NBC

  • Sparen en beleggen iets minder zwaar belast

Sparen en beleggen iets minder zwaar belast

Sparen en beleggen wordt volgend jaar iets minder zwaar belast. Dit blijkt uit de stukken die op Prinsjesdag zijn gepresenteerd.

Belasting box 3
De belasting op sparen en beleggen vindt plaats via een heffing op het privévermogen dat zich in box 3 bevindt. In deze box wordt voor sparen en beleggen uitgegaan van een forfaitair rendement, los van de vraag of dit rendement ook daadwerkelijk wordt behaald.

Heffingsvrij vermogen
Belastingplichtigen hebben in box 3 ieder ook recht op een vrijstelling van een deel van het vermogen. Voor 2022 bedraagt dit €50.650 per persoon, zodat fiscale partners samen recht hebben op een vrijstelling van €101.300. Dit is €1.300 ofwel 1,3% meer vanwege de inflatiecorrectie.

Rendement lager
Vanwege het feit dat de rendementen de afgelopen tijd zijn gedaald, is ook het forfaitaire rendement lager vastgesteld. Box 3 kent drie schijven, waarvoor het forfaitaire rendement is bepaald op 1,82%, 4,37% en 5,53%. De eerste schijf is van toepassing op de eerste €50.000 van het belastbare vermogen, de tweede schijf op de volgende €900.000 en de derde schijf op het meerdere van het vermogen.

Wat scheelt dat nu?
Hoeveel minder belasting in box 3 je gaat betalen, hangt af van de omvang van je vermogen. Zo betalen fiscale partners met een vermogen van €500.000 nu €4.774 aan belasting in box 3 en volgend jaar €4.596, ofwel €178 minder. Bezitten ze een vermogen van €1.500.000, dan betalen ze nu €18.728 en in 2022 €18.132, ofwel €596 minder.

Let op! Alle plannen moeten nog door het parlement worden goedgekeurd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-29T09:16:32+02:0029 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Sparen en beleggen iets minder zwaar belast

  • Extra steun voor nachthoreca

Extra steun voor nachthoreca

De nachthoreca, zoals discotheken en nachtclubs, mogen voorlopig na middernacht nog niet open. Daarom heeft het kabinet besloten voor deze sector een extra financiële steunmaatregel te treffen, de VLN.

VLN
De VLN staat voor vaste lasten nachtsluiting horeca. De VLN is beschikbaar voor ondernemers die in het vierde kwartaal van dit jaar minstens 50% minder omzet draaien dan in het vierde kwartaal van 2019. Ook moeten de ondernemers in het tweede en derde kwartaal van dit jaar de TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten) hebben ontvangen. De VLN richt zich daarmee op bedrijven die met langdurig omzetverlies te maken hebben.

Omvang VLN
Via de VLN kan een oplopend percentage van de vaste lasten vergoed worden, variërend van 50% tot maximaal 85%. In de VLN wordt een maximaal subsidiebedrag gehanteerd van €250.000 per aanvraag en de VLN is daarmee met name gericht op kleinere ondernemingen die minder mogelijkheden hebben zich aan te passen. Een extra voorwaarde is wel dat de ondernemer in totaal niet meer dan €1,8 miljoen overheidssteun voor vaste lasten krijgt tussen maart 2020 en december 2021.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-28T09:12:11+02:0028 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Extra steun voor nachthoreca

  • Top 10 Prinsjesdag 2021

Top 10 Prinsjesdag 2021

Welke belangrijke fiscale voorstellen voor ondernemers kwamen op Prinsjesdag uit het koffertje van de demissionair minister van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste op een rij.

1. Onbelaste thuiswerkvergoeding van €2
Per 1 januari 2022 kun je de werknemers een onbelaste thuiswerkkostenvergoeding geven van maximaal €2 per dag. Dit bedrag is gebaseerd op een berekening van het Nibud van de gemiddelde extra kosten voor bijvoorbeeld koffie en verwarming per thuis gewerkte dag. Voor het inrichten van een thuiswerkplek kon je onder bepaalde voorwaarden al een onbelaste vergoeding geven. Ook blijft een onbelaste reiskostenvergoeding van maximaal €0,19 per kilometer voor woon-werkverkeer bestaan voor de dagen dat de werknemer naar kantoor gaat.

Let op! Je mag de werknemers op de dag dat zij thuiswerken geen reiskostenvergoeding van €0,19 verstrekken. Dit betekent dat je bij een vergoeding voor thuiswerken en reiskosten altijd per dag de kostenvergoeding moet vaststellen. Je kunt er ook voor kiezen om aan te sluiten bij een door de wetgever goedgekeurde praktische regeling.

2. Aandelenopties voor werknemer wordt aantrekkelijker
Het wordt aantrekkelijker om werknemers in aandelenopties uit te betalen. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld start-ups en scale-ups gemakkelijker talent aantrekken en wordt een stimulans gegeven aan de ontwikkeling van nieuwe bedrijven in Nederland.

Momenteel wordt belasting betaald over aandelenopties op het moment dat het verkregen optierecht wordt omgezet in aandelen. Het nadeel van dit heffingsmoment is dat werknemers (en de werkgever) direct belasting betalen, terwijl ze de aandelen niet altijd al mogen verkopen of voldoende geld hebben om de belasting te betalen.

Een werknemer kan vanaf 1 januari 2022 zelf kiezen wanneer belasting wordt geheven:

  • op het moment waarop de aandelen verhandelbaar zijn en er daardoor wel geld beschikbaar is, of:
  • op het moment dat de opties worden omgezet in aandelen (huidige regeling).

3. Verlaging gebruikelijk loon innovatieve start-ups verlengd met een jaar
Voor 2022 is het nog steeds mogelijk om een verlaging van het gebruikelijk loon toe te passen voor DGA’s van innovatieve start-ups. Dit zorgt ervoor dat de liquiditeitspositie van deze DGA’s wordt verbeterd. Deze regeling zou oorspronkelijk per 1 januari 2022 vervallen, maar deze einddatum wordt met één jaar verschoven.

4. De Milieu-investeringsaftrek (MIA) wordt verhoogd
Al jaren stimuleert de overheid bedrijven om te investeren in innovatieve, milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen met de Milieu-investeringsaftrek (MIA). Met de MIA mogen ondernemingen een percentage van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Zij hoeven dan minder inkomsten- of vennootschapsbelasting te betalen.

Per 1 januari 2022 worden de percentages verhoogd, zodat je een hogere aftrek kunt krijgen. Milieuvriendelijke investeringen worden daarmee aantrekkelijker. De MIA kent nu drie percentages: 13,5%, 27% en 36%. Vanaf 1 januari 2022 worden deze steunpercentages verhoogd naar 27%, 36% en 45%.

Tip! Overweeg milieuvriendelijke investeringen uit te stellen tot 2022!

Op de Milieulijst staat aangegeven welk percentage geldt voor een milieuvriendelijk bedrijfsmiddel. RVO vernieuwt de Milieulijst aan het einde van ieder jaar. In combinatie met de Vervroegde afschrijving milieu-investeringen (Vamil) kan het netto belastingvoordeel oplopen tot ruim 14% van het investeringsbedrag.

5. Bevordering aanschaf emissievrije auto
De overheid wil de aanschaf van emissievrije auto’s (EV) blijven bevorderen, ook al kost het de overheid meer geld dan zij had verwacht. Daarom stelt het kabinet het volgende voor:

  • het bijtellingspercentage voor privégebruik van een zakelijke auto wordt afgebouwd zoals afgesproken in het Klimaatakkoord. In 2022 is de korting 6% en daarmee komt de bijtelling op 16% (normaal tarief is 22%);
  • de catalogusprijs waarover de korting op het bijtellingspercentage voor emissievrije auto’s geldt, wordt verlaagd. In 2022 wordt dit €35.000 en vanaf 2023 €30.000;
  • het budget voor de subsidieregeling voor emissievrije bestelauto’s en particuliere personenauto’s wordt verhoogd.

6. Beperkingen in de Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)
In de belastingplannen zijn twee voorstellen opgenomen met betrekking tot de Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK):

  • het kabinet stelt voor vanaf 1 januari 2022 de maximale IACK met €318 per jaar te verlagen (IACK bedraagt in 2022 maximaal €2.534 en in 2021 maximaal €2.815);
  • buitenlands belastingplichtigen met een partner komen in aanmerking voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK), terwijl dat niet altijd de bedoeling is. Het gaat bijvoorbeeld om mensen die in Nederland werken, maar in het buitenland wonen met een niet-werkende echtgenoot en een kind onder de 12 jaar. Het kabinet wil de IACK-toekenning bij buitenlandse belastingplichtigen per 1 januari 2022 wijzigen door de uitzondering op het begrip fiscaal partner niet te laten gelden voor de IACK.

7. Geen verrassingen in de tarieven inkomsten- en vennootschapsbelasting
De tarieven in de inkomstenbelasting blijven gelijk aan het voorstel zoals dit is gedaan in het belastingplan van vorig jaar. In 2022 betekent dit het volgende:

Tarief inkomstenbelasting/premie volksverzekering 2022 
Belastbaar inkomen
meer dan (€)
maar niet meer
dan (€)
Tarief 2022 (%)
1e schijf 69.398 37,07
2e schijf 69.398 49,50

 

Ook het tarief in de vennootschapsbelasting voor 2022 blijft zoals dit eerder bekend is gemaakt:

Vennootschapsbelasting 2021 2022
Winst tot € 245.000/€ 395.000 15,0% 15,0%
Winst boven € 245.000/€ 395.000 25,0% 25,0%

8. Wijziging verrekening voorheffing met vennootschapsbelasting
Het Hof van Justitie EU heeft in een rechterlijke uitspraak aangegeven dat binnenlandse en buitenlandse ondernemingen gelijk moeten worden behandeld. Ook in Nederland worden binnenlandse ondernemingen anders behandeld dan buitenlandse ondernemingen op het gebied van de teruggave van voorheffingen in de vennootschapsbelasting zoals dividendbelasting. Om de Nederlandse wetgeving in overeenstemming te krijgen met het EU-recht, stelt het kabinet het volgende voor:

  • bedrijven kunnen vooraf betaalde dividendbelasting en kansspelbelasting (voorheffingen) alleen nog verrekenen met te betalen vennootschapsbelasting. Er vindt dus geen teruggaaf meer plaats;
  • het bedrijf kan de voorheffingen in een later jaar verrekenen met te betalen vennootschapsbelasting. Dit hoeft niet meteen in het eerstvolgende jaar;
  • de niet-verrekende voorheffingen kunnen onbeperkt worden doorgeschoven naar latere jaren.

9. Drie aanpassingen in de eigenwoningregeling
De eigenwoningregeling wordt op drie onderdelen aangepast per 1 januari 2022. De regeling wordt rechtvaardiger door onbedoelde beperkingen op hypotheekrenteaftrek weg te nemen.

Daarom worden op het gebied van de eigenwoningreserve, de aflossingsstand en de bestaande eigenwoningschuld (dit is een lening voor de eigen woning afgesloten voor 1 januari 2013) aanpassingen gedaan om de ervaren beperkingen weg te nemen.

10. Overdrachtsbelasting bij onvoorziene omstandigheden
Sinds 1 januari 2021 betalen starters onder de 35 jaar eenmalig geen overdrachtsbelasting bij aankoop van hun woning. Kopers vanaf 35 jaar die de woning zelf gaan bewonen, betalen 2%. Kopers die de woning niet zelf gaan bewonen, betalen 8%. Het kabinet regelt dat kopers bij onvoorziene omstandigheden na de koop, maar vóór de overdracht, niet automatisch het algemene tarief (8%) betalen. Daarvoor gelden wel bepaalde voorwaarden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-27T10:28:03+02:0027 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Top 10 Prinsjesdag 2021

  • Premies ZW en WGA volgend jaar omhoog

Premies ZW en WGA volgend jaar omhoog

De gemiddelde werkgeverspremies voor de ziektewet (ZW) en voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WGA) gaan volgend jaar omhoog. Dit heeft het UWV bekendgemaakt.

Stijging gemiddeld 17,2% en 7,7%
De ZW-premie stijgt volgend jaar gemiddeld van 0,58% naar 0,68%. Dit komt neer op een gemiddelde premiestijging van 17,2%. De WGA-premie stijgt van 0,78% naar 0,84%, een gemiddelde stijging van 7,7%.

Verschil per sector
De ZW-premie en de WGA-premie verschillen per sector en naar bedrijfsgrootte. Daardoor kunnen individuele verschillen afwijken. Zo bedraagt bijvoorbeeld volgend jaar de ZW-premie voor de taxisector 1,62%, terwijl deze premie voor de verzekeringssector slechts 0,11% bedraagt. Eenzelfde beeld zien we bij de WGA-premie die voor de taxisector 2,26% is en voor de verzekeringssector 0,38%.

De hoogte van de premies voor de WGA en Ziektewet is verder mede afhankelijk van de grootte van de werkgever. Voor kleine werkgevers is een sectorale premie van toepassing.

Oorzaken
De WGA-premie stijgt met name door een toename van uitkeringsgerechtigden, onder meer door een verhoging van de pensioenleeftijd. De verhoging van de ZW-premie wordt met name veroorzaakt door een grotere stijging van de lasten dan verwacht.

Wijziging loonsomgrens
Een andere wijziging betreft de loonsomgrens tussen kleine en middelgrote werkgevers die met ingang van 1 januari 2022 wordt verlegd van 10 naar 25 maal het gemiddelde loon per werknemer. Door deze wijziging neemt het aantal kleine werkgevers toe en het aantal middelgrote werkgevers af.

Let op! De Belastingdienst stuurt voor aanvang van het nieuwe premiejaar een beschikking of mededeling aan elke werkgever met de voor de werkgever geldende premiepercentages WGA en Ziektewet.

Let op! Een werkgever kan ook voor de beide ZW- en WGA-verzekeringen eigenrisicodrager worden. Dat kan per 1 januari en 1 juli. Die aanvraag moet dan wel drie maanden van te voren bij de Belastingdienst zijn ingediend.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-27T09:14:03+02:0027 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Premies ZW en WGA volgend jaar omhoog

  • Je kunt niet betalen? Wat nu met de al afgetrokken BTW?

Je kunt niet betalen? Wat nu met de al afgetrokken BTW?

Soms is een ondernemer niet in staat om zijn facturen te betalen. Door de Coronacrisis speelt dit in een bepaalde branche momenteel meer dan voorheen. Betaal je de facturen niet (op tijd)? Houd er dan rekening mee dat je (mogelijk) de BTW die je eerder in aftrek bracht aan de Belastingdienst, moet terugbetalen.

Terugbetalen BTW na één jaar
Als een ondernemer één jaar na afloop van de betalingstermijn van een factuur deze nog niet betaald heeft, moet hij de BTW die hij eerder voor deze factuur in zijn BTW-aangifte in aftrek bracht, aan de Belastingdienst terugbetalen.

In de reguliere BTW-aangifte
Terugbetalen gebeurt via de periodieke BTW-aangifte. Is bijvoorbeeld op 20 september 2021 één jaar na afloop van de betalingstermijn verstreken, dan betaal je de BTW terug in de aangifte van het derde kwartaal 2021 (als je per kwartaal BTW-aangifte doet) of van september 2021 (als je per maand BTW-aangifte doet).

Let op! Betaalt een ondernemer de BTW niet of te laat terug? Dan kan de Belastingdienst deze BTW naheffen met boete.

Betalingstermijn
Wanneer het moment van BTW terugbetalen is, is afhankelijk van de betalingstermijn die je met de leverancier/opdrachtnemer contractueel hebt afgesproken. Heeft de factuur bijvoorbeeld een dagtekening 5 september 2020 en is de afgesproken betalingstermijn 15 dagen, dan verstreek de betalingstermijn op 20 september 2020. Heb je op 30 september 2021 nog steeds niet betaald? Dan betaal je de BTW, die je eerder in aftrek bracht, terug in de BTW-aangifte derde kwartaal of september 2021.

Let op! Is geen betalingstermijn afgesproken, dan geldt de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de rekening. In bovenstaand voorbeeld verloopt het jaar dan op 4 oktober 2021. Doe je per maand BTW-aangifte, dan betaal je de BTW terug als je op 31 oktober 2021 nog steeds niet betaald hebt. Doe je per kwartaal aangifte, dan ligt deze termijn op 31 december 2021.

Alsnog betalen rekening
Betaalde je de BTW terug aan de Belastingdienst en betaal je later alsnog de factuur aan de leverancier/opdrachtnemer? Dan kun je de BTW weer in aftrek brengen in de periodieke BTW-aangifte.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-22T11:29:38+02:0022 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Je kunt niet betalen? Wat nu met de al afgetrokken BTW?

  • Wat kan er fiscaal wel voor een gezonde lunch?

Wat kan er fiscaal wel voor een gezonde lunch?

Werkgevers die hun personeel voorzien van een gezonde lunch, krijgen hiervoor geen extra fiscale faciliteit. Dit blijkt uit het eerdere antwoord van staatssecretaris Vijlbrief op Kamervragen. Maar wat kan er wel?

Gezonde lunch
De Kamervragen werden gesteld naar aanleiding van berichten in de pers dat een ondernemer ruim €22.000 aan belasting moest betalen omdat hij zijn personeel van een gratis gezonde lunch voorzag. De ondernemer had de gezonde lunch als onbelaste arbovoorziening willen aanmerken, maar die vlieger ging niet op.

Bestaande tegemoetkomingen
In de antwoorden op de Kamervragen verwijst de staatssecretaris naar het feit dat de fiscale wetgeving al een aantal tegemoetkomingen kent voor gezonde lunches. Zo kunnen tussendoortjes in de vorm van groende en fruit belastingvrij worden verstrekt en hoeft een gratis lunch slechts gewaardeerd te worden op een vast bedrag van €3,35, ook als de werkelijke waarde hoger is.

Werkkostenregeling
Daarnaast verwijst de staatssecretaris naar de vrije ruimte in de werkkostenregeling. Door deze te benutten kan de lunch ook belastingvrij aan de werknemer worden verstrekt. Pas als de vrije ruimte wordt overschreden, betaalt de werkgever 80% eindheffing.

Geen Arbo-voorziening
Een gezonde lunch is in fiscaal opzicht geen arbovoorziening en dus niet vrijgesteld. De fiscale vrijstelling is bedoeld voor arbovoorzieningen waarin de werkgever moet voorzien. Te denken valt aan schoenen met stalen neuzen voor in de bouw.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-22T11:05:20+02:0022 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wat kan er fiscaal wel voor een gezonde lunch?

  • Met terugwerkende kracht de BV in? Wees op tijd!

Met terugwerkende kracht de BV in? Wees op tijd!

Heb je een eenmanszaak, VOF of maatschap? Dan is het raadzaam om van tijd tot tijd te beoordelen of de overstap naar een BV raadzaam is. Maak die beoordeling nu. Als je namelijk vóór 1 oktober 2021 actie onderneemt, dan kan de overstap fiscaal zelfs nog met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021.

BV raadzaam?
Er kunnen verschillende motieven zijn om te kiezen voor overstap naar een BV. Het verschil in belastingheffing in de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting kan een motief zijn. Maar ook als dat verschil geen reden is voor een overstap, kan de overstap naar een BV verstandig zijn in verband met bijvoorbeeld aansprakelijkheid en toekomstige bedrijfsoverdracht.

Fiscale motieven
Hoewel de tarieven in de vennootschapsbelasting een stuk lager zijn dan in de inkomstenbelasting, zal over het algemeen pas bij hogere winsten een BV fiscaal voordeliger worden. Dit komt enerzijds door de belasting die je nog betaalt als je de winst uit de BV uitkeert naar privé en anderzijds door de verschillende ondernemersaftrekken die je in de inkomstenbelasting kunt krijgen (denk aan zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling).

Let op! Wanneer een BV fiscaal aantrekkelijker is dan een eenmanszaak, VOF of maatschap is niet eenduidig en zal voor iedereen verschillend zijn. Een grove vuistregel is dat bij een structurele winst vanaf ongeveer €150.000 de overstap naar een BV fiscaal te overwegen is.

Andere motieven
Naast fiscale motieven spelen ook andere afwegingen een rol bij de keuze om over te stappen naar een BV. Denk aan aansprakelijkheid die vanuit een BV beperkter is dan vanuit een eenmanszaak, VOF of maatschap. Maar ook bijvoorbeeld een (toekomstige) bedrijfsoverdracht kan reden zijn om een overstap te maken naar een BV.

Tip! De motivatie om over te stappen naar een BV, zal altijd een combinatie van verschillende afwegingen zijn.

Vanaf begin 2021
Overweeg je een overstap naar de BV, dan kun je nu nog regelen dat dit met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021 mogelijk is. Daarvoor moet je in ieder geval vóór 1 oktober 2021 de intentie om over te stappen naar een BV registeren bij de Belastingdienst.

Tip! Twijfel je nog, registreer dan in ieder geval toch de intentie bij de Belastingdienst. Op die manier kun je, onder voorwaarden, fiscaal nog terug naar 1 januari 2021 als je besluit om over te stappen naar de BV.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-21T17:03:34+02:0021 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Met terugwerkende kracht de BV in? Wees op tijd!

  • Met terugwerkende kracht de BV uit? Deadline 1 oktober

Met terugwerkende kracht de BV uit? Deadline 1 oktober

Als je opereert vanuit een BV, kunnen er redenen zijn de BV om te zetten naar een eenmanszaak, VOF of maatschap. Maak die beoordeling op tijd. Als je namelijk vóór 1 oktober 2021 de intentie om de BV uit te gaan registreert bij de Belastingdienst, kan dat fiscaal zonder afrekening met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021.

Motieven voor omzetting BV
De motieven om de BV om te zetten naar een eenmanszaak, VOF of maatschap zullen met name te maken hebben met de belastingheffing en de kosten. Daarentegen kunnen ook andere motieven aanwezig zijn om de BV voort te zetten, zoals aansprakelijkheid en toekomstige bedrijfsoverdracht.

Fiscale motieven voor omzetting BV
Indien je lagere winsten maakt is het over het algemeen fiscaal aantrekkelijker om inkomstenbelasting te betalen dan vennootschapsbelasting. In de inkomstenbelasting lijken de tarieven weliswaar hoger dan in de vennootschapsbelasting, maar je hebt bijvoorbeeld niet te maken met de aanmerkelijkbelangheffing op het moment dat je geld uitkeert vanuit de BV naar privé of met de gebruikelijkloonregeling. Bovendien kun je in de inkomstenbelasting waarschijnlijk gebruikmaken van ondernemersaftrekken (zoals zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling).

Let op! Wanneer een eenmanszaak, VOF of maatschap fiscaal aantrekkelijker is dan een BV is niet eenduidig en zal voor iedereen verschillend zijn. Een grove vuistregel is dat bij een structurele winst vanaf ongeveer €150.000 een BV fiscaal aantrekkelijker is.

Naast een fiscaal motief voor omzetting van de BV, kunnen ook de hogere kosten van een BV een rol spelen.

Motieven om niet om te zetten
Naast fiscale motieven spelen kunnen ook andere afwegingen een rol bij de keuze om de BV wel of niet om te zetten in een eenmanszaak, VOF of maatschap. Denk aan aansprakelijkheid die vanuit een BV beperkter is dan vanuit een eenmanszaak, VOF of maatschap. Maar ook bijvoorbeeld een (toekomstige) bedrijfsoverdracht kan reden zijn om toch de BV niet om te zetten, ondanks een lagere belastingheffing in de inkomstenbelasting.

Tip! De motivatie om de BV om te zetten zal altijd een combinatie van verschillende afwegingen zijn.

Vanaf begin 2021
Maak de beoordeling of omzetting van de BV raadzaam is, op tijd. Als je namelijk vóór 1 oktober 2021 de intentie daartoe bij de Belastingdienst registreert, kun je nog zonder fiscale afrekening vanaf 1 januari 2021 de BV uit.

Tip! Twijfel je nog, registreer dan in ieder geval toch de intentie bij de Belastingdienst. Op die manier kun je, onder voorwaarden, fiscaal nog terug naar 1 januari 2021 als je besluit om de BV om te zetten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-21T16:39:53+02:0021 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Met terugwerkende kracht de BV uit? Deadline 1 oktober

  • Eigenrisicodrager WGA of ZW? Uiterlijk 1 oktober wijzigen!

Eigenrisicodrager WGA of ZW? Uiterlijk 1 oktober wijzigen!

Wil je per 1 januari 2022 eigenrisicodrager worden voor de WGA of ZW? Of ben je eigenrisicodrager en wil je opzeggen? Dan moet je dat uiterlijk 1 oktober aanvragen bij de Belastingdienst.

Wat is eigenrisicodragerschap?
Voor de kosten van arbeidsongeschiktheid van werknemers vallen werkgevers doorgaans onder de publieke verzekering van het UWV. Het gaat hier om regelingen voor werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Ziektewet (ZW). Als werkgever draag je daarvoor WGA- en ZW-premies af. Deze regelingen zijn onderdeel van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Wanneer je eigenrisicodrager bent voor één van deze regelingen, betaal je de gedifferentieerde premies werknemersverzekeringen (of een deel ervan) voor de betreffende regeling niet. Je betaalt dan alleen de basispremie.

Risico WGA of ZW
Is het risico dat een (ex-)werknemer een beroep moet doen op een WGA- of ZW-uitkering laag? Dan kan het gunstig zijn om eigenrisicodrager te worden. Wordt een (ex-)werknemer echter ziek, dan moet je de uitkering en (re-integratie)kosten zelf betalen. Bovendien ben je dan verantwoordelijk voor de begeleiding bij re-integratie (bij eigenrisicodragerschap voor de WGA).

Na tien jaar neemt het UWV bij eigenrisicodragerschap WGA de betaling van de uitkering over. Ook wordt het UWV vanaf dat moment verantwoordelijk voor de re-integratie. Als eigenrisicodrager voor de Ziektewet bent je maximaal twee jaar verantwoordelijk voor betaling van de Ziektewetuitkering, de verzuimregistratie en -begeleiding. Je kunt je voor deze risico’s verzekeren bij verschillende verzekeraars.

Twee maal per jaar wijzigingen doorgeven
Twee keer per jaar kun je ervoor kiezen om eigenrisicodrager te worden. Dat kan op 1 januari en op 1 juli. Het eigenrisicodragerschap opzeggen kan dan ook. De aanvraag moet 13 weken van tevoren bij de Belastingdienst ingediend worden. Wil je per 1 januari 2022 de wijziging in laten gaan, dan moet je dat dus vóór 2 oktober doorgeven.

Let op! Bij de aanvraag voor het eigenrisicodragerschap voor de WGA moet een garantieverklaring meegestuurd worden van de bank of verzekeraar. Hiervoor is een modelgarantieverklaring beschikbaar op de website van de Belastingdienst en op de website van het UWV. Kies je ervoor eigenrisicodrager voor de Ziektewet te worden dan heb je een artsenverklaring nodig.

Plannen voor hogere terugkeerpremie
Er zijn op dit moment plannen om werkgevers die eigenrisicodrager voor de Ziektewet zijn en die op of na 1 januari 2022 terug willen keren naar de publieke Ziektewetverzekering een hogere terugkeerpremie te laten betalen. De hogere premie zou dan met ingang van 1 januari 2023 moeten gaan gelden. Een conceptbesluit hiervoor ligt ter advisering bij de Raad van State.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-20T11:13:03+02:0020 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Eigenrisicodrager WGA of ZW? Uiterlijk 1 oktober wijzigen!

  • Laatste keer NOW vóór 1 oktober aanvragen

Laatste keer NOW vóór 1 oktober aanvragen

Je kunt voor de zesde keer een tegemoetkoming in loonkosten aanvragen via de NOW. De aanvraag moet dan uiterlijk 30 september bij het UWV binnen zijn. Het gaat dan om de periode juli, augustus en september 2021.

NOW
Via de NOW kun je een deel van de loonkosten terugkrijgen als de omzet vanwege bijzondere omstandigheden, zoals Corona, is verminderd met minstens 20%. Je kunt een maximaal omzetverlies doorgeven van 80%. Is het omzetverlies groter, dan krijg je over het meerdere geen NOW.

Laatste keer NOW
Het kabinet heeft besloten dat de NOW na deze zesde periode niet langer wordt voortgezet. Er wordt nog bekeken hoe voor specifiek getroffen sectoren, zoals discotheken, een speciale tegemoetkoming geregeld kan worden.

Vergoeding 85%
De vergoeding via de NOW bedraagt 85% van de loonsom over de maand februari 2021 maal het omzetverlies met een maximum van 80%. De loonsom wordt verhoogd met 40% in verband met bijkomende loonkosten, zoals vakantiegeld.

Aanvragen via UWV
Je vraagt de NOW aan bij het UWV. Dit doet je in eerste instantie op basis van een geschat omzetverlies. Na de aanvraag krijg je een voorschot van 80% van de te verwachten tegemoetkoming.

Definitieve berekening
Pas vanaf volgend jaar 1 juni kun je de definitieve omzetdaling doorgeven en berekent het UWV de werkelijk te ontvangen tegemoetkoming. De definitieve omzetdaling kun je doorgeven tot 22 februari 2023.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-20T10:43:17+02:0020 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Laatste keer NOW vóór 1 oktober aanvragen