denhelder

  • Nieuwsbrief april 2023

Nieuwsbrief april 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 10 april 2023, 20:00 uur.


1. Nieuwe maatregelen voor de arbeidsmarkt

Minister van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een pakket aan maatregelen gepresenteerd om de arbeidsmarkt vlot te trekken. Het pakket is bedoeld om werkenden meer inkomenszekerheid te bieden en om ondernemers meer flexibiliteit te geven. Zelfstandigen moeten zich bij tegenslag beter beschermd weten.

Zekerheid voor werkenden
Het vaste contract moet weer de norm worden. Dit betekent onder meer dat nulurencontracten worden verboden. Werknemers met een oproepcontract dienen een vast basiscontract te krijgen voor het aantal uren waarvoor ze ten minste standaard worden ingeroosterd. Dit moet hun een stuk zekerheid gaan bieden. Ook uitzendkrachten krijgen dan sneller een contract met meer zekerheid.

Onderbrekingstermijn naar vijf jaar
De onderbrekingstermijn na drie tijdelijke contracten wordt opgerekt van zes maanden naar vijf jaar. Pas na vijf jaar mag de werkgever een nieuw contract aanbieden. Draaideurconstructies worden hierdoor een halt toegeroepen.

Verplichte AOV
Zelfstandigen krijgen te maken met een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het kabinet verkent de mogelijkheid van een ‘opt-out’. Dat wil zeggen de optie om uit de publieke verzekering te stappen als de zelfstandige een private verzekering afsluit met ten minste dezelfde dekking en premie als de publieke variant. Het doel van de opt-out is dat zelfstandigen de keuze hebben om zelf te bepalen welke verzekering voor hen passend is, zodat deze tegemoetkomt aan de verzekeringsbehoefte die de zelfstandige heeft.

Verlenging IOW
De Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW) wordt nogmaals met een periode van vier jaar verlengd. Deze wet verstrekt aan werknemers die ouder zijn dan 60 jaar en 4 maanden, aansluitend aan de verlengde WW- of de WGA-uitkering, een uitkering op bijstandsniveau zonder een partner- en vermogenstoets.

Flexibiliteit voor ondernemers
Ondernemerschap moet worden gestimuleerd, ook als het gaat om kleine organisaties. De re-integratie van zieke werknemers zal zich in het tweede ziektejaar primair richten op re-integratie in spoor 2, dus bij een andere werkgever. Hierdoor krijgen kleine en middelgrote werkgevers (tot en met 100 werknemers) al na één ziektejaar van een werknemer duidelijkheid over de mogelijkheid van duurzame vervanging van deze medewerker, zodat zij hun bedrijfsvoering kunnen voortzetten.

Crisisregeling
Werkgevers die te maken krijgen met een crisis of calamiteit die buiten het reguliere ondernemersrisico valt (denk aan de Coronacrisis), kunnen een beroep doen op de Crisisregeling Personeelsbehoud (voorheen Deeltijd WW). Die regeling maakt het mogelijk dat werknemers maximaal zes maanden op een andere plek in het bedrijf kunnen werken of tijdelijk minder gaan werken met behoud van hun WW-rechten. Verlenging van deze regeling is niet mogelijk.

Minder werk?
De werkgever kan ervoor kiezen werknemers minimaal 20% minder te laten werken. Over het aantal niet-gewerkte uren wordt 80% loon betaald, waarbij het totale loon niet meer dan 10% mag dalen. Ook mag het inkomen van de werknemer niet lager zijn dan het wettelijk minimumloon. Als de werkgever hiervoor kiest, kan deze een tegemoetkoming van 60% voor de loonkosten van de niet-gewerkte uren aanvragen.

Wijziging WW-premie
Ook ten aanzien van de WW-premie komen er wijzigingen. Zo worden bij grote vaste contracten van minimaal 30 uur (thans: 35 uur) de kosten in de WW-premie voor overwerk beperkt. Het vaste basiscontract gaat onder de lage WW-premie vallen.

Let op!
Dit pakket aan maatregelen moet nog verder worden uitgewerkt en voorgelegd worden aan de Tweede en Eerste Kamer.


2. Bezorgers Deliveroo zijn werkzaam op basis van arbeidsovereenkomst

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat bezorgers van Deliveroo in Nederland werkzaam waren op basis van een arbeidsovereenkomst, met als consequentie dat zij werknemersbescherming hebben. Dit houdt in dat zij recht hebben op ontslagbescherming, loondoorbetaling bij ziekte, vakantiegeld en vakantiedagen.

Drie eisen van de arbeidsovereenkomst
De Hoge Raad deed onlangs uitspraak in de zaak van de bezorgers van het inmiddels uit Nederland vertrokken platform Deliveroo. Volgens de Hoge Raad is voldaan aan de drie eisen die de wet aan het bestaan van een arbeidsovereenkomst verbindt, te weten:

  • persoonlijke arbeidsverrichting door de werknemer;
  • loonbetaling door de werkgever; en
  • het werken onder gezag van de werkgever.

Dat de bezorgers de vrijheid hadden om al dan niet in te loggen op de app waarmee zij maaltijdritten konden accepteren en het feit dat zij de vrijheid hadden zich te laten vervangen, waren in deze zaak onvoldoende om niet van een arbeidsovereenkomst te spreken.

Omstandigheden van het geval
Het al dan niet aanwezig zijn van een arbeidsovereenkomst hangt volgens de Hoge Raad namelijk af van alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien. Om het onderlinge verband van alle genoemde omstandigheden te bepalen, gaat de Hoge Raad uit van een zogenaamde holistische benadering. Hierbij wordt gekeken vanuit diverse gezichtspunten. Van belang kunnen onder meer zijn:

  • de aard en duur van de werkzaamheden;
  • de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
  • de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
  • het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
  • de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen;
  • de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
  • de hoogte van deze beloningen;
  • de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt.

Ook kan van belang zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het verwerven van een reputatie, het plegen van acquisitie en de fiscale behandeling, mede gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt.

Wetgever aan zet
Het is nu aan de wetgever om een en ander tot uitdrukking te brengen in nieuwe wetgeving. Met name de nadere invulling van het begrip ‘organisatorische inbedding’ is van belang voor bedrijven die werken met zzp’ers die werkzaamheden verrichten die tot de normale bedrijfsvoering behoren.


3. Wet toezicht gelijke kansen werving en selectie aangenomen

Op 14 maart 2023 heeft de Tweede Kamer de wet Toezicht gelijke kansen werving en selectie aangenomen. Hierin is onder meer opgenomen dat werkgevers verplicht zijn een werkwijze op te stellen waarin zij aangeven hoe zij hun werving- en selectieproces inrichten, zodanig dat arbeidsmarktdiscriminatie geen rol kan spelen.

Let op!
Deze wet zal waarschijnlijk in mei 2024 in werking treden.

Onbewuste vooroordelen
Veel werkgevers selecteren kandidaten op basis van een eerste indruk. Dit betekent in veel gevallen dat de kandidaat gelijkenissen vertoont met degene die hem of haar aanneemt. Hierdoor neemt de kans op een organisatie met een divers personeelsbestand af. Daarom is het van belang stil te staan bij deze onbewust levende (voor)oordelen.

Verplichte werkwijze opstellen
Om bedrijven actief na te laten denken over de vaak onbewuste discriminatie, is de wet Toezicht gelijke kansen bij werving en selectie in het leven geroepen. Werkgevers zijn op grond van deze wet verplicht een werkwijze op te stellen waarin zij aangeven hoe zij hun werving- en selectieproces inrichten en ervoor zorgen dat arbeidsmarktdiscriminatie geen rol kan spelen. Deze verplichting gaat gelden voor alle werkgevers.

Vastleggen door ‘grotere’ werkgevers
Uit de ‘werkwijze’ moet blijken dat er uitsluitend geworven wordt op basis van relevante functie-eisen. De werkwijze moet controleerbaar en systematisch ingericht zijn. Organisaties met meer dan 25 werknemers moeten deze werkwijze op schrift uitwerken.

Kleinere werkgevers
Werkgevers met ten hoogste 25 werknemers hoeven dit pas op schrift te stellen als de Arbeidsinspectie dit eist of als de werkgever gerechtelijk is veroordeeld voor een verboden onderscheid of als er een oordeel is van het College voor de Rechten van de Mens in verband met een verboden onderscheid.

Inspectie
De Nederlandse Arbeidsinspectie is de handhavende instantie. Signaleert deze tekortkomingen, dan krijgt de werkgever een mogelijkheid om deze te herstellen. Als deze niet hersteld worden, kan de Arbeidsinspectie een bestuurlijke boete opleggen van maximaal €4.500.

Meldplicht intermediairs
Er gaat een meldplicht gelden voor intermediairs. Deze meldplicht houdt in dat intermediairs moeten beschikken over een ‘procedure’ hoe met verzoeken die (vermoedelijk) tot arbeidsmarktdiscriminatie (kunnen) leiden, wordt omgegaan. Zij moeten deze procedure ook toepassen. Er geldt weliswaar geen schriftelijkheidseis, maar het is aan te raden de procedure schriftelijk vast te leggen.

Het gaat er concreet om dat bij een (mogelijk) discriminerend verzoek door een opdrachtgever – denk bijvoorbeeld aan een werkervaringseis – de intermediair eerst hierover het gesprek moet gaan voeren met de opdrachtgever om het verzoek aan te passen. Leidt dit niet tot een oplossing, dan moet de intermediair dit melden bij de Arbeidsinspectie. Op basis van deze melding kan de Arbeidsinspectie de werkwijze voor het wervings- en selectiebeleid van de opdrachtgever controleren.

Vervolg
De Eerste Kamer moet nog instemmen met deze wet. De eisen aan de werkwijze worden verder uitgewerkt en vastgelegd in nadere regels. Ook worden hulpmiddelen voor werkgevers ontwikkeld. De wet treedt naar verwachting vanaf medio 2024 in werking.


4. Box 3: wat gebeurde er afgelopen maand?

Box 3 houdt de gemoederen nog volop bezig. Ook afgelopen maand verscheen weer voldoende berichtgeving. In dit artikel vind je een overzicht.

Forfaits 2022 bekend
Zo maakte staatssecretaris Van Rij de definitieve forfaits voor bank- en spaartegoeden en schulden voor het jaar 2022 bekend. Voor het jaar 2023 worden deze definitieve forfaits pas begin 2024 vastgesteld, behalve voor de overige bezittingen. Dat forfait is al vastgesteld.

Nieuwsbrief april 2023

*Voorlopig percentage

Belastingdienst houdt box 3-bezwaren 2017-2021 aan
De Belastingdienst doet momenteel geen uitspraak op bezwaar als het bezwaar gericht is tegen de box 3-heffing voor de jaren 2017 tot en met 2021. Tot de staatssecretaris duidelijk heeft gemaakt wat de aanpak wordt van deze bezwaren, houdt de Belastingdienst deze aan.

Let op!
Dat geldt niet als je in jouw bezwaar ook in verweer komt tegen ander zaken dan box 3.

Jouw box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2022 wordt op twee manieren berekend:

  • volgens de oude manier van box 3, waarbij wordt uitgegaan van forfaits en een fictieve verdeling van jouw vermogen, en
  • volgens de nieuwe manier van het rechtsherstel box 3, waarbij wordt uitgegaan van forfaits en de daadwerkelijke verdeling van jouw vermogen.

Bij de vaststelling van de box 3-heffing houdt de Belastingdienst in jouw definitieve aanslag automatisch alleen rekening met de laagste uitkomst van deze twee berekeningen.

Ontvang je een definitieve aanslag inkomstenbelasting over de jaren 2017 tot en met 2021, overleg dan met onze adviseurs of bezwaar maken verstandig is. Zo kan jouw werkelijke behaalde rendement bijvoorbeeld (sterk) afwijken van het door de Belastingdienst berekende box 3-inkomen. Inmiddels is ook al enige rechtspraak verschenen over de vraag of recht bestaat op verdere verlaging van de box 3-heffing als het werkelijke rendement lager is. Bezwaar maken kan daarom zinvol zijn. Doe dit wel snel, je hebt namelijk vanaf de dagtekening van de aanslag maar zes weken om een bezwaar in te dienen.

Let op!
De rechtspraak ligt momenteel niet allemaal op één lijn en de Hoge Raad heeft ook nog geen oordeel uitgesproken. Voorlopig is het daarom nog niet duidelijk of je ook recht hebt op verdere verlaging van jouw box 3-heffing als jouw werkelijke rendement lager is dan waarmee in jouw definitieve aanslag is gerekend.

Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement pas vanaf 2027
Tot slot liet staatssecretaris Van Rij onlangs weten dat een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement op zijn vroegst vanaf 2027 kan worden ingevoerd.

Vanaf 2023 wordt box 3 geheven op basis van de Overbruggingswet box 3. Deze heffing is grotendeels gelijk aan de wijze waarop het rechtsherstel voor de jaren tot en met 2023 berekend wordt. De bedoeling was dat deze Overbruggingswet zou gelden tot en met 2025. Vanaf 2026 zou dan een box 3-heffing op basis van werkelijk rendement ingevoerd worden. Dat gaat dus niet lukken. Dit betekent dat de Overbruggingswet ook in 2026 waarschijnlijk nog van kracht is.

Let op!
De verwachting is dat de Overbruggingswet box 3 nog wordt aangepast op een aantal punten. De Kamer heeft het kabinet hiertoe al meerdere malen opgeroepen, bijvoorbeeld om te onderzoeken of een fijnmaziger rendement op overige beleggingen mogelijk is (in plaats van één rendement voor deze grote diverse groep, dat voor 2023 is vastgesteld op 6,17%).


5. Voorkom belastingrente inkomsten- en vennootschapsbelasting

Als de Belastingdienst een aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting aan je oplegt met een te betalen bedrag, berekent de Belastingdienst in beginsel ook belastingrente. Deze rente bedraagt 4% voor de inkomstenbelasting en 8% voor de vennootschapsbelasting. Je kan deze belastingrente voorkomen. De Belastingdienst berekent namelijk geen belastingrente over jouw aanslag inkomstenbelasting 2022 als je voor 1 mei 2023 jouw aangifte indient of om een voorlopige aanslag vraagt. Over jouw aanslag vennootschapsbelasting 2022 berekent de Belastingdienst geen belastingrente als je voor 1 juni 2023 jouw aangifte indient of voor 1 mei 2023 om een voorlopige aanslag vraagt.


6. Welke verplichtingen heb je bij loonbeslag?

Als beslag op het loon van jouw werknemer wordt gelegd, heb je als werkgever een aantal verplichtingen. Zo ben je verplicht de vragenlijst over onder meer de arbeidsovereenkomst en het salaris van de werknemer (het verklaringsformulier derdenbeslag) in te vullen en terug te sturen naar de deurwaarder. Dit moet na ten minste twee weken na dagtekening van het beslag, maar uiterlijk binnen vier weken. Doe je dit niet, dan loop je het risico schade te moeten vergoeden en/of het bedrag waarvoor beslag is gelegd zelf te moeten betalen. Daarna moet je een bedrag ter grootte van het nettoloon na aftrek van de beslagvrije voet maandelijks aan de beslaglegger betalen. Als je weigert, kan de rechter je veroordelen tot nakoming van deze verplichting. De beslagvrije voet is het deel van het inkomen dat jouw werknemer mag houden voor de vaste lasten en om van te leven. Je kan dit bedrag samen met jouw werknemer narekenen via www.uwbeslagvrijevoet.nl. Als het niet klopt, kan jouw werknemer daartegen bezwaar maken.

Door |2024-05-31T09:26:50+02:0011 april 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief april 2023
  • Dien uiterlijk 31 maart mededeling realisatie WBSO 2022 in

Dien uiterlijk 31 maart mededeling realisatie WBSO 2022 in

Innovatieve ondernemers die de WBSO voor 2022 hebben aangevraagd en een S&O-verklaring hebben gekregen, moeten uiterlijk 31 maart 2023 de ‘mededeling van de realisatie’ indienen. Je dient deze in via het aanvraagportaal op de site van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (rvo.nl).

WBSO
De Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) voorziet in een tegemoetkoming in de loonkosten voor ondernemers met personeel die speur- en ontwikkelingswerkzaamheden verrichten en in een tegemoetkoming voor de hiermee verband houdende overige kosten.
Zelfstandig ondernemers zonder personeel die zelf minstens 500 uren aan S&O-werkzaamheden besteden, krijgen via de WBSO een vaste aftrek op de winst voor de uren én overige kosten samen.

Let op! Starters hebben recht op een verhoogde aftrek.

Melding ondernemer met personeel
Ondernemers met personeel moeten het totaal aantal uren melden dat aan speur- en ontwikkelingswerkzaamheden is besteed. Ook als er geen uren zijn gemaakt, moet je dit doorgeven. Voor de overige kosten die hiermee samenhangen, kon u als ondernemer met personeel bij jouw aanvraag kiezen voor een vast bedrag per uur (forfait). Heeft u dit niet gedaan, dan moet je nu ook de werkelijke kosten doorgeven.

Tip! Als dga bent u ook een personeelslid van jouw onderneming. Jouw uren tellen dus ook mee als je speur- en ontwikkelingswerkzaamheden verricht.

Melding zelfstandig ondernemer zonder personeel
Zelfstandig ondernemers zonder personeel die een vaste aftrek op de winst claimen, dus de WBSO hebben aangevraagd voor eigen gemaakte uren en kosten, hoeven alleen hun werkelijke uren te melden als ze in 2022 niet aan de minimale 500 uren aan speur- en ontwikkelingswerk zijn toegekomen.

Let op!Als je gedurende jouw WBSO-traject genoodzaakt bent om jouw bedrijf te beëindigen, bent je verplicht om binnen één maand de gerealiseerde uren en eventuele kosten en uitgaven aan de RVO door te geven.

Boetes

Moet je een mededeling realisatie van jouw WBSO indienen en doe je dit niet voor 1 april 2023, dan ontvangt je een boete. Via een herinnering krijg je dan tevens de gelegenheid alsnog een mededeling in te dienen. Doe je dit dan niet, dan gaat de RVO ervan uit dat er geen speur- en ontwikkelingswerkzaamheden zijn verricht en moet je de volledig toegekende tegemoetkoming terugbetalen. Bovendien ontvang je dan nogmaals een boete.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-03-17T10:33:36+01:0029 maart 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Dien uiterlijk 31 maart mededeling realisatie WBSO 2022 in
  • Welke verplichtingen heeft u bij loonbeslag?

Welke verplichtingen heeft u bij loonbeslag?

Sinds de inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet is de administratie rond loonbeslag van jouw werknemers minder omslachtig geworden. Een aantal zaken hoef je als werkgever niet meer te doen. Maar welke verplichtingen heb je als werkgever wel?

Verzoek om informatie van de deurwaarder
Voordat er een beslag op het loon van de werknemer wordt gelegd, ontvang je als werkgever van een deurwaarder een verzoek om informatie, een ‘verklaringsformulier derdenbeslag’. Dat is een vragenlijst over onder meer de arbeidsovereenkomst en het salaris van de werknemer. Als werkgever ben je verplicht om deze informatie te geven. Je ontvangt bij het verzoek om informatie ook een ‘beslagexploot’ van de deurwaarder. Dat is een proces-verbaal van het beslag.

De vragenlijst moet je pas na tenminste twee weken na dagtekening van het beslag, maar uiterlijk binnen vier weken terugsturen. Als je de vragenlijst niet (juist) invult en terugstuurt, kun je mogelijk aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade van de deurwaarder of van de schuldeiser. Het gaat dan om kosten (voor bijvoorbeeld beslaglegging) die door het ‘niet-doen van verklaring’ voor niets zijn gemaakt. Ook loop je het risico dat je wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor beslag is gelegd.

Let op!Je dient de ingevulde vragenlijst dus pas na twee weken op te sturen. Zo heb je tijd om contact op te nemen met jouw werknemer. Er kan wellicht op dat moment nog een betalingsregeling getroffen worden met de schuldeiser om het loonbeslag te voorkomen.

De beslagvrije voet
In het beslagexploot staat de beslagvrije voet. Dat is het deel van het inkomen dat jouw werknemer mag houden voor de vaste lasten en om van te leven. Voor het bepalen van de beslagvrije voet wordt een automatische rekenmodule gebruikt. De informatie voor de berekening wordt uit de basisregistratie personen, de gegevens van de Belastingdienst en de polisadministratie van het UWV gehaald. Jouw werknemer ontvangt een ‘modelmededeling beslagvrije voet’. Hierin staat de hoogte van de beslagvrije voet en hoe deze is berekend.

Tip! Je kunt samen met jouw werknemer berekenen of de hoogte van de beslagvrije voet wel klopt. Dit kan via www.uwbeslagvrijevoet.nl.

Bezwaar

Als jouw werknemer het niet eens is met de hoogte van de beslagvrije voet, kan hij binnen vier weken bezwaar maken. Wordt dit toegekend, dan gaat de nieuwe beslagvrije voet direct vanaf het begin van het loonbeslag gelden. Maakt jouw werknemer pas bezwaar na vier weken? Dan hoeft de deurwaarder, indien het ingediende bezwaar wordt toegekend, pas vanaf dat moment de beslagvrije voet aan te passen naar het nieuwe bedrag.

De afdracht
Het nettoloon dat overblijft na aftrek van de beslagvrije voet en de onkostenvergoedingen, zoals bijvoorbeeld reiskosten van de werknemer, moet je als werkgever overmaken aan de deurwaarder. Ook het vakantiegeld en een eventuele eindejaarsuitkering moet je overmaken naar de deurwaarder. Maak je geen geld over naar de beslaglegger, dan kunt u door de rechter worden veroordeeld tot nakoming van die verplichting.

Meerdere loonbeslagen voor dezelfde werknemer
Je betaalt in principe alleen aan de eerste beslaglegger. Dat doe je tot deze vordering is ingelost. Je verwijst een latere beslaglegger door naar de eerste beslaglegger. Die is verantwoordelijk voor de verdeling van het beslag onder de verschillende beslagleggers. Soms wordt er een tweede beslag gelegd voor een schuld die voorrang heeft. In dat geval legt de eerste beslaglegger aan jou uit aan wie je welk bedrag moet betalen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-03-15T16:38:12+01:0027 maart 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Welke verplichtingen heeft u bij loonbeslag?
  • Kijk berekening (jeugd-)LIV en LKV 2022 goed na

Kijk berekening (jeugd-)LIV en LKV 2022 goed na

Uiterlijk 14 maart 2023 stuurt het UWV de voorlopige berekening van tegemoetkomingen volgens de Wtl voor 2022. Dit betreft LIV, jeugd-LIV en LKV. Kijk deze berekeningen goed na. Verbeteringen zijn namelijk nog mogelijk tot en met 1 mei 2023.

LIV

Je hebt voor het jaar 2022 waarschijnlijk recht op lage-inkomensvoordeel (LIV) als u in 2022:
• een of meerdere werknemers in dienst had die gemiddeld minimaal € 10,73 tot en met maximaal € 13,43 per uur verdienden, en
• die werknemers in 2022 minimaal 1248 uren verloonde.
Het LIV is voor het jaar 2022 verhoogd en bedraagt € 0,78 per verloond uur per werknemer met een maximum van € 1.520 per werknemer per jaar.

Jeugd-LIV
Het jeugd lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV) kan voor het jaar 2022 oplopen tot maximaal € 613,60 per werknemer per jaar. U heeft recht op jeugd-LIV voor het jaar 2022 als u in 2022 een of meerdere werknemers in dienst had die op 31 december 2021 18, 19 of 20 jaar oud waren. Het gemiddelde uurloon van deze werknemers dat zij verdienden, moet daarnaast nagenoeg gelijk zijn aan het wettelijk minimumloon voor hun leeftijd.

LKV
Mogelijk hebt je ook recht op een loonkostenvoordeel (LKV) voor het jaar 2022, omdat je in 2022 een of meerdere voormalig werkloze oudere werknemers, arbeidsgehandicapte werknemers, werknemers uit de doelgroep banenafspraak of scholingsbelemmerden in dienst had. Dit voordeel kan oplopen tot maximaal € 6.000 per werknemer per jaar.

Verbeteringen tot en met 1 mei 2023

De voorlopige berekening van het UWV is gebaseerd op jouw aangiften loonheffingen 2022 die je uiterlijk 31 januari 2023 bij de Belastingdienst indiende. Kijk daarom goed na of je alle gegevens juist in jouw aangifte loonheffingen hebt opgenomen. Tot en met 1 mei 2023 kun je nog verbeteringen aanbrengen. Verbeteringen die je daarna nog aanbrengt, worden niet meer meegenomen in de definitieve berekening van LIV, jeugd-LIV en LKV.

Aangifte juist, berekening onjuist?
Zijn alle gegevens juist in de aangifte loonheffingen opgenomen, maar klopt de voorlopige berekening desondanks niet? Dan kun je bellen met de UWV Telefoon Werkgevers. Je kunt deze telefoon ook bellen als je na 15 maart 2023 nog geen voorlopige berekening heeft ontvangen.
Tip! Stuur de voorlopige berekening ook naar jouw adviseur die jouw loonadministratie voor jou verzorgt. Deze adviseur kan de berekening controleren en mogelijke correcties in de aangiften loonheffingen tijdig doorgeven aan de Belastingdienst.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-03-15T15:41:27+01:0027 maart 2023|Geen categorie, Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Kijk berekening (jeugd-)LIV en LKV 2022 goed na
  • Opgelet bij testrit geschorste auto

Opgelet bij testrit geschorste auto

Als je met een auto rijdt waarvan je het kenteken hebt laten schorsen, riskeer je een naheffing met boete. Je kunt echter aan de boete ontkomen als je niets te verwijten valt. Desondanks blijft de naheffing dan in stand.

Kenteken schorsen
Als je een auto tijdelijk niet gebruikt, kun je het kenteken laten schorsen. Je hoeft dan tijdelijk geen motorrijtuigenbelasting (MRB) te betalen. Je mag de auto dan niet op de openbare weg gebruiken.

Uitzondering op dag van keuring
Er geldt een uitzondering op de dag dat de auto APK gekeurd wordt. Je moet dan de afspraakbevestiging met daarop het tijdstip van de keuring wel bij je hebben. Deze moet je kunnen laten zien als de politie daar om vraagt. Ook moet het voertuig WA verzekerd zijn. Je mag alleen rond de afspraaktijd rijden van het adres waar het voertuig is gestald naar het adres waar de APK-keuring plaatsvindt. Je dient hiervoor de kortste route te nemen.

Geen boete, wel naheffing
Enige tijd geleden bracht een automobilist zijn auto ter keuring naar de garage. Daar bleek dat eerst een aantal mankementen moest worden verholpen. De garage maakte enkele weken later een proefrit met de herstelde auto. Dit werd gesignaleerd, waarna er een naheffing van € 667 plus een boete van € 66 volgde. De rechtbank achtte alleen de boete onterecht.

Naheffing blijft overeind
De rechtbank achtte de naheffing wel terecht, aangezien er met de auto van de weg gebruik was gemaakt, terwijl het kenteken geschorst was. De garage had voor deze proefrit dan ook handelaarskentekenplaten moeten gebruiken. Omdat de eigenaar van de auto de schorsing ervan bij de garage gemeld had, lag de schuld niet bij hem. Daarom kwam de boete te vervallen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-03-15T14:58:27+01:0024 maart 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Opgelet bij testrit geschorste auto
  • Voorkom belastingrente met btw-suppletie

Voorkom belastingrente met btw-suppletie

Ga nog deze maand na of je over 2022 nog btw moet afdragen aan de Belastingdienst. Als je deze btw namelijk vóór 1 april 2023 met een suppletie aangeeft bij de Belastingdienst, berekent de Belastingdienst geen rente.

Btw-suppletie

Als je te weinig btw hebt aangegeven in jouw btw-aangiften, ben je  verplicht dit te corrigeren met een btw-suppletie. Dit moet je doen zodra je constateert dat je te weinig btw heeft aangegeven.

Tip! Als je te veel btw heeft aangegeven in uw btw-aangifte, corrigeer je dit ook met een btw-suppletie.

Correctie € 1.000 of minder

Is de correctie € 1.000 of minder, dan corrigeer je dit niet met een btw-suppletie. In plaats daarvan verwerk je deze correctie in uw eerstvolgende btw-aangifte.

Naheffingsaanslag

Doe je een btw-suppletie omdat je te weinig btw aangaf, dan ontvang je binnen 8 weken na indiening een naheffingsaanslag van de Belastingdienst. Wacht met betalen van de btw totdat je die naheffingsaanslag heeft ontvangen.

Tip! Door de btw-suppletie over 2022 vóór 1 april 2023 in te dienen, voorkom je belastingrente. Dien je de btw-suppletie 2022 vanaf 1 april 2023 in, dan berekent de Belastingdienst 4% belastingrente vanaf 1 januari 2023.

Teruggaafbeschikking

Doe je een btw-suppletie omdat je te veel btw aangaf, dan ontvangt u binnen 8 weken na indiening een teruggaafbeschikking. Als de Belastingdienst vragen heeft over jouw btw-suppletie, kan dit overigens langer duren. De Belastingdienst stort de teruggaaf daarna op jouw rekening of verrekent dit met openstaande belastingschulden.

Boete

Als je de btw-suppletie 2022 vóór 1 april 2023 indient, betaal je geen belastingrente, je kunt wel een boete krijgen van 5% met een maximum van € 5.514. Gelukkig legt de Belastingdienst deze boete alleen op bij grotere bedragen. De Belastingdienst legt namelijk geen boete op als:

  • de te betalen btw op de suppletie maximaal € 20.000 is, of
  • de te betalen btw op de suppletie kleiner is dan 10% van de btw die u over heel 2022 per saldo al betaalde dan wel ontving.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

 

Door |2023-03-15T12:51:38+01:0024 maart 2023|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Voorkom belastingrente met btw-suppletie
  • Verruiming huurtoeslag 2024: maximumhuur vervalt

Verruiming huurtoeslag 2024: maximumhuur vervalt

Het kabinet gaat de huurtoeslag per 2024 aanpassen. Het eerdere voorstel om de werkelijke huur te schrappen als uitgangspunt voor de toeslag, is van de baan. In het nieuwe aangepaste voorstel wordt de leeftijdsgrens verlaagd en het maximum aan te betalen huur losgelaten.


Huurtoeslag

Huurders met een laag inkomen kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor huurtoeslag. De hoogte van de toeslag is afhankelijk van de betaalde huur en van het inkomen.

Maximumhuur vervalt
Momenteel kan alleen huurtoeslag worden verkregen als de huur niet meer bedraagt dan € 808,06 (2023). Dit maximum komt te vervallen. Hierdoor krijgen zo’n 116.000 extra huurders ook recht op de huurtoeslag.

Leeftijdsgrens verlaagd

De huurtoeslag is beschikbaar voor iedereen vanaf 18 jaar. Jongeren tot 23 jaar ontvangen echter wel minder huurtoeslag. Het plan is om deze leeftijdsgrens te verlagen naar 21 jaar, waardoor jonge huurders eerder meer toeslag krijgen.

Eigen bijdrage hoger
Het deel van de huur dat een huurder zelf moet betalen, wordt met € 4 per maand verhoogd. Verder worden servicekosten via de huurtoeslag niet langer gesubsidieerd.

Let op!Het is de bedoeling dat de wijzigingen per 2024 ingaan. Dit aangepaste voorstel moet nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-03-13T16:01:47+01:0022 maart 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Verruiming huurtoeslag 2024: maximumhuur vervalt
  • Coronabelastingschulden: wat zijn uw mogelijkheden?

Coronabelastingschulden: wat zijn uw mogelijkheden?

Tijdens de coronacrisis konden bedrijven ervoor kiezen om de betaling van hun belastingschulden tijdelijk uit te stellen. Ruim 266.000 ondernemers moesten vanaf 1 oktober 2022 met de aflossing van deze schulden starten. Inmiddels blijkt dat meer dan 103.000 ondernemers achterlopen met die aflossingen.

Als je moeite hebt om aan de aflossingsverplichting te voldoen, zijn er misschien mogelijkheden. Zit je wat ruimer in jouw jas, dan kan het daarentegen financieel aantrekkelijk zijn om eerder af te lossen.

Betalingsregeling coronabelastingschuld
De opgebouwde coronabelastingschulden moeten sinds oktober 2022 worden afgelost. In beginsel moet dit maandelijks in gelijke termijnen. Je hebt hiervoor vijf jaar de tijd. Voorwaarde voor deze betalingsregeling is dat je je ook aan de maandelijkse aflossing houdt. Een andere voorwaarde is dat je tijdig juiste belastingaangiften (onder meer btw en loonheffing) moet indienen voor belastingen vanaf 1 oktober 2022 en tijdig en volledig de betalingen moet doen die daaruit voortvloeien.

Brief Belastingdienst

De Belastingdienst stuurt momenteel brieven aan ondernemers die volgens de Belastingdienst niet aan de voorwaarden van de betalingsregeling voldoen. De Belastingdienst vraagt zo snel mogelijk eventuele betalingsachterstanden in te lopen.

Let op!Als je niet aan de voorwaarden van de betalingsregeling voldoet, heeft de Belastingdienst de mogelijkheid om de betalingsregeling in te trekken. Dat doet de Belastingdienst niet nu meteen al. Als je jouw betalingsachterstand in april nog niet heeft ingelopen, ontvang je half april nogmaals een brief. Als je daarna niet binnen 14 dagen uw betalingsachterstand inloopt, ontvang je vanaf half mei een beschikking van de Belastingdienst waarin de betalingsregeling wordt ingetrokken. Vanaf half juni 2023 start de Belastingdienst de invordering dan op.

De Belastingdienst zal nog niet de betalingsregeling intrekken als je maar één aflossingstermijn achterloopt, mits je wel aan de overige voorwaarden van de regeling voldoet. Voorlopig stelt de Belastingdienst zich in dit soort gevallen nog coulant op.

Mogelijkheden coronabelastingschulden
Lukt het niet om aan de voorwaarden van de betalingsregeling te voldoen, dan zijn er nog mogelijkheden. Hiermee kun je misschien voorkomen dat de Belastingdienst de betalingsregeling uiteindelijk intrekt. Zo kun je verzoeken de schuld in zeven in plaats van vijf jaar af te lossen. Ook kun je verzoeken niet maandelijks, maar per kwartaal af te mogen lossen. Tot slot kun je ook eenmalig verzoeken om een betaalpauze van maximaal zes maanden. Het gevolg van zo’n verzoek is wel dat jouw af te lossen maandbedragen die daarna nog volgen, hoger worden.

Let op!Voor deze mogelijkheden gelden ook voorwaarden. Onze adviseurs kunnen jou hierover adviseren.

Mogelijkheden lopende betalingsverplichtingen
De Belastingdienst heeft de mogelijkheid om jouw betalingsregeling voor uw coronabelastingschulden in te trekken als je jouw nieuw opkomende betalingsverplichtingen die na 1 oktober 2022 zijn ontstaan niet voldoet. Je kunt voor deze belastingschulden geen aanvullend uitstel krijgen of een betalingsregeling treffen.

Tip!Voor belastingschulden die je vóór 1 oktober 2022 opbouwde is, onder voorwaarden, wel aanvullend uitstel van betaling mogelijk.


Invorderingsrente loopt op

Je betaalt over uw opgebouwde coronabelastingschuld invorderingsrente. Die was een tijdje 0,01%, maar bedraagt op dit moment alweer 2%. Per 1 juli stijgt deze rente naar 3% en per 1 januari 2024 naar 4%. Is het voor jou mogelijk jouw coronabelastingschuld sneller af te lossen, dan scheelt jou dat dus flink aan te betalen rente. Bijna 22.000 ondernemers kozen al voor deze oplossing en losten hun coronabelastingschuld volledig af. Uiteraard hoef je niet volledig af te lossen om rente te besparen, ook als je een gedeelte eerder aflost, scheelt dat jou rente.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-03-13T15:25:31+01:0022 maart 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Coronabelastingschulden: wat zijn uw mogelijkheden?
  • Inkomstenbelasting bij opvang Oekraïense vluchtelingen

Inkomstenbelasting bij opvang Oekraïense vluchtelingen

Heb je in 2022 vluchtelingen uit de Oekraïne in jouw huis opgevangen? Let dan op bij het invullen van uw aangifte inkomstenbelasting. Mogelijk wordt een vluchteling namelijk aangemerkt als jouw fiscale partner. De Belastingdienst biedt een oplossing voor eventuele nadelige gevolgen daarvan.

Fiscale partner
In de wet is opgenomen dat fiscaal partnerschap kan ontstaan door het samenwonen met iemand waarbij ook een minderjarig kind van één van beiden op hetzelfde adres woont. Door deze regel kan een vluchteling die je in 2022 in jouw huis opving, jouw fiscale partner worden, bijvoorbeeld omdat jouw minderjarig kind of een minderjarig kind van de vluchteling bij jou in huis woonde.
Let op !Deze complicatie doet zich alleen voor als u geen andere fiscale partner heeft. Je kunt namelijk altijd maar één fiscale partner hebben.

Contact Belastingdienst
Het kabinet wil niet dat je fiscaal nadelige gevolgen heeft van het opvangen van Oekraïense vluchtelingen. Je kunt daarom contact opnemen met de Belastingtelefoon (0800-0543) als de Oekraïense vluchteling in 2022 als jouw fiscale partner wordt aangemerkt.

Aangifte inkomstenbelasting
Je kunt uw aangifte gewoon naar waarheid invullen. De vraag ‘Had u in 2022 een huisgenoot?’ moet je dan ook met ‘ja’ beantwoorden als je Oekraïense vluchtelingen in jouw huis opving. Als je de mededeling krijgt ‘U bent geen fiscale partner met [naam vluchteling]’, dan wordt de vluchteling niet als jouw fiscale partner aangemerkt. Je hoeft dan niets te doen.
Krijg je de mededeling niet, leg dan contact met de Belastingtelefoon. De vluchteling wordt dan namelijk als jouw fiscale partner aangemerkt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-03-13T15:11:41+01:0020 maart 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Inkomstenbelasting bij opvang Oekraïense vluchtelingen
  • Diensten voor tuchtcollege met BTW belast?

Diensten voor tuchtcollege met BTW belast?

Moet een stichting die diensten verricht met betrekking tot tuchtrechtspraak in de advocatuur BTW in rekening brengen over de verrichte diensten? Hof Den Haag vindt van wel, onder meer omdat de diensten verricht worden in het economische verkeer.

Tuchtrechtspraak
In de betreffende zaak handelde het om een stichting die de organisatie en coördinatie van de tuchtrechtspraak met betrekking tot de advocatuur op zich nam. De stichting ontving hiervoor bijdragen van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). De vraag was of de stichting over deze bijdragen BTW dient af te dragen.

Optreden in economisch verkeer?
Volgens de rechter worden er diensten verricht in het economisch verkeer. De stichting stelt namelijk onder meer personeel, kantoorruimte en kantoorbenodigdheden ter beschikking. Ook begeeft de stichting zich hiermee op een algemene markt. Het enkele feit dat er maar één afnemer is, betekent volgens de rechters nog niet dat er niet in het economisch verkeer wordt opgetreden.

Bezwarende titel?
De stichting ontvangt voor de verrichte werkzaamheden ook een vergoeding. Voor de BTW-plicht is daarvoor niet vereist dat de tegenprestatie van de dienstverrichting rechtstreeks wordt verkregen van degene voor wie zij bestemd is, zoals in dit geval.

Besloten kring?
De rechters gingen ook nog in op de vraag of er in besloten kring wordt opgetreden en of de stichting in feite deel uitmaakt van de tuchtcolleges. Het Hof vindt van niet. Er wordt namelijk in eigen naam, voor eigen rekening en onder eigen verantwoordelijkheid gehandeld en dus ook onafhankelijk gehandeld van de tuchtcolleges. De stichting sluit op eigen naam contracten af met leveranciers en onderhandelt daarbij zelf over de contractvoorwaarden. Ook heeft zij haar eigen werknemers in dienst. Verder geldt dat de stichting en tuchtcolleges ieder een eigen begroting hebben. Ook vanuit deze optiek is er daarom sprake van BTW-plicht.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-03-13T14:41:25+01:0020 maart 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Diensten voor tuchtcollege met BTW belast?