heffingskorting

Advieswijzer Belasting over overwerk, bonussen en andere extra’s

Waarom betaal ik zoveel meer belasting over de vergoeding voor mijn overwerk, bonussen en andere extra’s dan over mijn normale salaris? Dat is een vraag die je als werkgever waarschijnlijk weleens van jouw werknemers krijgt. Hoe zit het nu echt?

Werknemers klagen weleens dat overwerken niet loont, omdat er voor hun gevoel bijna niets overblijft. En dat geldt niet alleen voor de vergoeding voor overwerk. Ook bonussen en andere extra vergoedingen lijken extra belast te worden.

Het gevoel is begrijpelijk. Het is echter uiteindelijk niet de vergoeding voor overwerk of de bonus die extra belast wordt, maar de belasting over het gehele loon stijgt. Het loon- en inkomstenbelastingtarief stijgt namelijk over het algemeen als het loon/inkomen hoger wordt. Daarnaast dalen de heffingskortingen (de kortingen op de te betalen belasting) vanaf een bepaald loon/inkomen. Het is dus niet zo dat het extra loon door het overwerk of een bonus zwaarder belast wordt, maar over het totale loon is meer belasting verschuldigd. Het totale loon is immers hoger geworden.

Kun je het nog volgen? Het is een lastig systeem dat inmiddels in de politiek ook ter discussie is gesteld. Voorlopig hebben we hier echter nog mee te maken. Daarom in deze advieswijzer een uitleg voor werkgever en werknemer ter verduidelijking.

Loonheffing

Geld

Voordat een werkgever loon kan uitbetalen aan een werknemer, moet de werkgever eerst loonbelasting en premies volksverzekeringen berekenen. Tezamen is dit de loonheffing. Deze loonheffing trekt de werkgever af van het brutoloon en betaalt hij aan de Belastingdienst. De berekening van deze loonheffing bestaat onder meer uit een tarief (percentage) verminderd met zogenaamde heffingskortingen. Met name die heffingskortingen maken de loonheffing ondoorzichtig. Hierna volgt een uitleg.

Tarief

De hoogte van het toe te passen tarief is afhankelijk van de hoogte van het loon van een werknemer. In 2025 bedraagt dit tarief voor iemand die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt 35,82% tot en met een loon op jaarbasis van € 38.440 en vanaf een loon op jaarbasis van € 38.441 tot en met € 76.817 37,48% Boven dat loon bedraagt het tarief 49,50%.

Heffingskortingen

Naast de berekening van het tarief moet de werkgever ook rekening houden met de zogenaamde heffingskortingen. Heffingskortingen zijn bedragen die in mindering komen op de in te houden bedragen, kortingen op de te betalen belasting dus. Eerst berekent de werkgever de belasting en premies volksverzekeringen aan de hand van het tarief. De heffingskortingen verlagen vervolgens dit berekende bedrag. Het dan resterende bedrag moet de werkgever van het brutoloon van de werknemer aftrekken en betalen aan de Belastingdienst.

Voorbeeld
Een werknemer verdient € 2.200 per maand. Het bedrag dat de werkgever moet inhouden, bedraagt € 788 (35,82% van € 2.200). Als deze werknemer in deze maand recht heeft op € 694 heffingskorting, houdt de werkgever geen € 788 in, maar € 94 (€ 788 min € 694). Per saldo houdt de werknemer door toepassing van de heffingskortingen € 2.106 (€ 2.200 min € 94) netto over. Hoewel het werkelijke tarief dus 35,82% bedraagt, ervaart deze werknemer een belasting- en premiedruk van 4,27% (€ 94 gedeeld door € 2.200 vermenigvuldigd met 100%).

Heffingskortingen toegepast op normale salaris

De heffingskortingen worden altijd volledig gebruikt bij de berekening van de heffing op het normale maandelijkse salaris. Op die manier kan iedere werknemer volledig gebruikmaken van zijn recht op korting. Heeft iemand recht op € 694 heffingskortingen in een maand, dan wordt deze volledige € 694 in mindering gebracht zoals in het voorbeeld hiervoor. Dit betekent wel dat als een werknemer in een maand extra loon ontvangt (bijvoorbeeld in verband met de uitbetaling van overuren of een bonus), daar geen extra heffingskorting op in mindering wordt gebracht. Het totale recht aan heffingskortingen is immers al opgegaan bij de berekening van het normale loon.

Voorbeeld
De werknemer uit het vorige voorbeeld krijgt in de maand maart € 500 extra loon in verband met de uitbetaling van overuren. Het totale loon in deze maand bedraagt hierdoor € 2.700 in plaats van € 2.200. Het bedrag dat de werknemer moet inhouden, bedraagt € 967 (35,82% van € 2.700). Het recht op heffingskorting in deze maand bedraagt voor de werknemer € 692. De werkgever houdt daarom € 275 (€ 967 min € 692) in. Per saldo houdt de werknemer deze maand € 2.425 (€ 2.700 min € 275) netto over. Hoewel het geldende tarief ook hier 35,82% bedraagt, ervaart deze werknemer een belasting- en premiedruk van 10,19% (€ 275 gedeeld door € 2.700 vermenigvuldigd met 100%).

De belasting- en premiedruk over het totale loon stijgt dus, omdat het totale loon hoger is geworden. Het extra loon wordt niet extra zwaar belast, maar het gemiddelde tarief over het totale loon stijgt. Ter vergelijking: op het loon van een werknemer met een normaal loon van € 2.700 per maand moet ook € 275 belasting en premies worden ingehouden. Ook deze werknemer ervaart een belasting- en premiedruk van 10,19%. Het is dus niet zo dat incidenteel extra loon meer belast wordt dan een vast hoger loon.

Heffingskortingen: geen vaste bedragen

In de vorige twee voorbeelden daalde het recht op heffingskorting van € 694 bij een loon van € 2.200 naar € 692 bij een loon van € 2.700. Heffingskortingen zijn namelijk geen vaste bedragen, maar ze zijn afhankelijk van de hoogte van het loon/inkomen. Dit betekent dat de heffingskortingen lager kunnen worden als het totale loon hoger wordt. Dit betekent dus ook dat als gevolg van extra loon, de totale heffingskortingen lager kunnen worden.

Algemene heffingskorting

Zo bedraagt een van de heffingskortingen, de algemene heffingskorting, in 2025 bijvoorbeeld € 3.068 per jaar bij een jaarlijks loon tot en met € 28.405. Is het jaarlijkse loon hoger, dan is de algemene heffingskorting ongeveer € 0,06337 lager voor elke euro boven deze € 28.405. Bij een jaarlijks loon van € 76.817 of meer, bestaat in 2025 daardoor helemaal geen recht meer op algemene heffingskorting.

Arbeidskorting

Een andere heffingskorting, de arbeidskorting, loopt in 2025 eerst op tot maximaal € 5.599 per jaar bij een jaarlijks loon van € 43.071, maar wordt voor elke euro boven deze € 43.071 verlaagd met € 0,0651. Vanaf een jaarlijks loon van € 129.078 bestaat daardoor helemaal geen recht meer op arbeidskorting.
Deze op- en afbouw van de heffingskortingen hebben dus ook invloed op belasting- en premiedruk die een werknemer ervaart.

Let op! De heffingskortingen kunnen ook een rol spelen bij de vraag of een werknemer nog inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen (hierna: inkomstenbelasting) verschuldigd is. De loonheffing die de werkgever inhoudt, is namelijk een voorheffing op de inkomstenbelasting. Bij een werknemer met één dienstverband is de ingehouden loonheffing, afgezien van persoonlijke omstandigheden zoals een eigen huis of alimentatie, over het algemeen gelijk aan de inkomstenbelasting. Deze werknemer hoeft dan geen inkomstenbelasting te betalen. Bij werknemers met meer dienstverbanden is het totaal van de ingehouden loonheffing door de meerdere werkgevers vaak lager dan de inkomstenbelasting. Deze werknemer moet dan bijbetalen via zijn aangifte inkomstenbelasting. Dit verschil kan veroorzaakt worden doordat meerdere werkgevers rekening hebben gehouden met de heffingskortingen, terwijl elke werknemer daar uiteindelijk maar één keer recht op heeft. Een andere oorzaak kan een verschil in tarief zijn over de afzonderlijke lonen en het totale loon (hoger tarief bij hoger totaal loon).

Gevolgen voor andere regelingen

Werknemers moeten zich realiseren dat er diverse regelingen bestaan die afhankelijk zijn van het inkomen (loon is onderdeel van dit inkomen). Denk bijvoorbeeld aan diverse toeslagen (kinderopvangtoeslag, zorgtoeslag, huurtoeslag) en het kindgebonden budget. Een hoger loon/inkomen zou kunnen betekenen dat recht bestaat op minder of geen bijdrage uit deze regelingen.
Een werkgever heeft geen inzicht in de persoonlijke situatie van de werknemer en kan daarom met deze gevolgen geen rekening houden. De werknemer moet daarom zelf de gevolgen van een hoger loon voor andere regelingen beoordelen.

Tip! Op de website van het Nibud zijn diverse handige hulpmiddelen voor de werknemer beschikbaar. Zo kan een werknemer meer inzicht krijgen in wat meer uren werken betekent voor het nettoloon door gebruik te maken van de WerkUrenBerekenaar. Wil een werknemer weten op welke regelingen mogelijk recht bestaat, laat de werknemer dan gebruikmaken van BerekenUwRecht. En wijs de werknemer ook eens op de andere hulpmiddelen op de website van het Nibud, zoals Geldplan Pensioen (voor inzicht in het pensioen) en Geldplan Rondkomen met kinderen (voor inzicht in regelingen en subsidies voor gezinnen met kinderen).

Vrije ruimte in werkkostenregeling

Als een werkgever ervoor kan kiezen om een extra vergoeding aan te wijzen in de vrije ruimte, dan kan dit gunstig zijn voor de werknemer. De werknemer heeft dan geen last van afbouw van heffingskortingen of gevolgen voor andere regelingen. Bedragen die aangewezen zijn in de vrije ruimte tellen namelijk niet mee als loon voor de werknemer voor de heffingskortingen of de andere regelingen.

Let op! Het is niet mogelijk om zonder meer loon aan te wijzen in de vrije ruimte. Hiervoor gelden voorwaarden. Zo moet het bijvoorbeeld gebruikelijk zijn om bepaalde vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan te wijzen. Bovendien is de vrije ruimte in 2025 beperkt tot 2% over de eerste € 400.000 totale loonsom en 1,18% over het meerdere. Komt het totaal van deze vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen in een jaar boven deze vrije ruimte, dan betaalt de werkgever 80% eindheffing over dit meerdere.

Tot slot

De berekening van de loonheffing over lonen is niet eenvoudig. In de tekst en de voorbeelden hiervoor is geprobeerd het een en ander zo eenvoudig mogelijk te houden. Houd er daarom rekening mee dat de voorbeelden niet de werkelijke heffingen, heffingskortingen en nettolonen weergeven, maar dat de werkelijkheid hier iets van kan afwijken.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Door |2025-03-31T20:15:58+02:0031 maart 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Belasting over overwerk, bonussen en andere extra’s

Algemene heffingskorting verlaagd, afbouwpunt verhoogd in 2025

Het maximum van de algemene heffingskorting wordt per 2025 per saldo verlaagd met € 294. De maximale korting bedraagt vanaf dan € 3.068. Het maximale bedrag aan algemene heffingskorting wordt per 2025 vanaf een hogere inkomensgrens afgebouwd tot aan het inkomen waarbij het tarief van 49,5% begint. Dit staat in de belastingplannen voor 2025.

Afbouwgrens ligt hoger

Grafiek

Iedereen tot een bepaald inkomen heeft recht op de algemene heffingskorting. Deze korting komt in mindering op de te betalen belasting. De grens vanaf waar de algemene heffingskorting wordt afgebouwd ligt voor 2024 op € 24.812, voor 2025 ligt dit waarschijnlijk rond € 28.406.

Let op! De daadwerkelijke grens is gekoppeld aan het wettelijke minimumloon. Iedereen met een inkomen tot het minimumloon heeft namelijk in 2025 recht op de maximale heffingskorting. De hoogte van de grens wordt daarom pas definitief vastgesteld ná de definitieve vaststelling van het wettelijke minimumloon voor 2025.

Afbouw tot inkomensgrens tarief 49,5%

Het afbouwen van deze heffingskorting vindt plaats tot een inkomen van € 76.817. Dit is het inkomen waar een tarief begint van 49,5%. Vanaf dit inkomen bestaat in 2025 daarom geen recht meer op de algemene heffingskorting.

Let op! Het afbouwpercentage is op basis van de voorlopige vastgestelde afbouwgrens van € 28.406 voorlopig vastgesteld op 6,337%. Als de definitieve afbouwgrens is vastgesteld, kan ook het definitieve afbouwpercentage worden vastgesteld.

Overige heffingskortingen

De bedragen van de overige heffingskortingen zoals de arbeidskorting worden per 2025 geïndexeerd met 1,2%. Het afbouwpunt van de arbeidskorting ligt vanaf 2025 waarschijnlijk rond € 43.071 (2024: € 39.957). Omdat dit afbouwpunt ook gekoppeld is aan het wettelijke minimumloon moet de definitieve vaststelling nog plaatsvinden.

Koppeling met AOW

De afbouw van de algemene heffingskorting vindt plaats vanaf waarschijnlijk € 28.406 (definitieve vaststelling afhankelijk van hoogte wettelijk minimumloon in 2025). Vanwege een netto-netto koppeling betekent dit dat ook de AOW- en bijstandsuitkeringen verhoogd worden.

Heffingskorting AOW’ers

Voor AOW-gerechtigden wordt de maximale algemene heffingskorting ook verminderd en wel per saldo met € 199. Het maximum komt voor hen op € 1.536 per jaar te liggen. Het afbouwpunt is net als voor niet-AOW’ers waarschijnlijk € 28.406.

Let op! De plannen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en zijn dus nog niet definitief.

Door |2024-10-23T11:23:25+02:0023 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Algemene heffingskorting verlaagd, afbouwpunt verhoogd in 2025

Kabinet draait verhoging tarief box 2 weer terug

De belastingplannen voor 2025 bieden goed nieuws voor degenen die een aanmerkelijk belang hebben in een bv, waaronder dga’s. Het tarief van de tweede schijf in box 2 wordt namelijk verlaagd van 33 naar 31%. Uitkeringen uit de bv, zoals dividend, worden daardoor voor degenen met een aanmerkelijk belang minder zwaar belast als deze uitkeringen belast zijn in de tweede schijf. Het kabinet draait daarmee de tariefsverhoging van dit jaar voor een deel weer terug.

Tarief box 2

Euro

Het tarief van box 2 kent vanaf 2024 twee schijven. De eerste schijf kent in 2025 een tarief van 24,5%. Dit tarief blijft ongewijzigd ten opzichte van 2024, alleen de schijf wordt iets verruimd van € 67.000 in 2024 naar € 67.804 in 2025. De tweede schijf kent in 2025 een tarief van 31% voor het inkomen boven € 67.804. Dit jaar (2024) is dit tarief nog 33% en geldt dit vanaf € 67.000. In 2025 geldt dus een verlaging van het tarief met 2%.

Dubbel profijt voor partners

Fiscale partners kunnen inkomsten in box 2 overigens onderling verdelen. Als ze dit doen, kunnen ze tot een inkomen in box 2 van € 135.608 van het lage tarief van 24,5% profiteren. Alleen boven dit bedrag geldt dan ook voor hen het hoge tarief van 31%.

Tip! Als jouw partner geen inkomen heeft, is het aan jouw partner toedelen van een deel van dividend ook een manier om te voorkomen dat de algemene heffingskorting verloren gaat.

Box 2 voortaan ook van belang voor hoogte heffingskorting

Naast genoemde tariefsverlaging is voor dga’s van belang dat de hoogte van de algemene heffingskorting vanaf 2025 ook afhangt van het inkomen in box 2. Inkomen in box 2 zou er vanaf 2025 daarom voor kunnen zorgen dat de algemene heffingskorting lager of zelfs nihil wordt. Dit kan betekenen dat je niet alleen 24,5% betaalt over een dividenduitkering, maar ook nog minder algemene heffingskorting krijgt (ter grootte van 6,337 % van de dividenduitkering). Of dit effect daadwerkelijk optreedt is afhankelijk van de hoogte van jouw andere inkomen (waaronder jouw loon uit de bv).

Ook in 2024 al dividend?

In 2024 betaal je tot € 67.000 (als je een fiscale partner heeft tot € 134.000) 24,5% in box 2. In 2024 heeft een dividenduitkering nog geen invloed op de hoogte van de algemene heffingskorting. Beoordeel daarom of je tot dit bedrag tegen het lage tarief van 24,5% een dividenduitkering kunt doen.

Let op! Houd er wel rekening mee dat dividenduitkeringen in 2024 jouw vermogen in box 3 verhogen. 

Tip! Krijg je te maken met de Wet excessief lenen, ook wel de dga-taks genoemd? Bijvoorbeeld omdat je een schuld heeft aan jouw bv die meer bedraagt dan € 500.000? Dan kun je dat mogelijk in 2024 oplossen tegen (deels) het 24,5%-tarief in box 2. Overleg hierover met een van onze adviseurs.

Door |2024-09-23T10:39:41+02:0023 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Kabinet draait verhoging tarief box 2 weer terug
  • Voorjaarsnota: wat zijn de fiscale gevolgen?

Voorjaarsnota: wat zijn de fiscale gevolgen?

Ondernemers gaan bij hogere winsten meer vennootschapsbelasting betalen en in box 2 worden twee tarieven geïntroduceerd, in plaats van één tarief nu. Deze en andere nieuwe belastingmaatregelen komen uit de plannen van de Voorjaarsnota van 20 mei 2022.

Voorjaarsnota
Vrijdag 20 mei 2022 zond de minister van Financiën de Voorjaarsnota naar de Tweede Kamer. De Voorjaarsnota bevat een bijwerking van de begroting voor 2022 en de plannen voor 2023 en verder. Hieruit kunnen verschillende nieuwe belastingmaatregelen ontleend worden.

Nieuwe belastingmaatregelen vanaf 2023
De belangrijkste aangekondigde nieuwe belastingmaatregelen vanaf 2023 zijn:

• De tariefschijf vennootschapsbelasting gaat weer naar €200.000 (is nu €395.000). Vanaf 2023 is dus voor winsten boven de €200.000 al 25,8% vennootschapsbelasting verschuldigd.
• Het is vanaf 2023 niet langer mogelijk om een bedrag te reserveren voor de Fiscale Oudedagsreserve (FOR).
• De verhoging van het heffingsvrij vermogen in box 3 van €50.650 naar circa €80.000 gaat niet door.
• De aangekondigde verhoging van de ouderenkorting vanaf 2023 gaat niet door.
• De doelmatigheidsmarge in het gebruikelijk loon wordt verlaagd van 25% naar 15% met als gevolg dat mogelijk een verhoging van het DGA-loon nodig is.
• Het algemene tarief in de overdrachtsbelasting voor beleggers gaat van 8% omhoog naar 10,1% (was eerder 9% aangekondigd).

Tarieven box 2 en 30%-regeling vanaf 2024
Vanaf 2024 zijn twee tarieven in box 2 aangekondigd: 26% voor de eerste €67.000 inkomsten per persoon, 29,5% daarboven. Op dit moment geldt één tarief van 26,9%.
Daarnaast wordt de 30%-regeling vanaf 2024 beperkt tot de zogenaamde Balkenende norm.

Algemene heffingskorting vanaf 2025
De daling van de algemene heffingskorting is vanaf 2025 niet alleen maar afhankelijk van het inkomen in box 1, maar ook van het inkomen in box 2 en 3.

Meevallers reiskostenvergoeding en zonnepanelen
Naast deze lastenverzwarende maatregelen zijn ook wat meevallers te melden. Zo vindt de eerder aangekondigde verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding al plaats vanaf 2023. Daarnaast start de afbouw van de salderingsregeling voor de teruglevering van energie van zonnepanelen niet in 2023 maar in 2025 en is vanaf 2023 geen BTW meer verschuldigd over de levering en installatie van zonnepanelen op en in de onmiddellijke nabijheid van woningen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-23T14:12:20+02:0023 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voorjaarsnota: wat zijn de fiscale gevolgen?

  • Waarom blijft er zo ‘weinig’ over van mijn eindejaarsbonus?

Waarom blijft er zo ‘weinig’ over van mijn eindejaarsbonus?

Aan het einde van het jaar keert mijn werkgever aan mij een bonus uit van €15.000. Op deze bonus wordt 55,5% belasting ingehouden. Hoe kan dat? Het hoogste belastingtarief is toch 49,5%?

Schijventarief
In de loonbelasting, maar ook in de inkomstenbelasting, kennen we een zogenaamd schijventarief. Vanaf een bepaald inkomen wordt een bepaald belastingtarief toegepast, welke stijgt naarmate het inkomen hoger is. In 2021 geldt voor zowel de loonbelasting als de inkomstenbelasting voor personen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt, het volgende schijventarief:

Schijf Belastbaar inkomen Belasting
1 t/m € 68.508 37,1%
2 vanaf € 68.508 49,5%

Op basis van de tarieven zou men verwachten dat bij een inkomen vanaf €68.508 de belasting over een bonus van €15.000 inderdaad 49,5% bedraagt. Dit is echter niet altijd het geval.

De heffingskortingen verstoren de boel
De te betalen belasting wordt namelijk niet alleen bepaald door het toe te passen tarief. Naast dit tarief worden ook zogenoemde heffingskortingen toegepast. Deze kortingen vormen een vermindering op de te betalen belasting. Men zou verwachten dat hierdoor de belastingdruk juist minder dan 49,5% zou bedragen.

Helaas is dat niet het geval. De bedragen van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting worden sinds een aantal jaren namelijk lager naarmate het inkomen hoger wordt. Dit heet de afbouw van de heffingskortingen. Met name vanaf 2016 is die afbouw sterk toegenomen. Zo bedraagt de afbouw van de arbeidskorting in 2021 6% voor zover het arbeidsinkomen hoger is dan €35.652.

Bij de berekening van de belasting over het reguliere salaris wordt geen rekening gehouden met de hoogte van een eventuele bonus. Door de bonus wordt de arbeidskorting echter wel met 6% verminderd wanneer het jaarloon meer bedraagt dan €35.652. Omdat bij de berekening van het reguliere salaris deze 6% vermindering niet is meegenomen, wordt de belastingdruk op de uitgekeerde bonus hiermee verhoogd. Per saldo betaal je daarom 55,5% (49,5% + 6%) over de bonus.

Belasting rekening houdend met afbouw heffingskortingen
Wil je weten hoe hoog de belastingdruk bij een bepaald inkomen werkelijk is, dan kun je gebruikmaken van de volgende tabel. Deze tabel geldt voor personen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. Hierin is zowel de afbouw van de arbeidskorting als de algemene heffingskorting verwerkt.

Schijf Belastbaar inkomen Belasting
1 t/m € 21.044 34,44%
2 van €21.044 tot € 35.653 40,41%
3 van € 35.653 tot € 68.508 49,08%
4 van € 68.508* tot € 114.194 55,5%
5 vanaf € 114.194** 49,5%

*vanaf dit bedrag geen recht meer op algemene heffingskorting
**vanaf dit bedrag geen recht meer op arbeidskorting

Deze tabel laat de verrassende uitkomsten van de afbouw van de heffingskortingen zien. Zo bedraagt de belastingdruk op extra inkomen tussen de €68.508 en €114.194 6% meer dan de belastingdruk op het inkomen vanaf €114.194. Opmerkelijk is ook dat het tarief van 49,08% voor inkomens tussen €35.653 en €68.508 niet ver verwijderd is van het toptarief van 49,5%.

Let op! Voor inkomens tot € 21.044 kunt u de tabel niet gebruiken. Voor deze inkomens is de arbeidskorting lager dan het standaardbedrag, maar loopt deze op naarmate het inkomen hoger wordt.

Correctie in aangifte inkomen
Met de extra belastingdruk op incidentele beloningen kan mogelijk niet altijd voldoende correctie worden toegepast. Soms is de correctie ook te veel. Omdat de loonbelasting een voorheffing is op de inkomstenbelasting, trekt zich dit allemaal recht in de aangifte inkomstenbelasting. Daarin wordt het exact verschuldigde bedrag berekend. Dat kan betekenen dat je alsnog moet bijbetalen of iets terugkrijgt. Ook als je normaal gesproken geen aangifte doet, kan het dus lonen om een proefaangifte te doen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-31T11:24:34+01:0031 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Waarom blijft er zo ‘weinig’ over van mijn eindejaarsbonus?

  • Correctie heffing box 3 door interen op vermogen

Correctie heffing box 3 door interen op vermogen

Als je moet interen op het vermogen om de verschuldigde belasting in box 3 te voldoen en je hebt alleen inkomsten uit rente, dan moet de verschuldigde box 3-belasting worden gecorrigeerd. Dit volgt uit een uitspraak van rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Box 3 ter discussie
De belastingheffing in box 3 staat al jaren ter discussie. De heffing is namelijk gebaseerd op een fictief rendement, dat hoger wordt verondersteld naarmate het vermogen toeneemt. Dus los van de vraag wat het werkelijke rendement is dat met het vermogen wordt behaald.

Buitensporige last
In bovengenoemde zaak concludeerde de rechtbank dat de heffing in deze specifieke situatie een individuele en buitensporige last oplevert. Uit eerdere rechtszaken is af te leiden dat dit een reden kan zijn de belastingheffing met succes aan te vechten.

Alleen inkomsten uit rente
In de betreffende zaak had een echtpaar alleen inkomsten uit rente. De te betalen belasting bedroeg meer dan het inkomen dat uit rente werd verkregen. Het echtpaar had ook geen andere inkomsten. De rechtbank verminderde daarop het fictieve rendement met ruim €125.000, zodat dit beter aansloot bij het inkomen dat uit rente werd verkregen.

Heffingskorting
De rechtbank hield daarbij ook rekening met het feit dat er van een individuele en buitensporige last sprake kan zijn als de belastingheffing de rente-inkomsten niet overschrijdt. Indien dit namelijk wordt veroorzaakt door de algemene heffingskorting is van belang dat deze juist in het leven is geroepen om over een bepaald minimuminkomen geen belasting te heffen.

Toekomstig inkomen niet van belang
Het echtpaar had ook nog aandelen in een stamrecht-BV die te zijner tijd uitkeringen op zouden leveren. Hiermee mocht volgens de rechtbank echter nu nog geen rekening worden gehouden. Ondanks deze toekomstige uitkeringen en een bezit van ruim €1,2 miljoen aan spaartegoeden en een hypotheekvrije eigen woning, werden de aanslagen vanwege de geconstateerde buitengewone last dus toch verlaagd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-03T16:40:55+01:003 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Correctie heffing box 3 door interen op vermogen

  • Top 10 Eindejaarstips

Top 10 Eindejaarstips

Welke fiscale maatregelen kun je als ondernemer dit jaar nog treffen die voordelig voor je kunnen uitpakken? Hoe kun je nu al slim inspelen op wijzigingen die vanaf 2022 gaan gelden? Tien praktische tips.

Let op! De plannen van het kabinet moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

1. Koop nog snel een elektrische auto
Was je al van plan op korte termijn een elektrische auto te kopen en op de zaak te zetten, doe dat dan nog dit jaar. Vanaf volgend jaar wordt de bijtelling namelijk verhoogd van 12% naar 16% én geldt dit lagere tarief nog maar voor de eerste €35.000 van de cataloguswaarde in plaats van tot €40.000 nu. Door de auto nog in 2021 te kopen, profiteer je nog vijf jaar van de lage bijtelling. Ook profiteer je dit jaar van 13,5% milieu-investeringsaftrek tot een maximale catalogusprijs van €40.000.

2. Heroverweeg fiscale eenheid
Het tarief in de vennootschapsbelasting bedraagt 15% tot een winst van €245.000. Volgend jaar geldt dit tarief tot €395.000. Boven genoemde winsten bedraagt het tarief 25%. Bezit je meerdere BV’s, dan kun je via een fiscale eenheid winsten en verliezen onderling verrekenen. Tegenover dit voordeel staat een nadeel dat je slechts één keer van de lage tariefschijf profiteert. Heroverweeg daarom de fiscale eenheid en ontbind deze tijdig indien gewenst. Als je de verbreking per 2022 wilt realiseren, moet het verzoek hiertoe vóór 1 januari 2022 zijn ontvangen door de Belastingdienst.

3. Gebruik de verruimde schenkvrijstelling
Vanwege Corona zijn de vrijstellingen in de schenkbelasting alleen dit jaar met €1.000 verhoogd. Voor schenkingen aan kinderen bedraagt de vrijstelling nu €6.604, voor schenkingen aan kleinkinderen en overige derden €3.244. Gebruik deze extra ruimte!

4. Gebruik de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling
De vrije ruimte in de werkkostenregeling bedraagt vanwege Corona dit jaar 3% tot een loonsom van €400.000 en 1,18% over het meerdere. Het percentage tot een loonsom van €400.000 wordt in 2022 verlaagd tot 1,7%. Gebruik de vrije ruimte dus zo mogelijk nog dit jaar, want ongebruikte vrije ruimte kun je niet doorschuiven naar 2022.

5. Voorkom dat heffingskortingen verloren gaan
Enkele heffingskortingen kan een partner, die zelf te weinig inkomen heeft, nog maar beperkt uitbetaald krijgen. Het betreft de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Degenen die vóór 1 januari 1963 geboren zijn, hebben geen last van het beperkt uitbetalen van de algemene heffingskorting, wel van de beperkingen inzake de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Je kunt voorkomen dat de heffingskortingen verloren gaan door aan je partner inkomsten in box 2, zoals dividend, toe te delen, of vermogen in box 3 bij je partner te laten belasten.

6. Optimaliseer KIA
Als je dit jaar meer dan €2.400 investeert, heb je mogelijk recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Dit is een extra aftrek op de winst. De aftrek loopt af naarmate je meer investeert. Overweeg daarom investeringen op het eind van dit jaar uit te stellen, als je daarmee in 2021 en 2022 een hogere KIA krijgt.

7. Houd Milieulijst in de gaten
Als je milieuvriendelijk investeert, heb je mogelijk recht op de milieu-investeringsaftrek (MIA). De percentages hiervan worden in 2022 verhoogd, dus zou het aantrekkelijk zijn om investeringen uit te stellen tot 2022. Het is nu nog echter niet duidelijk welke bedrijfsmiddelen voor de MIA in aanmerking komen in 2022 en welk percentage dan voor het betreffende bedrijfsmiddel geldt. Dit wordt eind 2021 gepubliceerd in een nieuwe Milieulijst. Houd dit eind dit jaar in de gaten en beslis dan of je nog dit jaar of beter juist volgend jaar milieuvriendelijk investeert. Bereid een en ander alvast voor met de leveranciers.

8. Plan opname liquiditeiten
Het privévermogen wordt belast in box 3. De peildatum is 1 januari van het jaar. Zorg daarom dat je vóór 1 januari niet te veel liquiditeiten opneemt uit de eenmanszaak of BV. Je betaalt, afhankelijk van de omvang van het vermogen, in 2022 namelijk tot maximaal 1,71% aan belasting over de opgenomen liquiditeiten. Je kunt ook vanuit privé vóór 1 januari liquiditeiten in het bedrijf storten.

9. Schenken ten behoeve van de woning
Wilt je je kinderen of een derde een bedrag schenken in verband met de aankoop van een eigen woning of aflossing van hun hypotheek, dan is deze schenking dit jaar onbelast tot een bedrag van €105.302. Schenk je nog dit jaar, dan vermindert dit het vermogen in box 3 met hetzelfde bedrag, wat je maximaal zo’n €1.800 aan belasting kan schelen.

10. Cluster de zorgkosten
Zorgkosten zijn nog steeds aftrekbaar. Dit jaar nog tegen maximaal 43%, volgend jaar tegen maximaal 40%. Er geldt wel een drempel, wat betekent dat alleen de zorgkosten boven deze drempel aftrekbaar zijn. Heb je bijvoorbeeld dit jaar een fors bedrag aan de tandarts uitgegeven en wil je bijvoorbeeld een nieuw hoortoestel aanschaffen, overweeg dit dan nog dit jaar te doen. Waarschijnlijk schiet je dan voor een groter bedrag over de drempel heen, wat je belastingbesparing oplevert.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-15T09:50:21+02:0015 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Top 10 Eindejaarstips
  • Belastingheffing bij partner van ondernemer met TOZO

Belastingheffing bij partner van ondernemer met TOZO

Ondernemers die in 2020 een TOZO-uitkering ontvingen en een partner hebben, kunnen bij de aangifte over 2020 geconfronteerd worden met een belastingheffing bij die partner. Dit is het gevolg van het feit dat de TOZO voor 50% aan die partner wordt toegerekend. De ‘schade’ kan in de honderden euro’s lopen.

TOZO
Zelfstandigen die door Corona in financiële moeilijkheden zijn gekomen, kunnen sinds maart 2020 in aanmerking komen voor de TOZO (Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers). Via de TOZO kan het inkomen van een zelfstandige worden aangevuld tot het bestaansminimum. Dit is maximaal €1.500. De TOZO kon in de eerste maanden ook worden verkregen als de partner van een zelfstandige zelf wel voldoende inkomen had.

Heb je een partner?
De toerekening van de TOZO geschiedt voor zelfstandigen met een partner voor 50% aan de partner, die hier ook zelf belasting over moet betalen. De gemeente houdt hier bij het uitbetalen wel rekening mee, maar niet met het feit dat de partner wellicht al een deel van de heffingskorting gebruikt vanwege eigen inkomsten.

Heffingskorting
Als de heffingskorting al helemaal of deels gebruikt is vanwege inkomsten van de partner zelf, wordt het deel van de TOZO dat aan de partner wordt toegerekend zwaarder belast. Dit wordt zichtbaar bij het doen van de belastingaangifte over 2020.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-23T13:03:34+01:0023 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Belastingheffing bij partner van ondernemer met TOZO
  • Wat zijn de nieuwe plannen voor arbeids- en heffingskorting?

Wat zijn de nieuwe plannen voor arbeids- en heffingskorting?

Om de koopkracht te stimuleren en de inkomens te sturen, worden ook volgend jaar weer de schijven, kortingen en tarieven van Box 1 aangepast. Dit staat in het Belastingplan 2021. Hoe komen de cijfers van Box 1 er in 2021 uit te zien?

Arbeidskorting extra verhoogd
De algemene heffingskorting stijgt iets en de arbeidskorting wordt extra verhoogd. Deze verhoging bedraagt maximaal €386 en bereikt daarmee een maximum van €4.205. Op deze manier wordt werken beloond.

Ouderen ontzien
Om de ouderen te ontzien wordt voor hen de speciale ouderenkorting met €81 verhoogd. De maximale ouderenkorting wordt daardoor €1.703.

Co-ouderschap
Bij een echtscheiding met kinderen worden de zorgtaken vaak onderling verdeeld. In die gevallen bestaat er vaak recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). De Hoge Raad heeft in een arrest onlangs het recht op de IACK verruimd door te beslissen dat ook recht op de IACK kan bestaan als een kind doorgaans niet minstens drie hele dagen per week bij een ouder verblijft. Vanwege deze verruiming wordt de IACK in 2021 met €113 verlaagd en vanaf 2022 weer met €77 verhoogd. Van het verschil wordt de verruiming in de IACK betaald.

Verlaging eerste schijf
Vorig jaar was al beslist dat de het tarief in de eerste schijf in Box 1 met 0,25%-punt wordt verlaagd en dat blijft overeind. Dit heeft voor iedereen een positief effect op de koopkracht. Het tarief van de tweede schijf, blijft gehandhaafd op 49,5%.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2020-09-29T09:42:42+02:0029 september 2020|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Wat zijn de nieuwe plannen voor arbeids- en heffingskorting?