Make Marketing Magic

Over Nieuwsbrief NBC

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Nieuwsbrief NBC has created 666 blog entries.
  • Nieuwsbrief april 2021

Nieuwsbrief april 2021

1. Extra opletten bij belastingaangifte 2020

Vanaf 1 maart kunnen ondernemers en particulieren weer aangifte inkomstenbelasting doen voor het jaar 2020. Vanwege Corona is het wel zaak om dit jaar extra op te letten. Wat zijn specifieke aandachtspunten?

Afwijkend inkomen
Voor veel belastingplichtigen, ondernemers en particulieren, zal vanwege Corona het inkomen van vorig jaar afwijken van dat van voorgaande jaren. Is de voorlopige aanslag 2020 en/of 2021 nog gebaseerd op het inkomen van vóór de Coronacrisis? Dan is hiermee door de Belastingdienst veelal nog geen rekening gehouden.

TOZO of TOFA?
De Belastingdienst heeft al wel rekening gehouden met een afwijkend inkomen als gevolg van een aanvraag van de TOZO (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) en TOFA (Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten). Heb je recht gehad op een van deze steunmaatregelen? Dan hoef je alleen te controleren of de vooraf ingevulde gegevens kloppen.

Hypotheekrente
Speciale aandacht verdient de aftrek van hypotheekrente. Vanwege de introductie van een zogenaamde betaalpauze – je hebt dan uitstel van betaling van hypotheekrente gehad – kan de aftrek over 2020 lager zijn dan normaal. Dit geldt vaak ook als een hypotheek in 2020 opnieuw is afgesloten, omdat de rente dan meestal lager ligt dan in het verleden.

Vaste lasten
In de aangifte kunnen ondernemers ook profiteren van het feit dat de tegemoetkomingen voor vaste lasten vanwege Corona in de vorm van TOGS en TVL onbelast zijn. De kosten zijn daarentegen wel integraal aftrekbaar van de winst.

Zelfstandigenaftrek
Vanwege Corona is het zogenaamde urencriterium voor ondernemers versoepeld. Dit betekent dat ondernemers die vanwege Corona minder uren in het bedrijf hebben gewerkt, toch aan het urencriterium kunnen voldoen. Daardoor hoeft het recht op enkele faciliteiten voor ondernemers, zoals de zelfstandigenaftrek, niet verloren te gaan.

Individuele omstandigheden
Wie aangifte doet, moet zelf rekening houden met een eventuele wijziging in 2020 van zijn individuele omstandigheden, zoals werkloosheid, een huwelijk of echtscheiding. Ook hierdoor kan de aangifte van 2020 fors afwijken van die van voorgaande jaren.


2. Controleer voorlopige berekening LIV, jeugd-LIV en LKV

Als je in 2020 recht had op het lage-inkomensvoordeel (LIV), het jeugd lage-inkomensvoordeel of het loonkostenvoordeel (LKV), heb je half maart van het UWV een voorlopige berekening ontvangen. Controleer deze goed, want fouten kun je nog maar tot en met 1 mei corrigeren.

LIV, jeugd-LIV en LKV
Bovengenoemde regelingen zijn een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die werknemers met een laag loon, jeugdigen met een laag loon en werknemers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst hebben. In de berekening zie je voor welke werknemers je recht hebt op een tegemoetkoming en voor welk bedrag.

Aangifte onjuist?
De tegemoetkomingen worden gebaseerd op de aangiften loonheffingen. Zit hierin een fout, dan dient je de aangifte te corrigeren. Doe je dit niet, dan kan het zijn dat je geen of minder tegemoetkoming krijgt dan waar je recht op hebt. Krijg je door een fout te veel aan tegemoetkoming, dan wordt dit later teruggevorderd. Daarbij kan een boete opgelegd worden en rente worden geheven.

Extra aandacht: doelgroepverklaring
Voor het LKV heb je een doelgroepverklaring nodig. Was de aanvraag op 31 januari 2021 nog in behandeling, dan staat dit LKV niet in de voorlopige berekening. Zodra de doelgroepverklaring LKV wordt toegekend, kun je dit nog tot uiterlijk 1 mei via een correctie doorgeven aan de Belastingdienst.

Extra aandacht: overgangsregeling
Kom je in aanmerking voor de overgangsregeling premiekorting oudere of arbeidsgehandicapte werknemer, dan dient je in de aangiften over 2020 aan te geven dat je het LKV aanvraagt voor de werknemer. Als je dit vergeten bent, is er geen LKV toegekend in de voorlopige berekening. Ook in dat geval dien je uiterlijk 1 mei een correctie naar de Belastingdienst te sturen.

Contact
Heb je geen voorlopige berekening ontvangen of twijfel je of deze juist is? Neem dan zo spoedig mogelijk contact met ons op. De termijn om nog correcties in te dienen eindigt op 1 mei 2021.


3. Nieuwe BTW-regels voor afstandsverkopen

Vanaf 1 juli dit jaar gaat de nieuwe EU-btw-richtlijn voor e-commerce gelden en komen er nieuwe regels voor de BTW. Een van de regels die verandert, is de heffing van BTW op afstandsverkopen.

Afstandsverkopen zijn verkopen aan particulieren – en ondernemers die geen BTW-aangifte doen – die gevestigd zijn in andere lidstaten van de EU. De wijziging vereist de nodige voorbereidingen van ondernemers die zich met afstandsverkopen bezighouden.

Drempelbedrag afstandsverkopen tot 1 juli
Op dit moment mag bij levering van goederen aan particulieren en ondernemers die geen BTW-aangifte doen binnen de EU Nederlandse BTW in rekening worden gebracht als de verkopen onder het drempelbedrag van het land blijven waar de consument woont. Boven het drempelbedrag moet de ondernemer zich in het betreffende land voor de BTW registeren, het daar geldende BTW-tarief berekenen en daar ook BTW-aangifte doen. Indien in enig jaar de drempel wordt overschreden, geldt het daaropvolgende jaar automatisch vanaf de start de buitenlandse BTW, net zolang totdat in enig jaar het drempelbedrag niet meer wordt overschreden.

Het drempelbedrag verschilt per land en wordt ook per land toegepast. De ondernemer mag ook kiezen zich in het betreffende land voor de BTW te registeren, het daar geldende BTW-tarief te berekenen en daar ook BTW-aangifte te doen als hij onder het drempelbedrag van het betreffende land blijft.

Uniform drempelbedrag vanaf 1 juli
Vanaf 1 juli 2021 geldt één uniform drempelbedrag van €10.000 voor alle levering van goederen en diensten gezamenlijk aan particulieren en ondernemers die geen BTW-aangifte doen in de EU buiten Nederland. Dit drempelbedrag geldt voor alle prestaties, dus voor leveringen én digitale diensten. Blijft de ondernemer onder het drempelbedrag, dan berekent hij het Nederlandse BTW-tarief en doet hij in Nederland BTW-aangifte. Het transport moet dan wel in Nederland beginnen. Als de drempel in enig jaar wordt overschreden, berekent de ondernemer vanaf dat moment buitenlandse BTW. Het volgende jaar mag de drempel van €10.000 dan niet worden gebruikt.

Let op!
Het nieuwe drempelbedrag van €10.000 geldt niet per lidstaat maar voor alle lidstaten tezamen. Een ondernemer zal vanaf 1 juli waarschijnlijk veel sneller het drempelbedrag bereiken dan voorheen. De regeling gaat halverwege het jaar in en daarom gelden tot en met 30 juni 2021 nog de oude drempelbedragen per EU-land. Vanaf 1 juli geldt de grens van €10.000 voor alle leveringen en digitale diensten aan particulieren en ondernemers die geen BTW-aangifte doen in de periode 1 juli tot en met 31 december 2021.

Het is ondernemers vanaf 1 juli nog steeds toegestaan om geen gebruik te maken van het drempelbedrag en vanaf de eerste euro buitenlandse BTW te berekenen en in het buitenland BTW-aangifte te doen van afstandsverkopen. Dit kan voordelig zijn als het BTW-tarief op de prestaties lager ligt dan in Nederland en met de klant een prijs inclusief BTW is afgesproken. Ook kan via de buitenlandse BTW-aangifte de buitenlandse voorbelasting van dat land worden teruggevraagd. Uiteraard brengt het wel extra administratieve lasten met zich mee.

Eénloketsysteem
Komen de afstandsverkopen boven het drempelbedrag uit, dan berekent de ondernemer de BTW van het land waar de consument woont. De ondernemer moet in principe de BTW daar ook afdragen en daar BTW-aangifte doen. Hij kan vanaf 1 juli echter ook kiezen voor het eenvoudigere ‘éénloketsysteem’.

In dit éénloketsysteem kan de ondernemer de in andere EU-landen verschuldigde BTW aangeven en afdragen bij de Nederlandse Belastingdienst. Hij moet zijn bedrijf dan aanmelden voor de ‘Unieregeling’ binnen het nieuwe éénloketsysteem van de Belastingdienst. Zij zorgen dan dat de verschuldigde BTW aan de diverse EU-landen wordt doorbetaald. Aanmelding kan vanaf 1 april via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Via het éénloketsysteem kan geen voorbelasting worden teruggevraagd. Als er buitenlandse btw in rekening is gebracht, moet die worden teruggevraagd via een teruggaafverzoek buitenlandse btw. Het rechtstreeks terugvragen van buitenlandse btw kan wel als ervoor wordt gekozen in het buitenland btw-aangifte te doen.

Overige wijzigingen
Andere wijzigingen per 1 juli zijn onder meer het vervallen van de BTW-vrijstelling tot €22 die nu geldt bij invoer van goederen buiten de EU. Een ondernemer kan onder voorwaarden vanaf 1 juli wel gebruikmaken van de invoerregeling binnen het éénloketsysteem voor ingevoerde zendingen van maximaal €150. Hij betaalt dan geen BTW bij invoer, maar 1 keer per maand via het éénloketsysteem.

Platformen die zich bezighouden met faciliteren van verkopen aan particulieren, zoals Amazon, zijn vanaf 1 juli onder meer sneller verantwoordelijk voor de BTW-afdracht van de verkoop aan particulieren van ingevoerde goederen. Het platform moet dan wel een actieve rol spelen, zoals het faciliteren van betalingen.

MOSS wordt OSS
Leveranciers van digitale diensten kunnen nu voor consumenten binnen de EU al gebruikmaken van een éénloketsysteem, het zogenaamde MOSS-systeem. Door de nieuwe regeling wordt dit systeem getransformeerd tot OSS en kan dit dus gebruikt worden voor digitale diensten én afstandsverkopen.


4. Thuiswerken: wat is onbelast en wat niet?

Vanwege Corona werkt Nederland zo veel mogelijk thuis. Maar kun je als werkgever het personeel hiervoor ook een onbelaste vergoeding geven? En zo ja, onder welke voorwaarden?

Mag: pc’s, mobieltjes en gereedschap
Je mag pc’s, mobieltjes, gereedschap en soortgelijke apparatuur onbelast vergoeden of verstrekken als je in alle redelijkheid vindt dat deze spullen nodig zijn voor het werk. Hieronder valt ook een internetabonnement.

Mag: Inrichting werkkamer
Als werkgever ben je volgens de Arbowet verantwoordelijk voor de werkplek van de werknemers, ook als zij thuiswerken. Dit betekent dat je daarom arbo-voorzieningen belastingvrij ter beschikking mag stellen of vergoeden. Hieronder vallen een bureau, stoel en lampen die de werknemer in zijn werkkamer nodig heeft. Maar let op: de werknemer mag hier geen eigen bijdrage voor betalen.

Mag niet: koffie/thee/toiletpapier
Het vergoeden of verstrekken van koffie, thee, toiletpapier en dergelijke vanwege het verplichte thuiswerken, is belast. Je kunt deze vergoedingen en verstrekkingen wel onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. De regering denkt wel na over de mogelijkheid van een onbelaste thuiswerkvergoeding. Als deze er komt, gebeurt dat echter niet eerder dan vanaf 1 januari 2022.

Einde thuiswerken, wat dan?
Komt het personeel weer volledig naar kantoor, dan moet de werknemer de spullen weer bij je inleveren of er een vergoeding op basis van de dagwaarde voor betalen. Belastingvrije vergoedingen van bijvoorbeeld het internetabonnement moeten worden stopgezet. Zo niet, dan is het voordeel belast. Dit is uiteraard anders als het personeel gedeeltelijk thuis blijft werken.

Werkkostenregeling
Vergoedingen en verstrekkingen die niet belastingvrij zijn, kun je desgewenst onder brengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Bijvoorbeeld €2 per dag (NIBUD) voor bijkomende kosten, zoals verwarming. De vrije ruimte van de werkkostenregeling is ook in 2021 verruimd en bedraagt 3% van de loonsom tot €400.000 en 1,18% over het meerdere. Zodoende word je als werkgever minder snel met de eindheffing van 80% geconfronteerd die je moet betalen voor zover je over de vrije ruimte heen schiet.

Uitruilen belaste en onbelaste vergoedingen
Overigens kun je ook kijken of je bepaalde kosten kunt uitruilen. Geef je bijvoorbeeld geen vergoeding voor internet thuis, maar wil je wel €2 per dag voor bijvoorbeeld verwarming vergoeden? Dan kun je er ook voor kiezen deze vergoeding (deels) te verlagen en in plaats daarvan een onbelaste vergoeding voor internet te geven. Houd er wel rekening mee dat je deze bestemming van tevoren moet benoemen.


5. Onbelaste vaste reiskostenvergoeding thuiswerker verlengd tot 1 juli

Werkgevers kunnen hun thuiswerkende werknemers een onbelaste vaste reiskostenvergoeding blijven doorbetalen tot in ieder geval 1 juli 2021. Omdat een onbelaste vaste kostenvergoeding voor thuiswerken veelal niet mogelijk is, vindt het kabinet het gerechtvaardigd de onbelaste vaste reiskostenvergoeding te verlengen. De verlenging betekent ook een tegemoetkoming in de kosten voor werknemers die minder reizen, maar nog wel met kosten geconfronteerd worden. Staatssecretaris Vijlbrief noemt in dit kader de vaste kosten van de eigen auto of de kosten van een auto via private lease.

Let op:
De verlenging geldt onder de voorwaarde dat de reiskostenvergoeding al vóór 13 maart 2020 was toegekend.


6. Snelle aangifte of aanvraag voorlopige aanslag kan belastingrente voorkomen

Voorkom belastingrente en dien vóór 1 mei 2021 de aangifte inkomstenbelasting 2020 in of verzoek vóór die datum om een juiste voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2020. Voor de vennootschapsbelasting voorkom je belastingrente als je vóór 1 juni 2021 de aangifte vennootschapsbelasting 2020 indient of vóór 1 mei 2021 verzoekt om een juiste voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2020. Doe je dit na die tijd en ligt de dagtekening van de aanslag na 30 juni 2021? Dan brengt de Belastingdienst vanaf 1 juli 2021 4% belastingrente in rekening. En let op! Voor de vennootschapsbelasting bedraagt deze rente vanaf 1 januari 2022 weer minimaal 8%.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0015 april 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief april 2021
  • Nieuwsbrief maart 2021

Nieuwsbrief maart 2021

1. TVL in tweede kwartaal naar 100%

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) wordt opnieuw verhoogd. Voor het tweede kwartaal van dit jaar, dus voor de maanden april tot en met juni, gaat een vergoeding gelden van 100% van de vaste lasten. Dit heeft het kabinet vrijdag 12 maart bekendgemaakt.

TVL
De TVL is een tegemoetkoming in de vaste lasten voor ondernemers die vanwege de Coronacrisis een omzetdaling ondervinden van minstens 30%. Sinds 1 januari is de tegemoetkoming verhoogd naar 85%, vanaf 1 april dus naar 100%.

Vergoeding op basis van branchecijfers
Voor de omvang van de vaste lasten van een bedrijf wordt uitgegaan van het branchegemiddelde via de SBI-code in het Handelsregister. De werkelijke vaste lasten van een bedrijf zijn niet bepalend. Het aandeel van de vaste lasten in de omzet voor de branche staat dus vast en hangt samen met de SBI-code.

Afwijken van SBI-code mogelijk
Verder maakte staatssecretaris Keijzer (EZK) onlangs bekend dat ondernemers bij wie de werkelijke hoofdactiviteit van het bedrijf afwijkt van de SBI-code in het Handelsregister van de KvK toch in aanmerking kunnen komen voor de TVL of voor meer TVL dan op basis van hun SBI-code. Zij doet dit naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak.

Hardheidsclausule
In de TVL worden daarom hardheidsclausules opgenomen. Deze maken het mogelijk dat kan worden afgeweken van de SBI-code als de ondernemer aannemelijk maakt dat de werkelijke hoofdactiviteit van het bedrijf anders is. Deze afwijkmogelijkheid krijgt terugwerkende kracht tot 1 januari 2021.

Aanvragen TVL
De TVL voor het eerste kwartaal van 2021 kun je via rvo.nl aanvragen tot 30 april 17.00 uur. De TVL voor het tweede kwartaal van 2021 kun je naar verwachting vanaf half mei aanvragen.

Opslag land- en tuinbouw
De TVL voor het tweede kwartaal kent alleen nog een opslag van 21% voor land- en tuinbouwbedrijven. De opslagen voor de non-food detailhandel en reissector komen in de TVL voor het tweede kwartaal te vervallen.


2. Meer Coronasteun via TONK

Het kabinet trekt fors meer geld uit voor inkomensondersteuning via de TONK (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten). Oorspronkelijk was voor de regeling €130 miljoen uitgetrokken, maar op 12 maart is bekendgemaakt dat dit verhoogd wordt naar €260 miljoen. De TONK is bedoeld voor degenen die door een inkomensverlies vanwege Corona hun vaste lasten niet meer kunnen betalen en richt zich met name op woonlasten.

Aanvragen en uitvoeren via gemeente
De TONK kan met terugwerkende kracht tot 1 januari van dit jaar worden aangevraagd bij de gemeente. Vanaf wanneer de aanvraag mogelijk is, verschilt per gemeente. Ook de doelgroep die voor de TONK in aanmerking komt en de hoogte van de tegemoetkoming zijn een keuze van de gemeente en kan dus per gemeente verschillen. Het kabinet heeft gemeenten wel opgeroepen ruimhartig te zijn in het toekennen van de TONK.

Wanneer komt u voor TONK in aanmerking?
Voor de TONK kom je in aanmerking als u 18 jaar of ouder bent, aanzienlijk inkomen verliest door de Coronacrisis, de woonkosten niet meer met het inkomen of van het vermogen kunt betalen en overige financiële tegemoetkomingen tekortschieten. Daarnaast gelden nog andere voorwaarden die per gemeente kunnen verschillen.

Let op!
De gemeente bepaalt hoeveel vermogen je mag hebben om nog voor de TONK in aanmerking te komen. Dit kan dus per gemeente verschillen.

Wat zijn woonkosten?
Woonkosten ziet op huur of hypotheek, maar ook op de kosten van elektriciteit, gas en water, servicekosten en gemeentelijke belastingen. De gemeente bepaalt welke kosten door de TONK gedekt kunnen worden.


3. Dreigt sluiting voor tienduizenden kantoorpanden?

Vele tienduizenden kantoorpanden beschikken nog niet over het juiste energielabel. Daardoor dreigt sluiting voor deze panden per 1 januari 2023, zo blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Energielabel
Kantoorpanden moeten vanaf 2023 verplicht geregistreerd zijn met een energielabel van minimaal het niveau C. Hieraan voldoet nu slechts 38% van alle kantoren. De helft van alle kantoren bezit nog helemaal geen energielabel.

Sanctie: sluiting
Kantoren die niet aan de eisen voldoen, moeten per 2023 verplicht sluiten. Dit betekent dat veel kantoren de komende jaren energiezuiniger moeten worden gemaakt, bijvoorbeeld door middel van isolerende maatregelen.

Uitzonderingen
Sommige gebouwen zijn uitgezonderd van de plicht tot vergroening, bijvoorbeeld kleinere gebouwen tot 100 m2, gebouwen waarbij het gebruik van het kantoor minder dan de helft van het gehele gebouw is en rijksmonumenten.

Energielabels geregistreerd
Energielabels staan geregistreerd bij de RVO. Bedrijven kunnen hier opvragen welk label hun kantoor bezit.

Let op!
Bedrijven die vergroenende maatregelen hebben genomen, moeten daarna opnieuw een energielabel aanvragen, anders staat het kantoor nog steeds in de boeken met een onvoldoende ‘groen’ energielabel.

Energie- en milieu-investeringsaftrek
Bij het vergroenen van een kantoorgebouw heb je mogelijk recht op de energie- of milieu-investeringsaftrek. Dit is een extra aftrek van de winst, gerelateerd aan de omvang van de investering. Extra informatie hierover tref je aan op de site van de RVO (rvo.nl).


4. Eigenrisicodrager WGA of ZW? Let op deadline van 31 maart

Wil je per 1 juli 2021 eigenrisicodrager worden voor de WGA of ZW? Of ben je al eigenrisicodrager en wil je opzeggen? Dan moet je dat uiterlijk 31 maart aanvragen bij de Belastingdienst.

Wat is eigenrisicodragerschap?
Werkgevers vallen voor de kosten van arbeidsongeschiktheid van werknemers doorgaans onder de publieke verzekering van het UWV. Hier gaat het om de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Ziektewet (ZW). Je draagt daarvoor WGA- en ZW-premies af.

Je betaalt deze premies werknemersverzekeringen echter niet als je eigenrisicodrager bent. In dat geval betaal je alleen de basispremie. Is het risico dat de (ex-)werknemer een beroep moet doen op een WGA- of ZW-uitkering laag? Dan kan het dus gunstig zijn om eigenrisicodrager te worden. Maar wordt de (ex-)werknemer ziek, dan moet je de uitkering en (re-integratie)kosten zelf betalen. Je blijft hiervoor maximaal tien jaar verantwoordelijk. Voor dit risico kun je je wel verzekeren bij verschillende verzekeraars. Na tien jaar neemt het UWV de betaling van de uitkering over. Ook wordt het UWV verantwoordelijk voor de re-integratie.

Let op!
Eigenrisicodragerschap voor de WW is verplicht voor werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs. Voor werkgevers in andere sectoren is dat niet mogelijk.

Tweemaal per jaar wijzigingen doorgeven
Twee keer per jaar kun je ervoor kiezen om eigenrisicodrager te worden. Dat kan op 1 januari en op 1 juli. Het eigenrisicodragerschap opzeggen kan ook. De aanvraag moet 13 weken van tevoren bij de Belastingdienst ingediend worden. Wil je de wijziging per 1 juli 2021 in laten gaan, dan moet je dat dus vóór 1 april doorgeven.

Let op!
Bij de aanvraag voor het eigenrisicodragerschap moet een garantieverklaring meegestuurd worden van de bank of verzekeraar. Hiervoor is een modelgarantieverklaring beschikbaar op de site van de Belastingdienst en op de site van het UWV.


5. Voorkom belastingrente door indienen BTW-suppletie 2020 vóór 1 april 2021

Controleer of je alle BTW over 2020 bij de Belastingdienst heeft aangegeven en betaald. Je betaalt namelijk geen belastingrente als je de BTW over 2020 alsnog aangeeft vóór 1 april 2021 met een BTW-suppletie. Geef je dit pas op of na 1 april 2021 aan, dan betaal je vanaf 1 januari 2021 een belastingrente van 4%. Deze rente loopt door tot 14 dagen na de datum van de aanslag waarin de BTW is opgenomen. Is de BTW-correctie overigens niet meer dan €1.000? Dan hoef je geen aparte BTW-suppletie te doen, maar kun je dit corrigeren in de eerstvolgende BTW-aangifte.


6. Vanaf 15 maart 2021 subsidie voor emissieloze bedrijfsauto

Ondernemers kunnen vanaf 15 maart 2021 een subsidie van maximaal €5.000 krijgen voor een emissieloze bedrijfsauto. De subsidie is mogelijk als een ondernemer een nieuwe, volledig emissieloze bedrijfsauto koopt of financieel leaset. Leaset een ondernemer operationeel? Dan kan de leasemaatschappij de subsidie aanvragen en in de operationele lease verwerken. Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de bedrijfsauto voldoen aan een aantal voorwaarden, waaronder een voertuigclassificatie N1 of N2, een maximaal gewicht van 4.250 kilogram en een netto catalogusprijs (N1) of verkoopprijs (N2) van meer dan €20.000. Let op dat op het moment van aanvraag van de subsidie de koop- of financiële leaseovereenkomst nog niet definitief mag zijn. Ook mag de bedrijfsauto dan nog niet geleverd zijn of op naam staan. Het beschikbare budget van de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA) voor 2021 is €22 miljoen. De subsidie is aan te vragen bij RVO.nl.

Door |2024-05-31T09:28:54+02:0015 maart 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief maart 2021
  • Nieuwsbrief februari 2021

Nieuwsbrief februari 2021

1. Vanaf 15 februari aanvraag NOW Q1 van start

Werkgevers die door de Coronacrisis een omzetverlies boeken van minstens 20%, kunnen vanaf 15 februari een tegemoetkoming in de loonkosten NOW aanvragen. De tegemoetkoming kan digitaal aangevraagd worden tot en met 14 maart 2021 via de site van het UWV.

Tegemoetkoming verruimd
De tegemoetkoming is verruimd en bedraagt maximaal 85% van de loonkosten, bij een omzetverlies van 100%. Bij minder omzetverlies wordt ook de tegemoetkoming naar evenredigheid verminderd. Een omzetverlies van bijvoorbeeld 50% levert dus een tegemoetkoming op ter grootte van 42,5% van de loonkosten.

Let op!
Als je recht hebt op de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), telt deze mee als omzet en valt de NOW dus lager uit.

Voorschot
Werkgevers ontvangen eerst een voorschot van 80% op basis van de verwachte omzetdaling. Dit voorschot wordt in drie stappen uitbetaald. Na afloop van de periode wordt het daadwerkelijke omzetverlies vergeleken met de schatting. Het verschil wordt daarna uitbetaald of teruggevorderd.

Voorwaarden grotendeels ongewijzigd
De overige voorwaarden van de regeling blijven grotendeels ongewijzigd. Zo blijft de opslag voor overige loonkosten 40%, mag de loonsom boetevrij met maximaal 10% dalen, mogen er geen dividenden of bonussen aan directie en bestuur worden uitgekeerd en dient je de werknemers bij ontslag te stimuleren inzake om- of bijscholing.

Accountantsverklaring
Vraagt u de NOW aan en komt het voorschot uit op een tegemoetkoming van € 100.000 of meer, of bedraagt de definitieve tegemoetkoming € 125.000 of meer, dan heeft u een accountantsverklaring nodig. Bij een voorschot van € 20.000 of meer of een definitieve tegemoetkoming van € 25.000 of meer is een derdenverklaring vereist.


2. Tegemoetkoming Vaste Lasten aanvragen vanaf 15 februari

Werkgevers met een omzetverlies van minstens 30% kunnen vanaf 15 februari 12.00 uur tot 30 april 17.00 uur via rvo.nl/tvl een tegemoetkoming aanvragen voor de kosten van hun vaste lasten (TVL), zoals huurkosten. De aanvraagprocedure van de TVL voor bedrijven met meer dan 250 werknemers, start later. De TVL is flink verruimd ten opzichte van de TVL voor het vorige kwartaal.

Vaste tegemoetkoming
Ondernemers die een omzetverlies van 30% of meer lijden, krijgen een tegemoetkoming van 85% van de vaste lasten. Een toenemend omzetverlies levert dus niet meer tegemoetkoming op, zoals in het vorige kwartaal nog het geval was.

Let op!
Het percentage vaste lasten van een onderneming blijft afhankelijk van de sector en wordt bepaald op basis van cijfers van het CBS. De werkelijke vaste lasten zijn hiervoor dus niet bepalend.

Minimale omvang vaste lasten
Ondernemers met minstens € 1.500 aan vaste lasten kunnen TVL voor het eerste kwartaal van 2021 aanvragen. Tot nu toe gold een grens van € 3.000 aan vaste lasten, maar deze is voor het eerste kwartaal van 2021 dus verlaagd.

Onafhankelijk van bedrijfstak en grootte
De TVL is ook niet langer meer afhankelijk van de bedrijfstak. Dit betekent dat vrijwel iedere ondernemer die minstens 30% omzetverlies realiseert, in beginsel recht heeft op de TVL. Ook is de regeling niet langer beperkt tot het MKB. Dit betekent dat ook bedrijven die meer dan 250 werknemers in dienst hebben, TVL kunnen aanvragen.

Minima en maxima stijgen ook
Ook het minimum en maximum van de TVL stijgen. Het minimum subsidiebedrag wordt verhoogd naar € 1.500 en het maximum naar € 330.000 voor MKB-bedrijven en naar € 400.000 voor niet-MKB-bedrijven.

Aanvragen
Aanvragen kunnen digitaal worden ingediend via de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl/tvl).

Let op!
Niet-mkb-bedrijven met meer dan 250 werknemers kunnen de TVL voor het eerste kwartaal van 2021 nu nog niet aanvragen. Op de site rvo.nl kun je aangeven een e-mail te willen ontvangen zodra dit mogelijk is.

Let op!
Als je recht hebt op de TVL, telt deze mee als omzet en valt de NOW dus lager uit.

Voorraadsubsidie
De detailhandel in de non-food krijgt boven op de TVL een subsidie vanwege de waardevermindering van voorraden. De subsidie bedraagt een opslag van 21% op het percentage in de TVL van 85% en kent een maximum van € 200.000.

Ook de land- en tuinbouwsector kent een opslag van 21%. Het maximum hiervan is nog niet bekend. Voor de reissector geldt een opslag van 3,4% met een maximum van € 130.000.

TVL Evenementenbranche voor vierde kwartaal 2020
Ondernemers uit de evenementenbranche die aan de voorwaarden voldoen, kunnen vanaf 18 februari 12.00 uur tot 18 maart 17.00 uur een aanvraag doen voor de evenementenmodule voor het vierde kwartaal van 2020. De ondernemer ontvangt 33,3% van de TVL-subsidie over de periode juni t/m september 2020, met een minimum van € 750 en maximum van € 16.667. De opening van de evenementenmodule voor het eerste kwartaal van 2021 wordt in maart verwacht.

Let op!
De tegemoetkoming is er voor ondernemers uit de evenementenbranche die eerder de TVL voor de periode juni t/m september 2020 kregen, maar niet voor TVL voor het vierde kwartaal van 2020 en/of het eerste kwartaal van 2021 in aanmerking komen vanwege een te lage referentieomzet in het vierde kwartaal van 2020.


3. Vergeet eindheffing WKR niet in loonaangifte februari

De eindheffing voor de werkkostenregeling moet je dit jaar uiterlijk meenemen in het tweede aangiftetijdvak voor de loonheffing. Voor veel ondernemers zal dit de aangifte van februari zijn, die je in maart moet indienen en betalen.

Werkkostenregeling
Via de WKR kun je zaken belastingvrij vergoeden en verstrekken aan de werknemers. Vergoedingen en verstrekkingen die binnen de vrije ruimte blijven, zijn ook belastingvrij. Schiet je over de vrije ruimte heen, dan betaal je 80% belasting over het meerdere via de eindheffing.

Let op!
De vrije ruimte over het jaar 2020 bedraagt 3% over de eerste € 400.000 van de loonsom van het bedrijf en 1,2% over het meerdere.

Eindheffing 80%
Heb je meer uitgegeven aan vergoedingen en verstrekkingen dan de vrije ruimte, dan betaal je over het meerdere 80% eindheffing. Dit moet je aangeven in het tweede aangiftetijdvak, wat voor veel ondernemers februari zal zijn. Deze aangifte dien je in maart in en betaal je ook in maart.

Administratie
Het bedrag van de eindheffing moet ook blijken uit de administratie. Daartoe is het noodzakelijk dat je bijhoudt welke vergoedingen en verstrekkingen je onderbrengt in de werkkostenregeling. Vervolgens vergelijk je dit bedrag met de beschikbare vrije ruimte en weet je of je eindheffing verschuldigd bent.


4. Vergoeding en belastingvrije Coronatest en vaccin

Werkgevers kunnen hun personeel belastingvrij laten testen op Corona en kunnen onder voorwaarden een vergoeding krijgen voor in opdracht van het bedrijf uitgevoerde testen. Als personeel in aanmerking komt voor het coronavaccin, kunnen werkgevers ook de eventueel hiermee samenhangende kosten belastingvrij vergoeden.

Arbovoorzieningen
De kosten van een test en vaccin zijn aan te merken als arbovoorzieningen en daarom gericht vrijgesteld als de werkgever die voor zijn rekening neemt. Er geldt wel een aantal voorwaarden.

Zo moeten de arbovoorzieningen samenhangen met de verplichtingen op grond van de Arbeidsomstandighedenwet en mag de werknemer er geen eigen bijdrage voor betalen.

Werkkostenregeling
Wordt aan deze voorwaarden voldaan, dan hoef je de kosten niet ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling te laten komen. Deze vrije ruimte is dit jaar weer verruimd en wel naar 3% over de eerste € 400.000 en 1,18% over het meerdere.

Bijdrage overheid
De overheid probeert ook op diverse andere wijzen de strijd tegen corona financieel te steunen. Zo is in ieder geval tot 30 juni het BTW-tarief voor mondkapjes 0% en geldt dit tarief ook voor het leveren van en inenten met het Coronavaccin, alsmede voor het leveren van en testen met Coronatestkits.

Vergoeding voor werkgevers
Het ministerie van VWS biedt bedrijfsartsen en arbodiensten die werknemers testen in opdracht van werkgevers een financiële tegemoetkoming. Het ministerie is uitgegaan van de kosten die gemaakt moeten worden voor het afnemen en analyseren van de testen. De kosten voor het aanschaffen van de testen worden niet vergoed. De totale vergoeding per afgenomen test bedraagt € 61,06 excl. BTW.


5. Gebruikelijk loon DGA € 47.000

Het gebruikelijk loon dat een DGA jaarlijks verplicht uit de BV dient op te nemen, is dit jaar verhoogd naar € 47.000.

Het gebruikelijk loon dient te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij de BV, indien een van deze bedragen meer is dan € 47.000. Als je aannemelijk maakt dat 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan het loon van de meestverdienende werknemer, stel je het loon vast op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking met een minimum van € 47.000. Om het loon lager dan € 47.000 vast te stellen, moet je kunnen aantonen dat een lager loon gebruikelijk is voor een werknemer in de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Een lager gebruikelijk loon is bij starters ook onder bepaalde bijzondere omstandigheden mogelijk. Het gaat dan om BV’s die voor toepassing van de S&O-afdrachtvermindering in 2021 als starter wordt aangemerkt, overige startende BV’s die het gebruikelijk loon niet kunnen betalen en om verlieslijdende BV’s. Hiervoor gelden wel aanvullende voorwaarden. Voor het jaar 2020 was bepaald dat ook BV’s die getroffen werden door de Coronacrisis, het gebruikelijk loon lager konden vaststellen. Dit geldt ook voor 2021.


6. Bijtelling eigen woning in 2021 verlaagd

De bijtelling vanwege de eigen woning, het eigenwoningforfait (EWF), is dit jaar voor het overgrote deel van de woningen verlaagd van 0,6% naar 0,5% van de WOZ-waarde. Dit komt neer op een verlaging van de bijtelling met bijna 7%.

Bewoners van een koopwoning moeten een bedrag bij hun inkomen optellen. De hoogte van de bijtelling hangt af van de waarde van het huis. Het kabinet heeft het EWF verlaagd om daarmee de stijging van de prijzen van woningen te compenseren. Hierdoor wordt bereikt dat de bijtelling bij het inkomen gemiddeld ongeveer gelijk blijft. Voor woningen met een waarde van meer dan € 1.110.000 blijft de bijtelling onveranderd op 2,35% over het meerdere van de WOZ-waarde, voor zover die uitkomt boven de € 1.110.000. De bijtelling voor deze woningen over de waarde tot € 1.110.000 is wel verlaagd.

Let op!
Ook de bijtelling voor ondernemers die wonen in een woning die tot het ondernemingsvermogen behoort, is in 2021 gedaald en wel van 1,55% naar 1,45%.


7. Update special lonen 2021

We hebben de huidige special reeds een update gegeven vanwege het nieuwe steunpakket dat in januari 2021 is gepubliceerd.
Lees hier de update van de Special Lonen.

Door |2024-05-31T09:28:54+02:0019 februari 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief februari 2021
  • Nieuwsbrief januari 2021

Nieuwsbrief januari 2021

Let op!
In deze MKB-Nieuwsbrief hebben we bewust geen coronagerelateerde maatregelen, zoals de NOW 3.0, opgenomen. Dit komt omdat er bij het verschijnen van deze nieuwsbrief nieuwe of uitbreidingen van bestaande steunmaatregelen in de maak zijn (of net bekend zijn gemaakt). We houden je op de hoogte.


1. Vijf belangrijke wijzigingen 2021 voor de werkgever

Per 1 januari zijn er weer tal van wijzigingen doorgevoerd op het gebied van lonen voor de werkgever en de DGA. Welke springen het meest in het oog?

1. Wat verandert er in de werkkostenregeling?
Per 1 januari 2021 gaat de vrije ruimte binnen de WKR naar 1,7% over de eerste € 400.000 van de loonsom. Over het meerdere van de loonsom wordt de vrije ruimte 1,18% (was 1,2%). In 2020 was naar aanleiding van de coronacrisis de vrije ruimte (eenmalig) verhoogd naar 3% over de eerste € 400.000 van de loonsom.

Concernregeling 2021
Heeft u meerdere BV’s? Dan kun je gebruikmaken van de zogenaamde concernregeling. Deze concernregeling kan nadelig uitpakken. Voor het concern in zijn geheel wordt de vrije ruimte namelijk bepaald op 1,7% van de eerste €400.000 van de totale loonsom van het concern en op 1,18% over het meerdere. Je mag dus niet uitgaan van de vrije ruimte per onderdeel van het concern.

Tip!
Ga eerst na of de concernregeling wel voordelig voor je is. Je hoeft dit uiterlijk pas in het tweede aangiftetijdvak te beslissen.

2. Gebruikelijk loon DGA
Het gebruikelijk loon voor de DGA stijgt in 2021 naar €47.000. In 2020 was dit nog €46.000.

De regeling voor gebruikelijk loon geldt voor iedereen die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap en ook werk verricht voor diezelfde onderneming. Zij moeten in de loonaangifte een salaris opnemen dat ‘gebruikelijk’ is voor de werkzaamheden. Voor 2021 geldt dus als richtlijn een salaris van €47.000.

3. Compensatie transitievergoeding bij einde bedrijf door pensioen of overlijden
Staak je het bedrijf door pensionering? Dan kun je vanaf 1 januari 2021 aanspraak maken op een compensatie van de transitievergoedingen voor de werknemers. Het gaat hier om bedrijven met minder dan 25 werknemers.

De overheid wil voorkomen dat werkgevers die door pensionering gedwongen zijn hun onderneming te staken, privévermogen moeten aanwenden om hun werknemers de transitievergoeding uit te kunnen betalen.

De compensatie transitievergoeding bij beëindiging van het bedrijf is geregeld in de Wet Arbeidsmarkt in Balans. Voor de berekening van het aantal werknemers is het niet van belang of de werknemer een tijdelijk of een vast contract heeft. Er geldt geen terugwerkende kracht bij deze regeling.

Erfgenamen en/of medewerkgevers kunnen na het overlijden van de werkgever geconfronteerd worden met een onderneming die zij niet willen of kunnen voortzetten. Bedrijfsbeëindiging gevolgd door het ontslag van de werknemers zal dan de enige optie zijn. De erfgenamen van de overleden werkgever die na aanvaarding van zijn nalatenschap van rechtswege werkgever zijn geworden, zijn bij beëindiging van de dienstverbanden dan een transitievergoeding verschuldigd aan alle ontslagen werknemers. Daarvoor kan ook compensatie worden aangevraagd.

4. Baangerelateerde Investeringskorting (BIK)
Het kabinet stimuleert bedrijven om investeringen te doen met een nieuwe investeringskorting, de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Deze tijdelijke regeling zorgt ervoor dat bedrijven ook in deze roerige tijden blijven investeren in bijvoorbeeld nieuwe machines. De regeling geldt voor nieuwe investeringen die vanaf 1 januari 2021 tot uiterlijk 31 december 2022 worden gedaan. Bij grote investeringen in een jaar is de korting tot €5 miljoen 3,9%, daarboven 1,8%. Bedrijven kunnen de investeringskorting verrekenen met de af te dragen loonheffing.

Let op!
Vanwege de verrekening met de loonheffing is de BIK alleen interessant voor bedrijven met personeel.

Het is niet toegestaan een investering – waarvoor de BIK wordt verkregen – aan een derde ter beschikking te stellen. Het maakt niet uit of deze derde een Nederlands of buitenlands bedrijf is.

Let op!
Het is nog niet zeker of ook een fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting de BIK kan aanvragen. Eerst moet er groen licht komen van de Europese Commissie of dit onderdeel van de BIK geoorloofde steun is.

5. Tijdelijke versoepeling van de RVU-heffing
Als onderdeel van het pensioenakkoord is met ingang van 1 januari 2021 voor regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-regelingen) de tijdelijke RVU-drempelvrijstelling ingevoerd. Dat betekent dat de RVU-heffing van 52% voor u als werkgever tijdelijk en onder voorwaarden achterwege blijft, voor zover de betalingen in het kader van de RVU onder het bedrag van de drempelvrijstelling blijven.

De voorwaarden voor de RVU-drempelvrijstelling zijn als volgt:

  • de uitkering ingevolge de RVU-regeling wordt toegekend in (maximaal) 36 maanden direct voorafgaand aan het bereiken van de AOW-leeftijd van de werknemer.
  • het bedrag van de drempelvrijstelling wordt per maand berekend.
  • de RVU-drempelvrijstelling geldt voor de periode van maximaal 36 maanden direct voorafgaand aan de AOW-leeftijd. Gaat de uitkering minder dan 36 maanden vóór de AOW-leeftijd in, dan geldt de vrijstelling alleen nog voor de resterende maanden.
  • de werknemer heeft uiterlijk 31 december 2025 de leeftijd bereikt die (maximaal) 36 maanden vóór de AOW-leeftijd ligt.
  • de RVU-drempelvrijstelling bedraagt maximaal een bedrag dat, na vermindering van loonbelasting en premies volksverzekeringen, gelijk is aan het nettobedrag van de AOW-uitkering voor alleenstaande personen zoals dat geldt op 1 januari van het jaar waarin de uitkering plaatsvindt.

2. Geen mondkapje, geen loon

De vraag of een werkgever een werknemer kan verplichten een mondkapje te dragen, kwam aan de orde in een kort geding bij de rechtbank in Utrecht. Het ging om een werknemer die werkzaam was als chauffeur voor een banketbakkerij.

Instructierecht
De werkgever had het dragen van een mondkapje verplicht gesteld voor al zijn personeelsleden in zijn bedrijfspanden en had zich daarbij beroepen op zijn instructierecht. Het instructierecht volgt uit de aard van het dienstverband en brengt de zeggenschap van de werkgever over de werknemer tot uitdrukking. Zo’n instructie kan in strijd zijn met grondrechten. De werknemer in kwestie weigerde in de bedrijfspanden het mondkapje te dragen.

Legitieme doelen
De kantonrechter oordeelt echter dat de verplichting tot het dragen van een mondkapje in de bedrijfspanden van de werkgever twee legitieme doelen dient.

  • Ten eerste is de werkgever wettelijk verplicht de individuele belangen van haar werknemers te beschermen door zorg te dragen voor een gezonde en veilige werkomgeving, waarin besmetting met het coronavirus voorkomen moet worden.
  • Ten tweede dient de werkgever zijn bedrijfsbelang te beschermen, omdat de werknemers bij ziekte of quarantaine hun loon doorbetaald moeten krijgen. Het dragen van een mondkapje kan hierbij helpen. Een dergelijke maatregel kan bovendien alleen effectief zijn als iedereen zich eraan houdt.

Geen persoonlijke beperkingen
Tevens geldt in deze zaak dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer beperkt is, omdat de chauffeur het mondkapje in het transportbusje niet op hoeft te doen, slechts alleen als hij aanwezig is in een van de bedrijfspanden. Er is overigens ook niet gebleken dat er medische of psychologische beperkingen bij de werknemer waren op grond waarvan hij het mondkapje niet zou kunnen dragen.

Maatregelen
Tot het moment dat de werknemer wel bereid is het mondkapje te dragen, mag de werkgever het loon opschorten en hem de toegang tot het werk ontzeggen.


3. Uitstel belasting gehad? Vraag een overzicht aan

Vanwege de Coronacrisis hebben ondernemers de mogelijkheid om uitstel van betaling van belastingschulden aan te vragen tot 1 april 2021. Uitstel is al sinds het begin van de Coronacrisis in maart van 2020 mogelijk, reden waarom de mogelijkheden worden verruimd om een overzicht van deze schulden op te vragen.

Belastingtelefoon en helpdesk
Een overzicht van belastingschulden kon al worden verkregen via de Belastingtelefoon en via de Helpdesk voor intermediairs. Via deze kanalen heeft een ondernemer het overzicht binnen twee dagen in huis via zijn Berichtenbox.

Extra mogelijkheden
De Belastingdienst heeft vanwege de coronacrisis ook een tweetal andere mogelijkheden opengesteld. Dit betreft een speciaal telefoonnummer (0800-0230107) en een speciaal
e-mailadres.

Het telefoonnummer is 24/7 bereikbaar. Het e-mailadres is bedoeld voor adviseurs die voor meerdere ondernemers tegelijk een overzicht willen opvragen. Deze overzichten ontvangt de ondernemer dan binnen tien dagen per gewone post.


4. Nieuw jaar, nieuwe hogere schenkvrijstelling

Met een nieuw jaar is er ook weer een nieuwe schenkvrijstelling. Deze is vanwege corona met €1000 verhoogd ten opzichte van vorig jaar.

Schenkvrijstelling
De schenkbelasting kent een jaarlijkse vrijstelling die ouders gebruiken om te schenken aan hun kinderen. Op die manier wordt gedurende het leven al een deel van het vermogen belastingvrij overgeheveld naar de kinderen.

Extra verhoging vanwege Corona
Vanwege de Coronacrisis is de jaarlijkse schenkvrijstelling extra verhoogd met €1.000. Dat geldt zowel voor de jaarlijkse vrijstelling voor kinderen als voor derden. In 2022 wordt de schenkvrijstelling weer met €1.000 verlaagd.

Vrijstelling voor kinderen
De vrijstelling voor schenkingen van ouders aan hun kinderen bedraagt in 2021 €6.604. De vrijstelling voor schenkingen aan derden, zoals aan kleinkinderen, bedraagt in 2021 €3.244.

Overige vrijstellingen
De schenkbelasting kent naast de jaarlijkse vrijstellingen nog enkele vrijstellingen. Zo kun je eenmalig aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar belastingvrij €26.881 schenken. In plaats daarvan kun je ook, onder voorwaarden, voor een dure studie eenmalig €55.996 of voor een eigen woning €105.302 schenken.

Let op!
De vrijstelling voor een eigen woning van €105.302 geldt ook voor schenkingen aan derden.


5. Einde onbelaste vaste reiskostenvergoeding per 1 februari?

Krijgen de werknemers een vaste reiskostenvergoeding van je, en werken zij vanwege het Coronavirus (bijna) volledig thuis? Dan kun je in ieder geval tot 1 februari 2021 deze vergoeding nog onbelast doorbetalen, ook al worden deze reiskosten als gevolg van het thuiswerken niet meer (volledig) gemaakt. Wel is de voorwaarde dat het een vaste vergoeding betreft die al voor 13 maart 2020 werd toegekend.

In januari 2021 komt het kabinet terug op hoe het na 1 februari 2021 om wil gaan met de onbelaste vaste reiskostenvergoedingen. De verwachting is ook dat er meer duidelijkheid komt over een eventuele thuiswerkvergoeding.


6. Nieuwe UWV-uitvoeringsregels bij ontslag

Bij ontslag om bedrijfseconomische redenen of wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is het UWV de aangewezen instantie om een ontslagaanvraag in te dienen. Deze regels zijn vastgelegd in de Regeling UWV ontslagprocedure. Bij het aanvragen van dit ontslag is het van belang dat de ontslagprocedure goed wordt gevolgd. Daarbij moet je bijvoorbeeld denken aan de termijn voor het aanvullen van een incompleet verzoek, de termijnen voor hoor en wederhoor en wanneer uitstel kan worden verleend.

Per 1 september 2020 zijn de uitvoeringsregels ontslagprocedure van het UWV aangepast alsook de uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen. Raadpleeg voordat je een ontslagaanvraag indient eerst de UWV-uitvoeringsregels, zodat je niet voor verrassingen komt te staan. Deze uitvoeringsregels kun je downloaden op de website van het UWV.

Door |2024-05-31T09:28:54+02:0020 januari 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief januari 2021
  • Special Lonen 2021

Special Lonen 2021

De Special Lonen 2021 is een handig naslagwerk voor jou als werkgever of als HR-medewerker.

Deze special bevat actuele cijfers van onder meer het minimumloon, premiepercentages werknemersverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage ZVW, premies WW en arbeidskortingen, LIV en LKV en het gebruikelijk loon voor de DGA.

Tevens bevat deze editie actuele cijfers en informatie over de Wet DBA, de auto van de zaak, een mogelijke thuiswerkvergoeding, de WKR en de Wet compensatie transitievergoeding.

De hoofdstukken 7 tot en met 10 in deze special gaan in op diverse Coronagerelateerde maatregelen.

We hebben de huidige special reeds een update gegeven vanwege het nieuwe steunpakket dat in januari 2021 is gepubliceerd.

Lees hier de update van de Special Lonen.

Door |2024-05-31T11:13:32+02:0015 januari 2021|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Special Lonen 2021
  • Update Special Lonen 2020

Update Special Lonen 2020

De Special Lonen 2020 is een handig naslagwerk voor u als werkgever of als hr-medewerker.

Deze update bevat actuele cijfers van onder meer het minimumloon, premiepercentages werknemersverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, premies WW en arbeidskortingen, LIV en LKV en het gebruikelijk loon voor de dga, bijgewerkt tot de op 15 juni 2020 bekende bedragen.

Tevens bevat de special actuele cijfers en informatie over de Wet arbeidsmarkt in balans, de auto van de zaak, de fiscale regeling betreffende de fiets van de zaak, de WKR en de Wet compensatie transitievergoeding.

Download hier de pdf.

Door |2020-07-02T13:44:53+02:0017 juni 2020|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Update Special Lonen 2020
  • Personeel inlenen in 2020

Personeel inlenen in 2020

Leent u wel eens personeel in voor uw onderneming, bijvoorbeeld bij tijdelijke drukte of seizoenswerk, als dit nu voor u ondanks de coronacrisis aan de orde is? Zorg dan dat u voldoet aan alle regelgeving. Anders loopt u het risico op hoge boetes of aansprakelijkheid voor loonheffingen en btw. Waar moet u op letten en wat moet u regelen?

Van inlenen is sprake als personeel dat in dienst is bij een andere ondernemer in uw onderneming, onder uw leiding of toezicht, werkzaamheden verricht. De andere ondernemer kan een uitzendbureau zijn, maar bijvoorbeeld ook een collega-ondernemer die zijn personeel (tijdelijk) aan u uitleent.

Blijft het personeel onder leiding en toezicht van de andere ondernemer, dan is er geen sprake van inlenen, maar van aannemen van werk. U kunt dan niet als inlener aansprakelijk gesteld worden, maar mogelijk krijgt u wel te maken met de ketenaansprakelijkheid.

Verlegging van btw
De inlenersaansprakelijkheid geldt voor loonheffingen én btw. In sommige gevallen moet de btw echter verplicht verlegd worden door de uitlener naar de inlener. De inlener draagt dan de btw af en kan deze tegelijkertijd als voorbelasting in aftrek brengen (voor zover de inlener belaste prestaties verricht).

De verplichte verleggingsregeling bij uitlening van personeel geldt bij fysieke werkzaamheden aan onroerende zaken of schepen in de sectoren bouw, scheepsbouw, schoonmaak en hoveniers.

Tip!
Het is niet altijd eenvoudig of eenduidig vast te stellen of de verleggingsregeling van toepassing is. Bij twijfel kunt u altijd contact opnemen met een van onze adviseurs.

Let op!
Past een uitlener de verplichte verleggingsregeling ten onrechte niet toe en berekent hij btw op uw factuur, dan kunt u deze btw niet als voorbelasting in aftrek brengen. Wees daarom alert wanneer de verleggingsregeling van toepassing is en verzoek uw uitlener om deze toe te passen.

Uitleen van zorgpersoneel in verband met corona
Indien een uitlener zonder winst zorgpersoneel uitleent aan een btw-vrije zorginstelling of organisatie, dan blijft deze dienst buiten de heffing van btw. De zorginstelling/zorgorganisatie loopt dan ook geen risico voor inlenersaansprakelijkheid voor de btw wanneer de uitlener alleen de brutoloonkosten plus maximaal 5% kosten in rekening brengt. Controleer dit ook.

Inlenersaansprakelijkheid
Als inlener kunt u door de Belastingdienst aansprakelijk gesteld worden als de uitlener of doorlener de volgende belastingen en premies niet betaalt:

  • loonheffingen (dit omvat loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en werkgeversheffing Zorgverzekeringswet);
  • btw.

Als inlener of doorlener kunt u uw aansprakelijkheid beperken door een aantal maatregelen te treffen, zoals het aanvragen van een verklaring betalingsgedrag, het registreren van de juiste gegevens, het storten op een G-rekening of het gebruikmaken van de disculpatiemogelijkheid voor gecertificeerde uitleners.

Verklaring van betalingsgedrag
Een uitlener kan de Belastingdienst periodiek (bijvoorbeeld één keer per kwartaal) vragen te verklaren dat hij alle loonheffingen en btw heeft betaald (door middel van een zogenaamde ‘schone verklaring’). Deze verklaring geeft u als inlener een beeld van de risico’s die u loopt, maar geeft u geen vrijwaring.

Tip!
Volgens informatie van de Belastingdienst is uitstel van betaling van de loon- en omzetbetaling door de uitlener in verband met corona géén reden voor het weigeren van de schone verklaring. Kan uw uitlener geen schone verklaring overleggen, dan is er waarschijnlijk iets anders aan de hand!

Registratie van gegevens
Het komt regelmatig voor dat de Belastingdienst de loonheffingen waarvoor u als inlener aansprakelijk wordt gesteld, heeft vastgesteld met het anoniementarief. De aansprakelijkheid voor het anoniementarief wordt verminderd indien u de identiteit van het ingeleende personeel en het loon per ingeleend personeelslid en per werk kunt aantonen. Ook moet u kunnen aantonen dat het ingeleende personeel over een geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunning beschikt. U voldoet aan deze voorwaarden als u de volgende gegevens van elk ingeleend personeelslid registreert (onder meer aan de hand van het getoonde ID-bewijs):

  • NAW-gegevens, geboortedatum, burgerservicenummer (BSN)
  • nationaliteit
  • soort identiteitsbewijs, nummer en geldigheidsduur
  • aanwezigheid van een A1-verklaring, verblijfsvergunning, tewerkstellingsvergunning of notificatie NAW-gegevens uitlener
  • een overzicht van de gewerkte uren (per dag)

Let op!
Het maken en hebben van een kopie-ID-bewijs is niet toegestaan, tenzij het gaat om een ingeleende kracht die inwoner is van een land buiten de EER en Zwitserland. In dat geval is het hebben van een kopie-ID-bewijs en een kopie van de werk- en verblijfsvergunning verplicht. Een kopie van dit identiteitsbewijs dient u bovendien tot vijf jaar na beëindiging van het werk te bewaren. Doet u dit niet, dan riskeert u een boete.

Laat u een vreemdeling zonder vereiste tewerkstellingsvergunning werken, dan riskeert u een boete van € 8.000 per vreemdeling. Doet een overtreding zich vaker voor, dan kan dit bedrag verhoogd worden met 50, 100 of 150%. Bij een ernstige overtreding (meer dan 20 illegaal tewerkgestelden) kan de inspectie SZW een bedrijf preventief stilleggen.

Storten op G-rekening
Een G-rekening is een geblokkeerde rekening van de uitlener of doorlener. U kunt uw aansprakelijkheid beperken door het deel van de factuur van uw uitlener dat bestemd is voor loonheffingen en btw, te storten op de G-rekening. In de omschrijving bij uw storting vermeldt u het factuurnummer en eventuele andere identificatiegegevens van de factuur. Deze factuur moet aan de wettelijke eisen voldoen en het nummer of kenmerk van de overeenkomst, het tijdvak en de omschrijving of het kenmerk van het werk bevatten.

Daarnaast moet u zowel de betalingen als de hierboven genoemde te registreren gegevens – zoals de persoonlijke gegevens van het ingeleende personeel en de manurenregistratie – uit uw administratie kunnen halen en kunnen laten zien. Als u aan deze voorwaarden voldoet, wordt u als inlener voor het op de G-rekening gestorte bedrag niet meer aansprakelijk gesteld. U kunt nog wel aansprakelijk gesteld worden voor een eventueel restbedrag indien de loonheffingen en/of btw hoger zijn dan uw storting.

Tip!
Vanwege Corona kunnen uitleners de Belastingdienst verzoeken het tegoed op de G-rekening te deblokkeren, ook wanneer zij tegelijk uitstel van betaling hebben aangevraagd. Gebruik de G-rekening dus ook nu. Zo beschermt u uw bedrijf als de uitlener de belastingen uiteindelijk helemaal niet afdraagt en de uitlener kan wél bij het door u op de G-rekening betaalde bedrag.

Gecertificeerde uitlener
U kunt als inlener een beroep doen op de disculpatieregeling. Dit betekent dat u niet aansprakelijk gesteld wordt, ook niet als achteraf blijkt dat de uitlener te weinig loonheffingen of btw heeft afgedragen. U moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • De uitlener voldoet aan de NEN 4400-1 of de NEN 4400-2 norm en is opgenomen in het register van de Stichting Normering Arbeid (SNA). Op de website van SNA (www.normeringarbeid.nl) kunt u controleren welke ondernemingen aan deze eisen voldoen.
  • U stort 25% van het factuurbedrag (inclusief btw) op de G-rekening van de uitlener. Indien voor de btw de verleggingsregeling van toepassing is, stort u 20%.
  • De factuur voldoet aan de wettelijke eisen en het nummer of kenmerk van de overeenkomst, het tijdvak en de omschrijving of het kenmerk van het werk staan op de factuur vermeld.
  • Bij betaling vermeldt u het factuurnummer en eventuele andere identificatiegegevens van de factuur.
  • Uit uw administratie blijken direct de gegevens van de inlening, de manurenadministratie en de betalingen.
  • U moet de controle op de identiteit van het ingeleende personeel kunnen aantonen aan de hand van de registratie, het BSN moet bekend zijn en u moet kunnen aantonen dat het personeel over een geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunning beschikt.

Een aantal grote beursgenoteerde uitzendondernemingen heeft zekerheid gesteld voor de betaling van hun loonheffingen en btw. Als u personeel inleent van een dergelijke uitzendonderneming, hoeft u voor vrijwaring niet de 25% van het factuurbedrag op de G-rekening te storten. De Belastingdienst geeft aan dergelijke uitzendondernemingen jaarlijks een verklaring af. Beschikt uw uitlener over een dergelijke (geldige) verklaring en voldoet u aan de overige voorwaarden, dan kunt u het gehele factuurbedrag overmaken naar de uitzendonderneming en kunt u zich toch nog beroepen op de disculpatieregeling.

Tip!
Voldoet u niet aan de voorwaarden van de disculpatieregeling, dan is er nog een andere disculpatiemogelijkheid. Als het niet betalen van de loonheffingen en btw niet aan u en de uitlener te wijten is, zult u niet aansprakelijk gesteld worden. Een voorbeeld is een faillissement door plotseling verslechterde economische omstandigheden of uitzonderlijk slechte weersomstandigheden.

Doe de Waadi-check
Elke ondernemer die personeel uitleent, is verplicht dit te registreren bij de Kamer van Koophandel (KvK). Ondernemingen die bedrijfsmatig personeel uitlenen (bijvoorbeeld uitzendbureaus), moeten in hun bedrijfsactiviteiten ‘ter beschikking stellen van arbeidskrachten’ aangeven. Ondernemers die niet-bedrijfsmatig personeel uitlenen (bijvoorbeeld een aannemer die tijdelijk personeel uitleent aan een collega-aannemer), hebben alleen een meldingsplicht bij de KvK. Controleer altijd, voordat u zaken gaat doen met een uitlener, of deze juist bij de KvK geregistreerd is. U doet dit eenvoudig met de gratis Waadi-check op de website van de KvK.

Let op!
Leent u personeel in van een ondernemer die dit niet heeft geregistreerd bij de KvK, dan riskeert u een hoge boete die kan oplopen van € 12.000 (bij minder dan 10 ingeleende werknemers) tot € 48.000 (bij 30 of meer ingeleende werknemers). Eenzelfde boete kan worden opgelegd aan de uitlener.

Bovenstaande geldt niet voor eenmansbedrijven: een zzp’er zonder eigen bv hoeft zich niet als uitzendonderneming te registreren bij de KvK. Leent u een dga in (die tezamen met zijn echtgenoot ten minste 90% van de aandelen in zijn bv bezit), dan bedraagt de boete voor zowel de bv als de inlener vooralsnog nihil.

Let op!
Als uw uitlener bij de KvK juist is geregistreerd, levert dat nog geen vrijwaring voor de inlenersaansprakelijkheid op.

Tip!
Is een uitzendbureau NEN gecertificeerd, dan controleert de certificerende instelling of er een Waadi-registratie is. Controle door u is dan niet meer nodig.

Wet aanpak schijnconstructies
De Wet aanpak schijnconstructies (WAS) gaat uitbuiting en onderbetaling van werknemers en oneerlijke concurrentie tegen. De WAS bevat onder meer de verplichte girale betaling van het minimumloon, de verplichte specificatie van kostenvergoedingen die onderdeel vormen van het loon en het verbod op inhoudingen en verrekeningen voor zover daarmee minder wordt uitbetaald dan het netto equivalent van het minimumloon. Daarnaast kan een ingeleende werknemer u (als inlener) hoofdelijk aansprakelijk stellen als de uitlener het verplichte minimum- of cao-loon niet (volledig) aan de werknemer betaalt.

Let op!
Dit betreft een ketenaansprakelijkheid. Dit betekent dat de inleenkracht ook de opvolgende doorlener aansprakelijk kan stellen, net zo lang tot het eind van de keten bereikt is.

De rechter oordeelt of u als inlener aansprakelijk bent voor het betalen van het achterstallige loon. U kunt een aantal maatregelen nemen om het risico van aansprakelijkheidstelling te beperken. Zo is het verstandig te controleren of u met betrouwbare bedrijven samenwerkt. Denk daarbij bijvoorbeeld aan controle van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel en bij de Stichting Normering Arbeid (www.normeringarbeid.nl) en de tijdige betaling loonheffing (verklaring betalingsgedrag Belastingdienst). Beoordeel daarnaast of sprake is van een eerlijke prijs en zorg voor een goed contract met duidelijke afspraken over arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden.

Leg de verplichting op om deze voorwaarden ook te laten gelden voor bedrijven verderop in de keten. Belangrijk is verder om actie te ondernemen wanneer u signalen krijgt dat de uitlener onderbetaalt. Doe onderzoek, spreek de uitlener aan en verbreek zo nodig de samenwerking.

Let op!
De genomen maatregelen bieden geen vrijwaring, maar een rechter zal wel eerder geneigd zijn om u niet aansprakelijk te stellen. Blijf echter altijd alert en grijp in als u vermoedt dat de uitlener zijn werknemer niet meer (volledig) betaalt.

De ketenaansprakelijkheid geldt alleen voor opdrachtgevers die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Een particulier kan dus niet met de ketenaansprakelijkheid te maken krijgen.

Wet arbeidsmarkt in balans
Payrollkrachten zijn werknemers die door of in opdracht van de inlener zijn uitgekozen en exclusief voor de inlener werken, maar in dienst zijn bij een derde (het payrollbedrijf). Voor payrollkrachten geldt per 2020 dat ze minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden moeten krijgen als de eigen werknemers van de inlener. Het gaat daarbij om arbeidsvoorwaarden uit de cao, uit bedrijfseigen regelingen en de in de branche gebruikelijke arbeidsvoorwaarden. Per 2021 gaat de payrollkracht ook recht krijgen op een adequate pensioenregeling. Voldoet het payrollbedrijf hier niet aan, dan kan zowel de inspectie SZW als de payrollkracht ingrijpen.

Tot slot
De inlenersaansprakelijkheid kan grote financiële gevolgen hebben voor uw onderneming. In deze advieswijzer zijn we nader ingegaan op de mogelijkheden om uw aansprakelijkheid zo veel mogelijk te beperken.

Door |2020-04-15T17:13:51+02:0015 april 2020|Blog van NBC Eelman & Partners|Reacties uitgeschakeld voor Personeel inlenen in 2020
  • Zakendoen met uw eigen bv

Zakendoen met uw eigen bv

Als directeur-grootaandeelhouder (dga) bent u in de unieke positie om zaken te doen met uw eigen bv. Partijen moeten dan wel zakelijk met elkaar omgaan en afspraken moeten goed zijn vastgelegd. Wie de regels in acht neemt, kan aantrekkelijk zakendoen met zijn eigen bv. Denk bijvoorbeeld aan het sluiten van een geldlening met de bv of het ter beschikking stellen van een bedrijfspand.

Investeren in eigen bedrijfspand
In de huidige markt – en met de gevolgen van de coronacrisis voor de meeste ondernemers duidelijk merkbaar – is het investeren in en het financieren van eigen vastgoed bepaald geen sinecure. Mocht u wel de mogelijkheden hebben om te investeren in een eigen bedrijfsruimte, dan is het de vraag wie er gaat investeren. U als dga? Het bedrijfspand komt dan op uw naam te staan. Of kunt u beter kiezen voor een investering vanuit de bv?

Let op!
Investeren vanuit privé of vanuit de bv wordt fiscaal verschillend behandeld. Wat in uw situatie het voordeligst is, kunnen wij u voorrekenen.

Op naam van de bv
De keuze om het eigen bedrijfspand vanuit de bv aan te houden, wordt – naast de fiscaliteit – ook bepaald door de aanwezige bedrijfsrisico’s en uw toekomstplannen. We zien vaak dat het bedrijfspand wordt afgezonderd van de risico’s van de onderneming. Zeker als het pand tevens dient als beleggingsobject, bijvoorbeeld als belegging van reeds opgebouwde pensioengelden in eigen beheer. Vanuit de bv wordt het pand vervolgens verhuurd aan de werkmaatschappij. De huuropbrengsten – na aftrek van onder meer afschrijvingen en financieringskosten – zijn als winst onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting. Een latere winst of verlies bij verkoop behoort eveneens tot de fiscale winst.

Tip!
Het onderbrengen van het bedrijfspand in een aparte bv maakt een toekomstige bedrijfsoverdracht gemakkelijker te structureren en te financieren.

Op naam van de dga
Kiest u ervoor om vanuit privé te investeren in een pand en verhuurt u dit privépand aan uw bv, dan valt het pand onder de terbeschikkingstellingsregeling (TBS-regeling). De huurinkomsten, afschrijvingen en exploitatielasten alsmede boekwinsten en verliezen op het pand behoren tot uw box 1-inkomen. Let wel: bent u gehuwd en behoort het pand tot de algehele of beperkte gemeenschap van goederen, dan wordt dit box 1-inkomen voor 50/50 aan u en uw echtgen(o)t(e) toegerekend.

Voor de hoogte van de fiscaal aftrekbare afschrijvingslasten moet u rekening houden met een beperking. Dat geldt ook als de bv het bedrijfspand aanhoudt. Afschrijving is niet meer mogelijk als de boekwaarde van het pand de bodemwaarde heeft bereikt. Deze bodemwaarde is sinds 1 januari 2019 in de meeste gevallen beperkt tot 100% van de WOZ-waarde van het pand.

Let op!
Voor een recent in eigen gebruik genomen pand waarop al voor 1 januari 2019 is afgeschreven, geldt een overgangsregeling van maximaal drie boekjaren. Stel dat een pand in juli 2018 in gebruik is genomen, dan gelden in 2019, 2020 en 2021 nog de bestaande afschrijvingsregels van 2018.

Tip!
Onder de TBS-regeling worden de opbrengsten weliswaar belast tegen het progressieve IB-tarief tot maximaal 49,5%, effectief is dit voor de dga maar 43,56%. U profiteert namelijk van de TBS-vrijstelling van 12% (2020)!

Geldleningen
Iedere transactie tussen u en de bv moet zakelijk verlopen. Dat geldt ook voor de geldverstrekking tussen de dga en de bv. Denk hierbij aan een schriftelijke leningsovereenkomst met daarin in ieder geval een aflossingsschema en een reëel rentepercentage. Bovendien moeten er zekerheden zijn gesteld. Om te beoordelen of de overeenkomst zakelijk is, moet u zichzelf afvragen of u of de bv een dergelijke leningsovereenkomst tegen dezelfde voorwaarden ook zou zijn aangegaan met een onafhankelijke derde.

Tip!
Heeft u al een leningsovereenkomst, laat deze dan regelmatig door ons checken. Zo bent u er zeker van dat alles nog steeds in orde is.

Lenen aan de bv
Leent u geld aan uw bv, dan is de zakelijke rente die de bv aan u betaalt als bedrijfslast aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. U zelf krijgt te maken met de TBS-regeling. Dat betekent dat de rente op de geldlening in box 1 progressief is belast. Ook hiervoor geldt de TBS-vrijstelling van 12%. Wordt er een onzakelijk hoge rente afgesproken? Dan wordt voor de aftrekbare rente (bij de bv) en de belastbare rente (bij de dga) uitgegaan van een normale zakelijke rente. Het meerdere, niet-zakelijke voordeel wordt mogelijk gezien als een vermomde winstuitdeling en is bij u belast in box 2 (aanmerkelijk belang) en bij de bv (als verkapt dividend) niet aftrekbaar.

Lenen van de bv
Leent u geld van uw bv, dan kunt u dit doen in uw hoedanigheid als werknemer of als aandeelhouder. Het is belangrijk om dit van tevoren vast te stellen, omdat de fiscale gevolgen in beide situaties anders zijn.

Let op!
Voorkom bij het lenen dat de bv in financiële problemen kan komen. De bv moet aan haar (betalings)verplichtingen kunnen blijven voldoen. Dit is van nog groter belang als de bv ook een pensioen of stamrecht in eigen beheer heeft.

Bij een personeelslening – u leent in uw hoedanigheid als werknemer – kan sprake zijn van een rentevoordeel. Dat is het geval als u geen of minder rente betaalt over de lening dan bij een kredietverlener. Het rentevoordeel vormt voor de waarde in het economisch verkeer belastbaar loon. Deze waarde kunt u bepalen door de rente van verschillende banken te vergelijken. Het belaste rentevoordeel kan worden opgenomen in de ‘vrije ruimte’ van de werkkostenregeling.

Er is een uitzondering als u de personeelslening gebruikt voor de eigen woning. Het rentevoordeel van een dergelijke lening moet tot uw belastbaar loon worden gerekend. Het voordeel is loon in natura waarover uw bv als werkgever verplicht loonheffingen moet berekenen. Het belaste rentevoordeel mag dus niet worden opgenomen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Wel mag u het belastbare eigenwoningrentevoordeel in aftrek brengen binnen de eigenwoningregeling in uw aangifte inkomstenbelasting. Het maximum aftrekpercentage is voor 2020 bepaald op 46.

Gebruikt u de lening voor het kopen van een (elektrische) fiets of elektrische scooter, dan is het rentevoordeel onbelast.

Let op!
Soms kan de Belastingdienst zich op het standpunt stellen dat een personeelslening voor een dga niet mogelijk is. Dit is met name het geval als de mogelijkheid van een personeelslening alleen openstaat voor de dga zelf en niet voor andere werknemers van de bv.

Als u als aandeelhouder leent, staat ook hier het zakelijke handelen voorop. Leent u voor consumptieve doeleinden of bijvoorbeeld om hiermee in privé te beleggen, dan valt de lening als schuld bij u in box 3. De door u aan de bv betaalde rente is bij u niet aftrekbaar, maar bij de bv als ontvangen rente wel belast.

Let op!
Geld lenen van de bv voor beleggingen in privé is alleen aantrekkelijk als het rendement op deze beleggingen hoger is dan de nettorente die u aan de bv moet betalen.

Rekening-courant
In de praktijk hebben veel dga’s een rekening-courantverhouding met de bv. Bij een rekening-courant met afwisselende debet- en creditstanden heeft de staatssecretaris van Financiën goedgekeurd dat er onder voorwaarden geen rente in box 1 in aanmerking hoeft te worden genomen als het saldo van de rekening-courantverhouding gedurende het kalenderjaar niet hoger is dan € 17.500 positief en niet lager is dan € 17.500 negatief. De bv mag in dat geval de rente niet in aanmerking nemen. U mag een eventuele rekening-courantschuld niet in box 3 opnemen.

Let op!
Zodra het saldo op de rekening-courant hoger is dan € 17.500, moet er over het hele jaar over het hele bedrag rente worden berekend.

Sparen in de bv
U kunt ook sparen in uw bv en privékapitaal als vermogen in de bv brengen. Het werkelijke rendement is dan bij de bv belast, in plaats van een forfaitair rendement dat bij u in box 3 belast is en hoger wordt verondersteld naarmate uw vermogen groter is. Met name als u de risico’s van beleggen wilt vermijden, is dit een optie om te overwegen.

Let op!
Vanaf 2022 is men voornemens de belastbaarheid van vermogen in box 3 te wijzigen en het rendement afhankelijk te maken van de vraag of uw vermogen al dan niet op een spaarrekening staat. Als de heffing in box 3 inderdaad op deze manier gewijzigd wordt, is er nauwelijks meer verschil in te betalen belasting tussen sparen in de bv of in privé.

Let op!
Sparen in de bv kan ook dan nog wel aantrekkelijk zijn als u toeslagen krijgt. Vermogen in uw bv telt immers niet mee voor de vermogenstoets die bij toeslagen geldt en die als gevolg heeft dat u vanaf een bepaald vermogen geen recht meer heeft op de meeste toeslagen.

Wetsvoorstel nieuwe maatregelen
Het kabinet wil per 1 januari 2022 een rekening-courantmaatregel invoeren om excessief lenen van de dga bij de eigen bv te ontmoedigen, in de volksmond ‘dga-taks’ genoemd. Hiervoor is een wetsvoorstel in de maak. De maatregel houdt kort gezegd in dat het bedrag dat boven € 500.000 wordt geleend bij de dga als inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerking wordt genomen. De drempel van € 500.000 in de rekening-courant geldt voor de dga en zijn partner gezamenlijk. Deze maatregel geldt voor alle schulden, ongeacht waarvoor deze zijn aangegaan. Alleen bestaande en nieuwe eigenwoningschulden zijn uitgezonderd.

Let op!
Het wetsvoorstel moet nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Lenen voor de eigen woning
De bv kan u ook een lening verstrekken voor de aanschaf, verbouwing of het onderhoud van een eigen woning. Uitgaande van een reële leningsovereenkomst is de rente voor u als eigenwoningrente aftrekbaar in box 1 tegen maximaal een tarief van 46% (2020) en bij de bv belast. Met ingang van 2013 moet een nieuwe eigenwoninglening aan aflossingseisen voldoen om voor renteaftrek in aanmerking te komen. Heeft u uw bestaande eigenwoninglening bij de bv sindsdien verhoogd, dan moet u voor deze verhoging ook rekening houden met de nieuwe regels. Voor het nieuwe leningdeel is de rente alleen nog aftrekbaar als de lening in maximaal dertig jaar en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost.

Let op!
Heeft u sinds 1 januari 2013 geld geleend voor de eigen woning bij de bv, dan geldt voor u een informatieplicht. U moet de Belastingdienst tijdig informeren over deze hypothecaire geldlening. Gegevens van de eigenwoninglening bij de bv kunt u doorgeven via uw jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting.

Let op!
De aftrek van de hypotheekrente in de hoogste belastingschijf is dit jaar (2020) beperkt tot 46% en volgend jaar tot 43% (2021). Het kabinet wil de hypotheekrenteaftrek versneld stapsgewijs verder beperken tot 37,05% in 2023.

Tot slot
U kunt voordelig uit zijn als u zakendoet met uw eigen bv. In deze advieswijzer staan slechts enkele mogelijkheden benoemd. Wij vertellen u er graag meer over.

Door |2020-04-15T17:12:27+02:0015 april 2020|Blog van NBC Eelman & Partners|Reacties uitgeschakeld voor Zakendoen met uw eigen bv

Drempel verhoogd van investeringsbedrag KIA

Artikel 6 Drempel verhoogd van investeringsbedrag KIA

Als u investeert, heeft u als ondernemer in beginsel recht op de investeringsaftrek voor kleinschalige investeringen. Er geldt wel een aantal voorwaarden, waaronder een minimuminvesteringsbedrag. Dit bedrag is voor 2020 bepaald op € 2.401. Het maximuminvesteringsbedrag is voor 2020 bepaald op € 323.544. Boven dit bedrag krijgt u dus geen KIA meer.

De KIA krijgt u bovendien alleen voor investeringsgoederen waarop u moet afschrijven. Dit betekent dat het bedrijfsmiddel minstens € 450 moet kosten. Investeert u in 2020 in totaal dus minstens voor € 2.401 aan bedrijfsmiddelen die ieder minstens € 450 kosten, dan heeft u recht op de KIA. Overigens krijgt u niet op alle investeringsgoederen de KIA. Zo zijn bijvoorbeeld personenauto’s in beginsel uitgesloten.

Door |2020-01-15T15:02:27+01:0014 januari 2020|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Drempel verhoogd van investeringsbedrag KIA

Verhoging gebruikelijk loon dga naar € 46.000

Artikel 5 Gebruikelijk loon dga verhoogd

Als dga moet u jaarlijks verplicht een zogenaamd gebruikelijk loon opnemen uit uw bv. Dit gebruikelijk loon is voor het jaar 2020 met € 1.000 verhoogd naar € 46.000.

Het gebruikelijk loon kan ook worden vastgesteld op 75% van het loon uit de vergelijkbaarste dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij uw bv indien een van deze bedragen meer is dan € 46.000.

Het hogere gebruikelijk loon is nadelig voor dga’s. Het gebruikelijk loon is namelijk belast in box 1 en wordt daardoor meestal zwaarder belast dan wanneer u als dga een beloning in de vorm van dividend opneemt.

Door |2020-01-15T15:02:43+01:0014 januari 2020|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Verhoging gebruikelijk loon dga naar € 46.000