lonen

Tien ontwikkelingen op het gebied van lonen

De afgelopen periode hebben zich meerdere ontwikkelingen op het gebied van lonen voorgedaan. Wij hebben er tien voor u op een rij gezet.

1. 52% belasting over de auto van de zaak met CO2-uitstoot?

Geld

Het inmiddels demissionaire kabinet is van plan om op Prinsjesdag een 52% pseudo-eindheffing in de loonbelasting in een wetsvoorstel op te nemen. Als dit plan doorgaat, is een werkgever vanaf 2027, als hij aan een werknemer een auto van de zaak ter beschikking stelt, 52% belasting verschuldigd over de bijtelling van de auto van de zaak. De pseudo-eindheffing geldt niet als de auto geen CO2 uitstoot of als de auto niet voor privégebruik ter beschikking wordt gesteld.

2. Wetsvoorstel Meer zekerheid voor flexwerkers

Het wetsvoorstel Meer zekerheid voor flexwerkers is op 19 mei 2025 bij de Tweede Kamer ingediend. Hierin is onder meer opgenomen dat uitzendkrachten recht krijgen op minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers in dienst bij de inlener. Verder is opgenomen dat de periode van zes maanden, die nodig is na drie tijdelijke contracten om weer een nieuw tijdelijk contract aan te bieden, verlengd wordt naar vijf jaar. Hierop is een beperkt aantal uitzonderingen mogelijk. Ook opgenomen is de introductie van vaste basiscontracten met een minimumaantal standaard roosteruren in plaats van de huidige oproepcontracten.

3. Fiscale regeling aandelenopties bij start-ups en scale-ups

Het demissionaire kabinet wil een plan uitwerken voor een fiscale regeling voor start- en scale-ups. Het voorstel is om de grondslag van de voordelen uit aandelenopties te beperken tot 65%, zodat over een lager voordeel belasting wordt geheven. Het voorstel is om ook het moment van belastingheffing uit te stellen naar uiterlijk het moment waarop de aandelen – die verkregen zijn na uitoefening van de aandelenopties – worden verkocht.

4. Versoepeling pseudo-eindheffing RVU verlengd tot en met 2028

In de Voorjaarsnota 2025 is opgenomen dat de versoepeling pseudo-eindheffing RVU, waardoor tot een bedrag van de drempelvrijstelling (in 2025 € 2.273 per maand) geen 52% pseudo-eindheffing verschuldigd is, met drie jaar wordt verlengd tot en met 2028. Voorwaarde is dat de RVU’s beheerst en gerichter worden ingezet voor werknemers die door de zwaarte van hun werk niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd. Daarnaast is budget opgenomen om de drempelvrijstelling met € 300 per maand te verhogen. Ter dekking van de verlenging en de verhoging, wordt de verhoging van de pseudo-eindheffing vanaf 2026 in stappen verhoogd tot 65% in 2028.

5. Wijzigingen minimumloon

In de Voorjaarsnota is afgesproken om het minimumjeugdloon per 1 januari 2027 voor een 20-jarige te verhogen van 80% naar 87,5%, voor een 19-jarige van 60% naar 75%, voor een 18-jarige van 50% naar 62,5%, voor een 17-jarige van 39,5% naar 50% en voor een 16-jarige van 34,5% naar 40% van het wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder. Verder heeft het kabinet voorgesteld om het percentage dat werkgevers voor huisvestingskosten mogen inhouden op het minimumloon vanaf 2026 jaarlijks te verlagen met 5%.

6. Massaalbezwaarprocedure belastingrente

Een rechter oordeelde dat de belastingrente op aanslagen vennootschapsbelasting in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Naar aanleiding van veel bezwaarschriften zijn alle bezwaren tegen de vanaf 1 oktober 2020 in rekening gebrachte belastingrente voor onder meer de loonbelasting aangewezen als massaal bezwaar. Dit betekent dat de Belastingdienst nu nog geen uitspraak doet op deze bezwaren, maar deze aanhoudt totdat de diverse vragen over de belastingrente in de rechtspraak definitief zijn beantwoord. Om aan te sluiten bij de massaalbezwaarprocedure moet u wel tijdig, dat wil zeggen binnen zes weken na dagtekening van de aanslag, bezwaar maken tegen de belastingrente.

7. Toelatingsstelsel uitzendbureau per 1 januari 2027

De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel aangenomen dat voor uitleners vanaf 2027 een toelatingsstelsel introduceert. Alleen uitleners die toegelaten worden, mogen dan straks nog arbeidskrachten ter beschikking stellen én inleners mogen alleen nog arbeidskrachten inhuren via toegelaten uitleners. Uitleners moeten voor toelating beschikken over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG), moeten een waarborgsom van € 100.000 (starters € 50.000) storten en moeten aantonen dat ze voldoen aan relevante wetgeving.

8. Initiatiefwetsvoorstel Zelfstandigenwet

Er ligt een initiatiefwetsvoorstel waarin een duidelijk wettelijk toetsingskader wordt voorgesteld om te bepalen wanneer als zelfstandige kan worden gewerkt met daarin twee toetsen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Er is een aparte toetsingscommissie in het initiatiefwetsvoorstel opgenomen die werkrelaties kan beoordelen om zo duidelijkheid aan de markt te verschaffen. Verder wordt in het initiatiefwetsvoorstel de introductie van het rechtsvermoeden van werknemerschap op basis van een uurtarief voorgesteld, dat feitelijk een bodem in de markt voor zzp’ers legt.

9. Wijzigingen loonkostenvoordelen

De Wet banenafspraak treedt voor een deel per 1 januari 2026 in werking. Zo heeft u vanaf 2026 structureel recht op het LKV-werknemers uit de doelgroep van de banenafspraak en heeft u ook geen doelgroepverklaring meer nodig. Aan de doelgroep worden toegevoegd Wajongers die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en werkzaam zijn bij een reguliere werkgever en mensen met een IVA-uitkering die werken met loondispensatie. Voor de scholingsbelemmerden en werknemers met een indicatie beschut werk bestaat vanaf 2026 geen recht meer op het LKV.

10. Voorstel vereenvoudigde inlenersaansprakelijkheid

Het demissionaire kabinet wil twee bewijsvermoedens introduceren waardoor de Belastingdienst eenvoudiger een inlener of doorlener aansprakelijk kan stellen. Het eerste bewijsvermoeden betreft het vaststellen van de omvang van de aansprakelijkheidsschuld op maximaal 35% van de factuursom, zonder dat de Belastingdienst onderzoek hoeft te doen naar de werkelijke omvang. Het tweede bewijsvermoeden is dat een onderneming die ingeschreven is in het openbaar register als toegelaten uitzendonderneming, een uitlener is. Voor beide bewijsvermoedens zou wel een tegenbewijsmogelijkheid komen.

Let op! Het voorgaande is slechts een zeer compacte samenvatting van de maatregelen. Neem voor meer informatie contact op met onze adviseurs. Houd er bovendien rekening mee dat een hoop maatregelen nog in wetsvoorstellen moeten worden opgenomen en/of door de Tweede en Eerste Kamer moeten worden aangenomen. Bovendien is het kabinet inmiddels demissionair. Het is daarom onduidelijk of alle aangekondigde maatregelen ook daadwerkelijk doorgang vinden.

Door |2025-06-26T15:49:42+02:0026 juni 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Tien ontwikkelingen op het gebied van lonen

Wettelijk minimumuurloon per 1 juli 2025

Het wettelijk minimumuurloon per 1 juli 2025 is bekend. De stijging t.o.v. 1 januari 2025 bedraagt afgerond 2,42%.

Wettelijk minimum(jeugd)lonen

Portemonnee

Het wettelijk minimumuurloon stijgt van € 14,06 per 1 januari 2025 naar € 14,40 per 1 juli 2025.

Met de stijging van het wettelijk minimumuurloon stijgen ook de minimumjeugdlonen als volgt.

 

 Leeftijd  Staffeling  Minimumloon per uur
 21 jaar en ouder  100,0%  € 14,40
 20 jaar  80,0%  € 11,52
 19 jaar  60,0%  € 8,64
 18 jaar  50,0%  € 7,20
 17 jaar  39,5%  € 5,69
 16 jaar  34,5%  € 4,97
 15 jaar  30,0%  € 4,32

 

Beroepsbegeleidende leerweg (bbl)

Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een bbl gelden per 1 juli 2025 de volgende minimumuurlonen:

 

Leeftijd Staffeling Minimumloon per uur
21 jaar en ouder 100,0% € 14,40
20 jaar 61,5% € 8,86
19 jaar 52,5% € 7,56
18 jaar 45,5% € 6,55
17 jaar 39,5% € 5,69
16 jaar 34,5% € 4,97
15 jaar 30,0% € 4,32

 

 

Door |2025-04-10T14:55:06+02:0010 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wettelijk minimumuurloon per 1 juli 2025

Top 10 wijzigingen voor de werkgever 2025

Heb je personeel in dienst? Werk je met zzp’ers? Op 1 januari 2025 is er weer een flink aantal wijzigingen doorgevoerd voor je als werkgever en als dga. Wij wijzen jou op tien belangrijke punten.

1. Verhoging wettelijk minimum uurloon

Handtekening

Het wettelijk minimumloon wordt twee keer per jaar geïndexeerd, namelijk per 1 januari en per 1 juli. Het wettelijk bruto minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar of ouder is per 1 januari 2025 verhoogd naar € 14,06.

2. Handhaving schijnzelfstandigheid vanaf 2025

Met ingang van 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium arbeidsrelaties volledig opgeheven. De Belastingdienst kan daarom bij een onjuiste kwalificatie van een arbeidsrelatie weer volledig handhaven en correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen.

Let op! De Belastingdienst kan daarbij alleen terug tot 1 januari 2025 , tenzij sprake is van kwaadwillendheid.

De Belastingdienst zal in 2025 in principe starten met een bedrijfsbezoek waarbij met de opdrachtgever een gesprek gevoerd wordt over de inhuur van zelfstandigen en extern personeel. Waar nodig wordt de opdrachtgever gewezen op aandacht voor de kwalificatie van de arbeidsrelaties en mogelijke risico’s op schijnzelfstandigheid. Op die manier wordt de opdrachtgever gewaarschuwd. De Belastingdienst kan overigens (alsnog) ook voor een boekenonderzoek kiezen, bijvoorbeeld als de inschatting is dat er grote risico’s zijn of als de opdrachtgever werkt of blijft werken met schijnzelfstandigen.

Tip! Over het kalenderjaar 2025 zullen aan werkgevers en werkenden nog geen verzuim- en vergrijpboetes opgelegd worden als zij kunnen bewijzen dat zij stappen zetten tegen schijnzelfstandigheid.

De Belastingdienst keurt vanaf 6 september 2024 geen nieuwe modelovereenkomsten meer goed. Alle lopende goedgekeurde modelovereenkomsten zijn wel automatisch tot eind 2029 verlengd. De Belastingdienst kan een modelovereenkomst echter intrekken als deze niet meer voldoet aan wet- en regelgeving en jurisprudentie of als blijkt dat niet volgens de voorwaarden van de modelovereenkomst gewerkt wordt of kan worden.

Tip! Wil je dat de Belastingdienst een arbeidsrelatie beoordeelt, gebruik dan het formulier Verzoek vooroverleg beoordeling arbeidsrelatie. In de Checklist vooroverleg beoordeling arbeidsrelatie vindt je welke informatie je minimaal moet vermelden in jouw verzoek.

3. Vrije ruimte en normbedragen WKR omhoog

Via de werkkostenregeling kun je als werkgever diverse zaken belastingvrij vergoeden of verstrekken aan jouw personeel. Blijven de vergoedingen binnen de zogenaamde ‘vrije ruimte’, dan hoeft ook de werkgever hierover geen belasting te betalen. De vrije ruimte wordt in 2025 iets verhoogd naar 2% (in 2024 nog 1,92%) van de loonsom, tot een bedrag van € 400.000. Voor zover de loonsom hoger is, blijft de vrije ruimte over het meerdere 1,18%, net als in 2024.

Voor de extra kosten die verbonden zijn aan thuiswerken, kun je – onder voorwaarden – een onbelaste vergoeding geven aan jouw werknemer. Deze onbelaste vergoeding bedraagt in 2025 € 2,40 per dag. Het normbedrag voor de waarde van maaltijden in bedrijfskantines (of soortgelijke ruimtes) of tijdens personeelsfeesten op de bedrijfslocatie bedraagt in 2025 € 3,95 per maaltijd. Het normbedrag van huisvesting op de werkplek stijgt in 2025 naar € 6,80 per dag.

4. Gebruikelijk loon en vrijwilligersvergoeding 2025 gelijk aan 2024

Het normbedrag voor het gebruikelijk loon is in 2025 gelijk aan het normbedrag in 2024 en bedraagt € 56.000 per jaar. Na een jarenlange stijging van het normbedrag (in 2023 bedroeg het bijvoorbeeld nog € 51.000 en in 2022 € 48.000) hoef je dus in 2025 geen rekening te houden met een hoger normbedrag. Desondanks kan het gebruikelijk loon in 2025 toch hoger zijn dan in 2024, een en ander afhankelijk van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking en het loon van de meestverdienende werknemer van jouw bv of daarmee verbonden bv’s.

Ook de maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding blijft in 2025 gelijk aan 2024, namelijk maximaal € 2.100 per jaar en € 210 per maand. De onbelaste vrijwilligersvergoeding moet binnen de maximale bedragen blijven en de vrijwilliger moet de werkzaamheden niet bij wijze van beroep verrichten voor aangewezen, niet-commerciële organisaties. De Belastingdienst gaat ervan uit dat de werkzaamheden niet bij wijze van beroep worden verricht als de maximum uurvergoeding in 2025 € 5,60 bedraagt. Voor vrijwilligers jonger dan 21 jaar bedraagt deze maximum uurvergoeding in 2025 € 3,30.

5. Bijtelling nieuwe auto zonder CO2-uitstoot en eindheffing wisselend gebruikte bestelauto omhoog

De bijtelling voor nieuwe auto’s zonder CO2-uitstoot (onder meer volledig elektrische auto’s) gaat in 2025 omhoog naar 17% tot een catalogusprijs van € 30.000 en bedraagt 22% daarboven. Het jaar 2025 is het laatste jaar waarin een korting geldt voor dergelijke nieuwe auto’s. De bijtelling voor nieuwe auto’s met een CO2-uitstoot van meer dan 0 gram per kilometer verandert in 2025 niet. Deze blijft, net als in eerdere jaren, gehandhaafd op 22%.

De bijtelling voor het privégebruik van een afwisselend door meerdere werknemers gebruikte bestelauto kan een werkgever afkopen door het toepassen van een eindheffing. Het bedrag van deze eindheffing bedraagt in 2025 geen € 300 per jaar meer, maar is verhoogd naar € 438 per jaar (€ 36,50 per maand).

Let op! De onbelaste reiskostenvergoeding voor zakelijke reiskosten met eigen vervoer, waaronder woon-werkverkeer, is in 2025 gelijk aan 2024 en bedraagt € 0,23/km.

6. Ruimere WBSO

Via de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) krijgen werkgevers een tegemoetkoming in de kosten van innovatieve werkzaamheden. De werkgever verrekent de toegekende tegemoetkoming met de af te dragen loonheffing. Verschillende percentages van de WBSO zijn met ingang van 1 januari 2025 verhoogd. Vanaf 2025 geldt voor kosten tot € 380.000 een percentage van 36% en voor het meerdere 16%. Voor starters geldt vanaf 2025 een percentage van 50% voor kosten tot € 380.000.

7. Wijzigingen Wet tegemoetkomingen loondomein

De Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) draagt bij om werkgevers te stimuleren mensen met een kwetsbare positie in dienst te nemen en te houden. In de Wtl is vanaf 2025 alleen nog het loonkostenvoordeel (LKV) opgenomen. Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is per 1 januari 2025 afgeschaft. Uitbetaling van het LIV 2024 vindt nog wel plaats in juli/augustus 2025.

Een andere wijziging is de afbouw van het LKV voor oudere werknemers. Voor dienstbetrekkingen die begonnen vóór 1 januari 2024 blijft het LKV voor oudere werknemers van € 3,05 per verloond uur met een maximum van € 6.000 per kalenderjaar gewoon in stand tot het einde van de looptijd van maximaal drie jaar. Voor dienstbetrekkingen die begonnen op of ná 1 januari 2024 is het LKV per 1 januari 2025 echter verlaagd naar € 1,35 per verloond uur met een maximum van € 2.600 per kalenderjaar.

Let op! Vanaf 1 januari 2026 bestaat voor deze dienstbetrekkingen geen recht meer op LKV. Wel vindt voor deze dienstbetrekkingen in 2026 nog uitbetaling van het LKV 2025 plaats.

Verder zijn vanaf 2025 de criteria van het LKV herplaatsen werknemer met arbeidshandicap verruimd. Voor een werknemer die in de wachttijd van de WIA zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk hervat of geheel of gedeeltelijk in een andere functie bij u gaat werken, heeft u vanaf 2025 namelijk ook recht op dit LKV.

8. Minder snel herziening lage Awf-premie naar hoge Awf-premie vanaf 2025

De gedifferentieerde premie voor het Algemeen Werkeloosheidsfonds (Awf) bestaat uit een hoge en lage Awf-premie. Je mag als werkgever een lage Awf-premie toepassen als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Voldoe je daar niet aan, dan betaal je een hoge Awf-premie. De lage premie bedraagt in 2025 2,74%, de hoge premie 7,74%.

In bepaalde situaties moet je een lage Awf-premie met terugwerkende kracht herzien naar een hoge Awf-premie. Dit is onder meer het geval als de verloonde uren van een werknemer waarvoor u de lage Awf-premie toepaste, in een jaar meer dan 30% hoger zijn dan de contracturen. Voor het jaar 2024 hoef je dan alleen alsnog de hoge Awf-premie toe te passen bij werknemers met een arbeidscontract van gemiddeld minder dan 35 uur per week. Controleer begin 2025 of je zo’n herziening voor het jaar 2024 moet toepassen. Voor het jaar 2025 hoef je minder snel zo’n herziening toe te passen. Je hoeft dat dan alleen nog te doen bij werknemers met een arbeidscontract van gemiddeld 30 uur of minder per week.

Let op! De lage Awf-premie moet ook worden herzien naar de hoge Awf-premie als een nieuwe werknemer binnen twee maanden na indiensttreding ontslag neemt of wordt ontslagen. Deze herziening is niet afhankelijk van het aantal contracturen en geldt dus bij alle contracten.

9. Wijzigingen 30%-regeling

De 30%-regeling is een fiscale regeling waarbij, onder strikte voorwaarden, maximaal 30% van het salaris belastingvrij mag worden uitbetaald aan personeel dat uit het buitenland is aangetrokken. Deze regeling zou versoberd worden, maar een groot deel van die versobering is met ingang van 2025 weer teruggedraaid. Dit betekent dat als voldaan is aan de strikte voorwaarden in 2025 en 2026 nog gewoon het percentage van maximaal 30% mag worden toegepast. Vanaf 2027 wordt dit percentage verlaagd naar 27%, tenzij je voor de werknemer vóór 2024 de 30%-regeling al toepaste. In dat geval mag je gedurende de hele periode van 60 maanden het percentage van 30% toepassen.

De 30%-regeling mag in 2025 worden toegepast over een salaris tot maximaal € 246.000 (in 2024 was dit nog € 233.000). Dit maximum geldt overigens in 2025 niet als je voor de werknemer vóór 2023 de 30%-regeling al toepaste.

In 2025 bedraagt de in de 30%-regeling toegepaste salarisnorm € 46.660. Voor werknemers die instromen en jonger zijn dan 30 jaar en hun masterdiploma hebben behaald, bedraagt de salarisnorm in 2025 € 35.468. Beide bedragen worden met ingang van 2027 verhoogd naar € 50.436, respectievelijk € 38.338. Dit zijn de bedragen op basis van de bedragen die golden in 2024 en deze worden per 2027 nog geïndexeerd. Dit verhoogde salaris geldt vanaf 2027 overigens niet voor degenen die de 30%-regeling al vóór 2024 toepasten.

Let op! Werknemers die van de 30%-regeling gebruikmaken, hoefden tot en met 2024 geen belasting in box 2 en box 3 te betalen over buitenlands kapitaalinkomen. Dit wordt ook wel de partiële buitenlandse belastingplicht genoemd. Deze faciliteit is per 2025 vervallen. Dit geldt niet voor situaties waarin de 30%-regeling al vóór 2024 werd toegepast. In deze situaties blijft de faciliteit tot en met 2026 van kracht. Voor werknemers waarvoor de buitenlandse partiële belastingplicht per 2025 vervalt, kun je vanaf 2025 geen gebruik meer maken van de mogelijkheid om de loonbelasting/premie volksverzekeringen die je moet inhouden af te stemmen op de inkomstenbelasting en eventuele premie volksverzekeringen die jouw werknemer moet betalen.

10. Verplichte rapportage zakelijk en woon-werkverkeer werknemers uiterlijk 30 juni 2025

Werkgevers met 100 of meer werknemers zijn vanaf 1 juli 2024 verplicht om te rapporteren over het zakelijk verkeer én het woon-werkverkeer van hun werknemers. Deze verplichting maakt onderdeel uit van de Omgevingswet van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en staat bekend onder de naam ‘Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit’, afgekort WPM.

Deze werkgevers moeten bijvoorbeeld het totaalaantal kilometers dat de werknemers afleggen voor zakelijk en woon-werkverkeer rapporteren, maar ook het jaartotaal aan kilometers, verdeeld naar soort vervoermiddel en brandstoftype. De gegevens over 2024 kunnen vanaf 15 januari 2025 doorgegeven worden en moeten uiterlijk 30 juni 2025 ingestuurd zijn. In 2026 is een rapportage over het hele jaar 2025 verplicht.

Door |2025-01-17T08:56:50+01:0017 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Top 10 wijzigingen voor de werkgever 2025
  • De detailhandel groeit stevig, maar er zijn ook grote verliezers

De detailhandel groeit stevig, maar er zijn ook grote verliezers

Ontwikkeling van de winst en de omzet per saldo sterk aangetrokken
Door allerlei beperkende maatregelen heeft een deel van de consumentenbestedingen zich in 2020 verplaatst van horeca en toerisme naar de detailhandel. Vooral webwinkels, doe-het-zelf-zaken, fietsenwinkels en supermarkten hebben daarvan geprofiteerd. Andere winkels, bijvoorbeeld op het gebied van kleding en schoenen, zagen de omzetten in sommige gevallen grotendeels wegvallen en kenden een dramatisch jaar.

De verschillen binnen de detailhandel waren dus opnieuw groot. Dit blijkt uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2021, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Enorme verschillen in omzet en winst
Voor de detailhandel als geheel is de omzetgroei in 2020 uitgekomen op bijna 10 procent, een behoorlijke versnelling ten opzichte van het voorgaande jaar. De winstgroei bedroeg ruim 42 procent. Zowel qua winst als wat betreft omzet blijft de branche het MKB-gemiddelde ruim voor, maar de onderlinge verschillen binnen de retail zijn erg groot. Zo zag ongeveer een derde van de retailondernemers de winst met 50 procent of meer stijgen, maar moest 15 procent het doen met een winstdaling van 50 procent of meer.

Omzet en winst over de jaren
Het jaar 2020 is wat omzet- en winstgroei betreft een trendbreuk in de detailhandel. Uit de vergelijking over meerdere jaren blijkt dat in de afgelopen vijf jaar niet eerder een dergelijke toename van de omzet werd gerealiseerd. Winsttoenames van rond de 40 procent kwamen alleen in 2015 en 2014 nog voor (zie de grafiek).

Verdere loongroei
De personeelskosten zijn in 2020 met 3,9 procent minder hard toegenomen ten opzichte van stijgingen met meerdere procenten in de voorgaande jaren. Deze verandering kan te maken hebben met de NOW-regeling die op deze post in mindering is gebracht. De loongroei is uitgekomen op 3,4 procent en ook de kosten voor sociale zekerheid kwamen hoger uit.

Vermogenspositie vertekend
Het eigen vermogen in de detailhandel is fors gestegen, veel steviger nog dan in voorgaande jaren: +21,4 procent. Verder zijn de langlopende schulden met meer dan 1 procent gedaald en de kortlopende schulden met bijna 2 procent. Dit heeft een positief effect op de vermogenspositie, maar het is een punt van zorg als er straks moet worden terugbetaald. Vanwege alle onzekerheid hebben veel ondernemers in de retail minder geïnvesteerd.

Financiële positie verbeterd
De financiële positie van bedrijven in de detailhandel is duidelijk verbeterd. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen, is uitgekomen op 85,1. De branche doet het daarmee iets beter dan het MKB-gemiddelde, dat licht verbeterde naar 83,2 procent. Wel merken we op dat de verschillen binnen de branche ook op dit vlak aanzienlijk zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-08T09:20:34+02:008 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

De detailhandel groeit stevig, maar er zijn ook grote verliezers

  • Vergeet eindheffing WKR niet in loonaangifte februari

Vergeet eindheffing WKR niet in loonaangifte februari

De eindheffing voor de werkkostenregeling moet je dit jaar uiterlijk meenemen in het tweede aangiftetijdvak voor de loonheffing. Voor veel ondernemers zal dit de aangifte van februari zijn, die je in maart moet indienen en betalen.

Werkkostenregeling
Via de WKR kun je zaken belastingvrij vergoeden en verstrekken aan de werknemers. Vergoedingen en verstrekkingen die binnen de vrije ruimte blijven, zijn ook voor jou belastingvrij. Schiet je over de vrije ruimte heen, dan betaal je 80% belasting over het meerdere via de eindheffing.

Let op! De vrije ruimte over het jaar 2020 bedraagt 3% over de eerste €400.000 van de loonsom van het bedrijf en 1,2% over het meerdere.

Eindheffing 80%
Heb je meer uitgegeven aan vergoedingen en verstrekkingen dan de vrije ruimte, dan betaal je over het meerdere 80% eindheffing. Dit moet je aangeven in het tweede aangiftetijdvak, wat voor veel ondernemers februari zal zijn. Deze aangifte dien je in maart in en betaal je ook in maart.

Administratie
Het bedrag van de eindheffing moet ook blijken uit de administratie. Daartoe is het noodzakelijk dat je bijhoudt welke vergoedingen en verstrekkingen je onderbrengt in de werkkostenregeling. Vervolgens vergelijk je dit bedrag met de beschikbare vrije ruimte en weet je of je eindheffing verschuldigd bent.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-02-16T09:35:29+01:0016 februari 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Vergeet eindheffing WKR niet in loonaangifte februari
  • Lage-inkomensvoordeel (LIV) in 2021 omlaag

Lage-inkomensvoordeel (LIV) in 2021 omlaag

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) wordt met ingang van 2021 verlaagd van €0,51 naar €0,49 per verloond uur. Het huidige maximumbedrag van €1.000 per jaar wordt verlaagd naar €960. Dit staat in de Derde nota van wijziging op de Verzamelwet SZW 2021 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Daling zet door
Met ingang van 2020 werd het LIV al van maximaal €2.000 verlaagd naar maximaal €1.000. Ook werd het jeugd-LIV verlaagd. Het jeugd-LIV zal met ingang van 2024 zelfs helemaal verdwijnen.

De daling zal de komende jaren doorzetten. Het budget van het LIV wordt per 2022 met €14,3 miljoen per jaar verlaagd. Maar omdat de uitbetaling van het LIV altijd één jaar later plaatsvindt, gaat het tarief van het LIV met ingang van 2021 dus al omlaag. De maatregelen worden genomen om de kosten te dekken van een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd. Voor het verdwijnen van het jeugd-LIV zal naar oplossingen worden gezocht. Daarover is minister Koolmees met werkgevers in gesprek.

Voorwaarden voor het LIV
Het LIV is net als het jeugd-LIV en de loonkostenvoordelen (LKV) een tegemoetkoming die je als werkgever kunt ontvangen per verloond uur. De werknemer moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden:
• de werknemer heeft in het kalenderjaar minimaal 1.248 verloonde uren (geldt niet voor jeugd-LIV);
• het gemiddelde uurloon per kalenderjaar van de werknemer is gebaseerd op minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon bij een werkweek van 40 uur;
• de werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt, én
• de werknemer is verzekerd voor één of meerdere werknemersverzekeringen.

Geen actie nodig voor aanvragen LIV
Voor het aanvragen van het LIV hoef je geen actie te ondernemen. Het UWV beoordeelt aan de hand van de loonaangiften of je aan de voorwaarden voldoet. Vervolgens stuurt het UWV de informatie naar de Belastingdienst. Deze neemt de uiteindelijke beslissing. Je krijgt vóór 15 maart een voorlopige berekening en je kunt tot en met 1 mei correcties over het voorgaande jaar sturen. De definitieve berekening van het LIV ontvang je altijd vóór 1 augustus.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2020-11-18T10:11:52+01:0018 november 2020|Lonen, Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Lage-inkomensvoordeel (LIV) in 2021 omlaag
  • Opzegtermijn valt ook onder transitievergoeding

Opzegtermijn valt ook onder transitievergoeding

Wil je afscheid nemen van een werknemer? Dan is het is van belang goed te kijken naar de van toepassing zijnde opzegtermijn in het arbeidscontract voor het berekenen van de transitievergoeding.

Hanteer je geen of een kortere opzegtermijn dan is afgesproken in het arbeidscontract – ook wel onregelmatig opzeggen genoemd –, dan dien je toch de afgesproken opzegtermijn aan te houden bij de vaststelling van de transitievergoeding. Onregelmatig opzeggen om betaling van een hogere transitievergoeding te vermijden, is niet toelaatbaar, aldus de Hoge Raad.

Opzegtermijn van zes maanden
Het ging om een werkgever die bij de opzegging van de arbeidsovereenkomst met zijn werknemer een te korte opzegtermijn had gehanteerd. De werkgever had de arbeidsovereenkomst op 12 oktober 2017 opgezegd per 1 december 2017. Daarbij had de werkgever niet de contractueel overeengekomen opzegtermijn van zes maanden in acht genomen. Als de werkgever de juiste opzegtermijn in acht zou hebben genomen, zou de werknemer tien jaar in dienst zijn geweest en zou hij als oudere werknemer dus recht hebben gehad op de hogere transitievergoeding. Het gerechtshof stelde de werknemer in het gelijk, waarop de werkgever in cassatie ging. De werknemer kreeg van de Hoge Raad alsnog recht op een hogere transitievergoeding.

Schadevergoeding?
De werknemer kan daarnaast ook altijd nog aanspraak maken op de zogenaamde gefixeerde schadevergoeding, bestaande uit het loon over de niet in acht genomen opzegtermijn als compensatie voor de overige nadelige gevolgen van het hanteren van een onjuiste opzegtermijn.

Let op! Alhoewel dit arrest valt onder het recht dat tot 1 januari 2020 gold, overweegt de Hoge Raad uitdrukkelijk dat dezelfde uitleg van de wet ook geldt na die datum, onder de Wet arbeidsmarkt in balans.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2020-10-26T09:50:17+01:0026 oktober 2020|Lonen, Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Opzegtermijn valt ook onder transitievergoeding
  • NOW 3.0 de voorwaarden

NOW 3.0 de voorwaarden

In het derde steunpakket wordt de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) in aangepaste vorm verlengd van 1 oktober 2020 tot eind juni 2021.

De voorwaarden voor de NOW 3.0 zien er als volgt uit:

Periode
• De NOW voorziet in een tegemoetkoming in de loonkosten van 1 oktober 2020 tot eind juni 2021;
• De regeling wordt in 3 tijdvakken van elk 3 maanden opgedeeld. Voor elk tijdvak kun je de keuze maken of je een aanvraag wilt doen;
• Als je een tegemoetkoming NOW voor de tweede aanvraagperiode hebt ontvangen, dan moeten de 3 maanden van de derde aanvraagperiode aansluiten op de 4 maanden van de tweede aanvraagperiode.

Omzetverlies
• Bedrijven met minimaal 20% omzetverlies in de periode van oktober tot en met december 2020, kunnen aanspraak maken op de NOW 3.0. Vanaf januari 2021 moet de onderneming minimaal 30% minder omzet draaien om de NOW te mogen ontvangen;
• Het omzetverlies wordt berekend door de verwachte omzet over de periode van drie maanden te vergelijken met 1/4e van de jaaromzet over het jaar 2019;
• Ben je tussen 1 januari 2019 en 2 februari 2020 gestart met een bedrijf of heb je een (onderdeel van een) bedrijf afgestoten? Dan ga je uit van de omzet in de periode vanaf de datum van de start of wijziging tot en met 29 februari 2020. De uitkomst reken je om naar 3 maanden. Het gaat hierbij om de omzet over de volledige kalendermaanden, gerekend vanaf de eerste volledige kalendermaand;
• Ben je onderdeel van een concern, dan moeten de periode en het percentage omzetverlies overeenkomen met die van andere onderdelen van het concern.

Tegemoetkoming loonkosten
• De referentiemaand waarop het voorschot van de tegemoetkoming in de loonkosten wordt gebaseerd is voor alle drie de tijdvakken de maand juni 2020. De eindafrekening gebeurt op basis van de daadwerkelijke loonsom in het tijdvak van drie maanden;
• Binnen de NOW 1.0 en 2.0 werd tot 90% van de loonsom vergoed. Met ingang van de NOW 3.0 gaat de vergoeding omlaag naar 80%, vanaf januari 2021 naar 70% en vanaf april 2021 naar 60%. Daartegenover staat dat je de loonsom ook geleidelijk mag laten dalen (met per tijdvak 10%, 15% en 20%) zonder dat je subsidie moet inleveren;
• De loonsom van juni wordt verhoogd met 40% om kosten zoals werkgeverspremies, pensioen en opbouw vakantiegeld te compenseren;
• Het maximaal te vergoeden loon per werknemer zal in het derde tijdvak (april, mei, juni 2021) worden verlaagd naar maximaal 1x het dagloon. Binnen de NOW 1.0 en 2.0 was dat 2x het dagloon;
• 80% van de tegemoetkoming wordt in 3 keer binnen een periode van ongeveer 3 maanden uitbetaald als voorschot;
• Achteraf wordt met het werkelijke omzetverlies over de werkelijke loonsom de definitieve tegemoetkoming berekend.

Plichten
• Gebruik de tegemoetkoming in ieder geval om de loonkosten te betalen. Wat overblijft kun je gebruiken voor andere noodzakelijke kosten die je maakt;
• Houd de loonsom zo veel mogelijk gelijk. Een dalende loonsom leidt tot een lagere tegemoetkoming. Houd de werknemers, ongeacht de contractvorm, dan ook zo veel mogelijk in dienst en betaal het loon van de werknemers door;
• Stimuleer je werknemers om zich bij te scholen of om te scholen, zodat zij zich kunnen aanpassen aan de nieuwe economische situatie. Hiervoor moet je bij de NOW-aanvraag een verklaring afleggen*. Via het crisisprogramma Nederland Leert Door kunnen mensen kosteloos online scholing volgen en ontwikkelingsadviezen krijgen;
• Ontvang je een voorschot van € 100.000,- of meer, of een definitieve tegemoetkoming van € 125.000,- of meer, keer dan geen winstuitkering en bonussen uit aan aandeelhouders, bestuur en directie, en koop geen eigen aandelen;
• Als je bij het UWV een aanvraag doet voor bedrijfseconomisch ontslag, dan heb je een inspanningsplicht om de werknemers te begeleiden naar ander werk. Hiervoor dien je je telefonisch melden bij UWV. Bedrijven die werknemers ontslaan maar zich niet inspannen om die werknemers naar nieuw werk te begeleiden, worden 5% gekort op de NOW-uitkering;
• Informeer de ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of de werknemers over de tegemoetkoming.

Aanvraag
Vanaf 16 november 2020 kan de NOW 3.0 (met terugwerkende kracht) worden aangevraagd voor de periode oktober t/m december 2020.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2020-10-23T10:47:28+02:0023 oktober 2020|Lonen, Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor NOW 3.0 de voorwaarden
  • Nieuwe UWV-uitvoeringsregels ontslagprocedure en ontslag

Nieuwe UWV-uitvoeringsregels ontslagprocedure en ontslag

Wat zijn de regels voor het aanvragen van ontslag om bedrijfseconomische redenen of wegens langdurige arbeidsongeschiktheid? Waar moet je conform de UWV-richtlijnen op letten?

Bij ontslag om bedrijfseconomische redenen of wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is het UWV de aangewezen instantie om een ontslagaanvraag in te dienen. Bij het aanvragen van dit ontslag is het van belang dat de ontslagprocedure goed wordt gevolgd. Daarbij moet je bijvoorbeeld denken aan de termijn voor het aanvullen van een incompleet verzoek, de termijnen voor hoor en wederhoor en wanneer uitstel kan worden verleend. Deze regels zijn vastgelegd in de Regeling UWV ontslagprocedure.

UWV-uitvoeringsregels ontslagprocedure
Aanvullend op deze regeling heeft het UWV interne werkinstructies gemaakt – de UWV-uitvoeringsregels ontslagprocedure – over hoe het UWV deze ministeriële procedurele regels in de praktijk toepast. Deze uitvoeringsregels ontslagprocedure gelden vanaf 1 september 2020. Ze bieden duidelijkheid over onderwerpen als de klachtregeling van het UWV, een voorlopige en herhaalde aanvraag, het voeren van verweer en de mondelinge behandeling.

Voorlopige ontslagaanvraag
Het UWV geeft in de uitvoeringsregels aan hoe te handelen als de werkgever met de werknemer nog wil onderhandelen over een beëindigingsovereenkomst. De werkgever kan dan een zogeheten voorlopige aanvraag indienen met een verzoek om uitstel voor het voeren van deze onderhandelingen.

Tip! Dien bij een bedrijfseconomisch ontslag altijd eerst een ontslagaanvraag in. Pas als deze is ontvangen door het UWV, kan de werknemer worden verzocht mee te werken aan een beëindigingsovereenkomst. Op die manier kan een werknemer door een eventuele ziekmelding de ontslagprocedure niet frustreren, omdat het opzegverbod dan niet van toepassing is.

Uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen
UWV heeft tegelijkertijd een nieuwe versie van de Uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen gepubliceerd, die de versie van oktober 2019 vervangt en geldt vanaf september 2020. In de nieuwe versie zijn aanpassingen van de wetgeving verwerkt, zoals de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren en het vervallen van de overbruggingsregeling transitievergoeding.

Tip! Raadpleeg voordat je een ontslagaanvraag indient eerst de UWV-uitvoeringsregels ontslagprocedure, zodat je niet voor verrassingen komt te staan. Deze kun je downloaden op de website van het UWV.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2020-10-21T09:40:27+02:0021 oktober 2020|Lonen, Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe UWV-uitvoeringsregels ontslagprocedure en ontslag
  • Transitievergoeding kan toeslagen verminderen

Transitievergoeding kan toeslagen verminderen

Werknemers die na ontslag een transitievergoeding krijgen, ontvangen vaak minder hoge toeslagen. Staatssecretaris van Huffelen van Financiën vindt dit niet ongewenst. Dit antwoordt hij op Kamervragen.

Transitievergoeding
Bij ontslag heeft een werknemer tegenwoordig als uitgangspunt recht op een transitievergoeding. Deze vergoeding is onder meer aan te merken als tegemoetkoming voor de periode waarin de werknemer als gevolg van het ontslag minder inkomen heeft. De hoogte ervan is afhankelijk van het aantal dienstjaren. De transitievergoeding is vanaf 1 januari 2020 maximaal € 83.000 of een jaarsalaris, als dat meer is dan € 83.000.

Minder toeslag
Wanneer iemand een transitievergoeding krijgt, wordt het inkomen in het betreffende jaar hoger en bestaat er vaak recht op minder hoge toeslagen, zoals huur- en zorgtoeslag. De staatssecretaris geeft aan dit niet onredelijk te vinden, omdat toeslagen nu eenmaal bedoeld zijn als tegemoetkoming op het inkomen. Is dit hoger, dan kan de tegemoetkoming dalen.

Bonus zorgsector
Een vermindering van het recht op toeslagen stond eerder ter discussie bij de Coronabonus voor medewerkers in de zorgsector. Daarvoor werd toen beslist dat de bonus niet meetelde als inkomen voor wat betreft de toeslagen.

Terugvordering toeslagen
De staatssecretaris kan niet aangeven in hoeveel gevallen een toegekende transitievergoeding leidt tot terugvordering van eerder ontvangen toeslagen. Dat het om forse aantallen moet gaan, ligt wel voor de hand.

Voorbeeld
Zo heeft iemand met een maandhuur van € 550 en een inkomen van € 25.000 per jaar, recht op €274 aan huur- en zorgtoeslag per maand. Wanneer hij een transitievergoeding krijgt toegekend van bijvoorbeeld € 10.000 bedragen de toeslagen nog maar € 7 per maand. De transitievergoeding kost hem dan dat jaar dus € 3.204 aan toeslagen.

Tip! Het is van belang om als werkgever in het kader van goed werkgeverschap een werknemer expliciet te wijzen op de mogelijke consequenties van het ontvangen van een transitievergoeding.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2020-09-16T10:21:55+02:0016 september 2020|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Transitievergoeding kan toeslagen verminderen