grens

Grens NHG verhoogd naar € 450.000

De grens voor de aanschaf van een woning met hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) gaat in 2025 omhoog van € 435.000 naar € 450.000. Daarnaast worden de kosten van de NHG vanaf volgend jaar verlaagd.

NHG

Bouw

De NHG biedt kopers van een woning een financieel vangnet als er moeilijkheden optreden met betrekking tot de betaling van de hypotheeklasten, bijvoorbeeld als gevolg van echtscheiding, overlijden van een partner of werkloosheid. De woonlasten kunnen dan tijdelijk worden verlaagd. Ook kan bij gedwongen verkoop van de woning de restschuld soms worden kwijtgescholden en kan een restschuld bij verhuizing soms worden meegefinancierd.

Tip! Bij het afsluiten van een hypotheek met NHG mogen energiebesparende maatregelen worden meegefinancierd. Als mensen hun woning willen verduurzamen, komt de NHG-grens op € 477.000 te liggen. U vindt hier meer informatie.

Let op! Naast de maximale grens van € 450.000 (2025) gelden meer voorwaarden voor de aanvraag van een NHG. Hier vindt u alle informatie.

Kosten omlaag

Het verkrijgen van een hypotheek met NHG kost nu nog 0,6% van het hypotheekbedrag. Vanaf volgend jaar (2025) wordt dit 0,4%. Een hypotheek met NHG kent bovendien een lager rentepercentage, waardoor de hypotheek per saldo toch voordeliger is.

Tip! De kosten van de aanvraag van een hypotheek met NHG zijn fiscaal aftrekbaar.

Door |2024-11-06T09:54:21+01:006 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Grens NHG verhoogd naar € 450.000

Algemene heffingskorting verlaagd, afbouwpunt verhoogd in 2025

Het maximum van de algemene heffingskorting wordt per 2025 per saldo verlaagd met € 294. De maximale korting bedraagt vanaf dan € 3.068. Het maximale bedrag aan algemene heffingskorting wordt per 2025 vanaf een hogere inkomensgrens afgebouwd tot aan het inkomen waarbij het tarief van 49,5% begint. Dit staat in de belastingplannen voor 2025.

Afbouwgrens ligt hoger

Grafiek

Iedereen tot een bepaald inkomen heeft recht op de algemene heffingskorting. Deze korting komt in mindering op de te betalen belasting. De grens vanaf waar de algemene heffingskorting wordt afgebouwd ligt voor 2024 op € 24.812, voor 2025 ligt dit waarschijnlijk rond € 28.406.

Let op! De daadwerkelijke grens is gekoppeld aan het wettelijke minimumloon. Iedereen met een inkomen tot het minimumloon heeft namelijk in 2025 recht op de maximale heffingskorting. De hoogte van de grens wordt daarom pas definitief vastgesteld ná de definitieve vaststelling van het wettelijke minimumloon voor 2025.

Afbouw tot inkomensgrens tarief 49,5%

Het afbouwen van deze heffingskorting vindt plaats tot een inkomen van € 76.817. Dit is het inkomen waar een tarief begint van 49,5%. Vanaf dit inkomen bestaat in 2025 daarom geen recht meer op de algemene heffingskorting.

Let op! Het afbouwpercentage is op basis van de voorlopige vastgestelde afbouwgrens van € 28.406 voorlopig vastgesteld op 6,337%. Als de definitieve afbouwgrens is vastgesteld, kan ook het definitieve afbouwpercentage worden vastgesteld.

Overige heffingskortingen

De bedragen van de overige heffingskortingen zoals de arbeidskorting worden per 2025 geïndexeerd met 1,2%. Het afbouwpunt van de arbeidskorting ligt vanaf 2025 waarschijnlijk rond € 43.071 (2024: € 39.957). Omdat dit afbouwpunt ook gekoppeld is aan het wettelijke minimumloon moet de definitieve vaststelling nog plaatsvinden.

Koppeling met AOW

De afbouw van de algemene heffingskorting vindt plaats vanaf waarschijnlijk € 28.406 (definitieve vaststelling afhankelijk van hoogte wettelijk minimumloon in 2025). Vanwege een netto-netto koppeling betekent dit dat ook de AOW- en bijstandsuitkeringen verhoogd worden.

Heffingskorting AOW’ers

Voor AOW-gerechtigden wordt de maximale algemene heffingskorting ook verminderd en wel per saldo met € 199. Het maximum komt voor hen op € 1.536 per jaar te liggen. Het afbouwpunt is net als voor niet-AOW’ers waarschijnlijk € 28.406.

Let op! De plannen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en zijn dus nog niet definitief.

Door |2024-10-23T11:23:25+02:0023 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Algemene heffingskorting verlaagd, afbouwpunt verhoogd in 2025
  • Grens aan aftrek periodieke giften

Grens aan aftrek periodieke giften

De aftrek van periodieke giften aan algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) wordt vanaf 2023 begrensd tot €250.000 per kalenderjaar. Deze maatregel geldt voor alle periodieke giften die zijn aangegaan na 4 oktober 2022, 16.00 uur.

Periodieke giften
Als je jaarlijks eenzelfde bedrag doneert aan dezelfde ANBI en je doet dat minimaal vijf jaar achter elkaar, dan is er sprake van een periodieke gift. Is deze periodieke gift vastgelegd in een notariële of schriftelijke overeenkomst waarin vastgelegd is wanneer de jaarlijkse gift stopt (uiterlijk bij jouw overlijden), dan kun je het volledige bedrag van de gift in jouw aangifte inkomstenbelasting aftrekken. Je hoeft dan dus geen rekening te houden met de niet-aftrekbare drempel of het plafond dat voor reguliere giften geldt.

Vanaf 2023 maximaal €250.000 aftrek
Vanaf 2023 bedraagt de maximale periodieke giftenaftrek €250.000 per kalenderjaar. Dit bedrag geldt voor jou en jouw fiscale partner samen.

Overgangsregeling voor lopende periodieke giften
Voor alle periodieke giften die zijn aangegaan uiterlijk 4 oktober 2022, 16.00 uur geldt overgangsrecht. Deze periodieke giften blijven tot en met uiterlijk 31 december 2026 volledig aftrekbaar. Uiteraard mits aan de voorwaarden voor de aftrek van periodieke giften wordt voldaan.

Let op! De beperking van de aftrek van periodieke giften moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-26T10:59:01+02:0027 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Grens aan aftrek periodieke giften

  • Voorjaarsnota: forse beperking eerste tariefschijf VPB

Voorjaarsnota: forse beperking eerste tariefschijf VPB

De eerste belastingschijf van de vennootschapsbelasting (VPB) wordt vanaf 2023 fors ingekort. Nu nog betalen bedrijven over de eerste €395.000 winst een tarief van 15%. Vanaf 2023 wordt die grens verlaagd naar de eerste €200.000. Dit voorstel staat in de Voorjaarsnota.

Tarieven vennootschapsbelasting
Het tarief van de eerste schijf in de vennootschapsbelasting is vooral van belang voor het MKB. De eerste schijf was juist dit jaar verhoogd van €245.000 naar €395.000. Het voorstel betekent dat over de winst vanaf €200.000 voortaan 25,8% belasting moet worden betaald. Voor de winst tussen €200.000 en €395.000 betekent dat dus een verhoging van het tarief met maar liefst
10,8%-punt.

Let op! Het voorstel is nog niet definitief en moet nog door het parlement worden aangenomen. Dit betekent dat er ook nog wijzigingen kunnen plaatsvinden.

Tarief na uitdeling ook hoger
Ondernemingen in de vennootschapsbelasting betalen over de behaalde winst vennootschapsbelasting. Wordt deze winst vervolgens uitgedeeld aan de aandeelhouder, dan wordt deze nogmaals belast in box 2 als er sprake is van een aanmerkelijk belang. Dit tarief bedraagt tot 2024 26,9%. Daardoor wordt het samengestelde tarief over uitgedeelde winst ook hoger, voor zover het winstniveau tussen €200.000 en €395.000 ligt.

Niet voor inkomstenbelasting
Mkb-ondernemers in de inkomstenbelasting, zoals eenmanszaken en vennootschappen onder firma, worden niet door de belastingverhoging getroffen, maar krijgen met andere lastenverhogende maatregelen te maken. Met name BV’s zijn de dupe van deze maatregel.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-25T10:49:34+02:0025 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voorjaarsnota: forse beperking eerste tariefschijf VPB

  • Afschaffing verhuurderheffing per 1 januari 2023

Afschaffing verhuurderheffing per 1 januari 2023

De verhuurderheffing is een heffing voor verhuurders met een flink aantal huurwoningen in het bezit en is al langer omstreden. Uit het coalitieakkoord volgt nu dat de verhuurderheffing in 2023 wordt afgeschaft.

Wie betaalt nu verhuurderheffing?
Heb je op 1 januari 2022 meer dan vijftig huurwoningen met een in 2022 maximale huurprijs van €763,47 per maand? Dan krijg je te maken met de verhuurderheffing.

Tip! Had je op 1 januari 2022 minder dan vijftig huurwoningen, maar overschrijd je deze grens in de loop van 2022? Dan hoef je in 2022 geen aangifte verhuurderheffing te doen. Door de afschaffing per 1 januari 2023 betaal je ook vanaf 2023 geen verhuurderheffing meer.

Percentage verhuurderheffing
Voor 2022 is de hoogte van de verhuurderheffing 0,332%. In 2021 was dit nog 0,526%, maar in het najaar van 2021 is al besloten om dit percentage flink te verlagen. Uit het coalitieakkoord volgt nu dus zelfs afschaffing van de verhuurderheffing per 2023. De minister van Financiën heeft op vragen hierover laten weten dat de verhuurderheffing per 1 januari 2023 geheel wordt afgeschaft. Deze afschaffing vindt dus niet geleidelijk plaats vanaf 2023, maar in een keer.

Let op! De afschaffing van de verhuurderheffing volgt uit het coalitieakkoord, maar moet nog in een wetsvoorstel worden opgenomen. Vervolgens moet zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer nog met dit wetsvoorstel instemmen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-15T10:39:17+01:0015 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Afschaffing verhuurderheffing per 1 januari 2023

  • Vrijstelling VPB eerder mogelijk bij startende vereniging

Vrijstelling VPB eerder mogelijk bij startende vereniging

Een startende stichting of vereniging zal eerder gebruik kunnen maken van de vrijstelling vennootschapsbelasting (VPB-vrijstelling) voor geringe winsten dan de Belastingdienst voor ogen had. Dit volgt uit een recent oordeel van de Hoge Raad.

VPB-vrijstelling geringe winsten
Voor stichtingen en verenigingen bestaat een VPB-vrijstelling voor geringe winsten. Deze vrijstelling is van toepassing als de winst in een jaar niet hoger is dan €15.000. Is de winst in een jaar wel hoger dan €15.000 dan is de vrijstelling alsnog van toepassing als de winst van het jaar plus de winsten van de vier voorafgaande jaren tezamen niet hoger zijn dan €75.000.

Let op! Stichtingen en verenigingen betalen alleen vennootschapsbelasting voor zover zij een onderneming drijven. Verricht de stichting of vereniging ook andere activiteiten, dan is hierover geen vennootschapsbelasting verschuldigd. De eventuele resultaten van deze andere activiteiten tellen ook niet mee voor de winstgrenzen van €15.000 en €75.000.

Winstgrens tijdens opstart ook €75.000
De Belastingdienst was van mening dat de winstgrens van €75.000 tijdens de opstartfase naar evenredigheid moest worden toegepast. Bestond een stichting bijvoorbeeld 3 jaar, dan bedroeg deze grens volgens de Belastingdienst 3/5 van €75.000 = €45.000. De Hoge Raad was het echter niet eens met deze uitleg. Volgens de Hoge Raad geldt de winstgrens van €75.000 gewoon ten volle, ook als een stichting of vereniging nog geen 5 jaar bestaat.

Voorbeeld
Een stichting maakt in jaar 1 €12.000 winst, in jaar 2 €14.000 winst en in jaar 3 €30.000 winst. Volgens de Belastingdienst kon de stichting over jaar 3 de VPB-vrijstelling niet meer toepassen omdat de totaalwinst over jaar 1 tot en met 3 hoger is dan €45.000. Volgens de Hoge Raad kan deze stichting echter ook in jaar 3 nog gebruikmaken van de VPB-vrijstelling omdat de totaalwinst over jaar 1 tot en met 3 niet hoger is dan €75.000.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-02T11:02:34+01:002 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vrijstelling VPB eerder mogelijk bij startende vereniging

  • Premies ZW en WGA volgend jaar omhoog

Premies ZW en WGA volgend jaar omhoog

De gemiddelde werkgeverspremies voor de ziektewet (ZW) en voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WGA) gaan volgend jaar omhoog. Dit heeft het UWV bekendgemaakt.

Stijging gemiddeld 17,2% en 7,7%
De ZW-premie stijgt volgend jaar gemiddeld van 0,58% naar 0,68%. Dit komt neer op een gemiddelde premiestijging van 17,2%. De WGA-premie stijgt van 0,78% naar 0,84%, een gemiddelde stijging van 7,7%.

Verschil per sector
De ZW-premie en de WGA-premie verschillen per sector en naar bedrijfsgrootte. Daardoor kunnen individuele verschillen afwijken. Zo bedraagt bijvoorbeeld volgend jaar de ZW-premie voor de taxisector 1,62%, terwijl deze premie voor de verzekeringssector slechts 0,11% bedraagt. Eenzelfde beeld zien we bij de WGA-premie die voor de taxisector 2,26% is en voor de verzekeringssector 0,38%.

De hoogte van de premies voor de WGA en Ziektewet is verder mede afhankelijk van de grootte van de werkgever. Voor kleine werkgevers is een sectorale premie van toepassing.

Oorzaken
De WGA-premie stijgt met name door een toename van uitkeringsgerechtigden, onder meer door een verhoging van de pensioenleeftijd. De verhoging van de ZW-premie wordt met name veroorzaakt door een grotere stijging van de lasten dan verwacht.

Wijziging loonsomgrens
Een andere wijziging betreft de loonsomgrens tussen kleine en middelgrote werkgevers die met ingang van 1 januari 2022 wordt verlegd van 10 naar 25 maal het gemiddelde loon per werknemer. Door deze wijziging neemt het aantal kleine werkgevers toe en het aantal middelgrote werkgevers af.

Let op! De Belastingdienst stuurt voor aanvang van het nieuwe premiejaar een beschikking of mededeling aan elke werkgever met de voor de werkgever geldende premiepercentages WGA en Ziektewet.

Let op! Een werkgever kan ook voor de beide ZW- en WGA-verzekeringen eigenrisicodrager worden. Dat kan per 1 januari en 1 juli. Die aanvraag moet dan wel drie maanden van te voren bij de Belastingdienst zijn ingediend.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-27T09:14:03+02:0027 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Premies ZW en WGA volgend jaar omhoog