ondernemer

  • Ook TVL voor bepaalde groep startende ondernemers

Ook TVL voor bepaalde groep startende ondernemers

De TVL, met betrekking tot het vierde kwartaal van 2021 en het eerste kwartaal van 2022, komt ook beschikbaar voor een aantal starters. Het gaat om startende ondernemers die tussen juli 2020 tot en met september 2021 hun bedrijf begonnen zijn.

TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten)
Vanwege Corona hebben veel ondernemers te maken gehad met een omzetdaling. De TVL voorziet in een tegemoetkoming in de vaste lasten en kan maximaal 100% bedragen.

Dezelfde criteria
Voor de omvang van de TVL zijn dezelfde criteria van toepassing als voor niet-starters. Dit betekent bijvoorbeeld dat de minimale omzetdaling in het vierde kwartaal van 2021 20% dient te bedragen en in het eerste kwartaal van 2022 30%. Het maximumsubsidiebedrag is vastgesteld op €100.000 per kwartaal.

Referentieperiode
De nieuwe TVL-regeling zal voor de bepaling van de omzetdaling voor beide kwartalen uitgaan van de omzet in het derde kwartaal van 2021.

Let op! Ondernemers die in het derde kwartaal van 2021 zijn gestart, kunnen alleen TVL krijgen voor het eerste kwartaal van 2022. Ze hanteren daarbij als referentieperiode de eerste drie maanden volgend op de maand van inschrijving.

Via de site van de RVO kun je nagaan vanaf wanneer je de TVL kunt aanvragen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-15T19:35:09+01:0015 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Ook TVL voor bepaalde groep startende ondernemers

  • Uiterlijk 31 maart 2022 geruisloos de BV in

Uiterlijk 31 maart 2022 geruisloos de BV in

Heb je vóór 1 oktober 2021 de intentie vastgelegd om de IB-onderneming vanaf het jaar 2021 zonder fiscale afrekening (geruisloos) in te brengen in een BV? Dan moet je nu snel in actie komen als deze inbreng nog niet is afgerond.

Geruisloze inbreng
Bij een geruisloze inbreng in een BV hoef je geen inkomstenbelasting te betalen over stille en fiscale reserves en goodwill in de onderneming. De BV neemt als het ware fiscaal de plaats in van de IB-onderneming.

Let op! De oudedagsreserve kan niet zonder meer doorgeschoven worden naar de BV, maar er zijn wel mogelijkheden om deze om te zetten in een lijfrente bij de BV.

Voorovereenkomst
Als er plannen zijn om een IB-onderneming geruisloos in een BV te brengen, is het altijd verstandig om deze intentie vast te leggen in een voorovereenkomst. Wanneer deze voorovereenkomst vóór 1 oktober 2021 naar de Belastingdienst is gezonden, kan de inbreng in de BV met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021 plaatsvinden.

Oprichting van en inbreng in BV
Voorwaarden voor deze terugwerkende kracht zijn wel dat de oprichting van de BV én de inbreng van de onderneming in de BV plaatsvinden binnen 15 maanden ná 1 januari 2021. Dit betekent dat je nog tot en met 31 maart 2022 de tijd hebt om een BV op te richten en een onderneming in te brengen.

Tip! Voor 2022 gelden dezelfde spelregels. Registreer je vóór 1 oktober 2022 de voorovereenkomst bij de Belastingdienst? En richt je uiterlijk 31 maart 2023 een BV op en brengt je de IB-onderneming uiterlijk op die datum in? Dan kan dat, mits je aan alle overige voorwaarden voldoet, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2022.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-15T19:10:56+01:0015 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Uiterlijk 31 maart 2022 geruisloos de BV in

  • Controleer voorlopige berekening LIV, jeugd-LIV en LKV

Controleer voorlopige berekening LIV, jeugd-LIV en LKV

Heb je in 2021 recht op LIV, jeugd-LIV of LKV? Dan stuurt het UWV je uiterlijk 14 maart van dit jaar een voorlopige berekening. Controleer deze berekening goed. Je kunt namelijk nog tot en met 1 mei 2022 correcties aanbrengen.

LIV
Had je in 2021 een of meerdere werknemers in dienst met een loon van minimaal €10,48 tot en met maximaal €13,12 gemiddeld per uur? En werden voor deze werknemers in 2021 minimaal 1248 uren verloond? Dan heb je waarschijnlijk recht op het lage-inkomensvoordeel (LIV) dat kan oplopen tot €960 per werknemer per jaar.

Jeugd-LIV
Had je in 2021 een of meerdere werknemers in dienst die op 31 december 2020 18, 19 of 20 jaar oud waren? En was het gemiddelde uurloon van deze werknemers nagenoeg gelijk aan het wettelijk minimumloon voor hun leeftijd? Dan heb je waarschijnlijk recht op het jeugd-lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV). Dit jeugd-LIV kan oplopen tot €613,60 per werknemer per jaar.

LKV
Had je in 2021 een of meerdere voormalig werkloze oudere werknemers, arbeidsgehandicapte werknemers, werknemers uit de doelgroep banenafspraak of scholingsbelemmerden in dienst? Dan heb je mogelijk recht op een loonkostenvoordeel (LKV) dat kan oplopen tot maximaal €6.000 per werknemer per jaar.

Let op! Een belangrijke voorwaarde voor de LKV is de aanwezigheid van een zogenaamde doelgroepverklaring.

Controleer voorlopige berekening
Het UWV berekent voor welke werknemer(s) je recht hebt op LIV, jeugd-LIV en/of LKV. Dit gebeurt aan de hand van de aangiften loonheffingen 2021 die je uiterlijk 31 januari 2022 bij de Belastingdienst indiende. Het UWV stuurt je uiterlijk 14 maart 2022 een voorlopige berekening. In de specificaties hierbij zie je voor welke werknemer(s) je recht hebt op LIV, jeugd-LIV en/of LKV en voor welk bedrag.

Geef wijzigingen uiterlijk 1 mei door
Soms klopt de voorlopige berekening niet omdat niet alle gegevens juist in de aangifte loonheffingen zijn opgenomen. Deze aangiften kunnen tot en met uiterlijk 1 mei 2022 bij de Belastingdienst gewijzigd worden.

Let op! Wijzigingen in de aangifte loonheffingen ná 1 mei 2022 worden niet meer meegenomen in de definitieve berekening van de LIV, jeugd-LIV en LKV.

Zijn alle gegevens juist in de aangifte loonheffingen opgenomen? Maar klopt de voorlopige berekening desondanks niet? Dan kun je bellen met de UWV Telefoon Werkgevers. Je kunt deze telefoon ook bellen als je na 15 maart 2022 nog geen voorlopige berekening heeft ontvangen.

Tip! Stuur de voorlopige berekening ook naar jouw fiscaal adviseur die de loonadministratie voor je verzorgt. Deze adviseur kan de berekening controleren en mogelijke correcties in de aangiften loonheffingen tijdig doorgeven aan de Belastingdienst.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-14T20:56:56+01:0014 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Controleer voorlopige berekening LIV, jeugd-LIV en LKV

  • Dien BTW-correctie van 2021 vóór 1 april in

Dien BTW-correctie van 2021 vóór 1 april in

Als je in 2021 één of meer fouten hebt gemaakt in de aangiftes omzetbelasting, kun je dit corrigeren met een suppletieaangifte. Doe dit vóór 1 april 2022. Dan voorkom je dat je 4% belastingrente moet betalen over de nog te betalen BTW.

Wanneer suppletieaangifte?
Als je de BTW-aangifte al hebt ingediend, kun je bij een correctie van meer dan €1.000 de aangifte alleen nog wijzigen via een suppletie. Kleinere correcties kun je verrekenen bij de eerstvolgende BTW-aangifte.

Let op! Het gaat om het per saldo terug te krijgen of te betalen bedrag. Heb je bijvoorbeeld €1.600 te weinig BTW aangegeven en €900 te weinig BTW afgetrokken, dan is het verschil €700. Dit kun je corrigeren via de eerstvolgende BTW-aangifte.

Check de aangiftes
Veelal worden de BTW-aangiftes na afloop van een jaar nogmaals goed gecontroleerd, vaak voor de opmaak van de jaarrekening. Gemaakte fouten hoef je niet meer per tijdvak te splitsen. Je kunt dus voor het hele jaar 2021 één suppletieaangifte indienen.

Nog binnen aangiftetermijn?
Als je een suppletie indient over een tijdvak waarvan de aangiftetermijn nog niet is verstreken, dan kun je het verschuldigde bedrag voor de uiterste betaaldatum van dat tijdvak betalen, zonder dat je een nieuwe BTW-aangifte indient. De Belastingdienst verwerkt de suppletie dan als een verbeterde aangifte.

Geen belastingrente
Dien je een suppletieaangifte BTW over 2021 in vóór 1 april? Dan betaal je geen belastingrente. Dien je de suppletieaangifte vanaf 1 april 2022 in? Dan betaal je 4% belastingrente vanaf 1 januari 2022.

Boete
In principe legt de Belastingdienst een verzuimboete op, ook als de suppletieaangifte vóór 1 april 2021 is ingediend. Deze verzuimboete is 5%, maar maximaal €5.514. De Belastingdienst legt echter geen verzuimboete op als:

  • het te betalen BTW-bedrag op de suppletie maximaal €20.000 is, of
  • het te betalen BTW-bedrag op de suppletie kleiner is dan 10% van de BTW die je over heel 2021 per saldo al betaalde dan wel ontving.

Let op! Zonder tijdige suppletie riskeer je mogelijk ook een vergrijpboete die kan oplopen van 25% (bij grove schuld) tot 50% (bij opzet).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-14T20:30:24+01:0014 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Dien BTW-correctie van 2021 vóór 1 april in

  • Voldoen aan urencriterium is vereiste voor TOZO

Voldoen aan urencriterium is vereiste voor TOZO

Voor zelfstandig ondernemers die getroffen werden door de Coronacrisis, bestond tot oktober 2021 de Tozo, de tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers. De TOZO bevatte een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud en het verstrekken van een lening voor bedrijfskapitaal.

Urencriterium
Voor de Tozo moest worden voldaan aan het urencriterium. Het urencriterium houdt in dat een ondernemer ten minste 1.225 uren per jaar in zijn bedrijf werkzaam moet zijn. Het urencriterium geldt ook als voorwaarde voor tal van fiscale faciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek. Op deze manier worden parttime zelfstandigen uitgesloten.

Let op! De bewijslast dat wordt voldaan aan het urencriterium ligt bij de aanvrager van de TOZO. Desgevraagd zal hij dus moeten onderbouwen dat hij ten minste 1.225 uur per jaar in zijn bedrijf werkt.

Als je in 2019 zelfstandigenaftrek hebt gehad, voldoe je aan het urencriterium. Mocht je na 1 januari 2019 zijn gestart, dan moet je aannemelijk kunnen maken dat je in ieder geval in de periode tussen inschrijving bij de KvK en indiening van de aanvraag gemiddeld minimaal 24 uur per week in jouw bedrijf hebt gewerkt.

Versoepeling urencriterium
Voor de periode van 1 maart 2020 tot 1 oktober 2020 en voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021 gold er een versoepeling van het urencriterium. Je mag er in die periode gewoon van uitgaan dat je gemiddeld 24 uur per week aan jouw onderneming hebt besteed. Voor seizoensbedrijven gelden specifieke criteria.

Onvoldoende bewijs betekent geen Tozo
Onlangs kwam een zaak voor de rechtbank in Rotterdam waarbij een ondernemer de beslissing van de gemeente aanvocht dat hij geen recht had op de TOZO. Volgens de gemeente had de man niet aangetoond dat hij minstens 1.225 uur in zijn bedrijf werkzaam was. Ook had hij onvoldoende informatie verstrekt over zijn inkomen.

Cursussen
De man had onder meer aangevoerd dat hij in het kader van zijn onderneming ook tal van cursussen had gevolgd. Die tellen weliswaar mee voor het urencriterium – voor zover deze samenhangen met de onderneming -, maar er was op geen enkele manier aangetoond hoeveel uren hiermee gemoeid waren. Alleen het tonen van de facturen volstond hiertoe niet.

Eerder behaalde bedrijfsresultaten
De man had ook geen inzage gegeven in eerder behaalde bedrijfsresultaten. De gemeente had daarom het recht de reeds verstrekte TOZO-gelden terug te vorderen.

TOZO vervangen door Bbz
De TOZO-regeling is inmiddels vervangen door de voordien geldende Bbz-regeling. Die wijkt op één punt af van de Bbz-regeling zoals deze vóór de Coronacrisis gold. Daardoor bestaat nu ook recht op Bbz als een zelfstandig ondernemer over eigen vermogen beschikt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-09T16:20:47+01:009 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voldoen aan urencriterium is vereiste voor TOZO

  • Zorg voor registratie reiskostenvergoedingen

Zorg voor registratie reiskostenvergoedingen

Als je als werkgever de zakelijke reiskosten van de werknemers vergoedt, kan dit grotendeels onbelast. Daarvoor is wel vereist dat je de vergoedingen afdoende onderbouwt, anders riskeer je een naheffing met eventueel een boete.

Reiskosten
Zakelijke reiskosten van het personeel kun je veelal belastingvrij vergoeden. Voor reiskosten per auto geldt daarbij de bekende limiet van €0,19 per kilometer.

Onderbouwing
Je moet de verstrekte onbelaste reiskosten wel goed onderbouwen. Zo moet uit de administratie zijn af te leiden voor welke reizen een bepaalde kostenvergoeding is bestemd. Voor de reiskosten in het kader van het woon-werkverkeer kun je daarbij ook gebruikmaken van een forfaitaire regeling, de zogenaamde 128-dagenregeling.

Geen onderbouwing betekent naheffing
Enige tijd geleden kwam een zaak voor de rechtbank in Den Haag, waarbij een schoonmaakbedrijf de aan zijn werknemers betaalde reiskosten niet had onderbouwd. In totaal ging het om onbelaste betalingen ten bedrage van ruim €150.000. Omdat de onderbouwing ontbrak, volgde een naheffing loonheffingen.

Te weinig CAO-toeslag
De inspecteur was er bij de naheffingen vanuit gegaan dat de reiskostenvergoedingen een compensatie vormden voor de onbetaalde CAO-toeslagen waarop de schoonmakers recht hadden. Via deze route werd de toeslag onbelast uitbetaald.

Of de CAP-toeslagen al dan niet in het loon waren inbegrepen, kon volgens de rechtbank in het midden blijven. Van belang was dat de reiskosten niet waren onderbouwd en daarom ook niet onbelast mochten worden uitbetaald. Ook ontbrak de steekproef die een werkgever moet uitvoeren als hij een vaste vergoeding onbelast wil uitbetalen. Via deze steekproef kan worden aangetoond dat een vergoeding terecht onbelast kan blijven.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-07T15:58:59+01:007 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Zorg voor registratie reiskostenvergoedingen

  • Lage beloning meewerkende partner niet aftrekbaar

Lage beloning meewerkende partner niet aftrekbaar

Werkt jouw partner mee in de eenmanszaak en ontvangt jouw partner daarvoor een vergoeding? Dan is deze niet aftrekbaar van de winst als deze vergoeding lager is dan €5.000.

Voorwaarden beloning partner
Een beloning aan een meewerkende partner kan in beginsel in aftrek komen op de winst als:

  • door de partner ook daadwerkelijk werkzaamheden zijn verricht;
  • de omvang van die werkzaamheden meer is dan de hulp en bijstand die onder partners gebruikelijk is, en
  • de beloning niet hoger is dan normaal gebruikelijk voor dit soort werkzaamheden.

Discussie
De regering wilde in de jaren tachtig voorkomen dat veel discussie zou ontstaan over de vraag of de beloning aan een partner voldoet aan deze voorwaarden. Om die reden zijn vanaf de jaren tachtig al lage beloningen aan partners niet aftrekbaar van de winst in een eenmanszaak.

Let op! Tegenwoordig betekent dit dat een arbeidsbeloning aan een partner lager dan €5.000 niet aftrekbaar is van de winst in een eenmanszaak. Daar staat tegenover dat de partner ook geen belasting betaalt over deze arbeidsbeloning.

Strijd met gelijkheidsbeginsel
Een ondernemer die aan zijn echtgenote een jaarlijkse arbeidsbeloning betaalde van €1.500 vond dat de niet-aftrekbaarheid in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. Een vergoeding die hij betaalt aan iemand die niet zijn partner is, is immers wel aftrekbaar van de winst. De Hoge Raad was het niet eens met de ondernemer en oordeelde onlangs dat geen sprake was van strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel.
Dit betekent dat een arbeidsbeloning aan een partner lager dan €5.000 nog steeds niet aftrekbaar is van de winst in een eenmanszaak.

Meewerkaftrek
Als geen arbeidsbeloning aan de partner wordt toegekend, zou de meewerkaftrek toegepast kunnen worden. De meewerkaftrek is een percentage van de winst dat oploopt van 1,25% tot 4% van de winst. Hoe meer meegewerkte uren, des te hoger het toe te passen percentage.

Let op! Voor de meewerkaftrek geldt wel een aantal voorwaarden. Zo moet de partner minimaal 525 uren per jaar in de onderneming werken zonder vergoeding of een vergoeding lager dan €5.000.

Tip! De keuze tussen de arbeidsbeloning of toepassing van de meewerkaftrek kan jaarlijks opnieuw gemaakt worden. Welke keuze aantrekkelijk is, is afhankelijk van verschillende factoren.

Laat je daarover goed informeren. Houd er in ieder geval rekening mee dat het maximale belastingaftrektarief van de meewerkaftrek in 2022 nog maar 40% bedraagt en vanaf 2023 nog maar ongeveer 37%.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-03T15:45:35+01:003 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Lage beloning meewerkende partner niet aftrekbaar

  • Formulier toepassen 30%-regeling 2022 beschikbaar

Formulier toepassen 30%-regeling 2022 beschikbaar

Voor buitenlandse werknemers mag je als werkgever onder voorwaarden de zogenaamde 30%-regeling toepassen. Het hiervoor vereiste formulier is voor het jaar 2022 beschikbaar op de site van de Belastingdienst.

30%-regeling
Je mag een werknemer bepaalde extra kosten van zijn tijdelijke verblijf belastingvrij vergoeden. Je moet die kosten dan aantonen. Je kunt er echter ook voor kiezen om 30% van het salaris belastingvrij uit te keren, de zogenaamde 30%-regeling. Dan is geen bewijs nodig.

Ingangsdatum
Wil je vanaf de eerste werkdag gebruikmaken van de 30%-regeling, dan moet het formulier binnen vier maanden na die dag bij de Belastingdienst binnen zijn. Anders mag je pas gebruikmaken van de regeling vanaf de eerste dag van de maand na de maand waarin je het verzoek via het formulier doet.

Voorwaarden
Je mag de 30%-regeling alleen toepassen als de werknemer aan bepaalde voorwaarden voldoet. Belangrijk is dat de werknemer over een specifieke deskundigheid beschikt die in Nederland nauwelijks te vinden is.

Specifieke deskundigheid
Een werknemer beschikt voor de 30%-regeling over deze deskundigheid als zijn salaris exclusief de belastingvrije vergoeding in Nederland meer is dan €39.467. Is de werknemer jonger dan 30 jaar en bezit hij een Nederlandse mastertitel of heeft hij een buitenlandse gelijkwaardige titel behaald, dan moet het salaris exclusief de belastingvrije vergoeding meer zijn dan €30.001. Voor wetenschappelijke onderzoekers bij een aangewezen onderzoeksinstelling en artsen in opleiding tot specialist kun je de regeling altijd toepassen.

Niet voor werknemers in grensstreek
De regeling is niet bedoeld voor werknemers in de grensstreek. Bepaald is namelijk dat de werknemer in de 24 maanden vóór de eerste werkdag in Nederland, meer dan 16 maanden op een afstand van meer dan 150 kilometer hemelsbreed van de Nederlandse grens woont.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-02T13:37:45+01:002 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Formulier toepassen 30%-regeling 2022 beschikbaar

  • Einde steunpakket Corona in zicht

Einde steunpakket Corona in zicht

Door de Coronacrisis kunnen ondernemers een beroep doen op tal van financiële steunmaatregelen. Het merendeel ervan wordt vanwege het heropenen van de economie per 1 april van dit jaar beëindigd.

Welke maatregelen beëindigd?
De loonsteun via de NOW, de steun voor vaste lasten via de TVL, het uitstel van betaling van belastingschulden en de versoepeling van de bijstandsregeling voor zelfstandigen (Bbz) worden beëindigd. De Bbz blijft in zijn oorspronkelijke vorm wel bestaan. Concreet betekent dit dat voor het recht op Bbz weer meetelt hoeveel vermogen een zelfstandige bezit.

Kredietfaciliteiten nog niet beëindigd
Een aantal kredietfaciliteiten wordt nog wel enige tijd voortgezet. Het betreft de tijdelijke garantie- en kredietregelingen KKC en GO-C en de BMKB-C. De Qredits-overbruggingskredieten voor bestaande ondernemers en starters lopen door tot eind juni 2022. Dat geldt ook voor de leenfaciliteiten bij Cultuur+Ondernemen en de monumentenlening van het Nationaal Restauratiefonds.

Steun voor ondernemers met schulden
Ook de steun voor ondernemers met schulden loopt nog even door. Zo hoeven belastingschulden pas vanaf 1 oktober van dit jaar terugbetaald te worden. Ondernemers krijgen hiervoor vijf jaar de tijd. Daarnaast blijven gemeentes schuldhulpverlening bieden en stelt de Belastingdienst zich soepel op bij schuldsaneringen.

Steun voor evenementen
Voor de evenementensector worden de Aanvullende Tegemoetkoming Evenementen 2021 (ATE) en Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19 (TRSEC) verlengd tot en met 30 september 2022. Met deze verlenging worden de twee steunmaatregelen voor de sector samengevoegd in één nieuwe regeling, namelijk de Subsidie Evenementengarantie 2022 (SEG). De sector kan zodoende tot en met 31 maart 90% van de kosten vergoed krijgen als een evenement door de overheid verboden wordt, daarna tot en met 30 september 80%. Voor het deel van de kosten dat niet vergoed wordt, kan een lening worden afgesloten tegen 2% rente.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-01T13:16:37+01:001 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Einde steunpakket Corona in zicht

  • Dien uiterlijk 8 maart vaststellingsverzoek TVL Q2 in

Dien uiterlijk 8 maart vaststellingsverzoek TVL Q2 in

Als je voor het tweede kwartaal van 2021 de tegemoetkoming vaste lasten (TVL) hebt aangevraagd, moet je uiterlijk 8 maart van dit jaar een vaststellingsverzoek indienen. Met dit vaststellingsverzoek geef je de definitieve omzetdaling over de periode door.

TVL
De TVL is een tegemoetkoming in de vaste lasten voor ondernemers die tijdens de Coronacrisis met een omzetdaling geconfronteerd worden. De omzetdaling voor het tweede kwartaal van 2021 diende minimaal 30% te zijn.

Voorschot
Als je de TVL aanvraagt, ontvang je eerst een voorschot. Dit is gebaseerd op een schatting van de omzetdaling. Blijkt de werkelijke omzetdaling af te wijken, dan wordt dit gecorrigeerd bij de definitieve toekenning van de TVL.

Stuur bewijs mee
Stuur bij het vaststellingsverzoek het bewijs van de omzet mee. Dit kunnen bijvoorbeeld de BTW-aangiftes van de betreffende subsidieperiode zijn. De uitbetaling van de TVL verloopt dan sneller.

Deadline 8 maart
Je kunt het vaststellingsverzoek voor het tweede kwartaal van 2021, dus april tot en met juni, indienen bij de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) tot 8 maart 2022 23.59 uur. Vergeet dit niet, want als je geen vaststellingsverzoek indient, moet je de ontvangen TVL over dit kwartaal weer terugbetalen.

Let op! Bij een TVL-aanvraag van €125.000 of meer moet je ook gelijk een accountantsproduct meesturen bij het indienen van de vaststelling.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-01T13:07:51+01:001 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Dien uiterlijk 8 maart vaststellingsverzoek TVL Q2 in