arbeid

  • Subsidieregeling ‘NL leert door’ voortgezet

Subsidieregeling ‘NL leert door’ voortgezet

Via de subsidieregeling ‘NL leert door’ kan ook dit jaar subsidie worden aangevraagd voor het aanbieden van (online) scholing. Doel is een bijdrage te leveren aan het behoud van werk of het versterken van de arbeidsmarktpositie van werkenden en niet-werkenden.

De regeling is met name gericht op personen die werkloos zijn of dreigen te raken als gevolg van de Coronacrisis. Vanwege het succes van de regeling wordt deze dit jaar voortgezet.

Derde aanvraagtijdvak
De derde periode waarin de subsidie kan worden aangevraagd loopt van woensdag 1 september 2021 tot en met woensdag 8 september 2021. Hiervoor is €30 miljoen beschikbaar. De kortere openstelling van het derde aanvraagtijdvak heeft te maken met de invoering van een lotingssysteem voor dit tijdvak.

Loting
In de eerdere twee aanvraagtijdvakken verliep het aanvraagproces op basis van het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Dit wordt nu dus vervangen door een systeem van loting via een notaris.

Volledigheid van belang
Aanvragen die op het moment van loting nog niet volledig zijn, belanden pas op het moment dat die zijn aangevuld door de aanvrager én wel volledig zijn, achteraan in de rij die op basis van de loting is vastgesteld. Het is dus belangrijk een volledige subsidieaanvraag in te dienen.

Hardheidsclausule
Nieuw is dat een opleider, opleiderscollectief of samenwerkingsverband in het derde aanvraagtijdvak een beroep kan doen op de hardheidsclausule als er sprake is van een uitzonderingssituatie die zal leiden tot onbillijkheid. Dit beroep zal moeten worden onderbouwd. De hardheidsclausule zal echter slechts beperkt worden toegepast.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-08-23T11:26:39+02:0023 augustus 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Subsidieregeling ‘NL leert door’ voortgezet

  • Meer uren werken dan vastgelegd? Waar moet je op letten?

Meer uren werken dan vastgelegd? Waar moet je op letten?

Ligt het aantal uren dat een werknemer werkt structureel hoger dan overeengekomen? Dan kan een werknemer deze arbeidsomvang afdwingen bij de werkgever. Ook al zijn er andere uren overeengekomen.

De wetgever heeft in het Burgerlijk Wetboek een zogenaamd rechtsvermoeden van arbeidsomvang opgenomen. Als er sprake is van een structureel arbeidspatroon over een periode van drie maanden kan een werknemer daar, behoudens tegenbewijs, rechten aan ontlenen.

Rechtsvermoeden arbeidsomvang
Het rechtsvermoeden arbeidsomvang speelt vooral een rol bij de zogenaamde nul-urencontracten en min-maxcontracten, die een werkgever enige vrijheid geven voor wat betreft het aantal uren dat hij een werknemer laat werken. Deze vrijheid kan in de praktijk dus heel anders uitpakken. Als een werknemer gedurende drie maanden structureel meer werkt dan is overeengekomen, kan dit betekenen dat de werkgever gehouden is de werknemer ook daarna het bij die gemiddelde arbeidsduur behorende salaris te blijven uitbetalen.

De vlieger gaat niet altijd op…
Er moet wel sprake zijn van een structureel arbeidspatroon. Als een werknemer tijdelijk meer werkt vanwege bijzondere omstandigheden, zoals een piekmoment in de zomer of tijdelijk meerwerk vanwege de ziekte van een andere medewerker, is er geen sprake van een structureel arbeidspatroon. In dat geval is het mogelijk dat deze maanden niet worden meegenomen in de zogeheten referteperiode of dat er wordt uitgegaan van een langere referteperiode.

Tip! Zorg ervoor dat u uw werknemer in het geval van bijzondere omstandigheden schriftelijk laat weten dat u hem vanwege die bijzondere omstandigheden tijdelijk meer uren laat werken dan gebruikelijk.

De praktijk: de zieke horecamedewerkster
Een horecamedewerkster had een arbeidsomvang van vier uren per week. Ze werkte in de praktijk meer uren, maar was ook regelmatig langdurig ziek. In een procedure stelde ze dat haar werkgever ten onrechte uitging van een laag aantal uren (gemiddeld 4,2 uren per week) omdat zij tijdens deze periode vooral ziek was geweest. De rechter ging daarin mee en keek naar de periode voor haar ziekte en stelde vast dat zij gedurende die periode gemiddeld 11,9 uur per week werkte. Haar loon tijdens ziekte moest op basis van die arbeidsomvang worden uitbetaald.

De praktijk: arbeidsomvang bij ontslag
Een medewerkster van een andere onderneming kreeg het bericht dat de werkgever de onderneming ging sluiten vanwege de Coronacrisis. Aangezien de medewerker op basis van een oproepovereenkomst werkte, werd zij niet meer opgeroepen en kreeg geen salaris meer. De rechter keek naar haar gemiddelde maandsalaris en oordeelde dat zij van haar werkgever een aanbod had moeten krijgen voor haar vaste arbeidsomvang. De medewerkster had dan ook recht op salaris op basis van deze gemiddelde arbeidsomvang over de maanden dat ze geen salaris ontving en over de opzegtermijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-19T12:12:19+02:0019 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Meer uren werken dan vastgelegd? Waar moet je op letten?

  • Extra slot of reparatie fietsregeling belast of onbelast?

Extra slot of reparatie fietsregeling belast of onbelast?

De Belastingdienst vindt dat dat het vergoeden of verstrekken van accessoires die verband houden met een ter beschikking gestelde fiets onbelast is. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld een extra slot, het vergoeden van reparatiekosten of om een fietsverzekering.

Fiets van de zaak
De overheid wil fietsen naar het werk stimuleren, reden waarom sinds 2020 een fiscaal vriendelijke regeling is getroffen voor de ter beschikking gestelde fiets van de zaak. Voor een ter beschikking gestelde fiets moet jaarlijks een bijtelling van 7% van de cataloguswaarde als loon worden aangemerkt.

Let op! De regeling geldt alleen als een fiets ter beschikking wordt gesteld en dus eigendom van de werkgever blijft. Bij het vergoeden of verstrekken van een fiets geldt de regeling niet, maar is de werkelijke waarde belast.

Accessoires
De Handreiking bijtelling fiets van de zaak van de Belastingdienst vermeldt dat het vergoeden of verstrekken van accessoires die verband houden met een ter beschikking gestelde fiets onbelast is. Het gaat dan bijvoorbeeld over een extra slot of het vergoeden van reparatiekosten. De accessoires leiden ook niet tot een hogere bijtelling.

Verzekering
Het bovenstaande geldt ook voor een fietsverzekering. De Belastingdienst gaat er namelijk van uit dat het hier intermediaire kosten betreft, aangezien de fiets eigendom is van de werkgever.

Regenpak
De handreiking van de Belastingdienst meldt ook dat het vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen van een regenpak in beginsel wel belast is en dat je dit kunt voorkomen door het regenpak onder te brengen in de werkkostenregeling.

Tip! Belastingheffing kun je ook voorkomen door het regenpak ter beschikking te stellen en te laten bedrukken met een bedrijfslogo van minstens 70 cm2, omdat het regenpak dan als werkkleding wordt aangemerkt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-13T12:08:15+02:0013 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Extra slot of reparatie fietsregeling belast of onbelast?

  • Corona soms reden voor versoepeling re-integratieverplichting

Corona soms reden voor versoepeling re-integratieverplichting

Volgens de Wet verbetering poortwachter moet je als werkgever je best doen om zieke werknemers zo snel mogelijk weer aan het werk te helpen. Corona kan hieraan soms in de weg staan en is dan een ‘deugdelijke’ reden dat je niet aan deze verplichting kunt voldoen.

Wet verbetering poortwachter
De Wet verbetering poortwachter is bedoeld om het aantal langdurig zieke werknemers terug te dringen. De wet kent diverse verplichtingen voor werkgever en werknemer. Zo moet bijvoorbeeld na zes weken ziekte door de arbodienst of bedrijfsarts een probleemanalyse worden gemaakt. Hierin staat waarom de werknemer niet meer kan werken, wat zijn mogelijkheden tot herstel zijn en wanneer hij weer aan het werk denkt te gaan.

Corona verhindert re-integratie
In bepaalde gevallen kan Corona in de weg staan bij de re-integratieverplichtingen. Het UWV kan de verplichtingen dan versoepelen als je een ‘deugdelijke grond’ kunt aanvoeren.

Deugdelijke gronden
Het UWV kent drie deugdelijke gronden. Dit is ten eerste de verplichte sluiting van het bedrijf vanwege Corona. Ook de bedrijfssluiting na herplaatsing bij de nieuwe werkgever of onvoldoende digitale vaardigheden voor begeleiding op afstand is een deugdelijke grond, evenals het niet kunnen bieden van passend werk, bijvoorbeeld als gevolg van Coronamaatregelen.

Let op! Het niet kunnen beschermen tegen Coronabesmetting of het niet kunnen doorbetalen van het loon, zijn geen deugdelijke gronden.

Re-integratieverslag
Je bent ook wettelijk verplicht om na twintig maanden ziekte een re-integratieverslag op te (laten) stellen. Vanwege dringende redenen is echter uitstel mogelijk. Dit kunnen ook redenen zijn die samenhangen met Corona. Je dient dan contact op te nemen met het UWV.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-25T11:43:44+02:0025 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Corona soms reden voor versoepeling re-integratieverplichting

  • Belastingdienst zet beslag op loon deels stil

Belastingdienst zet beslag op loon deels stil

De Belastingdienst stopt het beslag op loon of uitkering vanaf april deels. Dat komt omdat de Belastingdienst nog geen rekening heeft gehouden met de wijziging van de beslagvrije voet. Met de beslagvrije voet wordt het minimumbedrag bedoeld dat na beslag op het loon overblijft om in de basiskosten van het levensonderhoud te voorzien.

Beslag op loon of uitkering
Bij personen met een belastingschuld kan de Belastingdienst beslag leggen op loon, uitkering of vermogen.

Nieuwe beslagvrije voet
De nieuwe beslagvrije voet geldt alleen voor beslagen die op 1 januari van dit jaar al meer dan een jaar lopen. Om technische redenen heeft de Belastingdienst deze nieuwe berekening nog niet kunnen maken en is er wellicht te veel of te weinig loon of uitkering ingehouden in januari, februari of maart van dit jaar.

Let op! In die gevallen stopt het beslag op loon en uitkering waarvan de beslagvrije voet niet op tijd is berekend, ook als de belastingschuld nog niet is afbetaald. Werkgever of uitkeringsinstantie ontvangt hierover dan een brief.

Opnieuw berekenen
De Belastingdienst gaat eerst de nieuwe beslagvrije voet berekenen. Pas daarna wordt een beslag op loon of uitkering indien mogelijk hervat. Is er in januari t/m maart te veel beslag gelegd, dan ontvangt je dit automatisch terug.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-05T10:42:34+02:005 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Belastingdienst zet beslag op loon deels stil
  • Personeel inhuren? Voorkom inlenersaansprakelijkheid

Personeel inhuren? Voorkom inlenersaansprakelijkheid

Als je personeel inhuurt van een derde, kun je aansprakelijk gesteld worden voor de premies en belastingen die deze derde moet afdragen. Daarom is het van belang maatregelen te nemen om deze zogenaamde inlenersaansprakelijkheid te voorkomen, zo bleek onlangs nog voor de rechtbank in Arnhem.

Wat is inlenen?
Je bent inlener als je een personeelslid van een ander inhuurt. Daarbij is van belang dat je de leiding hebt over de betreffende werknemer en ook toezicht houdt. Doe je dit niet, dan is er geen sprake van inlening maar van aanneming van werk en dus ook niet van inlenersaansprakelijkheid.

Waarvoor aansprakelijk?
Als inlener kun je in beginsel aansprakelijk gesteld worden als de uitlener de verschuldigde belastingen en premies niet afdraagt. Het betreft loonbelasting, premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen, premies Zorgverzekeringswet en de BTW die de uitlener moet afdragen voor het personeel dat de werkzaamheden voor de inlener verricht.

Risico beperken
Je kunt het risico van aansprakelijkheid beperken door de uitlener te vragen naar een verklaring betalingsgedrag, door zelf een goede administratie bij te houden en door de verschuldigde belastingen en premies te storten op een geblokkeerde rekening (G-rekening).

Disculpatiemogelijkheid
Als je kunt aantonen dat het niet afdragen van belastingen en premies door de uitlener niet jouw schuld is, kan de aansprakelijkheid beperkt worden of vervallen. De bewijslast hiervoor ligt bij jou. De inlener in bovenstaande zaak beriep zich op deze zogenaamde disculpatiemogelijkheid, maar tevergeefs. Uit de feiten bleek namelijk onder meer dat de inlener niet had geïnformeerd naar een G-rekening en evenmin om een verklaring inzake betalingsgedrag had gevraagd, terwijl hij zich wel van de risico’s bewust was. De aansprakelijkheid voor zo’n €150.000 bleef dan ook in stand.

Let op! Leen je in van een uitlener die is opgenomen in het register van de Stichting Normering Arbeid, dan bent je gevrijwaard voor het volledige bedrag van de aansprakelijkheid als je aan een aantal voorwaarden voldoet.

Tip! Je kunt het register raadplegen op www.normeringarbeid.nl.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-03T10:46:27+02:003 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Personeel inhuren? Voorkom inlenersaansprakelijkheid
  • Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding

Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding

Hoe moet bij uitzendkrachten het arbeidsverleden worden bepaald voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding? Die vraag stond onlangs centraal bij een zaak die diende voor de kantonrechter Zaanstad. De uitzendkrachten kregen door de rechtszaak een veel hogere transitievergoeding.

Het ging hier om zes uitzendkrachten die als buschauffeur werkten en na een half jaar hun baan kwijt raakten. Het uitzendbureau betaalde daarop een kleine transitievergoeding van een paar honderd euro. De uitzendkrachten waren het hier niet mee eens. Ze verrichtten datzelfde werk namelijk al veel langer, sommigen zelfs al sinds 2009, voor verschillende opeenvolgende uitzendbureaus én onderaannemers van Connexxion. Ze spanden dan ook een procedure aan.

Uitzendkrachten krijgen gelijk
De chauffeurs vonden de kantonrechter aan hun zijde, die bepaalde dat het totale arbeidsverleden moest worden meegeteld. Dat geldt in het kader van opvolgend werkgeverschap sowieso voor de diensttijd bij de vorige werkgevers vanaf 1 juli 2015. De definitie van opvolgend werkgeverschap is met ingang van 1 juli 2015 verruimd. Van opvolgend werkgeverschap is nu sprake bij op elkaar volgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moet worden elkaars opvolger te zijn.

Recht op hogere transitievergoeding
Voor het opvolgend werkgeverschap gold voor 1 juli 2015 een beperkter begrip. Voor de werkgeverswisselingen die hebben plaatsgevonden voor 1 juli 2015 geldt dat niet alleen sprake moet zijn van dezelfde werkzaamheden, maar ook dat tussen de nieuwe werkgever en de vorige werkgevers zodanige banden bestaan dat het door de vorige werkgever op grond van zijn ervaringen met de werknemer verkregen inzicht in diens hoedanigheden en geschiktheid in redelijkheid ook moet worden toegerekend aan de nieuwe werkgever. De buschauffeurs hebben vervolgens voldoende toegelicht en aangetoond dat zij vanaf 2009, 2010, 2011 en 2013 altijd op dezelfde manier en (nagenoeg) onafgebroken hebben gewerkt als buschauffeur voor Connexxion. Dit betekende dat ze recht hadden op een veel hogere transitievergoeding. De brutobedragen variëren tussen €8.398 en €11.111. In totaal gaat het om een nabetaling van €58.781.

In geval van faillissement
Interessant is dat het niet uitmaakt dat het uitzendbureau Workbus de chauffeurs in maart 2020 heeft overgenomen van het failliete vervoersbedrijf TCR (onderaannemer van Connexxion). De wet maakt voor opvolgend werkgeverschap geen uitzondering in geval van faillissement. De bedoeling van de wet is juist dat ook sprake is van opvolgend werkgeverschap na een faillissement van een vorige werkgever en een ‘doorstart’.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-26T10:07:54+02:0026 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding
  • Minder belasting betalen bij zorg kind na echtscheiding?

Minder belasting betalen bij zorg kind na echtscheiding?

Ouders die na een echtscheiding de zorg voor een of meer kinderen jonger dan 12 jaar verdelen en daarnaast werken, kunnen beiden recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK).

Er wordt dan al snel gesproken over co-ouderschap. De zorg voor het kind of de kinderen moet dan min of meer gelijkelijk tussen beide ouders worden verdeeld. Als dat onvoldoende gebeurt, is er in fiscale zin geen sprake van co-ouderschap en mist een van beide ouders mogelijk de IACK.

IACK
De IACK bedraagt dit jaar in beginsel 11,45% van het arbeidsinkomen boven €5.153, met een maximum van €2.815. Je moet wel ten minste €5.153 verdienen of, wanneer je ondernemer bent, recht hebben op de zelfstandigenaftrek.

Voorwaarden IACK
Verder gelden voor de IACK in 2021 de volgende voorwaarden:

  • je hebt een kind dat geboren is ná 31 december 2008 en in 2021 minstens 6 maanden is ingeschreven op jouw woonadres. Ben je co-ouder, dan mag het kind ook zijn ingeschreven op het adres van je ex;
  • je hebt geen fiscale partner of je hebt minder dan 6 maanden een fiscale partner. Of je hebt langer dan 6 maanden een fiscale partner én je verdient minder dan je fiscale partner.

Wanneer ben je co-ouder?
Je bent in 2021 co-ouder als het kind in een herhalend ritme in totaal minimaal 156 dagen per kalenderjaar bij elke ouder is. Ook dagdelen tellen hier mee. Dit komt bijvoorbeeld neer op drie dagen per week.

Verdeling zorg
Over de verdeling van de zorg is nogal wat te doen geweest, met verschillende rechterlijke uitspraken. Zo gold tot voor kort nog dat het kind minstens drie dagen per week bij een ouder moest verblijven om aan de voorwaarden te voldoen. Die eis is nu versoepeld doordat het aantal dagen op jaarbasis wordt beoordeeld, mits er sprake is van een zekere regelmaat.

Niet alleen overdag
Eerder kwam een zaak voor de Hoge Raad waarin opnieuw de verdeling van de zorgplicht tussen ouders aan de orde kwam. De ouders in deze zaak hadden een kind van één jaar dat een aantal dagen per week van ’s ochtends 7.30 uur tot ’s avonds 19.30 uur bij de moeder verbleef. Deze merkte dit verblijf aan als één dag, maar de Hoge Raad ging hier niet in mee. De Hoge Raad besliste dat één dag moet worden opgevat als 24 uur. Omdat momenteel de eis gesteld wordt dat een kind minstens 156 dagen per jaar bij een ouder verblijft, is het arrest ook nu nog van belang.

Dagdeel
Op de site van de Belastingdienst wordt aangegeven dat ook dagdelen meetellen. Of de rechter deze uitleg onderschrijft, is nog onzeker.

Tip! Wil je op zeker spelen, spreek dan een schema af waarbij je je kind(eren) per jaar ten minste 156 hele dagen van 24 uur verzorgt, in een herhalend ritme.

Tip! Heb je twee of meer jonge kinderen met je ex-partner? Door bij ieder (minstens) één kind in te schrijven, voldoe je beiden automatisch aan de voorwaarden zolang het betreffende kind jonger is dan 12 jaar. Je hoeft dan niet te voldoen aan de ingewikkelde regels van co-ouderschap.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-22T11:51:34+02:0022 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Minder belasting betalen bij zorg kind na echtscheiding?
  • Belastingvrij fit blijven met personal coach?

Belastingvrij fit blijven met personal coach?

Corona en de opdracht om zoveel mogelijk thuis te werken, zijn voor sommigen niet bevorderlijk voor de conditie. Om die op peil te houden kan een personal coach worden ingeschakeld. Zijn die kosten voor zo’n coach belastingvrij te vergoeden?

Belastingvrij vergoeden?
Of de kosten belastingvrij vergoed kunnen worden voor werknemers en DGA’s, hangt ervan af of een personal coach als arbovoorziening kan worden aangemerkt. De Belastingdienst geeft aan dat dit niet snel het geval zal zijn.

Uitzonderingen
Alleen als sprake is van fitness wegens bijzondere risico’s die samenhangen met de aard van het werk, of het in stand houden van een bijzonder fitheidsniveau dat voor het werk vereist is, zou de vrijstelling van toepassing kunnen zijn. Bij twijfel is het verstandig om dit vooraf met de inspecteur kort te sluiten.

Werkkostenregeling
Is geen sprake van genoemde uitzonderlijke situatie en wil men voor werknemers de personal coach toch belastingvrij vergoeden, dan kan dit wel via de werkkostenregeling. In dat geval betaalt de werkgever alleen belasting als hij in een jaar de zogenaamd ‘vrije ruimte’ overschrijdt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-12T09:02:10+02:0012 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Belastingvrij fit blijven met personal coach?
  • Financiële tegemoetkoming preventief testen

Financiële tegemoetkoming preventief testen

Vanwege Corona adviseert het kabinet om zoveel mogelijk thuis te werken. Waar dit moeilijk of onmogelijk is of waar in de werksituatie moeilijk een afstand van anderhalve meter kan worden aangehouden, wordt geadviseerd preventief op Corona te testen. Hiervoor is tot eind mei van dit jaar een financiële tegemoetkoming mogelijk.

Welke testen betreft het?
Werkgevers wordt geadviseerd om hun werknemers twee keer per week te testen. De nieuwe regeling vergoedt alléén antigeensneltesten en testen voor begeleide zelfafname. Tevens moeten deze worden uitgevoerd door arbodiensten en BIG-geregistreerde artsen. Als werkgever moet je de opdracht dus bij hen neerleggen. De arbodiensten en BIG-geregistreerde artsen ontvangen dan een tegemoetkoming van € 20 exclusief BTW per test.

Let op! De financiële tegemoetkoming geldt tot en met 31 mei 2021, met de mogelijkheid tot een maand verlenging.

Belastingvrij
Een test is aan te merken als arbovoorziening en is daarom gericht vrijgesteld als de werkgever de kosten voor zijn rekening neemt. De test moet wel samenhangen met de verplichtingen van de werkgever op grond van de Arbeidsomstandighedenwet. Ook mag de werknemer er geen eigen bijdrage voor betalen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-06T13:47:55+02:006 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Financiële tegemoetkoming preventief testen