dividend

Naheffing btw bij ‘abnormaal lage’ prijs auto?

Als een bv een auto aan zijn dga verkoopt, moet dit tegen de werkelijke waarde van de auto. Ligt het verkoopbedrag onder de werkelijke waarde van de auto en wordt de rest betaald via verkapt dividend, dan kan er een naheffing btw volgen. Of dit gebeurt is niet zeker, nu twee gerechtshoven hierover verschillend hebben geoordeeld.

Aankoop via verkapt dividend

Auto

In een zaak voor het Hof Amsterdam nam een dga de auto van zijn bv over tegen een prijs van € 15.000, terwijl de waarde van de auto € 75.000 bedroeg. Voor de rest van de waarde was verkapt dividend uitgedeeld. Voor de btw was slechts rekening gehouden met de betaalde € 15.000, hetgeen de bv een naheffing opleverde over het meerdere van € 60.000.

In een soortgelijke zaak voor het Hof Den Bosch werd een auto met een waarde van € 29.750 aan de dga verkocht voor € 2.624. Ook nu werd voor de rest van de waarde verkapt dividend uitgekeerd. De bv had over de volledige waarde van de auto btw afgedragen, maar ging tegen de eigen aangifte in bezwaar.

Gerechtshoven oordelen verschillend

Hoewel beide zaken onderling weinig verschillen, komen de gerechtshoven toch tot een ander oordeel. Hof Amsterdam oordeelde dat er sprake is van misbruik van recht en stelde de Belastingdienst in het gelijk. Hof Den Bosch vond dat er geen sprake is van misbruik van recht en stelde de bv in het gelijk.

Wanneer misbruik van recht?

Bij een transactie kan misbruik van recht worden aangenomen als in strijd met doel en strekking van de wet een belastingvoordeel wordt toegekend én het wezenlijke doel van de betrokken transactie erin bestaat dit belastingvoordeel te verkrijgen.

Overwegingen strijdig met elkaar

Volgens het Hof Amsterdam was aan deze definitie voldaan. Er was immers sprake van een abnormaal lage vergoeding voor de auto en door middel van deze constructie zou de auto vrijwel zonder btw overgaan naar de dga.

Hof Den Bosch vond niet dat er sprake is van misbruik van recht. Een abnormaal lage vergoeding is hiervoor onvoldoende en bovendien behoort dividend slechts bij uitzondering tot de vergoeding die voor de btw in aanmerking moet worden genomen. Er moet volgens het Hof dan een rechtstreeks verband bestaan tussen de aankoop van de auto en het verkapte dividend. De inspecteur moet dit bovendien aannemelijk maken. Omdat dit volgens het Hof niet lukte, stelde het Hof de bv in het gelijk.

Wachten op uitspraak Hoge Raad

Het wachten is nu op de Hoge Raad, want in beide zaken wordt vrijwel zeker in cassatie gegaan. We houden u uiteraard op de hoogte.

Door |2025-02-20T16:09:48+01:0020 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Naheffing btw bij ‘abnormaal lage’ prijs auto?

Verplichte toepassing vrijstelling inhouden dividendbelasting vanaf 2025

Als een vennootschap dividend uitkeert, kan in bepaalde gevallen een vrijstelling voor het inhouden van dividendbelasting gelden. De keuzemogelijkheid om deze vrijstelling wel of niet toe te passen, verdwijnt. Vanaf 2025 is de vennootschap verplicht om gebruik te maken van de vrijstelling.

Inhouding dividendbelasting

Euro

Een vennootschap die dividend uitkeert, moet hierop over het algemeen 15% dividendbelasting inhouden en afdragen aan de Belastingdienst. De vennootschap moet binnen een maand na de dag waarop het dividend beschikbaar is gesteld een aangifte dividendbelasting doen, en de dividendbelasting afdragen aan de Belastingdienst.

Vrijstelling inhouding dividendbelasting

Keert de vennootschap dividend uit aan een andere vennootschap die 5% of meer van de aandelen in bezit heeft? Dan kan een inhoudingsvrijstelling worden toegepast. De vennootschap hoeft dan geen dividendbelasting in te houden en af te dragen aan de Belastingdienst.

Keuze wordt verplichting

Op dit moment kan de uitkerende vennootschap er nog voor kiezen om de inhoudingsvrijstelling niet toe te passen. De vennootschap houdt dan 15% dividendbelasting in, doet hiervan aangifte en draagt dit af aan de Belastingdienst.

Deze keuzemogelijkheid verdwijnt. Vanaf 2025 moet een vennootschap, als een inhoudingsvrijstelling kan worden toegepast, deze ook toepassen. Geen keuze meer dus, maar een verplichting.

Nieuw: mogelijkheid bezwaar

Op dit moment kan een aandeelhouder niet in bezwaar gaan tegen het niet toepassen van de inhoudingsvrijstelling door de uitkerende vennootschap. Vanaf 2025 kan dat wel. Als de uitkerende vennootschap ten onrechte de inhoudingsvrijstelling niet toepast, kan de aandeelhouder bezwaar aantekenen tegen de ingehouden dividendbelasting. Als dat bezwaar wordt toegewezen, wordt de ten onrechte ingehouden dividendbelasting uitbetaald aan de aandeelhouder.

Fiscale eenheid

De inhoudingsvrijstelling geldt overigens ook als de uitkerende vennootschap en de ontvanger van het dividend tot dezelfde fiscale eenheid in de zin van de vennootschapsbelasting horen. Ook daar wijzigt de keuze vanaf 2025 in een verplichting.

Let op! Het voorstel om van de keuze om de inhoudingsvrijstelling toe te passen een verplichting te maken is op Prinsjesdag 2024 gedaan. De Tweede en Eerste Kamer moeten dit voorstel nog aannemen. Het is daarom nog niet definitief.

Door |2024-10-02T11:29:23+02:002 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Verplichte toepassing vrijstelling inhouden dividendbelasting vanaf 2025

Kabinet draait verhoging tarief box 2 weer terug

De belastingplannen voor 2025 bieden goed nieuws voor degenen die een aanmerkelijk belang hebben in een bv, waaronder dga’s. Het tarief van de tweede schijf in box 2 wordt namelijk verlaagd van 33 naar 31%. Uitkeringen uit de bv, zoals dividend, worden daardoor voor degenen met een aanmerkelijk belang minder zwaar belast als deze uitkeringen belast zijn in de tweede schijf. Het kabinet draait daarmee de tariefsverhoging van dit jaar voor een deel weer terug.

Tarief box 2

Euro

Het tarief van box 2 kent vanaf 2024 twee schijven. De eerste schijf kent in 2025 een tarief van 24,5%. Dit tarief blijft ongewijzigd ten opzichte van 2024, alleen de schijf wordt iets verruimd van € 67.000 in 2024 naar € 67.804 in 2025. De tweede schijf kent in 2025 een tarief van 31% voor het inkomen boven € 67.804. Dit jaar (2024) is dit tarief nog 33% en geldt dit vanaf € 67.000. In 2025 geldt dus een verlaging van het tarief met 2%.

Dubbel profijt voor partners

Fiscale partners kunnen inkomsten in box 2 overigens onderling verdelen. Als ze dit doen, kunnen ze tot een inkomen in box 2 van € 135.608 van het lage tarief van 24,5% profiteren. Alleen boven dit bedrag geldt dan ook voor hen het hoge tarief van 31%.

Tip! Als jouw partner geen inkomen heeft, is het aan jouw partner toedelen van een deel van dividend ook een manier om te voorkomen dat de algemene heffingskorting verloren gaat.

Box 2 voortaan ook van belang voor hoogte heffingskorting

Naast genoemde tariefsverlaging is voor dga’s van belang dat de hoogte van de algemene heffingskorting vanaf 2025 ook afhangt van het inkomen in box 2. Inkomen in box 2 zou er vanaf 2025 daarom voor kunnen zorgen dat de algemene heffingskorting lager of zelfs nihil wordt. Dit kan betekenen dat je niet alleen 24,5% betaalt over een dividenduitkering, maar ook nog minder algemene heffingskorting krijgt (ter grootte van 6,337 % van de dividenduitkering). Of dit effect daadwerkelijk optreedt is afhankelijk van de hoogte van jouw andere inkomen (waaronder jouw loon uit de bv).

Ook in 2024 al dividend?

In 2024 betaal je tot € 67.000 (als je een fiscale partner heeft tot € 134.000) 24,5% in box 2. In 2024 heeft een dividenduitkering nog geen invloed op de hoogte van de algemene heffingskorting. Beoordeel daarom of je tot dit bedrag tegen het lage tarief van 24,5% een dividenduitkering kunt doen.

Let op! Houd er wel rekening mee dat dividenduitkeringen in 2024 jouw vermogen in box 3 verhogen. 

Tip! Krijg je te maken met de Wet excessief lenen, ook wel de dga-taks genoemd? Bijvoorbeeld omdat je een schuld heeft aan jouw bv die meer bedraagt dan € 500.000? Dan kun je dat mogelijk in 2024 oplossen tegen (deels) het 24,5%-tarief in box 2. Overleg hierover met een van onze adviseurs.

Door |2024-09-23T10:39:41+02:0023 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Kabinet draait verhoging tarief box 2 weer terug

Aangifte en opgaaf dividendbelasting verplicht digitaal

Bedrijven moeten de aangifte en opgave dividendbelasting vanaf 1 juli 2024 verplicht digitaal inleveren. Voor dividenduitkeringen tot en met 2023 kon dit nog op papier plaatsvinden, voor uitkeringen vanaf 2024 vanaf 1 juli 2024 niet meer.

Dividendbelasting

Laptop

NV’s en BV’s die winst maken en dit uitdelen aan de aandeelhouders moeten over het algemeen dividendbelasting inhouden en afdragen. Het tarief bedraagt 15%.

Let op! Niet in alle gevallen hoeft dividendbelasting ingehouden worden, bijvoorbeeld als een inhoudingsvrijstelling van toepassing is. Dit is bijvoorbeeld het geval als een bv dividend uitkeert aan een andere bv die 5% of meer van de aandelen houdt.

Digitaal

De aangifte en opgaaf kunt u indienen via Mijn Belastingdienst Zakelijk. Je kan ook administratieve software gebruiken of een en ander uitbesteden aan uw adviseur.

Door |2024-06-14T15:43:25+02:0014 juni 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aangifte en opgaaf dividendbelasting verplicht digitaal
  • Nieuwsbrief oktober 2023

Nieuwsbrief oktober 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 9 oktober 2023, 20:00 uur.


1. Dividend- en aandelenvervreemding in 2023 of vanaf 2024?

Vorig jaar is al besloten om vanaf 2024 twee tarieven in box 2 te introduceren. De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen met het voorstel om de hoogste van die twee tarieven nog eens met 2%-punt extra te verhogen. Reden om na te denken over een dividenduitkering of mogelijk versnelde vervreemding van uw aandelen in 2023?

Box 2
In box 2 betaalt u belasting over inkomsten uit aanmerkelijk belang. Dit betreft enerzijds het dividend dat de bv uitkeert aan aanmerkelijk belangaandeelhouders-natuurlijke personen en anderzijds de winst die zo’n aandeelhouder haalt met de verkoop van zijn aandelen. In geval van overlijden wordt de aandeelhouder geacht zijn aandelen te hebben verkocht en treedt dus ook heffing op.

Vanaf 2024 twee tarieven
Het tarief in box 2 bedroeg vanaf de invoering in 2001 tot en met 2019 25% (met uitzondering van 2007 en 2014, toen bij een inkomen in box 2 van € 250.000 een tarief van 22% gold). Nadat het tarief in 2020 al was verhoogd van 25 naar 26,25%, volgde vanaf 2021 een verdere verhoging naar 26,9%. Vervolgens is in 2022 besloten om vanaf 2024 twee tarieven in box 2 in te voeren: voor het inkomen in box 2 tot en met € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000 gezamenlijk) een tarief van 24,5% en voor het inkomen daarboven 31%.

Aangenomen motie
De Tweede Kamer heeft echter een motie aangenomen met het voorstel om het tarief van 31% met ingang van 2024 nog verder te verhogen naar 33%. Als de motie wordt opgenomen in een wetsvoorstel waarmee de Tweede en Eerste Kamer instemmen, ziet het box 2-tarief er vanaf volgend jaar (2024) als volgt uit:

Inkomen in box 2 Tarief
Tot en met € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000) 24,50%
Boven € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000) 33%

 

Let op!
De nieuwe tarieven gaan ook gelden voor reserves die tot en met 2023 al zijn opgebouwd in de vennootschap!

Minder én meer belasting in box 2
Door de verlaging van het box 2-tarief voor de eerste € 67.000 (fiscale partners € 134.000) van 26,9 naar 24,5%, betaalt u over dividend of de verkoopwinst van uw aandelen tot € 67.000 (of € 134.000) in 2024 bijna 9% minder belasting in box 2 dan in 2023.

Door de verhoging van het box 2-tarief voor bedragen boven € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000 gezamenlijk) van 26,9 naar 33%, betaalt u over dividend of de verkoopwinst van uw aandelen boven € 67.000 (of € 134.000) in 2024 echter bijna 23% meer belasting in box 2 dan in 2023.

Let op!
De introductie van twee tarieven in box 2 is al definitief aangenomen. Dat geldt niet voor de verhoging van het bovenste tarief van 31 naar 33%.

2023 of vanaf 2024 gunstiger?
De vraag is of het nu raadzaam is om in 2023 al dividend uit te keren of te wachten tot 2024 en latere jaren. Eenzelfde vraag kan gesteld worden voor een volgend jaar geplande vervreemding van aandelen. Is het raadzaam om die vervreemding, waar mogelijk, naar voren te halen en in 2023 uit te voeren?

Vuistregel lijkt in ieder geval dat voor bedragen rond € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000) het raadzaam is te wachten tot 2024. In 2024 kunt u immers gebruikmaken van het lagere tarief van 24,5%. Gaat het om hogere bedragen, dan kan het financieel weleens aantrekkelijker zijn om de transactie nog in 2023 te laten plaatsvinden.

Individuele beoordeling
Of uitkeren in 2023 of vanaf 2024 gunstiger is, is niet alleen afhankelijk van het box 2-tarief, maar ook van andere individuele omstandigheden. Zo kan het bestedingsdoel van invloed zijn op de beslissing om in 2023 of op een later moment pas dividend uit te keren. Verder zullen onder meer de hoogte van de nog uit te keren reserves en het moment waarop u dividend moet of wilt gaan uitkeren of de verkoop van uw aandelen gepland heeft, een rol spelen.

Daarnaast speelt ook de toekomstige winstverwachting een rol: indien u verwacht de komende jaren een nettowinst in de bv te behalen waarmee u bij een dividenduitkering het laagste tarief al benut, zal iedere verdere uitkering belast zijn tegen het hogere tarief. Het lijkt dan aantrekkelijk om in 2023 belastingheffing actief op te zoeken. Uiteraard moeten er dan wel voldoende liquide middelen aanwezig zijn om de verschuldigde dividend- en inkomstenbelasting te voldoen.

Tip!
De beoordeling is niet eenvoudig en leidt helaas ook niet tot een duidelijke uitkomst. Onze adviseurs kunnen de diverse scenario’s van uw individuele situatie voor u beoordelen en met u bespreken om zo een keuze te kunnen maken om wel of niet in 2023 nog actie te ondernemen.


2. Wetsvoorstel aanpak schijnzelfstandigheid

Met de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden wil het kabinet de balans in het werken met en als zelfstandige(n) herstellen. Er ligt nu een wetsvoorstel ter consultatie inzake de richtlijnen en maatregelen wanneer er als werknemer gewerkt wordt en wanneer er als zelfstandige gewerkt kan worden.

Drie wetsvoorstellen
Het inmiddels demissionaire kabinet werkt nog wel verder aan diverse wetsvoorstellen op het terrein van werk en arbeid. Het wetsvoorstel dat nu ter consultatie ligt, is onderdeel van het in april 2023 gepresenteerde arbeidsmarktpakket met samenhangende maatregelen voor meer zekerheid voor werkenden en meer wendbaarheid voor ondernemers.

Een onderdeel van het pakket is het herstellen van de balans in het werken met en als zelfstandige(n). In dat kader worden in totaal drie wetsvoorstellen ter internetconsultatie aangeboden om tot een hervorming van de arbeidsmarkt te komen. Die hervorming wordt langs drie parallelle lijnen vormgegeven:

  • Het creëren van een gelijker speelveld voor contractvormen van werknemers en zelfstandigen.
  • Het verduidelijken van de regels over wanneer als werknemer gewerkt wordt en wanneer als zelfstandige gewerkt kan worden.
  • Het versterken en verbeteren van de handhaving in voorbereiding op het afschaffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025.

Het wetsvoorstel dat nu in consultatie is gegaan, is onderdeel van de tweede lijn.

Doel wetsvoorstel
Dit wetsvoorstel beoogt bij te dragen aan het herstellen van de balans tussen het werken met zelfstandigen en als zelfstandige(n) aan de ene kant, en het werken met en als werknemer(s) aan de andere kant. Het voorstel verduidelijkt wanneer er als werknemer gewerkt moet worden en wanneer er als zelfstandige gewerkt kan worden. Daarnaast worden werkenden met beperkte onderhandelingsmacht ondersteund bij het opeisen van hun arbeidsovereenkomst.

De maatregelen
De internetconsultatie over het wetsvoorstel, dat op 6 oktober 2023 van start is gegaan, bevat de volgende maatregelen:

  • Verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie

Het wetsvoorstel geeft aan wanneer er wordt gewerkt onder gezag van een leidinggevende. Er worden in dat kader drie hoofdelementen geïntroduceerd om duidelijkheid te geven aan werkenden, werkgevers, opdrachtgevers, uitvoeringsorganisaties en de rechtspraak:

  • werkinhoudelijke ondergeschiktheid,
  • organisatorische inbedding en
  • werken voor eigen rekening en risico.

Deze criteria moeten ervoor zorgen dat het beoordelen van arbeidsrelaties consistent is.

  • Rechtsvermoeden uurtarief

Dit voorstel introduceert het rechtsvermoeden dat bij een uurtarief onder € 32,24 (peildatum 1 juli 2023) een arbeidsovereenkomst bestaat. De werkgever dient het tegendeel aan te tonen.

Eenvoudig een arbeidsovereenkomst
Hierdoor moet het voor werkenden aan de onderkant van de arbeidsmarkt eenvoudiger worden om bij de werkgever dan wel bij de rechter een arbeidsovereenkomst te claimen. Bijkomend voordeel is dat er een preventief effect uitgaat van het rechtsvermoeden doordat bij werken tegen een lager tarief beter beoordeeld wordt of de klus door een zelfstandige gedaan kan worden of dat er sprake moet zijn van een arbeidsovereenkomst.

Let op!
De internetconsultatie loopt tot en met 10 november 2023. Iedereen die wil, kan tot en met die datum op de internetconsultatie reageren.


3. Anticipeer op wijzigingen bedrijfsopvolgingsregelingen

De bedrijfsopvolgingsregeling en de doorschuifregeling bij schenken en overlijden gaan veranderen. Met name vanaf 2025 zijn er grote veranderingen op komst, maar op Prinsjesdag 2023 heeft het kabinet ook een aantal wijzigingen bekendgemaakt die in 2024 al ingaan.

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en doorschuifregeling (DSR)
De BOR en de DSR zijn belangrijke fiscale faciliteiten bij het schenken of erven van een bedrijf. Beide faciliteiten kennen een forse vrijstelling van te betalen belasting, op voorwaarde dat het bedrijf wordt voortgezet. De BOR en DSR worden vanaf 2025 aangepast, maar één onderdeel wordt al per 1 januari 2024 gewijzigd.

Wijziging verhuurd vastgoed vanaf 2024
Deze wijziging betreft het standaard aanmerken van verhuurd vastgoed als belegging. In veel gevallen wordt verhuurd vastgoed nu ook al als belegging aangemerkt, maar door deze wijziging zal dit vanaf 2024 per definitie het geval zijn. Deze wijziging geldt zowel voor de BOR alsook voor de DSR voor een aanmerkelijk belang.

Wijziging in vrijstelling BOR vanaf 2025
Andere wijzigingen die de BOR en DSR betreffen, gaan per 2025 of 2026 in. Hoe deze wijzigingen eruit gaan zien, is voor 2025 in een op Prinsjesdag 2023 aangeboden wetsvoorstel opgenomen. Zo is vastgelegd dat het bedrag dat voor de BOR voor 100% is vrijgesteld per 2025 verhoogd wordt van € 1.205.871 naar € 1.500.000. Het meerdere wordt dan nog slechts voor 70% vrijgesteld in plaats van 83% nu.

Overige wijzigingen vanaf 2025
In het wetsvoorstel is ook de invoering van een minimumleeftijd van de verkrijger van 21 jaar opgenomen. Deze geldt vanaf 2025 bij schenking van een aanmerkelijk belang voor de DSR en bij schenking voor de BOR. Ook zal vanaf 2025 de dienstbetrekkingseis in de DSR voor een aanmerkelijk belang vervallen.

Daarnaast zullen bedrijfsmiddelen die ook buiten de onderneming worden gebruikt vanaf 2025 niet meer volledig kwalificeren voor de BOR en de DSR. Dat geldt overigens alleen voor bedrijfsmiddelen met een waarde in het economisch verkeer van minimaal € 100.000 die voor meer dan 10% buiten de onderneming worden gebruikt.

Tot slot verdwijnt per 2025 de zogenaamde doelmatigheidsmarge van 5% in de BOR. Voor beleggingsvermogen kunt u in beginsel de BOR niet toepassen. De doelmatigheidsmarge zorgt ervoor dat de BOR toch van toepassing is op een deel van het beleggingsvermogen. Die mogelijkheid is dus in het wetsvoorstel vanaf 2025 voor de BOR geschrapt. Voor de DSR bestaat eenzelfde doelmatigheidsmarge van 5%. Deze wordt ook geschrapt, maar niet al vanaf 2025. Vanaf wanneer wel, is op dit moment nog niet bekend.

Let op!
De voorstellen vanaf 2024 en vanaf 2025 zijn nog niet goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer. Het is verder nooit uit te sluiten dat bepaalde voorstellen vóór 2025 alsnog gewijzigd worden.

Vanaf 2026
Wijzigingen vanaf 2026 worden volgend jaar op Prinsjesdag in een wetsvoorstel opgenomen. Dit zal onder meer gaan om versoepelingen van de bezits- en voortzettingseis in de BOR voor bepaalde situaties en om bepalingen om constructies met de BOR aan te pakken.

Anticiperen?
Omdat de exacte voorstellen voor de nabije toekomst nog niet helemaal vaststaan, is het moeilijk er nu al op te anticiperen. Wel bestaat de indruk dat het met name voor grotere bedrijven met een waarde boven circa € 2 miljoen voordelig is als nog voor 2025 van de BOR gebruik wordt gemaakt. Daarnaast zal het in het algemeen voordelig zijn om nog in 2023 van de BOR en DSR gebruik te maken als er verhuurd vastgoed in het spel is dat nu nog als ondernemingsvermogen kwalificeert.

Tip!
Omdat dit complexe trajecten zijn, adviseren wij u graag daarbij.


4. Giftenaftrek vennootschapsbelasting vervalt

Een bv of een andere vpb-plichtige kan een gift aan een ANBI, onder voorwaarden, aftrekken van de winst. Het kabinet stelt voor om deze giftenaftrek in de vpb volledig te laten vervallen vanaf 2024. Daar staat tegenover dat die gift ook niet meer als uitdeling aan een aandeelhouder wordt aangemerkt.

Giftenaftrek
Giften aan een ANBI zijn momenteel in de vennootschapsbelasting (vpb) aftrekbaar tot maximaal 50% van de winst, met een maximum van € 100.000.

Uitdeling
Doet een bv een gift vanuit de persoonlijke vrijgevigheid van de aandeelhouder? Dan wordt deze gift aangemerkt als een ‘uitdeling aan de aandeelhouder’. De gift is dan niet aftrekbaar en deze uitdeling wordt dan in box 2 én met dividendbelasting belast.

Om het geven van grote periodieke giften vanuit een vennootschap aan een ANBI aantrekkelijker te maken, stelt het kabinet voor om de gift die als zo’n uitdeling kan worden aangemerkt, vanaf 2024 niet meer te belasten in box 2 of met dividendbelasting.

Let op!
Er is nog wel sprake van een uitdeling die belast is in box 2 en met dividendbelasting als de vennootschap de gift niet rechtstreeks doet, maar bijvoorbeeld het bedrag eerst uitkeert aan de aandeelhouder. In dat geval kan de aandeelhouder eventueel wel gebruikmaken van de giftenaftrek in de inkomstenbelasting.

Goedkeuring beleidsbesluit
In een beleidsbesluit is overigens vanaf 2016 al een goedkeuring opgenomen waardoor een gift vanuit de persoonlijke vrijgevigheid van de aandeelhouder, onder voorwaarden, niet als uitdeling wordt aangemerkt voor box 2 en de dividendbelasting. Deze goedkeuring geldt echter alleen voor zover de giften niet groter zijn dan het maximaal in aftrek te brengen bedrag in de vpb. Voor het meerdere is onder de goedkeuring dus op dit moment wel sprake van een uitdeling die niet aftrekbaar is in de vpb, maar wel belast is in box 2 en voor de dividendbelasting. In zoverre is het wetsvoorstel dus een verruiming.

Geen giftenaftrek in vennootschapsbelasting meer
Als tegenhanger van dit voorstel om geen uitdeling meer aan te nemen, wil het kabinet echter de giftenaftrek in de vpb vanaf 2024 voor alle lichamen laten vervallen. Giften zijn vanaf 2024 dus niet langer meer aftrekbaar van de winst in de vpb.

Sponsoring blijft mogelijk
Het steunen van goede doelen door sponsoring of reclame blijft, ook vanaf 2024, wel mogelijk. Dit zijn zakelijke kosten die aftrekbaar zijn van de winst voor de vpb.

Geen schenkbelasting
Als een ANBI of steunstichting SBBI een gift van een lichaam ontvangt, is daarover geen schenkbelasting verschuldigd. Dat is nu al zo en dat blijft ook zo.

Let op!
Deze plannen moeten nog door de Tweede én Eerste kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.


5. Aanpassing box 3 met terugwerkende kracht vanaf 2023

Het kabinet stelt voor om een aandeel in een VvE en geld op een derdengeldenrekening bij een notaris of gerechtsdeurwaarder met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023 in de categorie banktegoeden onder te brengen. Dit betekent dat niet langer het rendement van de categorie overige bezittingen (6,17%) geldt, maar het veel lagere rendement van de categorie banktegoeden. Verder stelt het kabinet voor om onderlinge schulden en vorderingen tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023 te negeren voor de belastingheffing van box 3. Deze hoeven dus niet meer in de aangifte inkomstenbelasting 2023 in box 3 te worden vermeld. De voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief. Dat geldt ook voor het voorstel om het tarief in box 3 vanaf 2024 te verhogen naar 34% of misschien zelfs 36%! Het tarief in 2023 bedraagt nog 32%.


6. Minder vrije ruimte werkkostenregeling in 2024

De vrije ruimte in de werkkostenregeling bedraagt volgend jaar 1,92% van de loonsom tot € 400.000. In 2023 is dat nog 3% van de loonsom tot € 400.000. Over het meerdere is de vrije ruimte zowel in 2023 als in 2024 1,18%. De verlaging van het percentage voor de loonsom tot € 400.000 betekent dat werkgevers volgend jaar misschien eerder te maken krijgen met een belastingheffing van 80% over vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen aan werknemers. Werkgevers kunnen anticiperen op de maatregel door vrije ruimte over 2023 in kaart te brengen. Is er nog ruimte, dan kunnen bepaalde vergoedingen en verstrekkingen mogelijk in 2023 in plaats van 2024 gegeven worden.

Door |2024-05-31T08:59:50+02:0017 oktober 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief oktober 2023
  • Vanaf 2024 twee tarieven in box 2

Vanaf 2024 twee tarieven in box 2

Houders van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, krijgen vanaf 2024 te maken met twee tarieven in box 2. In box 2 worden de inkomsten uit een aanmerkelijk belang belast. Daarbij gaat het met name om dividenduitkeringen en om de winst behaald bij verkoop van een aanmerkelijk belang. Dit voorstel staat in het Belastingplan 2023.

Twee tarieven
De voorgestelde tarieven vanaf 2024 bedragen 24,5% voor inkomsten tot €67.000 en 31% over het meerdere. Nu kent box 2 nog één tarief van 26,9%. Het voorstel betekent dat over een dividend tot €67.000 vanaf 2024 bijna 9% minder belasting hoeft te worden betaald. Wordt meer dividend uitgekeerd, dan betaalt men ruim 15% méér belasting in box 2 over het meerdere.

Voordeel partners
Belastingplichtigen met een partner kunnen inkomsten uit een aanmerkelijk belang in de aangifte verdelen. Ze kunnen zo een voordeel behalen door een dividenduitkering van meer dan €67.000 deels aan de partner toe te rekenen. Op deze manier kunnen zij straks maximaal 2 x €67.000, ofwel €134.000 aan dividend opnemen tegen het lage tarief van 24,5%.

Oppotten tegengaan
Het wetsvoorstel is onder meer bedoeld om het eindeloos oppotten van winstreserves in de BV tegen te gaan. DGA’s hebben er straks immers voordeel bij om jaarlijks dividend uit te keren voor zover het tarief hierover 24,5% bedraagt. Het wetsvoorstel is ook bedoeld ter financiering van de herziene belastingheffing over vermogensinkomsten in box 3.

Aanpassing aan inflatie
De nieuwe tariefschijven zullen jaarlijks aangepast worden aan de inflatie. Dit betekent dat het lage tarief van 24,5% jaarlijks toegepast wordt over een bedrag van de eerste schijf (€ 67.000), plus of min de inflatiecorrectie.

Let op! De voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en zijn dus nog niet definitief.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-17T11:37:16+02:0019 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vanaf 2024 twee tarieven in box 2

  • Vanaf 2024 twee tarieven voor box 2

Vanaf 2024 twee tarieven voor box 2

Personen met een zogeheten ‘aanmerkelijk belang’, zoals DGA’s, krijgen vanaf 2024 te maken met twee tarieven voor hun inkomsten in box 2. Nu is dat nog één tarief van 26,9%. Dit voorstel maakt onderdeel uit van de Voorjaarsnota die het kabinet 20 mei 2022 presenteerde.

Box 2
In box 2 wordt belasting geheven over inkomsten uit een aanmerkelijk belang. Van een aanmerkelijk belang is sprake als je minstens 5% van de aandelen in een bepaalde rechtspersoon bezit. Meestal betreft dit een BV. De inkomsten kunnen bestaan uit dividend of uit de voor- en nadelen bij verkoop van de aandelen.

Tarieven
Het tarief in box 2 bedraagt nu 26,9%. Volgens het kabinetsvoorstel wordt dit vanaf 2024 een tarief van 26% voor inkomsten tot €67.000 en een tarief van 29,5% over het meerdere. Dit betekent dus een verlaging van het tarief met 0,9%-punt respectievelijk een verhoging met 2,6%-punt.

Verhoging opbrengst box 2
Het kabinet schat in dat het voorstel jaarlijks €70 miljoen oplevert. Omdat DGA’s naar verwachting op de maatregel zullen anticiperen, zal dit effect naar verwachting al vanaf 2023 optreden.

Voor- of nadelig?
Of het voorstel per saldo voor- of nadelig voor een DGA uitpakt, hangt af van de omvang van de uitgedeelde winst. Tot €67.000 treedt een voordeel op, daarna een nadeel. Door de maatregel zal de winst echter ook vaker dan nu gespreid worden opgenomen.

Let op! Het voorstel moet nog door het parlement worden aanvaard en is dus nog niet zeker.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-30T12:45:55+02:0030 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vanaf 2024 twee tarieven voor box 2

  • Inhoudingsvrijstelling dividendbelasting landgoedvennootschap

Inhoudingsvrijstelling dividendbelasting landgoedvennootschap

Per 1 januari 2022 is een nieuwe fiscale maatregel van kracht voor vennootschappen met landgoederen. Onder een aantal voorwaarden gaat voor de dividendbelasting een inhoudingsvrijstelling gelden. Welke voorwaarden zijn dit?

Fiscale faciliteiten voor landgoed
Onder de Natuurschoonwet 1928 kan een Nederlands of buitenlands landgoed vallen. Je hebt dan recht op fiscale faciliteiten met als doel het in stand houden van landgoederen en het bevorderen van natuurschoon in particulier bezit. De fiscale faciliteiten gelden voor diverse belastingen.

Nog geen faciliteit in de dividendbelasting
Heb je een vennootschap? Dan geldt tot nu toe voor je dat er in de dividendbelasting momenteel geen faciliteit geldt. Dit betekent dat de NSW-vennootschap dividendbelasting moet inhouden op dividenduitkeringen aan de aandeelhouders. In de praktijk blijkt dat in de meeste gevallen recht bestaat op teruggaaf of verrekening van de ingehouden dividendbelasting. Daarom is nu in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2022 een inhoudingsvrijstelling voorgesteld voor NSW-vennootschappen in de dividendbelasting.

Voorwaarden vrijstelling
Deze nieuwe inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting geldt voor vennootschappen waarvan:

  • de bezittingen uitsluitend of hoofdzakelijk bestaan uit landgoederen in de zin van de NSW 1928;
  • de werkzaamheden ten minste hoofdzakelijk bestaan uit de instandhouding van die landgoederen; en
  • de overige werkzaamheden niet kunnen worden aangemerkt als het drijven van een onderneming.

Goedkeuring
Vooruitlopend op het wetsvoorstel is in het Besluit Inhoudingsvrijstelling NSW-vennootschappen al goedgekeurd dat inhouding van dividendbelasting achterwege kan blijven bij winstuitkeringen door NSW-vennootschappen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-05T11:38:06+01:005 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Inhoudingsvrijstelling dividendbelasting landgoedvennootschap

  • Lager gebruikelijk loon door kostenvergoeding en bijtelling

Lager gebruikelijk loon door kostenvergoeding en bijtelling

Als DGA moet je jaarlijks ten minste een minimumbedrag aan salaris uit de BV opnemen. Door dit te verminderen met kostenvergoedingen en de bijtelling voor de auto van de zaak, wordt het gebruikelijk loon lager.

Gebruikelijk loon
Het gebruikelijk loon dient volgens de wet te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij de BV, indien een van deze bedragen meer is dan €47.000. Is het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager dan €47.000, dan wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag.

Belast in box 1
Het gebruikelijk loon van de DGA wordt belast in box 1 en dat tarief loopt al snel op tot 49,5%. Het is daarom meestal lucratief het gebruikelijk loon zo laag mogelijk te houden. Je kunt dan het gebruikelijk loon verlagen met belaste en onbelaste kostenvergoedingen. Deze moeten wel duidelijk aan de DGA zijn toe te rekenen. Ook mag je het gebruikelijk loon verminderen met de bijtelling vanwege het privégebruik van de auto van de zaak.

Voorbeeld:
Kostenvergoedingen €2.000
Bijtelling auto van de zaak €11.000 (22% x €50.000)
Totaal €13.000

Je kunt het gebruikelijk loon in dit voorbeeld verlagen met €13.000. Zou je normaal gesproken een gebruikelijk loon van €47.000 op moeten nemen aan salaris, dan kun je dat in deze situatie dus beperken tot €47.000 -/- €13.000 = €34.000.

Tip! Overweeg ook om in plaats van een gebruikelijk loon jezelf dividend uit te keren. Dat kan voordeliger zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-16T10:57:23+01:0016 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Lager gebruikelijk loon door kostenvergoeding en bijtelling

  • Sinterklaas spelen vanuit eigen BV?

Sinterklaas spelen vanuit eigen BV?

Heb je een BV, dan kun je overwegen om nog dit jaar dividend uit te keren. Dit jaar, in 2020, betaal je namelijk 26,25% belasting in box 2, terwijl deze in 2021 oploopt naar 26,9%. Het loont om te kijken of dit voor jou als DGA interessant is.

Niet altijd gunstig
Het uitkeren van dividend bespaart je belasting in box 2, maar is desondanks niet altijd gunstig. Als je als DGA het dividend namelijk dit jaar niet meer aanwendt voor consumptieve doeleinden, telt het mee in box 3 en betaal je er belasting over. De peildatum hiervoor is 1 januari 2021.

Dividend schuldig blijven
Wil je heffing in box 3 voorkomen en wil je het uitgekeerde dividend niet vóór 1 januari 2021 consumptief aanwenden, dan kan de BV het onvoorwaardelijk toegekende dividend ook aan je schuldig blijven tot na de datum van 1 januari. Je profiteert dan nog van het lage tarief in box 2 én het dividend telt niet mee in box 3.

Zakelijke vergoeding
Je moet hiervoor wel een zakelijke vergoeding met de BV afspreken over de periode dat de BV het dividend schuldig blijft. Hierover moet je een zakelijke rente vergoed krijgen die weer belast is in box 1. Aangezien het slechts een korte periode hoeft te zijn, valt deze extra last ruimschoots weg tegen de besparing in box 3.

Lening aflossen
Je kunt het dividend ook gebruiken om een lening die je bij de BV hebt, af te lossen. Dit is met name interessant als je meer dan € 500.000 aan leningen uit hebt staan bij de BV. Er zijn plannen dat vanaf 2023 leningen boven dit bedrag als bovenmatig worden aangemerkt en je er belasting over moet betalen.

Let op! Heb je gebruikgemaakt van steunmaatregelen? Dan geldt er in bepaalde situaties een verbod inzake het uitdelen van dividend aan bestuur en directie. Dit is het geval als gebruik is gemaakt van de NOW-regelingen of als de BV langer dan drie maanden uitstel van betaling van belasting heeft gekregen. Of dit verbod ook voor jouw BV of concern geldt, hangt onder meer af van de omvang van de ontvangen steun.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2020-12-04T08:39:53+01:004 december 2020|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Sinterklaas spelen vanuit eigen BV?