forfait

Box 3 op basis van werkelijk rendement pas vanaf 2028

Het gaat het kabinet niet lukken om vanaf 2027 een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement in te voeren. Het nieuwe doel is om per 2028 een nieuw box 3-stelsel in te laten gaan.

Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement

Euro

Er wordt al een flink aantal jaren aan een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement gewerkt. Waar de eerste contouren al in het voorjaar van 2022 gepresenteerd werden, werd begin september 2023 het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 ter internetconsultatie voorgelegd aan iedereen die daarop wilde reageren. Hierop volgend werden in januari 2024 en april 2024 aanpassingen op het wetsvoorstel aangekondigd, waarna in juni 2024 het wetsvoorstel aan de Raad van State werd aangeboden. Deze bracht hierover onlangs een negatief advies uit. De staatssecretaris gaat dit advies bestuderen en informeert de Tweede Kamer hierover eind januari 2025.

Uitstel naar 2028

Daarnaast heeft de staatsecretaris bekendgemaakt dat invoering van het nieuwe box 3-stelsel per 1 januari 2027 onmogelijk is. Het doel is nu om per 2028 een nieuw stelsel in te voeren.

Stelsel tot en met 2027

Dit betekent dat het huidige forfaitaire box 3-stelsel een jaar langer in stand blijft, namelijk tot en met 2027 in plaats van tot en met 2026. Dit betekent dat u tot en met 2027 ook gebruik kunt maken van de tegenbewijsregeling als uw werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Deze tegenbewijsregeling komt voort uit het oordeel van de Hoge Raad in juni 2024 en wordt opgenomen in de wet.

Tip! Voor het opgeven van jouw werkelijke rendement in het kader van de tegenbewijsregeling voor de belastingjaren tot en met 2024 maak je gebruik van het nog in ontwikkeling zijnde formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR). Dit formulier komt naar verwachting in juni 2025 op papier en digitaal beschikbaar. Vanaf de aangifte inkomstenbelasting 2025 wordt het ook mogelijk om in de aangifte al gebruik te maken van de tegenbewijsregeling en het werkelijke rendement op te geven.

Stevige verhoging forfait overige bezittingen en verlaging heffingsvrij vermogen

De latere invoering van het nieuwe box 3-stelsel zorgt voor een budgettaire derving. Het kabinet is voornemens om dit tekort te dekken door het forfait dat nu geldt voor overige bezittingen vanaf 2026 te verhogen met 1,78% en het heffingsvrije vermogen vanaf 2026 te verlagen naar ongeveer € 52.048.

Voor een vergelijk: als een dergelijk verhoging al in 2025 zou plaatsvinden, zou het forfait voor overige bezittingen in 2025 uitkomen op 7,66% (5,88% + 1,78%)!

Let op! De verhoging van het forfait en de verlaging van het heffingsvrije vermogen zijn nog voornemens. In het voorjaar van 2025 besluit het kabinet hierover definitief. Er zou op dat moment misschien ook nog voor een andere dekking van het tekort kunnen worden gekozen.

Door |2024-12-18T09:34:13+01:0018 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Box 3 op basis van werkelijk rendement pas vanaf 2028

Geen lager forfait verpachte landbouwgronden en obligaties box 3

Het kabinet acht een apart (lager) forfait voor vermogensbestanddelen waarvoor een wettelijk maximum geldt (verpachte landbouwgronden) en laag renderende beleggingen (obligaties) niet wenselijk. Tot deze conclusie komt het kabinet na onderzoek.

Forfait 6,17%
Alle vermogensbestanddelen die niet kunnen worden aangemerkt als bank- of spaartegoed vallen in de categorie overige bezittingen, waarvoor in 2023 een forfaitair rendement van 6,17% geldt. Voor bepaalde vermogensbestanddelen, waaronder vermogensbestanddelen waarvoor een (veel) lager wettelijk maximum geldt en laag renderende beleggingen, wordt dit forfait als onrechtvaardig hoog ervaren. Daarom onderzocht het kabinet de mogelijkheid van aparte categorieën met een eigen forfaitair rendement.

Verpachte landbouwgronden
Voor verpachte landbouwgronden geldt een maximale pachtprijs van 2% van de vrije verkeerswaarde. Dit is veel lager dan de 6,17% die geldt in de categorie overige bezittingen. Dit forfait van 6,17% bestaat echter niet alleen uit direct rendement (de pachtprijs van maximaal 2%), maar ook uit indirect rendement (waardeontwikkelingen). Het kabinet geeft aan dat de waarde van de gronden vanaf 2012 met gemiddeld 64% is toegenomen. Daarmee zou een forfait voor verpachte landbouwgronden, indicatief, uitkomen op 6,50%. Om die reden acht het kabinet een aparte categorie onwenselijk.

Obligaties
Met een apart forfait voor obligaties zou gemiddeld beter bij het werkelijke rendement kunnen worden aangesloten. Veel belastingplichtigen beleggen echter in beleggingsfondsen. Die beleggingsfondsen zijn samengesteld uit onder andere aandelen, onroerend goed en obligaties. Het is voor banken niet mogelijk om het aandeel obligaties in beleggingsfondsen apart aan de Belastingdienst door te geven. De samenstelling van deze fondsen is namelijk niet bekend en wijzigt bovendien in de tijd. Om die reden acht het kabinet ook hier een aparte categorie onwenselijk.

Geen tegenbewijsregeling
Het kabinet onderzocht ook nog de mogelijkheid van een tegenbewijsregeling waardoor belastingplichtigen kunnen aantonen dat hun werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Zo’n tegenbewijsregeling vindt het kabinet echter niet verstandig. Zo zou zo’n regeling selectief gebruikt worden (alleen in de jaren dat het werkelijk rendement lager is) en een groot beroep doen op het doenvermogen van de belastingplichtige en op de capaciteit in de uitvoering bij de Belastingdienst.

Let op! Deze plannen moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-08T12:20:17+02:0012 mei 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Geen lager forfait verpachte landbouwgronden en obligaties box 3

Lager forfait voor aandeel VvE en derdenrekening notaris in box 3

Een aandeel in het vermogen van een reservefonds van een VvE valt in box 3 in de categorie overige bezittingen. Hiervoor geldt in 2023 een forfaitair rendement van 6,17%. Hetzelfde geldt voor een aandeel in geld dat op een derdengeldrekening bij een notaris staat. Het kabinet wil voor beide zaken hier verandering in aanbrengen.

Vermogensrechten tegen 6,17%

Aandelen in het vermogen van een reservefonds van een VvE en in het vermogen op een derdengeldrekening bij een notaris zijn vermogensrechten. Deze vermogensrechten vallen onder de box 3-heffing vanaf 2023 in de categorie overige bezittingen. Hiervoor geldt in 2023 een forfaitair rendement van 6,17%.

Meestal op bank- of spaarrekening

Uit onderzoek in de systemen van de Belastingdienst komt naar voren dat 99,92% van de middelen van VvE’s en meer dan 99% van derdengelden bij een notaris op bank- of spaarrekeningen staan. Het rendement op deze vermogensrechten past daarom beter bij de categorie banktegoeden. Voor de categorie banktegoeden is het forfaitair rendement voor 2023 voorlopig vastgesteld op 0,36%. Het definitieve forfaitaire rendement wordt pas begin 2024 bekend.

Categorie banktegoeden tegen (voorlopig) 0,36%

Het kabinet wil deze vermogensrechten onder de categorie banktegoeden brengen. De verwachting is dat dit vanaf 2023 al mogelijk is. Er is hier nog wel een wetswijziging voor nodig waar zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer mee in moet stemmen. Als dat gebeurt, bedraagt uw rendement over deze vermogensrechten in box 3 in 2023 geen 6,17% maar 0,36% (voorlopig percentage, het definitieve percentage volgt in 2024).
Tip!De staatssecretaris lijkt het logisch dat vergelijkbare situaties ook onder de categorie banktegoeden worden ondergebracht. Bent u daarom direct rechthebbende tot geld dat wordt aangehouden op een bank- of spaarrekening, maar staat dit geld niet direct aan u ter beschikking? Dan kunt u mogelijk, na inwerkingtreding van de wetswijziging, ook een beroep doen op het lagere rendement van de categorie banktegoeden.

Let op!Deze plannen moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-04T21:18:53+02:004 mei 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Lager forfait voor aandeel VvE en derdenrekening notaris in box 3

Mogelijke aanpassingen box 3-heffing vanaf 2024

Het kabinet gaat op 9 mei 2023 met de Tweede Kamer in overleg over een aantal aanpassingen vanaf 2024 in de box 3-heffing. Het overleg zal ook gaan over de budgettaire dekking die nodig is voor deze mogelijke aanpassingen.

Heffingskorting groen beleggen naar 1,1%

Om groen sparen en groen beleggen te stimuleren, geldt hiervoor een box 3-vrijstelling van (in 2023) € 65.072 per persoon. Fiscale partners hebben beiden recht op deze vrijstelling. Daarnaast geldt een heffingskorting van 0,7% van het vrijgestelde bedrag. Deze fiscale stimulans is een tegemoetkoming voor het lagere rendement op dit soort groene producten. De regeling kan voor groen sparen minder aantrekkelijk worden omdat, gezien de lage forfaitaire rendementen op banktegoeden, de vrijstelling minder van belang wordt. Om ook voor spaarders de prikkel om groen sparen te behouden, suggereert het kabinet de mogelijkheid om de heffingskorting vanaf 2024 tijdelijk te verhogen van 0,7% naar 1,1%.

Apart forfait voor vorderingen

Een andere mogelijke aanpassing is de introductie van een apart forfait voor vorderingen dat gelijk is aan het forfait voor schulden. Het kabinet onderzoekt nog of deze categorie vorderingen beperkt moet worden tot alleen geldleningen of zelfs tot alleen geldleningen tussen natuurlijke personen. Deze aanpassingen zou vanaf 2024 in kunnen gaan.

Tip!Als deze aanpassing wordt doorgevoerd, zal bijvoorbeeld een lening die een ouder aan een kind verstrekt bij de ouder in box 3 tegen hetzelfde forfait belast zijn als de schuld bij het kind. Op dit moment valt de vordering van de ouder in de categorie overige bezittingen tegen een forfaitair rendement van 6,17%. De schuld van het kind valt echter in box 3 tegen een veel lager forfaitair rendement (voor 2023 voorlopig vastgesteld op 2,57%).
Verdere uitsplitsing categorie overige bezittingen

Ook een nadere uitsplitsing van de categorie overige bezittingen behoort tot de mogelijke aanpassingen. Vanaf 2024 zouden dan de categorieën effecten, onroerende zaken, kapitaalverzekeringen, periodieke uitkeringen, belastbaar nettopensioen en belastbare nettolijfrente en overige bezittingen elk hun eigen forfaitair rendement krijgen.

Budgettaire dekking

Om deze aanpassingen te kunnen doorvoeren, is het wel noodzakelijk dat hiervoor budgettaire dekking wordt gevonden. Bij die dekking denkt het kabinet aan een verlaging van het heffingsvrije vermogen of een verder verhoging van het tarief in box 3.

Let op!Het box 3-tarief bedroeg in 2022 nog 31%, maar bedraagt in 2023 al 32%. In 2024 wordt dit tarief verder verhoogd naar 33% en vanaf 2025 bedraagt het 34%. Als de budgettaire dekking gevonden wordt in een verdere verhoging, bestaat dus de kans dat het box 3-tarief uiteindelijk uitkomt op 35% (of zelfs nog hoger?).

Overleg Tweede Kamer

Op 9 mei 2023 wil het kabinet in overleg met de Tweede Kamer over de mogelijke aanpassingen vanaf 2024. Op dat moment zal ook gesproken worden over de budgettaire dekking.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-04T21:12:49+02:004 mei 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Mogelijke aanpassingen box 3-heffing vanaf 2024

  • Forfait zonnepanelen verruimd: ook voor privéwoning ondernemer

Forfait zonnepanelen verruimd: ook voor privéwoning ondernemer

Wie energie opwekt met zonnepanelen en deze deels teruglevert aan zijn energiemaatschappij, moet hierover BTW betalen. De af te dragen BTW kan worden berekend via een forfait. De toepassing van dit forfait wordt per direct uitgebreid. Ook mogen ondernemers vanaf nu van het forfait gebruikmaken voor hun privéwoning.

Verhoging opwekvermogen
Het forfait voor de af te dragen BTW was tot nu toe alleen van toepassing als het opwekvermogen van de zonnepanelen niet hoger was dan 10.000 Wattpiek. Omdat het opwekvermogen ook hoger kan liggen, is besloten deze grens te verhogen naar 15.000 Wattpiek. Op die manier kan het forfait vaker worden gebruikt.

Let op! De verruiming van het forfait geldt zowel voor losse zonnepanelen als voor zonnepanelen die geïntegreerd zijn in het dak. Het forfait is voor beide soorten panelen wel verschillend.

Ook voor woning ondernemers
Het forfait kon tot nu toe niet worden gebruikt door ondernemers, zoals zzp’ers, met zonnepanelen op hun privéwoning. Zij moesten de geleverde stroom en de daarop te betalen BTW apart bijhouden. Vanaf nu geldt het forfait echter ook voor hen. Dit scheelt hen en de Belastingdienst een hoop administratieve rompslomp.

Registratiedrempel
De zogenaamde registratiedrempel blijft ongewijzigd. Dit betekent dat particulieren die een omzet hebben van niet meer dan €1.800, zich niet bij de Belastingdienst hoeven aan te melden als ondernemer. Als het opwekvermogen van de zonnepanelen niet meer is dan 15.000 Wattpiek, hoeven particulieren zonder andere omzet geen BTW te betalen en dus ook geen aangifte te doen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-03-13T14:35:12+01:0017 maart 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Forfait zonnepanelen verruimd: ook voor privéwoning ondernemer
  • BTW-forfait op zonnepanelen: hoe zit dat?

BTW-forfait op zonnepanelen: hoe zit dat?

Investeert je als particulier in zonnepanelen voor op je woning, dan kunt je de BTW bij aanschaf terugkrijgen. Daar staat tegenover dat je op de energie die je aan de energiemaatschappij teruglevert, weer BTW moet betalen. Voor de per saldo terug te krijgen BTW kun je een forfait gebruiken.

BTW terugvragen
Je kunt de BTW die je bij aanschaf op de zonnepanelen en de installatiekosten betaalt, terugkrijgen. Je moet echter ook BTW betalen over de teruggeleverde energie, het eigen gebruik van zelf opgewekte energie en de overige energie die je van het energiebedrijf afneemt. Als je dit allemaal zelf moet uitrekenen, is dat een hele klus. Vandaar dat je gebruik mag maken van een forfait.

Forfait
Een forfait is een door de Belastingdienst vastgesteld bedrag aan BTW. Als je het forfait gebruikt, hoef je zelf niet exact de verschuldigde BTW te berekenen. Het forfait is afhankelijk van de soort zonnepanelen, geïntegreerd of niet-geïntegreerd, en van het opwekvermogen van de zonnepanelen.

Tabel
Wat voor jouw situatie het forfaitaire bedrag aan BTW is, kun je vinden in de tabellen die op de site van de Belastingdienst staan. Daaruit blijkt dat het forfait van niet-geïntegreerde zonnepanelen met een opwekvermogen van bijvoorbeeld 6.500 Wattpiek €140 bedraagt. Heb je bijvoorbeeld zelf op de aanschaf en installatie €1.300 aan BTW betaald, dan krijg je per saldo dus €1.300 -/- €140 = €1.160 aan BTW terug.

Optioneel
Het gebruik van het forfait in de tabellen is optioneel. Je mag dus ook zelf de verschuldigde BTW uitrekenen, op basis van de werkelijke energieprijzen en geleverde en afgenomen energie. Je kunt de forfaits gebruiken tot een opwekvermogen van 10.000 Wattpiek. Daarboven ben je verplicht de BTW zelf te berekenen.

Tip! Meestal loont het om na het jaar waarin je de BTW terugvraagt, gebruik te gaan maken van de KOR (kleine ondernemersregeling).

Wat als je al ondernemer bent?
Als je al ondernemer bent voor de fiscus, kun je ook de BTW op de zonnepanelen, de installatiekosten en de teruggeleverde energie terugkrijgen voor zonnepanelen op de privéwoning. Je kunt echter als ondernemer géén gebruik maken van de forfaits. Je moet dus zelf de BTW op de teruggeleverde energie uitrekenen.

Tip! Ben je ondernemer en overweeg je zonnepanelen op jouw woning? Overleg dan eerst met een van onze adviseurs over de mogelijkheden.

BTW zonnepanelen naar 0%?
De BTW op de levering en installatie van zonnepanelen op of in de onmiddellijke nabijheid van woningen wordt per 1 januari 2023 hoogstwaarschijnlijk verlaagd naar 0%. Dit voornemen heeft het kabinet bekendgemaakt. Op deze manier worden de administratieve lasten voor vooral particulieren rond de BTW op zonnepanelen fors verminderd. De verlaging van het BTW-tarief naar 0% gaat niet alleen gelden voor particulieren, maar betreft alle zonnepanelen die op of in de onmiddellijke nabijheid van woningen worden geplaatst. Het is nog niet duidelijk hoe dit precies wordt gedefinieerd voor panden die zowel als bedrijfspand en woning worden gebruikt. Het parlement moet nog wel met dit voorstel akkoord gaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-08-03T09:37:06+02:003 augustus 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

BTW-forfait op zonnepanelen: hoe zit dat?

  • Geef uiterlijk 31 maart WBSO-uren 2021 door

Geef uiterlijk 31 maart WBSO-uren 2021 door

Vroeg je in 2021 WBSO aan? Doe dan uiterlijk 31 maart 2022 de WBSO-mededeling over 2021 bij de RVO. De mededeling bevat de door de medewerkers in 2021 gerealiseerde S&O-uren en soms ook de werkelijk gemaakte kosten en uitgaven.

WBSO
WBSO staat voor Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk. Het is een fiscale regeling die kosten voor Research & Development verlaagt.

Ondernemers met personeel
Ondernemers met personeel met een WBSO-verklaring kunnen de speur- en ontwikkelingskosten (S&O-kosten) verlagen door een aftrek op de loonheffingen (de S&O-afdrachtsvermindering). Heb je hier in 2021 gebruik van gemaakt, geef dan uiterlijk 31 maart 2022 de door de medewerkers in 2021 gerealiseerde S&O-uren door aan de RVO.

Let op! Heb je bij de aanvraag gekozen voor ‘werkelijke kosten en uitgaven’ en niet voor het forfait, dan moet je ook de in 2021 gemaakte kosten en uitgaven doorgeven.

Zelfstandigen zonder personeel
Zelfstandigen zonder personeel hebben recht op een aftrekpost in de inkomstenbelasting (de S&O-aftrek). Zij moeten uiterlijk 31 maart 2022 bij de RVO een melding doen als ze minder dan 500 S&O-uren gerealiseerd hebben in 2021.

Altijd melden
Ook als er geen S&O-uren zijn gemaakt, moet je dit melden aan de RVO.

Let op! Doe je geen melding, geen tijdige melding of een onjuiste melding, dan kun je een boete krijgen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-16T19:40:00+01:0016 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Geef uiterlijk 31 maart WBSO-uren 2021 door

  • De hypotheek onderbrengen in box 3?

De hypotheek onderbrengen in box 3?

De eigen woning is belast in box 1. Daardoor is de hypotheekrente ook aftrekbaar. Soms kun je de hypotheek echter beter onderbrengen in box 3. Hoezo eigenlijk?

Woning en hypotheek in box 1
Dat de woning in box 1 zit, betekent onder meer dat je hierover jaarlijks belasting betaalt via het eigenwoningforfait. Een deel van de WOZ-waarde, in 2022 in de meeste gevallen 0,45%, moet je daardoor bij het inkomen tellen. Daar mag je de betaalde hypotheekrente echter weer van aftrekken.

Hypotheekrente laag
De hypotheekrente staat al jaren op een historisch laag peil. De aftrek zet voor veel bezitters van een eigen woning dan ook nauwelijks meer zoden aan de dijk. Bovendien is de hypotheekrente volgend jaar nog maar aftrekbaar tegen maximaal 40% en vanaf 2023 tegen maximaal 37,05%. Ook hierdoor is het voordeel van de aftrek nog maar beperkt.

Overbrengen naar box 3?
Als je de hypotheekschuld overbrengt naar box 3, is de hypotheekrente niet meer aftrekbaar in box 1. Daar staat tegenover dat de hypothecaire schuld het vermogen in box 3 vermindert. Met name als je veel vermogen bezit, bespaar je hierdoor aanzienlijk aan te betalen belasting in box 3. In 2022 tot maximaal 1,71% van de hypothecaire schuld. Dat is vaak meer dan je extra betaalt in box 1 vanwege het verlies van de aftrek van de hypotheekrente.

Overbrengen kan niet zomaar
Het overbrengen van de hypothecaire schuld kan echter niet zomaar. Deze schuld moet namelijk verplicht in box 1 worden ondergebracht, tenzij je niet meer aan de fiscale voorwaarden voldoet. Als je de hypothecaire lening aflost en pas minstens twee jaar later weer opneemt, voldoe je niet meer aan de fiscale voorwaarden voor aftrek van de hypotheekrente. De lening is dan namelijk niet meer bedoeld voor de aankoop of verbouwing van een woning en verhuist dan automatisch naar box 3.

Hypotheek vanaf 2013 eenvoudiger naar box 3
Dateert de hypotheek echter van ná 2012, dan is het eenvoudiger de schuld naar box 3 te transporteren. Bijvoorbeeld door met de bank af te spreken dat je de hypothecaire lening niet in 30 jaar aflost, maar in 31 jaar. Ook dan voldoe je namelijk niet meer aan de fiscale voorwaarden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-02T12:42:32+01:002 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

De hypotheek onderbrengen in box 3?