verzoek

Verzoek uiterlijk 3 december om de KOR in of uit te gaan

De termijnen om de KOR op te zeggen en weer gebruik te maken van de KOR wijzigen met ingang van 1 januari 2025. Om daarvan meteen met ingang van 1 januari 2025 gebruik te kunnen maken, moet je uiterlijk 3 december 2024 een verzoek indienen bij de Belastingdienst.

KOR

EU

De kleine ondernemersregeling, ook wel bekend als de KOR, houdt in dat een in Nederland gevestigde btw-ondernemer gebruik kan maken van een vrijstelling. Als de omzet per jaar niet hoger is dan € 20.000, hoeft de ondernemer geen btw te berekenen over zijn omzet.

Verzoek KOR

Om de KOR te kunnen toepassen, moet een ondernemer zich tijdig vooraf bij de Belastingdienst melden. Tijdig wil zeggen uiterlijk vier weken voorafgaand van het tijdvak waarin de ondernemer de vrijstelling wil toepassen.

Let op! Ben je nog niet aangemeld voor de KOR, maar wil je vanaf 1 januari 2025 de KOR toepassen, dan moet je je dus uiterlijk 3 december 2024 bij de Belastingdienst melden. Aanmelden kan alleen via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Tip! Ben je niet verplicht om jouw onderneming in te schrijven bij de KVK en bedraagt jou jaaromzet maximaal € 1.800, dan is aanmelding voor de KOR niet nodig. Let op: vanaf 2025 gaat de maximale jaaromzet voor deze regeling omhoog naar € 2.200.

Opzeggen KOR

De KOR duurt voort totdat je de KOR bij de Belastingdienst opzegt. Tot en met 2024 moet de KOR nog minimaal drie jaren duren voordat je deze kunt opzeggen. Vanaf 1 januari 2025 geldt er geen termijn meer, maar kan je de KOR op elk moment weer beëindigen. De KOR eindigt altijd op zijn vroegst met ingang van de eerste dag van de aangifteperiode. Hiervoor moet de opzegging wel minimaal vier weken voor deze eerste dag zijn ontvangen door de Belastingdienst.

Let op! Wil je vanaf 1 januari 2025 de KOR beëindigen, dan moet je dit dus uiterlijk 3 december 2024 bij de Belastingdienst melden. Je kunt de KOR dan beëindigen per 1 januari 2025, ook als deze nog niet minimaal drie jaren duurde. Beëindigen kan alleen via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Weer aanmelden KOR

Als je de KOR heeft opgezegd, kun je je later toch weer aanmelden voor de KOR. Tot en met 2024 geldt een wachttijd van drie jaren na de opzegging van de KOR. Vanaf 2025 bedraagt de wachttijd nog maar het jaar van opzegging en het daaropvolgende kalenderjaar. Let wel dat voor het opnieuw aanmelden voor de KOR een termijn geldt van minimaal vier weken.

Let op! Wil je na een eerder opzegging van de KOR in 2023 of eerdere jaren, vanaf 1 januari 2025 weer gebruikmaken van de KOR, dan moet je dit dus uiterlijk 3 december 2024 bij de Belastingdienst melden. Je kunt de KOR dan weer toepassen vanaf 1 januari 2025, ook als er nog geen drie jaren verstreken zijn sinds de eerder opzegging. Aanmelden kan alleen via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Overleg met onze adviseurs

Overleg met onze adviseurs of je voldoet aan de voorwaarden voor de KOR en of toepassing van de KOR in jouw situatie raadzaam is. Doe je ook zaken in het buitenland, dan kun je mogelijk (ook) gebruikmaken van de EU-KOR. Ben je een buitenlandse ondernemer met een vaste inrichting in Nederland, dan kun je vanaf 2025 niet langer gebruikmaken van de KOR. Onze adviseurs kunnen jou meer vertellen over al deze regelingen.

Door |2024-11-22T09:20:17+01:0022 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Verzoek uiterlijk 3 december om de KOR in of uit te gaan

Overweeg bezwaar of verzoek bij belastingrente (voorlopige) aanslagen

Rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 november 2024 geoordeeld dat de belastingrente die de Belastingdienst vanaf 2022 berekent over aanslagen vennootschapsbelasting in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Overweeg daarom bezwaar of een verzoek om herziening als de Belastingdienst aan jou belastingrente berekent over een (voorlopige) aanslag.

Hoogte belastingrente

Euro

De belastingrente die de Belastingdienst berekent over een aanslag vennootschapsbelasting is, met uitzondering van het begin van de coronaperiode, vanaf april 2014 8% of hoger. In 2024 bedraagt deze rente zelfs 10%!

Voor overige belastingen – onder meer de inkomstenbelasting – bedroeg de belastingrente, met uitzondering van een periode van drie maanden aan het begin van de coronaperiode, 4% van april 2014 tot en met 30 juni 2023. De tweede helft van 2023 bedroeg deze belastingrente 6% en in 2024 bedraagt deze zelfs 7,5%.

Belastingrente Vpb in strijd met evenredigheidsbeginsel

Deze hoge belastingrente is al jaren een doorn in het oog van velen, maar er leek tot nu toe weinig tegen te doen. Rechtbank Noord-Nederland oordeelde onlangs echter – kort samengevat – dat het vanaf 2022 vastgestelde percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting (in 2022 en 2023: 8%) in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Dit betekent dat de belastingrente, naar het oordeel van de rechtbank, niet berekend mag worden naar een percentage van 8%.

Geen 8% maar 4%

Vraag daarbij is echter op welk percentage de belastingrente dan wel kan worden vastgesteld om evenredig te zijn. Over die vraag heeft de rechtbank zich niet hoeven buigen, omdat de belastingplichtige en de Belastingdienst vooraf al hadden afgesproken dat het tarief 4% zou zijn als de belastingplichtige in het gelijk zou worden gesteld. De rechtbank berekent de belastingrente daarom naar een tarief van 4%. Dit percentage lijkt te zijn ontleend aan het percentage voor andere belastingen, zoals de inkomstenbelasting, maar zekerheid daaromtrent is er niet.

Bezwaar definitieve en navorderingsaanslag

Berekent de Belastingdienst belastingrente over een definitieve of navorderingsaanslag vennootschapsbelasting? Overweeg dan om daartegen tijdig in bezwaar te komen. Tijdig betekent binnen zes weken na dagtekening van de aanslag. Het bezwaar kan, onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank, betrekking hebben op vanaf 2022 berekende belastingrente.

Let op! Houd er rekening mee dat de Belastingdienst waarschijnlijk jouw bezwaar niet zonder meer zal toewijzen. De kans is namelijk groot dat de Belastingdienst hoger beroep instelt tegen de uitspraak van de rechtbank. Overleg daarom na ontvangst van een definitieve of navorderingsaanslag met onze adviseurs. Zij kunnen jou adviseren over wat dit zou kunnen betekenen voor onder meer het verloop van jouw bezwaar- en mogelijke beroepsprocedure.

Verzoek herziening voorlopige aanslag

Berekent de Belastingdienst belastingrente over een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting? Overweeg dan een verzoek om herziening van de voorlopige aanslag.

Let op! Het is niet voldoende om alleen in bezwaar te komen tegen de definitieve aanslag. Als je het ook niet eens bent met de belastingrente op de voorlopige aanslag, moet je een verzoek om herziening indienen. Wijst de Belastingdienst dat verzoek af, dan kun je daartegen in bezwaar komen. Overleg daarover met onze adviseurs. Zij kunnen jou ook adviseren of het nog mogelijk is een verzoek tot herziening in te dienen tegen in het verleden opgelegde voorlopige aanslagen.

Onherroepelijke aanslagen

Is vanaf 2022 belastingrente berekend op definitieve of navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting, maar staan deze aanslagen inmiddels onherroepelijk vast? Dan heeft bezwaar maken waarschijnlijk geen zin. De Belastingdienst komt normaal gesproken dan namelijk niet tegemoet aan jouw verzoek om de belastingrente te verminderen.

Ook bezwaar/verzoek andere belastingen?

De rechtbank heeft een uitspraak gedaan over de belastingrente op een aanslag vennootschapsbelasting. Wij achten de kans dat dit ook gevolgen heeft voor de belastingrente op andere belastingen niet groot, maar kunnen dat nooit helemaal uitsluiten. Overweeg daarom ook of je in actie wilt komen met betrekking tot belastingrente op andere belastingen zoals de inkomstenbelasting.

Door |2024-11-20T09:12:37+01:0020 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Overweeg bezwaar of verzoek bij belastingrente (voorlopige) aanslagen
  • Uitstel opgaaf UBD ook telefonisch mogelijk

Uitstel opgaaf UBD ook telefonisch mogelijk

Eerder was al bekend dat het mogelijk is om uitstel te vragen voor de opgaaf Uitbetaalde Bedragen aan Derden (UBD). De Belastingdienst meldt nu dat dit ook telefonisch kan.

Renseigneringsverplichting/opgaaf UBD
Het verplicht doorgeven aan de Belastingdienst van betaalde bedragen aan derden wordt ook wel de renseigneringsverplichting genoemd. Voor de jaren vanaf 2022 zijn inhoudingsplichtigen en bepaalde collectieve beheersorganisaties verplicht uit eigen beweging de betalingen aan natuurlijke personen door te geven (de opgaaf Uitbetaalde Bedragen aan Derden, ook wel opgaaf UBD genoemd).

Uitzonderingen
Voor bepaalde betalingen geldt een uitzondering, die hoef je niet door te geven. Dit geldt bijvoorbeeld voor betalingen aan natuurlijke personen voor werkzaamheden en diensten waarvoor een factuur is uitgereikt met BTW.

Let op! De Belastingdienst is van mening dat deze uitzondering niet geldt voor betalingen aan natuurlijke personen voor werkzaamheden en diensten waarvoor een BTW-vrijstelling geldt. Ook voor de ondernemer die de kleineondernemersregeling (KOR) toepast, geldt de uitzondering niet.

Uitstel voor het doen van de opgaaf UBD
De opgaaf UBD had je uiterlijk 31 januari 2023 moeten doen. Eerder was als bekend dat het mogelijk was om schriftelijk uitstel te vragen bij het belastingkantoor waaronder je valt. Heb je de opgaaf UBD nog niet kunnen doen en heb je nog geen uitstel gevraagd? Vraag dan zo spoedig mogelijk om uitstel. De Belastingdienst meldt nu dat je ook telefonisch contact op kunt nemen met de Belasting Telefoon (0800-0543) met een verzoek om uitstel. Zij helpen je dan verder met jouw uitstelverzoek.
Heb je nog vragen over de renseigneringsverplichting/opgaaf UBD, neem dan contact met ons op. Wij helpen je graag verder.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-10T08:00:43+01:0010 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Uitstel opgaaf UBD ook telefonisch mogelijk

  • Verzoek vóór 16 december om verrekening loonheffing met BTW

Verzoek vóór 16 december om verrekening loonheffing met BTW

Als je een teruggave van BTW verwacht over november 2022, dan bestaat de mogelijkheid om deze BTW-teruggaaf te laten verrekenen met jouw aangifte loonheffingen over november 2022 of de 12e vierwekenperiode. De Belastingdienst verzoekt je om vóór 16 december 2022 een verzoek hiervoor in te dienen.

Verrekening loonheffingen met teruggaaf BTW
Een verzoek om verrekening van loonheffingen met teruggaaf BTW is mogelijk als het aangiftetijdvak van de aangifte loonheffingen eindigt in dezelfde maand als het aangiftetijdvak van de aangifte BTW. Zo kan bijvoorbeeld de aangifte loonheffingen september verrekend worden met een teruggaaf BTW over de maand september of het 3e kwartaal.

Voorwaarden verrekening
Om in aanmerking te komen voor verrekening van de loonheffingen met de teruggaaf BTW moet je voldoen aan de volgende voorwaarden:

– je doet jouw aangifte loonheffingen op tijd, en
– je hebt geen andere openstaande belastingschulden.

Termijn indiening verzoek
Je moet het verzoek om verrekening uiterlijk op de uiterste aangiftedatum van jouw aangifte loonheffingen doen. Voor verrekening van een BTW-teruggave over november 2022 met de aangifte loonheffingen november 2022 of de 12e vierwekenperiode verzoekt de Belastingdienst je dit verzoek echter vóór 16 december te doen. De Belastingdienst kan het verzoek dan namelijk sneller verwerken.

Let op! Als je een verzoek tot verrekening indient, krijg je uitstel van betaling voor de aangifte loonheffingen tot het moment van verrekening. Is de teruggaaf BTW lager dan de aangifte loonheffingen, betaal dan het verschil wel op tijd. Voor dit verschil krijg je namelijk geen uitstel van betaling.

Formulier
Dien jouw verzoek om verrekening in met het Formulier Verzoek Loonheffingen Verrekening met teruggaaf BTW. Als je dit formulier gebruikt kan de Belastingdienst jouw verzoek namelijk veel sneller afhandelen dan wanneer je een verzoek per brief indient.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-09T07:42:29+01:009 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verzoek vóór 16 december om verrekening loonheffing met BTW

  • Garantieverklaring verplicht voor eigenrisicodragerschap WGA

Garantieverklaring verplicht voor eigenrisicodragerschap WGA

Om eigenrisicodrager voor de WGA te worden moet je als werkgever aan een aantal voorwaarden voldoen. De regels zijn strikt en er is geen tot nauwelijks ruimte voor coulance. Wat zijn de voorwaarden?

Melden aan de Belastingdienst
Zo moet je het verzoek om eigenrisicodrager te worden of om je af te melden als eigenrisicodrager melden aan de Belastingdienst. Het eigenrisicodragerschap voor de WGA kan beginnen en eindigen met ingang van 1 januari of 1 juli, mits dit minimaal drie maanden van tevoren schriftelijk kenbaar is gemaakt. De Belastingdienst heeft hiervoor een speciaal formulier ontwikkeld.

Schriftelijke garantie
Als je eigenrisicodrager voor de WGA wilt worden, moet je tevens een schriftelijke garantie van een kredietinstelling of een verzekeraar tijdig kunnen overleggen, waarin deze zich bereid verklaart en in staat is jouw financiële verplichtingen van je over te nemen wanneer je daartoe zelf niet meer in staat bent. Het gaat hier om een garantieverklaring die het faillissementsrisico of het risico van wanbetaling afdekt.

Let op! Als je als werkgever het eigenrisicodragerschap hebt beëindigd, kun je drie jaar lang geen eigenrisicodrager meer worden.

Te laat met garantieverklaring
Onlangs moest de rechter een oordeel vellen in een zaak waarin een vennootschap – tevens eigenrisicodrager voor de WGA – per 1 januari 2020 was overgestapt op een andere verzekeraar. De oude verzekeraar trok per genoemde datum de afgegeven garantieverklaring in. Het probleem was echter dat de nieuwe verzekeraar voor 1 januari 2020 geen garantieverklaring voor het eigenrisicodragerschap WGA van de vennootschap had afgegeven aan de Belastingdienst. De vennootschap verzocht de Belastingdienst om zich flexibel op te stellen en coulance te tonen, omdat het niet tijdig overleggen van de vereiste garantieverklaring het gevolg was van omstandigheden bij haar adviseur. De Belastingdienst ging niet in dit verzoek mee en oordeelde dat op 1 januari 2020 het eigenrisicodragerschap was beëindigd, waardoor de vennootschap vanaf die datum publiek verzekerd was voor de WGA. De vennootschap was het hier niet mee eens en tekende bezwaar aan, waarbij op 7 mei 2020 alsnog een garantieverklaring van de nieuwe verzekeraar werd overlegd met als ingangsdatum 1 januari 2020.

Garantieverklaring stringente eis
Aangezien de Belastingdienst het bezwaar niet honoreerde, stapte de vennootschap naar de rechter. De rechter verwees naar het systeem van de wet waarin geen ruimte is gelaten om op een later moment een garantieverklaring te overleggen. Dit is niet in lijn met het doel en de strekking van de wet. Dit betekende concreet dat het eigenrisicodragerschap per 1 januari 2020 van rechtswege was beëindigd. Er is geen ruimte voor een uitzondering op deze regel zoals door de vennootschap was bepleit.

Tip! Zorg dat je bij wijziging van verzekeraar, tijdig beschikt over een nieuwe garantieverklaring voor de WGA omdat anders jouw eigenrisicodragerschap van rechtswege wordt beëindigd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-28T11:21:02+02:0028 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Garantieverklaring verplicht voor eigenrisicodragerschap WGA

  • Let op als je de voorlopige aanslag 2022 wijzigt

Let op als je de voorlopige aanslag 2022 wijzigt

In deze tijd van het jaar druppelen de voorlopige aanslagen IB en Vpb 2022 binnen. Niet zelden zal de schatting van de Belastingdienst niet juist zijn en moet je een wijzigingsverzoek indienen. Zorgvuldigheid hierbij is geboden want het doen van een onjuist (wijzigings)verzoek kan grote consequenties hebben.

Vergrijpboete?
Wanneer je bij de aanvraag of een herzieningsverzoek van een voorlopige aanslag opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie verstrekt, kan een vergrijpboete worden opgelegd. Deze boete kan oplopen tot maximaal 100% van het bedrag aan belasting dat door die onjuiste informatie ten onrechte is teruggegeven of niet is betaald (op basis van beleid wordt dit standaard al wel gematigd tot 50%).

Let op! Een boete kan worden opgelegd tot maximaal vijf jaar nadat het verzoek om een voorlopige aanslag is gedaan.

Opzet moet worden aangetoond
Voor het opleggen van de vergrijpboete is opzet vereist. De inspecteur zal dit moeten bewijzen. Van opzet is sprake wanneer de belastingplichtige wil en weet dat er te weinig belasting wordt geheven. Dit kan ook als er sprake is van voorwaardelijke opzet waarbij de belastingplichtige de aanmerkelijke kans op opzet heeft aanvaard. Opzet van een gemachtigde wordt in beginsel niet aan de belastingplichtige zelf toegerekend.

Van opzet is bijvoorbeeld geen sprake wanneer de schattingen niet geheel overeenkomen met de uiteindelijke bedragen. Van belang is daarbij wel dat de geschatte bedragen niet aanzienlijk mogen afwijken van de werkelijke bedragen. Van opzet is wel sprake als bijvoorbeeld hypotheekrenteaftrek wordt geclaimd terwijl iemand geen eigen woning heeft. Ook een ondernemer of BV die bewust een aanzienlijk te lage winst vermeldt in een (wijzigings)verzoek, valt hieronder.

Geen boete
Als de inspecteur een onjuiste voorlopige aanslag oplegt op basis van zijn ‘eigen’ gegevens, kan een belastingplichtige niet worden beboet. Wanneer een belastingplichtige geen melding doet van gewijzigde omstandigheden die van belang zijn voor de aanslag, kan eveneens geen boete worden opgelegd. Zo is een belastingplichtige dus niet verplicht actief te vragen om (verhoging van) een voorlopige aanslag als deze te laag is.

Alleen wanneer opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie wordt verstrekt, is sprake van een beboetbaar feit. Het argument dat een en ander bij de definitieve aanslag wel wordt hersteld, is niet geldig!

Let op! Een te hoge voorlopige aanslag aanvragen om bijvoorbeeld het vermogen in box 3 tijdelijk te verlagen of om negatieve rente te ontlopen is dus ook niet toegestaan.

Zorgvuldigheid geboden
Let dus bij het verzoeken om een voorlopige aanslag op dat de deze zo correct en volledig mogelijk wordt ingevuld. Als een onjuiste voorlopige aanslag is aangevraagd, kan een boete altijd worden voorkomen door tijdig, juist en volledig een nieuwe voorlopige aanslag aan te vragen of door tijdig een juiste en volledige aangifte in te dienen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-01T12:40:21+01:001 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Let op als je de voorlopige aanslag 2022 wijzigt

  • Hoe lang is geruisloze overdracht te herzien?

Hoe lang is geruisloze overdracht te herzien?

Ondernemers in de inkomstenbelasting kunnen bij staking van hun bedrijf onder voorwaarden ervoor kiezen de onderneming geruisloos door te schuiven. Maar is een dergelijke keuze achteraf nog te herzien, en zo ja, tot wanneer?

Geruisloos doorschuiven
Als een onderneming geruisloos naar een overnemer wordt doorgeschoven, vindt er fiscaal geen staking plaats. Dit betekent dat degene die het bedrijf stopt of overdraagt, niet met de fiscus hoeft af te rekenen over onder meer de boekwinsten. Die claims schuiven door naar de opvolger en vertaalt zich in een lagere overnameprijs.

Voorwaarden
Geruisloos doorschuiven is gebonden aan voorwaarden. Een belangrijke is dat de overdrager en de opvolger minstens drie jaar lang een samenwerkingsverband moeten hebben gehad, zoals een VOF, of dat de opvolger al minstens drie jaar bij de overdrager in dienst is.

Verzoek nodig
Als partijen gebruik willen maken van de faciliteit tot geruisloze overdracht, moet dit bij de aangifte door beide partijen worden verzocht. De vraag die onlangs voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant werd uitgevochten, was of op deze keuze nog kan worden teruggekomen en zo ja, hoe lang.

Niet wettelijk bepaald
Het antwoord op deze vraag staat niet in de wet. De rechter besluit in deze zaak dat op grond van de aard en werking van de faciliteit hierop kan worden teruggekomen, zolang de aanslag voor één of meer van de stakende ondernemers of één of meer van de overnemende ondernemers nog niet definitief vaststaat. Staat minimaal één van deze aanslagen wel definitief vast, dan kan op de keuze voor geruisloze overdracht niet meer worden teruggekomen.

In deze zaak stonden de aanslagen van de overnemers echter al definitief vast. De rechtbank besluit dan ook dat niet op de keuze voor de faciliteit kan worden teruggekomen en stelt de inspecteur in het gelijk.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-12T09:56:22+01:0012 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoe lang is geruisloze overdracht te herzien?

  • Herziening hoofdactiviteit TVL Q4 2020 mogelijk

Herziening hoofdactiviteit TVL Q4 2020 mogelijk

Ondernemers met omzetverlies vanwege Corona of door een andere oorzaak, kunnen een tegemoetkoming krijgen in de vaste lasten (TVL). De omvang van de tegemoetkoming is mede afhankelijk van de activiteiten volgens de SBI-code. Voor de TVL voor het vierde kwartaal van 2020 kun je een verzoek indienen tot afwijking van de SBI-code als deze afwijken van de hoofdactiviteiten.

Tegemoetkoming Vaste Lasten
De TVL vergoedt de kosten van vaste lasten afhankelijk van het omzetverlies. De vaste lasten worden berekend op basis van branchecijfers, en dus niet op basis van de werkelijke vaste lasten. De branchecijfers worden gebaseerd op de SBI-code.

Herzieningsverzoek
Voor het vierde kwartaal van 2020, dit is de periode oktober tot en met december 2020, kun je een verzoek indienen om af te wijken van de SBI-code waaronder het bedrijf staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. De te laten toetsen hoofdactiviteit of gewenste SBI-code moet wel passen bij de bedrijfsactiviteitenomschrijving in het Handelsregister op 15 maart 2020. Dit kan een nevenactiviteit zijn, of een activiteit beschreven in de bedrijfsactiviteitenomschrijving.

Indienen verzoek
Het verzoek moet je digitaal indienen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl). Hiervoor heb je eHerkenning niveau 3 of DigiD nodig. DigiD kun je gebruiken indien je degene bent die bij Kamer van Koophandel geregistreerd staat als eigenaar of bestuurder van het bedrijf.

Let op! Het verzoek moet uiterlijk 5 augustus 2021 binnen zijn bij de RVO.

Toelichting vereist
In het verzoek geef je een toelichting waarin je uitlegt waarom een andere SBI-code beter past bij de bedrijfsactiviteiten. Ook moet je informatie verstrekken over de omzet in 2019, waaruit blijkt dat het grootste deel van de omzet wordt behaald met een activiteit die past bij de gewenste SBI-code. Dit kan de aangifte omzetbelasting, de jaarrekening of het grootboek zijn.

Bezwaarprocedure
Je kunt geen herzieningsverzoek doen als er een bezwaarprocedure tegen het besluit van de TVL in het vierde kwartaal 2020 loopt of eerder liep. Loopt of liep er een bezwaar dan wordt gekeken of je volgens de nieuwe normen wellicht toch recht hebt op TVL.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-01T12:02:31+02:001 juli 2021|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

Herziening hoofdactiviteit TVL Q4 2020 mogelijk