belastingdienst

  • Premie Aof bij uitkering aanvullend geboorteverlof

Premie Aof bij uitkering aanvullend geboorteverlof

Op welke manier verwerk je de gedifferentieerde premie Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) in de aangifte loonheffingen bij aanvullend geboorteverlof van jouw werknemer? De Belastingdienst heeft daarover nieuwe informatie gepubliceerd.

Hoge of lage premie Aof toepassen?
Voor een uitkering aanvullend geboorteverlof geldt altijd de hoge premie Aof.
Wanneer je de uitkering voor aanvullend geboorteverlof in een aparte inkomstenverhouding verwerkt, dan geef je in deze inkomstenverhouding de hoge premie Aof aan. Je vermeldt de grondslagaanwas en de premie Aof in de rubrieken voor ‘Aof-uitkering’. Je gebruikt dan ‘Code soort Inkomstenverhouding 31’.

Verwerk je de uitkering voor aanvullend geboorteverlof in dezelfde inkomstenverhouding als het reguliere loon? Dan vul je de premie Aof als volgt in:

• Voor het reguliere loon en een aanvulling op de uitkering vermeld je de grondslagaanwas en de premie Aof in de rubrieken voor ‘Aof laag’ of ‘Aof hoog’.
Als kleine werkgever (totale loonsom lager dan €882.500) betaal je de lage premie. Als middelgrote of grote werkgever betaal je de hoge premie.
• Voor de uitkering aanvullend geboorteverlof vermeld je de grondslagaanwas en de premie Aof in de rubrieken voor ‘Aof-uitkering’.

Handreiking met voorbeelden en uitleg
De Belastingdienst heeft informatie over de premie Aof toegevoegd aan de handreiking ‘Hoe aanvullend geboorteverlof aangeven in aangifte?’. In deze handreiking was al eerder beschreven hoe je moet omgaan met de premie Werkloosheidswet (WW) en het aanvullend geboorteverlof. In het document vind je voorbeelden met uitleg over hoe je deze premies verwerkt in de aangifte loonheffingen. De handreiking is gepubliceerd op Forum Salaris, een online platform van de Belastingdienst voor salarisadministrateurs.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-19T10:29:49+02:0020 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Premie Aof bij uitkering aanvullend geboorteverlof

  • Gebruik je nog verouderde Modelovereenkomsten?

Gebruik je nog verouderde Modelovereenkomsten?

Gebruik je momenteel een of meerdere Modelovereenkomsten die vijf jaar of ouder zijn? Let dan op want de Belastingdienst gaat verouderde Modelovereenkomsten van de site verwijderen. Wie toch een verouderde Modelovereenkomst wil blijven gebruiken, moet hiertoe een verzoek indienen.

Modelovereenkomst
Een Modelovereenkomst biedt zekerheid over de vraag of er tussen een aanbieder en afnemer van een dienst een arbeidsovereenkomst bestaat. In een Modelovereenkomst worden de betreffende dienst vastgelegd en de voorwaarden waaronder de dienst wordt verricht.

Let op! Een Modelovereenkomst biedt alleen zekerheid als partijen ook conform de Modelovereenkomst werken.

Verouderde Modelovereenkomsten
Op de site van de Belastingdienst staan vele tientallen Modelovereenkomsten. Deze hebben een geldigheidsduur van vijf jaar. De Modelovereenkomst is in 2015 ingevoerd. Veel Modelovereenkomsten zijn inmiddels verlopen of zullen binnenkort verlopen. Na deze datum biedt de Modelovereenkomst geen zekerheid meer.

Verlengen
Wil je een Modelovereenkomst toch blijven gebruiken, dan kun je verlenging aanvragen. De voorwaarden hiervoor staan op de site van de Belastingdienst. Je moet zelf verlenging aanvragen als je de Modelovereenkomst zelf hebt opgesteld. Ben je alleen gebruiker van een Modelovereenkomst, dan kun je de opsteller vragen om deze te laten verlengen. De opsteller van de Modelovereenkomst staat vermeld bij de overeenkomst.

Start op 1 oktober
De Belastingdienst start met het verwijderen van de Modelovereenkomsten vanaf 1 oktober 2022. Dit betreft de Modelovereenkomsten waarvan de goedkeuring nu al is verlopen. De andere overeenkomsten worden zes maanden na de geldigheidsdatum verwijderd.

Tip! De Belastingdienst bewaart de verwijderde overeenkomsten, zodat ook na verwijdering verlenging aangevraagd kan worden.

Handhaving schijnzelfstandigheid
De Modelovereenkomst is ook bedoeld om schijnzelfstandigheid te kunnen bestrijden. De Belastingdienst handhaaft hierop nu slechts summier. Uiterlijk in 2025 wil het kabinet onder meer dit handhavingsmoratorium opheffen. Na de zomer van 2022 worden nadere plannen bekendgemaakt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-07T10:01:11+02:008 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Gebruik je nog verouderde Modelovereenkomsten?

  • Belastingdienst start met rechtsherstel box 3

Belastingdienst start met rechtsherstel box 3

De staatssecretaris heeft de berekening van het rechtsherstel box 3 bekendgemaakt. Vanaf 1 juli 2022 start de Belastingdienst met het rechtsherstel aan iedereen die op tijd bezwaar maakte tegen de aanslagen 2017 tot en met 2020. Dit gebeurt grotendeel geautomatiseerd. Je hoeft dus zelf (nog) geen actie te ondernemen.

Rechtsherstel box 3
Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement.
Het oordeel van de Hoge Raad betekent dat de Belastingdienst rechtsherstel moet gaan bieden. Op 30 juni 2022 is bekendgemaakt hoe de Belastingdienst dit gaat berekenen.

Doelgroep
Vooralsnog wordt alleen rechtsherstel geboden aan iedereen die op tijd bezwaar maakte, aan iedereen van wie de aanslag op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond en aan iedereen van wie de aanslag op 24 december 2021 nog niet definitief was opgelegd.

Let op! Het rechtsherstel geldt alleen voor de jaren 2017 tot en met 2022.

Op 1 juli start de Belastingdienst met het rechtsherstel aan iedereen die op tijd bezwaar maakte tegen de aanslagen 2017 tot en met 2020. De andere doelgroepen volgen later.

Tip! Het rechtsherstel gebeurt grotendeel geautomatiseerd. Je hoeft dus zelf (nog) geen actie te ondernemen.

Berekening rechtsherstel
De nieuwe berekening van de box 3-heffing gaat uit van forfaitaire rendement voor drie vermogensgroepen: de banktegoeden, de overige bezittingen (onder meer beleggingen en onroerend goed) en de schulden.
Voor het rendement op banktegoeden geldt een forfait dat gebaseerd is op de gemiddelde rente op deposito’s. Dit loopt van 0,25% in 2017, 0,12% in 2018, 0,08% in 2019, 0,04% in 2020 tot 0,01% in 2021.
Voor het rendement op overige bezittingen wordt uitgegaan van het wettelijke forfait uit rendementsklasse II. Dit loopt van 5,39% in 2017, 5,38% in 2018, 5,59% in 2019, 5,28% in 2020 tot 5,69% in 2021.
Voor het rendement op schulden wordt uitgegaan van de gemiddelde hypotheekrente. Dit loopt van 3,43% in 2017, 3,20% in 2018, 3% in 2019, 2,74% in 2020 tot 2,46% in 2021.
Op basis van de forfaitaire rendementspercentages van de verschillende vermogensgroepen wordt het totale nieuwe forfaitaire rendement berekend. Dit vormt de basis voor de berekening van de nieuwe box 3-heffing.

Teruggave inkomstenbelasting
Als deze nieuwe box 3-heffing lager is dan de box 3-heffing volgens de wettelijk bepaling, zal dit leiden tot een teruggave van inkomstenbelasting. Is de nieuwe box 3-heffing gelijk of hoger dan de box 3-heffing volgens de wettelijke bepalingen, dan volgt geen teruggave.

Let op! Als je binnen de doelgroep van het rechtsherstel valt, krijg je altijd bericht van de Belastingdienst. Dat kan dus of een teruggave inkomstenbelasting zijn of het bericht dat je geen recht hebt op een teruggave.

Tip! Als je het niet eens bent met de teruggave of het feit dat je geen teruggave krijgt, kun je of een verzoek om ambtshalve vermindering indienen of, als de bezwaartermijn van je aanslag nog niet verlopen is, een bezwaar indienen.

Rechtsherstel niet-bezwaarmakers
Als je niet of te laat bezwaarmaakte, stond jouw aanslag op 24 december 2021 misschien al onherroepelijk vast. Of aan deze doelgroep nog rechtsherstel wordt geboden is helaas (nog) niet bekend.

Tip! De staatssecretaris heeft wel toegezegd voor het zomerreces een brief aan de Tweede Kamer te sturen waarin wordt ingegaan op de verschillende opties voor belastingplichtigen die niet of te laat bezwaar maakte.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-04T09:52:07+02:004 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Belastingdienst start met rechtsherstel box 3

  • BLOG: BTW en online verkopen aan particulieren in andere EU-landen

BLOG: BTW en online verkopen aan particulieren in andere EU-landen

Je verkoopt goederen aan particulieren in Nederland, maar ook online aan particulieren in andere landen. Heb je wel gedacht aan de gevolgen voor de BTW als het gaat om verkopen aan particulieren in andere EU-landen? Als je namelijk goederen verkoopt die je verstuurt aan particulieren in andere EU-landen, dan is mogelijk de regeling “afstandsverkopen” van toepassing.

Wist je dat bij overschrijding van een bepaalde omzetgrens je de BTW-tarieven moet gebruiken van de EU-landen waar de afnemers wonen?

Een voorbeeld
Het is mei 2022 en je hebt online al voor €25.000 goederen verkocht aan particulieren in Nederland, €2.500 aan Duitse klanten, €6.000 aan Belgische klanten en €1.400 aan Franse klanten. Je hebt daarbij steeds de Nederlandse BTW in rekening gebracht. Indien je nog meer online verkoopt aan particulieren in andere EU-landen, zul je rekening moeten houden met de buitenlandse BTW. Je hebt namelijk al voor €9.900 online verkocht aan andere EU-landen. Als je per jaar namelijk voor €10.000 of meer aan goederen verkoopt aan particulieren in andere EU-landen (waarbij je het vervoer verzorgt of laat verzorgen), geldt elke verkoop vanaf die €10.000 omzetgrens als een zogenaamde afstandsverkoop. Die verkoop is dan belast met het BTW-tarief waar de afnemer woont en je zult dan ook die buitenlandse BTW moeten aangeven via de belastingdienst in het land van de afnemer. Als de omzetdrempel van €10.000 in enig jaar wordt overschreden, dan zul je voor deze afstandsverkopen buitenlandse BTW moeten rekenen. Het volgende jaar mag die drempel niet worden gebruikt en zul je ook buitenlandse BTW moeten rekenen over elke afstandsverkoop.

Die omzetgrens van €10.000 is de omzet exclusief BTW en geldt als totaal voor alle verkopen binnen de EU.

In ons voorbeeld, als je in juni 2022 nog voor €150 online verkoopt aan een Italiaanse particulier, zul je daarover 22% Italiaanse BTW moeten rekenen en afdragen aan de Italiaanse belastingdienst. Je mag dan niet meer Nederlandse BTW in rekening brengen. Verkoop je vervolgens voor €50 aan een Duitse particulier dan zul je 19% Duitse BTW in rekening moeten brengen.

Normaal gesproken zou je je dan als ondernemer moeten laten registreren in Italië en Duitsland om daar de BTW alsnog af te dragen. Maar ook registreren in de andere EU-landen waaraan je verkoopt.

Gelukkig kan dit sinds 1 juli 2021 eenvoudiger via het “een-loket systeem”. Bij afstandsverkopen meld je je aan bij de Belastingdienst in Nederland voor het “een-loket systeem”. Via dat loket doe je dan apart aangifte omzetbelasting voor alleen die afstandsverkopen. De Nederlandse Belastingdienst zorgt er dan voor dat de betreffende BTW terecht komt bij de belastingdiensten (binnen de EU) waar de afnemers wonen. Je hoeft je dan niet te registreren in elk EU-land waar je afstandsverkopen hebt. Het is dus óf registreren in elke EU-land waaraan je verkoopt, óf aanmelden bij de Nederlandse Belastingdienst voor het een-loket systeem.

Het is dan ook verstandig om bij zogenaamde afstandsverkopen de €10.000 omzetgrens in de gaten te houden. Het is raadzaam om bij dit soort verkopen per EU-land een aparte grootboekrekening aan te houden. Dan kun je goed zien wanneer die omzetgrens wordt bereikt. Het is belangrijk om te weten dat als je in strijd met deze regel van afstandsverkopen Nederlandse BTW blijft rekenen, de betreffende buitenlandse belastingdienst je een boete kan opleggen. Je bent namelijk verplicht om bij overschrijding van die omzetgrens buitenlandse BTW in rekening te brengen en af te dragen.

Voor de duidelijkheid als je je aanmeldt voor het een-loket systeem, doe je aangifte voor de BTW over deze afstandsverkopen via dat een-loket systeem (ook wel Unieregeling genoemd) en daarnaast gewoon de reguliere BTW-aangifte voor alle andere BTW-zaken (zoals binnenlandse verkopen, verkopen aan ondernemers, de BTW-aftrek op kosten en investeringen, uitvoer buiten de EU). De BTW regeling voor deze afstandsverkopen geldt ook als je als wederverkoper geregistreerd staat bij een e-commerce platform (zoals Bol, Amazon, etc.). Als wederverkoper gebruik je dan het e-commerce platform als een hulpmiddel voor de verkoop en je levert de goederen rechtstreeks aan de klant.

Het voordeel van het gebruik van het een-loket systeem is ook dat je de Nederlandse regels voor facturering mag hanteren (en niet de regels van het land waar je levert).

Mocht je het in de gaten houden van die omzetgrens (van €10.000) lastig vinden, dan kun je je ook aanmelden om die omzetgrens buiten beschouwing te laten. In dat geval zijn alle online verkopen aan particulieren in andere EU-landen direct belast met buitenlandse BTW. De keuze geldt dan wel voor minimaal twee jaar.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2024-05-31T11:09:47+02:001 juli 2022|Blog van NBC Eelman & Partners, Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor BLOG: BTW en online verkopen aan particulieren in andere EU-landen
  • Fiscus past aftrek culturele giften te beperkt toe

Fiscus past aftrek culturele giften te beperkt toe

De fiscus heeft jarenlang de aftrek van giften aan culturele instellingen te beperkt toegepast. Dit blijkt uit een juridische analyse, zo schrijft staatssecretaris Van Rij aan de Tweede Kamer.

Culturele giften
Voor giften aan culturele ANBI’s (algemeen nut beogende instellingen) mag een extra aftrek worden toegepast. Deze bedraagt 25% van het bedrag van de gift, met een maximum van €1.250. Dit maximum wordt bereikt bij een gift van €5.000.

Dubbele aftrek voor partners
Voor partners geldt dat zij beiden van de extra aftrek gebruik kunnen maken. Wanneer zij allebei €5.000 aan een culturele ANBI schenken, is dus de maximale extra aftrek van 2 x €1.250 = €2.500 mogelijk. Nu blijkt dat in die gevallen slechts één keer de extra aftrek is toegepast.

Analyse
Naar aanleiding van Kamervragen is een analyse uitgevoerd, waarna de fout aan het licht kwam. Dit betekent dat sinds de invoering van de extra aftrek in 2012 jaarlijks zo’n 1.500 belastingplichtigen te weinig aftrek hebben gehad.

Correctie vanaf 2017
De Belastingdienst onderzoekt op welke manier een correctie kan worden toegepast voor de extra aftrek voor belastingjaren vanaf 2017. Daarbij speelt ook de uitvoerbaarheid een rol, met name nu de Belastingdienst al de handen vol heeft aan correcties in het kader van het arrest inzake Box 3. De Tweede Kamer wordt hierover in augustus 2022 nader geïnformeerd. Ook zal de wet moeten worden aangepast, omdat deze nu niet in overeenstemming is met de destijds beoogde doelstelling.

Tip! Is de extra aftrek bij jou in het verleden ten onrechte niet twee keer toegepast, teken dan bezwaar aan voor zover dit nog kan of vraag om ambtshalve herziening. Je stelt jouw rechten dan in ieder geval veilig.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-30T11:41:11+02:0030 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Fiscus past aftrek culturele giften te beperkt toe

  • Geen premies werknemersverzekering voor DGA holding

Geen premies werknemersverzekering voor DGA holding

Is een werkmaatschappij premies werknemersverzekeringen verschuldigd voor de DGA’s van de holdings die werkzaamheden verrichten in de werkmaatschappij? De Hoge Raad gaf hier aanwijzingen over.

Managementovereenkomst
Bij een structuur met holdings en een werkmaatschappij is de DGA van de holding vaak in dienstbetrekking bij de holding. Tussen de holdings en de werkmaatschappij worden dan managementovereenkomsten gesloten. De DGA van de holding wordt vervolgens door de holding ingezet voor het verrichten van de werkzaamheden in de werkmaatschappij.

Werknemersverzekeringen
De holding zal voor de DGA veelal geen premies verschuldigd zijn voor de werknemersverzekeringen omdat de DGA het merendeel van de aandelen bezit. Voor de werkmaatschappij kan dit, bij meerdere aandeelhouders, anders zijn.

De Belastingdienst meent dan vaak dat sprake is van een dienstbetrekking tussen de DGA en de werkmaatschappij. Dit heeft tot gevolg dat de werkmaatschappij premies werknemersverzekeringen verschuldigd is voor de DGA van de holding.

Tip! Voor de loonheffing kan in dit soort situaties vaak de doorbetaaldloonregeling worden toegepast, waardoor niet in de werkmaatschappij, maar alleen in de holding loonheffing verschuldigd is.

Dienstbetrekking?
De Hoge Raad gaf aanwijzingen over de beoordeling of een managementovereenkomst tussen een holding en een werkmaatschappij kan worden aangemerkt als een dienstbetrekking tussen de DGA van de holding en de werkmaatschappij.

Hiervoor moet volgens de Hoge Raad gekeken worden naar de inhoud van de gemaakte afspraken, maar ook naar de wijze waarop uitvoering is gegeven aan deze gemaakte afspraken. Volgt daaruit dat sprake is van het persoonlijk verrichten van arbeid door de DGA, loon aan de DGA en een gezagsverhouding van de werkmaatschappij ten opzichte van de DGA? Dan is sprake van een dienstbetrekking en zijn dus premies werknemersverzekeringen verschuldigd.

Contract tussen holding en werkmaatschappij
Als de werkmaatschappij en de holding een managementovereenkomst hebben afgesloten en hier ook feitelijk naar wordt gehandeld, zal het voor de Belastingdienst lastig zijn om een dienstbetrekking te bewijzen tussen de DGA van de holding en de werkmaatschappij. De afspraken zijn immers niet tussen de DGA en de werkmaatschappij gemaakt maar tussen de holding en de werkmaatschappij. De DGA is dan zelf geen contractpartij en heeft geen verplichtingen aan de werkmaatschappij. Het is aan de Belastingdienst om te bewijzen dat wel sprake is van een dergelijke band.

Aanwijzingen Hoge Raad
Het feit dat de DGA’s onmisbaar zijn, is volgens de Hoge Raad in ieder geval onvoldoende om persoonlijk arbeid tussen de DGA en de werkmaatschappij aan te nemen. Ook is een managementvergoeding door de werkmaatschappij betaald aan de holding iets anders dan loon aan een werknemer. Tot slot geeft de Hoge Raad aan dat de DGA’s van de holding onder het wettelijke stelsel in ieder geval niet onder gezag staan van de algemene vergadering van aandeelhouders van de werkmaatschappij. De DGA heeft immers geen juridische band met de werkmaatschappij.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-14T09:50:27+02:0014 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Geen premies werknemersverzekering voor DGA holding

  • Blog: Belastingschulden als gevolg van de Coronamaatregelen en hoe nu verder?

Blog: Belastingschulden als gevolg van de Coronamaatregelen en hoe nu verder?

De beperkende Coronamaatregelen zijn opgeheven, waardoor ondernemingen weer zonder beperkingen kunnen draaien. Dat neemt echter niet weg dat in de nasleep nog veel financiële problemen blijven of kunnen ontstaan.

Op het gebied van belastingschulden bestaat er voor een aantal ondernemingen nog een zware financiële last van de belastingschulden die in de Coronajaren zijn ontstaan en waarvoor bijzonder uitstel van betaling is verleend. Alhoewel de bijzondere uitstelregeling (van vijf jaar) ruimhartig is, moeten deze schulden nu wel worden voldaan vanuit de bestaande financiële capaciteit. Daar waar de omzet tijdens de Coronapandemie fors terugliep en de betaling van de belastingschulden kon worden uitgesteld, is het nu niet zo dat de omzet ruim voldoende is of zal zijn om deze belastingschulden makkelijk terug te betalen. Het is dus vanaf 1 oktober 2022 een extra betalingsverplichting die wel moet worden voldaan, naast de reguliere belastingbetalingen. Bovendien moet er ook rekening worden gehouden met investeringen, het opbouwen van reserve, stijgende kosten, andere schulden als gevolg van Corona, et cetera.

Wat zijn de mogelijkheden voor de ondernemer met belastingschulden?

Ik heb bijzonder uitstel van betaling gekregen, hoe gaat het nu verder?
Deze belastingschulden mogen nu vanaf 1 oktober 2022 in zestig gelijke termijnen worden terugbetaald. Waarbij elke termijn uiterlijk aan het eind van de betreffende maand moet zijn voldaan aan de belastingdienst. De eerste termijn van die zestig termijnen moet zijn voldaan uiterlijk 31 oktober 2022. Het vaste maandbedrag wordt door de belastingdienst vastgesteld na 1 augustus 2022.

Zorg er voor dat je bij de betaling altijd gebruik maakt van de betalingskenmerken die geldt bij de belastingaanslagen waarvoor het bijzonder uitstel is verleend.

Wat zijn de gevolgen als ik eerder of meer wil aflossen?
Daar waar je de mogelijkheid ziet om extra af te lossen adviseren wij ook om dit te doen. Als je een deel van de belastingschuld waarvoor je bijzonder uitstel hebt, voldoet vóór 1 augustus 2022, dan wordt het totale bedrag van de belastingschuld lager, maar ook het maandbedrag.

Als je extra aflost tussen 1 augustus 2022 en 1 oktober 2027 dan blijft het vaste maandbedrag (zoals vastgesteld na 1 augustus 2022) gelijk, maar wordt de looptijd van de betalingsregeling korter. Als je echter een aanpassing (verlaging) van het maandbedrag wilt, dan moet je daarvoor een apart verzoek indienen.

Wat nu als ik moeite heb om te voldoen aan die terugbetaling in 60 maanden?
Dan kun je dit voorleggen aan de belastingdienst en bekijken of er andere mogelijkheden zijn om te voldoen aan de bijzondere uitstelregeling. Het is namelijk voorstelbaar dat als je afhankelijk bent van seizoensinvloeden je meer kunt afbetalen in het hoogseizoen en minder in het laagseizoen. Ook kunnen wij voor je bekijken of de betalingstermijn kan worden verlengd of dat een schuldsanering tot een optie behoort.

Verlenging van de betalingstermijn
Mocht het niet mogelijk zijn om de belastingschuld in 60 maandelijkse termijnen af te betalen, dan kun je vragen om bijvoorbeeld verlenging van de termijn. De belastingdienst heeft aangegeven dat zij samen met ondernemers willen kijken naar een passende oplossing.

Schuldsanering
Mocht verder uitstel van betaling niet mogelijk zijn en heb je ook nog andere schuldeisers, dan kan er nog gekeken worden of je in aanmerking komt voor een (gedeeltelijke) kwijtschelding van de belastingschulden. Dat kan voor ondernemingen alleen in het kader van een schuldsanering, waarbij dan ook overige schuldeisers een deel van hun vorderingen moeten kwijtschelden. Daarbij geldt dat de belastingdienst altijd ten minste een dubbel percentage wil ontvangen op de belastingschulden ten opzichte van de concurrente schuldeisers. Dus als je een schuld hebt aan een leverancier en je daarmee een afspraak hebt om 30% op de schuld te voldoen, waarbij dan de overige 70% wordt kwijtgescholden, verlangt de belastingontvanger 60% betaling op haar belastingvordering. De belastingdienst heeft echter aangegeven dat zij tijdelijk een soepele houding willen aannemen en dat zij in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 30 september 2023 genoegen nemen met een lager percentage van de opbrengst uit een saneringsverzoek. Ook bij een schuldsanering geldt de eis dat de onderneming wel levensvatbaar moet zijn.

Hoe zit het met de invorderingsrente?
Deze is nog laag, in vergelijking met de marktrente, als je deze belastingschulden zou willen herfinancieren. De invorderingsrente is:

  • tot 1 juli 2022 0,01%;
  • vanaf 1 juli 2022 1%;
  • vanaf 1 januari 2023 2%;
  • vanaf 1 juli 2023 3% en
  • vanaf 1 januari 2024 4%.

Het extra aflossen van de belastingschulden, zo dit al mogelijk is, kan geld besparen.

Ik kan nieuwe belastingschulden (waarvoor geen bijzonder uitstel geldt) niet betalen, wat zijn dan mijn mogelijkheden?
Voor (nieuwe) belastingschulden is het mogelijk om regulier uitstel van betaling aan te vragen. In dat geval wordt aan de hand van de financiële gegevens gekeken of een betalingsregeling mogelijk is van maximaal 12 maandelijkse termijnen. Veelal wordt daarbij de eis gesteld dat je dan zekerheid moet stellen (zoals een hypotheekrecht op het bedrijfspand of een pandrecht op bijvoorbeeld de bedrijfsinventaris). Hier geldt dat het bedrijf wel levensvatbaar moet zijn en dat de betalingsproblemen van tijdelijke aard zijn.

Onder bijzondere omstandigheden is het ook mogelijk om een langere betalingsregeling te krijgen dan 12 maanden. Dan moet het namelijk gaan om betalingsproblemen die buiten jouw invloed zijn ontstaan. Het is dan eveneens nodig dat een derde deskundige (bijvoorbeeld een accountant) daarover een verklaring aflegt.

Maar wat nu als de belastingontvanger niet wil meewerken aan een verzoek om (aanvullend) uitstel van betaling of een schuldsanering?
Dan kunnen wij namens jou een administratief beroep indienen tegen de afwijzing. In dat geval zal de directeur van de belastingdienst naar de zaak moeten kijken en besluiten of de belastingontvanger het verzoek wel had mogen afwijzen. Er bestaat echter geen mogelijkheid om de beslissing van de directeur direct aan te vechten bij de (belasting)rechter, mocht de directeur het verzoek blijven afwijzen. Wel bestaat een mogelijkheid om, afhankelijk van de feiten en omstandigheden, de zaak dan voor te leggen aan de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven (van de Eerste/Tweede kamer) of aan de Nationale Ombudsman.

Melding betalingsonmacht
Als je een BV hebt dan moet je er op letten om de betalingsonmacht te melden als je de loonheffingen en/of de omzetbelasting niet kunt betalen. Dit moet je al doen in de aangiftefase. Als je dus de aangifte loonheffingen/omzetbelasting niet (tijdig) kunt betalen, moet je dit uiterlijk 14 dagen na de betalingstermijn van de aangifte, schriftelijk melden aan de belastingdienst. Bijvoorbeeld, je moet aangifte omzetbelasting doen over de maand mei en je moet omzetbelasting afdragen. De aangifte over de maand mei moet uiterlijk 30 juni zijn ingediend én betaald. Kun je niet betalen dan moet je dit melden aan de belastingdienst uiterlijk 14 juli. Hiervoor kun je een formulier gebruiken van de belastingdienst óf digitaal in het beveiligde deel van de website van de belastingdienst. Je kunt nooit telefonisch melden.

Let op: te laat de betalingsonmacht melden (ook al is het maar één dag) betekent dat je als bestuurder van jouw BV hoofdelijk aansprakelijk bent voor die belastingschuld. Dit is de zogenaamde bestuurdersaansprakelijkheid. Deze geldt overigens ook voor premies voor het bedrijfspensioenfonds. Ook als je die niet tijdig kunt betalen moet je de betalingsonmacht tijdig melden.

Deze blog is geschreven door mr. Marco Bezoet de Bie, jurist en fiscaal adviseur bij NBC Eelman & Partners.

Door |2024-05-31T11:11:59+02:0010 juni 2022|Blog van NBC Eelman & Partners, Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Blog: Belastingschulden als gevolg van de Coronamaatregelen en hoe nu verder?
  • Laatste kans om werkelijke omzet TVL door te geven

Laatste kans om werkelijke omzet TVL door te geven

Ondernemers krijgen een extra laatste kans, uiterlijk 10 juni, om hun werkelijke omzet door te geven voor de vaststelling van de TVL 1, de TVL Q4 2020 en de TVL Q1 2021. Dit heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bekendgemaakt (RVO).

TVL
De TVL is een financiële tegemoetkoming voor ondernemers die tijdens de Coronacrisis hun omzet flink hebben zien dalen. De omvang van de tegemoetkoming is afhankelijk van het percentage omzetverlies en van de omvang van de vaste lasten. Voor deze omvang wordt uitgegaan van branchegemiddelden.

Welke periodes?
De TVL 1 heeft betrekking op de periode juni t/m september 2020. De andere periodes betreffen het laatste kwartaal van 2020 (Q4 2020) en het eerste en tweede kwartaal van 2021 (Q1 en Q2 2021).

Extra tijd
Oorspronkelijk moesten de definitieve omzetcijfers al veel eerder zijn doorgegeven. Voor de TVL 1 zelfs al op 1 juni van vorig jaar. Voor de andere periodes hadden de cijfers al in september en november van vorig jaar moeten worden ingeleverd en in maart van dit jaar.

Deadline
RVO maakte bekend dat de definitieve cijfers voor de TVL 1, Q4 2020 en Q1 2021 uiterlijk 10 juni 2022 kunnen worden ingeleverd. De definitieve cijfers voor Q2 2021 kunnen tot 20 juli 2022 worden aangeleverd. Daarna stelt RVO de definitieve subsidie vast op basis van jouw gegevens bij de Belastingdienst. Dit kan nadelig uitpakken.

Terugbetalen
Blijkt uit de definitieve cijfers dat je jouw omzetverlies te royaal hebt ingeschat, dan valt het restant van de subsidie dat je nog krijgt, lager uit. Ook kan het zijn dat je de subsidie geheel of gedeeltelijk moet terugbetalen, hiervoor bestaan wel betalingsregelingen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-07T09:56:04+02:007 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Laatste kans om werkelijke omzet TVL door te geven

  • Wat als u het niet eens bent met het geboden rechtsherstel box 3?

Wat als u het niet eens bent met het geboden rechtsherstel box 3?

Als je tegen de box 3-heffing in jouw aanslagen inkomstenbelasting 2017, 2018, 2019 en/of 2020 tijdig bezwaar maakte, beoordeelt de Belastingdienst vóór 4 augustus of en zo ja welk rechtsherstel je krijgt. Wat kun je nog doen als je het niet eens bent met dat rechtsherstel?

Rechtsherstel box 3
Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement.
Eind april 2022 werd bekend dat iedereen die tijdig bezwaar maakte tegen de box 3-heffing in de aanslagen inkomstenbelasting vanaf 2017 automatisch vóór 4 augustus 2022 rechtsherstel krijgt.

Verweer tegen rechtsherstel
Na dit automatisch rechtsherstel bestaat in principe geen mogelijkheid meer om daartegen in beroep te gaan. De Hoge Raad heeft op 20 mei 2022 echter uitgelegd wat je nog wel kunt doen.
Als je je niet kunt vinden in de berekening van het rechtsherstel kun je een verzoek om ambtshalve vermindering indienen bij de Belastingdienst. Wijst de Belastingdienst dit af, dan kun je daartegen in bezwaar en eventueel in beroep bij de belastingrechter. Op deze manier kun je, via een omweg, alsnog het rechtsherstel voorleggen aan de rechter.

Lopende rechtsprocedures
Op 4 februari verklaarde de staatssecretaris van Financiën alle als massaal bezwaar aangewezen bezwaarschriften over de box 3-heffing gegrond. De Hoge Raad oordeelde op 20 mei 2022 ook dat rechtbanken en gerechtshoven zich in procedures vanaf 4 februari 2022 ook mogen uitspreken over de gevolgen voor box 3 van de uitspraak van de Hoge Raad van 24 december 2021. Hierdoor kunnen rechtbanken en gerechtshoven vanaf 4 februari 2022 bij de behandeling van een individueel beroep ook het rechtsherstel naar aanleiding van de uitspraak van 24 december 2021 meenemen. Heb je dus al een zaak lopen bij een rechtbank of een gerechtshof over box 3, dan is gesplitste behandeling niet langer nodig.

Let op! Lag jouw zaak voor 4 februari 2022 al bij de Hoge Raad? Dan is deze gezamenlijke behandeling helaas niet mogelijk en moet je alsnog twee procedures doorlopen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-24T16:18:00+02:0024 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wat als u het niet eens bent met het geboden rechtsherstel box 3?

  • Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

Maakte je niet op tijd bezwaar tegen de box 3-heffing in jouw aanslagen inkomstenbelasting 2017, 2018, 2019 en/of 2020? Dan biedt de wet geen mogelijkheden op rechtsherstel in box 3, aldus de Hoge Raad.

Rechtsherstel box 3
Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement.
Eind april 2022 werd bekend dat iedereen die tijdig bezwaar maakte tegen de box 3-heffing, in de aanslagen inkomstenbelasting vanaf 2017 automatisch vóór 4 augustus 2022 rechtsherstel krijgt.

Geen of te laat bezwaar
Voor iedereen die niet (tijdig) bezwaar maakte, was nog geen beslissing genomen over het al dan niet bieden van rechtsherstel.
De Hoge Raad geeft aan dat de wet geen mogelijkheid biedt om alsnog bezwaar te maken: een verzoek om ambtshalve vermindering mag door de Belastingdienst worden afgewezen.

Besluit minister van Financiën
Dit zou anders zijn geweest als de minister van Financiën gebruik zou maken van de wettelijke mogelijkheid een uitzondering te maken. Dat heeft hij nog niet gedaan. In de Voorjaarsnota die recent openbaar werd, staat nog wel vermeld dat als besloten wordt om alsnog ambtshalve vermindering te verlenen, daar nog budgettaire dekking voor gevonden moet worden. Op basis van het oordeel van de Tweede Kamer wordt daarom wellicht nog anders besloten.

Let op! Er is nog een andere mogelijkheid. Als in jouw specifieke situatie sprake is van een individuele en buitensporige last, kun je nog wel een verzoek om ambtshalve vermindering doen. Medio 2021 werd echter uit een oordeel van de Hoge Raad al duidelijk dat van een dergelijke last niet snel sprake zal zijn.

Geen heroverweging rechtspraak box 3 tot en met 2016
De Hoge Raad spreekt in het arrest van 20 mei 2022 ook nog expliciet uit dat de gevormde rechtspraak over de box 3-heffing voor de jaren tot en met 2016 in stand blijft. Het oordeel uit het arrest van 24 december 2021 heeft dan ook alleen betrekking op de jaren vanaf 2017, aldus de Hoge Raad.
Voor de jaren tot en met 2016 is daarom ook alleen herstel mogelijk als sprake is van een individuele en buitensporige last. Zoals hiervoor al aangegeven zal daarvan niet snel sprake zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-23T14:52:41+02:0023 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers