werkgever

  • Aanvraag NOW Q3 start 5 juli

Aanvraag NOW Q3 start 5 juli

Werkgevers die door Corona of andere redenen met minstens 20% omzetverlies geconfronteerd worden, kunnen vanaf volgende week maandag 5 juli opnieuw NOW voor de periode juli, augustus en september 2021 aanvragen. De NOW vergoedt tot 85% van de loonkosten.

NOW
De NOW vergoedt maximaal 85% van de loonkosten bij 100% omzetverlies. Bij een geringer omzetverlies, krijg je naar rato minder NOW. Bij 60% omzetverlies bijvoorbeeld 60% x 85% = 51% NOW.

Let op! Als je op of na 2 februari 2020 bent gestart, komt je niet in aanmerking voor de NOW.

Omzetverlies
Je gaat voor deze aanvraag uit van het omzetverlies over de periode juli t/m september. Maar je mag ook uitgaan van de periode augustus t/m oktober of september t/m november. Alleen als je voor de voorgaande periode ook NOW heeft aangevraagd, moeten de maanden van deze twee periodes op elkaar aansluiten.

Omzetverlies schatten
Omdat het omzetverlies niet bekend is op het moment van aanvragen, moet je dit zo goed mogelijk schatten. Op basis van deze schatting krijg je een voorschot van 80% dat in drie tranches wordt uitbetaald. Schat zo goed mogelijk, want te veel ontvangen NOW moet je achteraf terugbetalen.

Referentiemaand loonsom
Voor de hoogte van de loonsom ga je uit van de maand februari 2021. Voor de vorige periode was dit nog juni 2020.
Let op! Het aanvragen van de NOW over de vorige periode, in beginsel april t/m juni, kan nog uiterlijk tot en met 30 juni.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-30T09:42:02+02:0030 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aanvraag NOW Q3 start 5 juli

  • TVL voor tweede kwartaal 2021 nu aan te vragen

TVL voor tweede kwartaal 2021 nu aan te vragen

Ondernemers die al dan niet vanwege Corona met een omzetverlies van minstens 30% te maken hebben, kunnen de tegemoetkoming vaste Lasten (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021 nu aanvragen. Aanvragen kan digitaal bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

TVL
Via de TVL komt de overheid tegemoet in de kosten van vaste lasten. De hoogte van de TVL is gerelateerd aan het omzetverlies en aan de hoogte van de vaste lasten. De hoogte wordt gebaseerd op branchecijfers. De compensatie bedraagt 100% in plaats van 85% in het eerste kwartaal van 2021.

Referentieperiode kiezen
Voor dit kwartaal kan voor de referentieperiode inzake de omzet gekozen uit twee kwartalen. Dit betreft het tweede kwartaal van 2019 of het derde van 2020. De maatregel is vooral bedoeld om starters tegemoet te komen, maar ook anderen hebben de keuzemogelijkheid. Bijvoorbeeld als door een verbouwing in het tweede kwartaal van 2019 weinig omzet is gerealiseerd.

Let op! Als voorwaarde geldt dat het bedrijf vóór 30 juni 2020 is opgericht en ingeschreven in het Handelsregister. Je mag je niet na 30 juni 2020 met terugwerkende kracht hebben ingeschreven.

Minimum en maximum
Het minimum van de vaste lasten volgens de berekening op basis van de omzet en branchecijfers, moet minstens €1.500 bedragen anders krijg je niets. Verder kent de TVL een maximum tegemoetkoming van €550.000 voor bedrijven met maximaal 250 werknemers. Voor grotere bedrijven bedraagt het maximum €1.200.000.

Opslag
Voor de land- en tuinbouwsector blijft er een opslag van 21% voor speciale kosten voor het in leven houden van dieren en gewassen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-29T10:06:22+02:0029 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

TVL voor tweede kwartaal 2021 nu aan te vragen

  • Betaling transitievergoeding in termijnen? Mag dat?

Betaling transitievergoeding in termijnen? Mag dat?

Over de hoogte van de te betalen transitievergoeding kan discussie ontstaan. Zeker als een bedrijf op een later moment is overgenomen. Wat zegt de kantonrechter in Amsterdam hierover? En mocht de werkgever door de Coronacrisis de transitievergoeding in termijnen betalen?

In een aan de kantonrechter in Amsterdam voorgelegde zaak ging het om een werknemer die claimde al vanaf 1993 bij de werkgever werkzaam te zijn. Zijn huidige werkgever had de zaak overgenomen in 2017 en was van mening dat hij pas vanaf dat moment een transitievergoeding hoefde te betalen. Bijkomend punt was dat de werkgever aangaf vanwege de slechte financiële situatie de transitievergoeding niet te kunnen betalen.

Opvolgend werkgeverschap
De rechter oordeelde hier dat de werknemer inderdaad vanaf 1993 in dienst was en dat sprake was van opvolgend werkgeverschap waardoor de werkgever dus ook de dienstjaren vóór de overname moest meerekenen. Dit betekende dat de werknemer recht had op een transitievergoeding berekend vanaf 1993. De financiële situatie vormde evenwel geen reden voor de rechter om af te zien van de transitievergoeding.

Wanneer sprake van opvolgend werkgeverschap?
Van opvolgend werkgeverschap is volgens de wet sprake bij op elkaar volgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers, die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moet worden elkaars opvolger te zijn. Het opvolgend werkgeverschap is een bepaling van driekwart dwingend recht wat betekent dat er in een CAO van mag worden afgeweken ten nadele van een werknemer. Het is dus raadzaam de eventueel toepasselijke CAO er op na te slaan.

Let op! Om te constateren dat sprake is geweest van opvolgend werkgeverschap moet het gaan om dezelfde verrichte arbeid. Is de arbeid gewijzigd dan is opvolgend werkgeverschap niet aan de orde.

Betaling in termijnen
De kantonrechter vond het wel aannemelijk dat de slechte financiële situatie van de werkgever een gevolg was van de door de overheid opgelegde beperkende Coronamaatregelen en niet te wijten was aan de werkgever zelf. Om die reden stond de kantonrechter het de werkgever toe de verschuldigde transitievergoeding in 16 termijnen van een maand te betalen.

Dit is op zich een bijzondere uitspraak omdat deze afwijkt van de bepaling over gespreide betaling als neergelegd in de Ontslagregeling. De Ontslagregeling bepaalt dat indien de betaling van de transitievergoeding ineens leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering van de werkgever de transitievergoeding over maximaal zes maanden kan worden gespreid. Deze zes maanden beginnen te lopen vanaf het moment dat de transitievergoeding uiterlijk betaald had moeten worden, oftewel een maand na afloop van het dienstverband. Bij een dergelijke gespreide betaling is de werkgever wel de wettelijke rente (nu 2%) verschuldigd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-24T10:15:03+02:0024 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Betaling transitievergoeding in termijnen? Mag dat?

  • Denk aan deadline subsidie Coronabanen zorg

Denk aan deadline subsidie Coronabanen zorg

Wil je als zorgaanbieder subsidie aanvragen voor Coronabanen in de zorg, let dan op. De deadline voor de aanvraag sluit vrijdag 25 juni 17.00!

Coronabanen in de zorg
Coronabanen zijn tijdelijke banen waarmee zorgprofessionals worden ondersteund. De Subsidieregeling Coronabanen in de zorg is verlengd van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021. Subsidieaanvragen over deze tweede periode (1 juli tot en met 31 december) kunnen tot en met 25 juni 17.00 uur worden ingediend. De regeling geldt voor werknemers die vóór 1 oktober 2021 bij de zorgaanbieder worden ingezet.

Je mag eerst subsidie aanvragen en daarna mensen aannemen op de functie. Let wel op: nieuwe werknemers mogen pas per 1 juli 2021 worden ingezet en het contract mag niet later dan 1 oktober 2021 ingaan.

Welke functies?
Het moet gaan om een Coronabaan als gastvrouw, zorgassistent / zorgbuddy, ADL–ondersteuner, welzijnsassistent, zorgmedewerker of ondersteuner veiligheid.

Voorwaarden
Voorwaarden van de tweede aanvraagperiode zijn vrijwel gelijk aan de voorwaarden van de eerste aanvraagperiode.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-22T10:44:34+02:0022 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Denk aan deadline subsidie Coronabanen zorg

  • Per 1 juli wijzigt termijn aanvaarding arbeidsovereenkomst

Per 1 juli wijzigt termijn aanvaarding arbeidsovereenkomst

Een werkgever is verplicht om een oproepkracht in de dertiende maand dat deze voor hem werkzaam is een aanbod te doen voor een arbeidsovereenkomst met vaste uren. Hoe zit het nu met de aanvaarding van dit aanbod door de werknemer? Vanaf 1 juli wijzigt de termijn voor het aanvaarden.

Als een werkgever in de dertiende maand verplicht is een aanbod te doen voor een arbeidsovereenkomst, geldt dat deze uren minimaal gelijk moeten zijn aan het gemiddelde aantal verloonde uren over de af gelopen twaalf maanden. Alleen de uren die elkaar binnen zes maanden tijd opvolgen, tellen mee.

Aanvaarding aanbod
Zoals aangegeven moeten werkgevers dus na twaalf maanden een aanbod te doen voor een vaste arbeidsomvang. Hoe zit het nu met de aanvaarding van dit aanbod door de werknemer? In de wet is nu geregeld dat de werknemer minimaal een maand de tijd heeft om het aanbod te aanvaarden.
Vanaf 1 juli 2021 wordt de regeling op twee onderdelen gewijzigd:

  1. de werknemer heeft maximaal een maand de tijd om het aanbod te aanvaarden van zijn werkgever;
  2. de uiterlijke ingangsdatum waarop de vaste arbeidsomvang in dient te gaan is uiterlijk twee maanden nadat de arbeidsovereenkomst twaalf maanden heeft geduurd. Dat betekent dus uiterlijk op de eerste dag van de vijftiende maand.

Een werkgever dient een oproepkracht die sinds 1 juli 2020 een oproepovereenkomst heeft, uiterlijk 1 augustus 2021 een aanbod te doen voor een arbeidsovereenkomst met een vast aantal uren per periode. De oproepkracht heeft vervolgens een maand de tijd, dus tot 1 september 2021, om dit aanbod te aanvaarden. Uiteraard kan hij dit ook eerder doen. Bij aanvaarding van het aanbod, dient de urenomvang dan uiterlijk 1 september 2021 in te gaan. Het is niet verplicht voor de oproepkracht om het aanbod te accepteren.

Geen aanbod
Laat de werkgever na een aanbod te doen, dan dient de werkgever het loon te betalen over de uren waarover hij het aanbod had moeten doen. Het is niet vereist dat de werknemer zich beschikbaar heeft gesteld voor de arbeid over die uren. Het gaat hier om een loonaanspraak van de werknemer waarvoor een verjaringstermijn van vijf jaar geldt. Tevens geldt de wettelijke verhoging en de wettelijke rente.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-21T10:10:29+02:0021 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Per 1 juli wijzigt termijn aanvaarding arbeidsovereenkomst

  • Aanvragen zorgbonus per 15 juni gestart

Aanvragen zorgbonus per 15 juni gestart

Zorgaanbieders en PGB-budgethouders kunnen vanaf 15 juni de zorgbonus voor 2021 aanvragen. De zorgbonus is bestemd voor werkenden in de zorg die vanwege Corona een uitzonderlijke prestatie hebben verricht.

Omvang afhankelijk van aantal aanvragen
De omvang van de zorgbonus voor 2021 is afhankelijk van het aantal aanvragen. Naar verwachting zal de bonus tussen de €200 en €240 netto bedragen.

Uitzonderlijke prestatie
Voorwaarde voor de bonus is dat de medewerker in de zorg in de periode 1 oktober 2020 tot 15 juni 2021 een uitzonderlijke prestatie heeft geleverd vanwege Corona, door onder uitzonderlijke omstandigheden zorg te bieden. Het voortzetten van de normale werkzaamheden, al dan niet in aangepaste vorm, is niet als uitzonderlijke prestatie aan te merken.

Voorbeeld van uitzonderlijke prestatie: overwerk
Medewerkers die extra uren hebben gewerkt als direct gevolg van de strijd tegen Corona en daardoor bijvoorbeeld geen vakantie of verlof konden opnemen, komen bijvoorbeeld in aanmerking voor de bonus.

Voorwaarden
Verder geldt als voorwaarde dat de medewerker niet meer dan twee keer modaal mag verdienen. Een medewerker kan maximaal één keer voor de bonus in aanmerking komen. De aanvrager van de bonus mag geen extra voorwaarden aan de bonus stellen.

Let op! Zorgaanbieders kunnen de bonus ook aanvragen voor ingehuurde ZZP’ers. Ook voor uitzendkrachten kan de bonus worden aangevraagd.

Waar aanvragen?
Zorgaanbieders kunnen de bonus voor hun medewerkers aanvragen bij het loket van DUS-I. PGB-budgethouders kunnen een aanvraag indienen bij de SVB. Hier is ook meer info beschikbaar.

Zorgbonus
Vanwege Corona hadden werkenden in de zorg ook in 2020 recht op een zorgbonus. Die bedroeg €1.000 netto. Omdat die bonus voor meer werkenden werd aangevraagd dan verwacht, is er voor de bonus in 2021 minder geld beschikbaar.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-18T11:29:29+02:0018 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aanvragen zorgbonus per 15 juni gestart

  • Kabinet maakt premieverlaging AWF bekend

Kabinet maakt premieverlaging AWF bekend

Het kabinet heeft de premieverlaging van het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWF) bekend gemaakt. De premieverlaging is de compensatie die geboden wordt vanwege het schrappen van de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK).

Schrappen BIK
Eerder maakte het kabinet bekend dat de BIK met terugwerkende kracht tot 1 januari van dit jaar geschrapt wordt. Dit vanwege het feit dat de Europese Commissie waarschijnlijk niet met de regeling akkoord zal gaan. De BIK was bedoeld om in de huidige Coronatijd de investeringen aan te jagen.

Zelfde doelgroep
Met de verlaging van de AWF-premie zorgt het kabinet ervoor dat het voordeel van de BIK bij dezelfde doelgroep terecht komt, namelijk bedrijven met personeel in dienst. De BIK kon namelijk alleen met de loonheffingen verrekend worden.

Verlaging hoge en lage AWF-premie
Zowel de hoge als de lage AWF-premie worden verlaagd. De lage premie is met name van toepassing op werknemers met een vast contract. De hoge AWF-premie daalt van 7,7% naar 5,34%. De lage AWF-premie daalt van 2,7% naar 0,34%. Op deze manier blijft het wettelijke verschil tussen de hoge en lage premie van 5%-punt gehandhaafd.

Ingangsdatum 1 augustus
Het is de bedoeling dat de verlaging per 1 augustus van dit jaar ingaat. De verlaging moet namelijk nog op uitvoerbaarheid worden getoetst en wordt waarschijnlijk per 24 juni definitief.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-16T09:15:54+02:0016 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Kabinet maakt premieverlaging AWF bekend

  • Nieuwsbrief juni 2021

Nieuwsbrief juni 2021

1. Meer duidelijkheid over berekenen BTW bij commissaris

In welke gevallen moet een commissaris of andere toezichthouder BTW berekenen over de toezichthoudende taken die hij uitvoert? De staatssecretaris van Financiën heeft hierover via een besluit eindelijk meer duidelijkheid geboden.

Zelfstandig of niet?
Of BTW berekend moet worden, hangt af van de vraag of er sprake is van zelfstandigheid van de commissaris of andere toezichthouder ten aanzien van de toezichthoudende werkzaamheden. Dit is vaak niet het geval, wat betekent dat dan geen BTW in rekening hoeft te worden gebracht.

Eerdere uitspraken
Het besluit ligt in het verlengde van eerdere uitspraken van het Europese Hof en de Hoge Raad. In deze zaken hadden de toezichthouders geen individuele taken of verantwoordelijkheden, handelden ze ook niet op eigen naam, voor eigen rekening of verantwoordelijkheid en liepen ze geen economisch risico. Ze waren dan ook niet zelfstandig en hoefden geen BTW te berekenen.

Specifieke organen
Het besluit noemt een aantal concrete organen waarbij in het algemeen geen sprake zal zijn van zelfstandigheid. Het betreft:

  • toezichthoudende organen met wettelijke grondslag in publiek- of privaatrecht (o.a. NV, BV, (bedrijfstak)pensioenfonds);
  • toezichthoudende organen zonder wettelijke grondslag in publiek- of privaatrecht vergelijkbaar met NVof BV (o.a. stichting en vereniging);
  • bezwaaradviescommissies en adviescolleges met wettelijke taak;
  • toetsingscommissies, geschillencommissies en vergelijkbare commissies.

Let op!
In het algemeen zal in voorgaande situaties geen sprake zijn van zelfstandigheid, maar de beoordeling of wel of niet sprake is van zelfstandigheid blijft altijd een feitelijke beoordeling. Beoordeel daarom altijd, onder meer aan de hand van de statuten en de op de statuten gebaseerde reglementen, of wel of geen sprake is van zelfstandigheid van de commissaris of andere toezichthouder.

Terugwerkende kracht
Het besluit heeft terugwerkende kracht tot 13 juni 2019, de datum van de uitspraak van het Europese Hof. Voor werkzaamheden waarbij na deze datum BTW is berekend en deze is verrekend door de afnemer, hoeft dit niet met terugwerkende kracht gecorrigeerd te worden.

Tip!
Een organisatie met (deels) BTW-vrijgestelde prestaties heeft in het verleden de btw die een commissaris of andere toezichthouder berekende, niet (geheel) in aftrek kunnen brengen. Blijkt nu dat de commissaris of andere toezichthouder ten onrechte BTW berekende omdat de zelfstandigheid ontbreekt? Dan kan het voor de organisatie een financieel voordeel opleveren als de commissaris of andere toezichthouder met terugwerkende kracht de ten onrechte afgedragen btw bij de Belastingdienst terugvraagt en doorstort naar de organisatie.



2. Kabinet schrapt BIK in ruil voor lagere Awf-premie

Het kabinet heeft besloten de Baangerelateerde investeringskorting (BIK) met terugwerkende kracht tot 1 januari van dit jaar te schrappen. Dit vanwege de verwachting dat de Europese Commissie de BIK als ongeoorloofde staatssteun zal aanmerken en hiermee niet akkoord zal gaan.

BIK
De BIK was bedoeld om in de coronacrisis ondernemers te motiveren om extra te investeren. Daarom kon een korting op de afdracht van loonheffingen worden verkregen. Deze bedroeg 3% voor de eerste € 5 miljoen aan investeringen en 2,44% over het meerdere aan investeringen.

Lagere Awf-premie
Omdat het kabinet de voor de BIK gereserveerde middelen toch aan het bedrijfsleven wil doen toekomen, is het plan om de Awf-premie (werkloosheidsfonds) te verlagen van 2,7% naar 0,34% voor de lage premie en van 7,7% naar 5,34% voor de hoge premie. Hierdoor komen de middelen terecht bij ondernemers met personeel, net als bij de BIK.

Verschil lage en hoge premie blijft 5%
Een werkgever is de lage Awf-premie verschuldigd voor mensen met een vast arbeidscontract; in de meeste andere gevallen is de hoge Awf-premie verschuldigd. Het verschil tussen de lage en de hoge premie blijft 5%.

Vanaf 1 augustus
Het is de bedoeling dat de Awf-premie dit jaar vanaf 1 augustus verlaagd wordt. Op dit moment wordt de verlaging op uitvoerbaarheid getoetst en de verwachting is dat de verlaging eind juni 2021 definitief wordt vastgesteld. Softwareleveranciers en uitvoeringsinstanties hebben dan nog even de tijd om hun systemen aan te passen.

Gevolgen individueel verschillend
De gevolgen van het schrappen van de BIK en het in de plaats hiervan verlagen van de Awf-premie, zullen per bedrijf verschillen. Zo zal men alleen het negatieve gevolg van het schrappen van de BIK missen als men tussen 1 oktober 2020 en 31 december 2022 zou investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen. Overigens kon de BIK pas vanaf 1 september van dit jaar worden aangevraagd, dus de wijziging levert het bedrijfsleven geen uitvoeringstechnische problemen op.



3. Sterke inkomensdaling door Corona? Gebruik de middelingsregeling

Door Corona hebben veel ondernemers een sterke inkomensdaling gehad. Is dat bij jou ook het geval? Dan is er de middelingsregeling. Dat is een regeling voor belastingplichtigen met een wisselend inkomen en kan daarom interessant zijn in deze tijden van wisselende inkomsten door corona.

Middelingsregeling
De middelingsregeling is een regeling in de inkomstenbelasting waarbij belasting wordt betaald over een gemiddeld inkomen in plaats van het daadwerkelijke inkomen. Dat gemiddelde wordt berekend over een periode van drie aaneengesloten jaren. Omdat het gemiddelde inkomen bij sterk wisselende jaarlijkse inkomens lager ligt, resulteert dat in een lager bedrag aan te betalen inkomstenbelasting.

Hoe werkt middeling?
Is het te betalen bedrag over het gemiddelde over een periode van drie aaneengesloten jaren lager dan het bedrag dat daadwerkelijk over die drie jaren is betaald? Dan bestaat recht op teruggave van het te veel betaalde bedrag. Daarbij geldt wel een drempelbedrag van €545 (2021).

Let op!
Het recht op teruggave geldt dus alleen voor het bedrag dat uitkomt boven de drempel.

Zelf aanvragen
De Belastingdienst past de middelingsregeling niet zelf toe. Een belastingplichtige moet zelf met een formulier verzoeken om toepassing van de regeling. Een verzoek om middeling moet binnen 36 maanden worden ingediend na afloop van de bezwaartermijn van de definitieve aanslag inkomstenbelasting over het laatste belastingjaar.

Tip!
De middelingsregeling heeft geen invloed op ontvangen toeslagen in de opgegeven jaren voor middeling.

Corona
Het jaar 2020 is het jaar dat veel ondernemers voor het eerst door Corona een sterke inkomensdaling hebben gehad. Het is aan te raden om eerst goed na te gaan welke periode van drie aaneengesloten jaren het meest optimaal is voor toepassing van de middelingsregeling.

Let op!
De middelingsregeling mag vaker worden aangevraagd, maar elk jaar mag maar één keer voor middeling worden gebruikt.



4. Vraag tijdig de Subsidie praktijkleren aan!

Bedrijven die een praktijk- of werkleerplaats aanbieden, kunnen hiervoor subsidie krijgen. Deze subsidie kan men voor het lopende studiejaar 2020-2021 tot en met 16 september digitaal aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl).

Begeleiding
De subsidie is een tegemoetkoming voor de kosten die een werkgever maakt voor de begeleiding van degenen die een praktijk- of werkleerplaats volgen. Je vraagt de subsidie na afloop van de begeleiding aan.

Omvang subsidie
Het maximale subsidiebedrag is €2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. Bij overschrijding van het budget wordt de subsidie evenredig over de aanvragers verdeeld.

Geen korting vanwege Corona
Het kabinet heeft maatregelen genomen in verband met het Coronavirus. Werkgevers kunnen als gevolg hiervan te maken hebben gehad met gedwongen sluiting of met sluiting omdat voortzetting van het bedrijf volgens de richtlijnen van het RIVM niet verantwoord was. Voor werkgevers die hiermee te maken hebben gehad, wordt de subsidie echter niet verminderd.

Extra subsidie
Voor erkende leerbedrijven in de sectoren landbouw, horeca en recreatie die een BBL-leerplek (beroepsbegeleidende leerweg) aanbieden, is extra subsidie beschikbaar.

Hoger veiligheidsniveau vereist
Tot en met 30 juni 2021 kun je de subsidie nog aanvragen met eHerkenning niveau 1 of 2. Vanaf 1 juli 2021 heb je minimaal eHerkenning niveau 3 met machtiging ‘RVO-diensten op niveau eH3’ nodig om in te loggen voor de Subsidieregeling praktijkleren.

Let op!
Heb je eHerkenning met een lager betrouwbaarheidsniveau of niet de juiste machtiging, dan moet je de eHerkenning aanpassen naar een hoger betrouwbaarheidsniveau en de juiste machtiging aanvragen. Houd rekening met een aanschaftijd van ongeveer twee weken, dus regel dit op tijd.

Uitbetaling subsidie
Binnen 13 weken na 16 september wordt een besluit genomen over de ingediende aanvragen en wordt het subsidiebedrag voor een volledige gerealiseerde plaats berekend. Aan de hand daarvan volgen de individuele beschikkingen. Deze beschikking is direct de vaststelling van de subsidie.

Binnen twee weken na ontvangst van een positieve beslissing, ontvang je het bedrag van de subsidie op je bankrekening.



5. Alsnog NOW voor eerdere kwartalen? Deadline 16 juli!

Ondernemers die nog geen NOW aanvroegen voor de perioden vanaf oktober 2020, kunnen dit nu alsnog doen. Ondanks dat de aanvraagperiode inmiddels officieel is verstreken! De derde aanvraagperiode NOW (vanaf oktober 2020) sloot al eind december 2020. Op dat moment was de regel nog dat de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) meetelde als omzet. Ondernemers die daardoor het benodigde omzetverlies van minimaal 20% niet haalden, vroegen voor deze periode waarschijnlijk geen NOW aan.

Onlangs is echter bekendgemaakt dat de TVL alsnog vanaf de derde aanvraagperiode NOW niet meetelt als omzet. Door het niet meetellen van de TVL heeft de ondernemer dus een lagere omzet. De ondernemer haalt daarom misschien alsnog het benodigde omzetverlies van minimaal 20%. Deze ondernemers kunnen nu alsnog voor de derde aanvraagperiode NOW aanvragen. Dit geldt ook voor de aanvraag van Q1 2021. Alsnog NOW aanvragen kan door te bellen met UWV Telefoon NOW. Let op! Deze mogelijkheid is geopend tot en met 16 juli 2021.



6. Startersregeling TVL nu aan te vragen

Er is een speciale TVL-regeling voor startende ondernemers beschikbaar. Die kan per 31 mei 2021 worden aangevraagd. De regeling voorziet in een tegemoetkoming in de vaste lasten van ondernemers die tussen 1 oktober 2019 en 30 juni 2020 zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De regeling is vrijwel gelijk aan de normale tegemoetkoming vaste lasten (TVL). Starters konden hier echter geen gebruik van maken, omdat ze in het tweede kwartaal van 2019 nog niet over omzet beschikten. Aanvragen van de tegemoetkoming voor starters kan digitaal via de RVO. Aanvragen kan uiterlijk tot 12 juli 2021 17.00 uur. De regeling is eenmalig. Vanaf het tweede kwartaal kunnen starters namelijk de gewone TVL aanvragen.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0015 juni 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juni 2021
  • Uiterlijk 31 juli berekening tegemoetkomingen WTL

Uiterlijk 31 juli berekening tegemoetkomingen WTL

Als je als werkgever recht hebt op tegemoetkomingen volgens de Wet Tegemoetkomingen Loondomein (WTL) valt uiterlijk 31 juli de berekening van de tegemoetkoming in de bus. Je ontvangt de tegemoetkoming daarna binnen zes weken.

Wet Tegemoetkomingen Loondomein
De Wet Tegemoetkomingen Loondomein bestaat uit een drietal tegemoetkomingen voor werkgevers. Deze tegemoetkomingen in de loonkosten hebben betrekking op werknemers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Het betreft het loonkostenvoordeel (LKV) voor gehandicapte en oudere werknemers, het lage inkomensvoordeel (LIV) en het lage inkomensvoordeel voor jongeren (jeugd-LIV).

Voorlopige berekening
Je hebt uiterlijk 14 maart een voorlopige berekening van de tegemoetkomingen gehad. Dit betreft de tegemoetkomingen over het jaar 2020. Hierin staat per werknemer het bedrag van de tegemoetkoming gespecificeerd. Bij fouten kon je deze tot 1 mei wijzigen.

Definitieve berekening
De definitieve berekening van de tegemoetkomingen ontvang je uiterlijk 31 juli. Het bedrag van de tegemoetkomingen ontvangt je uiterlijk zes weken later.

Fouten in aangiften?
Heb je fouten gemaakt in de aangiften voor de loonheffingen over 2020, dan ben je verplicht deze te herstellen. Je krijgt hierdoor echter geen hogere WTL. Heb je echter te veel WTL ontvangen, dan zal de Belastingdienst dit bedrag wel terugvorderen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-15T13:07:25+02:0015 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Uiterlijk 31 juli berekening tegemoetkomingen WTL

  • Winstgroei medische zorg trekt aan, grote onderlinge verschillen

Winstgroei medische zorg trekt aan, grote onderlinge verschillen

Huisartsen kenden een goed 2020, alternatieve zorg en tandartsen hadden het moeilijk
De Coronapandemie heeft in 2020 een gigantische druk gelegd op de medische zorg. Er waren echter ook positieve effecten, zoals een versnelde digitalisering en innovatie in de branche. Per saldo zijn de omzet en de winst vorig jaar gegroeid, maar door de lockdowns lopen de cijfers binnen de medische zorg nogal uiteen.
Dit komt naar voren uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2021, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Grote verschillen in omzet en winst
De medische zorg heeft in 2020 een verdere groei laten zien, maar per saldo iets minder sterk dan in de voorgaande vier jaren. De omzetgroei kwam uit op bijna 6 procent, tegenover 0,6 procent voor het MKB als geheel. De groei werd iets minder breed gedragen dan in eerdere jaren: 63,8 procent van de zorgondernemers zag de omzet stabiliseren of toenemen (in 2019 was dit bijna 72 procent). De winstgroei bedroeg per saldo bijna 11 procent, maar de verschillen waren groot. Ruim 45 procent van de zorgondernemers zag de winst afnemen en 14 procent zelfs met 50 procent of meer. Daar stond tegenover dat bijna een kwart de winst met 50 procent of meer zag stijgen.

Omzet en winst over de jaren
Over de afgelopen vijf jaar zien we een redelijk stabiel verloop van de omzetontwikkeling. De jaarlijkse winststijgingen liggen elk jaar beneden het MKB-gemiddelde, met uitzondering van het Coronajaar 2020 waarin de toename van de winst met 10,5% juist iets sterker was dan MKB-gemiddeld (zie de grafiek).

Huisartsen doen het goed
Binnen de branche valt op dat vooral alternatieve zorgverleners achterblijven. Ook tandartsen presteren minder goed. Beide deelbranches moesten hun behandelingen afgelopen jaar tijdelijk staken in verband met de Coronamaatregelen. Huisartsen kenden over het algemeen juist een goed jaar, net als praktijken van fysiotherapeuten. Huisartsen hebben in april 2020 een vergoeding van 10 euro per patiënt gekregen als compensatie voor de extra kosten die huisartsenpraktijken hebben moeten maken. De extra kosten lijken hiermee veelal gedekt.

Personeelskosten relatief sterk omhoog
Net als in voorgaande jaren liepen de personeelskosten, met afstand de grootste kostenpost van een zorgorganisatie, op. De stijging van 8 procent lag ongeveer in lijn met 2019 en ook duidelijk boven het MKB-gemiddelde (lichte daling). Hierbij tekenen we wel aan dat in veel andere branches een forse NOW-steun in mindering is gebracht op de personeelskosten, waardoor het beeld enigszins vertekend is.

In de medische zorg zijn de loonkosten vorig jaar met ruim 10 procent gestegen, ten opzichte van een stijging van 3 procent voor het MKB als geheel. De post overige personeelskosten, waaronder ook de inzet van uitzendkrachten valt, is met 19 procent gedaald, na behoorlijke stijgingen in de voorgaande vier jaren.

Financiële gezondheid stabiel
De financiële positie van bedrijven in de medische zorg is vrijwel onveranderd gebleven. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating < 1 procent), is uitgekomen op 89,4. De branche doet het daarmee duidelijk beter dan het MKB-gemiddelde, dat licht verbeterde naar 83,2 procent. Wel merken we op dat de verschillen binnen de branche aanzienlijk zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-10T09:16:33+02:0010 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Winstgroei medische zorg trekt aan, grote onderlinge verschillen