verkoop

Naheffing btw bij ‘abnormaal lage’ prijs auto?

Als een bv een auto aan zijn dga verkoopt, moet dit tegen de werkelijke waarde van de auto. Ligt het verkoopbedrag onder de werkelijke waarde van de auto en wordt de rest betaald via verkapt dividend, dan kan er een naheffing btw volgen. Of dit gebeurt is niet zeker, nu twee gerechtshoven hierover verschillend hebben geoordeeld.

Aankoop via verkapt dividend

Auto

In een zaak voor het Hof Amsterdam nam een dga de auto van zijn bv over tegen een prijs van € 15.000, terwijl de waarde van de auto € 75.000 bedroeg. Voor de rest van de waarde was verkapt dividend uitgedeeld. Voor de btw was slechts rekening gehouden met de betaalde € 15.000, hetgeen de bv een naheffing opleverde over het meerdere van € 60.000.

In een soortgelijke zaak voor het Hof Den Bosch werd een auto met een waarde van € 29.750 aan de dga verkocht voor € 2.624. Ook nu werd voor de rest van de waarde verkapt dividend uitgekeerd. De bv had over de volledige waarde van de auto btw afgedragen, maar ging tegen de eigen aangifte in bezwaar.

Gerechtshoven oordelen verschillend

Hoewel beide zaken onderling weinig verschillen, komen de gerechtshoven toch tot een ander oordeel. Hof Amsterdam oordeelde dat er sprake is van misbruik van recht en stelde de Belastingdienst in het gelijk. Hof Den Bosch vond dat er geen sprake is van misbruik van recht en stelde de bv in het gelijk.

Wanneer misbruik van recht?

Bij een transactie kan misbruik van recht worden aangenomen als in strijd met doel en strekking van de wet een belastingvoordeel wordt toegekend én het wezenlijke doel van de betrokken transactie erin bestaat dit belastingvoordeel te verkrijgen.

Overwegingen strijdig met elkaar

Volgens het Hof Amsterdam was aan deze definitie voldaan. Er was immers sprake van een abnormaal lage vergoeding voor de auto en door middel van deze constructie zou de auto vrijwel zonder btw overgaan naar de dga.

Hof Den Bosch vond niet dat er sprake is van misbruik van recht. Een abnormaal lage vergoeding is hiervoor onvoldoende en bovendien behoort dividend slechts bij uitzondering tot de vergoeding die voor de btw in aanmerking moet worden genomen. Er moet volgens het Hof dan een rechtstreeks verband bestaan tussen de aankoop van de auto en het verkapte dividend. De inspecteur moet dit bovendien aannemelijk maken. Omdat dit volgens het Hof niet lukte, stelde het Hof de bv in het gelijk.

Wachten op uitspraak Hoge Raad

Het wachten is nu op de Hoge Raad, want in beide zaken wordt vrijwel zeker in cassatie gegaan. We houden u uiteraard op de hoogte.

Door |2025-02-20T16:09:48+01:0020 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Naheffing btw bij ‘abnormaal lage’ prijs auto?
  • Belangrijke punten bij jouw laatste BTW-aangifte 2022

Belangrijke punten bij jouw laatste BTW-aangifte 2022

Uiterlijk 31 januari 2023 moet je jouw laatste BTW-aangifte over 2022 indienen en de verschuldigde BTW aan de Belastingdienst betalen. Besteed in deze laatste BTW-aangifte in ieder geval aandacht aan de jaarlijkse terugkerende mogelijke afdrachten en correcties.

BTW privégebruik auto
De BTW die betrekking heeft op auto’s van de zaak trek je gedurende het jaar af in jouw BTW-aangiften. In de laatste BTW-aangifte van het jaar moet je daarom BTW afdragen over het privégebruik van de auto’s van de zaak. Dit geldt zowel voor personenauto’s als bestelauto’s.
De BTW-afdracht over het privégebruik van de auto bereken je in beginsel op basis van de verhouding tussen het zakelijk gebruik en privégebruik. Kun je die verhouding niet aantonen met een kilometeradministratie of anders? Dan bedraagt de BTW-afdracht voor het privégebruik van de auto 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief BTW en BPM.

Tip! Heb je bij aankoop van de auto geen BTW afgetrokken? Dan bedraagt de BTW-afdracht voor het privégebruik 1,5% van de catalogusprijs. Je gaat in 2022 ook uit van 1,5% in plaats van 2,7% voor auto’s die je in 2017 of eerder in gebruik hebt genomen.

Let op! In tegenstelling tot de bijtellingsregels in de loon- of inkomstenbelasting, zijn de kilometer woon-werkverkeer voor de BTW privé en niet zakelijk. Dit betekent dat ook voor een auto die niet tot een bijtelling leidt in de loon- of inkomstenbelasting, omdat met deze auto aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé gereden wordt, BTW over het privégebruik van de auto verschuldigd kan zijn.

Personeelsvoorzieningen en relatiegeschenken
Personeelsvoorzieningen zijn zaken die je aan jouw werknemers ter beschikking stelt. Denk aan fitness, ontspanning en loon in natura (waaronder een kerstpakket of een jubileumgeschenk). Gaf je in 2022 meer dan €227 (excl. BTW) per werknemer aan personeelsvoorzieningen uit? Dan moet je in de laatste BTW-aangifte een BTW-correctie toepassen.
Gaf je in 2022 goederen en diensten cadeau of tegen een symbolisch bedrag, bijvoorbeeld aan een zakenrelatie? Dan moet je een BTW-correctie toepassen in de laatste BTW-aangifte als de ontvanger van het cadeau minder dan 30% BTW kan aftrekken én de waarde meer dan €227 (exclusief BTW) per ontvanger bedraagt.

Verkoop/diensten BTW-belast en BTW-vrijgesteld
Verkoop je goederen en/of verricht je diensten die deels met BTW belast en deels van BTW vrijgesteld zijn? Dan mag je de BTW die betrekking heeft op de BTW-vrijgestelde goederen en diensten niet in aftrek brengen. Gedurende het jaar 2022 heb je in jouw aangiften BTW al een inschatting gemaakt van de niet-aftrekbare BTW. In jouw laatste BTW-aangifte van 2022 bereken je of deze inschatting juist is geweest en pas je, waar nodig, een correctie toe.

Let op! Een vergelijkbare berekening pas je ook toe voor in 2022 ingekochte diensten en roerende zaken die je deels privé hebt gebruikt.

Let op! Voor investeringsgoederen gelden afwijkende regels. Investeringsgoederen zijn onroerende zaken, bijvoorbeeld een bedrijfspand, of roerende zaken waarop je voor de inkomstenbelasting afschrijft, bijvoorbeeld een computer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-18T11:48:55+01:0019 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Belangrijke punten bij jouw laatste BTW-aangifte 2022

  • Extra durfkapitaal techsector

Extra durfkapitaal techsector

Er komt €106 miljoen extra durfkapitaal beschikbaar voor startende techbedrijven. Het geld komt beschikbaar via negen zogenaamde Seed Capital-fondsen. Deze fondsen bieden naast kapitaal ook kennis.

Seed Capital
Via Seed Capital investeren private geldschieters en de overheid gezamenlijk in een fonds voor kansrijke technostarters en creatieve starters. De overheid geeft via de regeling een renteloze geldlening aan een investeringsfonds met een maximale looptijd van 12 jaar. De fondsmanager stelt via zijn netwerk kennis ter beschikking.

Nieuwe fondsen
Door de extra middelen kunnen er negen nieuwe Seed Capital-fondsen worden opgericht. Met het investeringsbudget investeert het fonds in technostarters die maximaal 7 jaar na de eerste commerciële verkoop actief zijn. De investering per onderneming bedraagt minimaal €100.000 en maximaal €3,5 miljoen.

Soepele voorwaarden
Voor de lening geldt voor het Seed Capital-fonds een soepele terugbetalingsregeling. Dit maakt het investeren in technostarters en creatieve starters niet alleen maatschappelijk verantwoord, maar ook financieel aantrekkelijk voor de fondsen.

Geldschieter nodig?
De Seed Capital-regeling kent talloze fondsen, die elk een afzonderlijke investeringsstrategie kennen, zoals medische technologie, life-sciences, duurzaamheid, de transportsector of ICT. Een overzicht tref je aan op de site van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-18T11:21:16+01:0018 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Extra durfkapitaal techsector

  • Nieuwsbrief januari 2023

Nieuwsbrief januari 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 16 januari 2023, 20:00 uur.


1. Willekeurig afschrijven mogelijk in 2023

Vorig jaar kondigde het kabinet een pakket aan ondersteunende maatregelen aan voor het MKB voor de jaren 2023 tot en met 2027. Een van de maatregelen betreft de mogelijkheid om in 2023 willekeurig af te schrijven op bepaalde bedrijfsmiddelen.

Welke bedrijfsmiddelen?
Je kan willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen waarvoor je:

  • de verplichting voor de aanschaf van deze bedrijfsmiddelen in 2023 aangaat, of
  • de voortbrengingskosten in 2023 maakt.

Je kan alleen willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen die niet eerder al in gebruik zijn genomen. Bovendien moet het bedrijfsmiddel vóór 1 januari 2026 in gebruik worden genomen.

Let op!
De regeling voor de willekeurige afschrijving geldt zowel voor ondernemers in de inkomstenbelasting als in de vennootschapsbelasting.

Maximaal 50% in 2023 afschrijven
Als voldaan is aan de voorwaarden, mag je tot maximaal 50% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten ineens afschrijven in 2023. Het restant moet je in de jaren ná 2023 normaal afschrijven.

Uitgesloten bedrijfsmiddelen
Bepaalde bedrijfsmiddelen zijn uitgesloten van de regeling. Op onder meer de volgende bedrijfsmiddelen kan je daarom niet willekeurig afschrijven:

  • gebouwen;
  • schepen en vliegtuigen;
  • bromfietsen en motorrijwielen;
  • personenauto’s;
  • immateriële activa;
  • dieren.

Let op!
Personenauto’s die bestemd zijn voor het beroepsvervoer over de weg én personenauto’s met een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer (onder meer elektrische personenauto’s) zijn niet uitgesloten van de regeling. Op deze auto’s kan je dus wel willekeurig afschrijven als je aan de voorwaarden voldoet.

Geen willekeurige afschrijving
Op bedrijfsmiddelen die bestemd zijn om hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan derden kan je ook niet willekeurig afschrijven. Dit betreft bijvoorbeeld bedrijfsmiddelen die je verhuurt aan een ander. Verhuur je deze bedrijfsmiddelen echter voor korte duur aan telkens andere huurders? Dan kan je hier wel willekeurig op afschrijven als je aan de voorwaarden voldoet.

Let op!
Als je door een andere regeling al willekeurig afschrijft op een bedrijfsmiddel, kan je geen gebruikmaken van de regeling voor willekeurige afschrijving die voor 2023 geldt.


2. Schenken: wat zijn in 2023 de mogelijkheden?

Wat mag je in 2023 fiscaalvrij schenken? De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is dit jaar beperkt tot €28.947. Daarnaast zijn er nog andere schenkingsvrijstellingen. De mogelijkheden voor 2023 zetten wij voor je op een rij.

Algemene vrijstellingen
De algemene vrijstelling voor schenkingen aan jouw kind bedraagt dit jaar €6.035. Voor schenkingen aan een ander is dit €2.418. Een schenking aan jouw kind die aantoonbaar gebruikt wordt voor een dure studie, is vrijgesteld tot €60.298. Jouw kind moet voor deze laatste schenking de leeftijd hebben tussen de 18 en 40 jaar.

Eigen woning of vrij besteedbaar?
De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning, ook wel bekend als de jubelton, is dit jaar beperkt tot €28.947. Dit vrijgestelde bedrag geldt zowel voor een schenking aan derden als voor een schenking aan jouw kinderen.

Eenzelfde vrijstelling geldt ook voor een eenmalige schenking aan jouw kinderen, die vrij besteedbaar is. Maar let op: je mag echter maar één van beide vrijstellingen eenmalig gebruiken. Het is daarom verstandig om als ouder vanaf 2023 voor de vrij besteedbare schenking te kiezen. Hiervoor gelden namelijk minder voorwaarden.

Tip!
Kies je per abuis als ouder toch voor de vrijstelling eigen woning? Dan heeft de staatssecretaris toegezegd dat een schenking in de relatie ouders-kinderen, waarbij in de aangifte schenkbelasting 2023 een beroep wordt gedaan op de eenmalige verhoogde vrijstelling eigen woning, hetzelfde wordt behandeld als de eenmalige verhoogde vrijstelling zonder bestedingseis.

Let op!
Ook de ontvanger van de schenking, of zijn of haar partner, moet voor de verhoogde vrijstelling van €28.947 tussen de 18 en 40 jaar zijn. De dag van de 40e verjaardag telt nog mee.

Eerdere schenking eigen woning
De schenking voor een eigen woning die voor het eerst in 2022 plaatsvond maar waarvoor toen nog niet het maximum van de vrijstelling is benut, mag in 2023 nog vrijgesteld worden aangevuld tot en met €106.671. Vond de schenking voor het eerst in 2021 plaats en is in 2022 het maximum van de vrijstelling nog niet benut, dan kan je in 2023 nog vrijgesteld aanvullen tot en met €105.302. Voorwaarde voor de aanvullingen is wel dat in het jaar van de eerdere schenking(en) een beroep gedaan is op de vrijstelling voor de eigen woning in de aangifte schenkbelasting voor dat jaar.

Tarief
Schenk je meer dan de genoemde bedragen, dan betalen jouw kinderen 10% belasting over het meerdere tot €138.642. Boven dit bedrag is het tarief 20% over het meerdere. Voor kleinkinderen zijn de tarieven 18% tot €138.642 en 36% over het meerdere. Voor willekeurige derden is het tarief 30% tot €138.642 en 40% over het meerdere.

Erfbelasting
Ook bij een erfenis gelden de nodige vrijstellingen en verschillende tarieven. De vrijstellingen voor 2023 zijn:

  • echtgenoot of partner: €723.526;
  • kind, kleinkind: €22.918;
  • invalide kind: €68.740;
  • ouders (samen): €54.270;
  • overig: €2.418.

Tarief erfbelasting
Het tarief over het belaste deel bedraagt voor echtgenoten, partners en kinderen tot €138.642 10%, over het meerdere 20%. Voor kleinkinderen is dit tarief 18% tot €138.642, over het meerdere 36%. Voor overige erfgenamen is dit tarief 30% tot €138.642 en 40% over het meerdere.


3. Betalingen aan derden verplicht opgeven in januari 2023

Betaalde je in 2022 bedragen aan iemand die niet bij jou in dienstbetrekking was of als ondernemer bij jou werkte? Dan moet je die bedragen deze maand, dus in januari 2023, aan de Belastingdienst doorgeven.

Renseigneringsverplichting
Het verplicht doorgeven van de betaalde bedragen aan de Belastingdienst wordt ook wel de renseigneringsverplichting genoemd. Voor de jaren tot en met 2021 hoefde je alleen bedragen door te geven als de Belastingdienst daarom vroeg. Voor de jaren vanaf 2022 ben je verplicht dit uit eigen beweging te doen. De verplichting geldt voor twee groepen administratieplichtigen:

  • inhoudingsplichtigen, ofwel (rechts)personen met een loonheffingennummer, en
  • bepaalde collectieve beheersorganisaties (CBO’s).

Uitgesloten betalingen
Bepaalde betalingen hoef je niet door te geven. Het gaat hier onder meer om betalingen voor werkzaamheden die zijn verricht als vrijwilliger, werkzaamheden en diensten waarvoor een factuur is uitgereikt met omzetbelasting, de werkzaamheden en diensten die zijn verricht als werknemer en de vergoedingen voor een auteursrecht.

Tip!
De renseigneringsverplichting geldt niet voor een niet in Nederland wonende of gevestigde werkgever die in Nederland geen inhoudingsplichtige is.

Aan te leveren gegevens
Het aanleveren van de gegevens moet digitaal. Het gaat hierbij om de volgende gegevens:

  • naam, adres, BSN en geboortedatum van de ontvanger van de betaling;
  • de in het kalenderjaar betaalde bedragen inclusief eventuele kostenvergoedingen;
  • datum waarop je de uitbetaling hebt gedaan.

Uiterste datum 31 januari 2023
De in 2022 aan een derde betaalde bedragen moet je in de maand januari 2023 (uiterlijk 31 januari 2023!) aan de Belastingdienst doorgeven. Dit moet je dus uit eigen beweging doen, je kan niet wachten tot de Belastingdienst hierom vraagt.

Let op!
Naast betalingen in geld moet je ook betalingen in natura doorgeven.


4. Belangrijke punten bij jouw laatste BTW-aangifte 2022

Uiterlijk 31 januari 2023 moet je jouw laatste BTW-aangifte over 2022 indienen en de verschuldigde BTW aan de Belastingdienst betalen. Besteed in deze laatste BTW-aangifte in ieder geval aandacht aan de jaarlijkse terugkerende mogelijke afdrachten en correcties.

BTW privégebruik auto
De BTW die betrekking heeft op auto’s van de zaak trek je gedurende het jaar af in jouw BTW-aangiften. In de laatste BTW-aangifte van het jaar moet je daarom BTW afdragen over het privégebruik van de auto’s van de zaak. Dit geldt zowel voor personenauto’s als bestelauto’s.

De BTW-afdracht over het privégebruik van de auto bereken je in beginsel op basis van de verhouding tussen het zakelijk gebruik en privégebruik. Kan je die verhouding niet aantonen met een kilometeradministratie of anders? Dan bedraagt de BTW-afdracht voor het privégebruik van de auto 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief BTW en BPM.

Tip!
Heb je bij aankoop van de auto geen BTW afgetrokken? Dan bedraagt de BTW-afdracht voor het privégebruik 1,5% van de catalogusprijs. Je gaat in 2022 ook uit van 1,5 in plaats van 2,7% voor auto’s die je in 2017 of eerder in gebruik hebt genomen.

Let op!
In tegenstelling tot de bijtellingsregels in de loon- of inkomstenbelasting, zijn de kilometers woon-werkverkeer voor de BTW privé en niet zakelijk. Dit betekent dat ook voor een auto die niet tot een bijtelling leidt in de loon- of inkomstenbelasting – omdat met deze auto aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé gereden wordt – BTW over het privégebruik van de auto verschuldigd kan zijn.

Personeelsvoorzieningen en relatiegeschenken
Personeelsvoorzieningen zijn zaken die je aan jouw werknemers ter beschikking stelt. Denk aan fitness, ontspanning en loon in natura (waaronder een kerstpakket of een jubileumgeschenk). Gaf je in 2022 meer dan €227 (excl. BTW) per werknemer aan personeelsvoorzieningen uit? Dan moet je in de laatste BTW-aangifte een BTW-correctie toepassen.

Gaf je in 2022 goederen en diensten cadeau of tegen een symbolisch bedrag, bijvoorbeeld aan een zakenrelatie? Dan moet je een BTW-correctie toepassen in de laatste BTW-aangifte als de ontvanger van het cadeau minder dan 30% BTW kan aftrekken én de waarde meer dan €227 (exclusief BTW) per ontvanger bedraagt.

Verkoop/diensten BTW-belast en BTW-vrijgesteld
Verkoop je goederen en/of verricht je diensten die deels met BTW belast en deels van BTW vrijgesteld zijn? Dan mag je de BTW die betrekking heeft op de BTW vrijgestelde goederen en diensten niet in aftrek brengen. Gedurende het jaar 2022 heb je in jouw aangiften BTW al een inschatting gemaakt van de niet-aftrekbare BTW. In jouw laatste BTW-aangifte van 2022 bereken je of deze inschatting juist is geweest en pas je, waar nodig, een correctie toe.

Let op!
Een vergelijkbare berekening pas je ook toe voor in 2022 ingekochte diensten en roerende zaken die je deels privé hebt gebruikt.

Let op!
Voor investeringsgoederen gelden afwijkende regels. Investeringsgoederen zijn onroerende zaken, bijvoorbeeld een bedrijfspand, of roerende zaken waarop je voor de inkomstenbelasting afschrijft, bijvoorbeeld een computer.


5. Invorderingsrente 2% vanaf 1 januari 2023

De invorderingsrente op belastingschulden is vanaf 1 januari 2023 verhoogd van 1 naar 2%. Per 1 juli 2023 volgt een stijging naar 3%, waarna vanaf 1 januari 2024 de invorderingsrente weer uitkomt op het oude niveau van vóór de coronacrisis, namelijk 4%. Heb je op de uiterste betaaldatum jouw belastingen nog niet betaald? Dan ben je invorderingsrente verschuldigd vanaf de dag na de uiterste betaaldatum tot de dag waarop jouw betaling door de Belastingdienst ontvangen is. Je bent ook invorderingsrente verschuldigd over jouw belastingschulden waarvoor je langdurig uitstel van betaling kreeg in verband met de coronacrisis. Deze schulden worden vanaf 1 oktober 2022 in principe in 60 gelijke maandelijkse termijnen afgelost. De verhoging van de invorderingsrente kan misschien reden zijn om deze schulden eerder al af te lossen, mits dit uiteraard tot de mogelijkheden behoort.


6. Vraag subsidie emissieloze bedrijfsauto aan

Ondernemers en non-profitinstellingen kunnen vanaf 10 januari weer de subsidie emissieloze bedrijfsauto’s (SEBA) aanvragen voor de koop of financial lease van een nieuwe elektrische bedrijfsauto. De regeling geldt alleen voor bedrijfsauto’s die zijn gemaakt voor het vervoer van goederen in de voertuigcategorie N1 of N2 tot een maximumgewicht van 4.250 kg. De netto catalogusprijs (bij N1) of de verkoopprijs zonder BTW (bij N2) moet minimaal €20.000 bedragen en de bedrijfsauto mag bij aanvraag van de subsidie nog niet op jouw naam staan. Ook mag op het moment dat je de subsidie aanvraagt de koop- of financial leaseovereenkomst nog niet definitief zijn. Vaak wordt in de niet-definitieve overeenkomst daarom een bepaling opgenomen dat deze definitief wordt als positief besloten is op de aanvraag van SEBA-subsidie. De subsidie bedraagt maximaal €5.000.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0016 januari 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief januari 2023
  • Renteaftrek voormalige eigen woning met kraakwacht(overeenkomst)

Renteaftrek voormalige eigen woning met kraakwacht(overeenkomst)

Als jouw voormalige eigen woning leegstaat in afwachting van verkoop, kun je onder voorwaarden de hypotheekrente in aftrek blijven brengen. Dit kan niet als je iemand in de woning laat verblijven, behalve als deze persoon als kraakwacht wordt aangemerkt.

Voorwaarden renteaftrek
Voor een eigen woning die leegstaat blijft het recht op aftrek hypotheekrente bestaan als je aannemelijk kunt maken dat de woning bestemd is voor verkoop. Je kunt de rente dan blijven aftrekken als de woning in één van de drie voorafgaande jaren nog door jou werd gebruikt als jouw hoofdverblijf.

Voorbeeld
Je verhuist in juli 2019 naar een nieuwe eigen woning. Jouw oude eigen woning staat leeg en te koop. Je mag de hypotheekrente met betrekking tot deze oude eigen woning blijven aftrekken in 2019, 2020, 2021 en 2022.

Tip! Als je aan alle overige voorwaarden voor hypotheekrenteaftrek voldoet, kun je naast de hypotheekrente op jouw oude eigen woning, ook de hypotheekrente op jouw nieuwe eigen woning in aftrek brengen.

Kraakwacht als uitzondering
Voorwaarde voor renteaftrek voor jouw oude eigen woning is dat deze niet bewoond is. Hierop geldt een uitzondering als jouw oude eigen woning bewoond wordt door iemand die wordt aangemerkt als een kraakwacht.

Wanneer is sprake van een kraakwacht?
Niet elke situatie kan worden aangemerkt als kraakwachtsituatie. Uit de rechtspraak komt naar voren dat bij kraakwachtsituaties doorgaans met een derde overeengekomen moet zijn dat die derde de zorg zal dragen dat de woning niet wordt gekraakt. Deze derde hoeft, behalve mogelijk een beperkte bijdrage in de energiekosten, geen vergoeding te betalen voor het verblijf in de woning. Ook moet de kraakwacht de woning verlaten zodra de eigenaar dat noodzakelijk acht.

Let op! Als je jouw woning verhuurt, is er in principe geen sprake van een kraakwachtsituatie.

Zorg voor schriftelijke vastlegging
Het gebeurt regelmatig dat de eigenaar van een woning gedoogt dat iemand in zijn te koop staande woning verblijft. In veel gevallen betreft dit een familielid of kennis. Om renteaftrek voor de woning te behouden wordt dan getracht deze persoon als kraakwacht te laten kwalificeren. In de rechtspraak wordt dit niet altijd geaccepteerd, omdat niet aan de hiervoor beschreven voorwaarden is voldaan. Bovendien ontbreekt vaak een, in de rechtspraak noodzakelijk geachte, kraakwachtovereenkomst. Zorg daarom altijd vooraf voor een schriftelijk gesloten kraakwachtovereenkomst met daarin de voor kraakwacht kenmerkende voorwaarden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-18T13:32:40+02:0018 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Renteaftrek voormalige eigen woning met kraakwacht(overeenkomst)

  • BLOG: BTW en online verkopen aan particulieren in andere EU-landen

BLOG: BTW en online verkopen aan particulieren in andere EU-landen

Je verkoopt goederen aan particulieren in Nederland, maar ook online aan particulieren in andere landen. Heb je wel gedacht aan de gevolgen voor de BTW als het gaat om verkopen aan particulieren in andere EU-landen? Als je namelijk goederen verkoopt die je verstuurt aan particulieren in andere EU-landen, dan is mogelijk de regeling “afstandsverkopen” van toepassing.

Wist je dat bij overschrijding van een bepaalde omzetgrens je de BTW-tarieven moet gebruiken van de EU-landen waar de afnemers wonen?

Een voorbeeld
Het is mei 2022 en je hebt online al voor €25.000 goederen verkocht aan particulieren in Nederland, €2.500 aan Duitse klanten, €6.000 aan Belgische klanten en €1.400 aan Franse klanten. Je hebt daarbij steeds de Nederlandse BTW in rekening gebracht. Indien je nog meer online verkoopt aan particulieren in andere EU-landen, zul je rekening moeten houden met de buitenlandse BTW. Je hebt namelijk al voor €9.900 online verkocht aan andere EU-landen. Als je per jaar namelijk voor €10.000 of meer aan goederen verkoopt aan particulieren in andere EU-landen (waarbij je het vervoer verzorgt of laat verzorgen), geldt elke verkoop vanaf die €10.000 omzetgrens als een zogenaamde afstandsverkoop. Die verkoop is dan belast met het BTW-tarief waar de afnemer woont en je zult dan ook die buitenlandse BTW moeten aangeven via de belastingdienst in het land van de afnemer. Als de omzetdrempel van €10.000 in enig jaar wordt overschreden, dan zul je voor deze afstandsverkopen buitenlandse BTW moeten rekenen. Het volgende jaar mag die drempel niet worden gebruikt en zul je ook buitenlandse BTW moeten rekenen over elke afstandsverkoop.

Die omzetgrens van €10.000 is de omzet exclusief BTW en geldt als totaal voor alle verkopen binnen de EU.

In ons voorbeeld, als je in juni 2022 nog voor €150 online verkoopt aan een Italiaanse particulier, zul je daarover 22% Italiaanse BTW moeten rekenen en afdragen aan de Italiaanse belastingdienst. Je mag dan niet meer Nederlandse BTW in rekening brengen. Verkoop je vervolgens voor €50 aan een Duitse particulier dan zul je 19% Duitse BTW in rekening moeten brengen.

Normaal gesproken zou je je dan als ondernemer moeten laten registreren in Italië en Duitsland om daar de BTW alsnog af te dragen. Maar ook registreren in de andere EU-landen waaraan je verkoopt.

Gelukkig kan dit sinds 1 juli 2021 eenvoudiger via het “een-loket systeem”. Bij afstandsverkopen meld je je aan bij de Belastingdienst in Nederland voor het “een-loket systeem”. Via dat loket doe je dan apart aangifte omzetbelasting voor alleen die afstandsverkopen. De Nederlandse Belastingdienst zorgt er dan voor dat de betreffende BTW terecht komt bij de belastingdiensten (binnen de EU) waar de afnemers wonen. Je hoeft je dan niet te registreren in elk EU-land waar je afstandsverkopen hebt. Het is dus óf registreren in elke EU-land waaraan je verkoopt, óf aanmelden bij de Nederlandse Belastingdienst voor het een-loket systeem.

Het is dan ook verstandig om bij zogenaamde afstandsverkopen de €10.000 omzetgrens in de gaten te houden. Het is raadzaam om bij dit soort verkopen per EU-land een aparte grootboekrekening aan te houden. Dan kun je goed zien wanneer die omzetgrens wordt bereikt. Het is belangrijk om te weten dat als je in strijd met deze regel van afstandsverkopen Nederlandse BTW blijft rekenen, de betreffende buitenlandse belastingdienst je een boete kan opleggen. Je bent namelijk verplicht om bij overschrijding van die omzetgrens buitenlandse BTW in rekening te brengen en af te dragen.

Voor de duidelijkheid als je je aanmeldt voor het een-loket systeem, doe je aangifte voor de BTW over deze afstandsverkopen via dat een-loket systeem (ook wel Unieregeling genoemd) en daarnaast gewoon de reguliere BTW-aangifte voor alle andere BTW-zaken (zoals binnenlandse verkopen, verkopen aan ondernemers, de BTW-aftrek op kosten en investeringen, uitvoer buiten de EU). De BTW regeling voor deze afstandsverkopen geldt ook als je als wederverkoper geregistreerd staat bij een e-commerce platform (zoals Bol, Amazon, etc.). Als wederverkoper gebruik je dan het e-commerce platform als een hulpmiddel voor de verkoop en je levert de goederen rechtstreeks aan de klant.

Het voordeel van het gebruik van het een-loket systeem is ook dat je de Nederlandse regels voor facturering mag hanteren (en niet de regels van het land waar je levert).

Mocht je het in de gaten houden van die omzetgrens (van €10.000) lastig vinden, dan kun je je ook aanmelden om die omzetgrens buiten beschouwing te laten. In dat geval zijn alle online verkopen aan particulieren in andere EU-landen direct belast met buitenlandse BTW. De keuze geldt dan wel voor minimaal twee jaar.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2024-05-31T11:09:47+02:001 juli 2022|Blog van NBC Eelman & Partners, Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor BLOG: BTW en online verkopen aan particulieren in andere EU-landen
  • WOZ-waarde stijgt niet evenredig mee met inhoud woonhuis

WOZ-waarde stijgt niet evenredig mee met inhoud woonhuis

Bij het vaststellen van de WOZ-waarde van een woning, gaat de gemeente meestal uit van de prijs van vergelijkbare woningen. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met het zogenaamde afnemende grensnut.

Vergelijkingsmethode
De vergelijkingsmethode is voor woningen de meest toegepaste vorm van waardebepaling voor de WOZ. Woningen worden namelijk dermate veel verhandeld dat actuele verkoopcijfers vrijwel altijd beschikbaar zijn.

Afnemend grensnut
Bij de waardebepaling is het afnemend grensnut een van de uitgangspunten. Afnemend grensnut houdt in dat de waarde per kubieke meter woning afneemt naarmate de woning groter is. Volgens dit principe is een woning van bijvoorbeeld 800 m3 minder dan twee keer zoveel waard dan een vergelijkbare woning die de helft kleiner is.

Taxateur in de fout
In een zaak bij rechtbank Zeeland-West-Brabant ging de taxateur van een gemeente de fout in toen hij voor de waardebepaling van een woning het afnemend grensnut had berekend. De berekening kwam voor twee vergelijkbare woningen op dezelfde waarde uit, terwijl een van beide woningen bijna 100 m3 groter was.

Berekening met wortelformule
De eigenaar van de woning had de waarde zelf berekend met gebruikmaking van een wiskundige wortelformule. De rechter ging hierin mee, waardoor de waarde per saldo €25.000 lager uitviel.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-08T15:35:29+01:008 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

WOZ-waarde stijgt niet evenredig mee met inhoud woonhuis

  • Concurrentiebeding bij overname? Vergeet het niet!

Concurrentiebeding bij overname? Vergeet het niet!

Bij een bedrijfsovername zal de koper willen vermijden dat de verkoper onmiddellijk gaat concurreren met de verkochte onderneming. Denk bij het sluiten van een koopovereenkomst daarom altijd aan het overeenkomen van een concurrentiebeding en een bijbehorend boetebeding. Zo voorkom je dat de verkoper de belangrijkste concurrent wordt. Vaak wordt er bij een overname vooral aandacht besteed aan zaken zoals de koopprijs en de activa die worden overgenomen, zoals de inventaris, handelsnaam en voorraden.

De verkoper als concurrent
In de praktijk wordt echter vaak vergeten een concurrentiebeding en een daarbij behorend boetebeding overeen te komen. Dat is echter wel verstandig. De verkoper is immers op de hoogte van alle ins en outs van de nieuwe onderneming en kan dus eenvoudig de belangrijkste concurrent worden.

Gerechtvaardigd belang bij concurrentiebeding
De koper heeft ook een gerechtvaardigd belang bij het overeenkomen van een concurrentiebeding, omdat er in de koopprijs doorgaans ook een bedrag aan goodwill is verdisconteerd. Daarmee is het goed te verdedigen dat de verkoper gedurende een bepaalde periode niet met dezelfde producten of diensten de markt opgaat.

De vereisten
Een concurrentiebeding is alleen geldig als er wordt voldaan aan de vereisten die de wet aan zo’n beding stelt. In de eerste plaats moet het beding schriftelijk worden overeengekomen. Tevens moet worden overeengekomen welke activiteiten de verkoper niet mag verrichten, waarbij deze activiteiten niet verder kunnen strekken dan de activiteiten van de verkochte onderneming op het moment van de overname. Daarnaast moet worden opgenomen voor welke periode het beding geldt. Daarbij geldt als uitgangspunt een periode van maximaal twee jaar als er goodwill wordt overgedragen en een maximale duur van drie jaar als er daarnaast ook know how wordt overgedragen.

Let op! Als er een langere duur wordt overeengekomen, loop je het risico dat het concurrentiebeding nietig is. Ten slotte moet het geografisch gebied worden opgenomen waarvoor het beding geldt. Ook hierbij is het uitgangspunt dat het gebied niet verder mag strekken dan het gebied waar de verkochte onderneming actief was ten tijde van de overname.

Boetebeding
Als stok achter de deur is het altijd van belang ook een boetebeding, dat in werking treedt wanneer het concurrentiebeding is overtreden, op te nemen. Dit boetebeding kan ook worden gebruikt als een schadevergoedingsbeding, bijvoorbeeld als de eventueel te lijden schade lastig vast te stellen is. Ook een boetebeding moet aan enkele vereisten voldoen. Zo moet het boetebeding altijd schriftelijk worden overeengekomen en moet de omschrijving voldoende duidelijk zijn. Spreek daarom af wanneer de boete is verschuldigd, hoe hoog de boete is en aan wie de boete moet worden voldaan. De hoogte van de boete kan vrij worden bepaald, maar een rechter kan een overeengekomen boete wel matigen als de boete niet in verhouding staat tot de geleden schade.

Tip! Neem ook altijd op dat de koper naast de boete ook het recht heeft om nakoming van het concurrentiebeding en/of volledige schadevergoeding te vorderen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-01T09:31:12+02:001 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Concurrentiebeding bij overname? Vergeet het niet!

  • Taxatiewaarde van belang voor startersvrijstelling per 1 april

Taxatiewaarde van belang voor startersvrijstelling per 1 april

De taxatiewaarde van een woning wordt vanaf 1 april van dit jaar extra van belang. Dit vanwege de vrijstelling in de overdrachtsbelasting voor jongeren bij aankoop van een woning tot €400.000.

Verkoopprijs
Voor de overdrachtsbelasting is de waarde in het economisch verkeer bepalend, of de koopsom indien die hoger is. Dit betekent dat de taxatiewaarde van een woning vanaf 1 april 2021 bepalend is voor het krijgen van de startersvrijstelling.

Vrijstelling
Jongeren tussen 18 en 35 jaar kunnen sinds dit jaar namelijk eenmalig genieten van de vrijstelling van 2% overdrachtsbelasting. Vanaf 1 april 2021 geldt die vrijstelling echter alleen voor woningen met een taxatiewaarde van maximaal €400.000. Als de koopprijs onder de €400.000 ligt, maar de woning wordt getaxeerd op meer dan €400.000 moet er toch overdrachtsbelasting betaald worden.

Waarde verlagen
Wat wel gebeurt, is dat de waarde voor de overdrachtsbelasting wordt verlaagd door de verkoop van een woning met een deel van de inboedel, zoals gordijnen en vloerbedekking. De hiervoor betaalde vergoeding telt niet mee voor de overdrachtsbelasting, maar moet wel reëel zijn. Zo kan een woning bijvoorbeeld verkocht worden voor €410.000, waarvan €10.000 betaald wordt voor de inboedel.

Let op! Bij een controle door de Belastingdienst is het echter de vraag of de startersvrijstelling dan van kracht blijft en de betaalde prijs voor de inboedel reëel is.

Voorwaarden vrijstelling
De vrijstelling kent ook als voorwaarde dat deze nog niet eerder genoten is. Iedereen tot 35 jaar kan in principe dus één keer van de vrijstelling profiteren. Dit geldt ook voor degenen die nu al een koopwoning bezitten.

Zelf bewonen
Voor de vrijstelling is verder vereist dat men de woning zelf bewoont. Wordt de woning verhuurd, dan geldt het hoge tarief van 8% aan overdrachtsbelasting.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-01T09:59:29+02:001 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Taxatiewaarde van belang voor startersvrijstelling per 1 april