werkgever

  • Lager gebruikelijk loon dan minimumloon mogelijk

Lager gebruikelijk loon dan minimumloon mogelijk

De Belastingdienst is niet langer van mening dat het gebruikelijk loon van de DGA van een BV onder alle omstandigheden minstens gelijk moet zijn aan het minimumloon.

Hoogte gebruikelijk loon
Het gebruikelijk loon dient volgens de wet te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij de BV, indien een van deze bedragen meer is dan €47.000. Is het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager dan €47.000, dan wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag.

Minimumloon
Tot nu toe vond de Belastingdienst dat in bijzondere situaties een lager gebruikelijk loon kan worden vastgesteld dan volgens bovenstaande regeling. Bijvoorbeeld voor DGA’s van een startende BV of in bepaalde gevallen als een BV verliesgevend is. Wel moest dan ten minste het minimumloon als gebruikelijk loon worden uitgekeerd. Dit standpunt heeft de fiscus nu verlaten.

Opvatting rechter gevolgd
Met dit nieuwe standpunt volgt de Belastingdienst de opvatting van de rechter. In een recente uitspraak van de rechtbank in Arnhem besliste deze dat onder omstandigheden ook een lager gebruikelijk loon dan het minimumloon mogelijk is. In deze zaak was er sprake van een zeer geringe omzet en werd er verlies geleden als werd uitgegaan van het wettelijk in aanmerking te nemen gebruikelijk loon.

Overleg mogelijk
De Belastingdienst geeft in het Handboek Loonheffingen aan dat een lager gebruikelijk loon dan het minimumloon onder omstandigheden bijvoorbeeld mogelijk is wanneer een BV structureel verlies lijdt en bij startende BV’s. Aangegeven wordt dat bij twijfel contact kan worden opgenomen met de Belastingdienst.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-28T09:36:02+02:0028 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Lager gebruikelijk loon dan minimumloon mogelijk

  • Online borrelen, hoe zit het fiscaal?

Online borrelen, hoe zit het fiscaal?

Er wordt, nu Corona opnieuw oplaait, weer veel thuis gewerkt. Misschien wil je iets extra’s voor de werknemers doen en een online borrel organiseren? Hoe zit dat precies?

Online borrel
Bij een online borrel stuurt de werkgever zijn werknemers enkele drankjes en hapjes om er al dan niet gezamenlijk van te genieten. Een dergelijk pakket is in beginsel niet vrijgesteld en dus belast als loon. Je kunt het wel onderbrengen in de werkkostenregeling.

Vrije ruimte
Breng je het onder in de werkkostenregeling, dan blijft het borrelpakket onbelast voor de werknemer. Blijf je dit jaar met de vergoedingen en verstrekkingen binnen de vrije ruimte van de werkkostenregeling, dan hoef je ook geen belasting te betalen. Schiet je over de vrije ruimte heen, dan betaal je als werkgever 80% eindheffing over het meerdere.

Wanneer onbelast?
Het borrelpakket is alleen onbelast als de werkruimte thuis voldoet aan de fiscale eisen. Er moet dan sprake zijn van een werkruimte thuis die zelfstandig is en dus over een eigen ingang en sanitair beschikt. Ook moet je de werkruimte van de werknemer huren en moet de werknemer in die ruimte werken. Is aan al deze voorwaarden voldaan, dan is het borrelpakket onbelast.

Verzendkosten
Ook de verzendkosten van het borrelpakket tellen mee voor de belastingheffing. Een borrelpakket van €40 plus €10 verzendkosten betekent dus een totale waarde van €50, die je desgewenst kunt onderbrengen in de werkkostenregeling.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-21T09:43:40+02:0021 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Online borrelen, hoe zit het fiscaal?

  • Meer uren werken dan vastgelegd? Waar moet je op letten?

Meer uren werken dan vastgelegd? Waar moet je op letten?

Ligt het aantal uren dat een werknemer werkt structureel hoger dan overeengekomen? Dan kan een werknemer deze arbeidsomvang afdwingen bij de werkgever. Ook al zijn er andere uren overeengekomen.

De wetgever heeft in het Burgerlijk Wetboek een zogenaamd rechtsvermoeden van arbeidsomvang opgenomen. Als er sprake is van een structureel arbeidspatroon over een periode van drie maanden kan een werknemer daar, behoudens tegenbewijs, rechten aan ontlenen.

Rechtsvermoeden arbeidsomvang
Het rechtsvermoeden arbeidsomvang speelt vooral een rol bij de zogenaamde nul-urencontracten en min-maxcontracten, die een werkgever enige vrijheid geven voor wat betreft het aantal uren dat hij een werknemer laat werken. Deze vrijheid kan in de praktijk dus heel anders uitpakken. Als een werknemer gedurende drie maanden structureel meer werkt dan is overeengekomen, kan dit betekenen dat de werkgever gehouden is de werknemer ook daarna het bij die gemiddelde arbeidsduur behorende salaris te blijven uitbetalen.

De vlieger gaat niet altijd op…
Er moet wel sprake zijn van een structureel arbeidspatroon. Als een werknemer tijdelijk meer werkt vanwege bijzondere omstandigheden, zoals een piekmoment in de zomer of tijdelijk meerwerk vanwege de ziekte van een andere medewerker, is er geen sprake van een structureel arbeidspatroon. In dat geval is het mogelijk dat deze maanden niet worden meegenomen in de zogeheten referteperiode of dat er wordt uitgegaan van een langere referteperiode.

Tip! Zorg ervoor dat u uw werknemer in het geval van bijzondere omstandigheden schriftelijk laat weten dat u hem vanwege die bijzondere omstandigheden tijdelijk meer uren laat werken dan gebruikelijk.

De praktijk: de zieke horecamedewerkster
Een horecamedewerkster had een arbeidsomvang van vier uren per week. Ze werkte in de praktijk meer uren, maar was ook regelmatig langdurig ziek. In een procedure stelde ze dat haar werkgever ten onrechte uitging van een laag aantal uren (gemiddeld 4,2 uren per week) omdat zij tijdens deze periode vooral ziek was geweest. De rechter ging daarin mee en keek naar de periode voor haar ziekte en stelde vast dat zij gedurende die periode gemiddeld 11,9 uur per week werkte. Haar loon tijdens ziekte moest op basis van die arbeidsomvang worden uitbetaald.

De praktijk: arbeidsomvang bij ontslag
Een medewerkster van een andere onderneming kreeg het bericht dat de werkgever de onderneming ging sluiten vanwege de Coronacrisis. Aangezien de medewerker op basis van een oproepovereenkomst werkte, werd zij niet meer opgeroepen en kreeg geen salaris meer. De rechter keek naar haar gemiddelde maandsalaris en oordeelde dat zij van haar werkgever een aanbod had moeten krijgen voor haar vaste arbeidsomvang. De medewerkster had dan ook recht op salaris op basis van deze gemiddelde arbeidsomvang over de maanden dat ze geen salaris ontving en over de opzegtermijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-19T12:12:19+02:0019 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Meer uren werken dan vastgelegd? Waar moet je op letten?

  • Weigert een werknemer een passende functie?

Weigert een werknemer een passende functie?

Als een werknemer wiens functie is komen te vervallen, niet reageert op een aangeboden passende functie kan dit tot gevolg hebben dat hij geen recht heeft op een transitievergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen.

Een werknemer wiens functie is komen te vervallen, kan niet zomaar een aangeboden, passende functie weigeren. Als hij dit ten onrechte toch doet, kan hij zijn recht op betaling van een transitievergoeding verspelen. Hoe zit dat precies?

Drie keer een aanbod
De functie van een werkneemster verviel en haar arbeidsovereenkomst werd na toestemming van het UWV opgezegd. De werkgever vond dat hij geen transitievergoeding hoefde te betalen aan de werkneemster, omdat zij tot drie keer toe een aangeboden, passende functie had geweigerd. Het ging twee keer om een functie in dagdienst. De werkneemster weigerde beide functies omdat ze liever in ploegendienst wilde werken, omdat haar vriend dat ook bij dezelfde werkgever deed en ze dan samen konden reizen. Iets dat in haar geval praktisch was vanwege een oogaandoening. Ze weigerde echter ook een aangeboden functie in ploegendienst, omdat ze dan, ondanks haar arbeidsongeschiktheid, direct aan de slag moest. Volgens haar en de bedrijfsarts was dat niet mogelijk.

Terughoudendheid troef
Het gerechtshof dat de zaak beoordeelde benadrukte dat er terughoudend moet worden omgegaan met de uitzonderingsgrond op basis waarvan een werknemer geen recht meer heeft op een transitievergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen. De toepassing van deze uitzonderingsgrond is volgens de rechter beperkt. Bij de beoordeling zijn altijd de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, die van invloed zijn geweest op het handelen of nalaten van de werknemer, van belang.

Je had het toch moeten aanvaarden…
In dit geval oordeelde het gerechtshof dat de werkneemster niet tot drie keer toe een aangeboden, passende functie had mogen weigeren. Het enkele feit dat ze niet in staat was haar werkzaamheden direct te hervatten, maakte dit niet anders. De werkgever had de aangeboden werkzaamheden aangepast aan de oogaandoening en de vervoersproblemen van werkneemster. Eventueel resterende problemen hadden kunnen worden opgelost als de medewerkster had meegewerkt. Met de aangeboden functie in ploegendienst was de werkgever ook tegemoet gekomen aan de door de medewerkster geuite bezwaren. Ten slotte bleek de eis van directe werkhervatting niet uit het aanbod van de werkgever.

Geen transitievergoeding
Gezien de omstandigheden oordeelde het gerechtshof dat de werkneemster niet had kunnen worden herplaatst vanwege haar eigen weigerachtige houding. Ondanks het feit dat er terughoudend moet worden omgegaan met de uitzonderingsgrond op het recht op transitievergoeding vond het hof het handelen en nalaten van de werkneemster dermate verwijtbaar dat ze geen recht had op een transitievergoeding. Het feit dat ze al 20 jaar in dienst was en altijd goed had gefunctioneerd, maakte dan niet anders.

Tip! Reageer altijd gemotiveerd op de bezwaren van een werknemer tegen een aangeboden, passende functie en houd hiermee bij het aanbieden van een andere passende functie, voor zoveel mogelijk, rekening.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-15T11:51:56+02:0015 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Weigert een werknemer een passende functie?

  • Vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen?

Vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen?

Als je zaken aan het personeel vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt, is dit in de regel belast. Maar niet altijd en daarbij kan het verschil maken of je een zaak vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt. Maar wat is het onderscheid?

Wie wordt eigenaar?
Als je een zaak vergoedt aan een werknemer, koopt de werknemer de zaak en betaal je het aankoopbedrag aan hem terug. De werknemer is dan ook de eigenaar. Bij verstrekken koop je de zaak en geef je deze aan de werknemer. Ook dan wordt de werknemer de eigenaar. Bij ter beschikking stellen is dat niet zo. Je koopt de zaak en de werknemer mag de betreffende zaak slechts gebruiken. Je blijft ook de eigenaar.

Let op! Stel je een zaak ter beschikking, dan moet de werknemer deze teruggeven als hij uit dienst gaat. Je bent immers de eigenaar. Hij kan ook de restwaarde vergoeden.

Belast of niet?
Het kan fiscaal nogal wat verschil maken of je een zaak aan een werknemer vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt. Daarom is het van belang hier vooraf rekening mee te houden. Vergoed of verstrek je bijvoorbeeld werkkleding, zoals de overal van een schilder, dan is dit belast. Stel je de werkkleding ter beschikking, dan is het onbelast.

Werkkostenregeling
Als zaken belast zijn, kun je belastingheffing bij de werknemer voorkomen door ze onder te brengen in de werkkostenregeling. Als je in een jaar binnen de zogenaamde ‘vrije ruimte’ blijft, hoef je als werkgever ook geen belasting te betalen. Daarboven betaal je 80% belasting via de eindheffing. Daarom is het belangrijk zoveel mogelijk gebruik te maken van onbelaste mogelijkheden.

Tip! Op de site van de Belastingdienst tref je het Handboek loonheffingen aan. Hierin staat welke zaken je onbelast kunt vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen.

BTW-aspecten
Houd bij de vraag of je zaken vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt, ook de BTW in de gaten. Zo kun je bijvoorbeeld vakliteratuur belastingvrij vergoeden, verstekken of ter beschikking stellen. Vergoed je echter de vakliteratuur, dan kun je alleen de BTW terugkrijgen als de factuur op naam van het bedrijf staat.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-14T11:47:42+02:0014 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen?

  • Is een werknemer ernstig ziek? Dan vervroegd IVA aanvragen

Is een werknemer ernstig ziek? Dan vervroegd IVA aanvragen

In bepaalde situaties hoeft bij een langdurig arbeidsongeschikte werknemer niet de wachttijd van 104 weken te worden aangehouden, maar kan er een vervroegde IVA-uitkering worden aangevraagd. Voor een vervroegde IVA-uitkering geldt een strenger criterium dan voor een reguliere IVA-uitkering na het einde van de wachttijd. Waar moeten de werknemer en de werkgever dan op letten?

Voor de vervroegde IVA-uitkering gelden de volgende voorwaarden:

  • er dient sprake te zijn van een medisch stabiele of verslechterde arbeidsongeschiktheidssituatie (onomkeerbare situatie);
  • de aanvraag moet worden ingediend door de werknemer. De aanvraag moet vergezeld gaan van een verklaring van de bedrijfsarts (gebaseerd op de verklaring van de behandelend medisch specialist);
  • de flexibele keuring kan niet eerder worden aangevraagd dan drie weken en niet later dan 68 weken na de eerste ziektedag;
  • de uitkering kan dan tien weken na de aanvraag ingaan;
  • de IVA-uitkering wordt niet eerder toegekend dan tien weken na de aanvraag door de werknemer;
  • er kan maar één keer een flexibele keuring worden aangevraagd. Dit om UWV niet onnodig te belasten.

    Het UWV dient bij een vervroegde IVA-aanvraag slechts te beoordelen of sprake is van een medisch stabiele of verslechterende medische situatie. Is herstel mogelijk, dan kan geen sprake zijn van een toekenning van een verkorte wachttijd.

75% van het laatstverdiende loon
Wanneer de IVA-uitkering wordt toegekend, krijgt de werknemer recht op een uitkering van 75% van het laatstverdiende loon, welke uitkering de werkgever in mindering kan brengen op zijn loondoorbetalingsplicht. De werknemer hoeft dan verder niet te re-integreren.

Geen compensatie UWV bij voortijdig einde dienstverband
Er zijn werkgevers die dan nog wel eens het dienstverband beëindigen. Dit is echter niet aan te raden. Voor de werknemer niet en voor de werkgever niet. Het opzegverbod tijdens ziekte geldt immers nog. En ook: de werkgever kan alleen in aanmerking komen voor een compensatie van de uitbetaalde transitievergoeding in het kader van langdurige arbeidsongeschiktheid als het opzegverbod van twee jaar is verstreken. Daarbij komt dat het ook voor een werknemer belangrijk is om het dienstverband te laten voortduren omdat hij vaak nog recht heeft op een aanvulling van zijn IVA-uitkering en op premievrije voortzetting van zijn pensioenopbouw.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-14T10:56:01+02:0014 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Is een werknemer ernstig ziek? Dan vervroegd IVA aanvragen

  • Extra slot of reparatie fietsregeling belast of onbelast?

Extra slot of reparatie fietsregeling belast of onbelast?

De Belastingdienst vindt dat dat het vergoeden of verstrekken van accessoires die verband houden met een ter beschikking gestelde fiets onbelast is. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld een extra slot, het vergoeden van reparatiekosten of om een fietsverzekering.

Fiets van de zaak
De overheid wil fietsen naar het werk stimuleren, reden waarom sinds 2020 een fiscaal vriendelijke regeling is getroffen voor de ter beschikking gestelde fiets van de zaak. Voor een ter beschikking gestelde fiets moet jaarlijks een bijtelling van 7% van de cataloguswaarde als loon worden aangemerkt.

Let op! De regeling geldt alleen als een fiets ter beschikking wordt gesteld en dus eigendom van de werkgever blijft. Bij het vergoeden of verstrekken van een fiets geldt de regeling niet, maar is de werkelijke waarde belast.

Accessoires
De Handreiking bijtelling fiets van de zaak van de Belastingdienst vermeldt dat het vergoeden of verstrekken van accessoires die verband houden met een ter beschikking gestelde fiets onbelast is. Het gaat dan bijvoorbeeld over een extra slot of het vergoeden van reparatiekosten. De accessoires leiden ook niet tot een hogere bijtelling.

Verzekering
Het bovenstaande geldt ook voor een fietsverzekering. De Belastingdienst gaat er namelijk van uit dat het hier intermediaire kosten betreft, aangezien de fiets eigendom is van de werkgever.

Regenpak
De handreiking van de Belastingdienst meldt ook dat het vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen van een regenpak in beginsel wel belast is en dat je dit kunt voorkomen door het regenpak onder te brengen in de werkkostenregeling.

Tip! Belastingheffing kun je ook voorkomen door het regenpak ter beschikking te stellen en te laten bedrukken met een bedrijfslogo van minstens 70 cm2, omdat het regenpak dan als werkkleding wordt aangemerkt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-13T12:08:15+02:0013 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Extra slot of reparatie fietsregeling belast of onbelast?

  • Nieuwsbrief juli 2021

Nieuwsbrief juli 2021

1. Per 1 juli extra regels voor bestuur vereniging en stichting

Besturen van verenigingen en stichtingen krijgen met ingang van 1 juli van dit jaar met extra regels te maken. Dit is het gevolg van de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR).

Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen
De WBTR is bedoeld om wanbestuur binnen verenigingen en stichtingen zo veel mogelijk te voorkomen. Met de WBTR wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de regels die al gelden voor besturen van NV’s en BV’s. Overigens bevat de WBTR ook een aantal aanpassingen voor de NV en BV, maar daar gaan wij hier aan voorbij.

Aansprakelijkheid bestuurders
De bestaande aansprakelijkheid van bestuurders wordt in de WBTR uitgebreid. De aansprakelijkheid wordt uitgebreid met aansprakelijkheid bij faillissement als er sprake is van ernstig verzuim.

Tegenstrijdig belang
Een van de zaken die in de WBTR geregeld wordt, is het voorkomen van tegenstrijdige belangen. Daarom is in de nieuwe wet bepaald dat een bestuurder van een vereniging of stichting niet mag deelnemen aan vergaderingen over een bepaald onderwerp als hij ook een persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging of stichting. Ook mag hij in die gevallen niet deelnemen aan de besluitvorming.

Stemrecht aan banden
In de WBTR kan een bestuurder nooit meer stemmen uitbrengen dan de rest van het bestuur samen. Een bestaande afwijkende statutaire regeling is geldig tot 1 juli 2026 of tot de eerstvolgende statutenwijziging, als dit eerder is.

Alternatieve besluitvorming
Als in een vereniging of stichting met een klein bestuur geen van de bestuursleden nog in functie is of afwezig, kunnen formeel geen besluiten meer worden genomen. Volgens de WBTR dienen dan de statuten te bepalen hoe besluiten dan toch genomen kunnen worden, bijvoorbeeld via een commissie.


2. Betaling transitievergoeding in termijnen? Mag dat?

Over de hoogte van de te betalen transitievergoeding kan discussie ontstaan. Zeker als een bedrijf op een later moment is overgenomen. Wat zegt de kantonrechter in Amsterdam hierover? En mocht de werkgever door de Coronacrisis de transitievergoeding in termijnen betalen?

In een aan de kantonrechter in Amsterdam voorgelegde zaak ging het om een werknemer die claimde al vanaf 1993 bij de werkgever werkzaam te zijn. Zijn huidige werkgever had de zaak overgenomen in 2017 en was van mening dat hij pas vanaf dat moment een transitievergoeding hoefde te betalen. Bijkomend punt was dat de werkgever aangaf vanwege de slechte financiële situatie de transitievergoeding niet te kunnen betalen.

Opvolgend werkgeverschap
De rechter oordeelde hier dat de werknemer inderdaad vanaf 1993 in dienst was en dat sprake was van opvolgend werkgeverschap waardoor de werkgever dus ook de dienstjaren vóór de overname moest meerekenen. Dit betekende dat de werknemer recht had op een transitievergoeding berekend vanaf 1993. De financiële situatie vormde geen reden voor de rechter om af te zien van de transitievergoeding.

Wanneer sprake van opvolgend werkgeverschap?
Van opvolgend werkgeverschap is volgens de wet sprake bij op elkaar volgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn. Het opvolgend werkgeverschap is een bepaling van driekwart dwingend recht, wat betekent dat er in een CAO van mag worden afgeweken ten nadele van een werknemer. Het is dus raadzaam de eventueel toepasselijke CAO erop na te slaan.

Let op!
Om te constateren dat sprake is geweest van opvolgend werkgeverschap moet het gaan om dezelfde verrichte arbeid. Is de arbeid gewijzigd, dan is opvolgend werkgeverschap niet aan de orde.

Betaling in termijnen
De kantonrechter vond het wel aannemelijk dat de slechte financiële situatie van de werkgever een gevolg was van de door de overheid opgelegde beperkende Coronamaatregelen en niet te wijten was aan de werkgever zelf. Om die reden stond de kantonrechter het de werkgever toe de verschuldigde transitievergoeding in 16 termijnen van een maand te betalen.

Dit is op zich een bijzondere uitspraak, omdat deze afwijkt van de bepaling over gespreide betaling als neergelegd in de Ontslagregeling. De Ontslagregeling bepaalt dat indien de betaling van de transitievergoeding ineens leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering van de werkgever, deze over maximaal zes maanden kan worden gespreid. Deze zes maanden beginnen te lopen vanaf het moment dat de transitievergoeding uiterlijk betaald had moeten worden, oftewel een maand na afloop van het dienstverband. Bij een dergelijke gespreide betaling is de werkgever wel de wettelijke rente (nu 2%) verschuldigd.


3. Vanaf 1 maart 2022 subsidie STAP voor scholing

Vanaf 2022 is het niet meer mogelijk om scholingsuitgaven in de aangifte inkomstenbelasting in aftrek te brengen. In plaats daarvan kunnen werkenden en werkzoekenden vanaf 1 maart 2022 een beroep doen op de subsidieregeling STAP-budget. Ondernemers die opleidingen willen aanbieden die in aanmerking komen voor het STAP-budget moeten daarvoor wel voor die tijd actie ondernemen.

STAP-budget
Het STAP-budget is een subsidieregeling van de Rijksoverheid en wordt uitgevoerd door het UWV. STAP staat voor Stimulans Arbeidsmarkt Positie. Met de subsidieregeling kunnen werkenden en werkzoekenden aanspraak maken op een persoonlijk ontwikkelbudget van maximaal € 1.000 (inclusief BTW) per jaar. Dat budget is voor les-, cursus-, college- of examengeld en voor kosten van verplicht gestelde leer- of beschermingsmiddelen. Als de aanvraag voor het budget is goedgekeurd, wordt het bedrag betaald aan de opleider.

Let op!
Aanvragen is nu nog niet mogelijk, dit kan pas vanaf 1 maart 2022. Voor scholingsuitgaven die daarvoor in aanmerking komen, kan tot en met 31 december 2021 nog gebruikgemaakt worden van de fiscale aftrek in de aangifte inkomstenbelasting.

Geregistreerde opleidingen
Het is alleen mogelijk om een STAP-budget aan te vragen voor opleidingen die zijn geregistreerd in het scholingsregister. Voor ondernemers die opleidingen willen aanbieden die in aanmerking komen voor het STAP-budget is het daarom belangrijk dat hun opleidingen worden opgenomen in dit scholingsregister.

Het scholingsregister wordt door Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bijgehouden.

Scholingsregister
Om een opleiding of scholingsactiviteit te kunnen laten opnemen in het scholingsregister moet eerst de opleider opgenomen zijn in het register. Een opleider wordt door de bepaalde organisaties in het scholingsregister geregistreerd als de opleider door deze organisatie erkend is. Het gaat dan om een opleider die:

  • is erkend door het ministerie van OCW of
  • beschikt over het NRTO-keurmerk of
  • opleidingen aanbiedt die leiden tot een door het NCP NLQF ingeschaalde kwalificatie of
  • is erkend door een sector- of brancheorganisatie.

Ook een door het Nationaal Kenniscentrum EVC erkende EVC-aanbieder wordt in het scholingsregister geregistreerd.

Tip!
Ben je (nog) niet erkend door een van deze organisaties? Dan kun je daar misschien nu nog verandering in aanbrengen.

Let op!
Met de registratie ben je er nog niet. Een burger kan pas STAP-budget voor een opleiding aanvragen als je de gegevens hebt aangevuld en de scholingsactiviteiten hebt geregistreerd. Deze aanvulling en registratie zijn nu nog niet mogelijk, maar waarschijnlijk vanaf het vierde kwartaal wel. Houd hiervoor de website duo.nl/stap/ in de gaten. Op deze website vind je ook meer informatie over het scholingsregister.


4. Wat wil je weten over de digitale bewaarplicht?

Ondernemers dienen hun administratie in beginsel zeven jaar te bewaren. Administraties zijn tegenwoordig vergaand gedigitaliseerd en dus heeft de Belastingdienst de fiscale eisen hieromtrent toegelicht.

Gegevens raadplegen
De bewaarplicht houdt ook in dat de bewaarde gegevens te raadplegen moeten zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld oude apparatuur bewaard moet blijven als bepaalde digitale bestanden alleen op die manier te raadplegen zijn. Denk bijvoorbeeld aan de oude floppydisk of een eerdere Windows-versie.

Niet alleen Auditfile
De Auditfile Financieel is een uittreksel van het grootboek en wordt door de meeste boekhoudpakketten in Nederland ondersteund. Het is echter niet voldoende om alleen de Auditfile te bewaren, omdat hierin lang niet alle administratieve boekingen zijn opgenomen.

Conversie
Het is toegestaan om gegevens van het ene opslagmedium naar een ander over te brengen, zoals het scannen van een papieren document of de inhoud van een cd-rom naar een USB-stick. Hiervoor geldt wel de voorwaarde dat de conversie juist en volledig gebeurt, dat de geconverteerde gegevens gedurende de gehele bewaartermijn beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd te reproduceren, leesbaar te maken en te controleren zijn.

Papieren documenten niet bewaren
Als je aan genoemde voorwaarden voldoet, hoeven de originele documenten niet meer te worden bewaard. Daarbij zal de digitale versie de plaats innemen van het origineel. In principe kunnen alle documenten worden geconverteerd, met uitzondering van de balans, de staat van baten en lasten en van bepaalde douanedocumenten.

Elektronische communicatiemiddelen
Ook digitale agenda’s en berichten zoals via e-mail, WhatsApp, sms en Facebook dienen bewaard te worden, voor zover ze zakelijk zijn. Bij een controle moeten deze gegevens ter beschikking worden gesteld in de vorm waar de inspecteur om vraagt.

Let op!
Als er geen duidelijke scheiding tussen zakelijke en persoonlijke informatie wordt aangebracht, moeten dus ook privégegevens worden bewaard.


5. Uitstel van betaling belastingschulden verlengd tot 1 oktober

Bedrijven kunnen langer uitstel van betaling krijgen van hun belastingschulden. Oorspronkelijk moesten bedrijven vanaf 1 juli van dit jaar hun nieuwe belastingschulden weer gewoon betalen. Maar dat is nu met drie maanden uitgesteld, waardoor bedrijven dus pas vanaf 1 oktober van dit jaar hun nieuwe belastingschulden hoeven te voldoen.

Alle opgebouwde belastingschulden hoeven vervolgens pas vanaf 1 oktober 2022 te worden afgelost. Dit mag uitgespreid over een periode van vijf jaar.


6. Kabinet maximeert NOW vanaf 1 juli op 80%

De tegemoetkoming in de loonkosten via de NOW wordt gemaximeerd tot een omzetverlies van 80%. Het nieuwe maximum gaat in vanaf de NOW-aanvraag van het derde kwartaal 2021. De NOW is een tegemoetkoming in de loonkosten als bedrijven vanwege Corona met een omzetverlies van minstens 20% te maken hebben. De tegemoetkoming bedraagt 85% van de loonkosten. Door maximering van het omzetverlies tot 80%, bedraagt de maximale compensatie vanaf het derde kwartaal nog 68% (80/% omzetverlies X 85% subsidiepercentage).

Door de aanpassing wordt de uitvoering van de NOW met enkele weken vertraagd. Oorspronkelijk zou de tegemoetkoming voor de periode juli t/m september vanaf 5 juli kunnen worden aangevraagd, maar dit wordt dus enkele weken later.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0013 juli 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juli 2021
  • Voorwaarden TOZO Q3 2021 gewijzigd

Voorwaarden TOZO Q3 2021 gewijzigd

Ook per 1 juli kunnen ondernemers, onder wie ZZP’ers, de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) aanvragen. Wat zijn de voorwaarden?

TOZO bestaat uit twee onderdelen
De TOZO heeft bestaat uit twee onderdelen. De TOZO bestaat uit een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud tot het sociaal minimum en uit leningen ten behoeve van bedrijfskapitaal.

Let op! Voor de TOZO voor de periode juli tot en met september 2021 wordt een partnerinkomenstoets uitgevoerd. Dit houdt in dat het inkomen van de partner meeteelt voor het bepalen van de hoogte van de uitkering.

Activering van ondernemers
Er zal vanaf 1 juli 2021 meer nadruk komen te liggen op de activering van de ondernemers en de ondersteuning daarbij door gemeenten. Deze ondersteuning heeft betrekking op onder andere het levensvatbaar houden of maken van de onderneming, scholing, de zoektocht naar een baan in loondienst en de aanpak van schulden.

Informatieplicht
Om te beoordelen welke ondernemers extra ondersteuning nodig hebben, is in de TOZO voor de periode juli tot en met september 2021 een aanvullende informatieplicht opgenomen. Op basis hiervan dient de ondernemer op verzoek informatie te verstrekken over voortzetting, wijziging of beëindiging van zijn beroeps- of bedrijfsactiviteiten, of op zijn arbeidsinschakeling.

Lening bedrijfskapitaal versoepeld
Verder hoeven leningen in het kader van de TOZO pas vanaf 1 januari 2022 te worden terugbetaald, in plaats van per 1 juli 2021. Ook hoeft tot 1 januari 2022 geen rente te worden betaald. Daarnaast krijgen ondernemers vijf jaar de tijd de lening terug te betalen, in plaats van de oorspronkelijke 3,5 jaar.

Tip! De versoepeling van de voorwaarden inzake terugbetaling en rente gelden ook voor al eerder verstrekte leningen in het kader van de TOZO.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-07T09:51:57+02:007 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voorwaarden TOZO Q3 2021 gewijzigd

  • Kabinet maximeert NOW vanaf 1 juli op 80%

Kabinet maximeert NOW vanaf 1 juli op 80%

Omdat Corona op zijn retour is, wordt de tegemoetkoming in de loonkosten via de NOW gemaximeerd op 80% van het omzetverlies. Het nieuwe maximum gaat in vanaf 1 juli 2021.

NOW
De NOW is een tegemoetkoming in de loonkosten als bedrijven vanwege Corona met een omzetverlies van minstens 20% te maken hebben. De tegemoetkoming bedraagt 85% van de loonkosten, maar met ingang van 1 juli dus met een maximum tot 80% van de loonkosten. Dit levert dan dus een maximale compensatie op van 80% x 85% = 68%.

Uitvoering vertraagd
Door de aanpassing wordt de uitvoering van de NOW met enkele weken vertraagd. Oorspronkelijk zou de tegemoetkoming voor de periode juli t/m september vanaf 5 juli kunnen worden aangevraagd, maar dit wordt dus enkele weken later.

TVL niet aangepast
De tegemoetkoming voor de vaste lasten van een bedrijf, de TVL, wordt niet aangepast vanwege uitvoeringstechnische moeilijkheden. Daarom kan ook in de periode juli t/m september bij 100% omzetverlies nog een compensatie van 100% van de vaste lasten worden verkregen. De omvang van de vaste lasten blijft gebaseerd op branchecijfers en niet op de werkelijke vaste lasten van een bedrijf.

Uitstel van betaling belasting verlengd
Het kabinet verlengt verder de periode dat ondernemers uitstel van belasting kunnen aanvragen tot 1 oktober 2021. Dat was al eerder aangekondigd. Ondernemers die nog niet eerder uitstel of verlenging hebben aangevraagd, kunnen dit nu alsnog doen. Voor ondernemers die eerder dit jaar al verlenging hadden gekregen, geldt het uitstel nu automatisch tot 1 oktober 2021.

Let op! Het kabinet kondigt aan dat het steunpakket vooralsnog niet verlengd zal worden. Dit betekent dat het per 1 oktober van dit jaar eindigt. Bij onvoorziene nieuwe ontwikkelingen kunnen echter nieuwe maatregelen worden overwogen, zo laat het kabinet weten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-01T11:45:55+02:001 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Kabinet maximeert NOW vanaf 1 juli op 80%