wetsvoorstel

Introductie vereenvoudigde inlenersaansprakelijkstelling

Het kabinet wil de inlenersaansprakelijkheid vereenvoudigen door de introductie van twee bewijsvermoedens. Welke zijn dit?

Inlenersaansprakelijkheid

Bouw

Als een uitlener de loonbelasting, sociale verzekeringspremies en omzetbelasting niet betaalt die verschuldigd zijn vanwege het uitlenen van arbeidskrachten, kan de Belastingdienst de inlener of doorlener aansprakelijk stellen. De inlener of doorlener kan het risico op aansprakelijkstelling beperken door een deel van de facturen van de uitlener of doorlener op een g-rekening te betalen. Voldoet de inlener of doorlener aan de daarvoor verplichte administratie, dan geldt er een vrijwaring tot het op de g-rekening betaalde bedrag.

Voorstel vereenvoudigde inlenersaansprakelijkstelling

Het kabinet introduceert twee bewijsvermoedens om de aansprakelijkstelling te vereenvoudigen. Op grond van deze bewijsvermoedens wordt het voor de Belastingdienst eenvoudiger om een inlener en doorlener aansprakelijk te stellen.

Vermoeden aansprakelijkheidsschuld

Als eerste kan de Belastingdienst straks een beroep doen op een vermoeden over de omvang van de aansprakelijkheidsschuld. Deze bedraagt 35% van de factuursom. De Belastingdienst kan de inlener en doorlener aansprakelijk stellen voor maximaal 35% van de factuursom, zonder verder onderzoek te doen naar de daadwerkelijke omvang van de aansprakelijkheidsschuld.

Er komt een tegenbewijsmogelijkheid voor de inlener of doorlener over de werkelijke omvang van de aansprakelijkheidsschuld. Zo kan deze bijvoorbeeld tegenbewijs leveren op basis van stukken uit zijn eigen administratie.

Tip! Deze aansprakelijkstelling is alleen mogelijk als de inlener of doorlener minder dan 35% van de factuursom op de g-rekening betaalt. De inlener of doorlener is immers gevrijwaard tot het op de g-rekening gestorte bedrag.

Vermoeden uitlener

Het tweede bewijsvermoeden dat geïntroduceerd wordt, is dat een onderneming die ingeschreven is in het openbaar register als toegelaten uitzendonderneming, een uitlener is. De Belastingdienst hoeft dan dus niet te onderzoeken of sprake is van inlening of aanneming van werk, maar kan de fiscale inlenersaansprakelijkheid toepassen.

Ook voor dit bewijsvermoeden komt een tegenbewijsmogelijkheid. De inlener of doorlener kan, ondanks de inschrijving de uitlener in het openbaar register, proberen aannemelijk te maken dat sprake was van aanneming van werk.

Let op! Het openbaar register is onderdeel van het nog niet in werking getreden wetsvoorstel Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten. Als deze wet in werking treedt, zal een toelatingsstelsel gaan gelden binnen de uitzendsector.

Beleidsmatige vrijwaring

Naast deze twee bewijsvermoedens wordt ook een beleidsmatige vrijwaring geïntroduceerd voor inleners die arbeidskrachten inhuren van uitleners of doorleners met een toelating. Voorwaarde is dat de inlener 35% van de factuursom betaalt op de g-rekening en voldoet aan de administratieve verplichtingen.

Fiscale verzamelwet 2026

Het voorstel is opgenomen in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2026 welke onlangs aan de Tweede Kamer is aangeboden. De Tweede en Eerste Kamer moeten nog instemmen met dit wetsvoorstel. De wetswijzigingen zijn daarom nog niet definitief.

Let op! Als de wetswijzigingen door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen, treden de voorgestelde wijzigingen gelijktijdig met de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten in werking. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2027.

Door |2025-05-12T22:25:49+02:0012 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Introductie vereenvoudigde inlenersaansprakelijkstelling

De belangrijkste laatste wijzigingen in Belastingplanpakket 2024

De Tweede Kamer is akkoord gegaan met alle wetsvoorstellen uit het Belastingplanpakket 2024. Wel heeft de Tweede Kamer een flink aantal amendementen aangenomen met wijzigingen op de wetsvoorstellen. Wat zijn de belangrijkste aanpassingen?

  1. De voorgenomen verlaging van de mkb-winstvrijstelling wordt deels teruggeschroefd. De mkb-winstvrijstelling wordt per 1 januari 2024 verlaagd van 14 naar 13,31% en dus niet naar 12,7% zoals eerder het plan was.
  2. Vorig jaar is al besloten dat er vanaf 2024 twee tarieven in box 2 gaan gelden: 24,5% tot € 67.000 (bij fiscale partners € 134.000) en 31% daarboven. Dit hoogste tarief wordt per 1 januari 2024 geen 31 maar 33%.
  3. In de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap is opgenomen dat de dga die te veel leent bij de eigen bv, hierover belasting moet betalen. Het eerste meetmoment is 31 december 2023. Tot de drempel van € 700.000 is geen sprake van excessief lenen. Deze drempel wordt in 2024 verlaagd naar € 500.000.
  4. Het plan om vanaf 2024 de fiscale aftrek voor giften in de vennootschapsbelasting onder de € 100.000 af te schaffen, is van de baan.
  5. Het tarief in box 3, de belasting op vermogensinkomsten, wordt per 1 januari 2024 verhoogd van 32 naar 36%. Het kabinet had al een voorstel voor een verhoging naar 34% gedaan.
  6. Per 2025 wordt de inkoop van eigen aandelen even zwaar belast als het uitkeren van dividend.
  7. De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) zou vanaf 2025 afgeschaft worden. Alleen ouders met een kind dat vóór 1 januari 2025 geboren is, zouden vanaf 2025 nog recht hebben op IACK. Deze afschaffing wordt echter uitgesteld naar 2027. Vanaf die datum houden alle ouders met kinderen die aan de voorwaarden voldoen recht op IACK, dus ook ouders met een kind geboren vanaf 1 januari 2027. De hoogte van de IACK wordt echter elk jaar een stuk lager en zo in negen jaar afgebouwd naar nihil.
  8. De 30%-regeling, de mogelijkheid om een deel van het loon aan werknemers die uit het buitenland zijn aangetrokken belastingvrij uit te keren, wordt per 1 januari 2024 nog verder versoberd. Deze was al versoberd door een koppeling per 1 januari 2024 aan de balkenendenorm. Nieuw is dat de 30%-regeling in de eerste 20 maanden nog wel 30% bedraagt, maar voor de tweede 20 maanden verlaagd wordt naar 20%. Gedurende de derde 20 maanden bedraagt deze 10%. Ook wordt de buitenlandse partiële belastingplicht per 2024 afgeschaft. Voor al lopende 30%-regelingen geldt overgangsrecht.
  9. De belastingkorting voor benzine, diesel en LPG, die sinds 1 juli 2023 geldt, wordt verlengd met 1 jaar. Ook wordt de reguliere indexatie per 1 januari 2024 niet doorgevoerd.
  10. Om de lasten van huishoudens te verlichten, wordt de energiebelasting verlaagd. Ter dekking van deze maatregel wordt onder meer het hoge tarief van de Aof-premie met 0,05% verhoogd.
  11. De voorgenomen verhoging van accijns op alcohol met 16,3% wordt bijna gehalveerd. Ter dekking van deze verlaging wordt het accijnstarief op tabak verhoogd en de kansspelbelasting met 1 procentpunt verhoogd.
  12. Eerder was al bekend dat het bedrag dat per 2025 voor de BOR voor 100% is vrijgesteld, wordt verhoogd van € 1.205.871 in 2023 naar € 1.500.000 in 2025. Voor het meerdere was een verlaging gepland van 83% tot en met 2024 naar 70% vanaf 2025. Dit wordt nu 75% vanaf 2025.
  13. Het in box 3 vrijgestelde bedrag voor groen sparen en beleggen wordt met ingang van 1 januari 2025 verlaagd naar € 30.000 (fiscale partners: € 60.000).

Let op! De wetsvoorstellen inclusief amendementen moeten nog wel worden goedgekeurd door de Eerste Kamer.

Door |2023-11-03T14:46:17+01:003 november 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor De belangrijkste laatste wijzigingen in Belastingplanpakket 2024
  • Nieuwsbrief maart 2023

Nieuwsbrief maart 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 13 maart 2023, 20:00 uur.


1. Coronabelastingschulden: wat zijn jouw mogelijkheden?

Tijdens de Coronacrisis konden bedrijven ervoor kiezen om de betaling van hun belastingschulden tijdelijk uit te stellen. Ruim 266.000 ondernemers moesten vanaf 1 oktober 2022 met de aflossing van deze schulden starten. Inmiddels blijkt dat meer dan 103.000 ondernemers achterlopen met die aflossingen.

Als je moeite hebt om aan de aflossingsverplichting te voldoen, zijn er misschien mogelijkheden. Zit je wat ruimer in jouw jas, dan kan het daarentegen financieel aantrekkelijk zijn om eerder af te lossen.

Betalingsregeling Coronabelastingschuld
De opgebouwde Coronabelastingschulden moeten sinds oktober 2022 worden afgelost. In beginsel moet dit maandelijks in gelijke termijnen. Je hebt hiervoor vijf jaar de tijd. Voorwaarde voor deze betalingsregeling is, dat je je ook aan de maandelijkse aflossing houdt. Een andere voorwaarde is dat je tijdig juiste belastingaangiften (onder meer BTW en loonheffing) moet indienen voor belastingen vanaf 1 oktober 2022 en tijdig en volledig de betalingen moet doen die daaruit voortvloeien.

Brief Belastingdienst
De Belastingdienst stuurt momenteel brieven aan ondernemers die volgens de Belastingdienst niet aan de voorwaarden van de betalingsregeling voldoen. De Belastingdienst vraagt zo snel mogelijk eventuele betalingsachterstanden in te lopen.

Let op!
Als je niet aan de voorwaarden van de betalingsregeling voldoet, heeft de Belastingdienst de mogelijkheid om de betalingsregeling in te trekken. Dat doet de Belastingdienst niet nu meteen al. Als je jouw betalingsachterstand in april nog niet hebt ingelopen, ontvangt je half april nogmaals een brief. Als je daarna niet binnen 14 dagen jouw betalingsachterstand inloopt, ontvang je vanaf half mei een beschikking van de Belastingdienst waarin de betalingsregeling wordt ingetrokken. Vanaf half juni 2023 start de Belastingdienst de invordering dan op.

De Belastingdienst zal nog niet de betalingsregeling intrekken als je maar één aflossingstermijn achterloopt, mits je wel aan de overige voorwaarden van de regeling voldoet. Voorlopig stelt de Belastingdienst zich in dit soort gevallen nog coulant op.

Mogelijkheden Coronabelastingschulden
Lukt het niet om aan de voorwaarden van de betalingsregeling te voldoen, dan zijn er nog mogelijkheden. Hiermee kan je misschien voorkomen dat de Belastingdienst de betalingsregeling uiteindelijk intrekt. Zo kan je verzoeken de schuld in zeven in plaats van vijf jaar af te lossen. Ook kan je verzoeken niet maandelijks, maar per kwartaal af te mogen lossen. Tot slot kan je ook eenmalig verzoeken om een betaalpauze van maximaal zes maanden. Het gevolg van zo’n verzoek is wel dat jouw af te lossen maandbedragen die daarna nog volgen, hoger worden.

Let op!
Voor deze mogelijkheden gelden ook voorwaarden. Onze adviseurs kunnen je hierover adviseren.

Mogelijkheden lopende betalingsverplichtingen
De Belastingdienst heeft de mogelijkheid om jouw betalingsregeling voor jouw Coronabelastingschulden in te trekken als je aan jouw nieuw opkomende betalingsverplichtingen, die na
1 oktober 2022 zijn ontstaan, niet voldoet. Je kan voor deze belastingschulden geen aanvullend uitstel krijgen of een betalingsregeling treffen.

Tip!
Voor belastingschulden die je vóór 1 oktober 2022 opbouwde is, onder voorwaarden, wel aanvullend uitstel van betaling mogelijk.

Invorderingsrente loopt op
Je betaalt over jouw opgebouwde Coronabelastingschuld invorderingsrente. Die was een tijdje 0,01%, maar bedraagt op dit moment alweer 2%. Per 1 juli stijgt deze rente naar 3% en
per 1 januari 2024 naar 4%. Is het voor jou mogelijk jouw Coronabelastingschuld sneller af te lossen, dan scheelt je dat dus flink aan te betalen rente. Bijna 22.000 ondernemers kozen al voor deze oplossing en losten hun Coronabelastingschuld volledig af. Uiteraard hoef je niet volledig af te lossen om rente te besparen, ook als je een gedeelte eerder aflost, scheelt dat je rente.


2. Tegemoetkoming in energie aanvragen vanaf 21 maart

Energie-intensieve MKB-ondernemers kunnen vanaf 21 maart 2023 de Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) aanvragen. De TEK kan worden verkregen voor de periode van
1 november 2022 tot en met 31 december 2023.

Modelprijzen en energie-intensiteitseis
Je komt alleen in aanmerking voor de TEK als jouw energiekosten minimaal 7% van jouw omzet in 2022 bedragen. Dit wordt de energie-intensiteitseis genoemd. De energiekosten in deze eis worden berekend aan de hand van een standaardjaarverbruik en modelprijzen voor gas en elektra voor 2022. Deze modelprijzen voor 2022 zijn inmiddels bekendgemaakt en bedragen voor gas €2,41 per kuub en voor elektra €0,59 per kWh. Het standaardjaarverbruik is een schatting van jouw jaarverbruik dat gebaseerd is op jouw verbruik in het verleden. De netbeheerder verstrekt die gegevens aan RVO.

Tip!
Je kan zelf uitrekenen of je voldoet aan de energie-intensiteitseis en dus voor de TEK in aanmerking komt. Op de site van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) zijn enkele rekenvoorbeelden opgenomen.

Verdere voorwaarden TEK
Naast de voorwaarde dat jouw energiekosten minimaal 7% van jouw omzet in 2022 moeten bedragen, kent de TEK nog andere voorwaarden. Zo moet je onder meer voldoen aan de MKB-toets; daarvoor geldt dat je minder dan 250 werknemers in dienst hebt en een omzet van maximaal €50 miljoen en/of een balanstotaal van maximaal €43 miljoen hebt. Je vindt alle voorwaarden op RVO.nl.

Tip!
Ook stichtingen, culturele instellingen en semipublieke instellingen die voldoen aan de voorwaarden van de TEK-regeling kunnen een aanvraag indienen.

Berekening TEK
De definitieve TEK wordt berekend op basis van de modelprijzen voor gas en elektra voor 2023 en het standaardjaarverbruik en dus niet op basis van het werkelijke gebruik en de actuele prijs.

Let op!
Je ontvangt alleen subsidie als de modelprijs voor 2023 straks hoger is dan €1,19 per m3 gas en €0,35 per KWh elektriciteit. Dit wordt de drempelprijs genoemd. Verder geldt een maximale prijs van €3,19 per m3 gas en €0,95 per kWh elektriciteit.

De TEK vergoedt straks maximaal 50% van het verschil tussen de modelprijs en de drempelprijs, waarbij de modelprijs maximaal op de maximale prijs wordt gesteld.

Voorbeeld

  • Stel de modelprijs 2023 voor gas wordt vastgesteld op €3,50 per m3 gas. De TEK vergoedt dan maximaal 50% over €2 (namelijk de maximale prijs van €3,19 verminderd met de drempelprijs van € 1,19);
  • Stel de modelprijs 2023 voor gas wordt vastgesteld op €2,19 per m3 gas. De TEK vergoedt dan maximaal 50% over €1 (namelijk de modelprijs van €2,19 verminderd met de drempelprijs van €1,19).

Let op!
Je ontvangt maximaal €160.000 subsidie (of per groep verbonden ondernemingen).

Voorschot van 50%
De modelprijzen voor 2023 staan nog niet vast. Daarom kan nog niet berekend worden hoeveel jouw definitieve subsidie is. Op basis van jouw aanvraag ontvang je daarom vooralsnog een voorschot van 50% van het te verwachten subsidiebedrag.

Aanvragen via de RVO
De tegemoetkoming kan vanaf 21 maart 2023 9.00 uur tot 2 oktober 2023 17.00 uur worden aangevraagd bij de RVO. Hiervoor is eHerkenning op niveau eH3 nodig, maar ZZP’ers en ondernemers met een eenmanszaak kunnen ook met DigiD terecht.

Vaststellingsverzoek
Om de definitieve TEK te kunnen berekenen, dient een vaststellingsverzoek te worden ingediend. Ook dit moet bij de RVO gebeuren, uiterlijk op 31 mei 2024.


3. Aanvragen SLIM-subsidie in de maand maart

Werkgevers in het MKB kunnen vanaf 1 maart 2023 de zogenaamde SLIM-subsidie, Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in MKB-ondernemingen, weer aanvragen. Nieuw in de regeling is dat MKB-ondernemingen een voorschot van 50% kunnen krijgen.

Let op!
Je hebt één maand de tijd voor jouw aanvraag. Het loket is namelijk open van 1 maart tot en met 30 maart 17.00 uur.

Waarvoor subsidie?
Je kan de subsidie aanvragen voor:

  • activiteiten voor leren en ontwikkelen (bijvoorbeeld loopbaanadvies of onderzoek naar behoefte aan scholing in jouw bedrijf);
  • een aanpak om jouw medewerkers aan te moedigen hun kennis, vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen (bijvoorbeeld een bedrijfsschool);
  • een praktijkleerplaats binnen jouw bedrijf voor (delen van) een MBO-opleiding voor volwassenen.

Hoogte subsidie
De subsidie bedraagt maximaal €25.000 (voor landbouwbedrijven maximaal €20.000). Middelgrote ondernemingen krijgen subsidie voor maximaal 60% van de subsidiabele kosten, kleine ondernemingen voor maximaal 80% van de subsidiabele kosten. Om voor subsidie in aanmerking te komen, moeten de subsidiabele kosten minimaal €5.000 bedragen.

Let op!
Deze minimale subsidiabele kosten en de maximering van de subsidiabele kosten gelden niet voor praktijkleerplaatsen of voor loopbaan- of ontwikkeladviezen. De subsidie voor een praktijkleerplaats is maximaal €2.700 en voor een loopbaan- of ontwikkeladvies maximaal €700.

Voorschot ook voor MKB
Nieuw in de regeling is dat MKB-ondernemingen nu een voorschot van 50% kunnen krijgen op basis van hun aanvraag. Samenwerkingsverbanden en grootbedrijven die voor de SLIM in aanmerking komen, hadden deze mogelijkheid al. Via een voorschot kan een onderneming makkelijker de aanloopkosten financieren. Bij twijfel over de betrouwbaarheid van de aanvrager kan een voorschot geweigerd worden. Ook is geregeld dat het voorschot kan worden teruggevorderd als niet aan de voorwaarden van de SLIM wordt voldaan.

Aanvragen SLIM
Om in aanmerking te komen voor de SLIM, geldt een aantal voorwaarden. Deze zijn verschillend per type aanvrager. Je vindt deze voorwaarden en meer informatie op deze site. Als je de SLIM wilt aanvragen, moet je eerst inloggen bij het ‘Subsidieportaal van uitvoering van beleid’. Als je nog geen account hebt, moet je dit eerst aanmaken.

Tip!
MKB-bedrijven kunnen de SLIM-subsidie ook aanvragen in september van dit jaar. Samenwerkingsverbanden en grootbedrijven in de landbouw, horeca en recreatie kunnen de SLIM-subsidie aanvragen tussen 1 juni en 27 juli 2023.


4. Wetsvoorstel invoering wettelijk minimumuurloon aangenomen

De Eerste Kamer is akkoord gegaan met het wetsvoorstel tot invoering van een wettelijk minimumuurloon. Dit betekent dat er naar verwachting vanaf 1 januari 2024 gerekend moet worden met een minimumuurloon op basis van 36 uren per week, in plaats van een minimumloon per maand.

Normale arbeidsduur
Nederland kent als een van de weinige EU-lidstaten wel een minimumloon per maand, maar niet per uur. Dit betekent dat de hoogte van het (niet wettelijk vastgelegde) minimumloon per uur afhankelijk is van het normale aantal uren dat in een sector als voltijd geldt, de zogenoemde normale arbeidsduur. Dit betekent dat het minimumloon dat een werknemer per uur verdient niet bij iedereen gelijk is, maar afhankelijk is van de sector waarin hij werkt.

Bij de invoering van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) in 1969 zorgde dit destijds niet voor discussie, omdat de 40-urige werkweek toen voor het grootste deel van de werkenden nog de standaard was. Dit uitgangspunt is echter gewijzigd in de loop der tijd. Er zijn bijvoorbeeld meer werknemers die verschillende uren werken en meerdere banen combineren. Het is nu zo dat de ene werknemer 40 uur per week moet werken om het minimumloon te verdienen, terwijl een andere werknemer hetzelfde loon in 36 uur per week kan verdienen.

Handhaving
Bijkomend punt is dat het ontbreken van een minimumuurloon voor problemen zorgt in de handhaving, waardoor werknemers minder goed beschermd zijn tegen uitbuiting en onderbetaling.

Minimumuurloon
De systematiek van de normale arbeidsduur past niet meer bij de huidige arbeidsmarkt, waar variatie in arbeidsduur en (intersectorale) mobiliteit gedurende de loopbaan gebruikelijker is geworden. Om die reden is het reëel om een minimumuurloon in te voeren, waarbij de keuze is gemaakt dit uurloon te baseren op een werkweek van 36 uur.

Let op!
Bij invoering van het minimumuurloon kunnen werkgevers, waar werknemers het minimumloon verdienen op basis van 38 of 40 uren per week, te maken krijgen met een lastenverzwaring, omdat er simpelweg meer betaald moet worden. Het is nog niet bekend of de overheid een verhoging gaat treffen om dit te compenseren.


5. Voorkom belastingrente met BTW-suppletie voor 1 april

Ga nog deze maand na of je over 2022 nog BTW moet afdragen aan de Belastingdienst. Als je deze BTW namelijk vóór 1 april 2023 met een suppletie aangeeft bij de Belastingdienst, berekent de Belastingdienst geen rente. Dien je de BTW-suppletie 2022 vanaf 1 april 2023 in, dan berekent de Belastingdienst 4% belastingrente vanaf 1 januari 2023. Je bent verplicht een BTW-suppletie in te dienen zodra je constateert dat je te weinig of te veel BTW hebt aangegeven. Is de correctie €1.000 of minder, dan corrigeer je niet met een BTW-suppletie. Je verwerkt de correctie dan in jouw eerstvolgende btw-aangifte.


6. Kijk berekening (jeugd-)LIV en LKV 2022 goed na

Uiterlijk 14 maart 2023 stuurt het UWV de voorlopige berekening van tegemoetkomingen volgens de Wtl voor 2022. Dit betreft het LIV, jeugd-LIV en LKV. De voorlopige berekening van het UWV is gebaseerd op jouw aangiften loonheffingen 2022 die je uiterlijk 31 januari 2023 bij de Belastingdienst indiende. Kijk daarom goed na of je alle gegevens juist in jouw aangifte loonheffingen hebt opgenomen. Tot en met 1 mei 2023 kan je nog verbeteringen aanbrengen. Verbeteringen die je daarna nog aanbrengt, worden niet meer meegenomen in de definitieve berekening van het LIV, jeugd-LIV en LKV. Zijn alle gegevens correct in de aangifte loonheffingen opgenomen? Maar klopt de voorlopige berekening desondanks niet? Dan kan je bellen met de UWV Telefoon Werkgevers. Je kan ook bellen als je na 15 maart 2023 nog geen voorlopige berekening hebt ontvangen.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0013 maart 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief maart 2023
  • Akkoord over Wet bescherming klokkenluiders

Akkoord over Wet bescherming klokkenluiders

De Eerste Kamer heeft op 23 januari 2023 ingestemd met het wetsvoorstel Wet bescherming klokkenluiders. Deze wet implementeert de Europese Klokkenluidersrichtlijn en vervangt de Wet Huis voor Klokkenluiders. De wet is op 18 februari jl. in werking getreden.

Europese richtlijn
Richtlijnen moeten in beginsel altijd worden omgezet in nationale wetgeving. Nederland is daarmee met betrekking tot deze richtlijn voor klokkenluiders te laat geweest. Dit heeft tot gevolg dat overheidswerkgevers al vanaf 17 december 2021 met terugwerkende kracht zijn gebonden aan de nieuwe bepalingen door de verticale doorwerking van de EU-richtlijn. Voor kleine werkgevers (50-249 werknemers) gelden vanaf 17 december 2023 de nieuwe bepalingen. De nieuwe wet gaat ook gelden voor grote werkgevers (meer dan 250 werknemers).

Wat moet je doen?
Het is van belang te zorgen voor een interne meldregeling of de bestaande regeling aan te passen aan de nieuwe wetgeving.
Als werkgever moet je vastleggen op welke manier een melding kan worden gedaan. Op een interne melding moet binnen zeven dagen een ontvangstbevestiging volgen, met registratie daarvan in een daarvoor ingericht register. Binnen drie maanden na de ontvangstbevestiging moet je als werkgever informatie geven over de beoordeling van de melding en de eventuele opvolging daarvan. Klokkenluiders mogen volledig anoniem melding maken van een (vermoedelijke) misstand.

Let op! Bij deze wijzigingen dient de personeelsvertegenwoordiging/ondernemingsraad betrokken te worden die een instemmingsrecht heeft. Is er geen sprake van een medezeggenschapsorgaan, dan moet de meerderheid van het personeel instemmen.

Klokkenluiden extern
Het is niet langer verplicht eerst intern een melding te doen, alhoewel dit wel wenselijk is en ook zal worden gestimuleerd. Klokkenluiders kunnen echter ook direct melden bij bevoegde autoriteiten, zoals het Huis voor Klokkenluiders, de Autoriteit Persoonsgegevens of de Autoriteit Financiële Markten. Deze instanties moeten ook bescherming bieden aan de klokkenluider bij een melding van een vermoedelijke misstand.

Uitbreiding definitie misstand en kring beschermden
De definitie ‘misstand’ wordt uitgebreid naar:

• schending/gevaar schending Unierecht;
• handeling/nalatigheid waarbij het maatschappelijk belang in het geding is.

Er vindt een uitbreiding plaats van het begrip ‘werkenden’ die beschermd worden naar ‘iedereen die in een werk gerelateerde context in aanraking komt met bepaalde informatie’. Naast (ex) werknemers zijn dat ook zzp’ers, aandeelhouders, vrijwilligers etc.

Bescherming van de klokkenluider
De werknemer die een melding doet van een vermoeden van een misstand, krijgt bescherming in zijn rechtspositie tegen élke vorm van benadeling (en pogingen en bedreigingen daartoe). In de nieuwe wet ligt de bewijslast bij eventuele benadeling bij de werkgever in plaats van bij de melder. De werkgever moet dus aantonen dat de benadeling niets met de melding te maken heeft.
Tevens geldt dat de werkgever geen zwijgverbod mag opleggen aan de melder om over een misstand uitlatingen te doen. Het is nog steeds mogelijk een geheimhoudingsbeding in de arbeidsovereenkomst op te nemen, maar een verbod om een vermoeden van misstand te melden of te openbaren is nietig.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-27T16:14:42+01:0028 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Akkoord over Wet bescherming klokkenluiders
  • Wetsvoorstel invoering wettelijk minimumuurloon aangenomen

Wetsvoorstel invoering wettelijk minimumuurloon aangenomen

De Eerste Kamer is akkoord gegaan met het wetsvoorstel tot invoering van een wettelijk minimumuurloon. Dit betekent dat er naar verwachting vanaf 1 januari 2024 gerekend moet worden met een minimumuurloon op basis van 36 uren per week, in plaats van een minimumloon per maand.

Normale arbeidsduur
Nederland kent als een van de weinige EU-lidstaten wel een minimumloon per maand, maar niet per uur. Dit betekent dat de hoogte van het (niet wettelijk vastgelegde) minimumloon per uur afhankelijk is van het normale aantal uren dat in een sector als voltijd geldt, de zogenoemde normale arbeidsduur (hierna NAD). Dit betekent dat het minimumloon dat een werknemer per uur verdient niet bij iedereen gelijk is, maar afhankelijk is van de sector waar hij in werkt.
Bij de invoering van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) in 1969 zorgde dit destijds niet voor discussie, omdat de 40-urige werkweek toen voor het grootste deel van de werkenden nog de standaard was. Dit uitgangspunt is echter gewijzigd in de loop der tijd. Er zijn bijvoorbeeld meer werknemers die verschillende uren werken en meerdere banen combineren. Het is nu zo dat de ene werknemer 40 uur per week moet werken om het minimumloon te verdienen terwijl een andere werknemer hetzelfde loon in 36 uur per week kan verdienen.

Handhaving
Bijkomend punt is dat het ontbreken van een minimumuurloon voor problemen zorgt in de handhaving, waardoor werknemers minder goed beschermd zijn tegen uitbuiting en onderbetaling.

Minimumuurloon
De systematiek van de NAD past niet meer bij de huidige arbeidsmarkt, waar variatie in arbeidsduur en (intersectorale) mobiliteit gedurende de loopbaan gebruikelijker is geworden. Om die reden is het reëel om een minimumuurloon in te voeren, waarbij de keuze is gemaakt dit uurloon te baseren op een werkweek van 36 uur.

Let op! Bij invoering van het minimumuurloon kunnen werkgevers waar werknemers het minimumloon verdienen op basis van 38 of 40 uren per week te maken krijgen met een lastenverzwaring, omdat er simpelweg meer betaald moet worden. Het is nog niet bekend of de overheid een verhoging gaat treffen om dit te compenseren.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-27T15:56:33+01:0027 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Wetsvoorstel invoering wettelijk minimumuurloon aangenomen
  • Hoeveel lage-inkomensvoordeel, LIV, in 2023?

Hoeveel lage-inkomensvoordeel, LIV, in 2023?

Het plan om het lage-inkomensvoordeel (LIV) ook in 2023 te verhogen, gaat niet door. Wat worden nu de nieuwe bedragen voor 2023 en wat scheelt dat met 2022?

Lage-inkomensvoordeel
Het LIV is een tegemoetkoming voor werkgevers met werknemers in dienst die tussen de 100 en 125% van het minimumloon verdienen. Alle voorwaarden voor het LIV zijn:

• de werknemer voldoet aan een vastgesteld gemiddeld uurloon (gebaseerd op minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon);
• de werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen;
• er is sprake van een substantiële baan (minimaal 1.248 verloonde uren per kalenderjaar);
• de werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.

Cijfers 2023
Het LIV per werknemer per uur gaat in 2023 €0,49 bedragen. Het maximale LIV per werknemer kan in 2023 oplopen tot €960.

Let op! De bedragen voor 2023 ontvang je pas na afloop van het jaar, dus in 2024.

Gemiddeld uurloon
Het gemiddelde uurloon voor het LIV voor 2023 moet gelijk zijn aan of meer bedragen dan €12,04, maar mag niet meer zijn dan €15,06.

Cijfers 2022
Dit jaar ontvang je wel het LIV voor 2022. Dat bedroeg €0,78 per werknemer per uur. Het maximum voor 2022 kan oplopen tot €1.520 per werknemer per jaar.

Let op! Het LIV 2024 (uitbetaling in 2025) is waarschijnlijk het laatste jaar dat deze tegemoetkoming geldt. Het kabinet heeft een wetsvoorstel in voorbereiding waarin de afschaffing van het LIV per 1 januari 2025 wordt opgenomen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-07T12:47:10+01:007 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoeveel lage-inkomensvoordeel, LIV, in 2023?

  • Zonder rentenadeel geen belastingrente

Zonder rentenadeel geen belastingrente

Als de Belastingdienst geen rentenadeel leidt, dient bij het opleggen van een aanslag ook geen belastingrente te kunnen worden berekend. Het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2023 bevat hiertoe een bepaling die inspeelt op een eerder arrest van de Hoge Raad hierover.

Belastingrente
In het genoemde arrest gaat de Hoge Raad ervan uit dat door een belastingplichtige belastingrente moet worden betaald als, als gevolg van zijn handelen, het vaststellen van een aanslag te lang op zich heeft laten wachten. Andersom moet de Belastingdienst belastingrente vergoeden als de schuld bij de Belastingdienst ligt.

Geen rentenadeel
In hetzelfde arrest acht de Hoge Raad het onaanvaardbaar als ook belastingrente in rekening wordt gebracht als de Belastingdienst geen rentenadeel heeft geleden. Dit kan zich voordoen, zoals in genoemd arrest, als meerdere voorlopige aanslagen worden opgelegd. In de betreffende rechtszaak moest een belastingplichtige daardoor €1.553 belastingrente betalen.

Wetsvoorstel
In bovengenoemd wetsvoorstel wordt geregeld dat de inspecteur de te betalen belastingrente kan verminderen in situaties waarin belastingrente in rekening wordt gebracht over een tijdvak waarin de belasting al is geheven, voldaan of afgedragen. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel op 1 januari 2023 van kracht is.

Let op! Mocht een inspecteur tot die tijd in soortgelijke situaties toch belastingrente in rekening brengen, dan kunnen belastingplichtigen zich altijd beroepen op het arrest van de Hoge Raad.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-03T14:29:52+01:004 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Zonder rentenadeel geen belastingrente

  • Vanaf 2024 twee tarieven in box 2

Vanaf 2024 twee tarieven in box 2

Houders van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, krijgen vanaf 2024 te maken met twee tarieven in box 2. In box 2 worden de inkomsten uit een aanmerkelijk belang belast. Daarbij gaat het met name om dividenduitkeringen en om de winst behaald bij verkoop van een aanmerkelijk belang. Dit voorstel staat in het Belastingplan 2023.

Twee tarieven
De voorgestelde tarieven vanaf 2024 bedragen 24,5% voor inkomsten tot €67.000 en 31% over het meerdere. Nu kent box 2 nog één tarief van 26,9%. Het voorstel betekent dat over een dividend tot €67.000 vanaf 2024 bijna 9% minder belasting hoeft te worden betaald. Wordt meer dividend uitgekeerd, dan betaalt men ruim 15% méér belasting in box 2 over het meerdere.

Voordeel partners
Belastingplichtigen met een partner kunnen inkomsten uit een aanmerkelijk belang in de aangifte verdelen. Ze kunnen zo een voordeel behalen door een dividenduitkering van meer dan €67.000 deels aan de partner toe te rekenen. Op deze manier kunnen zij straks maximaal 2 x €67.000, ofwel €134.000 aan dividend opnemen tegen het lage tarief van 24,5%.

Oppotten tegengaan
Het wetsvoorstel is onder meer bedoeld om het eindeloos oppotten van winstreserves in de BV tegen te gaan. DGA’s hebben er straks immers voordeel bij om jaarlijks dividend uit te keren voor zover het tarief hierover 24,5% bedraagt. Het wetsvoorstel is ook bedoeld ter financiering van de herziene belastingheffing over vermogensinkomsten in box 3.

Aanpassing aan inflatie
De nieuwe tariefschijven zullen jaarlijks aangepast worden aan de inflatie. Dit betekent dat het lage tarief van 24,5% jaarlijks toegepast wordt over een bedrag van de eerste schijf (€ 67.000), plus of min de inflatiecorrectie.

Let op! De voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en zijn dus nog niet definitief.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-17T11:37:16+02:0019 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vanaf 2024 twee tarieven in box 2

  • Wetsvoorstel ‘Wet werken waar je wilt’ aangenomen

Wetsvoorstel ‘Wet werken waar je wilt’ aangenomen

De Tweede Kamer is akkoord gegaan met de ‘Wet werken waar je wilt’. Dit is een wijziging op de Wet Flexibel werken (Wfw). Voor jou als werkgever veranderen de wettelijke regels als je een verzoek van een werknemer voor een andere arbeidsplaats krijgt.

Werknemersverzoek beoordelen naar ‘redelijkheid en billijkheid’
De Wfw biedt werknemers de mogelijkheid om een verzoek in te dienen voor andere werktijden, arbeidsduur en arbeidsplaats. Bij verzoeken om aanpassing van de arbeidsduur of werktijden heb je voor weigering een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang nodig. Dat geldt niet voor een aanpassing van de arbeidsplaats. Je hoeft zo’n verzoek van de werknemer alleen te overwegen en hierover een gesprek te voeren.
In het wetsvoorstel dat is aangenomen staat nu dat je het werknemersverzoek om aanpassing van de arbeidsplaats ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid’ moet beoordelen. Dit is een minder zware toets dan die in het kader van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang. Je moet als werkgever beoordelen of jouw belangen naar redelijkheid en billijkheid opwegen tegen de belangen van de werknemer, daarbij alle omstandigheden van het geval betrekkend. De passage ‘daarbij alle omstandigheden van het geval betrekkend’ noodzaakt je goed door te vragen bij de werknemer naar diens belangen. Je kunt niet zonder meer afgaan op het gestelde in het verzoek.

Meer vrijheid voor creëren balans tussen werk en privé
Doel van de wet is werknemers meer vrijheid te geven in hoe zij de balans tussen het werken op werklocatie en het werken thuis willen inrichten. Het wetsvoorstel gaat zowel over het recht op thuiswerken, als ook over het recht op werken op de werklocatie. Dit is in lijn met een eerder dit jaar uitgebracht advies van de SER aan het kabinet over hybride werken, waarin zij stelt dat de werknemer meer zeggenschap zou moeten hebben over wel of niet thuiswerken. Het wetsvoorstel ziet daarmee niet zonder meer toe op het veel bredere begrip ‘plaatsonafhankelijk werken’ zoals dat nu in de Wfw is opgenomen.

Niet voor hele kleine werkgevers
Wanneer je minder dan tien werknemers hebt, is het wetsvoorstel voor jou niet van toepassing. Het zou namelijk grote gevolgen voor jouw bedrijfsvoering kunnen hebben. Dit geldt ook al voor verzoeken om aanpassing van arbeidsduur en werktijden.

Let op! Het wetsvoorstel moet nog goedgekeurd worden door de Eerste Kamer. De ingangsdatum is nog niet bekend.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-20T11:39:57+02:0020 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wetsvoorstel ‘Wet werken waar je wilt’ aangenomen

  • Vanaf 2024 voor iedereen gelijk minimumuurloon

Vanaf 2024 voor iedereen gelijk minimumuurloon

Nederland kent een wettelijk minimumloon. Dit minimumloon wordt per maand vastgesteld. Het is de bedoeling dat dit per 2024 gaat veranderen en dat het minimumloon dan per uur wordt vastgesteld. Daarmee zou een ieder in de leeftijd van 21 jaar en ouder werkzaam voor het minimumloon dezelfde vergoeding krijgen.

Minimumloon
Het minimumloon is het loon dat iemand van 21 jaar of ouder minstens moet verdienen. Het minimumjeugdloon voor personen jonger dan 21 jaar, is hiervan afgeleid.

Geen minimumuurloon
Omdat het aantal gewerkte uren kan verschillen, bestaat er thans geen vast minimumuurloon. Iemand die bijvoorbeeld 40 uur per week werkt tegen het minimumloon, krijgt daardoor per uur minder dan iemand die tegen het minimumloon 38 of 36 uur per week werkt.

Basis wordt 36-urige werkweek
In het wetsvoorstel, dat door de Tweede Kamer is aangenomen, wordt een 36-urige werkweek de basis voor het nieuwe wettelijke minimumloon. Dit betekent dat degenen die nu nog tegen het minimumloon werken en een langere werkweek hebben van bijvoorbeeld 38 of 40 uur, erop vooruit gaan.

Let op! Het wetsvoorstel moet nog door de Eerste Kamer worden aangenomen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-13T09:38:09+02:0013 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vanaf 2024 voor iedereen gelijk minimumuurloon