arbeid

Is ZW-uitkering van invloed op arbeidskorting?

Sinds 1 januari 2020 tellen ZW-uitkeringen niet altijd meer mee als arbeidsinkomen. Daarmee tellen ZW-uitkeringen dus ook niet altijd meer bij het bepalen van de hoogte van de arbeidskorting. Onlangs werd voor de rechtbank Noord-Nederland de vraag beantwoord hoe dat zit als het een uitzendkracht betreft.

Alleen voor bestaande dienstbetrekkingen

Medisch

Sinds 2020 tellen ZW-uitkeringen alleen nog mee als arbeidsinkomen als de dienstbetrekking nog niet is beëindigd. Is dit wel het geval, dan telt de ZW-uitkering niet meer mee als arbeidsinkomen. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin iemand WW ontvangt en ziek wordt.

Uitzendkrachten met of zonder uitzendbeding

Voor uitzendkrachten is in verband met het bovenstaande van belang of er al dan niet een uitzendbeding is. Is dit beding niet van toepassing, dan blijft de dienstbetrekking gewoon bestaan. In dat geval moet de ZW-uitkering dus tot het arbeidsinkomen worden gerekend, met onder meer een hogere arbeidskorting als gevolg.

Eerst WW, dan ZW

In bovengenoemde zaak handelde het om een uitzendkracht die eerst een WW-uitkering ontving en daarna een ZW-uitkering. Volgens de inspecteur moest de ZW-uitkering dan ook niet als arbeidsinkomen worden aangemerkt.

Seizoensgebonden werk

In deze zaak lag dat echter anders. De uitzendkracht verrichtte seizoensgebonden werk en kreeg alleen betaald als hij werkte. Was er geen werk, dan kreeg hij niet betaald. Echter, de arbeidsovereenkomst liep wel gewoon door. De conclusie was dan ook dat in dit geval de ZW-uitkering wél tot het arbeidsinkomen moest worden gerekend. Belastingplichtige werd dan ook in het gelijk gesteld, waardoor de arbeidskorting hoger uitviel.

Door |2024-09-06T16:29:30+02:006 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Is ZW-uitkering van invloed op arbeidskorting?

Pgb-dienstverleners niet uitsluiten van WW

De hoogste bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep, heeft bepaald dat persoonlijke dienstverleners die minder dan vier dagen per week werken in dienst van iemand met een persoonsgebonden budget (pgb), niet mogen worden uitgesloten van WW.

Casus

Het ging om een pgb-dienstverlener bij wie het UWV weigerde om in haar arbeidsverleden de jaren 2015 tot en met 2018 op te nemen. Ze had in die periode als huishoudelijk hulp in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning gewerkt. Vervolgens verleende ze van januari 2019 tot september 2019 zorg in het kader van de Wet langdurige zorg. Toen zij werkloos werd, vroeg ze een WW-uitkering aan, die het UWV afwees.

Verzekeringsplicht

Iemand die werkzaam is op basis van een privaatrechtelijke dan wel publiekrechtelijke dienstbetrekking is normaliter verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Er geldt echter een uitzonderingsbepaling voor een persoonlijk dienstverlener die minder dan vier dagen per week in dienstbetrekking van een particulier werkt, zoals bij deze pgb-dienstverlener het geval was. Deze uitzonderingsbepaling is onderdeel van de Regeling dienstverlening aan huis die beoogt de arbeidsmarkt voor persoonlijke dienstverlening te stimuleren en illegale arbeid te voorkomen.

Indirecte discriminatie

De uitzonderingsbepaling mag echter naar het oordeel van de CRvB niet worden toegepast op de dienstverlener die vanuit een pgb wordt betaald. Dit omdat uit statistische data is gebleken dat er verhoudingsgewijs veel meer vrouwen dan mannen door de uitzonderingsbepaling worden getroffen. Op grond van Europese jurisprudentie is dit alleen toelaatbaar als de uitzonderingsbepaling objectief gerechtvaardigd is vanuit niet-discriminerende overwegingen. Deze objectieve rechtvaardiging ontbreekt bij dienstverleners die vanuit een pgb worden betaald.
Gebleken is namelijk dat de werkgelegenheid op de markt voor persoonlijke dienstverlening niet is bevorderd en dat illegale arbeid niet is voorkomen. Voor het indirecte onderscheid naar geslacht bestaat dus geen objectieve rechtvaardiging.

Dit betekent dat er voor de betreffende pgb-dienstverlener toch recht op WW bestaat en dat het UWV de gewerkte jaren als pgb-zorgverlener alsnog moet opnemen in haar arbeidsverleden.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-26T20:57:41+02:0026 mei 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Pgb-dienstverleners niet uitsluiten van WW

  • Aantal gewerkte uren niet meer bepalend voor toeslag kinderopvang

Aantal gewerkte uren niet meer bepalend voor toeslag kinderopvang

Het aantal uren dat een ouder werkt, is vanaf 2023 niet meer bepalend voor de kinderopvangtoeslag. Nu is het recht op kinderopvangtoeslag nog gekoppeld aan het aantal uren van de partner die het minst werkt (140 procent). Het besluit waarin dit geregeld is, wordt per 1 januari 2023 gewijzigd.

Kalendermaanden bepalend
In plaats van het aantal uren, is voortaan het aantal kalendermaanden bepalend. Het aantal uren kinderopvang dat op jaarbasis in aanmerking komt voor kinderopvangtoeslag neemt evenredig toe met het aantal kalendermaanden waarin arbeid is verricht. De koppeling tussen arbeid en kinderopvangtoeslag blijft dus wel behouden, maar zonder directe koppeling aan het aantal gewerkte uren.

Tegemoetkoming met name voor ondernemers
De tegemoetkoming is met name bedoeld voor ondernemers. Zij werken vaak onregelmatig, waardoor het moeilijk is in te schatten hoeveel uren ze in een maand werken. Door de tegemoetkoming wil het kabinet forse terugbetalingen van de toeslag voorkomen.

Uitgangspunt minst werkende ouder
Voor de bepaling van het recht op kinderopvang, wordt uitgegaan van het aantal gewerkte maanden van de minst werkende ouder. Per kalendermaand waarin arbeid is verricht, kan er aanspraak worden gemaakt op ten hoogste 230 uren kinderopvangtoeslag. In een jaar kan vanaf 2023 zodoende maximaal aanspraak worden gemaakt op 12 x 230 = 2.760 uren.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-21T10:57:37+01:0022 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aantal gewerkte uren niet meer bepalend voor toeslag kinderopvang

  • Betaalt de fiscus mee aan de airco in mijn werkkamer thuis?

Betaalt de fiscus mee aan de airco in mijn werkkamer thuis?

De zomer bereikt dit jaar recordtemperaturen. Misschien lekker als je vakantie viert, maar niet als je moet werken. In dat geval kan een airco wel voor verkoeling zorgen. Is zo’n apparaat in de werkkamer van de ondernemer thuis fiscaal ook aftrekbaar?

Werkkamer fiscaal aftrekbaar?
De werkkamer van de ondernemer thuis is slechts bij uitzondering fiscaal aftrekbaar. Ervan uitgaande dat jouw woning geen ondernemingsvermogen is, is daarvoor namelijk vereist dat een werkkamer zelfstandig is. Dit wil zeggen dat deze een eigen in- of opgang heeft én eigen sanitair heeft. Bovendien moet je ook nog een groot deel van het inkomen in of vanuit de werkkamer verdienen.
Is jouw werkkamer fiscaal niet aftrekbaar, dan is dus ook de airco in de werkkamer niet aftrekbaar.

Wel investeringsaftrek
Als je een airco aanschaft voor de werkkamer, heb je in beginsel wel recht op investeringsaftrekken. Alleen al de investeringsaftrek voor kleinschalige investeringen (KIA) kan oplopen tot 28% van het investeringsbedrag. Je moet wel aan de fiscale voorwaarden voldoen. Zo moet je voor het recht op de KIA in 2022 voor meer dan €2.400 investeren en moet de airco zelf minstens €450 kosten.

Ook de BTW terug
Verricht je zelf BTW-belaste prestaties, dan kun je ook de BTW op de airco terugvragen. Dat geldt ook voor de BTW op de energie die het apparaat verbruikt en op het onderhoud. Verricht je ook deels vrijgestelde prestaties, dan is de BTW naar rato aftrekbaar.

Tip: Houd het energieverbruik van de airco apart bij, dat voorkomt discussie met de inspecteur. Dit kan eenvoudig met een apart metertje in het stopcontact.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-26T11:39:44+02:0026 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Betaalt de fiscus mee aan de airco in mijn werkkamer thuis?

  • Is een meewerkend partner verplicht verzekerd?

Is een meewerkend partner verplicht verzekerd?

Als jouw partner in de eenmanszaak of VOF werkt, komt de vraag aan de orde of jouw partner verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Het antwoord is afhankelijk van de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking.

Dienstbetrekking
Jouw partner is verplicht verzekerd voor werknemersverzekeringen als hij of zij werkt in dienstbetrekking bij uw eenmanszaak of VOF. Bij de beoordeling of sprake is van een dienstbetrekking spelen drie elementen een rol:

• Bestaat een verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten?
• Wordt een vergoeding betaald?
• Is sprake van een gezagsverhouding?

Als alle drie de vragen met ja beantwoord worden, spreken we van een dienstbetrekking en dus verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen.

Gezagsverhouding
De verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten en het betalen van een vergoeding is al snel aan de orde. De vraag die daarom meestal voorligt gaat over de gezagsverhouding.

Let op! Soms wordt nog weleens gedacht dat een familie- of persoonlijke band per definitie betekent dat geen gezagsverhouding aanwezig is. Dit is niet juist. Voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding is het namelijk voldoende dat de werkgever bevoegd is om de werknemer bindende aanwijzingen over het werk te geven. De familie- of persoonlijke band wordt wel betrokken in de beoordeling of sprake is van een gezagsverhouding, maar sluit deze dus niet per definitie uit.

Meer dan alleen aanwijzingen
Het geven van aanwijzingen betekent overigens niet dat meteen een gezagsverhouding ontstaat. Een opdrachtgever maakt met zijn opdrachtnemer immers ook afspraken over het resultaat van de werkzaamheden van de opdrachtnemer. Een gezagsverhouding kan wel ontstaan als ook over de invulling (hoe, wanneer, waarmee et cetera) van de werkzaamheden aanwijzingen worden gegeven. Het antwoord op de vraag of een gezagsverhouding en dus een dienstbetrekking aanwezig is, is dus sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden.

Tip! Werkt jouw partner onder vergelijkbare omstandigheden en voorwaarden als de andere werknemers? Dan is waarschijnlijk sprake van een dienstbetrekking.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-21T19:59:11+02:0021 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Is een meewerkend partner verplicht verzekerd?

  • Medio 2022 nieuwe rechten en opzegverboden arbeidsovereenkomst

Medio 2022 nieuwe rechten en opzegverboden arbeidsovereenkomst

Vanaf 1 augustus 2022 geldt een aantal nieuwe rechten en opzegverboden voor arbeidsovereenkomsten. De Nederlandse wetgeving moet uiterlijk op die datum voldoen aan een Europese richtlijn voor transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden.

Wetsvoorstel bij Tweede Kamer
Nederland moet op uiterlijk 1 augustus 2022 de EU-richtlijn in de eigen wetgeving hebben verwerkt. Het voorstel voor de Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden ligt nu bij de Tweede Kamer. De EU-richtlijn legt aan werkgevers aanvullende verplichtingen op en heeft gevolgen voor verschillende arbeidsvoorwaarden en bedingen. De bedoeling van deze richtlijn is het beter beschermen van werknemersrechten.

Uitbreiding rechten werknemers
De EU-richtlijn beschrijft een aantal extra rechten en opzegverboden. De opzegverboden hebben als doel dat je als werkgever de arbeidsovereenkomst niet kunt opzeggen als een werknemer zich beroept op de nieuwe rechten. Deze nieuwe rechten hebben te maken met onder meer het studiekostenbeding, het nevenwerkzaamhedenbeding, het recht op voorspelbare arbeid en een informatieplicht van de werkgever.

1. Verbod studiekostenbeding voor noodzakelijke opleidingen
Er kan geen studiekostenbeding meer worden overeengekomen voor studiekosten die gemaakt worden voor de noodzakelijke uitoefening van de functie (en die door de wet of cao worden voorgeschreven). Die scholing moet kosteloos aan de werknemer worden aangeboden en moet indien mogelijk plaatsvinden onder werktijd.

2. Beperking verbod op nevenwerkzaamheden
Het nevenwerkzaamhedenbeding is op dit moment niet wettelijk geregeld. In het nieuwe wetsvoorstel wordt een verbod op nevenwerkzaamheden aan belangrijke beperkingen onderworpen. Een verbod op nevenwerkzaamheden zal niet meer rechtsgeldig kunnen worden bedongen. Uitzonderingen zijn beperkt en alleen op grond van objectieve redenen.

3. Verzoek voorspelbare arbeid
De werknemer mag een schriftelijk verzoek indienen om werk met meer voorspelbare en zekere arbeidsvoorwaarden als de werknemer op het moment van aanpassing van de arbeidsvoorwaarden minstens 26 weken in dienst is. Heb je tien werknemers of meer in dienst, dan moet je binnen een maand op dit verzoek reageren; heb je minder werknemers, dan binnen drie maanden. Als je niet op tijd schriftelijk en gemotiveerd reageert, mag de werknemer dit opeisen.

4. Uitbreiding van informatieplicht
Extra informatie zal moeten worden verstrekt aan werknemers over de eventuele uitzendconstructie, over de eventuele proeftijd, over het scholingsrecht en het verschaffen van aanvullende informatie over regels en procedures bij ontslag.

Let op! Het wetsvoorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-15T14:23:33+02:0015 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Medio 2022 nieuwe rechten en opzegverboden arbeidsovereenkomst

  • Verlenen werkvergunning buitenlandse werknemer gewijzigd

Verlenen werkvergunning buitenlandse werknemer gewijzigd

De Wet arbeid vreemdelingen (WAV) is gewijzigd. Met ingang van 1 januari 2022 kan een werkvergunning voor maximaal drie jaar worden verleend. Voorheen was dat maximaal één jaar. Daarnaast zijn de voorwaarden voor het verkrijgen van een werkvergunning uitgebreid.

Maximale duur werkvergunning naar drie jaar
Voor werknemers die niet uit de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland komen, moet je als werkgever in bepaalde gevallen een werkvergunning aanvragen. De EER bestaat uit de EU-lidstaten, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Vanaf 1 januari 2022 kan een werkvergunning, afhankelijk van de voorwaarden, voor maximaal drie jaar worden verleend.

Maximaal twee jaar bij volledige arbeidsmarkttoets
Een werkvergunning met een volledige arbeidsmarkttoets kan voor maximaal twee jaar worden verleend in plaats van één jaar. Een volledige arbeidsmarkttoets houdt in dat het UWV volgens een bepaalde methodiek eerst toetst of binnen de EER en Zwitserland geschikt personeel te vinden is; dat wordt prioriteitgenietend aanbod genoemd. Ook moet de beschikbare arbeidsplaats ten minste vijf weken vóór het indienen van de aanvraag gemeld worden bij het UWV Werkbedrijf. Daarnaast moet je kunnen aantonen dat je voldoende inspanningen hebt verricht om de arbeidsplaats door prioriteitgenietend aanbod in te vullen.

Het UWV voert geen volledige arbeidsmarkttoets uit als sprake is van buitengewone omstandigheden die een snelle invulling van de arbeidsplaats noodzakelijk maken en die niet te voorzien of te beïnvloeden waren.

Bij bepaalde werkzaamheden geen volledige arbeidsmarkttoets
Voor bepaalde werkzaamheden wordt een uitzondering gemaakt en vindt er geen volledige arbeidsmarkttoets plaats. Dit geldt voor het uitoefenen van een geestelijke, godsdienstige of levensbeschouwelijke functie. Ook wordt ten behoeve van internationale handelscontacten, scholing, opleiding, vrijwilligerswerk, internationale uitwisseling en andere culturele contacten of ten behoeve van vreemdelingen met een geldige werkvergunning hiervan afgeweken.

Voorwaarden voor een werkvergunning uitgebreid
In de nieuwe WAV is ook een aantal voorwaarden voor het verkrijgen van een werkvergunning toegevoegd. Zo moet je het loon dat op de werkvergunning staat via een bankrekening aan de werknemer betalen. Dit loon betreft de werkzaamheden van maximaal een maand. Zo kan de Nederlandse Arbeidsinspectie de loonbetaling beter controleren.

Ook kan de aanvraag voor een werkvergunning worden afgewezen als er in de organisatie geen economische activiteiten plaatsvinden. Wanneer je kortgeleden met de onderneming bent begonnen, moet je kunnen aantonen dat de onderneming is gestart. Het UWV spreekt dan met je af binnen welke termijn je dat moet aantonen. Verder wordt je voor het verstrekken van een werkvergunning van langer dan een jaar verplicht de buitenlandse werknemer scholing in de Nederlandse taal aan te bieden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-04T17:57:54+01:004 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verlenen werkvergunning buitenlandse werknemer gewijzigd

  • Lage beloning meewerkende partner niet aftrekbaar

Lage beloning meewerkende partner niet aftrekbaar

Werkt jouw partner mee in de eenmanszaak en ontvangt jouw partner daarvoor een vergoeding? Dan is deze niet aftrekbaar van de winst als deze vergoeding lager is dan €5.000.

Voorwaarden beloning partner
Een beloning aan een meewerkende partner kan in beginsel in aftrek komen op de winst als:

  • door de partner ook daadwerkelijk werkzaamheden zijn verricht;
  • de omvang van die werkzaamheden meer is dan de hulp en bijstand die onder partners gebruikelijk is, en
  • de beloning niet hoger is dan normaal gebruikelijk voor dit soort werkzaamheden.

Discussie
De regering wilde in de jaren tachtig voorkomen dat veel discussie zou ontstaan over de vraag of de beloning aan een partner voldoet aan deze voorwaarden. Om die reden zijn vanaf de jaren tachtig al lage beloningen aan partners niet aftrekbaar van de winst in een eenmanszaak.

Let op! Tegenwoordig betekent dit dat een arbeidsbeloning aan een partner lager dan €5.000 niet aftrekbaar is van de winst in een eenmanszaak. Daar staat tegenover dat de partner ook geen belasting betaalt over deze arbeidsbeloning.

Strijd met gelijkheidsbeginsel
Een ondernemer die aan zijn echtgenote een jaarlijkse arbeidsbeloning betaalde van €1.500 vond dat de niet-aftrekbaarheid in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. Een vergoeding die hij betaalt aan iemand die niet zijn partner is, is immers wel aftrekbaar van de winst. De Hoge Raad was het niet eens met de ondernemer en oordeelde onlangs dat geen sprake was van strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel.
Dit betekent dat een arbeidsbeloning aan een partner lager dan €5.000 nog steeds niet aftrekbaar is van de winst in een eenmanszaak.

Meewerkaftrek
Als geen arbeidsbeloning aan de partner wordt toegekend, zou de meewerkaftrek toegepast kunnen worden. De meewerkaftrek is een percentage van de winst dat oploopt van 1,25% tot 4% van de winst. Hoe meer meegewerkte uren, des te hoger het toe te passen percentage.

Let op! Voor de meewerkaftrek geldt wel een aantal voorwaarden. Zo moet de partner minimaal 525 uren per jaar in de onderneming werken zonder vergoeding of een vergoeding lager dan €5.000.

Tip! De keuze tussen de arbeidsbeloning of toepassing van de meewerkaftrek kan jaarlijks opnieuw gemaakt worden. Welke keuze aantrekkelijk is, is afhankelijk van verschillende factoren.

Laat je daarover goed informeren. Houd er in ieder geval rekening mee dat het maximale belastingaftrektarief van de meewerkaftrek in 2022 nog maar 40% bedraagt en vanaf 2023 nog maar ongeveer 37%.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-03T15:45:35+01:003 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Lage beloning meewerkende partner niet aftrekbaar

  • Top 5 hoofdpunten regeerakkoord 2021 voor de ondernemer

Top 5 hoofdpunten regeerakkoord 2021 voor de ondernemer

Na de langste formatie in de Nederlandse geschiedenis presenteerden VVD, D66, CDA en ChristenUnie op 15 december het Coalitieakkoord 2021 – 2025 met de titel ’Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’.

De partijen zetten in hun akkoord onder andere in op tegengaan van klimaatverandering, het bouwen van betaalbare woningen, verbeteren van de gezondheidszorg, verbeteren van de bestaanszekerheid via het aanpakken van onevenwichtigheden op de arbeidsmarkt, het gericht verlagen van belastingen, investeren in innovatie en een goed vestigingsklimaat voor ondernemers en bedrijven.

In dit artikel zetten wij per onderwerp de belangrijkste voorgenomen wijzigingen voor ondernemers op een rij.

1. Ondernemen:

  • de continuïteit van familiebedrijven wordt ondersteund door (reële) bedrijfsopvolging eenvoudiger en eerlijker te maken. Tegelijk wordt oneigenlijk gebruik van de huidige faciliteiten tegengegaan;
  • verdere ontwikkeling van een webmodule om vooraf zekerheid te verkrijgen voor ZZP’ers over de aard van de arbeidsrelatie;
  • invoering arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen;
  • verlagen van de zelfstandigenaftrek vanaf 2023 met stappen van €650 tot €1.200 in 2030. Compensatie voor de verlaging via de arbeidskorting;
  • groei- en innovatief vermogen van MKB-ondernemers en bedrijven wordt versterkt en ondernemerschap wordt gestimuleerd;
  • meer aandacht voor goed opgeleid personeel en aanpakken van het tekort aan technisch en praktisch opgeleide werknemers;
  • er wordt geld uitgetrokken voor lastenverlichting van het MKB middels loondoorbetaling bij ziekte;
  • de grondslag voor het belastbare bedrag in de vennootschapsbelasting wordt verbreed;
  • de grens in het wetsvoorstel excessief lenen voor de DGA wordt verhoogd naar €700.000;
  • verhoging van onbelaste reiskostenvergoeding per 1 januari 2024;
  • de vrijstelling BPM voor bestelauto’s wordt per 1 januari 2024 in drie stappen afgebouwd naar nihil in 2026.

2. Toeslagen:

  • als gevolg van de kinderopvangtoeslagaffaire heeft de coalitie de ambitie om de kinderopvangtoeslag af te schaffen. Daardoor kan men niet meer verdwalen in de ingewikkelde regelingen of te maken krijgen met terugvorderingen;
  • in stappen wordt de vergoeding van kinderopvang verhoogd naar 95% en wordt de vergoeding direct uitbetaald aan de kinderopvanginstellingen;
  • hervorming en vereenvoudiging van de huurtoeslag;
  • verbeteringen in het huidige toeslagenstelsel.

3. Wonen

  • afschaffing van de verhuurdersheffing. Vervolgens kunnen met corporaties bindende prestatieafspraken gemaakt worden over de benutting van de investeringscapaciteit in flexwoningen, renovatie, verduurzaming en betaalbare huurwoningen;
  • de sociale huur voor mensen met een lager inkomen wordt verlaagd en stapsgewijs wordt de huur voor mensen met een hoger inkomen verhoogd tot een marktconforme huur;
  • tarters worden geholpen met de aankoop van een woning, door bijvoorbeeld een nieuwe vorm van premie A-woningen;
  • invoering van een meldplicht, registratieplicht of verhuurvergunning die gemeenten de mogelijkheid geeft om discriminatie en malafide verhuurders gerichter aan te pakken;
  • de verruimde schenkingsvrijstelling eigen woning (€105.302 bedrag 2021) wordt geschrapt;
  • in 2023 wordt de leegwaarderatio voor verhuurde woningen in box 3 afgeschaft;
  • overdrachtsbelasting voor niet-woningen wordt verhoogd naar 9%.

4. Duurzaamheid:

  • voorbereidingen worden getroffen voor het invoeren van een systeem van betalen naar gebruik in de automobiliteit vanaf 2030;
  • MKB wordt gestimuleerd om te verduurzamen en regelingen voor ondernemers worden versimpeld;
  • woningeigenaren worden gestimuleerd om hun woning te isoleren, waarbij lage- en middeninkomens extra worden ondersteund;
  • verhuurders van slecht geïsoleerde huurwoningen worden met normeringen en positieve prikkels gestimuleerd om te verduurzamen. Woningen met een slechte isolatie mogen op termijn niet meer worden verhuurd;
  • elektrisch vervoer, ook in de tweedehandsmarkt wordt gestimuleerd;
  • er worden met het bedrijfsleven en overheid afspraken gemaakt over thuiswerken;
  • uiterlijk in 2030 moeten alle nieuwe auto’s emissieloos zijn;
  • voor de komende tien jaar komt er een klimaat- en transitiefonds van €35 miljard.

5. Arbeid – inkomen – vermogen

  • verschillen tussen een vaste en flexibele arbeidsovereenkomst worden verkleind;
  • invoering van een minimumuurloon op basis van een 36-urige werkweek. Waarbij het minimumloon stapsgewijs met 7,5% wordt verhoogd;
  • vereenvoudiging van het belastingstelsel;
  • pensioenakkoord wordt uitgevoerd;
  • invoeren van belastingheffing op werkelijk rendement box 3 per 2025;
  • verhoging vrijstelling heffingsvrij vermogen in box 3 naar ongeveer €80.000;
  • de middelingsregeling in de inkomstenbelasting wordt per 2023 afgeschaft;
  • nieuwe gevallen krijgen na 2024 geen inkomensafhankelijke combinatiekorting meer.

Let op! Het regeerakkoord bevat voornamelijk algemene voorstellen en standpunten. We wachten nu de wetsvoorstellen die volgen uit dit regeerakkoord, af. Wij brengen je vanzelfsprekend op de hoogte van nieuwe wetsvoorstellen en goedkeuringen door het parlement. 

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-16T09:47:50+01:0016 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Top 5 hoofdpunten regeerakkoord 2021 voor de ondernemer

  • Speciale computerbril belastingvrij?

Speciale computerbril belastingvrij?

Een computerbril is een bril die speciaal is afgestemd op werken met de computer. Je mag een dergelijke bril onder voorwaarden belastingvrij aan de werknemer verstrekken.

Computerbril
Bij een computerbril is de bril zowel ingesteld op zicht op het toetsenbord, als op het beeldscherm. De bril kent dus een verschil in afstand qua scherpte. Dit voorkomt onder meer nekklachten die ontstaan als de werknemer zonder de bril een foute werkhouding aanneemt.

Arbovoorziening
Is een computerbril nodig om te werken achter een beeldscherm, dan kan de computerbril aangemerkt worden als arbovoorziening. Die kun je als werkgever onbelast vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen.

Voorwaarden
De bril is alleen onbelast als deze voorziening rechtstreeks voortvloeit uit het arbobeleid dat je voert op grond van de Arbowet. Verder moet de werknemer de bril gebruiken op de werkplek. Dit mag ook de werkplek thuis zijn. Je mag de werknemer geen eigen bijdrage vragen, tenzij hij een duurdere bril dan standaard wil hebben. Dan is toegestaan dat je hem de meerkosten zelf laat betalen.

Werkkostenregeling
Voldoet de computerbril aan de voorwaarden, dan hoef je deze niet onder te brengen in de werkkostenregeling en de bril komt dan ook niet ten laste van de vrije ruimte. Je kunt dit wel doen als je niet aan de voorwaarden voldoet.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-10T10:39:28+01:0010 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Speciale computerbril belastingvrij?