Make Marketing Magic

Over Nieuwsbrief NBC

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Nieuwsbrief NBC has created 666 blog entries.
  • Nieuwsbrief januari 2022

Nieuwsbrief januari 2022

1. Uitstel van belastingbetaling: de laatste stand van zaken

Met het uitbreken van de Coronacrisis is de mogelijkheid geboden om uitstel van betaling voor diverse belastingen te vragen. Hoe lang je uitstel kreeg, wanneer je moest gaan terugbetalen en de voorwaarden wijzigden keer op keer. Zie je door de bomen het bos nog? In dit artikel de laatste stand van zaken.

Uitstel tot en met 31 januari 2022
Op dit moment is het mogelijk om uitstel van betaling te krijgen tot en met 31 januari 2022 voor alle belastingen waarvoor dit al eerder mogelijk was. Het gaat dan om onder meer loonheffingen, omzetbelasting, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting.

Had je voor een van deze belastingen al uitstel van betaling tot 1 oktober 2021? Dan heb je automatisch voor al deze belastingen uitstel tot en met 31 januari 2022. Je hoeft daar dus geen actie voor te ondernemen.

Tip!
In tegenstelling tot het uitstel van betaling tijdens voorgaande perioden is het dus ook niet nodig om verlengd uitstel van betaling te vragen.

Alsnog uitstel van betaling aanvragen
Had je niet eerder al uitstel van betaling, maar heb je dit alsnog nodig in verband met de Coronacrisis? Dan kun je ook uitstel van betaling krijgen tot en met 31 januari 2022. Dat geldt ook als je al eerder uitstel van betaling kreeg, maar alle schulden reeds afloste.

Let op!
In tegenstelling tot ondernemers die nog uitstel van betaling hadden tot 1 oktober 2021, krijg je niet automatisch uitstel van betaling. Je moet hiervoor dus wel een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Dit kan nog tot en met 31 januari 2022.

Voor welke tijdvakken geldt het uitstel?
Heb je, al dan niet automatisch, uitstel van betaling, dan geldt dit voor alle belastingen waarvan de uiterste betaaldatum voor 1 februari 2022 verstrijkt. Dit betekent dat ook de deze maand in te dienen aangifte loonheffingen december 2021 en de omzetbelasting van het vierde kwartaal 2021/december 2021 in het uitstel meelopen.

Let op!
Voor de aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting is niet de dagtekening van de aanslag leidend, maar de uiterste betaaltermijn. Deze ligt voor reguliere aanslagen zes weken na de dagtekening van de aanslag. Een definitieve aanslag inkomstenbelasting met dagtekening 3 januari 2022 loopt daarom niet mee in het uitstel van betaling, maar eenzelfde aanslag met dagtekening 3 december 2021 dus wel.

Tip!
De mogelijkheid van uitstel van betaling wordt misschien verlengd tot na 31 januari 2022. Misschien kun je daarom straks ook uitstel van betaling krijgen voor belastingen waarvan de uiterste betaaldatum verstrijkt ná 31 januari 2022. Het kabinet zegde in december 2021 toe om in januari 2022 te beslissen of zo’n verdere verlenging van het uitstel vanwege de Coronacrisis nodig is. We houden je hierover op de hoogte.

Terugbetalen uitgestelde belastingen
Vanaf 1 oktober 2022 moet je alle uitgestelde belastingen terugbetalen. Je krijgt van de Belastingdienst dan een betalingsregeling aangeboden van zestig maanden. Je betaalt dan elke maand 1/60 van de totale schuld.


2. Voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2022 nog met volledige box 3-heffing

De Belastingdienst laat weten dat de gevolgen van het oordeel eind 2021 inzake de box 3-heffing niet verwerkt zijn in de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2022 die momenteel worden opgelegd.

Oordeel box 3-heffing
De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 dat het huidige systeem van de box 3-heffing in strijd is met het ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).

Belastingheffing over werkelijk rendement in plaats van forfaitair rendement
De box 3-heffing gaat uit van een zogenaamd forfaitair rendement. Dit rendement wordt geacht hoger te zijn naarmate het box 3-vermogen hoger is. De Hoge Raad acht dit systeem in strijd met het ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod. De Hoge Raad biedt daarom rechtsherstel door voor in ieder geval de jaren 2017 en 2018 alleen belasting te heffen over het werkelijke rendement in plaats van het forfaitaire rendement.

Voor particulieren met een lager werkelijk rendement dan het forfaitair rendement betekent het oordeel van de Hoge Raad dat de box 3-heffing lager wordt dan volgens het wettelijke systeem.

Nog niet in voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2022
De Belastingdienst denkt momenteel na over hoe zij de gevolgen van het oordeel van de Hoge Raad moet gaan verwerken. Deze gevolgen zijn in ieder geval nog niet verwerkt in de voorlopige aanslagen Inkomstenbelasting 2022 die de Belastingdienst momenteel verzendt. In deze aanslagen houdt de Belastingdienst daarom nog rekening met het forfaitaire rendement.

De Belastingdienst laat op een later moment weten wat de gevolgen van de uitspraak van de Hoge Raad zijn voor het belastingjaar 2022.

Tip!
Als later blijkt dat de voorlopige aanslag te hoog was omdat het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, dan kan om een verlaging van de voorlopige aanslag verzocht worden. Verzoekt een belastingplichtige niet om verlaging van de voorlopige aanslag, dan vindt herstel in ieder geval plaats bij het opleggen van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2022.


3. Subsidieregeling voor emissieloze bedrijfsauto’s

Vanaf 3 januari 2022 is het weer mogelijk om voor het jaar 2022 subsidie aan te vragen voor een nieuwe emissieloze bedrijfsauto. Koop of leaset je zo’n auto, zorg dan dat je aan de voorwaarden voldoet en tijdig de subsidie aanvraagt. Anders loop je mogelijk de subsidie mis die kan oplopen tot €5.000 per bedrijfsauto.

Koop of financiële lease van nieuwe emissieloze bedrijfsauto
Je kunt subsidie (SEBA) krijgen voor de koop of financiële lease van een nieuwe emissieloze bedrijfsauto, aangedreven door alleen een elektromotor. Het maximale gewicht van de auto mag maximaal 4.250 kilogram bedragen en de netto catalogusprijs of verkoopprijs exclusief BTW moet hoger zijn dan €20.000. Voor typegoedkeuring voor lichte voertuigen geldt bovendien een minimale WLTP-actieradius van 100 kilometer.

Tip!
Bij operational lease kan de leasemaatschappij voor de subsidie in aanmerking komen.

Hoogte subsidie
De subsidie bedraagt voor voertuigcategorie N1 10% van de netto catalogusprijs exclusief BTW, inclusief BPM en opties die zijn aangebracht voor de afgifte van het kenteken of 10% van de verkoopprijs, exclusief btw voor voertuigcategorie N2.

De maximale subsidie is  5.000 per bedrijfsauto.

Tip!
Heb je een kleine onderneming of een non-profitinstelling, dan bedraagt het subsidiepercentage 12% in plaats van 10%.

Online aanvraag
Je kunt de subsidie online aanvragen via www.rvo.nl. Op het moment van aanvragen van de subsidie mag de bedrijfsauto nog niet geleverd zijn en nog niet op naam in het RDW-kentekenregister staan.

Let op!
Bij het aanvragen van de subsidie moet je al een koopovereenkomst of financiële leaseovereenkomst gesloten hebben. Deze mag echter nog niet definitief zijn, maar mag pas op een later moment, dat ligt ná de datum van aanvraag van de subsidie, definitief worden.

Uitbetaling subsidie
Na levering van de bedrijfsauto kun je een aanvraag tot vaststelling van de subsidie doen. Pas bij vaststelling van de subsidie wordt deze uitbetaald.

Let op!
De aanvraag tot vaststelling moet plaatsvinden uiterlijk zeven maanden na de datum van verlening van de subsidie. Lukt dat niet binnen zeven maanden in verband met leveringsproblemen, dan zijn er voor de jaren 2021 en 2022 gelukkig verlengingsmogelijkheden.

Zorg wel dat de auto minimaal drie jaar op jouw naam staat, anders moet je de subsidie deels terugbetalen. Dit kan alleen anders zijn als je de auto binnen drie jaar vervangt door een andere, nieuwe emissieloze bedrijfsauto.


4. Extra aandacht voor laatste BTW-aangifte 2021

Eind januari 2022 zullen de meeste ondernemers hun laatste BTW-aangifte over 2021 indienen. Die laatste aangifte verdient altijd wat extra aandacht vanwege enkele jaarlijkse correcties.

Auto van de zaak
Een belangrijke correctie betreft het privégebruik van de auto van de zaak. Je mag alle BTW gedurende het jaar namelijk gewoon in aftrek brengen, maar je moet dit wel op het eind van het jaar corrigeren voor het privégebruik. In de regel is de correctie een forfaitair bedrag. Dit bedraagt 2,7% van de cataloguswaarde. Echter voor auto’s die nog in gebruik zijn na afloop van het vierde jaar volgend op het jaar waarin men de auto is gaan gebruiken, geldt een correctie van 1,5%.

Tip!
Als het werkelijk privégebruik bekend is, bijvoorbeeld omdat een sluitende kilometerregistratie aanwezig is, moet je ook corrigeren op basis van het werkelijke privégebruik. Bij weinig privégebruik is de correctie dan vaak ook lager.

Let op!
Houd er rekening mee dat voor de BTW woon-werkverkeer niet zakelijk is, maar privé.

Personeelsvoorzieningen
De BTW op personeelsvoorzieningen mag je alleen aftrekken als de uitgaven aan personeelsvoorzieningen voor de betreffende werknemer in 2021 niet meer dan €227 (exclusief BTW) hebben bedragen. Ga je voor een werknemer over dit bedrag heen, dan vervalt de gehele aftrek.

Relatiegeschenken
Heb je de klanten tijdens de Kerst iets moois cadeau gedaan? Voor de BTW op relatiegeschenken geldt een uitzondering. Die BTW is aftrekbaar, tenzij de BTW bij aanschaf door de relatie zelf slechts voor 30% of minder aftrekbaar zou zijn geweest. De BTW is ook aftrekbaar als het bedrag aan relatiegeschenken in 2021 per relatie niet meer dan €227 (exclusief BTW) is geweest.

Privé- en vrijgesteld gebruik
Gebruik je goederen of diensten deels privé, dan mag een overeenkomstig deel van de BTW niet worden afgetrokken. Blijkt aan het eind van het jaar dat het privégebruik afwijkt van de inschatting, dan dient dit in beginsel gecorrigeerd te worden. Dit kan dus leiden tot meer, maar ook tot minder aftrek.

Een soortgelijke regeling is van toepassing voor goederen en diensten die je deels vrijgesteld en deels voor belaste prestaties gebruikt. Een onjuiste inschatting van het belaste en vrijgestelde gebruik corrigeer je aan het einde van het jaar. Let hier wel op: er gelden uitzonderingen voor investeringsgoederen.


5. Gebruikelijk loon DGAdit jaar weer hoger

Het normbedrag voor het gebruikelijk loon van een DGA stijgt voor het jaar 2022 van €47.000 naar €48.000. Het gebruikelijk loon moet hoger vastgesteld worden als 75% van het loon uit de vergelijkbaarste dienstbetrekking of het hoogste loon van een werknemer in dienst van de BV hoger is dan €48.000. Soms kan het gebruikelijk loon lager zijn, bijvoorbeeld bij starters of verlieslijdende BV’s. Hiervoor gelden wel aanvullende voorwaarden. Of de speciale Coronaregeling voor het gebruikelijk loon ook voor 2022 zal gelden, is nog onduidelijk.


6. Deadline inschrijving UBO-register 27 maart 2022

Organisaties moeten hun UBO’s (= ultimate beneficial owners) uiterlijk 27 maart 2022 inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Organisaties die dit niet (tijdig) doen, riskeren een sanctie. Dit kan een boete, maar ook een gevangenisstraf zijn. Een UBO is de persoon die de uiteindelijke eigenaar is of de uiteindelijke zeggenschap heeft over een onderneming, stichting of vereniging. Bij een BV gaat het om personen met meer dan 25% van de aandelen, met meer dan 25% van de stemrechten en om personen die de feitelijke zeggenschap over de onderneming hebben. Bij een stichting gaat het onder meer om degenen die voor meer dan 25% begunstigde van het vermogen zijn en om personen die meer dan 25% stemrecht hebben. Op de site van de Kamer van Koophandel (kvk.nl) vindt u uitgebreide informatie over de inschrijving.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0019 januari 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief januari 2022
  • Special Lonen 2022

Special Lonen 2022

De Special Lonen 2022 is een handig naslagwerk voor jou als werkgever of als HR-medewerker.

Deze special bevat actuele cijfers van onder meer het minimumloon, premiepercentages werknemersverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, premies WW en arbeidskortingen, LIV en LKV en het gebruikelijk loon voor de DGA.

Tevens bevat deze editie actuele cijfers en informatie over de thuiswerkvergoeding, de auto van de zaak, de reiskostenvergoeding, het ouderschapsverlof en de WKR.

De hoofdstukken 7 tot en met 10 in deze special gaan in op diverse Coronagerelateerde maatregelen.

Klik hier voor de special

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0012 januari 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Special Lonen 2022
  • Nieuwsbrief december 2021

Nieuwsbrief december 2021

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze Mkb-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met dinsdag 14 december, 20:00 uur.


1. Extra steun bedrijven weer verlengd vanwege corona

Het kabinet heeft dinsdag 14 december de beperkende coronamaatregelen weer verder verlengd. Dat heeft gevolgen voor ondernemers. Daarom is besloten ondernemers die hiervan de dupe worden opnieuw financieel te compenseren. Zo kunnen ondernemers onder meer NOW en TVL aanvragen in het eerste kwartaal van 2022.

NOW 5
Voor de maanden november en december is er loonsteun voor bedrijven met een omzetverlies van minstens 20% ten opzichte van 2019 via de NOW-regeling (NOW 5). De grens voor het maximaal te vergoeden omzetverlies is 80%. De tegemoetkoming bedraagt 85% met een opslag van 40% voor bijkomende loonkosten. De tegemoetkoming is gebaseerd op de loonsom in september 2021.

Wijzigingen
Ten opzichte van de eerdere NOW-regelingen zijn er enkele wijzigingen. Zo mag de loonsom met maximaal 15% dalen, zonder dat dit effect heeft op de uiteindelijke subsidie. Dit was 10%. Verder wordt het voorschot na de aanvraag in één keer uitbetaald. De ondernemer kan daarnaast niet kiezen over welke maanden hij het omzetverlies wil berekenen; dit zijn altijd de maanden november en december. Tot slot kunnen ondernemers die tussen 1 februari 2020 en 30 september 2021 zijn gestart deze keer ook een aanvraag indienen.

De zevende aanvraagperiode van de NOW (aanvraag van NOW 5) start op 13 december 2021 en sluit op 31 januari 2022.

Let op!
Vroeg u eerder al NOW aan over de zesde aanvraagperiode? Dan hoeft uw omzetverliesperiode niet aan te sluiten op de zevende aanvraagperiode. Het is zelfs mogelijk dat deze periodes een overlap vertonen.

NOW 6
Ook voor de maanden januari, februari en maart 2022 kan NOW aangevraagd worden via de NOW 6 (achtste aanvraagperiode). NOW 6 zal vergelijkbaar zijn met NOW 5. Zo zal het benodigde omzetverlies minimaal 20% moeten bedragen en bedraagt het vergoedingspercentage 85%. Het te vergoeden dagloon is ook in NOW 6 gemaximeerd op twee keer het maximale dagloon en de grens voor het maximaal te vergoeden omzetverlies is 80%. Er spelen nog enkele zaken die mogelijk aanleiding zijn voor het aanpassen van de voorwaarden. Zo wordt mogelijk het percentage waarmee de loonsom mag dalen weer vastgesteld op 10% (in plaats van de 15% die geldt voor de maanden november en december 2021). De exacte voorwaarden worden door het kabinet in januari 2022 bekendgemaakt.

Het streven is om de achtste aanvraagperiode van de NOW (aanvraag van NOW 6) in de tweede helft van februari 2022 te starten.

TVL Q4 2021
Ondernemers met minstens 30% omzetverlies ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019 of het eerste kwartaal van 2020 kunnen een beroep doen op de TVL voor het vierde kwartaal 2021. Ook voor het eerste kwartaal 2022 kan straks weer een beroep gedaan worden op de TVL. Voor het vierde kwartaal 2021 wordt het subsidiepercentage verder verhoogd van 85 naar 100%. De TVL is afhankelijk van het omzetverlies en het percentage aan vaste lasten van uw sector. Verder heeft het kabinet de maximaal te verkrijgen subsidies in het kader van de TVL verhoogd naar € 550.000 voor mkb-ondernemingen en € 600.000 voor niet-mkb-ondernemingen.

Let op!
De exacte openingsdatum van de TVL Q4 2021 is op dit moment nog niet bekend, maar dit zal in ieder geval voor de kerstdagen zijn.

TVL Q1 2022
Ook voor het eerste kwartaal 2022 kan straks weer TVL aangevraagd worden. De voorwaarden voor TVL Q1 2022 zijn gelijk aan die voor TVL Q4 2021. Dat betekent dus een omzetverlies van minimaal 30%, een subsidiepercentage van 100% en een maximale subsidie van € 550.000 voor mkb-ondernemingen en € 600.000 voor niet-mkb-ondernemingen.

Uitstel van betaling belastingschulden
Het belastinguitstel voor ondernemers is op 1 oktober jl. beëindigd, maar wordt verlengd tot 1 februari 2022. Alle belastingen met een uiterste betaaldatum vóór 1 februari 2022 hoeven dus nog niet betaald te worden. Dit zijn dus onder meer ook de omzetbelasting en loonheffing vierde kwartaal 2021. Ook ondernemers die nooit eerder om uitstel hebben gevraagd of alle schulden al hebben afgelost, kunnen dit alsnog aanvragen. Daarnaast wordt het lage percentage invorderingsrente van 0,01% gehandhaafd tot 1 juli 2022. Vanaf 1 juli 2022 gaat het naar 1%, waarna het percentage in etappes wordt verhoogd naar 4% vanaf 1 januari 2024.

Let op!
Mogelijk wordt het belastinguitstel nog verder verlengd na 1 februari 2022. Het kabinet beslist in januari 2022 of dit dan nog nodig is.

Extra geld voor sport en cultuur
Ook de sport- en cultuursector krijgt extra financiële steun. Deze steun komt boven op de al aangekondigde subsidies.

Het kabinet maakt extra geld vrij voor een specifiek steunpakket om de culturele sector in ieder geval tot en met januari 2022 te ondersteunen. Verder wordt de leencapaciteit bij Cultuur+Ondernemen tot en met het tweede kwartaal 2022 verlengd.

De amateursport kan via de eerdere compensatieregelingen (TASO en TVS) een compensatie krijgen voor de vaste lasten en huurkosten tot en met januari 2022.

De garantieregeling evenementen (TRSEC) en de Aanvullende Tegemoetkoming Evenementen (ATE) wordt verlengd tot en met het derde kwartaal 2022. Deze regelingen gelden op het moment dat een evenement door de Rijksoverheid wordt verboden.


2. Pas de beloning voor thuiswerkers aan

Vanwege Corona wordt er veel thuis gewerkt. Vanaf 2022 mag je de werknemers hiervoor een nieuwe, onbelaste vergoeding geven. Daar staat tegenover dat de bestaande ruime vergoeding voor kosten van het woon-werkverkeer beperkt wordt.

Het bedrag dat je vanaf 2022 aan thuiswerkers belastingvrij mag verstrekken, is €2 per dag. Het bedrag is vrijgesteld en komt ook niet ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Let op!
De vrijgestelde vergoeding van €2 per dag is voor €0,95 slechts beperkt aftrekbaar. Dit deel van de vergoeding wordt namelijk aangemerkt als een vergoeding voor gemengde kosten, zoals koffie. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting is dit deel van de vergoeding in beginsel voor 80% aftrekbaar, voor ondernemers in de vennootschapsbelasting in beginsel voor 73,5%.

Arbovrijstelling
Een bureau, een bureaustoel en bijvoorbeeld verlichting voor een werkkamer thuis mag je op grond van de arbovrijstelling nu al onbelast vergoeden of verstrekken. Dit blijft ook in 2022 zo.

Reiskostenvergoeding beperkt
Je kunt de werknemers die thuis werken onder voorwaarden nu nog een belastingvrije vergoeding geven voor het woon-werkverkeer, als uw werknemers tenminste niet over een auto van de zaak beschikken. Deze regeling wordt per 31 december 2021 beëindigd. Daarnaast wordt de zogenaamde 128-dagenregeling in 2022 versoberd. Als een werknemer nu ten minste 128 dagen per jaar naar het werk reist, mag je de vergoeding baseren op 214 reisdagen. Vanaf 2022 moet je deze vergoeding naar rato verminderen als deels structureel wordt thuisgewerkt.

Pas vergoedingen aan
Het is raadzaam met het personeel of ondernemingsraad rond de tafel te gaan zitten om te kijken hoe beide regelingen naar tevredenheid van alle partijen kunnen worden aangepast. Het voortzetten van de regeling voor vergoeding van reiskosten vanwege het woon-werkverkeer terwijl thuis wordt gewerkt, betekent namelijk dat deze kosten vanaf volgend jaar belast zijn.


3. De hypotheek onderbrengen in box 3?

De eigen woning is belast in box 1. Daardoor is de hypotheekrente ook aftrekbaar. Soms kun je de hypotheek echter beter onderbrengen in box 3. Hoezo eigenlijk?

Woning en hypotheek in box 1
Dat de woning in box 1 zit, betekent onder meer dat je hierover jaarlijks belasting betaalt via het eigenwoningforfait. Een deel van de WOZ-waarde, in 2022 in de meeste gevallen 0,45%, moet je daardoor bij het inkomen tellen. Daar mag je de betaalde hypotheekrente echter weer van aftrekken.

Hypotheekrente laag
De hypotheekrente staat al jaren op een historisch laag peil. De aftrek zet voor veel bezitters van een eigen woning dan ook nauwelijks meer zoden aan de dijk. Bovendien is de hypotheekrente volgend jaar nog maar aftrekbaar tegen maximaal 40% en vanaf 2023 tegen maximaal 37,05%. Ook hierdoor is het voordeel van de aftrek nog maar beperkt.

Overbrengen naar box 3?
Als je de hypotheekschuld overbrengt naar box 3, is de hypotheekrente niet meer aftrekbaar in box 1. Daar staat tegenover dat de hypothecaire schuld het vermogen in box 3 vermindert. Met name als je veel vermogen bezit, bespaar je hierdoor aanzienlijk aan te betalen belasting in box 3. In 2022 tot maximaal 1,71% van de hypothecaire schuld. Dat is vaak meer dan je extra betaalt in box 1 vanwege het verlies van de aftrek van de hypotheekrente.

Overbrengen kan niet zomaar
Het overbrengen van de hypothecaire schuld kan echter niet zomaar. Deze schuld moet namelijk verplicht in box 1 worden ondergebracht, tenzij je niet meer aan de fiscale voorwaarden voldoet. Als je de hypothecaire lening aflost en pas minstens twee jaar later weer opneemt, voldoe je niet meer aan de fiscale voorwaarden voor aftrek van de hypotheekrente. De lening is dan namelijk niet meer bedoeld voor de aankoop of verbouwing van een woning en verhuist dan automatisch naar box 3.

Hypotheek vanaf 2013 eenvoudiger naar box 3
Dateert de hypotheek echter van ná 2012, dan is het eenvoudiger de schuld naar box 3 te transporteren. Bijvoorbeeld door met de bank af te spreken dat je de hypothecaire lening niet in 30 jaar aflost, maar in 31 jaar. Ook dan voldoe je namelijk niet meer aan de fiscale voorwaarden.

Laat je adviseren
Zoals blijkt, is het niet eenvoudig de hypothecaire schuld naar box 3 te verplaatsen en is de medewerking van de geldschieter vereist. Laat je daarom vooraf goed adviseren door een van onze adviseurs.


4. Lager gebruikelijk loon DGAmoet aantoonbaar zijn

Als DGA ben je verplicht jaarlijks salaris aan de BV te onttrekken, het zogeheten gebruikelijk loon. Hoe hoog dit salaris is, hangt onder meer af van wat de medewerkers verdienen. Is dit bij een van hen meer dan €47.000, dan mag je jezelf in principe niet minder uitkeren.

Het gebruikelijk loon dient volgens de wet te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij de BV indien een van deze bedragen hoger is dan €47.000. Is het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager dan €47.000, dan wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag.

Wie eist, bewijst
In een rechtszaak (rechtbank Noord-Holland) was een DGA van mening dat hij zichzelf een lager gebruikelijk loon kon uitkeren dan dat van de meest verdienende werknemer. Hij stelde dat dit meer was dan 75% van het loon van de voor hem meest vergelijkbare dienstbetrekking. Hij diende dit aannemelijk te maken, maar slaagde hier niet in. Zo bleef tijdens de zitting onduidelijk wat nu de verantwoordelijkheden waren van de directeuren van andere bedrijven waarmee de directeur van de BV zich vergeleek.

Rekening-courant
Bovendien wees ook de oplopende rekening-courantschuld van de DGA erop dat er te weinig salaris was betaald. Het verweer van de DGA dat uitbetaling van een hoger gebruikelijk loon de BV in financiële moeilijkheden zou brengen, sneed ook geen hout. De reserves van de BV waren hiervoor namelijk ruim voldoende, aldus de rechtbank. De naheffing loonheffingen van ruim een ton bleef dan ook in stand.

Coronacrisis
In 2021 is een lager gebruikelijk loon mogelijk voor DGA’s die te maken hebben met een omzetdaling van minimaal 30%. Het gebruikelijk loon kan dan evenredig met de omzetdaling worden verlaagd. Voor de omzetdaling wordt de omzet van heel 2021 vergeleken met de omzet van heel 2019.


5. Nog geen wijziging belastingheffing aandelenopties

Het voorstel om de belastingheffing over aandelenopties te wijzigen, gaat voorlopig in de ijskast. Het kabinet wil namelijk eerst onderzoeken of het mogelijk is de regeling alleen voor kleinere bedrijven te wijzigen. Voorlopig blijven aandelenopties daarom belast op het moment dat de opties worden omgezet in aandelen. Het is nog niet bekend wanneer het plan om werknemers ook de keuze te bieden belasting te betalen op het moment waarop de bij uitoefening van de optie verkregen aandelen verhandelbaar zijn dan wel kan ingaan.


6. Speciale computerbril belastingvrij?

Een computerbril is een bril die speciaal is afgestemd op werken met de computer. Je mag een dergelijke bril belastingvrij aan een werknemer verstrekken als dit verstrekken rechtstreeks voortvloeit uit het arbobeleid dat je voert op grond van de Arbowet. Verder moet de werknemer de bril gebruiken op de werkplek. Dit mag ook de werkplek thuis zijn. Je mag de werknemer geen eigen bijdrage vragen, tenzij hij een duurdere bril dan standaard wil hebben. Dan is toegestaan dat je hem de meerkosten zelf laat betalen. Voldoet de computerbril aan deze voorwaarden, dan kun je deze belastingvrij verstrekken. Je hoeft hiervoor dan niet de vrije ruimte van de werkkostenregeling te gebruiken.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0015 december 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief december 2021
  • Nieuwsbrief november 2021

Nieuwsbrief november 2021

1. Top 10 Eindejaarstips

Welke fiscale maatregelen kun je als ondernemer dit jaar nog treffen die voordelig voor je kunnen uitpakken? Hoe kun je nu al slim inspelen op wijzigingen die vanaf 2022 gaan gelden? Tien praktische tips.

Let op!
De plannen van het kabinet moeten nog door de Eerste Kamer worden goedgekeurd.

1. Koop nog snel een elektrische auto
Was je al van plan op korte termijn een elektrische auto te kopen en op de zaak te zetten, doe dat dan nog dit jaar. Vanaf volgend jaar wordt de bijtelling namelijk verhoogd van 12 naar 16% én geldt dit lagere tarief nog maar voor de eerste €35.000 van de cataloguswaarde in plaats van tot €40.000 nu. Door de auto nog in 2021 te kopen, profiteer je vijf jaar van de lage bijtelling. Ook profiteert je dit jaar van 13,5% milieu-investeringsaftrek tot een maximale catalogusprijs van €40.000.

2. Heroverweeg fiscale eenheid
Het tarief in de vennootschapsbelasting bedraagt 15% tot een winst van €245.000. Volgend jaar geldt dit tarief tot €395.000. Boven genoemde winsten bedraagt het tarief 25,8%. Bezit je meerdere BV’s, dan kun je via een fiscale eenheid winsten en verliezen onderling verrekenen. Tegenover dit voordeel staat het nadeel dat je slechts één keer van de lage tariefschijf profiteert. Heroverweeg daarom de fiscale eenheid en ontbind deze tijdig indien gewenst. Als je de verbreking per 2022 wilt realiseren, moet het verzoek hiertoe vóór 1 januari 2022 zijn ontvangen door de Belastingdienst.

3. Gebruik de verruimde schenkvrijstelling
Vanwege Corona zijn de vrijstellingen in de schenkbelasting alleen dit jaar met €1.000 verhoogd. Voor schenkingen aan kinderen bedraagt de vrijstelling nu €6.604, voor schenkingen aan kleinkinderen en overige derden €3.244. Gebruik deze extra ruimte!

4. Gebruik de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling
De vrije ruimte in de werkkostenregeling bedraagt vanwege Corona dit jaar 3% tot een loonsom van €400.000 en 1,18% over het meerdere. Het percentage tot een loonsom van €400.000 wordt in 2022 verlaagd tot 1,7%. Gebruik de vrije ruimte dus zo mogelijk nog dit jaar, want ongebruikte vrije ruimte kunt u niet doorschuiven naar 2022.

5. Voorkom dat heffingskortingen verloren gaan
Enkele heffingskortingen kan uw partner, die zelf te weinig inkomen heeft, nog maar beperkt uitbetaald krijgen. Het betreft de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Degenen die vóór 1 januari 1963 geboren zijn, hebben geen last van het beperkt uitbetalen van de algemene heffingskorting, wel van de beperkingen inzake de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Je kunt voorkomen dat de heffingskortingen verloren gaan door aan je partner inkomsten in box 2, zoals dividend, toe te delen of vermogen in box 3 bij je partner te laten belasten.

6. Optimaliseer KIA en houd de Milieulijst in de gaten
Als je dit jaar meer dan €2.400 investeert, heb je mogelijk recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Dit is een extra aftrek op de winst. De aftrek loopt af naarmate je meer investeert. Overweeg daarom investeringen op het eind van dit jaar uit te stellen, als je daarmee in 2021 en 2022 een hogere KIA krijgt.

Als je milieuvriendelijk investeert, heb je mogelijk recht op de milieu-investeringsaftrek (MIA). De percentages hiervan worden in 2022 verhoogd, dus zou het aantrekkelijk zijn om investeringen uit te stellen tot 2022. Het is nu nog echter niet duidelijk welke bedrijfsmiddelen voor de MIA in aanmerking komen in 2022 en welk percentage dan voor het betreffende bedrijfsmiddel geldt. Dit wordt eind 2021 gepubliceerd in een nieuwe Milieulijst. Houd dit eind dit jaar in de gaten en beslis dan of je nog dit jaar of beter juist volgend jaar milieuvriendelijk investeert. Bereid een en ander alvast voor met de leverancier.

7. Plan opname liquiditeiten
Het privévermogen wordt belast in box 3. De peildatum is 1 januari van het jaar. Zorg daarom dat je vóór 1 januari niet te veel liquiditeiten opneemt uit de eenmanszaak of BV. Je betaalt, afhankelijk van de omvang van het vermogen, in 2022 namelijk tot maximaal 1,71% aan belasting over de opgenomen liquiditeiten. Je kunt ook vanuit privé vóór 1 januari liquiditeiten in het bedrijf storten. Vraag ons naar de mogelijkheden.

8. Schenken ten behoeve van de woning
Wil je de kinderen of een derde een bedrag schenken in verband met de aankoop van een eigen woning of aflossing van hun hypotheek, dan is deze schenking dit jaar onbelast tot een bedrag van €105.302. Schenk je nog dit jaar, dan vermindert dit het vermogen in box 3 met hetzelfde bedrag, wat je maximaal zo’n €1.800 aan belasting kan schelen.

9. Cluster de zorgkosten
Zorgkosten zijn nog steeds aftrekbaar. Dit jaar nog tegen maximaal 43%, volgend jaar tegen maximaal 40%. Er geldt wel een drempel, wat betekent dat alleen de zorgkosten boven deze drempel aftrekbaar zijn. Heb je bijvoorbeeld dit jaar een fors bedrag aan de tandarts uitgegeven en wil je bijvoorbeeld een nieuw hoortoestel aanschaffen, overweeg dit dan nog dit jaar te doen. Waarschijnlijk schiet je dan voor een groter bedrag over de drempel heen, wat je belastingbesparing oplevert.

10. Bereid je voor op de onbelaste thuiswerkvergoeding van €2
Per 1 januari 2022 kun je de werknemers een onbelaste thuiswerkkostenvergoeding geven van maximaal €2 per dag. Dit bedrag is gebaseerd op een berekening van het Nibud van de gemiddelde extra kosten voor bijvoorbeeld koffie en verwarming per thuis gewerkte dag. Voor het inrichten van een thuiswerkplek kon je onder bepaalde voorwaarden al een onbelaste vergoeding geven. Ook blijft een onbelaste reiskostenvergoeding van maximaal €0,19 per kilometer voor woon-werkverkeer bestaan voor de dagen dat de werknemer naar kantoor gaat.

Let op!
Je mag de werknemers op de dag dat zij thuiswerken geen reiskostenvergoeding van €0,19 verstrekken.

Dit betekent dat je bij een vergoeding voor thuiswerken en reiskosten altijd per dag de kostenvergoeding moet vaststellen. Je kunt er ook voor kiezen om aan te sluiten bij een door de wetgever goedgekeurde praktische regeling.


2. Soms toch langer uitstel van betaling belastingschuld

Ondernemers die getroffen zijn door de Coronacrisis, kunnen in sommige gevallen toch nog langer uitstel van betaling van hun belastingschuld krijgen. Het uitstel betreft belastingen die vanaf 1 oktober 2021 weer betaald hadden moeten worden.

Einde steunpakket
Vanaf 1 oktober zijn de algemene steunmaatregelen vanwege Corona beëindigd. Ondernemers moeten daarom in beginsel vanaf 1 oktober hun nieuwe belastingschulden weer gewoon betalen. Omdat dit soms toch moeilijk is, is een nieuwe uitstelregeling in het leven geroepen.

Voorwaarden
Om voor de nieuwe uitstelregeling in aanmerking te komen, geldt een aantal voorwaarden. De belangrijkste zijn dat het bedrijf ook vóór oktober al bijzonder uitstel van betaling kreeg in verband met de Coronacrisis, de betalingsproblemen hoofdzakelijk veroorzaakt zijn door de Coronacrisis en van tijdelijke aard zijn, dat het bedrijf levensvatbaar is en dat je een verklaring meestuurt.

Tip!
Het is wel belangrijk dat je op tijd de aangiften blijft indienen voor de belastingen.

Verklaring
Is de al opgebouwde belastingschuld samen met de nieuwe schuld meer dan €20.000, dan is een derdenverklaring vereist. Is de totale schuld minder, dan mag je volstaan met een eigen verklaring. Uit de verklaring moet blijken dat je aan de voorwaarden van de fiscus voldoet en moet je een omschrijving geven van de aard van de betalingsproblemen.

Let op!
Je kunt het uitstel van betaling aanvragen tot en met 31 januari 2022. De aanvraag heeft terugwerkende kracht tot 1 oktober 2021. Krijg je ondertussen aanslagen en/of boetes en wordt aan de aanvraag voor uitstel tegemoetgekomen, dan hoef je deze niet te betalen.

Betalen nieuwe belastingschulden
In beginsel moeten ondernemers vanaf 1 oktober hun nieuwe belastingschulden weer gewoon betalen. Lukt dat niet, dan kan misschien een beroep gedaan worden op de mogelijkheid van nieuw uitstel tot 31 januari 2022. Wordt dit uitstel niet gevraagd, of wel gevraagd maar niet gekregen én betaalt een ondernemer zijn nieuwe belastingschulden vanaf 1 oktober 2021 niet? Dan heeft dat in principe geen gevolgen voor de opgebouwde belastingschulden tot 1 oktober 2021. Hiervoor blijft de ruime afbetalingsregeling in 60 maanden vanaf 1 oktober 2022 gelden.

Minnelijk saneringsakkoord
Het kabinet wil voorkomen dat in de kern gezonde bedrijven toch tussen wal en schip raken als zij vanaf 1 oktober 2022, door een uitgestelde belastingschuld, boven op hun vaste lasten een extra maandelijkse aflossingslast krijgen die zij niet kunnen voldoen. Daarom stelt de Belastingdienst zich in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 30 september 2023 soepeler op bij een minnelijk saneringsakkoord. Waar de Belastingdienst normaal gesproken ten minste het dubbele percentage wil ontvangen, neemt zij in deze periode genoegen met hetzelfde uitkeringspercentage als concurrente schuldeisers krijgen.


3. Schenken op papier, waar moet je op letten?

Ligt je vermogen grotendeels vast en wil je het toch aan de kinderen overdragen zonder al te veel belasting te betalen, dan is schenken op papier vaak een optie. Wat is dat en welke rol speelt de notaris hierbij?

Schenken op papier
Als je schenkt op papier, schenk je een bepaald bedrag en leen je dit vervolgens weer van de ontvanger van de schenking terug. Feitelijk verandert er dus niets, behalve dat je een schuld krijgt bij de ontvanger van de schenking en deze een vordering op je heeft. Daarbij spreek je af dat deze schuld opeisbaar wordt na het overlijden.

Belastingbesparing
Het nut van een schenking op papier is belastingbesparing. Als je bij de schenking gebruikmaakt van de jaarlijkse schenkvrijstelling, hoeft de ontvanger van de schenking, meestal een kind van de schenker, geen of weinig schenkbelasting te betalen. Bij het overlijden van de schenker vermindert de vordering de omvang van de erfenis en daarmee de te betalen erfbelasting.

Let op!
Bij een schenking op papier moet 6% rente worden betaald over het terug geleende bedrag. Deze rente moet jaarlijks ook aan de kinderen worden uitbetaald. Is dit een jaar niet gebeurd, dan kan dit hersteld worden door alsnog de rente te betalen, mits ook rente over de te laat betaalde rente wordt betaald. Gebeurt dit niet, dan vervalt het fiscale voordeel in de schenk- en erfbelasting.

Box 3
Bij een schenking op papier vermindert het vermogen van de schenker. Hij betaalt dus ook minder belasting in box 3. Het vermogen van de ontvanger van de schenking neemt toe. Hij betaalt dus meer belasting in box 3, maar een stuk minder dan het bedrag van de rentevergoeding van 6%.

Zoek goedkope notaris
Voor een schenking op papier is voor het fiscale voordeel in de schenk- en erfbelasting een notariële akte verplicht. Ga op zoek naar een niet te dure notaris, want de tarieven verschillen onderling veel. Zo bleek eerder uit onderzoek van de Consumentenbond dat de tarieven voor genoemde akte onder dertig onderzochte notarissen varieerden van €252 tot €945. Met name wanneer je meerdere jaren achter elkaar op papier schenkt, hakt dat er dus behoorlijk in.

Elk jaar naar de notaris?
Wil je meerdere jaren achter elkaar een papieren schenking doen, dan moet je  in principe elk jaar opnieuw naar de notaris. Het leek niet mogelijk om op één dag schenkingsakten te tekenen bij de notaris die betrekking hebben op meerdere jaren. Als de schenkingsakten voor toekomstige jaren de opschortende voorwaarde bevatten dat de schenker op 1 januari van een kalenderjaar van schenking nog in leven is, lijkt het echter toch mogelijk om op één dag schenkingen voor meerder jaren te regelen. Volgens een rechtbank en gerechtshof wordt in zo’n situatie elke schenking in het beoogde kalenderjaar in aanmerking genomen. De Belastingdienst vindt echter dat alle schenkingen gezamenlijk in aanmerking moeten worden genomen in het jaar waarin de schenkingsakten bij de notaris getekend zijn. Het is afwachten welke visie de Hoge Raad zal volgen.


4. Opnieuw meer tijd voor aanvraag vaststelling NOW 1

Ondernemers die de vaststelling van de NOW 1 niet uiterlijk 31 oktober 2021 hebben aangevraagd, krijgen hiervoor toch nog meer tijd. Het UWV stuurt deze werkgevers een herinnering. De nieuwe deadline is gesteld op 9 januari 2022.

Compensatie loonkosten
Vanwege de Coronacrisis kon een werkgever die minstens 20% omzetverlies had geleden financiële compensatie aanvragen voor de loonkosten. Dit kon voor het eerst voor de periode maart t/m mei 2020 (NOW 1). Het omzetverlies werd gebaseerd op een schatting. Vandaar dat de definitieve omzetdaling moet worden doorgegeven.

Laatste kans
Een meerderheid van de werkgevers die de NOW 1 aanvroegen, hebben inmiddels de vaststelling aangevraagd. De groep ondernemers die uiterlijk 31 oktober 2021 heeft aangegeven meer tijd nodig te hebben voor het indienen van een benodigde derden- of accountantsverklaring, krijgt extra veertien weken aanvullend de tijd, dus tot uiterlijk 6 februari.

Geen aanvraag vaststelling
De groep ondernemers die nog helemaal geen aanvraag tot vaststelling heeft gedaan, zo’n 9.400 werkgevers, krijgt nu alsnog een laatste kans. De aanvraag tot vaststelling moet nu uiterlijk 9 januari 2022 binnen zijn. Is een verklaring nodig en ontbreekt deze dan nog, dan krijgt men ook maximaal veertien weken de tijd om de verklaring alsnog in te dienen.

Tegemoetkoming nihil
Voor werkgevers die ook dan geen aanvraag hebben ingediend, wordt de tegemoetkoming bepaald op nihil. Het gevolg is dat het al ontvangen voorschot dan volledig moet worden terugbetaald.

Betalingsregeling
Werkgevers die de NOW geheel of deels moeten terugbetalen, kunnen bij het UWV terecht voor een betalingsregeling. Het UWV zal deze coulant toepassen.


5. Kerstpakket belastingvrij via werkkostenregeling

Dit jaar is vanwege Corona de vrije ruimte van de werkkostenregeling flink verhoogd. Tot een loonsom van €400.000 bedraagt de vrije ruimte 3%, over het meerdere van de loonsom 1,18%. Heb je nog vrije ruimte over dit jaar, laat die dan niet verloren gaan, want je kunt de vrije ruimte niet doorschuiven naar volgend jaar.

Ga dus na of je nog vrije ruimte over hebt. Zo ja, dan kun je deze gebruiken voor een belastingvrij extraatje. Denk aan een mooi kerstpakket of een leuke bonus. Bent je DGA van een BV, dan geldt dit ook voor jezelf. Toets wel of de vergoedingen en verstrekkingen gebruikelijk zijn. Anders kun je deze niet aanwijzen in de werkkostenregeling. Gelukkig doet de Belastingdienst in beginsel niet moeilijk over deze gebruikelijkheidstoets voor vergoedingen en verstrekkingen van maximaal €2.400 per werknemer per jaar.


6. Lager gebruikelijk loon door kostenvergoeding en bijtelling

Als DGA moet je jaarlijks ten minste een minimumbedrag aan salaris uit de BV opnemen, het gebruikelijk loon. Het gebruikelijk loon dient volgens de wet te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij de BV, indien een van deze bedragen meer is dan €47.000. Is het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager dan €47.000, dan wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag. Door dit bedrag te verminderen met kostenvergoedingen en de bijtelling voor de auto van de zaak, kan het loon lager worden vastgesteld. Een lager loon is gunstig, omdat het belastingtarief al snel oploopt tot 49,5%. Het kan dan voordeliger zijn om dividend uit te keren.

Door |2023-08-01T13:32:23+02:0017 november 2021|Geen categorie, Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief november 2021
  • Nieuwsbrief oktober 2021

Nieuwsbrief oktober 2021

1. Coronamaatregelen: wat is gestopt en waar kun je nog een beroep op doen?

Vanaf 1 oktober 2021 is het generieke deel van het steunpakket in verband met de Coronacrisis stopgezet. Zo zijn de regelingen NOW, TVL, TOZO en TONK en diverse belastingmaatregelen vanaf die datum niet meer verlengd. Op onderdelen loopt de steun nog door en zijn nieuwe maatregelen bekendgemaakt.

Nieuwe steunmaatregelen: horeca en boekhandels
Voor een paar sectoren is een aantal nieuwe maatregelen bekendgemaakt. Horecaondernemers die getroffen worden door de verplichte nachtsluiting tussen 0.00 en 6.00 uur kunnen in het vierde kwartaal 2021 een beroep doen op de nieuwe regeling Vaste Lasten Nachtsluiting Horeca (VLN). Voorwaarden zijn onder meer dat de ondernemer minimaal 50% minder omzet maakt dan in het vierde kwartaal 2019 én dat de ondernemer in het tweede en derde kwartaal 2021 de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) kreeg. Het streven is om de aanvraag voor de VLN in de tweede helft van november open te stellen.

Vanaf 22 september tot en met 15 november 2021 kunnen fysieke boekhandels een vergoeding voor distributiekosten aanvragen met een beroep op een impulsregeling via het portaal van de Koninklijke Boekverkopersbond. Over een tweede steunmaatregel, een garantiefonds om de boekhandels de ruimte te bieden om hun aanbod weer breed in te kunnen kopen, wordt later nog meer bekendgemaakt.

Toch nog uitstel van betaling vanaf 1 oktober 2021
De mogelijkheid om uitstel van betaling in verband met de Coronacrisis te vragen is per 1 oktober 2021 vervallen. Ondernemers die echt nog niet in staat zijn om de belastingen die opkomen vanaf 1 oktober op tijd te betalen, kunnen tot en met 31 januari 2022 alsnog uitstel van betaling hiervoor vragen. Voorwaarden zijn onder meer dat de ondernemer tot 1 oktober al uitstel van betaling in verband met de Coronacrisis had en dat de onderneming levensvatbaar is. Verder moeten de betalingsproblemen tijdelijk van aard zijn, veroorzaakt zijn door de Coronacrisis en op een bepaald tijdstip zijn opgelost.

Let op!
Als de totale belastingschuld €20.000 of hoger is, moet het verzoek om uitstel van betaling voorzien zijn van een verklaring van een derde deskundige. Is de totale belastingschuld lager, dan volstaat een eigen verklaring.

Bestaande steunmaatregelen
Hoewel de regeling NOW, TVL, TOZO en TONK niet verlengd zijn per 1 oktober 2021, lopen de aanvraag en afwikkeling nog wel door:

  • tot en met 26 oktober 2021 17.00 uur kun je nog een aanvraag doen voor de TVL derde kwartaal 2021;
  • de werkelijke omzet voor de TVL eerste kwartaal 2021 moet je uiterlijk 11 november 2021, 17.00 uur doorgeven. Voor de TVL tweede kwartaal 2021 ligt deze deadline op 12 januari 2022 en voor de TVL derde kwartaal 2021 op 2 april 2022;
  • aanvragen van NOW is niet meer mogelijk. Het aanvraagloket van de definitieve berekening sluit voor de NOW eerste aanvraagperiode 2020 op 31 oktober 2021. Voor de tweede aanvraagperiode 2020 sluit dit loket op 5 januari 2022, voor de derde aanvraagperiode 2020 en de eerste, tweede en derde aanvraagperiode 2021 op 22 februari 2023.

Tip!
Hoewel de NOW per 1 oktober is gestopt, kunnen werkgevers vanaf 1 oktober wel weer een beroep doen op de Regeling Werktijdverkorting (WTV).

Kredietregelingen
De volgende garantieregelingen kunnen nog aangevraagd worden tot eind 2021: Borgstelling MKB-kredieten Corona (BMKB-C), Klein Krediet Corona (KKC), krediet via Qredits tot eind 2021, Borgstelling MKB-Landbouwkredieten voor coronaoverbruggingsfinanciering (BL-C), Opengestelde Monumentenlening en Cultuur opstartlening en Cultuurvermogenslening.

Garantie Ondernemersfinanciering (GO-C) kan nog tot en met 15 december 2021 aangevraagd worden.

Verlengde en gestopte belastingmaatregelen
Een aantal belastingmaatregelen blijft gelden voor het hele jaar 2021:

  • het onbelast vergoeden van de vaste reiskostenvergoeding waarop een werknemer op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht had;
  • de mogelijkheid om het gebruikelijk loon aan de hand van het omzetverlies t.o.v. 2019 lager vast te stellen;
  • de verhoging van de vrije ruimte in de WKR (het percentage over de eerste €400.000 loonsom is verhoogd van 1,7% naar 3%);
  • de goedkeuring met betrekking tot de betaalpauze voor rente en aflossing van de eigenwoninglening;
  • de vrijstelling uitkering ‘Kurzarbeitergeld’, ‘Insolvensgeld’ en ‘Arbeitslosengeld’ ontvangen door een inwoner van Nederland vanaf 11 maart 2020 tot en met 31 december 2021.

Let op!
Niet verlengd, dus gestopt per 1 oktober, zijn de volgende belastingmaatregelen: het BTW-nultarief op mondkapjes, Coronavaccins en testkits, de BTW-vrijstelling voor de uitleen van zorgpersoneel en de versoepeling van administratieve verplichtingen in de loonheffingen.


2. Is de fiscale eenheid vennootschapsbelasting nog aantrekkelijk?

In de vennootschapsbelasting bestaan al jaren twee tarieven. In 2021 is het verschil tussen het lage en hoge tarief weer groter geworden. En voor 2022 is voorzien dat het verschil nog groter wordt. Reden om afscheid te nemen van de fiscale eenheid?

Tarieven vennootschapsbelasting
In 2021 bedraagt het tarief 15% voor het winstdeel tot €245.000 en 25% voor het winstdeel daarboven. Vanaf 2022 bedraagt het tarief 15% voor het winstdeel tot €395.000 en 25% voor het winstdeel daarboven. Als meerdere BV’s onderdeel zijn van een fiscale eenheid vennootschapsbelasting, kan niet elke BV apart gebruikmaken van deze zogenaamde tariefopstap. De fiscale eenheid zal bij hogere winsten daarom veelal leiden tot hogere belastingen.

Voorbeeld: drie BV’s met elk €250.000 winst maken onderdeel uit van een fiscale eenheid. De vennootschapsbelasting bedraagt in 2021 €163.000 en in 2022 €148.000. Vormden de drie BV’s geen fiscale eenheid, dan zou de vennootschapsbelasting totaal in 2021 €114.000 en in 2022 €110.250 bedragen.

Let op!
Het tarief vanaf 2022 staat wettelijk al vast en op Prinsjesdag zijn geen voorstellen gedaan die hier verandering in aanbrengen. In de Kamer is echter volop rumoer om het tarief in de vennootschapsbelasting te verhogen ter financiering van andere zaken. De kans bestaat daarom dat weer aanpassingen plaatsvinden in het tarief of de schijven in de vennootschapsbelasting.

Voordelen fiscale eenheid
Neem bij de overweging om de fiscale eenheid te verbreken altijd ook de voordelen van de fiscale eenheid ten opzichte van aparte BV’s mee.

Zo kunnen na verbreking van de fiscale eenheid verliezen van de ene BV niet meer verrekend worden met winsten van de andere BV. Ook het voordeel dat geen winstverantwoording hoeft plaats te vinden op onderlinge diensten en leveringen, vervalt na verbreking van de fiscale eenheid. En denk ook aan het verdwijnen van de mogelijkheid om zonder fiscale afrekening bezittingen en schulden te verplaatsen tussen BV’s.

Fiscale gevolgen verbreken fiscale eenheid
Wegen de voordelen van de fiscale eenheid niet meer op tegen de nadelen, vergeet dan niet ook de fiscale gevolgen die optreden bij verbreken van de fiscale eenheid in ogenschouw te nemen.

Een belangrijk aandachtspunt hierbij is bijvoorbeeld de sanctie die op kan treden als vermogensbestanddelen de afgelopen drie of zes kalenderjaren tussen BV’s zijn overgedragen.

Tip!
Hoewel het tariefvoordeel eenvoudig te berekenen lijkt, kan het verbreken van de fiscale eenheid mogelijk onvoorziene nadelen met zich meebrengen die niet tegen het tariefvoordeel opwegen. In dit bericht zijn niet alle nadelen en voordelen van de fiscale eenheid benoemd. Bovendien zal de beoordeling voor elke individuele situatie weer anders zijn. Laat je daarom goed over jouw eigen situatie adviseren.

Toekomst fiscale eenheid
De afgelopen jaren zijn de wettelijke bepalingen voor de fiscale eenheid diverse keren gewijzigd. Daarnaast bestaat onduidelijkheid over het voortbestaan van de fiscale eenheid. Zo is nagedacht over een nieuwe groepsregeling in de vennootschapsbelasting. Of die er komt en hoe deze regeling er precies uit gaat zien, is nog niet bekend. De beslissing hierover is overgelaten aan een volgend kabinet.

3. Verliezen verrekenen: wat verandert er per 1 januari 2022?

Heb of verwacht je verrekenbare verliezen in de vennootschapsbelasting? Bekijk dan tijdig de gevolgen van de gewijzigde verliesverrekeningsregels. De regels worden verruimd, maar ook beperkt vanaf 1 januari 2022.

Op hoofdlijnen
Vanaf 1 januari 2022 zijn verliezen in tijd onbeperkt voorwaarts verrekenbaar. Tegelijkertijd zijn vanaf die datum verliezen in omvang beperkt verrekenbaar: volledige verliesverrekening is straks slechts mogelijk tot een bedrag van €1 miljoen.

Waarom?
Het doel van de wijzigingen is om te voorkomen dat bedrijven met winstgevende activiteiten jaren achtereen geen vennootschapsbelasting (Vpb) betalen. De wijzigingen moeten leiden tot een meer geleidelijke verliesverrekening en daarmee stabielere belastinginkomsten.

Verruiming verliesverrekeningsregels Vpb
Nu geldt voor de achterwaartse verliesverrekening nog een termijn van één jaar en voor voorwaartse verliesverrekening een termijn van zes jaar. Dat verliezen vanaf 1 januari 2022 in de tijd onbeperkt voorwaarts verrekenbaar zullen zijn, is een verruiming van de huidige regels.

Beperking verliesverrekeningsregels Vpb
Onder de huidige regels zijn verliezen in omvang onbeperkt verrekenbaar. Daardoor is het bij voldoende verliezen mogelijk om winsten jarenlang tot nihil te verminderen en daardoor geen vennootschapsbelasting te betalen. Deze praktijken wil het kabinet voorkomen. Daarom zijn verrekenbare verliezen vanaf 2022 in een jaar tot een bedrag van €1 miljoen volledig verrekenbaar met de winst. Boven €1 miljoen is het verlies slechts verrekenbaar met 50% van de resterende belastbare winst van dat jaar. Op die manier is, ondanks de aanwezigheid van compensabele verliezen, toch vennootschapsbelasting verschuldigd. Deze beperking is vanaf 2022 ook van toepassing op de in termijn ongewijzigde achterwaartse verliesverrekening van één jaar. Een verlies dat door de voorgestelde beperking in een jaar niet volledig voorwaarts of achterwaarts verrekenbaar is, wordt wel doorgeschoven. Het kan dan in volgende jaren met inachtneming van dezelfde beperking worden verrekend.

Let op!
Er is geen overgangsrecht. De wijzigingen zijn daarom van toepassing op verliezen die stammen uit boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2013. Deze verliezen gaan dus niet meer verloren, maar de verrekening per jaar wordt wel in omvang beperkt. Verliezen uit boekjaren die zijn aangevangen voor die datum zijn – conform de huidige regels – tot 31 december 2021 verrekenbaar. Daarna verdampen ze en kunt u ze dus niet meer verrekenen.

Tip!
Zijn er dus mogelijkheden om in 2021 bestaande verliezen te verrekenen? Maak daar dan gebruik van!

Tip!
Per 1 januari 2019 is de houdsterverliesregeling afgeschaft. Er geldt een overgangsregeling. De wijzigingen gaan ook gelden voor houdster- en financieringsverliezen die onder deze regeling vallen. Ook deze verliezen zijn dus tot een bedrag van €1 miljoen volledig en daarboven slechts tot een bedrag van 50% van de belastbare houdster- of financieringswinst verrekenbaar. Daarbij blijft de regel gelden dat deze slechts verrekenbaar zijn met houdster- of financieringswinsten.


4. Aandelenopties vanaf 2022 flexibeler belast

Vanaf volgend jaar kan een werknemer kiezen wanneer hij belasting wil betalen over verkregen aandelenopties. Door deze keuzevrijheid wordt het met name voor IT-bedrijven aantrekkelijker om personeel te belonen via aandelenopties. Dit voorstel is op Prinsjesdag bekendgemaakt.

Huidige regeling
Volgens de huidige regeling worden aandelenopties belast op het moment dat de opties worden omgezet in aandelen. Een nadeel hiervan is dat al belasting betaald moet worden op een moment dat de aandelen misschien nog niet verkocht mogen worden. Op dat moment heeft de werknemer dan niet altijd voldoende middelen om de belasting te betalen.

Nieuwe regeling
In de nieuw voorgestelde regeling moet de belasting in beginsel betaald worden op het moment waarop de bij uitoefening van de optie verkregen aandelen ook verhandelbaar zijn. Op dat moment is er namelijk wel geld beschikbaar om de belasting te kunnen betalen.

Let op!
Er wijzigt niets in het moment van belasting betalen als de aandelen na uitoefening van de aandelenoptie meteen verhandelbaar zijn of als de werknemer de aandelenopties niet uitoefent, maar verkoopt. In dat geval vindt heffing ook vanaf 2022 nog steeds plaats op het moment van omzetting van de opties in aandelen of op het moment van verkoop van de opties.

Keuze
Een werknemer kan er onder de nieuwe regeling ook voor kiezen de optie volgens de huidige regeling te belasten op het moment van omzetten van de optie in aandelen. Dus ook als deze nog niet verhandelbaar zijn. De werknemer kan hiervoor kiezen als hij bijvoorbeeld geen problemen heeft om de verschuldigde belasting te betalen.

Tip!
Of kiezen voor toepassing van de huidige regeling gunstiger is of niet, zal van een aantal (onzekere) factoren afhangen. De belasting op het moment van omzetten van de opties in aandelen wordt berekend over een zo goed mogelijke inschatting van de waarde van de aandelen op dat moment. Mogelijk is die waarde hoger op het latere moment van verhandelbaar zijn van de aandelen. Dan was kiezen voor de huidige regeling gunstiger. Maar het kan uiteraard ook zijn dat de waarde van de aandelen op het latere moment lager is.

Uitzondering
Er komt een uitzondering op de regeling als een werknemer de verkregen aandelen niet mag verkopen als gevolg van een contractuele beperking. In dat geval moet de belasting betaald worden uiterlijk vijf jaar na de beursgang van het bedrijf. Is het bedrijf reeds beursgenoteerd, dan vindt belastingheffing uiterlijk vijf jaar na uitoefening van de optie plaats.

Let op!
Het voorstel moet nog door het parlement worden goedgekeurd.

Start-up
Op dit moment is bij de uitoefening van aandelenopties in een start-up, onder voorwaarden, slechts belasting verschuldigd over 75% van de waarde van de aandelen (met een maximum van €50.000). Voorgesteld is om deze gunstige regeling per 1 januari 2022 te laten vervallen. Voor werknemers van start-ups kan het daarom raadzaam zijn om, waar mogelijk, in 2021 nog aandelenopties uit te oefenen tot een bedrag van in ieder geval €50.000.


5. Gebruik in 2021 de nog ruimere vrije ruimte in de WKR

Vanaf 2022 gaat de vrije ruimte weer omlaag. In 2021 bedraagt de vrije ruimte nog 3% van de eerste €400.000 van de loonsom van alle werknemers samen, plus 1,18% van deze loonsom voor zover hoger dan €400.000. Vanaf 2022 wordt het percentage van 3% weer verlaagd naar 1,7%. Is de totale loonsom van alle werknemers bijvoorbeeld €1.000.000, dan bedraagt de vrije ruimte in 2021 €19.080 en in 2022 €13.880, dus €5.200 minder.

Maak daarom in 2021 nog gebruik van de extra ruimte om onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan de werknemers te geven. Je kunt de vrije ruimte uit 2021 namelijk niet doorschuiven naar 2022.

Houd wel rekening met de gebruikelijkheidstoets: de vergoedingen of verstrekkingen mogen niet meer dan 30% afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Tot een bedrag van maximaal €2.400 per werknemer per jaar doet de Belastingdienst hier gelukkig niet moeilijk over.


6. Vanaf 2022 belastingvrije thuiswerkvergoeding mogelijk

Vanaf volgend jaar mag de werkgever aan werknemers een onbelaste thuiswerkvergoeding van €2 per dag geven. Voor alle dagen dat werknemers niet thuiswerken, blijft het mogelijk om een onbelaste reiskostenvergoeding te geven. De berekening hiervan kan vanaf volgend jaar wel wijzigen.

Een werkgever kan op één dag niet zowel een onbelaste reiskostenvergoeding als een onbelaste thuiswerkvergoeding geven. Ook niet als de werknemer op die dag zowel thuis als op kantoor werkt. In dat geval moet gekozen worden.

Het is wel mogelijk om voor zowel de reiskosten als de kosten voor thuiswerken een vaste onbelaste kostenvergoeding te geven aan de hand van de vaste afspraken die met de werknemer gemaakt zijn over de verhouding tussen het aantal dagen thuiswerken en het aantal kantoordagen.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0019 oktober 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief oktober 2021
  • Special Eindejaarstips 2021

Special Eindejaarstips 2021

Wat kan je als ondernemer fiscaal dit jaar nog regelen? Zijn er voor de DGA belangrijke aandachtspunten waarop je moet anticiperen? Op welke zaken moet je je als werkgever voorbereiden op het nieuwe jaar?

In de Special Eindejaarstips hebben wij zo veel mogelijk rekening gehouden met de plannen van het kabinet voor volgend jaar. Daarnaast hebben we ook enkele tips rondom Coronamaatregelen opgenomen.

Inhoud:

  1. Tips voor alle belastingplichtigen
  2. Tips voor de ondernemer in de inkomstenbelasting
  3. Tips voor de BV en de DGA
  4. Tips voor werkgevers
  5. Tips voor de automobilist
  6. Tips voor de woningeigenaar
  7. Tips inzake de BTW

Klik hier voor onze Special Eindejaarstips.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0015 oktober 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Special Eindejaarstips 2021
  • Special Miljoenennota 2022

Special Miljoenennota 2022

Welke belangrijke fiscale voorstellen voor ondernemers kwamen op Prinsjesdag uit het koffertje van de demissionair minister van Financiën? Kort enkele punten:

  • Het kabinet introduceert een onbelaste thuiswerkvergoeding
  • De bijtelling van emissievrije auto’s gaat omhoog
  • Er zijn geen verrassingen in de tarieven voor de IB en VPB
  • De Milieu-investeringsaftrek wordt verhoogd

En zo zijn er nog meer zaken die belangrijk zijn voor de bedrijfsvoering.

Klik hier voor onze Special Miljoenennota.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0023 september 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Special Miljoenennota 2022
  • Nieuwsbrief juli 2021

Nieuwsbrief juli 2021

1. Per 1 juli extra regels voor bestuur vereniging en stichting

Besturen van verenigingen en stichtingen krijgen met ingang van 1 juli van dit jaar met extra regels te maken. Dit is het gevolg van de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR).

Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen
De WBTR is bedoeld om wanbestuur binnen verenigingen en stichtingen zo veel mogelijk te voorkomen. Met de WBTR wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de regels die al gelden voor besturen van NV’s en BV’s. Overigens bevat de WBTR ook een aantal aanpassingen voor de NV en BV, maar daar gaan wij hier aan voorbij.

Aansprakelijkheid bestuurders
De bestaande aansprakelijkheid van bestuurders wordt in de WBTR uitgebreid. De aansprakelijkheid wordt uitgebreid met aansprakelijkheid bij faillissement als er sprake is van ernstig verzuim.

Tegenstrijdig belang
Een van de zaken die in de WBTR geregeld wordt, is het voorkomen van tegenstrijdige belangen. Daarom is in de nieuwe wet bepaald dat een bestuurder van een vereniging of stichting niet mag deelnemen aan vergaderingen over een bepaald onderwerp als hij ook een persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging of stichting. Ook mag hij in die gevallen niet deelnemen aan de besluitvorming.

Stemrecht aan banden
In de WBTR kan een bestuurder nooit meer stemmen uitbrengen dan de rest van het bestuur samen. Een bestaande afwijkende statutaire regeling is geldig tot 1 juli 2026 of tot de eerstvolgende statutenwijziging, als dit eerder is.

Alternatieve besluitvorming
Als in een vereniging of stichting met een klein bestuur geen van de bestuursleden nog in functie is of afwezig, kunnen formeel geen besluiten meer worden genomen. Volgens de WBTR dienen dan de statuten te bepalen hoe besluiten dan toch genomen kunnen worden, bijvoorbeeld via een commissie.


2. Betaling transitievergoeding in termijnen? Mag dat?

Over de hoogte van de te betalen transitievergoeding kan discussie ontstaan. Zeker als een bedrijf op een later moment is overgenomen. Wat zegt de kantonrechter in Amsterdam hierover? En mocht de werkgever door de Coronacrisis de transitievergoeding in termijnen betalen?

In een aan de kantonrechter in Amsterdam voorgelegde zaak ging het om een werknemer die claimde al vanaf 1993 bij de werkgever werkzaam te zijn. Zijn huidige werkgever had de zaak overgenomen in 2017 en was van mening dat hij pas vanaf dat moment een transitievergoeding hoefde te betalen. Bijkomend punt was dat de werkgever aangaf vanwege de slechte financiële situatie de transitievergoeding niet te kunnen betalen.

Opvolgend werkgeverschap
De rechter oordeelde hier dat de werknemer inderdaad vanaf 1993 in dienst was en dat sprake was van opvolgend werkgeverschap waardoor de werkgever dus ook de dienstjaren vóór de overname moest meerekenen. Dit betekende dat de werknemer recht had op een transitievergoeding berekend vanaf 1993. De financiële situatie vormde geen reden voor de rechter om af te zien van de transitievergoeding.

Wanneer sprake van opvolgend werkgeverschap?
Van opvolgend werkgeverschap is volgens de wet sprake bij op elkaar volgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn. Het opvolgend werkgeverschap is een bepaling van driekwart dwingend recht, wat betekent dat er in een CAO van mag worden afgeweken ten nadele van een werknemer. Het is dus raadzaam de eventueel toepasselijke CAO erop na te slaan.

Let op!
Om te constateren dat sprake is geweest van opvolgend werkgeverschap moet het gaan om dezelfde verrichte arbeid. Is de arbeid gewijzigd, dan is opvolgend werkgeverschap niet aan de orde.

Betaling in termijnen
De kantonrechter vond het wel aannemelijk dat de slechte financiële situatie van de werkgever een gevolg was van de door de overheid opgelegde beperkende Coronamaatregelen en niet te wijten was aan de werkgever zelf. Om die reden stond de kantonrechter het de werkgever toe de verschuldigde transitievergoeding in 16 termijnen van een maand te betalen.

Dit is op zich een bijzondere uitspraak, omdat deze afwijkt van de bepaling over gespreide betaling als neergelegd in de Ontslagregeling. De Ontslagregeling bepaalt dat indien de betaling van de transitievergoeding ineens leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering van de werkgever, deze over maximaal zes maanden kan worden gespreid. Deze zes maanden beginnen te lopen vanaf het moment dat de transitievergoeding uiterlijk betaald had moeten worden, oftewel een maand na afloop van het dienstverband. Bij een dergelijke gespreide betaling is de werkgever wel de wettelijke rente (nu 2%) verschuldigd.


3. Vanaf 1 maart 2022 subsidie STAP voor scholing

Vanaf 2022 is het niet meer mogelijk om scholingsuitgaven in de aangifte inkomstenbelasting in aftrek te brengen. In plaats daarvan kunnen werkenden en werkzoekenden vanaf 1 maart 2022 een beroep doen op de subsidieregeling STAP-budget. Ondernemers die opleidingen willen aanbieden die in aanmerking komen voor het STAP-budget moeten daarvoor wel voor die tijd actie ondernemen.

STAP-budget
Het STAP-budget is een subsidieregeling van de Rijksoverheid en wordt uitgevoerd door het UWV. STAP staat voor Stimulans Arbeidsmarkt Positie. Met de subsidieregeling kunnen werkenden en werkzoekenden aanspraak maken op een persoonlijk ontwikkelbudget van maximaal € 1.000 (inclusief BTW) per jaar. Dat budget is voor les-, cursus-, college- of examengeld en voor kosten van verplicht gestelde leer- of beschermingsmiddelen. Als de aanvraag voor het budget is goedgekeurd, wordt het bedrag betaald aan de opleider.

Let op!
Aanvragen is nu nog niet mogelijk, dit kan pas vanaf 1 maart 2022. Voor scholingsuitgaven die daarvoor in aanmerking komen, kan tot en met 31 december 2021 nog gebruikgemaakt worden van de fiscale aftrek in de aangifte inkomstenbelasting.

Geregistreerde opleidingen
Het is alleen mogelijk om een STAP-budget aan te vragen voor opleidingen die zijn geregistreerd in het scholingsregister. Voor ondernemers die opleidingen willen aanbieden die in aanmerking komen voor het STAP-budget is het daarom belangrijk dat hun opleidingen worden opgenomen in dit scholingsregister.

Het scholingsregister wordt door Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bijgehouden.

Scholingsregister
Om een opleiding of scholingsactiviteit te kunnen laten opnemen in het scholingsregister moet eerst de opleider opgenomen zijn in het register. Een opleider wordt door de bepaalde organisaties in het scholingsregister geregistreerd als de opleider door deze organisatie erkend is. Het gaat dan om een opleider die:

  • is erkend door het ministerie van OCW of
  • beschikt over het NRTO-keurmerk of
  • opleidingen aanbiedt die leiden tot een door het NCP NLQF ingeschaalde kwalificatie of
  • is erkend door een sector- of brancheorganisatie.

Ook een door het Nationaal Kenniscentrum EVC erkende EVC-aanbieder wordt in het scholingsregister geregistreerd.

Tip!
Ben je (nog) niet erkend door een van deze organisaties? Dan kun je daar misschien nu nog verandering in aanbrengen.

Let op!
Met de registratie ben je er nog niet. Een burger kan pas STAP-budget voor een opleiding aanvragen als je de gegevens hebt aangevuld en de scholingsactiviteiten hebt geregistreerd. Deze aanvulling en registratie zijn nu nog niet mogelijk, maar waarschijnlijk vanaf het vierde kwartaal wel. Houd hiervoor de website duo.nl/stap/ in de gaten. Op deze website vind je ook meer informatie over het scholingsregister.


4. Wat wil je weten over de digitale bewaarplicht?

Ondernemers dienen hun administratie in beginsel zeven jaar te bewaren. Administraties zijn tegenwoordig vergaand gedigitaliseerd en dus heeft de Belastingdienst de fiscale eisen hieromtrent toegelicht.

Gegevens raadplegen
De bewaarplicht houdt ook in dat de bewaarde gegevens te raadplegen moeten zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld oude apparatuur bewaard moet blijven als bepaalde digitale bestanden alleen op die manier te raadplegen zijn. Denk bijvoorbeeld aan de oude floppydisk of een eerdere Windows-versie.

Niet alleen Auditfile
De Auditfile Financieel is een uittreksel van het grootboek en wordt door de meeste boekhoudpakketten in Nederland ondersteund. Het is echter niet voldoende om alleen de Auditfile te bewaren, omdat hierin lang niet alle administratieve boekingen zijn opgenomen.

Conversie
Het is toegestaan om gegevens van het ene opslagmedium naar een ander over te brengen, zoals het scannen van een papieren document of de inhoud van een cd-rom naar een USB-stick. Hiervoor geldt wel de voorwaarde dat de conversie juist en volledig gebeurt, dat de geconverteerde gegevens gedurende de gehele bewaartermijn beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd te reproduceren, leesbaar te maken en te controleren zijn.

Papieren documenten niet bewaren
Als je aan genoemde voorwaarden voldoet, hoeven de originele documenten niet meer te worden bewaard. Daarbij zal de digitale versie de plaats innemen van het origineel. In principe kunnen alle documenten worden geconverteerd, met uitzondering van de balans, de staat van baten en lasten en van bepaalde douanedocumenten.

Elektronische communicatiemiddelen
Ook digitale agenda’s en berichten zoals via e-mail, WhatsApp, sms en Facebook dienen bewaard te worden, voor zover ze zakelijk zijn. Bij een controle moeten deze gegevens ter beschikking worden gesteld in de vorm waar de inspecteur om vraagt.

Let op!
Als er geen duidelijke scheiding tussen zakelijke en persoonlijke informatie wordt aangebracht, moeten dus ook privégegevens worden bewaard.


5. Uitstel van betaling belastingschulden verlengd tot 1 oktober

Bedrijven kunnen langer uitstel van betaling krijgen van hun belastingschulden. Oorspronkelijk moesten bedrijven vanaf 1 juli van dit jaar hun nieuwe belastingschulden weer gewoon betalen. Maar dat is nu met drie maanden uitgesteld, waardoor bedrijven dus pas vanaf 1 oktober van dit jaar hun nieuwe belastingschulden hoeven te voldoen.

Alle opgebouwde belastingschulden hoeven vervolgens pas vanaf 1 oktober 2022 te worden afgelost. Dit mag uitgespreid over een periode van vijf jaar.


6. Kabinet maximeert NOW vanaf 1 juli op 80%

De tegemoetkoming in de loonkosten via de NOW wordt gemaximeerd tot een omzetverlies van 80%. Het nieuwe maximum gaat in vanaf de NOW-aanvraag van het derde kwartaal 2021. De NOW is een tegemoetkoming in de loonkosten als bedrijven vanwege Corona met een omzetverlies van minstens 20% te maken hebben. De tegemoetkoming bedraagt 85% van de loonkosten. Door maximering van het omzetverlies tot 80%, bedraagt de maximale compensatie vanaf het derde kwartaal nog 68% (80/% omzetverlies X 85% subsidiepercentage).

Door de aanpassing wordt de uitvoering van de NOW met enkele weken vertraagd. Oorspronkelijk zou de tegemoetkoming voor de periode juli t/m september vanaf 5 juli kunnen worden aangevraagd, maar dit wordt dus enkele weken later.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0013 juli 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juli 2021
  • Nieuwsbrief juni 2021

Nieuwsbrief juni 2021

1. Meer duidelijkheid over berekenen BTW bij commissaris

In welke gevallen moet een commissaris of andere toezichthouder BTW berekenen over de toezichthoudende taken die hij uitvoert? De staatssecretaris van Financiën heeft hierover via een besluit eindelijk meer duidelijkheid geboden.

Zelfstandig of niet?
Of BTW berekend moet worden, hangt af van de vraag of er sprake is van zelfstandigheid van de commissaris of andere toezichthouder ten aanzien van de toezichthoudende werkzaamheden. Dit is vaak niet het geval, wat betekent dat dan geen BTW in rekening hoeft te worden gebracht.

Eerdere uitspraken
Het besluit ligt in het verlengde van eerdere uitspraken van het Europese Hof en de Hoge Raad. In deze zaken hadden de toezichthouders geen individuele taken of verantwoordelijkheden, handelden ze ook niet op eigen naam, voor eigen rekening of verantwoordelijkheid en liepen ze geen economisch risico. Ze waren dan ook niet zelfstandig en hoefden geen BTW te berekenen.

Specifieke organen
Het besluit noemt een aantal concrete organen waarbij in het algemeen geen sprake zal zijn van zelfstandigheid. Het betreft:

  • toezichthoudende organen met wettelijke grondslag in publiek- of privaatrecht (o.a. NV, BV, (bedrijfstak)pensioenfonds);
  • toezichthoudende organen zonder wettelijke grondslag in publiek- of privaatrecht vergelijkbaar met NVof BV (o.a. stichting en vereniging);
  • bezwaaradviescommissies en adviescolleges met wettelijke taak;
  • toetsingscommissies, geschillencommissies en vergelijkbare commissies.

Let op!
In het algemeen zal in voorgaande situaties geen sprake zijn van zelfstandigheid, maar de beoordeling of wel of niet sprake is van zelfstandigheid blijft altijd een feitelijke beoordeling. Beoordeel daarom altijd, onder meer aan de hand van de statuten en de op de statuten gebaseerde reglementen, of wel of geen sprake is van zelfstandigheid van de commissaris of andere toezichthouder.

Terugwerkende kracht
Het besluit heeft terugwerkende kracht tot 13 juni 2019, de datum van de uitspraak van het Europese Hof. Voor werkzaamheden waarbij na deze datum BTW is berekend en deze is verrekend door de afnemer, hoeft dit niet met terugwerkende kracht gecorrigeerd te worden.

Tip!
Een organisatie met (deels) BTW-vrijgestelde prestaties heeft in het verleden de btw die een commissaris of andere toezichthouder berekende, niet (geheel) in aftrek kunnen brengen. Blijkt nu dat de commissaris of andere toezichthouder ten onrechte BTW berekende omdat de zelfstandigheid ontbreekt? Dan kan het voor de organisatie een financieel voordeel opleveren als de commissaris of andere toezichthouder met terugwerkende kracht de ten onrechte afgedragen btw bij de Belastingdienst terugvraagt en doorstort naar de organisatie.



2. Kabinet schrapt BIK in ruil voor lagere Awf-premie

Het kabinet heeft besloten de Baangerelateerde investeringskorting (BIK) met terugwerkende kracht tot 1 januari van dit jaar te schrappen. Dit vanwege de verwachting dat de Europese Commissie de BIK als ongeoorloofde staatssteun zal aanmerken en hiermee niet akkoord zal gaan.

BIK
De BIK was bedoeld om in de coronacrisis ondernemers te motiveren om extra te investeren. Daarom kon een korting op de afdracht van loonheffingen worden verkregen. Deze bedroeg 3% voor de eerste € 5 miljoen aan investeringen en 2,44% over het meerdere aan investeringen.

Lagere Awf-premie
Omdat het kabinet de voor de BIK gereserveerde middelen toch aan het bedrijfsleven wil doen toekomen, is het plan om de Awf-premie (werkloosheidsfonds) te verlagen van 2,7% naar 0,34% voor de lage premie en van 7,7% naar 5,34% voor de hoge premie. Hierdoor komen de middelen terecht bij ondernemers met personeel, net als bij de BIK.

Verschil lage en hoge premie blijft 5%
Een werkgever is de lage Awf-premie verschuldigd voor mensen met een vast arbeidscontract; in de meeste andere gevallen is de hoge Awf-premie verschuldigd. Het verschil tussen de lage en de hoge premie blijft 5%.

Vanaf 1 augustus
Het is de bedoeling dat de Awf-premie dit jaar vanaf 1 augustus verlaagd wordt. Op dit moment wordt de verlaging op uitvoerbaarheid getoetst en de verwachting is dat de verlaging eind juni 2021 definitief wordt vastgesteld. Softwareleveranciers en uitvoeringsinstanties hebben dan nog even de tijd om hun systemen aan te passen.

Gevolgen individueel verschillend
De gevolgen van het schrappen van de BIK en het in de plaats hiervan verlagen van de Awf-premie, zullen per bedrijf verschillen. Zo zal men alleen het negatieve gevolg van het schrappen van de BIK missen als men tussen 1 oktober 2020 en 31 december 2022 zou investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen. Overigens kon de BIK pas vanaf 1 september van dit jaar worden aangevraagd, dus de wijziging levert het bedrijfsleven geen uitvoeringstechnische problemen op.



3. Sterke inkomensdaling door Corona? Gebruik de middelingsregeling

Door Corona hebben veel ondernemers een sterke inkomensdaling gehad. Is dat bij jou ook het geval? Dan is er de middelingsregeling. Dat is een regeling voor belastingplichtigen met een wisselend inkomen en kan daarom interessant zijn in deze tijden van wisselende inkomsten door corona.

Middelingsregeling
De middelingsregeling is een regeling in de inkomstenbelasting waarbij belasting wordt betaald over een gemiddeld inkomen in plaats van het daadwerkelijke inkomen. Dat gemiddelde wordt berekend over een periode van drie aaneengesloten jaren. Omdat het gemiddelde inkomen bij sterk wisselende jaarlijkse inkomens lager ligt, resulteert dat in een lager bedrag aan te betalen inkomstenbelasting.

Hoe werkt middeling?
Is het te betalen bedrag over het gemiddelde over een periode van drie aaneengesloten jaren lager dan het bedrag dat daadwerkelijk over die drie jaren is betaald? Dan bestaat recht op teruggave van het te veel betaalde bedrag. Daarbij geldt wel een drempelbedrag van €545 (2021).

Let op!
Het recht op teruggave geldt dus alleen voor het bedrag dat uitkomt boven de drempel.

Zelf aanvragen
De Belastingdienst past de middelingsregeling niet zelf toe. Een belastingplichtige moet zelf met een formulier verzoeken om toepassing van de regeling. Een verzoek om middeling moet binnen 36 maanden worden ingediend na afloop van de bezwaartermijn van de definitieve aanslag inkomstenbelasting over het laatste belastingjaar.

Tip!
De middelingsregeling heeft geen invloed op ontvangen toeslagen in de opgegeven jaren voor middeling.

Corona
Het jaar 2020 is het jaar dat veel ondernemers voor het eerst door Corona een sterke inkomensdaling hebben gehad. Het is aan te raden om eerst goed na te gaan welke periode van drie aaneengesloten jaren het meest optimaal is voor toepassing van de middelingsregeling.

Let op!
De middelingsregeling mag vaker worden aangevraagd, maar elk jaar mag maar één keer voor middeling worden gebruikt.



4. Vraag tijdig de Subsidie praktijkleren aan!

Bedrijven die een praktijk- of werkleerplaats aanbieden, kunnen hiervoor subsidie krijgen. Deze subsidie kan men voor het lopende studiejaar 2020-2021 tot en met 16 september digitaal aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl).

Begeleiding
De subsidie is een tegemoetkoming voor de kosten die een werkgever maakt voor de begeleiding van degenen die een praktijk- of werkleerplaats volgen. Je vraagt de subsidie na afloop van de begeleiding aan.

Omvang subsidie
Het maximale subsidiebedrag is €2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. Bij overschrijding van het budget wordt de subsidie evenredig over de aanvragers verdeeld.

Geen korting vanwege Corona
Het kabinet heeft maatregelen genomen in verband met het Coronavirus. Werkgevers kunnen als gevolg hiervan te maken hebben gehad met gedwongen sluiting of met sluiting omdat voortzetting van het bedrijf volgens de richtlijnen van het RIVM niet verantwoord was. Voor werkgevers die hiermee te maken hebben gehad, wordt de subsidie echter niet verminderd.

Extra subsidie
Voor erkende leerbedrijven in de sectoren landbouw, horeca en recreatie die een BBL-leerplek (beroepsbegeleidende leerweg) aanbieden, is extra subsidie beschikbaar.

Hoger veiligheidsniveau vereist
Tot en met 30 juni 2021 kun je de subsidie nog aanvragen met eHerkenning niveau 1 of 2. Vanaf 1 juli 2021 heb je minimaal eHerkenning niveau 3 met machtiging ‘RVO-diensten op niveau eH3’ nodig om in te loggen voor de Subsidieregeling praktijkleren.

Let op!
Heb je eHerkenning met een lager betrouwbaarheidsniveau of niet de juiste machtiging, dan moet je de eHerkenning aanpassen naar een hoger betrouwbaarheidsniveau en de juiste machtiging aanvragen. Houd rekening met een aanschaftijd van ongeveer twee weken, dus regel dit op tijd.

Uitbetaling subsidie
Binnen 13 weken na 16 september wordt een besluit genomen over de ingediende aanvragen en wordt het subsidiebedrag voor een volledige gerealiseerde plaats berekend. Aan de hand daarvan volgen de individuele beschikkingen. Deze beschikking is direct de vaststelling van de subsidie.

Binnen twee weken na ontvangst van een positieve beslissing, ontvang je het bedrag van de subsidie op je bankrekening.



5. Alsnog NOW voor eerdere kwartalen? Deadline 16 juli!

Ondernemers die nog geen NOW aanvroegen voor de perioden vanaf oktober 2020, kunnen dit nu alsnog doen. Ondanks dat de aanvraagperiode inmiddels officieel is verstreken! De derde aanvraagperiode NOW (vanaf oktober 2020) sloot al eind december 2020. Op dat moment was de regel nog dat de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) meetelde als omzet. Ondernemers die daardoor het benodigde omzetverlies van minimaal 20% niet haalden, vroegen voor deze periode waarschijnlijk geen NOW aan.

Onlangs is echter bekendgemaakt dat de TVL alsnog vanaf de derde aanvraagperiode NOW niet meetelt als omzet. Door het niet meetellen van de TVL heeft de ondernemer dus een lagere omzet. De ondernemer haalt daarom misschien alsnog het benodigde omzetverlies van minimaal 20%. Deze ondernemers kunnen nu alsnog voor de derde aanvraagperiode NOW aanvragen. Dit geldt ook voor de aanvraag van Q1 2021. Alsnog NOW aanvragen kan door te bellen met UWV Telefoon NOW. Let op! Deze mogelijkheid is geopend tot en met 16 juli 2021.



6. Startersregeling TVL nu aan te vragen

Er is een speciale TVL-regeling voor startende ondernemers beschikbaar. Die kan per 31 mei 2021 worden aangevraagd. De regeling voorziet in een tegemoetkoming in de vaste lasten van ondernemers die tussen 1 oktober 2019 en 30 juni 2020 zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De regeling is vrijwel gelijk aan de normale tegemoetkoming vaste lasten (TVL). Starters konden hier echter geen gebruik van maken, omdat ze in het tweede kwartaal van 2019 nog niet over omzet beschikten. Aanvragen van de tegemoetkoming voor starters kan digitaal via de RVO. Aanvragen kan uiterlijk tot 12 juli 2021 17.00 uur. De regeling is eenmalig. Vanaf het tweede kwartaal kunnen starters namelijk de gewone TVL aanvragen.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0015 juni 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juni 2021
  • Nieuwsbrief mei 2021

Nieuwsbrief mei 2021

1. Nieuwe aanvraagronde NOW 6 mei van start

Werkgevers met een omzetverlies van minstens 20% kunnen vanaf 6 mei bij het UWV een aanvraag indienen voor nieuwe NOW-steun (vijfde aanvraagperiode NOW). Deze steun heeft betrekking op een periode van drie maanden, van april tot en met juni.

Tegemoetkoming NOW
De tegemoetkoming volgens de NOW vergoedt maximaal 85% van de loonkosten bij 100% omzetverlies. Bij minder omzetverlies wordt ook de tegemoetkoming evenredig afgebouwd.

Nieuwe aanvraagperiode
De nieuwe aanvraagperiode vanaf 6 mei loopt tot en met 30 juni. Na de aanvraag krijg je op basis van het geschatte omzetverlies een voorschot van 80%. Dit wordt in drie keer, verspreid over drie maanden, uitbetaald. Het eerste voorschot ontvang je binnen 2 tot 4 weken na aanvraag.

Let op!
Stopt je de onderneming in de aangevraagde periode, dan stopt het UWV de betaling.

Definitieve vaststelling
Vanaf 31 januari 2022 start de aanvraagperiode voor de definitieve vaststelling. De definitieve tegemoetkoming wordt op basis van het werkelijke omzetverlies vastgesteld. Heb je te veel NOW ontvangen, dan moet je het te veel ontvangen bedrag terugbetalen.

Daling loonsom
De loonsom mag, net als bij de twee voorgaande tegemoetkomingen, met maximaal 10% dalen ten opzichte van juni 2020, zonder dat dit leidt tot een verlaging van de NOW. Bij een verdergaande daling volgt wel een vermindering.


2. Personeel inhuren? Voorkom inlenersaansprakelijkheid

Als je personeel inhuurt van een derde, kun je aansprakelijk gesteld worden voor de premies en belastingen die deze derde moet afdragen. Daarom is het van belang maatregelen te nemen om deze zogenaamde inlenersaansprakelijkheid te voorkomen, zo bleek onlangs nog voor de rechtbank in Arnhem.

Wat is inlenen?
Je bent inlener als je een personeelslid van een ander inhuurt. Daarbij is van belang dat je de leiding hebt over de betreffende werknemer en ook toezicht houdt. Doe je dit niet, dan is er geen sprake van inlening, maar van aanneming van werk en dus ook niet van inlenersaansprakelijkheid.

Waarvoor aansprakelijk?
Als inlener kun je in beginsel aansprakelijk gesteld worden als de uitlener de verschuldigde belastingen en premies niet afdraagt. Het betreft loonbelasting, premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen, premies Zorgverzekeringswet en de BTW die de uitlener moet afdragen voor het personeel dat de werkzaamheden voor de inlener verricht.

Risico beperken
Je kunt het risico van aansprakelijkheid beperken door de uitlener te vragen naar een verklaring betalingsgedrag, door zelf een goede administratie bij te houden en door de verschuldigde belastingen en premies te storten op een geblokkeerde rekening (G-rekening).

Disculpatiemogelijkheid
Als je kunt aantonen dat het niet afdragen van belastingen en premies door de uitlener niet jouw schuld is, kan de aansprakelijkheid beperkt worden of vervallen. De bewijslast hiervoor ligt bij jou. De inlener in bovenstaande zaak beriep zich op deze zogenaamde disculpatiemogelijkheid, maar tevergeefs. Uit de feiten bleek namelijk onder meer dat de inlener niet had geïnformeerd naar een G-rekening en evenmin om een verklaring inzake betalingsgedrag had gevraagd, terwijl hij zich wel van de risico’s bewust was. De aansprakelijkheid voor zo’n € 150.000 bleef dan ook in stand.

Let op!
Leen je in van een uitlener die is opgenomen in het register van de Stichting Normering Arbeid, dan bent je gevrijwaard voor het volledige bedrag van de aansprakelijkheid als je aan een aantal voorwaarden voldoet.


3. Vraag vóór 1 juli 2021 BTW zonnepanelen terug

Heb je als particulier in 2020 zonnepanelen aangeschaft en de BTW nog niet teruggevraagd? Dan moet je vóór 1 juli 2021 in actie komen. Doe je dat niet, dan loop je het risico de BTW niet meer terug te krijgen van de Belastingdienst.

Elke particulier met zonnepanelen die energie terug levert aan het energiebedrijf is BTW-ondernemer. Om die reden kan die particulier ook de BTW over de zonnepanelen terugvragen. Kocht je in 2020 zonnepanelen? Meld dit dan vóór 1 juli 2021 bij de Belastingdienst.

Aanmelden
Aanmelden doe je via het formulier opgaaf zonnepaneelhouders. Dat moet nu nog op papier, maar onlangs is aangekondigd dat dit waarschijnlijk vanaf juni 2021 ook digitaal kan.

Let op!
Meld je aan vóór 1 juli 2021. Doet je dit daarna, dan kun je de Belastingdienst alleen nog ambtshalve verzoeken om BTW-teruggaaf. Het nadeel hiervan is dat je dan tegen de beslissing van de Belastingdienst geen bezwaar of beroep kunt indienen.

BTW-aangifte
Na indiening van het formulier zal de Belastingdienst een BTW-aangifte uitreiken. De BTW over de zonnepanelen kan via deze BTW-aangifte worden teruggevraagd.

Let op!
Een BTW-teruggaaf is alleen mogelijk als de factuur én het contract met het energiebedrijf op naam staan van degene die verzoekt om de BTW-teruggaaf.

Wel of geen BTW-teruggaaf
Vaak wordt gedacht dat na aanschaf van zonnepanelen, de BTW-teruggaaf een zekerheid is. De werkelijkheid wijst helaas anders uit. Zo kun je bijvoorbeeld voor geïntegreerde zonnepanelen minder BTW terugvragen en loop je bij een hoger bedrag aan zonnepanelen het risico dat je een deel van de BTW weer terug moet betalen. En kocht je eerder zonnepanelen, bijvoorbeeld op een andere woning, dan loop je het risico dat je de BTW in het geheel niet kunt terugvragen als je niet vóóraf actie onderneemt. Ook de BTW-teruggaaf van een ondernemer die als particulier op zijn woning zonnepanelen plaatst, is complexer dan vaak gedacht.

Tip!
Overleg daarom vóórdat je zonnepanelen aanschaft met ons welke complicaties in jouw situatie van toepassing kunnen zijn. Daarmee voorkom je dat je voor onaangename verrassingen komt te staan.


4. Minder belasting betalen bij zorg kind na echtscheiding?

Ouders die na een echtscheiding de zorg voor een of meer kinderen jonger dan 12 jaar verdelen en daarnaast werken, kunnen beiden recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Er wordt dan al snel gesproken over co-ouderschap. De zorg voor het kind of de kinderen moet dan min of meer gelijkelijk tussen beide ouders worden verdeeld. Als dat onvoldoende gebeurt, is er in fiscale zin geen sprake van co-ouderschap en mist een van beide ouders mogelijk de IACK.

IACK
De IACK bedraagt dit jaar 11,45% van uw arbeidsinkomen boven € 5.153, met een maximum van € 2.815. Je moet wel ten minste € 5.153 verdienen.

Voorwaarden IACK

Verder gelden voor de IACK in 2021 de volgende voorwaarden:

  • Je hebt een kind dat op 1 januari 2021 jonger is dan 12.
    Dit kind staat in 2021 minstens 6 maanden ingeschreven op jouw woonadres. Ben je co-ouder, dan mag het kind ook zijn ingeschreven op het adres van een ex-partner.
  • Je hebt geen fiscale partner of je hebt minder dan 6 maanden een fiscale partner. Of je hebt langer dan 6 maanden een fiscale partner én je verdient minder dan jouw fiscale partner.

Wanneer ben je co-ouder?
Je bent in 2021 co-ouder als het kind in een herhalend ritme in totaal minimaal 156 dagen per kalenderjaar bij elke ouder is. Ook dagdelen tellen hier mee. Dit komt bijvoorbeeld neer op drie dagen per week.

Verdeling zorg
Over de verdeling van de zorg is nogal wat te doen geweest, met verschillende rechterlijke uitspraken. Zo gold tot voor kort nog dat het kind minstens drie dagen per week bij een ouder moest verblijven om aan de voorwaarden te voldoen. Die eis is nu versoepeld doordat het aantal dagen op jaarbasis wordt beoordeeld, mits er sprake is van een zekere regelmaat.

Niet alleen overdag
Eerder kwam een zaak voor de Hoge Raad waarin opnieuw de verdeling van de zorgplicht tussen ouders aan de orde kwam. De ouders in deze zaak hadden een kind van 1 jaar dat een aantal dagen per week van ’s ochtends 7.30 uur tot ’s avonds 19.30 uur bij de moeder verbleef. Deze merkte dit verblijf aan als één dag, maar de Hoge Raad ging hier niet in mee. De Hoge Raad besliste dat één dag moet worden opgevat als 24 uur. Omdat momenteel de eis gesteld wordt dat een kind minstens 156 dagen per jaar bij een ouder verblijft, is het arrest ook nu nog van belang.

Dagdeel
Op de site van de Belastingdienst wordt aangegeven dat ook dagdelen bij elkaar worden opgeteld voor de berekening van de 156 dagen.

Tip!
Wil je op zeker spelen, spreek dan een schema af waarbij je jouw kind(eren) per jaar ten minste 156 hele dagen van 24 uur verzorgt, in een herhalend ritme.

Tip!
Heb je twee of meer jonge kinderen met jouw ex-partner? Door bij ieder (minstens) één kind in te schrijven, voldoe je beiden automatisch aan de voorwaarden zolang het betreffende kind jonger is dan 12 jaar. Je hoeft dan niet te voldoen aan de ingewikkelde regels van co-ouderschap.


5. Maak tijdig bezwaar tegen box 3 2020

Ook de bezwaren tegen de box 3-heffing in de inkomstenbelasting 2020 zijn weer aangewezen als massaal bezwaar. Eerder gebeurde dit al voor eerdere jaren. Wil je aansluiten bij de massaalbezwaarprocedure, dan moet je tijdig bezwaar maken. De vraag is uiteraard wat de kansen zijn in deze procedures. De kans dat de Hoge Raad voor de jaren 2017, 2018, 2019 en 2020 wel overgaat tot vermindering van de box 3-heffing, waar dat voor de jaren 2013 en 2014 niet gebeurd is, wordt niet zo groot geacht. Daar staat echter tegenover dat het deelnemen aan de massaalbezwaarprocedure relatief eenvoudig is.

Tip!
Maakte je in de jaren 2017, 2018 of 2019 al bezwaar tegen box 3? Dan geldt dat niet automatisch voor 2020. Je moet dus voor dit jaar opnieuw bezwaar maken.


6. Geen BTW op goedgekeurde coronazelftestkits

Coronavaccins en -testkits mogen zonder BTW geleverd worden. Dat geldt ook voor onder meer goedgekeurde zelftestkits. Ook het vaccineren met deze vaccins en het afnemen van de tests kan gedurende die periode gebeuren zonder BTW. Normaal moet hierover BTW berekend worden, maar in sommige gevallen geldt de medische BTW-vrijstelling. Als normaal BTW berekend moet worden, kan de leverancier of toediener van de vaccins en tests gewoon zijn BTW blijven aftrekken. Geldt normaal de BTW-vrijstelling, dan mag de BTW niet afgetrokken worden.

Let op!
Alleen voor de levering van vaccins en testkits die een bepaalde goedkeuring hebben meegekregen, geldt het 0% BTW-tarief.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0017 mei 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief mei 2021