rechtbank

  • Exacte rittenregistratie niet vereist bij bijtellingsregeling

Exacte rittenregistratie niet vereist bij bijtellingsregeling

Als aan jou een auto van de zaak ter beschikking staat, is in beginsel bijtelling voor privégebruik van toepassing. Alleen als je overtuigend kunt aantonen dat je niet meer dan 500 kilometer privé hebt gereden, krijg je geen bijtelling. Een exacte rittenregistratie is hiervoor niet vereist.

Belastingdienst in de fout
In een zaak voor de rechtbank Noord-Nederland ging de Belastingdienst bij de beoordeling van een rittenregistratie meermaals in de fout. Zo constateerde de Belastingdienst verschillen in de opgegeven aantallen kilometers van verschillende routes aan de hand van Google Maps. Deze verschillen bestonden in werkelijkheid niet.

Exacte aantallen niet vereist
Ook ging de Belastingdienst de fout in door ritten op honderden meters nauwkeurig te berekenen. Ook dit is volgens de rechter niet de bedoeling. Van belang is slechts dat overtuigend wordt aangetoond dat het aantal kilometers dat privé is gereden niet meer dan 500 bedraagt.

Vrije bewijsleer
Hoe je aantoont dat je daadwerkelijk niet meer kilometers gereden hebt, is niet van belang. Een rittenregistratie is namelijk niet vereist en bewijs kan dus ook op andere wijze worden geleverd.

Zware aanhanger
De rechtbank achtte ook van belang dat er gereden is met een grote auto met zware aanhanger om hiermee onder andere metaal te vervoeren. Om deze reden was er dan ook regelmatig over hoofdwegen gereden om zo ritten door dorpen te vermijden.

Heel klein verschil is niet van belang
De rechtbank stelt ook letterlijk ‘niet warm of koud te worden’ van een verschil van één kilometer, omdat zo’n verschil logisch is en nu eenmaal van tijd tot tijd voorkomt als er op hele kilometers wordt afgerond en geregistreerd. Van belang is slechts dat de 500 km privé niet wordt overschreden. De rechtbank verminderde dan ook de navorderingen en schrapte hierin de bijtellingen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-02T09:36:19+01:003 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Exacte rittenregistratie niet vereist bij bijtellingsregeling

  • Herinvesteringsreserve van toepassing op fosfaatrechten?

Herinvesteringsreserve van toepassing op fosfaatrechten?

Zijn fosfaatrechten een bedrijfsmiddel? Op deze vraag heeft de rechtbank Gelderland onlangs antwoord gegeven in een procedure waarin het ging om toepassing van een herinvesteringsreserve.

Herinvesteringsreserve (HIR)
De HIR is een faciliteit waarbij je de boekwinst bij verkoop van een bedrijfsmiddel reserveert en deze afboekt op een ander aan te schaffen bedrijfsmiddel. De boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel wordt daardoor verlaagd met de HIR, wat betekent dat je er minder op kunt afschrijven. Zodoende betaal je toch belasting over de boekwinst, maar nu gespreid.

Bedrijfsmiddel of niet?
In bovengenoemde zaak boog de rechtbank zich eerst over de vraag of fosfaatrechten wel aangemerkt kunnen worden als bedrijfsmiddel. Volgens de rechtbank is dit het geval. Uit de wetsgeschiedenis blijkt namelijk dat ook onlichamelijke zaken, zoals octrooien, een bedrijfsmiddel kunnen zijn. Dit geldt volgens de rechtbank ook voor fosfaatrechten.

Voorgenomen verkoop
De inspecteur probeerde de vorming van een HIR op de verkoopwinst van de fosfaatrechten verder nog te voorkomen door aan te geven dat de belastingplichtige het voornemen had de fosfaatrechten niet te gebruiken. Volgens de inspecteur was het doel slechts de rechten te verkopen. De rechtbank ging hierin niet mee, omdat uit de feiten bleek dat het teruglopen van de veestapel voortvloeide uit de bedrijfsuitoefening. De intentie om een melkveehouderij te exploiteren en zelfs uit te breiden was er wel degelijk geweest en dus was de vorming van een HIR toegestaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-23T09:40:08+01:0028 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Herinvesteringsreserve van toepassing op fosfaatrechten?

  • Geen gebruikersheffing OZB vanwege Corona

Geen gebruikersheffing OZB vanwege Corona

Een bioscoop die tijdens de Coronacrisis verplicht gesloten was, hoeft geen OZB-gebruikersheffing te betalen. Dit besliste de rechtbank Limburg onlangs. De bioscoop kon op de peildatum namelijk niet gebruikt worden door de exploitant.

Gebruikersheffing OZB
Eigenaren van woningen en niet-woningen, zoals kantoren, betalen de OZB-heffing voor eigenaren. Daarnaast betalen de gebruikers van niet-woningen zoals huurders ook onroerende zaakbelasting, de zogenaamde gebruikersheffing. Voor woningen geldt geen gebruikersheffing.

Gesloten wegens Corona
Vanwege de Coronacrisis waren de afgelopen jaren gedurende langere periodes publiek toegankelijke ruimtes gesloten. Om het besmettingsgevaar te beteugelen waren bijvoorbeeld bioscopen en de horeca niet of maar beperkt toegankelijk.

Bioscoop buiten gebruik
Vanwege de onmogelijkheid de bioscoop te gebruiken, vocht de gebruiker ervan zijn aanslag OZB voor het gebruikersdeel voor het jaar 2022 aan. De gebruiker stelde dat hij het gebruikersdeel niet verschuldigd was, aangezien op de peildatum 1 januari 2021 het gebruik als bioscoop was verboden.

Ter beschikking staan is onvoldoende
De rechter was het hiermee eens en vernietigde de aanslag. Dat de bioscoop wel ter beschikking stond was onvoldoende, aangezien er geen alternatieve activiteiten in de bioscoop hadden plaatsgevonden of plaats hadden kunnen vinden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-22T21:17:02+01:0023 december 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

Geen gebruikersheffing OZB vanwege Corona

  • Hoge Raad akkoord met verplichte aangifte loonheffingen via eHerkenning

Hoge Raad akkoord met verplichte aangifte loonheffingen via eHerkenning

De Hoge Raad is van mening dat werkgevers voor hun aangiften loonheffingen verplicht kunnen worden gebruik te maken van eHerkenning. Ook het feit dat hieraan kosten verbonden zijn, is in beginsel geen bezwaar.

EHerkenning
EHerkenning is een veilig, gedigitaliseerd communicatiemiddel waarmee inmiddels met tal van overheidsinstanties gecommuniceerd kan worden. Het gebruik ervan is echter niet kosteloos en moet worden aangeschaft bij een commerciële partij.

Aangifte doen
Het gebruik van eHerkenning is verplicht voor het doen van de aangiften vennootschapsbelasting en loonbelasting alsmede voor de aangifte omzetbelasting door rechtspersonen.

Wettelijke basis?
Volgens een uitspraak van de rechtbank Arnhem zou een wettelijke basis om eHerkenning verplicht te stellen, ontbreken. Volgens de Hoge Raad is die wettelijke basis er echter wel degelijk.

Kosten niet onevenredig
De Hoge Raad is ook van mening dat het in beginsel geen bezwaar is dat aan een wettelijke administratieve verplichting, als het doen van aangifte, kosten verbonden zijn. De Hoge Raad merkt hierbij wel op dat deze niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot het na te streven doel. De jaarlijkse kosten van eHerkenning die een belastingplichtige moet maken, bedragen ongeveer €20 à €25. De Hoge Raad acht deze kosten voor het doen van de aangifte loonheffingen niet onevenredig en stelt de fiscus ook op dit punt in het gelijk.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-16T08:49:44+01:0016 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoge Raad akkoord met verplichte aangifte loonheffingen via eHerkenning

  • Aftrek BTW alleen bij afgescheiden ruimtes?

Aftrek BTW alleen bij afgescheiden ruimtes?

Als je een pand zowel voor belaste als vrijgestelde prestaties gebruikt, kun je de aftrek van BTW alleen baseren op het werkelijke gebruik als de ruimtes in het pand zijn afgescheiden. Hoe zit dit?

Voorbelasting
Als ondernemer mag je de door jou betaalde BTW op zakelijke uitgaven, de voorbelasting, in beginsel in aftrek brengen als je zelf ook belaste prestaties verricht. Verricht je ook vrijgestelde prestaties, dan mag dit maar ten dele.

Omzet als uitgangspunt
Jouw omzetverhouding is voor wat betreft de verdeling in ‘aftrekbaar’ en ‘niet-aftrekbaar’ het uitgangspunt. Is het werkelijke gebruik aantoonbaar een betere indicatie, dan wordt de aftrek gebaseerd op het werkelijke gebruik.

Ruimtes niet afgescheiden
In een rechtszaak die speelde bij de rechtbank Zeeland West-Brabant wilde een fysiotherapeut de aftrek van BTW op zijn pand berekenen op basis van het werkelijke gebruik van de ruimtes voor belaste en vrijgestelde prestaties. De betreffende ruimtes waren echter niet afgescheiden door deuren, zodat de inspecteur de berekening niet volgde. De rechtbank steunde de inspecteur hierin.

Niet objectief en nauwkeurig te bepalen
Volgens de rechtbank was het exacte gebruik van de ruimtes voor belaste en vrijgestelde prestaties niet objectief en nauwkeurig te bepalen. De fysiotherapeut had tijdens het hoorgesprek zelf toegegeven dat bepaalde ruimtes gemengd werden gebruikt, hoewel hiervoor de BTW volledig was teruggevraagd. Ook bleek uit de bouwtekeningen dat bepaalde ruimtes niet met deuren konden worden afgesloten, zodat niet te bepalen was of deze voor belaste dan wel vrijgestelde prestaties werden gebruikt. De teruggaafbeschikking bleef dan ook in stand.

Tip! Heb je vragen over jouw werkruimte en de fiscale mogelijkheden? Neem dan contact met ons op voor advies.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-05T09:00:14+01:002 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aftrek BTW alleen bij afgescheiden ruimtes?

  • Duidelijke overeenkomst voorkomt problemen verdeling ouderdomspensioen bij echtscheiding

Duidelijke overeenkomst voorkomt problemen verdeling ouderdomspensioen bij echtscheiding

Bij echtscheiding valt ouderdomspensioen meestal onder de werking van de Wet Verevening pensioenrechten bij scheiding. Als (ex-)partners afwijken van deze wet en de standaardverevening willen uitsluiten, is het noodzaak dat die afspraken duidelijk staan beschreven in een overeenkomst.

De Wet Verevening pensioenrechten bij scheiding
Verevening van ouderdomspensioenen betekent dat het pensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, bij helften wordt verdeeld. Als partijen op tijd hun scheiding doorgeven (binnen 2 jaar), wordt de verevening door de pensioenuitvoerder automatisch verwerkt in de administratie. Hierdoor ontvangt de ex-partner bij het bereiken van de pensioenleeftijd van degene die het pensioen heeft opgebouwd het aan hem/haar toekomende deel maandelijks op zijn/haar eigen rekening. Nuttige informatie over de wet staat beschreven in het informatieblad van de Rijksoverheid.

Let op! Deze wet geldt dus alleen voor ouderdomspensioen dat via een werkgever is opgebouwd. Dit pensioen staat vermeld op het pensioenoverzicht (www.mijnpensioenoverzicht.nl). Andere vormen van oudedagsvoorzieningen vallen niet onder de werking van deze wet.

Mogelijkheden tot afwijking van de wet
Als ex-partners geen afspraken maken over het ouderdomspensioen, dan geldt de wet. Ex-partners kunnen in een overeenkomst afwijken van deze wet. Dit kan bij huwelijkse voorwaarden of in een echtscheidingsconvenant. (Ex-)partners kunnen bijvoorbeeld afspreken dat ieder zijn/haar eigen opgebouwde pensioen behoudt.
Als (ex-)partners afwijken van de wet en de standaardverevening willen uitsluiten, is het noodzaak dat die afspraken duidelijk staan beschreven in de overeenkomst. Hierover is recentelijk geprocedeerd bij rechtbank Noord-Holland.

Wat was het geval?
Partijen hadden in een echtscheidingsconvenant de wet van toepassing verklaard. Er werden twee polissen op naam van de man bij Nationale Nederlanden in het convenant genoemd. De man had bij Nationale Nederlanden onder nog twee andere polissen pensioen opgebouwd, maar die twee polissen stonden niet benoemd in het convenant. De man vond dat de polissen die niet in het convenant stonden, niet verevend hoefden te worden en dus alleen aan hem toekwamen. Hij gaf aan dat partijen over die polissen geen afspraak hadden gemaakt. De mediator van partijen had verklaard dat het de bedoeling was om niet alle polissen te verevenen, maar alleen de polissen in het convenant. De vrouw vond dat uit het convenant bleek dat partijen juist voor de standaardverevening hadden gekozen en dat alle polissen dus moesten worden verevend.

Afwijken kan alleen door expliciete schriftelijke afspraken
De vrouw kreeg van de rechtbank in deze zaak gelijk. Ondanks het feit dat alleen voor de twee polissen in het convenant de Wet Verevening pensioenrechten bij scheiding van toepassing is verklaard, wil dit namelijk niet zeggen dat de andere polissen niet onder de wet vallen. Afwijken van de wet moet schriftelijk en in bewoordingen waaruit expliciet blijkt dat partijen geen verevening willen. Zij moeten de wet duidelijk uitsluiten. De bedoeling van partijen is dus niet leidend. Bovenstaande geldt ook voor het bijzonder partnerpensioen.

Tip! Het advies is om tijdens de echtscheidingsprocedure duidelijk te krijgen welke ouderdomspensioenen er tijdens het huwelijk zijn opgebouwd, of deze onder de Wet Verevening pensioenrechten bij scheiding vallen én of partijen van de wet willen afwijken of de standaardverevening willen toepassen. De afspraken moet zorgvuldig en expliciet worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. Zeker als partijen van de wet willen afwijken, moet dit duidelijk uit de tekst van de schriftelijke overeenkomst blijken.

Let op! De Wet Verevening pensioenrechten bij scheiding zal in de toekomst veranderen. Verevening zal niet langer de standaard zijn. Conversie van pensioen wordt het uitgangspunt. De nieuwe wet (Wet pensioenverdeling bij scheiding) is in behandeling bij de Tweede Kamer. De inwerkingtreding is voorlopig uitgesteld tot 2027.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-21T13:43:52+02:0021 juli 2022|Geen categorie, Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Duidelijke overeenkomst voorkomt problemen verdeling ouderdomspensioen bij echtscheiding

  • Advocaat-generaal vraagt mening Hoge Raad over eHerkenning

Advocaat-generaal vraagt mening Hoge Raad over eHerkenning

De adviseur van de Hoge Raad, de advocaat-generaal, heeft de Hoge Raad gevraagd uitspraak te doen over de plicht om voor de aangiftes loon- en vennootschapsbelasting eHerkenning te gebruiken.

EHerkenning
EHerkenning is een veilig gedigitaliseerd communicatiemiddel waarmee inmiddels met enige honderden overheidsinstanties gecommuniceerd kan worden. Het gebruik ervan is echter niet kosteloos en moet worden aangeschaft bij een commerciële partij.

Let op! EHerkenning is verplicht voor bedrijven voor de aangifte loon- en/of vennootschapsbelasting en voor de BV die BTW-aangifte moet doen.

Uitspraak rechtbank Arnhem
De rechtbank in Arnhem oordeelde onlangs echter dat er geen wettelijke basis is voor de verplichting om eHerkenning te gebruiken voor de loonaangifte. Een belastingplichtige die geweigerd had hiervoor eHerkenning te gebruiken, werd dan ook in het gelijk gesteld. Omdat deze belastingplichtige geen loonheffing verschuldigd bleek te zijn, kon de Belastingdienst niet tegen de uitspraak in beroep gaan.

Mening Hoge Raad
Volgens de advocaat-generaal is het van belang om te weten of de Hoge Raad de mening van de rechtbank deelt. Daarom heeft hij de zaak ‘in het belang der wet’ zelf aan de Hoge Raad voorgelegd. Dit is uitsluitend bedoeld om duidelijkheid te verkrijgen over de al dan niet wettelijke status van het verplichte gebruik van eHerkenning. De uitspraak van de Hoge Raad heeft dan ook geen gevolgen voor de betrokken partij.

Let op! Zolang er geen uitspraak is van de Hoge Raad, adviseren wij je om eHerkenning te gebruiken voor jouw aangiftes.
Wij houden je op de hoogte van de ontwikkelingen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-11T09:51:18+02:0011 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Advocaat-generaal vraagt mening Hoge Raad over eHerkenning

  • Wat als u het niet eens bent met het geboden rechtsherstel box 3?

Wat als u het niet eens bent met het geboden rechtsherstel box 3?

Als je tegen de box 3-heffing in jouw aanslagen inkomstenbelasting 2017, 2018, 2019 en/of 2020 tijdig bezwaar maakte, beoordeelt de Belastingdienst vóór 4 augustus of en zo ja welk rechtsherstel je krijgt. Wat kun je nog doen als je het niet eens bent met dat rechtsherstel?

Rechtsherstel box 3
Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement.
Eind april 2022 werd bekend dat iedereen die tijdig bezwaar maakte tegen de box 3-heffing in de aanslagen inkomstenbelasting vanaf 2017 automatisch vóór 4 augustus 2022 rechtsherstel krijgt.

Verweer tegen rechtsherstel
Na dit automatisch rechtsherstel bestaat in principe geen mogelijkheid meer om daartegen in beroep te gaan. De Hoge Raad heeft op 20 mei 2022 echter uitgelegd wat je nog wel kunt doen.
Als je je niet kunt vinden in de berekening van het rechtsherstel kun je een verzoek om ambtshalve vermindering indienen bij de Belastingdienst. Wijst de Belastingdienst dit af, dan kun je daartegen in bezwaar en eventueel in beroep bij de belastingrechter. Op deze manier kun je, via een omweg, alsnog het rechtsherstel voorleggen aan de rechter.

Lopende rechtsprocedures
Op 4 februari verklaarde de staatssecretaris van Financiën alle als massaal bezwaar aangewezen bezwaarschriften over de box 3-heffing gegrond. De Hoge Raad oordeelde op 20 mei 2022 ook dat rechtbanken en gerechtshoven zich in procedures vanaf 4 februari 2022 ook mogen uitspreken over de gevolgen voor box 3 van de uitspraak van de Hoge Raad van 24 december 2021. Hierdoor kunnen rechtbanken en gerechtshoven vanaf 4 februari 2022 bij de behandeling van een individueel beroep ook het rechtsherstel naar aanleiding van de uitspraak van 24 december 2021 meenemen. Heb je dus al een zaak lopen bij een rechtbank of een gerechtshof over box 3, dan is gesplitste behandeling niet langer nodig.

Let op! Lag jouw zaak voor 4 februari 2022 al bij de Hoge Raad? Dan is deze gezamenlijke behandeling helaas niet mogelijk en moet je alsnog twee procedures doorlopen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-24T16:18:00+02:0024 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wat als u het niet eens bent met het geboden rechtsherstel box 3?

  • Woonplaatsvoorwaarde in Nederland bij TOZO onrechtmatig

Woonplaatsvoorwaarde in Nederland bij TOZO onrechtmatig

Ondernemers die tijdens de Coronacrisis onder het sociaal minimum terecht kwamen, konden een beroep doen op de TOZO-regeling (Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers). Om voor de TOZO in aanmerking te komen, moest een ondernemer met een bedrijf in Nederland, ook in Nederland wonen. Volgens de rechter is deze voorwaarde onrechtmatig.

TOZO
De TOZO voorzag in een uitkering voor levensonderhoud en de mogelijkheid tot het afsluiten van een lening voor bedrijfskapitaal. Voor het recht op een uitkering voor levensonderhoud was vereist dat men ook in Nederland woonde.

Beperking vrijheid van vestiging
Volgens de rechtbank betekent deze voorwaarde een beperking van de vrijheid van vestiging. Wie immers met een bedrijf in Nederland woonde, had wél recht op de TOZO.

Onvoldoende onderbouwing
Volgens de rechtbank is de eis ook onvoldoende onderbouwd. De groep TOZO-gerechtigden is beperkt en dat geldt ook voor de uitkeringsduur. Volgens de rechtbank leidt het loslaten van de voorwaarde dus niet tot onevenredige belasting van het bijstandsstelsel. Ook ziet de rechtbank niet in waarom de voorwaarde nodig is voor de controle op de rechtmatigheid van een uitkering. Deze controle kan immers ook met medewerking van buitenlandse autoriteiten plaatsvinden.

Gevolgen?
De gevolgen van de uitspraak zijn nog niet duidelijk en afhankelijk van de vraag of deze beperkt is tot de ondernemers die zelf ook bezwaar tegen de weigering tot verstrekking van TOZO hebben gemaakt. Zodra er meer duidelijkheid is, informeren we je zo snel mogelijk.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-19T11:58:47+02:0019 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Woonplaatsvoorwaarde in Nederland bij TOZO onrechtmatig

  • Belastingaanslag vervalt bij overschrijding definitieve termijn

Belastingaanslag vervalt bij overschrijding definitieve termijn

Als de Belastingdienst niet binnen drie jaar een definitieve aanslag inkomstenbelasting oplegt, dan vervalt het recht om dat alsnog te doen. Bij twijfel over de termijn moet de Belastingdienst bewijzen dat de definitieve aanslag inkomstenbelasting op tijd ter post bezorgd is.

Termijn opleggen definitieve aanslag
Als de Belastingdienst een definitieve aanslag inkomstenbelasting wil opleggen, moet dit binnen drie jaar na afloop van het jaar waarop de aanslag betrekking heeft. Zo moest een definitieve aanslag inkomstenbelasting 2018 uiterlijk 31 december 2021 zijn opgelegd.

Let op! Als je uitstel hebt aangevraagd voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting, wordt de termijn van drie jaar met de termijn van dit uitstel verlengd. Vroeg je bijvoorbeeld uitstel voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting 2018 en kreeg je dat voor 4 maanden, dan is de uiterste termijn niet 31 december 2021 maar 30 april 2022.

Bewijs tijdige verzending
Als je een definitieve aanslag na afloop van de termijn van drie jaar ontvangt, moet de Belastingdienst bewijzen dat het aanslagbiljet op tijd ter post is bezorgd, dat wil zeggen op of vóór het einde van de termijn van drie jaar. Kan de Belastingdienst dat niet, dan komt de aanslag te vervallen.

Zo liet een rechtbank de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2014 van een belastingplichtige vervallen. De belastingplichtige stelde dat zijn definitieve aanslagbiljet inkomstenbelasting 2014 te laat was toegezonden. De Belastingdienst kon aan de rechtbank geen enkel stuk laten zien waaruit aannemelijk werd dat het aanslagbiljet wel op tijd was toegezonden. De rechtbank vond het onvoldoende dat de Belastingdienst alleen stelde dat de aanslag per reguliere post op tijd aan de belastingplichtige was verzonden.

Gevolg was dat de rechtbank het aannemelijk vond dat het aanslagbiljet niet op tijd was verzonden. De rechtbank liet daarom de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2014 vervallen.

Bewijs aanvraag uitstel aangifte?
De rechtbank achtte ook aannemelijk dat de belastingplichtige niet om uitstel voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting 2015 had verzocht. De Belastingdienst was van mening dat de termijn voor het opleggen van de definitieve aanslag afliep op 30 april 2019, omdat voor vier maanden uitstel voor het indienen van de aangifte was verleend.

De belastingplichtige stelde echter dat hij nooit om dat uitstel had verzocht. De Belastingdienst kon alleen een uitdraai uit het automatiseringssysteem laten zien waaruit bleek dat uitstel was verleend. De Belastingdienst kon echter geen officieel uitstelverzoek, of een kopie hiervan, laten zien of op andere wijze aannemelijk maken dat de belastingplichtige ook verzocht had om uitstel.

De rechtbank vond daarom dat niet aannemelijk was dat de belastingplichtige om uitstel had verzocht. Het was onvoldoende dat de Belastingdienst dit uitstel klaarblijkelijk wel had verleend.

Belastingaanslag vervallen
Gevolg was dat de termijn voor het opleggen van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015 volgens de rechtbank afliep op 31 december 2018. De definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015 die pas in 2019 ter post was bezorgd, was daarom niet op tijd verzonden. De rechtbank liet daarom ook de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015 vervallen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-23T08:44:33+02:0023 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Belastingaanslag vervalt bij overschrijding definitieve termijn