voorwaarden

Deadline Innovatiekrediet en vroegfasefinanciering 1 december 2024

Ondernemers kunnen tot en met 1 december 2024 een Innovatiekrediet of een vroegfasefinanciering aanvragen. Het Innovatiekrediet is er voor zowel starters als gevestigde bedrijven. De vroegfasefinanciering is er voor mkb-ondernemers, innovatieve starters en academische-hbo-TO2 starters.

Innovatiekrediet

Windmolen

Via een Innovatiekrediet kunt u een lening afsluiten voor de ontwikkeling van een nieuw product, medicijn of apparaat. Het Innovatiekrediet verstrekt slechts krediet voor een deel van de kosten. Voor kleine bedrijven is dit maximaal 45%, wanneer sprake is van samenwerking met een ander bedrijf 50%. Voor middelgrote bedrijven zijn deze percentages 35% en 50%, voor grote bedrijven 25% en 40%.

Voorwaarden

Er gelden tal van voorwaarden voor het Innovatiekrediet. Zo mag de financieringsbehoefte niet meer dan € 150.000 bedragen, moet er sprake zijn van een commercieel oogpunt voor het project en moet de technische haalbaarheid onderzocht én bewezen zijn.

Kosten en aanvragen

Je betaalt een vast opslagbedrag van 15% voor technische projecten en 25% voor klinische projecten. Daarnaast betaalt u een jaarlijkse rente van thans 3%. Het innovatiekrediet vraagt u aan bij de RVO. Hiervoor heb je eHerkenning nodig, je vindt hier alle informatie.

Vroegfasefinanciering

Met een vroegfasefinanciering (VFF) kun je een lening krijgen om te onderzoeken of een bepaald idee kans van slagen heeft in de markt. Ook voor deze financieringsvorm gelden verschillende voorwaarden. Zo moet je onder meer voor een businessplan zorgen waaruit blijkt dat jouw bedrijf substantieel gaat groeien.

Aanvragen

Er zijn regionale loketten waar je de vroegfasefinanciering aan kunt vragen. Tevens is er een landelijk loket. Voor mkb-ondernemers gelden andere voorwaarden dan voor innovatieve starters voor wat betreft de bij jouw aanvraag mee te sturen bijlages. Je vindt alle informatie hier.

Door |2024-11-15T15:42:15+01:0015 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Deadline Innovatiekrediet en vroegfasefinanciering 1 december 2024

30%-regeling uitgezonden werknemers wordt 27%-regeling

Naast de 30%-regeling voor vanuit het buitenland aangeworven werknemers, kan een werkgever onder voorwaarden ook de 30% regeling toepassen voor bepaalde tijdelijk naar het buitenland uitgezonden werknemers. Ook in deze 30%-regeling zijn wijzigingen aangekondigd.

Extraterritoriale kosten

Internationaal

Aan werknemers die je tijdelijk naar het buitenland uitzendt mag je een vergoeding geven voor de extra verblijfkosten in het buitenland. Deze vergoeding van deze kosten (ook wel extraterritoriale kosten of afgekort ET-kosten) is, onder voorwaarden, gericht vrijgesteld. Je hoeft hiervoor dan niet jouw vrije ruimte in de WKR aan te spreken.

30%-regeling

Voor bepaalde tijdelijk naar het buitenland uitgezonden werknemers kun je er ook voor kiezen om de 30%-regeling toe te passen. Je mag dan zonder bewijsstukken maximaal 30% van het loon inclusief de vergoeding gericht vrijgesteld vergoeden aan de werknemer.

Let op! Werknemers die hiervoor in aanmerking komen zijn onder meer naar landen in Afrika, Azië, Latijns-Amerika en een aantal Oost-Europese landen (waaronder onder meer Polen, Roemenië, Bulgarije en  Tsjechië) uitgezonden werknemers en werknemers die naar een ander land zijn uitgezonden om wetenschap te beoefenen of onderwijs te geven.

Voorwaarden 30%-regeling

Voorwaarde voor deze 30%-regeling is dat de werknemer gedurende een periode van twaalf maanden minimaal 45 dagen in het buitenland is. Voor de berekening van deze 45 dagen tellen uitzendingen van minder dan vijftien dagen niet mee.

Tip! Als de werknemer aan de 45 dagentermijn voldoet, tellen uitzendingen vanaf minimaal tien dagen mee voor de berekening van het aantal dagen waarop de 30%-regeling mag worden toegepast.

Let op! In tegenstelling tot de 30%-regeling voor inkomende werknemers, is voor de 30%-regeling voor uitgezonden werknemers geen beschikking van de Belastingdienst nodig.

27% vanaf 2027

Vanaf 2027 wijzigt de 30%-regeling voor uitgezonden werknemers. Vanaf die datum kunt nu niet meer 30% van het loon inclusief de vergoeding gericht vrijgesteld vergoeden aan uitgezonden werknemers maar 27%.

Er komt geen overgangsregeling. Dus ook aan werknemers die al vóór 2027 zijn uitgezonden, kun je vanaf 2027 nog maar 27% in plaats van 30% gericht vrijgesteld vergoeden.

Let op! Deze wijziging, die onderdeel is van het Belastingplanpakket 2025, is pas definitief als de Tweede én de Eerste Kamer hiermee hebben ingestemd. Stemming in de Eerste Kamer staat gepland op 17 december 2024.

Door |2024-11-14T08:27:18+01:0014 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor 30%-regeling uitgezonden werknemers wordt 27%-regeling

Grotere schenkingsvrijstellingen, wat mag of mocht er?

De schenkbelasting kent verschillende vrijstellingen. Wat zijn de gevolgen als er meerdere schenkingen plaatsvinden waarop verschillende vrijstellingen van toepassing zijn?

Fiscaalvrij schenken

Schenken

Jaarlijks mag je fiscaalvrije schenkingen doen. Voor jouw kind geldt voor 2024 een bedrag van € 6.633. Ook mag je een ieder ander, zoals een kleinkind of een goede vriend, een fiscaalvrije schenking doen. Hiervoor geldt een bedrag in 2024 van € 2.658. Deze bedragen worden jaarlijks aangepast.

Voormalige vrijstelling eigen woning

Tot 2024 bestond er een specifieke fiscale vrijstelling voor schenkingen ten behoeve van een eigen woning, destijds beter bekend als de jubelton. Hoewel deze vrijstelling vooral werd toegepast door ouders aan hun kinderen, bleef de vrijstelling hiertoe niet beperkt. Ook schenkingen van anderen dan de ouders waren onder omstandigheden vrijgesteld als ze werden benut voor de aanschaf van een eigen woning.

Eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen

Een al langer bestaande fiscale vrijstelling, en die nog steeds van kracht is, is de eenmalige vrijstelling bij schenkingen van ouders aan hun kinderen in de leeftijd tussen 18 en 40 jaar (of op de dag dat het kind 40 wordt). Deze vrijstelling bedraagt in 2024 € 31.813. Is het bestedingsdoel echter een dure studie, dan bedraagt de vrijstelling € 66.268.

Niet beiden

Een van de voorwaarden van de grotere schenkingsvrijstellingen is dat niet beiden mochten. Er kon bij de grotere schenkingen tot 2024 dus of gebruik worden gemaakt van de ‘jubelton’ of van de eenmalige verhoogde vrijstelling.

Zitten vrijstellingen elkaar in de weg?

In een zaak bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant was sprake van een schenking in 2019 ten behoeve van een eigen woning door een vader aan zijn kind. De vader had het kind in 2011 ook al een bedrag geschonken waarbij gebruik was gemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen. De vraag was of de vrijstelling uit 2011 de vrijstelling ten behoeve van de eigen woning in 2019 in de weg zat. Dat bleek inderdaad het geval.

Uitvoerbaarheid doorslaggevend

Voor de rechtbank bleek dat de wetgever op dit punt de uitvoerbaarheid van de wetgeving doorslaggevend achtte. Bepaald was dat degenen die vanaf 2010 de eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen al hadden benut, niet ook van de vrijstelling voor de eigen woning gebruik konden maken. Ook niet als de eenmalig verhoogde vrijstelling maar ten dele was benut. Dat dit onredelijk kon uitpakken, had de wetgever op de koop toe genomen om de uitvoerbaarheid van het geheel aan vrijstellingen niet in gevaar te brengen. De vrijstelling voor de eigen woning kon in dit geval dan ook niet worden toegepast.

Let op! Als je gebruikmaakt van de eenmalige verhoogde schenkingsvrijstelling voor jouw kind (in 2024 € 31.813), mag je in dat jaar niet ook nog het reguliere bedrag (in 2024 € 6.633) fiscaalvrij schenken.

Door |2024-08-29T11:53:45+02:0029 augustus 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Grotere schenkingsvrijstellingen, wat mag of mocht er?
  • Nieuwsbrief april 2024

Nieuwsbrief april 2024

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 15 april 2024, 20:00 uur.


1. Voorjaarsnota 2024: extra uitgaven en dekkingen

Na een verzoek om de voorjaarsbesluitvorming van de informateurs heeft het demissionaire kabinet besloten de Voorjaarsnota 2024 op maandag 15 april 2024 – eerder dan gepland – aan te bieden aan de Tweede en Eerste Kamer.

In de Voorjaarsnota zijn aanpassingen op de begroting voor 2024 opgenomen, evenals een vooruitblik op de begrotingen voor de komende jaren. Door de vervroegde publicatie volgen de doorrekening van de voorjaarsbesluitvorming van het CPB, de voorjaarsrapportage in het kader van het begrotingstoezicht van de Raad van State en de kabinetsreactie op een later moment, uiterlijk 30 april 2024.

Extra uitgaven
De extra uitgaven opgenomen in de Voorjaarsnota bestaan onder meer uit 4,4 miljard euro extra voor militaire en humanitaire steun aan Oekraïne in de jaren 2024-2026, 0,4 miljard euro extra in 2024 en 0,9 miljard euro extra in 2025 voor de hersteloperatie Toeslagen, 0,5 miljard euro extra in 2025 voor bewoners in het aardbevingsgebied in Groningen, structureel 715 miljoen euro extra vanaf 2026 voor decentrale overheden en incidenteel 500 miljoen euro extra in 2028 voor versterking van de luchtverdediging en munitie van de krijgsmacht.

Daarnaast kent de begroting een aantal forse tegenvallers, onder meer 375 miljoen euro extra in 2024 en 700 miljoen euro extra in 2025 voor het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) voor nieuwe en bestaande locaties voor (crisis)noodopvang.

Tegenvallende inkomsten
Naast de extra uitgaven zijn er tegenvallende inkomsten, onder meer door het niet afschaffen van de salderingsregeling voor zonnepanelen en het afschaffen van de energiebelasting voor zware industrie. Daarnaast is een nieuwe afbouw van de vrijstelling motorrijtuigenbelasting (mrb) voor emissievrije personenauto’s afgesproken met een korting op de mrb voor deze auto’s vanaf 2026 van 40%, in 2029 van 35% en in 2030 van 30%.

Dekking
De extra uitgaven worden onder meer gedekt door meevallers op diverse begrotingen. De tegenvallende inkomsten worden gedekt door onder meer:

  • Het verlagen van de mkb-winstvrijstelling naar 12,03% vanaf 2025. De mkb-winstvrijstelling zou vanaf 2025 al verlaagd worden naar 12,7%. Dit wordt dus verder verlaagd naar 12,03%.
  • Het met een bedrag van € 557 lager vaststellen van het aangrijpingspunt van het hoogste tarief (49,5%) in de inkomstenbelasting in 2025(voorgenomen was een verhoging van € 1.000 tot € 1.100 ten opzichte van 2024; deze verhoging wordt dus € 557 lager).
  • Het niet verlengen van de aanschafsubsidie voor tweedehands elektrische personenauto’s (SEPP) vanaf 2025. Voor de periode 2025 tot en met 2029 waren hier middelen voor gereserveerd, maar de verlenging van de SEPP gaat dus niet door.
  • Het laten vervallen van een aparte bpm-tabel voor plug-in hybride aangedreven personenauto’s (PHEV) per 2025. De PHEV wordt vanaf 2025 ondergebracht in de reguliere bpm-tabel.
  • Het corrigeren voor inflatie van het vaste bedrag voor de eindheffing van het privégebruik van de bestelauto van de zaak die afwisselend door meerdere werknemers wordt gebruikt (€ 300). Dit bedrag is sinds de introductie in 2006 niet meer geactualiseerd en zal gecorrigeerd worden voor de inflatie.
  • Het verhogen van het tarief 3e, 4e en 5e schijf in de energiebelasting op aardgas per 2025 met 22,4% en een extra 2,7% per 2030.
  • Het afschaffen van vrijstelling voor duaal en non-energetisch verbruik kolen per 2027.

 

Let op!
In augustus kijkt het kabinet of het nodig is de begroting (nog meer) bij te stellen. Daarbij kan ook de dekking heroverwogen worden.

Opmerkelijke belastingconstructies
In bijlage 10 bij de Voorjaarsnota deelt het kabinet de stand van zaken met betrekking tot een aantal opmerkelijke belastingconstructies. Zo is onder meer opgenomen dat de aanpak van de volgende constructies wordt uitgewerkt als wetsvoorstel in het Belastingplan 2025, de Fiscale verzamelwet 2025 of het Eindejaarsbesluit 2024:

  • Constructies in de kavelruilvrijstelling in de overdrachtsbelasting;
  • Kortdurende verhuurconstructies in de btw;
  • Belastingontwijking via de splitsingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting;
  • Opknipgedrag bij vastgoed-bv’s om maximaal te profiteren van renteaftrek;
  • Belastingontwijking via niet-reguliere afwikkeling van pensioenaanspraken in de bv.

 

Het kabinet onderzoekt verder nog of aanvullende wetgeving nodig en wenselijk is om de constructies aan te pakken waarbij de heffing in box 3 wordt ontweken via agiostorting en het terugkopen van bezittingen. Over een constructie in de lucratiefbelangregeling waarover op 9 april een motie is aangenomen, wordt de Kamer vóór het zomerreces van 2024 nader geïnformeerd.


2. Voorgestelde btw-herziening vanaf 2026 op kostbare diensten onroerende zaken

Het kabinet wil vanaf 2026 een btw-herzieningsregeling introduceren voor kostbare diensten met betrekking tot onroerende zaken. Door nu al op dit voorstel te anticiperen, kunt u misschien btw besparen.

Btw-herzieningsregeling roerende en onroerende investeringsgoederen
Voor investeringen in roerende en onroerende investeringsgoederen geldt op dit moment al een btw-herzieningsregeling. Door deze regeling wordt het gebruik van roerende investeringsgoederen gedurende vier jaar na het jaar van ingebruikname gevolgd. Voor onroerende investeringsgoederen bedraagt deze termijn negen jaar. Als gedurende die periode het gebruik van het investeringsgoed voor btw-belaste en/of btw-vrijgestelde prestaties (deels) wijzigt, kan dit gevolgen hebben voor de btw-aftrek. De eerder in aftrek gebrachte btw kan dan worden herzien.

Btw-herzieningsregeling diensten
Voor diensten aan onroerende zaken geldt op dit moment nog geen btw-herzieningsregeling. Dit heeft tot gevolg dat bijvoorbeeld voor woningen die fors verbouwd worden en daarna voor een korte periode btw-belast verhuurd worden, volledig recht bestaat op btw-aftrek. Als die woningen daarna btw-vrijgesteld verhuurd worden, wordt die btw-aftrek namelijk niet herzien.

Let op!
In beginsel is de verhuur van een ongemeubileerde woning btw-vrijgesteld. Alleen in zogenaamde short-stay-situaties is de verhuur met 9% btw-belast. Neem voor meer informatie hierover contact op met een van onze adviseurs.

Voorstel btw-herziening kostbare diensten
Het kabinet vindt het niet gewenst dat voor kostbare diensten aan onroerende zaken geen btw-herzieningsregeling geldt. Daarom heeft het een voorstel gedaan waarin vanaf 1 januari 2026 een btw-herzieningsregeling voor het jaar van ingebruikname plus de vier daaropvolgende jaren gaat gelden voor kostbare diensten aan onroerende zaken vanaf € 30.000 exclusief btw.

Let op!
Bij diensten aan onroerende zaken moet u denken aan verbouwingen en onderhoud aan onroerende zaken. Als zo’n dienst vanaf 1 januari 2026 minimaal € 30.000 exclusief btw bedraagt, gaat daar volgens het voorstel een herzieningsregeling voor gelden.

Vanaf 1 januari 2026
De btw-herzieningsregeling gaat gelden voor kostbare diensten die vanaf 1 januari 2026 in gebruik worden genomen. Neemt u deze diensten dus vóór 1 januari 2026 in gebruik, dan worden ze niet geraakt door de voorgestelde regeling.

Voordelig óf nadelig?
De voorgestelde regeling kan nadelig uitwerken als de btw-herziening ertoe leidt dat u afgetrokken btw deels terug moet betalen. Als het gebruik van uw onroerend goed wijzigt van btw-vrijgesteld naar (deels) btw-belast, dan kan de voorgestelde regeling ook positief uitwerken. In dat geval heeft u namelijk recht op meer btw-aftrek.

Let op!
In het eerste geval kunt u de diensten aan onroerende zaken misschien beter vóór 1 januari 2026 plannen. In het tweede geval is ingebruikname van de diensten vóór 1 januari 2026 misschien wel ongunstiger.

Internetconsultatie
Een en ander is uiteraard afhankelijk van de vraag of het conceptwetsvoorstel doorgaat. Als dit zo is, speelt bij de beoordeling wat u zou kunnen doen onder meer het voorgenomen gebruik in het jaar van ingebruikname van de diensten en de vier jaren daarna een rol.

Het voorstel lag ter internetconsultatie tot en met 2 april 2024. Iedereen die dat wilde, kon tot en met die datum een reactie geven op het voorstel.


3. Huwelijkse voorwaarden of een schenking?

Het afspreken van huwelijkse voorwaarden houdt geen schenking in, ook niet als de echtgenoten een ongelijke verdeling van gemeenschappelijke goederen overeenkomen. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als de huwelijkse voorwaarden kunnen worden aangemerkt als wetsontduiking, kan dit als schenking worden belast.

Schenking?
De Hoge Raad oordeelde in een zaak dat ten onrechte een aanslag erfbelasting was opgelegd. In deze zaak speelde het volgende. Man en vrouw waren in september 2015 getrouwd in gemeenschap van goederen. In oktober 2017 werden alsnog huwelijkse voorwaarden gesloten, waarbij de vrouw gerechtigd werd tot 90% van de goederen van de gemeenschap en de man tot 10%. De man (erflater) overleed in december 2017, dus binnen 180 dagen na het aangaan van de huwelijkse voorwaarden. De vrouw was de enige erfgenaam van de man.

In geschil was of het aangaan van deze huwelijkse voorwaarden was aan te merken als een schenking voor de Successiewet. De inspecteur van de Belastingdienst stelde dat sprake was van een schenking ter grootte van 40% van de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap, de vrouw kreeg immers 90% daarvan in plaats van 50%.

Geen schenking?
Het Gerechtshof oordeelde dat het aangaan van deze huwelijkse voorwaarden geen schenking was, maar dat wel sprake was van wetsontduiking (fraus legis). Daarom was toch erfbelasting verschuldigd. Naar het oordeel van het Gerechtshof was namelijk niet aannemelijk geworden dat voor het aangaan van de huwelijkse voorwaarden een andere reden was dan het vermijden van de erfbelasting.

Er was volgens het Gerechtshof sprake van strijd met het doel en de strekking van de Successiewet. Het Gerechtshof woog mee dat op het moment van aangaan van de huwelijkse voorwaarden geen sprake was van enigszins gelijke levens- en sterftekansen, omdat erflater toen al ernstig ziek was. Hierdoor vormde het aangaan van de huwelijkse voorwaarden een bevoordeling van belanghebbende, die op één lijn moet worden gesteld met een schenking binnen 180 dagen voor het overlijden van erflater. Een dergelijke schenking wordt belast alsof zij op grond van het erfrecht is verkregen.

Uitzonderlijk gevallen
De Hoge Raad stelde als eerste voorop dat het aangaan van huwelijkse voorwaarden geen schenking inhoudt, ook niet als de echtgenoten door de huwelijkse voorwaarden een ongelijk aandeel krijgen in de goederen van de huwelijksgemeenschap. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als het aangaan van huwelijkse voorwaarden als wetsontduiking kan worden aangemerkt, is de daaruit voortvloeiende vermogensverschuiving een verkrijging volgens het erfrecht. De Hoge Raad oordeelde daarom dat het Gerechtshof een onjuist criterium had gehanteerd.

De Hoge Raad heeft in haar arrest van 16 februari 2024 de voorwaarden opgesomd wanneer zo’n uitzonderlijk geval kan worden aangenomen. Het aangaan van huwelijkse voorwaarden kan wel wetsontduiking (fraus legis) opleveren indien:

a. het ontgaan van erfbelasting het doorslaggevende motief is geweest, en bovendien
b. het in strijd zou komen met doel en strekking van de Successiewet wanneer de vermogensverschuiving tussen de echtgenoten en het vervolgens overlijden van een van hen niet zou worden aangemerkt als een verkrijging krachtens erfrecht.

Een zodanige strijd doet zich, naar het oordeel van de Hoge Raad, voor indien op het moment van aangaan van de huwelijkse voorwaarden zo goed als zeker is dat de echtgenoot die daardoor voor het kleinste deel is gerechtigd tot het gemeenschappelijke vermogen, eerder zal overlijden dan de andere echtgenoot. Dan moet worden aangenomen dat de wijziging geen andere praktische betekenis kon hebben dan het vermijden van erfbelasting.

Geen bewijs van bevoordeling
De belastinginspecteur had geen feiten of omstandigheden aangevoerd op basis waarvan, indien bewezen, geconcludeerd kon worden dat op het moment van aangaan van de huwelijkse voorwaarden zo goed als zeker was dat de man vóór de vrouw zou overlijden. Er bestond naar het oordeel van de Hoge Raad daarom geen reden om de bevoordeling van de vrouw als gevolg van het aangaan van de huwelijkse voorwaarden, met toepassing van fraus legis, als een verkrijging krachtens erfrecht aan te merken.


4. Versterking positie platformwerker

Er is een akkoord bereikt over nieuwe Europese regels voor platformwerk. De belangrijkste wijziging uit het akkoord is de zogenaamde ‘omgekeerde bewijslast’.

Zzp’er of in loondienst?
De meeste platformwerkers in de EU, zoals taxichauffeurs, huishoudelijk personeel en voedselbezorgers, zijn formeel zelfstandig. Onder druk van een algoritme worden ze min of meer gedwongen bepaalde diensten of tarieven te hanteren. Ook kunnen ze via een app ontslagen worden. Dit gaat veranderen als het aan het Europese Parlement ligt. Platformwerkers gaan namelijk te maken krijgen met dezelfde regels en beperkingen als een werknemer in loondienst.

Omgekeerde bewijslast
Nu nog moet een zzp’er die voor bijvoorbeeld Uber werkt en vindt dat hij eigenlijk werknemer is, daarvoor zelf bewijs verzamelen voor de rechter. Straks wordt de bewijslast omgedraaid, in die zin dat het platform voortaan moet aanvoeren waarom de werkende wél zzp’er zou zijn.

Wat staat er in het akkoord?
Er is sprake van loondienst als aan twee van de vijf indicatoren uit de Europese Richtlijn wordt voldaan. Te denken valt aan beperkte zeggenschap over werkuren en vergoedingen en het hanteren van gedragsregels.

De vijf indicatoren:

  • er is een maximumbedrag dat platformwerkers kunnen ontvangen;
  • er is toezicht op hun prestaties, ook langs elektronische weg;
  • er is controle over de verdeling of toewijzing van taken;
  • er is controle op de arbeidsvoorwaarden en beperkingen bij de keuze van de werktijden;
  • er zijn beperkingen qua vrijheid om het werk te organiseren en regels voor verschijning of gedrag.

 

Let op!
Lidstaten kunnen uit hoofde van hun nationale recht nog andere indicatoren aan deze lijst toevoegen.

Verdere afspraken
In het akkoord zijn onder meer ook afspraken gemaakt over het gebruik van algoritmes. Ook mag een werkende straks niet langer ontslagen worden via de app. Daarnaast wordt in de wet ook geregeld dat platformwerkers inzage krijgen in de wijze waarop algoritmes de prijs van een opdracht bepalen en de klussen verdelen.

Gevolgen?
Een en ander kan wel betekenen dat de producten die platformwerkers bezorgen duurder worden, omdat de platforms de loonkosten van de bezorgers – als er vaker sprake is van loondienst – wellicht doorberekenen in de prijs.

Definitief?
Volgens minister Van Gennip van SZW sluit de Europese aanpak van schijnzelfstandigheid goed aan bij de nationale plannen, waaronder het opheffen van het geldende handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 en de nieuwe zzp-wetgeving.

Het Europees Parlement moet in april 2024 nog een laatste keer hierover stemmen en daarna zal de wet over twee jaar in werking treden.


5. Extra verhoging minimumloon met 1,2% gaat niet door

Het op 19 maart 2024 nog in de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel waarmee het wettelijk minimumloon per 1 juli 2024 met 1,2% extra verhoogd zou worden, gaat niet door. In de Eerste Kamer is hier geen meerderheid voor. De afgelopen jaren steeg het minimumloon al flink: van € 1.653,60 per maand in januari 2020 naar € 1.756,20 per 1 juli 2022. In januari 2023 volgde een stijging naar € 1.934,40 per maand (afgerond 10,15%) en in juli 2023 naar € 1.995 (afgerond 3,13%). Door de invoering van het minimumuurloon per 1 januari 2024 – door de indexatie van 3,75% per die datum vastgesteld op € 13,27 per uur – steeg het minimumloon per maand bij een 36-urige werkweek naar € 2.069,40 (afgerond 3,73%) bij een 38-urige werkweek naar € 2.185,13 (afgerond 9,53%) en voor een 40-urige werkweek naar € 2.300 (afgerond 15,29%). Per 1 juli 2024 bedraagt de voorgenomen reguliere indexatie 3,09%. Door de minderheid voor het voorstel in de Eerste Kamer komt daar op die datum dus geen extra verhoging van 1,2% bij.


6. Controleer de beschikking Wtl 2023 op tijd!

Had u in 2023 recht op LIV, jeugd-LIV en/of een LKV, dan had u uiterlijk 14 maart 2024 een voorlopige berekening Wtl 2023 moeten ontvangen. Het is belangrijk dat u deze voorlopige berekening Wtl 2023 goed controleert. Klopt de berekening niet of heeft u ten onrechte geen voorlopige berekening ontvangen, dan heeft u nog maar tot en met 1 mei 2024 om dit te corrigeren. Alle correcties na 1 mei 2024 worden namelijk niet meer meegenomen in de definitieve berekening van uw rechten op LIV, jeugd-LIV en LKV voor het jaar 2023. Corrigeren kan via correctieberichten op de ingediende aangiften loonheffingen. Neem daarvoor contact op met uw loonadviseur.

Door |2024-05-30T15:09:36+02:0017 april 2024|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief april 2024
  • Voorschot TEK-subsidie verlaagd naar 50%

Voorschot TEK-subsidie verlaagd naar 50%

De Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief MKB (TEK) is aangepast. De aanpassing houdt in dat het percentage aan voorschot verlaagd is van 60 naar 50%. Ook zijn de prijzen bekend waarmee ondernemers kunnen berekenen of hun energiekosten voldoende zijn om voor de subsidie in aanmerking te komen.

Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief MKB
De TEK is een subsidie voor MKB-bedrijven die veel energie verbruiken en daardoor extra getroffen worden door de stijging van de energieprijzen. Bedrijven die voldoen aan de voorwaarden kunnen een voorschot krijgen dat dus 50% van de voorlopige tegemoetkoming bedraagt. Oorspronkelijk was dit 60%, maar vanwege de dalende energieprijzen probeert men zo te voorkomen dat bedrijven te veel voorschot ontvangen.

Let op! Maakt jouw bedrijf onderdeel uit van een groep ondernemingen? Ook dan kun je, onder voorwaarden, mogelijk in aanmerking komen voor de TEK.

Tip! Ook stichtingen, culturele instellingen en semipublieke instellingen die voldoen aan de voorwaarden van de TEK-regeling, kunnen een aanvraag indienen.

Voldoe je aan de voorwaarden?
Je komt alleen in aanmerking voor de TEK als jouw energiekosten meer dan 7% van jouw omzet bedragen. Dit wordt berekend aan de hand van modelprijzen voor gas en elektra voor 2022. Deze modelprijzen zijn inmiddels bekendgemaakt en bedragen voor gas €2,41 per kuub en voor elektra €0,59 per kWh. Nu deze prijzen bekend zijn, kun je berekenen of je voor de TEK in aanmerking komt. Op de site van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland zijn hiertoe enkele rekenvoorbeelden opgenomen.

Verdere voorwaarden TEK
De TEK kent ook enkele andere voorwaarden. Tevens moet je voldoen aan de MKB-toets; daarvoor geldt dat je minder dan 250 werknemers in dienst hebt en een omzet van maximaal €50 miljoen en/of een balanstotaal van maximaal €43 miljoen hebt. Je vindt alle voorwaarden op RVO.nl.

Let op! Je kunt de TEK nog niet aanvragen. Wij zullen je informeren zodra dit mogelijk is.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-21T11:22:54+01:0021 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Voorschot TEK-subsidie verlaagd naar 50%
  • Aanvragen ISDE-subsidie gestart

Aanvragen ISDE-subsidie gestart

Ook dit jaar kunnen woningeigenaren en zakelijke gebruikers de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) aanvragen. De aanvraagperiode is inmiddels gestart. Aanvragen moet digitaal, via de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO); voor bedrijven is eHerkenning verplicht.

ISDE-regeling
De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing voor woningeigenaren (ISDE) is een subsidie voor eigenaren van een koopwoning die als hun hoofdverblijf dient. Via de ISDE kan subsidie verkregen worden voor onder meer isolatiemaatregelen, (hybride) warmtepompen, zonneboilers en aansluitingen op een warmtenet. Zakelijke gebruikers kunnen subsidie krijgen voor een (hybride) warmtepomp, zonneboiler, zonnepanelen en kleinschalige windturbines.

Let op! Voorkom dat de ISDE-subsidie niet wordt toegekend en beoordeel daarom altijd of je wel aan alle voorwaarden voldoet. Zo kan een woningeigenaar de subsidie pas aanvragen als de energiebesparende maatregel is geïnstalleerd, terwijl de zakelijke gebruiker eerst de subsidie moet aanvragen en daarna pas de koopovereenkomst kan sluiten. Meer informatie over de ISDE-subsidie en de voorwaarden vind je op de website van de RVO.

Meer budget beschikbaar
Er is dit jaar, 2023, meer budget beschikbaar. Vorig jaar was dit €325 miljoen, dit jaar €350 miljoen. De ISDE-regeling loopt tot 2030.

Verruiming regeling
Er zijn dit jaar enkele wijzigingen in de subsidieregeling ten opzichte van vorig jaar. Zo kunnen woningeigenaren vanaf dit jaar ook voor één isolerende maatregel subsidie aanvragen. Vorig jaar moesten dit er minstens twee zijn. Ook is de termijn voor de aanvraag verlengd naar 24 maanden.

Let op! De ISDE-subsidie voor kleinschalige turbines en zonnepanelen is alleen nog in 2023 beschikbaar.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-16T12:28:53+01:0016 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Aanvragen ISDE-subsidie gestart
  • Hernieuwde STAP-subsidie aanvragen vanaf 28 februari

Hernieuwde STAP-subsidie aanvragen vanaf 28 februari

Na een pauze vanwege misbruik en oneigenlijk gebruik, kan de STAP-subsidie (STimulering Arbeidsmarkt Positie) vanaf 28 februari 2023 weer worden aangevraagd. De subsidie is op een aantal punten aangescherpt.

STAP-subsidie
De STAP-subsidie is in de plaats gekomen van de scholingsaftrek. De subsidie bedraagt maximaal €1.000 per persoon per jaar en kan worden aangevraagd bij het UWV. Met de subsidie kunnen mensen een opleiding, training of cursus volgen die in het scholingsregister staan.

Regeling aangescherpt
Vanwege misbruik en oneigenlijk gebruik van de subsidie zijn de voorwaarden op een aantal punten aangescherpt, met name voor de opleiders. Zo is onder andere het aantal toekenningen per opleiding van één opleider begrensd tot 300 per kalenderjaar, moeten opleiders vooraf verklaren te voldoen aan de gestelde eisen en mogen ze cursisten geen cadeaus of snoepreisjes meer aanbieden. Als sanctie kan een opleiding uit het scholingsregister worden verwijderd.

Aanvragen
De eerst volgende mogelijkheid om de STAP-subsidie aan te vragen is op 28 februari 2023 vanaf 10.00 uur. In 2023 zijn daarna nog aanvragen mogelijk vanaf 1 mei, 3 juli, 4 september en 1 november. Iedereen kan één keer per jaar de subsidie aanvragen. Dit moet via de site van het UWV.

Tip! De afgelopen keren dat de STAP-subsidie werd vrijgegeven, was het budget in zeer korte tijd vergeven. Zorg daarom dat je er op 28 februari a.s. op tijd bij bent.

Toekomstplannen STAP
Later dit jaar komt er extra budget voor mensen met maximaal een MBO 4-diploma. Tevens wordt er gekeken naar subsidies voor meerjarige scholing en komen er strakkere regels rond buitensporige prijsverhogingen voor scholingsactiviteiten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-16T11:58:56+01:0016 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Hernieuwde STAP-subsidie aanvragen vanaf 28 februari
  • Aftrek vrije ruimte in de inkomstenbelasting

Aftrek vrije ruimte in de inkomstenbelasting

Een inwoner van Nederland die werkt voor een werkgever die in Nederland niet inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting, kan in zijn aangifte inkomstenbelasting een bedrag ter grootte van de vrije ruimte in aftrek brengen.

Vrije ruimte werkkostenregeling in de loonbelasting
Een werkgever kan een werknemer, onder voorwaarden, onbelaste vergoedingen geven door deze aan te wijzen als eindheffingsloon in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Deze vrije ruimte bedraagt in 2023 3% over de eerste €400.000 van de totale loonsom van de werkgever en 1,18% over het bedrag daarboven.

Aftrek vrije ruimte in inkomstenbelasting
Om inwoners van Nederland met een Nederlandse werkgever hetzelfde te behandelen als inwoners van Nederland met een buitenlandse werkgever die niet inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting, is in de inkomstenbelasting een vergelijkbare wettelijke bepaling opgenomen. De Hoge Raad oordeelde in 2022 dat door deze wettelijke bepaling werknemers met een niet-inhoudingsplichtige werkgever de vrije ruimte in aftrek kunnen brengen op hun inkomen in de inkomstenbelasting.

Tip! Deze werknemers kunnen dus in 2023 in principe zonder nadere voorwaarden 3% van hun aan Nederland toe te rekenen brutoloon (tot een maximum van €400.000, voor het deel van het brutoloon daarboven 1,18%) aftrekken in de inkomstenbelasting.

Let op! Dit geldt alleen als de buitenlandse werkgever niet-inhoudingsplichtig voor de loonbelasting is in Nederland. Of dat wel of niet het geval is, volgt uit de wet op de loonbelasting. Onze adviseurs kunnen je hier meer over vertellen.

Aftrek gerichte vrijstellingen?
In de loonbelasting gelden voor bepaalde vergoedingen ook gerichte vrijstellingen. Als iets gericht vrijgesteld is, kan dit onder voorwaarden onbelast vergoed worden aan een werknemer. Zo is bijvoorbeeld in 2023 de vergoeding van zakelijke reiskosten met een vervoermiddel van de werknemer onbelast tot een bedrag van €0,21 per kilometer.
Een gerechtshof oordeelde in 2022 dat de inwoner van Nederland met een buitenlandse werkgever die niet inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting, ook de zakelijke kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt in aftrek mag brengen in de aangifte inkomstenbelasting.

Tip! Deze zaak ligt nog voor bij de Hoge Raad. Als de Hoge Raad het oordeel van het gerechtshof bevestigt, betekent dit dat deze werknemers ook bijvoorbeeld hun zakelijke kilometers tegen €0,21 per kilometer in aftrek kunnen brengen in hun aangifte inkomstenbelasting.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-07T12:41:54+01:008 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aftrek vrije ruimte in de inkomstenbelasting

  • Let op bij de schenking voor eigen woning

Let op bij de schenking voor eigen woning

Schenk je in 2023 voor een eigen woning of schonk je in het verleden voor een eigen woning? Let dan goed op, vanaf 2023 is schenking nog maar beperkt mogelijk. Met een aantal punten bij de schenking van ouders aan kinderen heeft de staatssecretaris onlangs wel toegezegd soepel om te gaan.

Schenking in 2023 van ouder aan kind
De schenkingsvrijstelling voor een eigen woning, ook wel de jubelton genoemd, is in 2023 verlaagd. Schenk je voor het eerst in 2023 een bedrag voor een eigen woning aan jouw kind(eren), dan bedraagt de maximale schenkingsvrijstelling €28.947. Het is dan echter slimmer om een beroep te doen op een andere eenmalige vrijstelling. Deze bedraagt in 2023 namelijk ook €28.947 én deze is vrij besteedbaar. Aangezien je maar van één van beide vrijstellingen gebruik kunt maken, is het daarom beter om voor deze vrij besteedbare schenkingsvrijstelling te kiezen.

Let op! Ook voor deze vrij besteedbare schenking gelden voorwaarden. Informeer naar deze voorwaarden.

Gelijke behandeling
Kies je per abuis als ouder toch voor de schenkingsvrijstelling eigen woning, dan heeft de staatssecretaris onlangs een toezegging gedaan: een schenking in de relatie ouders/kinderen, waarbij in de aangifte schenkbelasting 2023 een beroep wordt gedaan op de eenmalige verhoogde vrijstelling eigen woning, wordt hetzelfde behandeld als de eenmalige verhoogde vrijstelling zonder bestedingseis.

Nogmaals schenkingsvrijstelling na ontbinding schenking
In de schenkingsovereenkomst voor de eigen woning is veelal opgenomen dat de schenking ontbonden wordt als deze niet besteed wordt aan de in de wet opgenomen bestedingsmogelijkheden voor de eigen woning. De ontvanger van de schenking heeft in de twee kalenderjaren ná de eerste schenking de tijd om de schenking te besteden. Gebeurt dat niet, dan wordt de schenking volgens de afspraak in de schenkingsovereenkomst ontbonden. De ontvanger moet het geschonken bedrag dan terugbetalen en een melding hiervan doen bij de Belastingdienst.

Tip! De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat na zo’n ontbinding opnieuw een beroep gedaan kan worden op de schenkingsvrijstelling eigen woning of de eenmalige verhoogde vrijstelling van ouders aan kinderen.

Voorbeeld
In 2022 heb je een bedrag van €106.671 aan jouw kind geschonken voor een eigen woning. In de schenkingsovereenkomst nam je op dat de schenking vervalt als jouw kind dit bedrag niet vóór 2025 besteed aan één van de in de wet opgenomen bestedingsmogelijkheden voor de eigen woning. Jouw kind besteedt het bedrag niet vóór 2025 aan zo’n bestedingsmogelijkheid. Dit betekent dat de schenking geheel vervalt. Jouw kind betaalt het bedrag geheel aan je terug en meldt vóór 1 juni 2025 bij de Belastingdienst dat niet is voldaan aan de voorwaarden van de vrijstelling. De staatssecretaris keurt goed dat je daarna opnieuw een beroep kunt doen op de eenmalige verhoogde vrijstelling tussen ouders en kinderen. Hiervoor moet op het moment van die nieuwe schenking dan wel voldaan worden aan alle voorwaarden voor die vrijstelling.

Let op! Als je niet voldoet aan alle voorwaarden die de staatssecretaris opneemt voor de goedkeuring, kun je niet opnieuw een beroep doen op de vrijstelling. Laat je daarom adviseren over die voorwaarden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-02T12:00:43+01:002 februari 2023|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

Let op bij de schenking voor eigen woning

  • Grens startersvrijstelling naar €510.000

Grens startersvrijstelling naar €510.000

Kopers van 18 tot 35 jaar oud kunnen bij aankoop van een eigen woning onder voorwaarden een beroep doen op een vrijstelling van overdrachtsbelasting. In 2023 kan dit alleen als de waarde van de woning maximaal €440.000 bedraagt. Vanaf 2024 bedraagt deze woningwaardegrens €510.000.

Startersvrijstelling
De vrijstelling van overdrachtsbelasting bij aankoop van een eigen woning wordt ook wel de startersvrijstelling genoemd. Kopers van 18 tot 35 jaar kunnen een beroep doen op deze vrijstelling. Voorwaarden hiervoor zijn verder onder meer dat de kopers zelf voor langere tijd de woning gaan bewonen en dat de waarde van de woning onder een bepaald bedrag blijft (de woningwaardegrens).

Let op! Als een koper al eerder gebruikmaakte van de startersvrijstelling, kan dat niet nog een keer.

Woningwaardegrens omhoog
Vóór 1 april 2021 was er nog geen woningwaardegrens. Van 1 april 2021 tot en met 31 december 2022 bedroeg deze grens €400.000. Vanaf 1 januari 2023 bedraagt de grens €440.000. Onlangs werd bekend dat deze per 1 januari 2024 verder omhoog gaat naar €510.000.

Let op! Het moment waarop aan alle voorwaarden moet zijn voldaan, is het moment van de levering van de woning bij de notaris. Koop je in 2023 een woning met een waarde hoger dan €440.000, dan kan het misschien aantrekkelijk zijn om de levering bij de notaris uit te stellen tot 2024. Houd daarbij wel de andere voorwaarden voor de startersvrijstelling in de gaten (bijvoorbeeld de leeftijdsvoorwaarde!).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-24T19:50:34+01:0025 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Grens startersvrijstelling naar €510.000