werknemer

  • Laatste NOW-aanvraag uiterlijk 13 april indienen

Laatste NOW-aanvraag uiterlijk 13 april indienen

De voorlopig laatste tegemoetkoming in de loonkosten via de NOW kun je nog tot en met 13 april 2022 indienen bij het UWV. Deze aanvraag betreft de periode januari tot en met maart 2022.

NOW
De NOW is een tegemoetkoming in de loonkosten voor ondernemers die te maken hebben met een omzetdaling. Deze vooralsnog laatste NOW gaat uit van een minimaal omzetverlies van 20% en een maximaal omzetverlies van 90%.

De NOW kent een vergoeding van 85% van de aan de omzet gerelateerde loonkosten. Die kan dus maximaal 90% x 85% = 76,5% bedragen.

Op basis van loonsom oktober 2021
De tegemoetkoming is gebaseerd op de loonsom in oktober 2021. De loonsom voor de periode januari tot en met maart 2022 mag met maximaal 15% dalen ten opzichte van de loonsom in oktober 2021 zonder dat dit gevolgen heeft voor de definitieve tegemoetkoming.

Opslag 30%
De NOW kent voor deze periode, dus van 1 januari tot en met 31 maart 2022, een opslag op de loonkosten van 30%. Deze opslag is voor loongerelateerde kosten, zoals vakantiegeld.

Aanvragen
Aanvragen van de NOW moet via het UWV. Hiervoor kun je gebruikmaken van eHerkenning, maar dit is niet verplicht.

Voorschot
Ook nu krijg je na de aanvraag eerst een voorschot van 80% van de tegemoetkoming op basis van het geschatte omzetverlies. Schat het omzetverlies zo goed mogelijk, want als je te royaal schat moet je achteraf wellicht de tegemoetkoming helemaal of gedeeltelijk terugbetalen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-05T16:49:15+02:005 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Laatste NOW-aanvraag uiterlijk 13 april indienen

  • Uitkering betaald ouderschapsverlof naar 70 procent dagloon

Uitkering betaald ouderschapsverlof naar 70 procent dagloon

De uitkering voor betaald ouderschapsverlof wordt per 2 augustus 2022 verhoogd naar 70% van het dagloon. Oorspronkelijk was voorgesteld vanaf dan een uitkering van 50% van het dagloon te verstrekken. Het voorstel voor deze verhoging is door staatssecretaris Van Gennip naar de Tweede kamer gestuurd.

Betaald ouderschapsverlof
Ouders kunnen nu al 26 weken ouderschapsverlof opnemen, maar dit is onbetaald. Volgens het voorstel worden vanaf 2 augustus 2022 de eerste negen weken wel betaald.

Opnemen in eerste levensjaar
Een belangrijk element is dat de eerste negen weken alleen worden betaald als deze in het eerste levensjaar van het kind worden opgenomen. Worden ze dan niet opgenomen, dan kunnen ze wel worden toegevoegd aan de nog resterende 17 weken verlof.

Geboorteverlof
Ouders hebben vanaf 1 juli 2020 ook recht op zes weken betaald geboorteverlof in de eerste zes maanden van een baby. Daarmee krijgen moeders en hun partners vanaf 2 augustus 2022 in het eerste levensjaar van het kind in totaal 15 weken betaald verlof.

Let op! Het voorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-04T16:43:17+02:004 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Uitkering betaald ouderschapsverlof naar 70 procent dagloon

  • Is BTW op huisvesting personeel aftrekbaar?

Is BTW op huisvesting personeel aftrekbaar?

De BTW op personeelsuitgaven is voor een ondernemer in het algemeen niet aftrekbaar. Hierop bestaat een aantal uitzonderingen, waaronder die op huisvesting. Wanneer is die BTW wel en wanneer niet aftrekbaar?

Besluit Uitsluiting Aftrek Omzetbelasting (BUA)
In het BUA wordt onder meer geregeld dat de BTW op personeelsvoorzieningen in beginsel niet aftrekbaar is. Is het bedrag aan voorzieningen voor een werknemer in een jaar niet meer dan €227 exclusief BTW? Dan is de BTW op de voorzieningen voor die werknemer wél aftrekbaar.

Let op! Ook huisvesting wordt beschouwd als personeelsvoorziening. De BTW hierop is dus evenmin aftrekbaar, tenzij er sprake is van een bijzondere omstandigheid.

Bijzondere omstandigheid
In een recent arrest van de Hoge Raad was sprake van een uitzendbureau dat buitenlands personeel inhuurde en weer uitleende. Het uitzendbureau had voor de werknemers voor huisvesting gezorgd en de BTW afgetrokken. De inspecteur had de aftrek echter niet toegestaan, omdat er naar zijn mening geen sprake was van een bijzondere omstandigheid.

Belang onderneming staat voorop
Dat er sprake is van een bijzondere omstandigheid, moet de ondernemer bewijzen. De uitgaven voor die goederen of diensten moeten dan primair worden gedaan in het belang van de onderneming. Het persoonlijke voordeel voor de werknemer is daarbij voor de werkgever van ondergeschikt belang.

Wanneer is er wel sprake van bijzondere omstandigheid?
Uit het arrest blijkt dat hiervoor van belang is of personeelsleden de hun aangeboden onderkomens dienen te aanvaarden, zonder dat daarbij ruimte is voor een eigen keuze voor een bepaald onderkomen. Ook speelt mee of medegebruik van de huisvesting door een of meer anderen aanvaard moet worden.

In genoemde situatie hadden de werknemers deze keuze wel. De uitzendkrachten konden de huisvesting weigeren. Zij kregen echter geen vergoeding voor de huisvesting die zij zelf regelden en moesten de kosten daarvoor zelf betalen. Omdat er dus een keuzemogelijkheid was, was daarom geen sprake van een bijzondere omstandigheid.

Geen Nederlander te krijgen!
Het uitzendbureau voerde nog aan dat het alle moeite had gedaan Nederlandse uitzendkrachten voor de werkzaamheden te werven, maar dat dit niet gelukt was. Deze stelling werd echter niet onderbouwd, zodat de rechter eraan voorbijging.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-30T16:24:35+02:0030 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Is BTW op huisvesting personeel aftrekbaar?

  • UWV aansprakelijk voor slecht deskundigenoordeel

UWV aansprakelijk voor slecht deskundigenoordeel

Het UWV is verantwoordelijk voor het geven van deskundig advies over de voortgang van re-integratie. Dit betekent dat de uitkerende instantie onafhankelijk onderzoek moet doen, uitgevoerd door professionals. Gebeurt dit niet, dan kan een oordeel van het UWV worden weerlegd.

Mislukt re-integratietraject
Een werkgever was van mening dat een zieke werknemer onvoldoende meewerkte aan zijn re-integratie. Hij vond hierin steun bij de bedrijfsarts. Vervolgens zette hij het loon stop. Het UWV werd gevraagd een deskundigenoordeel te geven. De arbeidsdeskundige van het UWV was echter van oordeel dat de werknemer wel voldoende had gedaan aan zijn re-integratie. De werkgever hervatte de loonbetaling en kwam met de werknemer een beëindiging van de arbeidsovereenkomst overeen met daarin opgenomen de transitievergoeding. Bij elkaar ging het om bijna 2 ton, bestaande uit de doorbetaling van loon over de periode van 1 juni 2019 tot 1 januari 2020 vermeerderd met de transitievergoeding.

Onjuist deskundigenoordeel
De werkgever was het echter niet eens met het deskundigenoordeel van het UWV en ging naar de rechter. De rechter was van oordeel dat de arbeidsdeskundige of verzekeringsarts aan wie de uitvoering van het deskundigenoordeel is opgedragen, verplicht is zijn onderzoek onpartijdig en naar beste weten te volbrengen. Dit houdt ook in dat de deskundige zorgvuldig onderzoek dient te doen. Het belang van zorgvuldig onderzoek wordt verder onderstreept door het gewicht en de betekenis die aan een deskundigenoordeel toekomt in een geschil over re-integratie tussen werknemer en werkgever.

Buiten expertise
Deze arbeidsdeskundige had volgens de rechter onvoldoende onderzoek gedaan. Hij had ten onrechte geen verzekeringsarts ingeschakeld maar zelfstandig een oordeel gegeven over de medische vraag naar de belastbaarheid van de werknemer. Hiermee is de arbeidsdeskundige buiten zijn expertise getreden. Naar het oordeel van de rechtbank is een en ander ernstig onzorgvuldig en daarmee ook zodanig onzorgvuldig dat dit als onrechtmatig jegens de werkgever moest worden aangemerkt. Dit onrechtmatig handelen is het UWV ook toe te rekenen.

Volledige loonstop in plaats van gedeeltelijke
Daarbij komt nog dat de arbeidsdeskundige in afwijking van de geldende rechtspraak had aangegeven dat in plaats van een volledige loonstop, ook alleen het loon over de belastbare uren had kunnen worden stopgezet. Dit is in strijd met de geldende rechtspraak waarin is bepaald dat bij het gedeeltelijk niet meewerken aan de re-integratie een volledige loonstop dient plaats te vinden.

Schadevergoeding aan werkgever
De rechtbank was van oordeel dat bij een zorgvuldig onderzoek de uitkomst van het deskundigenoordeel anders was geweest. Daarom is er een oorzakelijk verband tussen het onjuiste oordeel van de arbeidsdeskundige en de schade van de werkgever. Het uiteindelijke oordeel luidt dat de werkgever 60% en het UWV 40% van de schade moet dragen. Dat betekent dat 40% van de door de werkgever gevorderde schade, zijnde een bedrag van bijna € 75.000 toewijsbaar is.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-29T21:10:57+02:0029 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

UWV aansprakelijk voor slecht deskundigenoordeel

  • Flexkracht krijgt eerder medezeggenschapsrechten

Flexkracht krijgt eerder medezeggenschapsrechten

Het aantal flexwerkers, zoals uitzendkrachten en werknemers met een tijdelijk dienstverband, neemt in Nederland steeds verder toe. Om ervoor te zorgen dat ook werknemers met korte of tijdelijke dienstverbanden aanspraak kunnen maken op medezeggenschapsrechten is de WOR (Wet op de ondernemingsraden) per 1 januari 2022 op dit punt gewijzigd.

Verkorting termijnen kiesrecht
Doel van de wijzigingen van de WOR is dat meer werknemers (juist ook jongeren en flexkrachten) eerder en vaker bij de medezeggenschap worden betrokken. Onderstaand een opsomming van de wijzigingen:

  • verkorting van de termijnen voor het actief kiesrecht (het recht om te mogen stemmen) van zes naar drie maanden;
  • verkorting van de termijn voor het passief kiesrecht (het recht van een werknemer om zich kandidaat te stellen voor de OR) van twaalf naar drie maanden;
  • uitzendkrachten gaan al na vijftien maanden (in plaats van na 24 maanden) medezeggenschapsrechten opbouwen in de onderneming van de inlener en verwerven na achttien maanden actief en passief kiesrecht (15 + 3 = 18 maanden).

Tip! Deze aanpassingen kunnen leiden tot het wijzigen van het OR-reglement.

Het blijft mogelijk in het OR-reglement (ten positieve) af te wijken van de wet, door nog kortere termijnen op te nemen. Daarnaast blijft het mogelijk om de groep ‘in de onderneming werkzame personen’ uit te breiden met bijvoorbeeld uitzendkrachten die nog geen vijftien maanden werkzaam zijn in de organisatie.

Vaste commissies en niet-OR-leden
Naast dat flexkrachten meer zeggenschapsrechten krijgen, kan per 2022 ook worden afgeweken van de hoofdregel dat een vaste commissie voor de meerderheid uit OR-leden moet bestaan. Een vaste commissie kan bijvoorbeeld worden ingesteld om meer expertise voor de OR in huis te halen. Wel geldt dat als een vaste commissie voor een minderheid uit OR-leden bestaat, het advies- en instemmingsrecht bij de OR blijft liggen. Zo kunnen meer commissieleden van buiten de OR worden gevraagd om in een OR-commissie zitting te nemen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-25T19:47:16+01:0025 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Flexkracht krijgt eerder medezeggenschapsrechten

  • Thuiswerkvergoeding ook onbelast voor DGA?

Thuiswerkvergoeding ook onbelast voor DGA?

Sinds dit jaar geldt een onbelaste thuiswerkvergoeding van €2 per dag. Of een DGA ook van deze vrijstelling gebruik kan maken, hangt af van het feit of de DGA al een werkplek thuis heeft die fiscaal als werkplek is aangemerkt.

Thuiswerkvrijstelling
Werknemers werken steeds vaker geheel of gedeeltelijk thuis. Vanwege Corona is dit de laatste tijd sterk toegenomen. Het kabinet heeft daarom besloten vanaf 1 januari 2022 een onbelaste thuiswerkvergoeding van €2 per dag in te voeren. Met deze vergoeding kunnen de kosten van het thuiswerken, zoals die van koffie en energie, onbelast worden vergoed.

Fiscale thuiswerkplek?
Als een DGA thuiswerkt, is voor de onbelaste thuiswerkvergoeding van belang of de werkkamer fiscaal als ‘werkplek’ kan worden aangemerkt of reeds is aangemerkt. Dit is het geval als de werkkamer een eigen in- of opgang heeft, beschikt over eigen sanitair én er een huurovereenkomst met de BV is inzake de werkkamer. Is dit het geval, dan is de werkkamer fiscaal een werkplek en kan er geen gebruik worden gemaakt van de thuiswerkvrijstelling.

Geen fiscale thuiswerkplek?
Als de DGA geen fiscale thuiswerkplek heeft, maar toch af en toe thuiswerkt, kan hij wel gebruikmaken van de thuiswerkvergoeding. Ook dan geldt een onbelaste vergoeding van €2 per dag.

BTW aftrekken
Van de vrijgestelde vergoeding van €2 per dag is €0,95 beperkt aftrekbaar. Dit deel van de vergoeding wordt namelijk aangemerkt als een vergoeding voor gemengde kosten, zoals koffie. Voor ondernemers in de vennootschapsbelasting is dit in beginsel voor 73,5%.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-24T19:39:39+01:0024 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Thuiswerkvergoeding ook onbelast voor DGA?

  • Vergeet de eindheffing werkkostenregeling niet

Vergeet de eindheffing werkkostenregeling niet

Als werkgever kun je onbelast zaken aan het personeel vergoeden, verstrekken en ter beschikking stellen via de werkkostenregeling. Ben je eindheffing verschuldigd, dan moet je die uiterlijk aangeven in het tweede aangiftetijdvak van het volgende jaar.

Is jouw aangiftetijdvak bijvoorbeeld een maand, dan moet je de eindheffing over 2021 dus meenemen in de aangifte van februari 2022. Deze geef je aan én betaal je dan uiterlijk 31 maart 2022.

Eindheffing
De werkkostenregeling, WKR, kent een vrije ruimte. In 2021 bedroeg deze 3% bij een loonsom tot €400.000. Over het meerdere van deze loonsom bedroeg de vrije ruimte in 2021 1,18%. Je kon er in 2021 voor kiezen om bepaalde vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen toe te wijzen aan deze vrije ruimte. Dit betekent dat deze niet belast zijn bij de werknemer, maar onbelast tot het maximum van de vrije ruimte.

Wees je in 2021 meer toe aan de vrije ruimte, dan betaal je als werkgever hierover 80% belasting via de eindheffing.

Voorbeeld
In 2021 had je een loonsom van €300.000. Je hebt in 2021 aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen een bedrag van €12.500 uitgegeven. De vrije ruimte bedroeg 3% x €300.000 = €9.000. Je moet dus over €12.500 -/- €9.000 = €3.500 de eindheffing afdragen. Die bedraagt 80% x €3.500 = €2.800. Deze €2.800 geef je uiterlijk aan in het tweede aangiftetijdvak van 2022.

Tip! Niet alles wat je vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt gaat ten laste van de vrije ruimte. Voor sommige zaken gelden bijvoorbeeld zogenaamde gerichte vrijstellingen of nihilwaarderingen. Dit betekent dat deze zaken de vrije ruimte niet verlagen.

Let op! In 2022 bedraagt de vrije ruimte in de WKR weer 1,7% van de loonsom tot €400.000 en 1,18% over het meerdere. Bij eenzelfde bedrag aan vergoedingen en verstrekkingen en overschrijding van de vrije ruimte, betaal je dit jaar dus meer eindheffing.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-22T16:08:43+01:0022 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vergeet de eindheffing werkkostenregeling niet

  • Eigenrisicodrager WGA of ZW? Uiterlijk 31 maart aanvragen of opzeggen!

Eigenrisicodrager WGA of ZW? Uiterlijk 31 maart aanvragen of opzeggen!

Wil je per 1 juli 2022 eigenrisicodrager worden voor de WGA of ZW? Of ben je eigenrisicodrager en wil je opzeggen? Dan moet je dat uiterlijk 31 maart aanvragen bij de Belastingdienst.

Wat is eigenrisicodragerschap?
Werkgevers vallen voor de kosten van arbeidsongeschiktheid van werknemers doorgaans onder de publieke verzekering van het UWV. Hier gaat het om de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Ziektewet (ZW). Als werkgever draag je daarvoor WGA- en ZW-premies af. Deze regelingen zijn onderdeel van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

Je betaalt deze premies werknemersverzekeringen echter niet als je eigenrisicodrager bent. In dat geval betaal je alleen de basispremie.

Risico WGA of ZW?
Is het risico dat de (ex-)werknemer een beroep moet doen op een WGA- of ZW-uitkering laag? Dan kan het gunstig zijn om eigenrisicodrager te worden. Wordt de (ex-)werknemer echter ziek, dan moet je de uitkering en (re-integratie)kosten zelf betalen. Ook blijf je verantwoordelijk voor de begeleiding bij re-integratie.
Bij eigenrisicodragerschap voor de WGA neemt het UWV na tien jaar de betaling van de uitkering over. Ook wordt het UWV vanaf dat moment verantwoordelijk voor de re-integratie. Als eigenrisicodrager voor de ZW ben je maximaal twee jaar verantwoordelijk voor betaling van de Ziektewetuitkering, de verzuimregistratie en -begeleiding. Je kunt je voor deze risico’s verzekeren bij verschillende verzekeraars.

Let op! Eigenrisicodragerschap voor de WW is verplicht voor werkgevers in de sectoren Overheid en Onderwijs. Voor werkgevers in andere sectoren is dat niet mogelijk.

Tweemaal per jaar wijzigingen doorgeven
Twee keer per jaar kun je ervoor kiezen om eigenrisicodrager te worden. Dat kan op 1 januari en op 1 juli. Het eigenrisicodragerschap opzeggen kan dan ook. De aanvraag moet 13 weken van tevoren bij de Belastingdienst ingediend worden. Wil je per 1 juli 2022 de wijziging in laten gaan, dan moet je dat dus vóór 1 april doorgeven.

Let op bij aanvraag WGA!
Bij de aanvraag voor het eigenrisicodragerschap voor de WGA moet een garantieverklaring meegestuurd worden van jouw bank of verzekeraar. Hiervoor is een modelgarantieverklaring beschikbaar op de site van de Belastingdienst en op de site van het UWV.

Let op bij aanvraag ZW!
Bij de aanvraag voor het eigenrisicodragerschap voor de ZW moet je de schriftelijke afspraken over verzuimbegeleiding meesturen. In plaats daarvan kun je ook een model Arboverklaring eigenrisicodragerschap Ziektewet (ZW) gebruiken. Deze vind je op de site van de Belastingdienst. Je neemt de tekst van het model over en vult de verklaring samen in met de arbodienst of de bedrijfsarts. De ondertekende verklaring stuur je mee met de aanvraag van het eigenrisicodragerschap voor de ZW.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-16T19:54:24+01:0016 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Eigenrisicodrager WGA of ZW? Uiterlijk 31 maart aanvragen of opzeggen!

  • Geef uiterlijk 31 maart WBSO-uren 2021 door

Geef uiterlijk 31 maart WBSO-uren 2021 door

Vroeg je in 2021 WBSO aan? Doe dan uiterlijk 31 maart 2022 de WBSO-mededeling over 2021 bij de RVO. De mededeling bevat de door de medewerkers in 2021 gerealiseerde S&O-uren en soms ook de werkelijk gemaakte kosten en uitgaven.

WBSO
WBSO staat voor Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk. Het is een fiscale regeling die kosten voor Research & Development verlaagt.

Ondernemers met personeel
Ondernemers met personeel met een WBSO-verklaring kunnen de speur- en ontwikkelingskosten (S&O-kosten) verlagen door een aftrek op de loonheffingen (de S&O-afdrachtsvermindering). Heb je hier in 2021 gebruik van gemaakt, geef dan uiterlijk 31 maart 2022 de door de medewerkers in 2021 gerealiseerde S&O-uren door aan de RVO.

Let op! Heb je bij de aanvraag gekozen voor ‘werkelijke kosten en uitgaven’ en niet voor het forfait, dan moet je ook de in 2021 gemaakte kosten en uitgaven doorgeven.

Zelfstandigen zonder personeel
Zelfstandigen zonder personeel hebben recht op een aftrekpost in de inkomstenbelasting (de S&O-aftrek). Zij moeten uiterlijk 31 maart 2022 bij de RVO een melding doen als ze minder dan 500 S&O-uren gerealiseerd hebben in 2021.

Altijd melden
Ook als er geen S&O-uren zijn gemaakt, moet je dit melden aan de RVO.

Let op! Doe je geen melding, geen tijdige melding of een onjuiste melding, dan kun je een boete krijgen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-16T19:40:00+01:0016 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Geef uiterlijk 31 maart WBSO-uren 2021 door

  • Controleer voorlopige berekening LIV, jeugd-LIV en LKV

Controleer voorlopige berekening LIV, jeugd-LIV en LKV

Heb je in 2021 recht op LIV, jeugd-LIV of LKV? Dan stuurt het UWV je uiterlijk 14 maart van dit jaar een voorlopige berekening. Controleer deze berekening goed. Je kunt namelijk nog tot en met 1 mei 2022 correcties aanbrengen.

LIV
Had je in 2021 een of meerdere werknemers in dienst met een loon van minimaal €10,48 tot en met maximaal €13,12 gemiddeld per uur? En werden voor deze werknemers in 2021 minimaal 1248 uren verloond? Dan heb je waarschijnlijk recht op het lage-inkomensvoordeel (LIV) dat kan oplopen tot €960 per werknemer per jaar.

Jeugd-LIV
Had je in 2021 een of meerdere werknemers in dienst die op 31 december 2020 18, 19 of 20 jaar oud waren? En was het gemiddelde uurloon van deze werknemers nagenoeg gelijk aan het wettelijk minimumloon voor hun leeftijd? Dan heb je waarschijnlijk recht op het jeugd-lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV). Dit jeugd-LIV kan oplopen tot €613,60 per werknemer per jaar.

LKV
Had je in 2021 een of meerdere voormalig werkloze oudere werknemers, arbeidsgehandicapte werknemers, werknemers uit de doelgroep banenafspraak of scholingsbelemmerden in dienst? Dan heb je mogelijk recht op een loonkostenvoordeel (LKV) dat kan oplopen tot maximaal €6.000 per werknemer per jaar.

Let op! Een belangrijke voorwaarde voor de LKV is de aanwezigheid van een zogenaamde doelgroepverklaring.

Controleer voorlopige berekening
Het UWV berekent voor welke werknemer(s) je recht hebt op LIV, jeugd-LIV en/of LKV. Dit gebeurt aan de hand van de aangiften loonheffingen 2021 die je uiterlijk 31 januari 2022 bij de Belastingdienst indiende. Het UWV stuurt je uiterlijk 14 maart 2022 een voorlopige berekening. In de specificaties hierbij zie je voor welke werknemer(s) je recht hebt op LIV, jeugd-LIV en/of LKV en voor welk bedrag.

Geef wijzigingen uiterlijk 1 mei door
Soms klopt de voorlopige berekening niet omdat niet alle gegevens juist in de aangifte loonheffingen zijn opgenomen. Deze aangiften kunnen tot en met uiterlijk 1 mei 2022 bij de Belastingdienst gewijzigd worden.

Let op! Wijzigingen in de aangifte loonheffingen ná 1 mei 2022 worden niet meer meegenomen in de definitieve berekening van de LIV, jeugd-LIV en LKV.

Zijn alle gegevens juist in de aangifte loonheffingen opgenomen? Maar klopt de voorlopige berekening desondanks niet? Dan kun je bellen met de UWV Telefoon Werkgevers. Je kunt deze telefoon ook bellen als je na 15 maart 2022 nog geen voorlopige berekening heeft ontvangen.

Tip! Stuur de voorlopige berekening ook naar jouw fiscaal adviseur die de loonadministratie voor je verzorgt. Deze adviseur kan de berekening controleren en mogelijke correcties in de aangiften loonheffingen tijdig doorgeven aan de Belastingdienst.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-14T20:56:56+01:0014 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Controleer voorlopige berekening LIV, jeugd-LIV en LKV