genoemd. In 2022 heb je nog recht op een aftrek van 86,67% van het verschil tussen de eigenwoningforfait en de aftrekbare hypotheekrente. Dit jaar was dat nog 90%.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-26T08:59:57+02:0026 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wijzigingen 2022 in belastingheffing eigen woning

  • Vanaf 2022 hogere BPM

Vanaf 2022 hogere BPM

De belasting die bij aankoop van een nieuwe personenauto betaald moet worden (BPM), gaat de komende vier jaar stijgen. Dit is op Prinsjesdag in het Belastingplan 2022 bekendgemaakt.

Minder CO2-uitstoot
Nieuwe auto’s worden steeds milieuvriendelijker. Als gevolg daarvan neemt ook de CO2-uitstoot af. Omdat de BPM gekoppeld is aan de CO2-uitstoot, neemt zonder nadere maatregelen ook de opbrengst van de BPM af.

CO2-grens verlaagd, tarieven verhoogd
Om het verlies aan inkomsten via de BPM te voorkomen, worden de CO2-schijfgrenzen voor personenauto’s voor de jaren 2022 tot en met 2025 daarom elk jaar met 2,3% verlaagd. Daarnaast worden de schijftarieven met 2,35% verhoogd. Op deze manier sluit de belastinggrondslag beter aan bij de verwachte CO2-vermindering van nieuwe personenauto’s. Dit geldt ook voor diesels.

Onderzoek TNO
Genoemde maatregel is genomen op basis van onderzoek door TNO. Deze heeft de te verwachten reductie aan CO2-uitstoot onderzocht, waarbij rekening is gehouden met het feit dat nieuwe auto’s steeds zwaarder worden.

Let op! De plannen moeten nog door het parlement worden goedgekeurd.

Elektrische auto ontzien
Elektrische auto’s, alsmede auto’s op waterstof en zonnecellen, hebben geen last van de verhoging van de tarieven. Deze auto’s zijn namelijk tot en met 2024 vrijgesteld van BPM.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-20T10:30:46+02:0020 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vanaf 2022 hogere BPM