rechtbank

  • Is BTW op huisvesting personeel aftrekbaar?

Is BTW op huisvesting personeel aftrekbaar?

De BTW op personeelsuitgaven is voor een ondernemer in het algemeen niet aftrekbaar. Hierop bestaat een aantal uitzonderingen, waaronder die op huisvesting. Wanneer is die BTW wel en wanneer niet aftrekbaar?

Besluit Uitsluiting Aftrek Omzetbelasting (BUA)
In het BUA wordt onder meer geregeld dat de BTW op personeelsvoorzieningen in beginsel niet aftrekbaar is. Is het bedrag aan voorzieningen voor een werknemer in een jaar niet meer dan €227 exclusief BTW? Dan is de BTW op de voorzieningen voor die werknemer wél aftrekbaar.

Let op! Ook huisvesting wordt beschouwd als personeelsvoorziening. De BTW hierop is dus evenmin aftrekbaar, tenzij er sprake is van een bijzondere omstandigheid.

Bijzondere omstandigheid
In een recent arrest van de Hoge Raad was sprake van een uitzendbureau dat buitenlands personeel inhuurde en weer uitleende. Het uitzendbureau had voor de werknemers voor huisvesting gezorgd en de BTW afgetrokken. De inspecteur had de aftrek echter niet toegestaan, omdat er naar zijn mening geen sprake was van een bijzondere omstandigheid.

Belang onderneming staat voorop
Dat er sprake is van een bijzondere omstandigheid, moet de ondernemer bewijzen. De uitgaven voor die goederen of diensten moeten dan primair worden gedaan in het belang van de onderneming. Het persoonlijke voordeel voor de werknemer is daarbij voor de werkgever van ondergeschikt belang.

Wanneer is er wel sprake van bijzondere omstandigheid?
Uit het arrest blijkt dat hiervoor van belang is of personeelsleden de hun aangeboden onderkomens dienen te aanvaarden, zonder dat daarbij ruimte is voor een eigen keuze voor een bepaald onderkomen. Ook speelt mee of medegebruik van de huisvesting door een of meer anderen aanvaard moet worden.

In genoemde situatie hadden de werknemers deze keuze wel. De uitzendkrachten konden de huisvesting weigeren. Zij kregen echter geen vergoeding voor de huisvesting die zij zelf regelden en moesten de kosten daarvoor zelf betalen. Omdat er dus een keuzemogelijkheid was, was daarom geen sprake van een bijzondere omstandigheid.

Geen Nederlander te krijgen!
Het uitzendbureau voerde nog aan dat het alle moeite had gedaan Nederlandse uitzendkrachten voor de werkzaamheden te werven, maar dat dit niet gelukt was. Deze stelling werd echter niet onderbouwd, zodat de rechter eraan voorbijging.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-30T16:24:35+02:0030 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Is BTW op huisvesting personeel aftrekbaar?

  • UWV aansprakelijk voor slecht deskundigenoordeel

UWV aansprakelijk voor slecht deskundigenoordeel

Het UWV is verantwoordelijk voor het geven van deskundig advies over de voortgang van re-integratie. Dit betekent dat de uitkerende instantie onafhankelijk onderzoek moet doen, uitgevoerd door professionals. Gebeurt dit niet, dan kan een oordeel van het UWV worden weerlegd.

Mislukt re-integratietraject
Een werkgever was van mening dat een zieke werknemer onvoldoende meewerkte aan zijn re-integratie. Hij vond hierin steun bij de bedrijfsarts. Vervolgens zette hij het loon stop. Het UWV werd gevraagd een deskundigenoordeel te geven. De arbeidsdeskundige van het UWV was echter van oordeel dat de werknemer wel voldoende had gedaan aan zijn re-integratie. De werkgever hervatte de loonbetaling en kwam met de werknemer een beëindiging van de arbeidsovereenkomst overeen met daarin opgenomen de transitievergoeding. Bij elkaar ging het om bijna 2 ton, bestaande uit de doorbetaling van loon over de periode van 1 juni 2019 tot 1 januari 2020 vermeerderd met de transitievergoeding.

Onjuist deskundigenoordeel
De werkgever was het echter niet eens met het deskundigenoordeel van het UWV en ging naar de rechter. De rechter was van oordeel dat de arbeidsdeskundige of verzekeringsarts aan wie de uitvoering van het deskundigenoordeel is opgedragen, verplicht is zijn onderzoek onpartijdig en naar beste weten te volbrengen. Dit houdt ook in dat de deskundige zorgvuldig onderzoek dient te doen. Het belang van zorgvuldig onderzoek wordt verder onderstreept door het gewicht en de betekenis die aan een deskundigenoordeel toekomt in een geschil over re-integratie tussen werknemer en werkgever.

Buiten expertise
Deze arbeidsdeskundige had volgens de rechter onvoldoende onderzoek gedaan. Hij had ten onrechte geen verzekeringsarts ingeschakeld maar zelfstandig een oordeel gegeven over de medische vraag naar de belastbaarheid van de werknemer. Hiermee is de arbeidsdeskundige buiten zijn expertise getreden. Naar het oordeel van de rechtbank is een en ander ernstig onzorgvuldig en daarmee ook zodanig onzorgvuldig dat dit als onrechtmatig jegens de werkgever moest worden aangemerkt. Dit onrechtmatig handelen is het UWV ook toe te rekenen.

Volledige loonstop in plaats van gedeeltelijke
Daarbij komt nog dat de arbeidsdeskundige in afwijking van de geldende rechtspraak had aangegeven dat in plaats van een volledige loonstop, ook alleen het loon over de belastbare uren had kunnen worden stopgezet. Dit is in strijd met de geldende rechtspraak waarin is bepaald dat bij het gedeeltelijk niet meewerken aan de re-integratie een volledige loonstop dient plaats te vinden.

Schadevergoeding aan werkgever
De rechtbank was van oordeel dat bij een zorgvuldig onderzoek de uitkomst van het deskundigenoordeel anders was geweest. Daarom is er een oorzakelijk verband tussen het onjuiste oordeel van de arbeidsdeskundige en de schade van de werkgever. Het uiteindelijke oordeel luidt dat de werkgever 60% en het UWV 40% van de schade moet dragen. Dat betekent dat 40% van de door de werkgever gevorderde schade, zijnde een bedrag van bijna € 75.000 toewijsbaar is.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-29T21:10:57+02:0029 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

UWV aansprakelijk voor slecht deskundigenoordeel

  • Voldoen aan urencriterium is vereiste voor TOZO

Voldoen aan urencriterium is vereiste voor TOZO

Voor zelfstandig ondernemers die getroffen werden door de Coronacrisis, bestond tot oktober 2021 de Tozo, de tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers. De TOZO bevatte een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud en het verstrekken van een lening voor bedrijfskapitaal.

Urencriterium
Voor de Tozo moest worden voldaan aan het urencriterium. Het urencriterium houdt in dat een ondernemer ten minste 1.225 uren per jaar in zijn bedrijf werkzaam moet zijn. Het urencriterium geldt ook als voorwaarde voor tal van fiscale faciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek. Op deze manier worden parttime zelfstandigen uitgesloten.

Let op! De bewijslast dat wordt voldaan aan het urencriterium ligt bij de aanvrager van de TOZO. Desgevraagd zal hij dus moeten onderbouwen dat hij ten minste 1.225 uur per jaar in zijn bedrijf werkt.

Als je in 2019 zelfstandigenaftrek hebt gehad, voldoe je aan het urencriterium. Mocht je na 1 januari 2019 zijn gestart, dan moet je aannemelijk kunnen maken dat je in ieder geval in de periode tussen inschrijving bij de KvK en indiening van de aanvraag gemiddeld minimaal 24 uur per week in jouw bedrijf hebt gewerkt.

Versoepeling urencriterium
Voor de periode van 1 maart 2020 tot 1 oktober 2020 en voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021 gold er een versoepeling van het urencriterium. Je mag er in die periode gewoon van uitgaan dat je gemiddeld 24 uur per week aan jouw onderneming hebt besteed. Voor seizoensbedrijven gelden specifieke criteria.

Onvoldoende bewijs betekent geen Tozo
Onlangs kwam een zaak voor de rechtbank in Rotterdam waarbij een ondernemer de beslissing van de gemeente aanvocht dat hij geen recht had op de TOZO. Volgens de gemeente had de man niet aangetoond dat hij minstens 1.225 uur in zijn bedrijf werkzaam was. Ook had hij onvoldoende informatie verstrekt over zijn inkomen.

Cursussen
De man had onder meer aangevoerd dat hij in het kader van zijn onderneming ook tal van cursussen had gevolgd. Die tellen weliswaar mee voor het urencriterium – voor zover deze samenhangen met de onderneming -, maar er was op geen enkele manier aangetoond hoeveel uren hiermee gemoeid waren. Alleen het tonen van de facturen volstond hiertoe niet.

Eerder behaalde bedrijfsresultaten
De man had ook geen inzage gegeven in eerder behaalde bedrijfsresultaten. De gemeente had daarom het recht de reeds verstrekte TOZO-gelden terug te vorderen.

TOZO vervangen door Bbz
De TOZO-regeling is inmiddels vervangen door de voordien geldende Bbz-regeling. Die wijkt op één punt af van de Bbz-regeling zoals deze vóór de Coronacrisis gold. Daardoor bestaat nu ook recht op Bbz als een zelfstandig ondernemer over eigen vermogen beschikt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-09T16:20:47+01:009 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voldoen aan urencriterium is vereiste voor TOZO

  • Fiscus kan aangifte via eHerkenning niet verplichten

Fiscus kan aangifte via eHerkenning niet verplichten

Wie als ondernemer zelf een aangifte vennootschapsbelasting of loonheffing wil indienen bij de Belastingdienst, moet hiervoor tegenwoordig verplicht gebruikmaken van eHerkenning. Volgens de rechter is deze verplichting niet rechtsgeldig en hij vernietigde op basis hiervan een naheffing loonheffingen.

EHerkenning
EHerkenning is een veilig, gedigitaliseerd communicatiemiddel waarmee inmiddels met enige honderden overheidsinstanties kan worden gecommuniceerd. Het gebruik ervan is echter niet kosteloos en moet worden aangeschaft bij een commerciële partij.

Weigering gebruik eHerkenning
Een belastingplichtige die in 2020 aangifte loonheffingen moest doen, had dit geweigerd, omdat hij daarbij verplicht gebruik moest maken van eHerkenning. Volgens de belastingplichtige kon de Belastingdienst hem hiertoe niet dwingen. Daarnaast wilde de belastingplichtige uit principe niet betalen voor het doen van een aangifte. Dit leverde hem uiteindelijk een naheffing loonheffingen op.

Niet rechtsgeldig
De rechtbank in Arnhem stelde de belastingplichtige in het gelijk en vernietigde de naheffingsaanslag. Volgens de rechtbank is er geen wettelijke basis voor de verplichting om eHerkenning te gebruiken voor de aangifte.

Vergoeding voor eHerkenning
Op aandringen van de Tweede Kamer is er destijds wel een tijdelijke vergoedingsregeling in het leven geroepen waarmee de kosten gedekt kunnen worden. Volgens de rechtbank is dit echter niet van belang.

Let op! De uitspraak van de rechtbank zal vrijwel zeker nog aan de hogere rechter worden voorgelegd en staat dus nog niet definitief vast.

Enorme impact
De impact van de uitspraak is enorm. Het kan immers betekenen dat in de gevallen waarin via eHerkenning geen aangifte is gedaan terwijl dit wel verplicht was, de fiscus vooralsnog geen sanctie kan opleggen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-03T16:05:12+01:003 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Fiscus kan aangifte via eHerkenning niet verplichten

  • Computerbril niet aftrekbaar voor zelfstandig ondernemer

Computerbril niet aftrekbaar voor zelfstandig ondernemer

Zelfstandige ondernemers die vanwege hun werkzaamheden een computerbril aanschaffen, kunnen de kosten ervan niet ten laste van de winst brengen. Dit heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant beslist.

Computerbril
Een computerbril is speciaal gemaakt voor de afstand tussen ogen en toetsenbord en beeldscherm. Dit voorkomt onder meer nekklachten die ontstaan als je zonder deze bril een foute werkhouding aanneemt.

Eerdere rechtspraak
In genoemde uitspraak verwijst de rechtbank naar eerdere rechtspraak waarin werd beslist dat een bril een te persoonlijk karakter heeft om tot aftrek te kunnen leiden. Volgens de Hoge Raad is dit niet anders voor een computerbril.

Rechtsongelijkheid
De Hoge Raad wijst ook het beroep op rechtsongelijkheid af. De accountant had namelijk aangevoerd dat een werkgever zijn personeel onder voorwaarden een computerbril wel belastingvrij kan vergoeden of verstrekken. Volgens de Hoge Raad kan een zelfstandig ondernemer fiscaal gezien echter niet vergeleken worden met een werknemer. De inspecteur werd dan ook in het gelijk gesteld.

Wel voor de DGA
Een BV mag de kosten van een computerbril aan een DGA wel belastingvrij vergoeden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-07T09:43:06+01:007 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Computerbril niet aftrekbaar voor zelfstandig ondernemer

  • Reserves VvE blijven buiten WOZ-waarde

Reserves VvE blijven buiten WOZ-waarde

Op niet al te lange termijn vallen de nieuwe WOZ-beschikkingen weer in de bus. Wie een appartement bezit, moet er daarbij op toezien dat de reserves van de Vereniging van Eigenaren (VvE) buiten aanmerking blijven.

Nieuwe WOZ-beschikking
Eigenaren van een woning ontvangen ieder jaar een WOZ-beschikking in de bus met een nieuwe WOZ-waarde. Die waarde is bepaald op 1 januari van het voorafgaande jaar. De WOZ-beschikking voor 2022 gaat dus uit van de waarde op 1 januari 2021.

Reserves Vereniging van Eigenaren (VvE)
Wie een appartement bezit, is automatisch ook lid van de Vereniging van Eigenaren (VvE). Deze vereniging beslist over gemeenschappelijke zaken ten aanzien van het appartementencomplex, zoals het buitenschilderwerk. De VvE int voor het uitvoeren van deze taken van de eigenaren een periodieke, meestal maandelijkse bijdrage.

Reserve blijft buiten WOZ-waarde
Rechtbank Midden-Nederland besliste onlangs dat de onderhoudsreserves van de VvE niet van invloed zijn op de WOZ-waarde. Dat deel van de koopsom wordt immers niet betaald voor het appartement zelf.

Omvang reserves niet van belang
De rechtbank was het niet eens met de inspecteur dat alleen onderhoudsreserves van substantiële omvang buiten de WOZ-waarde dienen te blijven. Hetgeen betaald wordt voor de onderhoudsreserve van een VvE, substantieel of gering, wordt namelijk niet betaald voor het appartement zelf. Dat de Waarderingskamer een andere mening heeft, is volgens de rechter niet van belang, omdat dit niet in lijn is met eerdere rechtspraak.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-26T14:19:32+01:0026 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Reserves VvE blijven buiten WOZ-waarde

  • Alleen vast loon bepalend voor toepassen ‘30%-regeling’

Alleen vast loon bepalend voor toepassen ‘30%-regeling’

Buitenlandse werknemers waarvoor je de 30%-regeling wilt toepassen, moeten een vast loon genieten dat voldoet aan de daarvoor bepaalde fiscale norm. Variabele loonelementen tellen daarvoor niet mee.

30%-regeling
Volgens de 30%-regeling mag je voor werknemers met een specifieke deskundigheid maximaal 30% van het salaris belastingvrij uitbetalen als tegemoetkoming in de extra kosten die dergelijke werknemers plegen te maken. Hiervoor geldt wel een aantal voorwaarden.

Specifieke deskundigheid
Een werknemer wordt geacht over een specifieke deskundigheid te beschikken als hij een bepaald loon verdient. Voor 2022 is dit minimaal €39.467, exclusief de belastingvrije vergoeding. Voor werknemers die in het wetenschappelijk onderwijs een Nederlandse mastertitel hebben behaald of een gelijkwaardige buitenlandse titel, én die jonger zijn dan 30 jaar, is deze inkomensnorm €30.001 exclusief de belastingvrije vergoeding.

Uitzonderingen
Voor werknemers die wetenschappelijk onderzoek doen bij bepaalde instellingen en artsen in opleiding tot specialist, geldt een uitzondering. Zij hoeven helemaal niet aan een inkomensnorm te voldoen. Ook geldt in uitzonderingsgevallen aanvullend een ‘schaarstevereiste’. De deskundigheid van de werknemer moet dan niet of nauwelijks te vinden zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Variabel loon telt niet mee
In een uitspraak van de rechtbank Gelderland was de vraag aan de orde of ook variabel loon meetelt voor de fiscale inkomensnorm. De rechtbank vindt van niet, omdat de regeling anders vrijwel onuitvoerbaar wordt.

De rechter bepaalde verder dat alleen het vaste overeengekomen loon bij aanvang van de dienstbetrekking in Nederland beslissend is voor de vraag of aan de norm wordt voldaan. Als op een later moment dus een hoger vast loon wordt afgesproken, is dit niet meer relevant.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-19T09:23:19+01:0019 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Alleen vast loon bepalend voor toepassen ‘30%-regeling’

  • Lager gebruikelijk loon DGA moet aantoonbaar zijn

Lager gebruikelijk loon DGA moet aantoonbaar zijn

Als DGA ben je verplicht jaarlijks salaris aan de BV te onttrekken, het zogeheten gebruikelijk loon. Hoe hoog dit salaris is, hangt onder meer af van wat de medewerkers verdienen. Is dit bij een van hen meer dan €47.000, dan mag je in principe jezelf niet minder uitkeren.

Gebruikelijk loon
Het gebruikelijk loon dient volgens de wet te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij de BV indien een van deze bedragen meer is dan €47.000. Is het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager dan €47.000, dan wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag.

Wie eist, bewijst
In een rechtszaak (rechtbank Noord-Holland) was een DGA van mening dat hij zichzelf een lager gebruikelijk loon kon uitkeren dan dat van de meest verdienende werknemer. Hij stelde dat dit meer was dan 75% van het loon van de voor hem meest vergelijkbare dienstbetrekking. Hij diende dit aannemelijk te maken, maar slaagde hierin niet. Zo bleef tijdens de zitting onduidelijk wat nu de verantwoordelijkheden waren van de directeuren van andere bedrijven waarmee de directeur van de BV zich vergeleek.

Rekeningcourant
Bovendien wees ook de oplopende rekeningcourantschuld van de DGA erop dat er te weinig salaris was betaald. Het verweer van de DGA dat uitbetaling van een hoger gebruikelijk loon de BV in financiële moeilijkheden zou brengen, sneed ook geen hout. De reserves van de BV waren hiervoor namelijk ruim voldoende, aldus de rechtbank. De naheffing loonheffingen van ruim een ton bleef dan ook in stand.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-06T10:24:23+01:006 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Lager gebruikelijk loon DGA moet aantoonbaar zijn

  • Pas op voor bestuurdersaansprakelijkheid

Pas op voor bestuurdersaansprakelijkheid

Hoewel een BV een onafhankelijke rechtspersoon is, kun je als bestuurder toch aansprakelijk gesteld worden voor belastingschulden van de BV. Je kunt de aansprakelijkheid wel beperken. Dit bleek onlangs nog uit een uitspraak van de rechtbank Gelderland.

Bestuursaansprakelijkheid
Wettelijk is geregeld dat bestuurders van een BV, onder wie meestal de DGA, in beginsel hoofdelijk aansprakelijk zijn voor een aantal belastingschulden. Dit betreft onder meer de loonheffing en omzetbelasting. De aansprakelijkheid vervalt als je als bestuurder betalingsmoeilijkheden van de BV tijdig aan de fiscus meldt. Dit betekent binnen twee weken nadat betaald had moeten worden.

Let op! Als je betalingsmoeilijkheden van de BV tijdig bij de fiscus meldt, kun je echter toch aansprakelijk zijn als er sprake is van onbehoorlijk bestuur. De inspecteur moet dit dan bewijzen.

Betalingsverplichtingen
In bovenstaande zaak had de fiscus gesteld dat er sprake was van onbehoorlijk bestuur en had daarom de bestuurder aansprakelijk gesteld. Uit de feiten bleek dat de BV financiële verplichtingen was aangegaan voor een bedrag van €60.000 per maand. De BV was voor deze verplichtingen afhankelijk van de financiering door een Chinese financier, zonder dat zekerheid bestond dat deze financier de verplichtingen ook daadwerkelijk zou nakomen.

Geen bankkredieten
De BV beschikte ook niet over eigen vermogen, noch over bankkredieten. Daardoor werd bewust het risico genomen dat niet meer voldaan zou kunnen worden aan de aangegane verplichtingen.

Redelijk denkend bestuurder
De rechtbank was dan ook van mening dat een redelijk denkend bestuurder niet voor deze financieringsstructuur en de daarmee gepaard gaande risico’s zou hebben gekozen. Er was volgens de rechtbank dan ook sprake van onbehoorlijk bestuur en de inspecteur had de bestuurder terecht aansprakelijk gesteld voor de belastingschulden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-22T09:30:36+01:0022 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Pas op voor bestuurdersaansprakelijkheid

  • Zonder controle eerdere jaren geen ‘nieuw feit’

Zonder controle eerdere jaren geen ‘nieuw feit’

Als de fiscus een navorderingsaanslag op wil leggen, is daar in de regel een ‘nieuw feit’ voor nodig. Dit is een feit dat de inspecteur bij het opleggen van de aanslag niet bekend was en redelijkerwijs ook niet bekend kon zijn. Hiervan is onder omstandigheden geen sprake als de inspecteur verzuimd heeft aanslagen uit eerdere jaren te beoordelen, aldus een uitspraak van de rechtbank Breda.

Voortdurende verliezen niet opgemerkt
In de betreffende zaak ging het om een belastingplichtige die naast zijn baan in loondienst een webshop en borduurstudio exploiteerde. Hiermee behaalde hij gedurende veertien jaren alleen maar verliezen. Doordat er positieve inkomsten uit dienstbetrekking tegenover stonden, was het inkomen per saldo toch steeds positief en had de inspecteur de verliezen niet opgemerkt.

Navorderen mogelijk?
De inspecteur merkte de verliezen bij het opleggen van de aanslag over 2016 wel op en liet ze niet in aftrek toe. Ook vorderde hij na over het jaar 2015. Voor de rechter speelde de vraag of dit wel mogelijk was.

Nieuw feit?
Concreet ging het om de vraag of de inspecteur over een ‘nieuw feit’ beschikte. Duidelijk was dat hij de verliezen in eerdere jaren niet had opgemerkt omdat het inkomen per saldo nog positief was geweest. De rechter was van mening dat een nieuw feit ontbrak. De inspecteur had bij het beoordelen van de aangiftes ook aandacht moeten besteden aan eerdere jaren. Nu dit niet was gebeurd, kon dit achteraf niet via een navordering ongedaan gemaakt worden.

Let op! Volgens de uitspraak is ook van belang dat de verliezen wel zouden zijn opgemerkt als de aangiftes uit eerdere jaren wel normaal beoordeeld zouden zijn. In dat geval zou er ook aanleiding zijn geweest nader onderzoek te doen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-15T09:52:23+01:0015 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Zonder controle eerdere jaren geen ‘nieuw feit’