aow

Akkoord nieuwe RVU-regeling zware beroepen

De huidige RVU-regeling, de regeling vervroegde uittreding, stopt op 31 december 2025. Na die datum is het niet meer mogelijk om er gebruik van te maken. Er komt echter een nieuwe RVU-regeling voor werknemers in zware beroepen die niet in staat zijn om tot de AOW-gerechtigde leeftijd door te werken.

Er is erkenning voor uitdagingen waarmee deze groep werknemers in zware beroepen wordt geconfronteerd. De nieuwe regeling biedt een uitweg voor degenen die fysiek of mentaal niet in staat zijn hun werkzaamheden tot de AOW-gerechtigde leeftijd voort te zetten.

Hoe werkt de huidige RVU-regeling

Bouw

De huidige RVU-regeling is bedoeld om mensen die niet meer door kunnen werken tot de AOW-gerechtigde leeftijd in staat te stellen eerder te stoppen met werken. Zij kunnen dan maximaal 3 jaar eerder stoppen met werken.

De AOW-leeftijd is op dit moment 67 jaar. Dat betekent dus dat werknemers op dit moment vanaf 64 jaar voor de regeling in aanmerking zou kunnen komen. Vanaf 2028 gaat de AOW-leeftijd naar 67 jaar en 3 maanden. Dus dat betekent dat vanaf 2025 het vroegste moment opschuift naar 64 jaar en 3 maanden. Deze regeling stopt op 31 december 2025.

Alleen voor zware beroepen

Het is essentieel dat zoveel mogelijk mensen zo lang mogelijk doorwerken. De focus van werkgevers én werknemers moet dus gericht zijn op duurzame inzetbaarheid en doorwerken tot de AOW-leeftijd. De nieuwe RVU-regeling is daarom, meer nog dan de huidige regeling, uitsluitend bedoeld voor mensen met zware beroepen. Wat dat precies is en aan welke eisen moet worden voldaan, wordt per cao afgesproken. Een onafhankelijke instantie toetst die afspraken. Daarmee wil men voorkomen dat mensen die geen zwaar beroep hebben ook gebruik kunnen maken van deze regeling.

Het bedrag wordt verruimd

De huidige RVU-uitkering bedraagt maximaal € 2.182,- bruto per maand. Dit bedrag is gekoppeld aan de hoogte van de AOW. In de vernieuwde regeling blijft het bedrag gelijk. Daarnaast zal het mogelijk worden om € 300,- per maand extra te geven, zodat met name mensen met lage inkomens ook van de regeling gebruik kunnen maken.

Let op! Het is niet de bedoeling dat dit ruimere bedrag generiek zal worden ingezet. Het dient uitsluitend voor situaties waarin een extra bedrag nodig zal zijn.

Afspraken over duurzame inzetbaarheid

Naast deze afspraken, of misschien wel beter gezegd, als basis onder deze afspraken, zijn ook afspraken gemaakt over duurzame inzetbaarheid. Doelstelling is dat iedereen moet en kan doorwerken tot de AOW-leeftijd. Om dat te bereiken zal worden ingezet op het verlichten van zwaar werk en het verkorten van blootstelling aan zwaar werk. Daarnaast zal worden ingezet op het op tijd aanbieden van begeleiding aan mensen met zwaar werk zodat zij een andere functie binnen of buiten de huidige onderneming of sector kunnen gaan vervullen.

Door |2024-11-06T09:56:01+01:006 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Akkoord nieuwe RVU-regeling zware beroepen

Algemene heffingskorting verlaagd, afbouwpunt verhoogd in 2025

Het maximum van de algemene heffingskorting wordt per 2025 per saldo verlaagd met € 294. De maximale korting bedraagt vanaf dan € 3.068. Het maximale bedrag aan algemene heffingskorting wordt per 2025 vanaf een hogere inkomensgrens afgebouwd tot aan het inkomen waarbij het tarief van 49,5% begint. Dit staat in de belastingplannen voor 2025.

Afbouwgrens ligt hoger

Grafiek

Iedereen tot een bepaald inkomen heeft recht op de algemene heffingskorting. Deze korting komt in mindering op de te betalen belasting. De grens vanaf waar de algemene heffingskorting wordt afgebouwd ligt voor 2024 op € 24.812, voor 2025 ligt dit waarschijnlijk rond € 28.406.

Let op! De daadwerkelijke grens is gekoppeld aan het wettelijke minimumloon. Iedereen met een inkomen tot het minimumloon heeft namelijk in 2025 recht op de maximale heffingskorting. De hoogte van de grens wordt daarom pas definitief vastgesteld ná de definitieve vaststelling van het wettelijke minimumloon voor 2025.

Afbouw tot inkomensgrens tarief 49,5%

Het afbouwen van deze heffingskorting vindt plaats tot een inkomen van € 76.817. Dit is het inkomen waar een tarief begint van 49,5%. Vanaf dit inkomen bestaat in 2025 daarom geen recht meer op de algemene heffingskorting.

Let op! Het afbouwpercentage is op basis van de voorlopige vastgestelde afbouwgrens van € 28.406 voorlopig vastgesteld op 6,337%. Als de definitieve afbouwgrens is vastgesteld, kan ook het definitieve afbouwpercentage worden vastgesteld.

Overige heffingskortingen

De bedragen van de overige heffingskortingen zoals de arbeidskorting worden per 2025 geïndexeerd met 1,2%. Het afbouwpunt van de arbeidskorting ligt vanaf 2025 waarschijnlijk rond € 43.071 (2024: € 39.957). Omdat dit afbouwpunt ook gekoppeld is aan het wettelijke minimumloon moet de definitieve vaststelling nog plaatsvinden.

Koppeling met AOW

De afbouw van de algemene heffingskorting vindt plaats vanaf waarschijnlijk € 28.406 (definitieve vaststelling afhankelijk van hoogte wettelijk minimumloon in 2025). Vanwege een netto-netto koppeling betekent dit dat ook de AOW- en bijstandsuitkeringen verhoogd worden.

Heffingskorting AOW’ers

Voor AOW-gerechtigden wordt de maximale algemene heffingskorting ook verminderd en wel per saldo met € 199. Het maximum komt voor hen op € 1.536 per jaar te liggen. Het afbouwpunt is net als voor niet-AOW’ers waarschijnlijk € 28.406.

Let op! De plannen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en zijn dus nog niet definitief.

Door |2024-10-23T11:23:25+02:0023 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Algemene heffingskorting verlaagd, afbouwpunt verhoogd in 2025

Bespreek doorwerken na de AOW-leeftijd

Het tijdperk dat werknemers ruim voor het bereiken van de AOW-leeftijd met gebruikmaking van VUT- of prepensioenregelingen stopten met werken is voorbij. Veel werknemers maken zelfs de keuze om ook nog na de AOW-leeftijd door te werken. Dit gebeurt dan veelal op basis van een aantal dagen per week en soms in aangepast werk.

Voorlichtingsactie ministerie van SZW

Typen

In Nederland is 10% van de werknemers 60 jaar of ouder. Dit betekent dat een groot deel van hen  binnen nu en zeven jaar met pensioen gaat. Sommige werknemers kijken hier reikhalzend naar uit, terwijl andere nog graag een aantal jaar willen doorwerken.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is een voorlichtingsactie ‘Sommige werknemers zijn niet te stoppen’ gestart om werkgevers handvatten te geven hierover met hun oudere werknemers in gesprek te gaan.

Toolkit

Er is een toolkit beschikbaar met daarin materialen om het gesprek aan te gaan met werknemers over het doorwerken na de AOW-leeftijd. In de toolkit is onder meer de volgende informatie te vinden:

  • Factsheet met praktische informatie ‘Sommige werknemers zijn niet te stoppen’
  • 3 inspirerende verhalen van bedrijven en hun werknemers over doorwerken
  • Persbericht: “Praat u ook met werknemers over doorwerken na de AOW?”

Door |2023-10-20T09:19:12+02:0020 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Bespreek doorwerken na de AOW-leeftijd
  • Uitkeringen stijgen mee met minimumloon per 1 januari 2023

Uitkeringen stijgen mee met minimumloon per 1 januari 2023

Per 1 januari 2023 stijgt het wettelijk minimumloon van €1.756,20 naar €1.934,40 per maand. Diverse uitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. Deze worden daarom ook aangepast.

Minimumjeugdloon ook omhoog
Het wettelijk minimumloon stijgt met 10,15 procent. Ook de minimumjeugdlonen stijgen met hetzelfde percentage.

Uitkeringsbedragen
Daarnaast worden de bedragen van de volgende uitkeringen aangepast:

• Participatiewet;
• Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);
• Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
• Algemene Ouderdomswet (AOW);
• Algemene Nabestaandenwet (Anw);
• Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong);
• Werkloosheidswet (WW);
• Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA);
• Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO);
• Ziektewet (ZW;)
• Toeslagenwet (TW).

Participatiewet
De bijstandsuitkeringen stijgen per 1 januari 2023. Verder wordt per 1 januari 2023 de kostendelersnorm gewijzigd: alleen medebewoners van 27 jaar of ouder tellen mee als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten.

WW, WIA, WAO en ZW
De bestaande bruto-uitkeringen in de WW, WIA, WAO en ZW worden per 1 januari 2023 ook met 10,15 procent verhoogd. Het maximumdagloon stijgt van bruto €232,90 naar €256,54.

Tip! De uitkeringsbedragen per 1 januari 2023 kun je hier vinden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-22T21:00:53+01:0023 december 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

Uitkeringen stijgen mee met minimumloon per 1 januari 2023

  • Vanaf 2023 geen opbouw fiscale oudedagsreserve meer mogelijk

Vanaf 2023 geen opbouw fiscale oudedagsreserve meer mogelijk

Als het aan het kabinet ligt, kunnen ondernemers in de inkomstenbelasting vanaf volgend jaar geen fiscale oudedagsreserve (FOR) meer opbouwen. Dit is een van de voorstellen die gepresenteerd zijn in de Voorjaarsnota.

Fiscale oudedagsreserve (FOR)
Ondernemers in de inkomstenbelasting mogen jaarlijks een deel van de winst reserveren voor hun oude dag, de zogenaamde fiscale oudedagsreserve (FOR). Over dit deel van de winst hoeft dan dat jaar geen belasting te worden betaald. Voor het jaar 2022 is de FOR 9,44% van de winst met een maximum van €9.632.

Belasting betalen over FOR
Over de gereserveerde FOR moet je op een gegeven moment wel belasting betalen. Meestal is dit bij het einde van jouw onderneming. Maar je kunt ook tussentijds een of meer lijfrentes kopen die je op de FOR kunt afboeken. De FOR betekent dus in feite uitstel van betaling over een deel van de winst. Ook kun je vaak profiteren van het lage belastingtarief voor AOW-gerechtigden.

Einde FOR
In de Voorjaarsnota is voorgesteld de FOR per 2023 af te schaffen. Dit betekent dat er vanaf 2023 niet meer aan de FOR kan worden gedoteerd. Over opgebouwde FOR’s hoeft echter niet direct te worden afgerekend volgens het voorstel. De maatregel is onder meer bedoeld om een verhoging van de AOW te kunnen betalen.

Onbenut
Het kabinet is van mening dat de FOR zonder al te veel bezwaren afgeschaft kan worden, omdat de FOR nu ook al weinig door ondernemers benut wordt. Bovendien wordt met de Wet toekomst pensioenen ook voor ondernemers in de inkomstenbelasting de ruimte vergroot om fiscaal gefaciliteerd pensioen op te bouwen.

Let op! Het voorstel is nog niet definitief en moet nog door het parlement worden aangenomen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-13T09:27:49+02:0013 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vanaf 2023 geen opbouw fiscale oudedagsreserve meer mogelijk

  • Waarom blijft er zo ‘weinig’ over van mijn eindejaarsbonus?

Waarom blijft er zo ‘weinig’ over van mijn eindejaarsbonus?

Aan het einde van het jaar keert mijn werkgever aan mij een bonus uit van €15.000. Op deze bonus wordt 55,5% belasting ingehouden. Hoe kan dat? Het hoogste belastingtarief is toch 49,5%?

Schijventarief
In de loonbelasting, maar ook in de inkomstenbelasting, kennen we een zogenaamd schijventarief. Vanaf een bepaald inkomen wordt een bepaald belastingtarief toegepast, welke stijgt naarmate het inkomen hoger is. In 2021 geldt voor zowel de loonbelasting als de inkomstenbelasting voor personen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt, het volgende schijventarief:

Schijf Belastbaar inkomen Belasting
1 t/m € 68.508 37,1%
2 vanaf € 68.508 49,5%

Op basis van de tarieven zou men verwachten dat bij een inkomen vanaf €68.508 de belasting over een bonus van €15.000 inderdaad 49,5% bedraagt. Dit is echter niet altijd het geval.

De heffingskortingen verstoren de boel
De te betalen belasting wordt namelijk niet alleen bepaald door het toe te passen tarief. Naast dit tarief worden ook zogenoemde heffingskortingen toegepast. Deze kortingen vormen een vermindering op de te betalen belasting. Men zou verwachten dat hierdoor de belastingdruk juist minder dan 49,5% zou bedragen.

Helaas is dat niet het geval. De bedragen van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting worden sinds een aantal jaren namelijk lager naarmate het inkomen hoger wordt. Dit heet de afbouw van de heffingskortingen. Met name vanaf 2016 is die afbouw sterk toegenomen. Zo bedraagt de afbouw van de arbeidskorting in 2021 6% voor zover het arbeidsinkomen hoger is dan €35.652.

Bij de berekening van de belasting over het reguliere salaris wordt geen rekening gehouden met de hoogte van een eventuele bonus. Door de bonus wordt de arbeidskorting echter wel met 6% verminderd wanneer het jaarloon meer bedraagt dan €35.652. Omdat bij de berekening van het reguliere salaris deze 6% vermindering niet is meegenomen, wordt de belastingdruk op de uitgekeerde bonus hiermee verhoogd. Per saldo betaal je daarom 55,5% (49,5% + 6%) over de bonus.

Belasting rekening houdend met afbouw heffingskortingen
Wil je weten hoe hoog de belastingdruk bij een bepaald inkomen werkelijk is, dan kun je gebruikmaken van de volgende tabel. Deze tabel geldt voor personen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. Hierin is zowel de afbouw van de arbeidskorting als de algemene heffingskorting verwerkt.

Schijf Belastbaar inkomen Belasting
1 t/m € 21.044 34,44%
2 van €21.044 tot € 35.653 40,41%
3 van € 35.653 tot € 68.508 49,08%
4 van € 68.508* tot € 114.194 55,5%
5 vanaf € 114.194** 49,5%

*vanaf dit bedrag geen recht meer op algemene heffingskorting
**vanaf dit bedrag geen recht meer op arbeidskorting

Deze tabel laat de verrassende uitkomsten van de afbouw van de heffingskortingen zien. Zo bedraagt de belastingdruk op extra inkomen tussen de €68.508 en €114.194 6% meer dan de belastingdruk op het inkomen vanaf €114.194. Opmerkelijk is ook dat het tarief van 49,08% voor inkomens tussen €35.653 en €68.508 niet ver verwijderd is van het toptarief van 49,5%.

Let op! Voor inkomens tot € 21.044 kunt u de tabel niet gebruiken. Voor deze inkomens is de arbeidskorting lager dan het standaardbedrag, maar loopt deze op naarmate het inkomen hoger wordt.

Correctie in aangifte inkomen
Met de extra belastingdruk op incidentele beloningen kan mogelijk niet altijd voldoende correctie worden toegepast. Soms is de correctie ook te veel. Omdat de loonbelasting een voorheffing is op de inkomstenbelasting, trekt zich dit allemaal recht in de aangifte inkomstenbelasting. Daarin wordt het exact verschuldigde bedrag berekend. Dat kan betekenen dat je alsnog moet bijbetalen of iets terugkrijgt. Ook als je normaal gesproken geen aangifte doet, kan het dus lonen om een proefaangifte te doen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-31T11:24:34+01:0031 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Waarom blijft er zo ‘weinig’ over van mijn eindejaarsbonus?

  • Werkgeverspremies voor 2022 bekend

Werkgeverspremies voor 2022 bekend

De definitieve werkgeverspremies voor 2022 voor de werknemersverzekeringen en de volksverzekeringen zijn gepubliceerd in de Staatscourant. De nieuwe percentages moet je vanaf 1 januari 2022 hanteren bij het invullen van de loonaangifte voor de werknemers.

De premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) is gedifferentieerd. Ook is het maximumpremieloon voor 2022 bekendgemaakt.

Gedifferentieerde Aof-premie per 2022
Per 1 januari 2022 geldt een gedifferentieerde Aof-premie. Er is een lagere premie voor kleine werkgevers en een hogere premie voor (middel)grote werkgevers. Dit onderscheid moet de loondoorbetalingsplicht bij ziekte goedkoper maken voor kleinere werkgevers.

Wat zijn de percentages voor 2022?

Premies  2021  2022
AOW Ouderdomsfonds 17,90% 17,90%
ANW Nabestaandenfonds 0,10% 0,10%
AWf Algemeen Werkloosheidsfonds
AWf-laag 2,70% 2,70%
AWf-hoog 7,70% 7,70%
Ufo Uitvoeringsfonds voor Overheid 0,68% 0,68%
Sfn/Ufo Uniforme opslag kinderopvangtoeslag 0,50% 0,50%
Aof Arbeidsongeschiktheidsfonds 7,03%
Aof-laag 5,49%
Aof-hoog 7,05%

Grens kleine en (middel)grote werkgevers
Voor de premievaststelling wordt gekeken naar het gemiddelde premieplichtig loon van alle werknemers in één jaar. Bij de premievaststelling voor het jaar 2022 wordt gekeken naar het gemiddelde premieplichtig loon in het jaar 2020. Dat is gebaseerd op gegevens van het Centraal Plan Bureau. In 2020 was het premieplichtig loon €35.300. De grens kleine/middelgrote werkgever bedraagt 25 x €35.300 = €882.500. De grens middelgrote/grote werkgever bedraagt 100 x €35.300 = €3.530.000.

Maximumpremieloon in 2022
Het maximumpremieloon is ook bekend. Dat is in 2022 €59.706 op jaarbasis. In 2021 was dat nog €58.311. Je hoeft over het meerdere dat een werknemer verdient geen premies te betalen. Dit maximumbedrag wordt ook gehanteerd bij het berekenen van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-03T14:28:50+01:003 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Werkgeverspremies voor 2022 bekend

  • Lage-inkomensvoordeel (LIV) in 2021 omlaag

Lage-inkomensvoordeel (LIV) in 2021 omlaag

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) wordt met ingang van 2021 verlaagd van €0,51 naar €0,49 per verloond uur. Het huidige maximumbedrag van €1.000 per jaar wordt verlaagd naar €960. Dit staat in de Derde nota van wijziging op de Verzamelwet SZW 2021 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Daling zet door
Met ingang van 2020 werd het LIV al van maximaal €2.000 verlaagd naar maximaal €1.000. Ook werd het jeugd-LIV verlaagd. Het jeugd-LIV zal met ingang van 2024 zelfs helemaal verdwijnen.

De daling zal de komende jaren doorzetten. Het budget van het LIV wordt per 2022 met €14,3 miljoen per jaar verlaagd. Maar omdat de uitbetaling van het LIV altijd één jaar later plaatsvindt, gaat het tarief van het LIV met ingang van 2021 dus al omlaag. De maatregelen worden genomen om de kosten te dekken van een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd. Voor het verdwijnen van het jeugd-LIV zal naar oplossingen worden gezocht. Daarover is minister Koolmees met werkgevers in gesprek.

Voorwaarden voor het LIV
Het LIV is net als het jeugd-LIV en de loonkostenvoordelen (LKV) een tegemoetkoming die je als werkgever kunt ontvangen per verloond uur. De werknemer moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden:
• de werknemer heeft in het kalenderjaar minimaal 1.248 verloonde uren (geldt niet voor jeugd-LIV);
• het gemiddelde uurloon per kalenderjaar van de werknemer is gebaseerd op minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon bij een werkweek van 40 uur;
• de werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt, én
• de werknemer is verzekerd voor één of meerdere werknemersverzekeringen.

Geen actie nodig voor aanvragen LIV
Voor het aanvragen van het LIV hoef je geen actie te ondernemen. Het UWV beoordeelt aan de hand van de loonaangiften of je aan de voorwaarden voldoet. Vervolgens stuurt het UWV de informatie naar de Belastingdienst. Deze neemt de uiteindelijke beslissing. Je krijgt vóór 15 maart een voorlopige berekening en je kunt tot en met 1 mei correcties over het voorgaande jaar sturen. De definitieve berekening van het LIV ontvang je altijd vóór 1 augustus.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2020-11-18T10:11:52+01:0018 november 2020|Lonen, Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Lage-inkomensvoordeel (LIV) in 2021 omlaag