werkgever

  • Top 10 Prinsjesdag 2021

Top 10 Prinsjesdag 2021

Welke belangrijke fiscale voorstellen voor ondernemers kwamen op Prinsjesdag uit het koffertje van de demissionair minister van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste op een rij.

1. Onbelaste thuiswerkvergoeding van €2
Per 1 januari 2022 kun je de werknemers een onbelaste thuiswerkkostenvergoeding geven van maximaal €2 per dag. Dit bedrag is gebaseerd op een berekening van het Nibud van de gemiddelde extra kosten voor bijvoorbeeld koffie en verwarming per thuis gewerkte dag. Voor het inrichten van een thuiswerkplek kon je onder bepaalde voorwaarden al een onbelaste vergoeding geven. Ook blijft een onbelaste reiskostenvergoeding van maximaal €0,19 per kilometer voor woon-werkverkeer bestaan voor de dagen dat de werknemer naar kantoor gaat.

Let op! Je mag de werknemers op de dag dat zij thuiswerken geen reiskostenvergoeding van €0,19 verstrekken. Dit betekent dat je bij een vergoeding voor thuiswerken en reiskosten altijd per dag de kostenvergoeding moet vaststellen. Je kunt er ook voor kiezen om aan te sluiten bij een door de wetgever goedgekeurde praktische regeling.

2. Aandelenopties voor werknemer wordt aantrekkelijker
Het wordt aantrekkelijker om werknemers in aandelenopties uit te betalen. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld start-ups en scale-ups gemakkelijker talent aantrekken en wordt een stimulans gegeven aan de ontwikkeling van nieuwe bedrijven in Nederland.

Momenteel wordt belasting betaald over aandelenopties op het moment dat het verkregen optierecht wordt omgezet in aandelen. Het nadeel van dit heffingsmoment is dat werknemers (en de werkgever) direct belasting betalen, terwijl ze de aandelen niet altijd al mogen verkopen of voldoende geld hebben om de belasting te betalen.

Een werknemer kan vanaf 1 januari 2022 zelf kiezen wanneer belasting wordt geheven:

  • op het moment waarop de aandelen verhandelbaar zijn en er daardoor wel geld beschikbaar is, of:
  • op het moment dat de opties worden omgezet in aandelen (huidige regeling).

3. Verlaging gebruikelijk loon innovatieve start-ups verlengd met een jaar
Voor 2022 is het nog steeds mogelijk om een verlaging van het gebruikelijk loon toe te passen voor DGA’s van innovatieve start-ups. Dit zorgt ervoor dat de liquiditeitspositie van deze DGA’s wordt verbeterd. Deze regeling zou oorspronkelijk per 1 januari 2022 vervallen, maar deze einddatum wordt met één jaar verschoven.

4. De Milieu-investeringsaftrek (MIA) wordt verhoogd
Al jaren stimuleert de overheid bedrijven om te investeren in innovatieve, milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen met de Milieu-investeringsaftrek (MIA). Met de MIA mogen ondernemingen een percentage van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Zij hoeven dan minder inkomsten- of vennootschapsbelasting te betalen.

Per 1 januari 2022 worden de percentages verhoogd, zodat je een hogere aftrek kunt krijgen. Milieuvriendelijke investeringen worden daarmee aantrekkelijker. De MIA kent nu drie percentages: 13,5%, 27% en 36%. Vanaf 1 januari 2022 worden deze steunpercentages verhoogd naar 27%, 36% en 45%.

Tip! Overweeg milieuvriendelijke investeringen uit te stellen tot 2022!

Op de Milieulijst staat aangegeven welk percentage geldt voor een milieuvriendelijk bedrijfsmiddel. RVO vernieuwt de Milieulijst aan het einde van ieder jaar. In combinatie met de Vervroegde afschrijving milieu-investeringen (Vamil) kan het netto belastingvoordeel oplopen tot ruim 14% van het investeringsbedrag.

5. Bevordering aanschaf emissievrije auto
De overheid wil de aanschaf van emissievrije auto’s (EV) blijven bevorderen, ook al kost het de overheid meer geld dan zij had verwacht. Daarom stelt het kabinet het volgende voor:

  • het bijtellingspercentage voor privégebruik van een zakelijke auto wordt afgebouwd zoals afgesproken in het Klimaatakkoord. In 2022 is de korting 6% en daarmee komt de bijtelling op 16% (normaal tarief is 22%);
  • de catalogusprijs waarover de korting op het bijtellingspercentage voor emissievrije auto’s geldt, wordt verlaagd. In 2022 wordt dit €35.000 en vanaf 2023 €30.000;
  • het budget voor de subsidieregeling voor emissievrije bestelauto’s en particuliere personenauto’s wordt verhoogd.

6. Beperkingen in de Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)
In de belastingplannen zijn twee voorstellen opgenomen met betrekking tot de Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK):

  • het kabinet stelt voor vanaf 1 januari 2022 de maximale IACK met €318 per jaar te verlagen (IACK bedraagt in 2022 maximaal €2.534 en in 2021 maximaal €2.815);
  • buitenlands belastingplichtigen met een partner komen in aanmerking voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK), terwijl dat niet altijd de bedoeling is. Het gaat bijvoorbeeld om mensen die in Nederland werken, maar in het buitenland wonen met een niet-werkende echtgenoot en een kind onder de 12 jaar. Het kabinet wil de IACK-toekenning bij buitenlandse belastingplichtigen per 1 januari 2022 wijzigen door de uitzondering op het begrip fiscaal partner niet te laten gelden voor de IACK.

7. Geen verrassingen in de tarieven inkomsten- en vennootschapsbelasting
De tarieven in de inkomstenbelasting blijven gelijk aan het voorstel zoals dit is gedaan in het belastingplan van vorig jaar. In 2022 betekent dit het volgende:

Tarief inkomstenbelasting/premie volksverzekering 2022 
Belastbaar inkomen
meer dan (€)
maar niet meer
dan (€)
Tarief 2022 (%)
1e schijf 69.398 37,07
2e schijf 69.398 49,50

 

Ook het tarief in de vennootschapsbelasting voor 2022 blijft zoals dit eerder bekend is gemaakt:

Vennootschapsbelasting 2021 2022
Winst tot € 245.000/€ 395.000 15,0% 15,0%
Winst boven € 245.000/€ 395.000 25,0% 25,0%

8. Wijziging verrekening voorheffing met vennootschapsbelasting
Het Hof van Justitie EU heeft in een rechterlijke uitspraak aangegeven dat binnenlandse en buitenlandse ondernemingen gelijk moeten worden behandeld. Ook in Nederland worden binnenlandse ondernemingen anders behandeld dan buitenlandse ondernemingen op het gebied van de teruggave van voorheffingen in de vennootschapsbelasting zoals dividendbelasting. Om de Nederlandse wetgeving in overeenstemming te krijgen met het EU-recht, stelt het kabinet het volgende voor:

  • bedrijven kunnen vooraf betaalde dividendbelasting en kansspelbelasting (voorheffingen) alleen nog verrekenen met te betalen vennootschapsbelasting. Er vindt dus geen teruggaaf meer plaats;
  • het bedrijf kan de voorheffingen in een later jaar verrekenen met te betalen vennootschapsbelasting. Dit hoeft niet meteen in het eerstvolgende jaar;
  • de niet-verrekende voorheffingen kunnen onbeperkt worden doorgeschoven naar latere jaren.

9. Drie aanpassingen in de eigenwoningregeling
De eigenwoningregeling wordt op drie onderdelen aangepast per 1 januari 2022. De regeling wordt rechtvaardiger door onbedoelde beperkingen op hypotheekrenteaftrek weg te nemen.

Daarom worden op het gebied van de eigenwoningreserve, de aflossingsstand en de bestaande eigenwoningschuld (dit is een lening voor de eigen woning afgesloten voor 1 januari 2013) aanpassingen gedaan om de ervaren beperkingen weg te nemen.

10. Overdrachtsbelasting bij onvoorziene omstandigheden
Sinds 1 januari 2021 betalen starters onder de 35 jaar eenmalig geen overdrachtsbelasting bij aankoop van hun woning. Kopers vanaf 35 jaar die de woning zelf gaan bewonen, betalen 2%. Kopers die de woning niet zelf gaan bewonen, betalen 8%. Het kabinet regelt dat kopers bij onvoorziene omstandigheden na de koop, maar vóór de overdracht, niet automatisch het algemene tarief (8%) betalen. Daarvoor gelden wel bepaalde voorwaarden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-27T10:28:03+02:0027 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Top 10 Prinsjesdag 2021

  • Premies ZW en WGA volgend jaar omhoog

Premies ZW en WGA volgend jaar omhoog

De gemiddelde werkgeverspremies voor de ziektewet (ZW) en voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WGA) gaan volgend jaar omhoog. Dit heeft het UWV bekendgemaakt.

Stijging gemiddeld 17,2% en 7,7%
De ZW-premie stijgt volgend jaar gemiddeld van 0,58% naar 0,68%. Dit komt neer op een gemiddelde premiestijging van 17,2%. De WGA-premie stijgt van 0,78% naar 0,84%, een gemiddelde stijging van 7,7%.

Verschil per sector
De ZW-premie en de WGA-premie verschillen per sector en naar bedrijfsgrootte. Daardoor kunnen individuele verschillen afwijken. Zo bedraagt bijvoorbeeld volgend jaar de ZW-premie voor de taxisector 1,62%, terwijl deze premie voor de verzekeringssector slechts 0,11% bedraagt. Eenzelfde beeld zien we bij de WGA-premie die voor de taxisector 2,26% is en voor de verzekeringssector 0,38%.

De hoogte van de premies voor de WGA en Ziektewet is verder mede afhankelijk van de grootte van de werkgever. Voor kleine werkgevers is een sectorale premie van toepassing.

Oorzaken
De WGA-premie stijgt met name door een toename van uitkeringsgerechtigden, onder meer door een verhoging van de pensioenleeftijd. De verhoging van de ZW-premie wordt met name veroorzaakt door een grotere stijging van de lasten dan verwacht.

Wijziging loonsomgrens
Een andere wijziging betreft de loonsomgrens tussen kleine en middelgrote werkgevers die met ingang van 1 januari 2022 wordt verlegd van 10 naar 25 maal het gemiddelde loon per werknemer. Door deze wijziging neemt het aantal kleine werkgevers toe en het aantal middelgrote werkgevers af.

Let op! De Belastingdienst stuurt voor aanvang van het nieuwe premiejaar een beschikking of mededeling aan elke werkgever met de voor de werkgever geldende premiepercentages WGA en Ziektewet.

Let op! Een werkgever kan ook voor de beide ZW- en WGA-verzekeringen eigenrisicodrager worden. Dat kan per 1 januari en 1 juli. Die aanvraag moet dan wel drie maanden van te voren bij de Belastingdienst zijn ingediend.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-27T09:14:03+02:0027 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Premies ZW en WGA volgend jaar omhoog

  • Wat kan er fiscaal wel voor een gezonde lunch?

Wat kan er fiscaal wel voor een gezonde lunch?

Werkgevers die hun personeel voorzien van een gezonde lunch, krijgen hiervoor geen extra fiscale faciliteit. Dit blijkt uit het eerdere antwoord van staatssecretaris Vijlbrief op Kamervragen. Maar wat kan er wel?

Gezonde lunch
De Kamervragen werden gesteld naar aanleiding van berichten in de pers dat een ondernemer ruim €22.000 aan belasting moest betalen omdat hij zijn personeel van een gratis gezonde lunch voorzag. De ondernemer had de gezonde lunch als onbelaste arbovoorziening willen aanmerken, maar die vlieger ging niet op.

Bestaande tegemoetkomingen
In de antwoorden op de Kamervragen verwijst de staatssecretaris naar het feit dat de fiscale wetgeving al een aantal tegemoetkomingen kent voor gezonde lunches. Zo kunnen tussendoortjes in de vorm van groende en fruit belastingvrij worden verstrekt en hoeft een gratis lunch slechts gewaardeerd te worden op een vast bedrag van €3,35, ook als de werkelijke waarde hoger is.

Werkkostenregeling
Daarnaast verwijst de staatssecretaris naar de vrije ruimte in de werkkostenregeling. Door deze te benutten kan de lunch ook belastingvrij aan de werknemer worden verstrekt. Pas als de vrije ruimte wordt overschreden, betaalt de werkgever 80% eindheffing.

Geen Arbo-voorziening
Een gezonde lunch is in fiscaal opzicht geen arbovoorziening en dus niet vrijgesteld. De fiscale vrijstelling is bedoeld voor arbovoorzieningen waarin de werkgever moet voorzien. Te denken valt aan schoenen met stalen neuzen voor in de bouw.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-22T11:05:20+02:0022 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wat kan er fiscaal wel voor een gezonde lunch?

  • Eigenrisicodrager WGA of ZW? Uiterlijk 1 oktober wijzigen!

Eigenrisicodrager WGA of ZW? Uiterlijk 1 oktober wijzigen!

Wil je per 1 januari 2022 eigenrisicodrager worden voor de WGA of ZW? Of ben je eigenrisicodrager en wil je opzeggen? Dan moet je dat uiterlijk 1 oktober aanvragen bij de Belastingdienst.

Wat is eigenrisicodragerschap?
Voor de kosten van arbeidsongeschiktheid van werknemers vallen werkgevers doorgaans onder de publieke verzekering van het UWV. Het gaat hier om regelingen voor werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Ziektewet (ZW). Als werkgever draag je daarvoor WGA- en ZW-premies af. Deze regelingen zijn onderdeel van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Wanneer je eigenrisicodrager bent voor één van deze regelingen, betaal je de gedifferentieerde premies werknemersverzekeringen (of een deel ervan) voor de betreffende regeling niet. Je betaalt dan alleen de basispremie.

Risico WGA of ZW
Is het risico dat een (ex-)werknemer een beroep moet doen op een WGA- of ZW-uitkering laag? Dan kan het gunstig zijn om eigenrisicodrager te worden. Wordt een (ex-)werknemer echter ziek, dan moet je de uitkering en (re-integratie)kosten zelf betalen. Bovendien ben je dan verantwoordelijk voor de begeleiding bij re-integratie (bij eigenrisicodragerschap voor de WGA).

Na tien jaar neemt het UWV bij eigenrisicodragerschap WGA de betaling van de uitkering over. Ook wordt het UWV vanaf dat moment verantwoordelijk voor de re-integratie. Als eigenrisicodrager voor de Ziektewet bent je maximaal twee jaar verantwoordelijk voor betaling van de Ziektewetuitkering, de verzuimregistratie en -begeleiding. Je kunt je voor deze risico’s verzekeren bij verschillende verzekeraars.

Twee maal per jaar wijzigingen doorgeven
Twee keer per jaar kun je ervoor kiezen om eigenrisicodrager te worden. Dat kan op 1 januari en op 1 juli. Het eigenrisicodragerschap opzeggen kan dan ook. De aanvraag moet 13 weken van tevoren bij de Belastingdienst ingediend worden. Wil je per 1 januari 2022 de wijziging in laten gaan, dan moet je dat dus vóór 2 oktober doorgeven.

Let op! Bij de aanvraag voor het eigenrisicodragerschap voor de WGA moet een garantieverklaring meegestuurd worden van de bank of verzekeraar. Hiervoor is een modelgarantieverklaring beschikbaar op de website van de Belastingdienst en op de website van het UWV. Kies je ervoor eigenrisicodrager voor de Ziektewet te worden dan heb je een artsenverklaring nodig.

Plannen voor hogere terugkeerpremie
Er zijn op dit moment plannen om werkgevers die eigenrisicodrager voor de Ziektewet zijn en die op of na 1 januari 2022 terug willen keren naar de publieke Ziektewetverzekering een hogere terugkeerpremie te laten betalen. De hogere premie zou dan met ingang van 1 januari 2023 moeten gaan gelden. Een conceptbesluit hiervoor ligt ter advisering bij de Raad van State.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-20T11:13:03+02:0020 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Eigenrisicodrager WGA of ZW? Uiterlijk 1 oktober wijzigen!

  • Laatste keer NOW vóór 1 oktober aanvragen

Laatste keer NOW vóór 1 oktober aanvragen

Je kunt voor de zesde keer een tegemoetkoming in loonkosten aanvragen via de NOW. De aanvraag moet dan uiterlijk 30 september bij het UWV binnen zijn. Het gaat dan om de periode juli, augustus en september 2021.

NOW
Via de NOW kun je een deel van de loonkosten terugkrijgen als de omzet vanwege bijzondere omstandigheden, zoals Corona, is verminderd met minstens 20%. Je kunt een maximaal omzetverlies doorgeven van 80%. Is het omzetverlies groter, dan krijg je over het meerdere geen NOW.

Laatste keer NOW
Het kabinet heeft besloten dat de NOW na deze zesde periode niet langer wordt voortgezet. Er wordt nog bekeken hoe voor specifiek getroffen sectoren, zoals discotheken, een speciale tegemoetkoming geregeld kan worden.

Vergoeding 85%
De vergoeding via de NOW bedraagt 85% van de loonsom over de maand februari 2021 maal het omzetverlies met een maximum van 80%. De loonsom wordt verhoogd met 40% in verband met bijkomende loonkosten, zoals vakantiegeld.

Aanvragen via UWV
Je vraagt de NOW aan bij het UWV. Dit doet je in eerste instantie op basis van een geschat omzetverlies. Na de aanvraag krijg je een voorschot van 80% van de te verwachten tegemoetkoming.

Definitieve berekening
Pas vanaf volgend jaar 1 juni kun je de definitieve omzetdaling doorgeven en berekent het UWV de werkelijk te ontvangen tegemoetkoming. De definitieve omzetdaling kun je doorgeven tot 22 februari 2023.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-20T10:43:17+02:0020 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Laatste keer NOW vóór 1 oktober aanvragen

  • Gebruik in 2021 de ruimere vrije ruimte in de WKR

Gebruik in 2021 de ruimere vrije ruimte in de WKR

Vanwege de Coronacrisis bestonden in 2020 al ruimere mogelijkheden om werknemers onbelast een vergoeding of verstrekking te geven. Voor het jaar 2021 gelden dezelfde verruimingen. Maak hiervan in 2021 nog gebruik. Vanaf 2022 wordt namelijk weer teruggekeerd naar het oude niveau.

Verhoging vrije ruimte
De vrije ruimte is bedoeld voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers. Zolang de totale vergoedingen en verstrekkingen deze vrije ruimte niet overstijgen, betaalt de werkgever geen loonheffing. Bij overschrijding bedraagt de loonheffing ten laste van de werkgever 80% over het gedeelte boven de vrije ruimte.

In 2021 bedraagt de vrije ruimte nog 3% van de eerste €400.000 van de loonsom van alle werknemers samen plus 1,18% van deze loonsom voor zover hoger dan €400.000. Is de totale loonsom van alle werknemers bijvoorbeeld €1.000.000, dan bedraagt de vrije ruimte in 2021 €19.080 (3% van €400.000 plus 1,18% van €600.000).

Let op! Vanaf 2022 gaat de vrije ruimte weer omlaag en bedraagt deze 1,7% van de eerste €400.000 loonsom en 1,18% van het meerdere. Bij een loonsom van €1.000.000 bedraagt de vrije ruimte in 2022 dan €13.880, dus €5.200 minder.

Gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen
Voor bepaalde vergoedingen en verstrekkingen heeft de werkgever de vrije ruimte niet nodig. Deze zogenaamde gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen kunnen gegeven worden buiten de vrije ruimte en verkleinen het potentieel van de vrije ruimte dus niet.

Tip! Er bestaan verschillende gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen. Denk bijvoorbeeld aan de gerichte vrijstelling voor reiskostenvergoeding van €0,19 per gereden zakelijke kilometer, voor studiekosten, arbovoorzieningen en de nihilwaarderingen voor consumpties en voorzieningen op de werkplek.

Voorwaarden gebruik vrije ruimte
Als een werkgever een vergoeding of verstrekking onbelast in de vrije ruimte wil onderbrengen, moet hij deze wel aanwijzen als eindheffingsloon in deze vrije ruimte. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit de administratie.

Een andere voorwaarde is dat de vergoedingen of verstrekkingen niet meer dan 30% mogen afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is (de zogenaamde gebruikelijkheidstoets). Is de afwijking groter, dan mag de werkgever het meerdere niet aanwijzen in de vrije ruimte. Dat deel is dan als loon belast bij de werknemer.

Tip! De beoordeling of een vergoeding of verstrekking voldoet aan de gebruikelijkheidstoets is over het algemeen lastig. Gelukkig beschouwt de Belastingdienst alle vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen van maximaal €2.400 per persoon per jaar als gebruikelijk.

Tot €2.400 per persoon per jaar hoef je je dus geen zorgen te maken over de zogenaamde gebruikelijkheidstoets.

Let op! Het bedrag van €2.400 geldt in alle redelijkheid. De Belastingdienst geeft aan dat je hiervan geen gebruik mag maken als het loon van de werknemer (hierdoor) lager is dan het wettelijke minimumloon.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-13T10:50:33+02:0013 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Gebruik in 2021 de ruimere vrije ruimte in de WKR

  • Onbelaste vaste reiskostenvergoeding ook vanaf 1 oktober 2021

Onbelaste vaste reiskostenvergoeding ook vanaf 1 oktober 2021

Vanwege de Coronacrisis werken in 2021 werknemers veel of zelfs alleen maar vanuit huis. Tot 1 oktober 2021 bestond al een goedkeuring waardoor de werkgever een onbelaste vaste reiskostenvergoeding kan blijven doorbetalen, dus ook als de werknemer niet of nauwelijks naar het werk reist vanwege thuiswerk. Deze goedkeuring is verlengd tot en met 31 december 2021, zo maakte het kabinet maandag 30 augustus bekend.

Situatie tot 1 oktober 2021
Had een werknemer vóór 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht op een vaste onbelaste reiskostenvergoeding? Dan mag de werkgever deze vergoeding onbelast doorbetalen tot 1 oktober 2021, ook als de werknemer (deels) thuiswerkt en dus minder reiskilometers maakt.

Situatie vanaf 1 oktober 2021
De verwachting was dat deze goedkeuring per 1 oktober 2021 definitief zou vervallen. Door een uitleg van de Belastingdienst over de toepassing van het zogenaamde 128-dagen criterium (minimaal 128 dagen reizen naar de vaste werkplek in het jaar) was in veel gevallen evenwel mogelijk de vaste reiskostenvergoeding te continueren tot en met 31 december 2021. Maar het kabinet heeft de goedkeuring echter toch definitief verlengd tot 1 januari 2022. Hiermee blijft het dus mogelijk de onbelaste reiskostenvergoeding voort te zetten tot en met 31 december 2021.

Let op! De voorwaarde dat de werknemer vóór 13 maart 2020 al een onvoorwaardelijk recht op een vaste onbelaste reiskostenvergoeding moet hebben, blijft bestaan.

Alternatieven
Bestond vóór 13 maart 2020 nog geen onvoorwaardelijk recht op een vaste onbelaste reiskostenvergoeding, dan zijn er alternatieven. Zo kan de werkgever een vaste onbelaste reiskostenvergoeding geven op basis van een inschatting van de daadwerkelijke reisdagen.

Let op! Aan het einde van het jaar moet dan wel een nacalculatie plaatsvinden.

Daarnaast kan een werkgever er uiteraard ook voor kiezen om een reiskostenvergoeding op declaratiebasis te verstrekken. Op basis van de daadwerkelijk gereden reiskilometers geeft de werkgever dan achteraf een vergoeding van €0,19 per kilometer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-07T09:38:39+02:007 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Onbelaste vaste reiskostenvergoeding ook vanaf 1 oktober 2021

  • Arbeidsverleden bij bepaling transitievergoeding

Arbeidsverleden bij bepaling transitievergoeding

Stel nu dat een werknemer zelf zijn dienstverband opzegt, elders gaat werken en korte tijd later weer bij de werkgever terugkeert. Hoe moet dan de transitievergoeding worden berekend als dit laatste dienstverband ten einde komt? Moet worden uitgegaan van de gehele periode dat de werknemer in dienst was of moet alleen worden gekeken naar het moment dat de werknemer opnieuw in dienst is getreden?

Voor de berekening van de transitievergoeding worden één of meer voorafgaande arbeidsovereenkomsten tussen dezelfde partijen, die elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd, samengeteld, zo is de algemene regel. Wat was in deze zaak het geval?

Spijtoptant
In een aan de kantonrechter Almere voorgelegde vraag had een werknemer van 1 oktober 2013 tot 1 juli 2019 als salesmanager bij zijn werkgever gewerkt. Per 1 juli 2019 heeft hij zijn dienstverband opgezegd om elders in dienst te treden. Uiteindelijk beviel dit toch niet en is hij op 14 oktober 2019 weer bij zijn voormalige werkgever in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd als ordermanager.

Ontbonden
Uiteindelijk gaat dit niet goed en wordt de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter per 1 januari 2021 ontbonden. Bij de eindafrekening blijkt de werkgever de transitievergoeding berekend te hebben vanaf 14 oktober 2019 en niet vanaf 1 oktober 2013. De werknemer is het hier niet mee eens.

Initiatief einde arbeidsovereenkomst
Naar de mening van de werkgever is de transitievergoeding bedoeld voor situaties waarin de arbeidsovereenkomst is geëindigd op initiatief van de werkgever en daar was in deze situatie geen sprake van, gelet op de opzegging van de werknemer van de eerste arbeidsovereenkomst. De werkgever heeft tevens naar voren gebracht dat het in strijd met de redelijkheid en billijkheid zou zijn als zij door het opnieuw in dienst nemen van de werknemer alsnog een transitievergoeding verschuldigd zou zijn, terwijl dat in eerste instantie niet het geval was.

Onaanvaardbaar
De rechter oordeelt dat alhoewel de wetsgeschiedenis hier geen duidelijkheid over geeft, het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om de werkgever te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding over het volledige dienstverband vanaf 1 oktober 2013, zonder daarbij rekening te houden met de opzegging van de werknemer per 1 juli 2019. Daarbij weegt ook mee dat de werknemer al een andere baan had aanvaard, voordat hij tot opzegging van zijn arbeidsovereenkomst bij de werkgever overging en hij dus welbewust deze keuze heeft gemaakt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-06T11:00:35+02:006 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Arbeidsverleden bij bepaling transitievergoeding

  • Lagere BTW-correctie privégebruik auto mogelijk?

Lagere BTW-correctie privégebruik auto mogelijk?

Statistische gegevens kunnen worden gebruikt om aan te tonen dat het vaste forfaitaire percentage om het privégebruik auto vast te stellen, te hoog is. Dat heeft de Hoge Raad eerder geoordeeld. Een ondernemer die hiervan gebruik wilde maken, werd echter door de rechtbank teruggefloten.

Tip! Naast het gebruik van statistische gegevens kan ook het bijhouden van een rittenadministratie of gegevens op grond waarvan een redelijke schatting kan worden gemaakt over het privégebruik auto nuttig zijn om aan te tonen dat het forfait te hoog is.

Statistische gegevens
De ondernemer wilde de statistische gegevens gebruiken om het privégebruik auto van zijn salesmedewerkers te bepalen. De statistische gegevens die de ondernemer wilde gebruiken, betroffen rapporten. In die rapporten was het uitgangspunt dat al het woon-werkverkeer zakelijk was. De rechtbank oordeelde dat de ondernemer de gegevens niet mocht gebruiken omdat de salesmedewerkers behalve naar klanten af en toe ook naar de kantoorruimte en showroom van hun werkgever moesten. Die kilometers zijn voor de BTW niet zakelijk. Anders dan in de rapporten was in deze zaak dus niet al het woon-werkverkeer zakelijk.

Niet controleerbaar
Omdat de ondernemer verder geen of onvoldoende gegevens over het privégebruik ter beschikking had, kon de rechtbank uiteindelijk niet controleren of het forfait te hoog was.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-03T10:02:23+02:003 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Lagere BTW-correctie privégebruik auto mogelijk?

  • Boete bij concurrentiebeding?

Boete bij concurrentiebeding?

In veel overeenkomsten is er een boetebeding opgenomen, waarin wordt geregeld welke boete er verschuldigd is als een andere bepaling, zoals een concurrentiebeding of een geheimhoudingsbeding, wordt overtreden. Wat als een ex-werknemer zo’n beding overtreedt? Wat zegt de rechtspraak hierover?

Een boetebeding is een beding op basis waarvan er bij het tekortschieten in de nakoming van een verplichting door de schuldenaar een boete verschuldigd is. Hierbij kan er sprake zijn van een boete die de ex-werknemer moet betalen, omdat de werkgever door de overtreding van het concurrentiebeding schade heeft geleden (schadevergoedingsbeding). Daarnaast is er ook nog het strafbeding, een boete voor voortdurende overtreding van een beding.

Tip! Het schadevergoedingsbeding wordt vaak gebruikt als het lastig is te bepalen hoe hoog de exacte schade is die wordt geleden door de overtreding.

Let op! Een rechter kan een boete altijd matigen als er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de eigenlijke boete tot zeer onredelijke gevolgen leidt.

Vereisten
Een boetebeding is alleen geldig indien het voldoet aan de wettelijke vereisten. In de eerste plaats moet het beding altijd schriftelijk worden overeengekomen. Daarnaast moet het beding duidelijk zijn: bij welke overtredingen is er een boete verschuldigd, wat is de hoogte van de boete en aan wie moet de boete worden voldaan?

Let op! Als je het recht wil behouden om naast de boete nakoming van het beding en/of schadevergoeding te vorderen, dan moet je dit ook nadrukkelijk schriftelijk overeenkomen.

Basisboete versus boete bij voortdurende overtreding
In de meeste boetebedingen wordt onderscheid gemaakt tussen een basisboete die verschuldigd is bij overtreding van een beding en een boete die verschuldigd is bij een voortdurende overtreding van een beding. Wanneer is de schuldenaar de basisboete verschuldigd en wanneer ook een boete per dag dat de overtreding voortduurt?

Aard van de overtreding
Uit de rechtspraak blijkt dat rechters de beoordeling van de vraag of er naast de basisboete ook sprake is van een situatie waarin de ex-werknemer een boete per dag verschuldigd is vanwege een voortdurende overtreding van een beding, meestal beoordelen aan de hand van de aard van de overtreding. Concreet wordt er dan gekeken of de overtreder elke dag opnieuw heeft kunnen kiezen of hij met de overtreding doorgaat of de overtreding van het beding staakt.

Voorbeeld
Een voorbeeld van zo’n situatie is een verwijzing naar activiteiten die in strijd zijn met een concurrentiebeding op een website. De overtreder heeft er immers dagelijks voor kunnen kiezen om die verwijzing te verwijderen van de website of de verwijzing te handhaven. In zo’n geval is de overtreder naast de basisboete ook een boete verschuldigd voor iedere dag dat de verwijzing op de website heeft gestaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-08-24T11:31:20+02:0024 augustus 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Boete bij concurrentiebeding?