Make Marketing Magic

Over Nieuwsbrief NBC

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Nieuwsbrief NBC has created 668 blog entries.
  • Update Special Eindejaarstips 2022

Update Special Eindejaarstips 2022

Wat kan je als ondernemer fiscaal dit jaar nog regelen? Zijn er voor de DGA belangrijke aandachtspunten waarop je moet anticiperen? Op welke zaken moet je, je als werkgever voorbereiden op het nieuwe jaar?

In de Update Special Eindejaarstips hebben wij zo veel mogelijk rekening gehouden met de plannen van het kabinet voor volgend jaar.

Let op!
Een aantal plannen van het kabinet zijn nog niet definitief. Deze moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Welke dat zijn, kunnen wij je uiteraard vertellen. Ook worden nog steeds nieuwe plannen bekendgemaakt of worden er huidige plannen aangepast. Daarom overleggen wij graag met jou of het verstandig is wel of geen stappen te zetten.

Klik hier voor de Update Special Eindejaarstips

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0023 november 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Update Special Eindejaarstips 2022
  • Nieuwsbrief november 2022

Nieuwsbrief november 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 14 november 2022, 20:00 uur.


1. Akkoord Tweede Kamer belastingplannen 2023: ondernemers en werkgevers

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de belastingplannen 2023. Tegelijkertijd werd nog een aantal wijzigingen op deze plannen aangenomen en werd het kabinet verzocht een aantal zaken te onderzoeken. Wat staat je op hoofdlijnen als ondernemer en/of werkgever vanaf 2023 te wachten?

Ondernemers

  • voor ondernemers in de inkomstenbelasting is 2022 het laatste jaar waarin gedoteerd kan worden aan de fiscale oudedagsreserve. Voor alle tot en met 31 december 2022 opgebouwde bedragen in de FOR blijft de huidige regeling wel bestaan. Verder gaat voor hen de zelfstandigenaftrek de komende jaren in stappen omlaag tot €900 in 2027;
  • vanaf 2024 komen er voor houders van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, twee tarieven in box 2: 24,5% over inkomsten uit box 2 tot €67.000 en 31% over het meerdere;
  • het tarief in de vennootschapsbelasting gaat in 2023 omhoog. Tot een winst van €200.000 bedraagt het tarief 19%, daarboven 25,8%;
  • het budget voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en energie-investeringsaftrek (EIA) wordt jaarlijks verhoogd met in totaal €150 miljoen. Ook kan op nieuw aangewezen bedrijfsmiddelen vanaf 2023 willekeurig worden afgeschreven. De details van deze regeling zijn nog niet bekend;
  • de vrijstelling BPM op bestelauto’s die meer dan 10% zakelijk gebruikt worden, verdwijnt vanaf 2025. Vanaf die datum wordt de BPM berekend op basis van CO2-uitstoot. De voorgenomen verhoging van de MRB voor bestelauto’s per 2025 is van de baan;
  • ondernemers die zonnepanelen leveren/installeren, moeten vanaf 2023 rekening houden met het 0% BTW-tarief voor de levering en installatie van zonnepanelen op en in de onmiddellijke nabijheid van woningen;
  • al aangekondigd, maar nog niet vastgelegd in een wetsvoorstel of wet, is dat straks de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting en inkomstenbelasting niet meer geldt voor verhuurd vastgoed. Vanaf wanneer (de verwachting is 2024) en nadere details zijn nog niet bekend;
  • ook aangekondigd, maar nog niet vastgelegd in een wetsvoorstel, is de introductie van een maatregel in de vennootschapsbelasting, waarschijnlijk vanaf 2024. Hierdoor mogen fiscale beleggingsinstellingen (FBI’s) niet meer direct in vastgoed beleggen.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om te onderzoeken of er fiscale belemmeringen zijn bij stopperregelingen voor agrariërs en om in de evaluatie van de BOR ook de aanpak van constructies als baby-BV’s te betrekken.

Werkgevers

  • de vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR) bedraagt in 2023 over de eerste €400.000 fiscale loonsom 3%, daarboven bedraagt de vrije ruimte 1,18%. Werkgevers kunnen verder een onbelaste reiskostenvergoeding geven van €0,21 per kilometer in 2023 en €0,22 per kilometer in 2024;
  • voor de werkende houder van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, verdwijnt de doelmatigheidsmarge in de gebruikelijkloonregeling. Vanaf 2023 moet rekening gehouden worden met 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking in plaats van 75%. De speciale regeling voor innovatieve start-ups verdwijnt vanaf 2023;
  • de 30%-regeling voor ingekomen werknemers wordt vanaf 2024 beperkt tot de balkenendenorm (in 2022: €216.000). Voor ingekomen werknemers voor wie de 30%-regeling in het laatste loontijdvak van 2022 is toegepast, geldt een overgangsregeling tot en met 2025;
  • verder wordt de AOF-premie voor kleine werkgevers lager;
  • oorspronkelijk was nog voorgesteld om het lage-inkomensvoordeel (LIV) tijdelijk te verruimen. Bij de stemming in de Tweede Kamer is dit voorstel met betrekking tot het jaar 2023 (waarvan uitbetaling in 2024 plaatsvindt) echter geschrapt. De verruiming voor het jaar 2022 (waarvan uitbetaling in 2023 plaatsvindt), lijkt wel doorgang te vinden.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om de afschaffing van de buitenlandse partiële belastingplicht binnen de 30%-regeling en de mogelijkheid om belastingvrij een OV-abonnement te verstrekken, te onderzoeken.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd (december 2022).


2. Belastingplannen 2023 particulieren en box 3: akkoord Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de belastingplannen voor 2023. Op een aantal onderdelen uit deze plannen zijn wijzigingen aangebracht en een aantal zaken moet nog door het kabinet nader worden onderzocht. Wat staat je als particulier te wachten en wat zijn de plannen voor box 3? De hoofdlijnen.

Particulieren

  • de eenmalige schenkingsvrijstelling met betrekking tot een woning, ook bekend als de ‘jubelton’, wordt in 2023 verlaagd en in 2024 helemaal afgeschaft. Wie in 2022 al schenkt onder de jubelton, kan dit in 2023 nog nader aanvullen. De ontvanger van deze schenking moet deze uiterlijk in 2024 in overeenstemming met het doel van de jubelton besteden;
  • het laatste tijdvak waarin een sterk wisselend inkomen gemiddeld kan worden, is 2022 tot en met 2024;
  • vanaf 2023 bedraagt de maximale periodieke giftenaftrek €250.000 per kalenderjaar. Voor periodieke giften aangegaan uiterlijk 4 oktober 2022, 16.00 uur, geldt overgangsrecht;
  • de inkomensafhankelijke combinatiekorting vervalt per 2025. Voor kinderen die uiterlijk 31 december 2024 geboren zijn, blijft deze korting wel bestaan zolang aan de voorwaarden wordt voldaan;
  • diegene (particulier of ondernemer) die onroerend goed koopt, is vanaf 2023 10,4% overdrachtsbelasting verschuldigd (in plaats van 8%). Dit geldt niet als het verlaagde tarief van 2% of de startersvrijstelling van toepassing is bij aankoop van een eigen woning;
  • aan diegene (particulier of ondernemer) die zonnepanelen laat installeren op of in de onmiddellijke nabijheid van een woning, wordt 0% BTW berekend.

Tip!
Bij de aanname van het belastingpakket door de Tweede Kamer is onder meer besloten om het belastingregime voor laadpalen met twee jaar te verlengen, het algemene tarief van de kansspelbelasting verder te verhogen met 0,2% tot 29,5% en de voorgestelde tariefverhoging van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken per 1 januari 2023 te schrappen.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen waarin het kabinet onder meer wordt verzocht om te onderzoeken of de inkomstenbelasting transparanter kan worden, bijvoorbeeld door de afbouw van heffingskortingen in de nominale belastingtarieven te verwerken. Ook is een motie aangenomen om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de fiscale faciliteiten voor ANBI’s ook toe te passen voor verenigingen.

Box 3

  • vanaf 2023 geldt een nieuwe wijze van berekening van de box 3-heffing, die lijkt op de wijze waarop momenteel rechtsherstel wordt geboden voor box 3. Uitgegaan wordt van de werkelijke verdeling van het vermogen in spaargeld, overige bezittingen en schulden met elk een eigen forfaitair rendement;
  • in de nieuwe wet is een zogenaamde anti-peildatumarbitragebepaling opgenomen. Bij de aanname van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is besloten dat deze bepaling in 2024 wordt geëvalueerd;
  • het tarief in box 3 wordt in 2023 verhoogd naar 32%. In 2024 en 2025 stijgt het tarief verder naar 33%, respectievelijk 34%.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties met betrekking tot box 3 aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om te onderzoeken of de belastingheffing in de categorie ‘overige bezittingen’ meer realistisch of verfijnd vormgegeven kan worden. Verder wordt het kabinet verzocht om te onderzoeken hoe een miljonairsbelasting, bijvoorbeeld door een vermogensbelasting van 1% op het box 3-vermogen, vormgegeven kan worden.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd (december 2022).


3. Massaalbezwaarplusprocedure voor niet-bezwaarmakers box 3

Belastingplichtigen die voor de jaren 2017 tot en met 2020 geen bezwaar hadden gemaakt tegen box 3, hoeven geen actie meer te ondernemen. Het kabinet heeft besloten de vraag of zij recht hebben op rechtsherstel opnieuw voor te leggen aan de Hoge Raad en de uitspraak in die zaak voor iedere belastingplichtige toe te passen.

Heffing box 3 in strijd met het EVRM
De Hoge Raad heeft eind vorig jaar geoordeeld dat de wijze van belastingheffing in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen in deze zaak moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement. Het oordeel van de Hoge Raad betekent dat de Belastingdienst rechtsherstel moet bieden. Naar aanleiding van deze uitspraak wordt voor de heffing in box 3 thans dan ook uitgegaan van de werkelijke samenstelling van het vermogen en een hierop gebaseerd forfaitair rendement.

Rechtsherstel
Voor degenen die op tijd bezwaar hadden gemaakt, heeft het kabinet inmiddels rechtsherstel geboden. Voor degenen die niet (op tijd) in bezwaar kwamen, heeft het kabinet aangegeven geen rechtsherstel te bieden. Dit leidde tot tal van individuele verzoeken om ambtshalve alsnog rechtsherstel te krijgen. Daarnaast werden nog veel van dit soort verzoeken verwacht. Om enorme problemen in de uitvoering te voorkomen, heeft het kabinet nu toegezegd proefprocedures te starten waarbij de uitkomst voor iedere belastingplichtige gaat gelden. Het is dus niet nodig om zelf nog in actie te komen.

Eerdere uitspraak Hoge Raad
De verzoeken om ambtshalve vermindering komen in feite allemaal neer op verzoeken om ambtshalve rechtsherstel. Eerder oordeelde de Hoge Raad echter al dat dergelijke verzoeken niet gehonoreerd hoeven te worden.

Diverse belangen- en koepelorganisaties zijn echter van mening dat hier nieuwe argumenten tegen zijn in te brengen die nog niet aan de Hoge Raad zijn voorgelegd. Om een verdere stroom aan verzoeken om ambtshalve vermindering te voorkomen, is daarom besloten een aantal van deze zaken in zogenaamde proefprocedures voor te leggen aan de Hoge Raad.

Nieuwe massaalbezwaarplusprocedure
Een massaalbezwaarprocedure met betrekking tot verzoeken om ambtshalve vermindering bestaat op dit moment nog niet. Daarom is in het belastingpakket voor 2023 een wetswijziging opgenomen waarmee een nieuwe procedure wordt ingericht: de massaalbezwaarplusprocedure. Nadat deze wetswijziging per 1 januari 2023 in werking is getreden, zal het kabinet begin 2023 de procedure rondom de vraag of de niet-bezwaarmakers toch recht hebben op rechtsherstel, aanwijzen als massaalbezwaarplusprocedure. Het kabinet spreekt de komende tijd al verder met de belangenorganisaties over de zaken die worden voorgelegd aan de Hoge Raad.

Let op!
Het kabinet heeft toegezegd dat de uitspraak die de Hoge Raad doet op de voorgelegde zaken, straks voor iedere belastingplichtige geldt.


4. Versoepeling TEK: geen verbruiksdrempel én energiekosten verlaagd naar 7% van omzet

De voorwaarden voor de regeling Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) worden versoepeld. De energiekosten van een bedrijf moeten ten minste 7% van de omzet uitmaken in plaats van de eerder vastgestelde 12,5%. Ook is er een streep gezet door de verbruiksdrempel. Hierdoor komen meer MKB-bedrijven in aanmerking voor de TEK.

Aanpassing vanwege energiebelasting
De aanpassing van het percentage energie-intensiviteit heeft te maken met de energiebelasting. Het kabinet acht het bij nader inzien niet terecht om de energiebelasting een variabel in plaats van een vast onderdeel te laten zijn van de berekening waarmee de energie-intensiviteit in de TEK wordt bepaald.

Geen verbruiksdrempel meer
Een andere voorwaarde voor de TEK was dat een ondernemer jaarlijks meer dan 5.000 m³ gas of 50.000 kWh elektriciteit moest verbruiken om in aanmerking te komen voor de TEK. Ook deze voorwaarde is geschrapt.

Voorwaarden TEK
De TEK is alleen bedoeld voor energie-intensieve MKB-bedrijven. Om voor de TEK in aanmerking te komen, moet een bedrijf dan ook voldoen aan een aantal eisen. Een MKB-bedrijf:

  • heeft minder dan 250 medewerkers, minder dan €50 miljoen omzet en/of een balanstotaal van minder dan €43 miljoen;
  • staat ingeschreven in het Handelsregister van de KvK, én
  • is energie-intensief, waarbij minimaal 7% van de omzet bestaat uit energiekosten.

Omvang tegemoetkoming
Energie-intensieve MKB’ers krijgen een compensatie van 50% van de energiekostenstijging boven een vastgestelde drempelprijs tot een maximum van €160.000. De drempelprijs is vastgesteld op €1,19 per kuub gas en €0,35 per kilowattuur elektriciteit.

Let op!
Het maximum van €160.000 geldt per onderneming en niet per energiecontract of vestiging. Heeft jouw onderneming dus meerdere vestigingen, dan kan je niet maximaal €160.000 per vestiging ontvangen.

Uitvoering door de RVO
De uitvoering van de TEK komt in handen van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Op de site van de RVO is ook een ‘houd me op de hoogte-pagina’ opengesteld, waarbij MKB’ers na aanmelding informatie krijgen over de inrichting en openstelling van de TEK.

Let op!
De TEK zou mogelijk pas in het 2e kwartaal 2023 opengesteld worden. Na gesprekken in de Tweede Kamer lijkt het erop dat de TEK echter hoogstwaarschijnlijk per 1 januari 2023 wordt opengesteld. De regeling gaat dan met terugwerkende kracht gelden voor de periode november 2022 tot en met december 2023. Voor ondernemers die nu al problemen ervaren, zal het verlenen van uitstel van betaling van belasting een mogelijke oplossing kunnen bieden. Ook zijn banken bereid gevonden in die gevallen eerder krediet te verlenen.


5. Aanzeggen tijdelijk arbeidscontract moet verplicht schriftelijk

Voor contracten voor bepaalde tijd met een looptijd van zes maanden of langer geldt een aanzegplicht. Je moet als werkgever uiterlijk een maand voordat een dergelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, de werknemer schriftelijk informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Bij een voortzetting informeer je ook over de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet. In bepaalde gevallen geldt de aanzegplicht niet. Bijvoorbeeld bij een arbeidsovereenkomst voor de duur van een project of met een uitzendbeding of bij een tweede of derde overeenkomst die korter dan zes maanden duurt. Zeg je (schriftelijk) niet aan wanneer dit wel moet, dan moet je de werknemer een aanzegvergoeding betalen ter grootte van een kaal bruto maandsalaris. Dit kan ook een pro rato deel zijn als de aanzegging te laat plaatsvindt.


6. Lage WW-premie herzien bij kort dienstverband

Betaal je de lage WW-premie voor een werknemer met een vast contract, dan moet je dit herzien als het dienstverband uiterlijk twee maanden na aanvang van het dienstverband alweer eindigt. Je betaalt dan alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie. Het maakt daarbij niet uit of nog sprake is van een proeftijd of wie het initiatief tot beëindiging neemt. Ook bij overlijden van de werknemer binnen twee maanden na aanvang van het dienstverband moet alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie betaald worden. Is sprake van overgang van een onderneming of een contractovername waarbij het contract ongewijzigd blijft? Dan vangt de tweemaandentermijn aan op de oorspronkelijk startdatum van het dienstverband bij de oude werkgever.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0014 november 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief november 2022
  • Nieuwsbrief oktober 2022

Nieuwsbrief oktober 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 17 oktober 2022, 20:00 uur.


1. Voorwaarden tegemoetkoming energiekosten (TEK) bekend

Het kabinet heeft de voorwaarden rond de Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief mkb (TEK) bekendgemaakt. Via de TEK worden energie-intensieve MKB-bedrijven financieel ondersteund vanwege de huidige hoge energieprijzen. De TEK gaat gelden vanaf 1 november 2022, maar kan waarschijnlijk pas in het tweede kwartaal van 2023 worden opengesteld.

Voorwaarden energieverbruik
Omdat de TEK alleen bedoeld is voor energie-intensieve MKB-bedrijven, moeten de energiekosten van een bedrijf minstens 12,5% van de omzet bedragen. Ook moet het jaarlijks verbruik minstens 5.000 kuub gas of 50.000 kWh elektriciteit zijn. Om voor de TEK in aanmerking te kunnen komen, mag een bedrijf verder minder dan 250 werknemers in dienst hebben en een jaaromzet hebben van minder dan € 50 miljoen.

Let op!
Jouw bedrijf moet ingeschreven staan bij het Handelsregister en voldoen aan de Europese MKB-definitie. Om te beoordelen of jouw bedrijf hieraan voldoet, kan je de MKB-toets gebruiken.

Hoeveel compensatie?
Bedrijven die voor de TEK in aanmerking komen, krijgen 50% van de energiekosten vergoed boven een vastgestelde drempelprijs. Die drempelprijs bedraagt voor gas € 1,19 per kuub en voor elektriciteit € 0,35 per kWh exclusief BTW. De maximale prijscompensatie bedraagt € 1 per kuub gas en € 0,30 per kWh elektriciteit. De totale compensatie bedraagt maximaal € 160.000. Voor landbouwbedrijven, zoals tuinders, geldt een maximum van € 62.000.

Let op!
Het maximum van € 160.000 geldt per onderneming en niet per energiecontract of vestiging. Heeft jouw onderneming dus meerdere vestigingen, dan kan je niet maximaal € 160.000 per vestiging ontvangen.

Uitvoering via RVO
De uitvoering van de TEK komt in handen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De regeling kan waarschijnlijk pas in het tweede kwartaal van 2023 worden opengesteld omdat de regeling moet voldoen aan Europese staatssteunregels. Daarom is eerst een goedkeuring door de Europese Commissie nodig. Totdat de TEK is opengesteld, zal coulant worden omgegaan met ondernemers die een verzoek tot uitstel van betaling van belastingen bij de Belastingdienst indienen. Ook is afgesproken dat tot die tijd banken sneller en soepeler om zullen gaan met aanvragen voor liquiditeiten.

Let op!
De TEK gaat, na openstelling van de regeling, met terugwerkende kracht gelden voor de periode 1 november 2022 tot en met 31 december 2023.

Naast energieplafond
De TEK is specifiek bedoeld voor energie-intensieve MKB-bedrijven. De regeling komt dan ook naast het ingestelde energieplafond waarvan vooral huishoudens, ZZP’ers en kleine ondernemingen zullen profiteren.


2. Minder jubelton in 2023, afgeschaft in 2024

De eenmalige belastingvrije schenking voor onder andere de aankoop van een woning, ook bekend als de ‘jubelton’, wordt afgeschaft. Dit voornemen van het kabinet was al in het coalitieakkoord bekendgemaakt en is op Prinsjesdag opgenomen in het Belastingplan 2023.

Een lager bedrag in 2023
De jubelton bedraagt nu nog € 106.671, maar wordt in 2023 beperkt tot een bedrag van € 28.947. Per 2024 verdwijnt de jubelton helemaal.

Jubelton
Ouders kunnen bijvoorbeeld aan hun kinderen via de jubelton in 2022 nog deze belastingvrije schenking doen. Deze vrijstelling geldt echter ook voor derden. Je kan deze schenking dus aan een willekeurig persoon doen. Er zijn echter wel voorwaarden. De jubelton dient gebruikt te worden om:

  • een eigen woning te kopen of te verbouwen;
  • de hypotheek of restschulden van de eigen woning af te lossen;
  • de rechten van erfpacht, opstal of beklemming van de eigen woning af te kopen.

Tip!
Wil je nog optimaal profiteren van de fiscale vrijstelling voor een schenking voor de eigen woning, doe dit dan vóór 1 januari 2023.

Vrijstelling schenking ouders aan kinderen
De vrijstelling wordt in 2023 verminderd tot € 28.947. Dit is het bedrag dat ouders hun kinderen tussen 18 en 40 jaar in 2023 eenmalig sowieso kunnen schenken, ongeacht het doel waarvoor de kinderen de schenking gebruiken. Deze vrijstelling ten behoeve van de eigen woning is in 2023 dus eigenlijk alleen voor schenkingen aan derden nog relevant. Pas in 2024 wordt de vrijstelling helemaal afgeschaft. De eenmalige vrijstelling voor kinderen tussen 18 en 40 jaar blijft dan wel gehandhaafd.

Spreiding schenking
De schenking kan in de huidige regeling ook worden gespreid over een periode van drie jaar. Een in het eerste jaar onbenut deel van de vrijstelling kon dan in de twee opeenvolgende jaren alsnog worden benut. De schenkingen konden dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een hypotheek over een periode van drie jaar af te lossen, zonder dat te veel boeterente aan de bank betaald hoefde te worden. Voorgesteld wordt dat als in 2022 voor het eerst wordt geschonken, het restant van de vrijstelling alleen nog in 2023 kan worden geschonken en niet meer in 2024. Wanneer in 2023 wordt geschonken, kan de schenking niet meer gespreid worden.

Tip!
Bij een eerste schenking in 2021 kan het onbenutte deel van de vrijstelling nog wel gebruikt worden voor schenkingen tot en met 2023.

Spreiding besteden schenking
Een voorwaarde voor de jubelton is dat de schenking voor de eigen woning wordt gebruikt. In de huidige regeling heeft de ontvanger van de schenking drie jaar om de schenking op de voorgeschreven wijze te besteden. Deze regeling blijft gehandhaafd voor schenkingen in 2022.

Als je dus in 2022 een schenking ontvangt, kan je deze nog tot uiterlijk 2024 besteden aan de eigen woning. Ontvang je in 2023, als de maximale vrijstelling € 28.947 bedraagt, een schenking, dan kan je deze tot uiterlijk 2025 besteden aan de eigen woning.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.


3. Tweede Kamer neemt wetsvoorstel lenen bij eigen BV aan

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel ‘Excessief lenen bij eigen vennootschap’, ook wel de DGA-taks genoemd, aangenomen. Dit wetsvoorstel wil bij leningen van meer dan € 700.000 bij de eigen BV, het bedrag boven die € 700.000 belasten in box 2.

Ontmoedigen lenen bij eigen BV
Met het wetsvoorstel ‘Excessief lenen bij eigen vennootschap’ wil het kabinet het lenen bij de eigen bv vanaf 2023 ontmoedigen. In het wetsvoorstel is daartoe opgenomen dat de DGA bij leningen boven € 700.000 over het meerdere belasting moet betalen in box 2 (tarief in 2022 is 26,9%).

Eerste afrekenmoment 31 december 2023
Als het wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen, is het eerste afrekenmoment 31 december 2023. Kom je boven de drempel van € 700.000, dan zijn er wellicht mogelijkheden om jouw schulden beneden de drempel te brengen voor 31 december 2023.

Let op!
Naast jouw schulden aan jouw bv tellen ook de mogelijke schulden van jouw fiscale partner aan jouw bv mee. Houd er rekening mee dat ook de schulden aan jouw bv van jouw (achter(klein))kinderen en (over(groot))ouders die geen aandelen in de bv bezitten voor jouw drempel (deels) meetellen.

Lening eigen woning telt niet mee!
Een lening ten behoeve van een financiering van de eigen woning telt overigens niet mee voor de berekening van jouw schulden. Dergelijke leningen blijven dus mogelijk zonder heffing, naast leningen tot de drempel van € 700.000. Voorwaarden zijn dat de lening is aan te merken als eigenwoningschuld én dat een recht op hypotheek aan de bv is verstrekt.

Tip!
De voorwaarde dat een recht van hypotheek is verstrekt, geldt niet voor leningen die als eigenwoningschuld zijn aan te merken en op 31 december 2022 al bestaan.

Let op!
De Eerste Kamer moet nog met dit wetsvoorstel instemmen.


4. Verdere versoepeling aflossen belastingschuld Corona

Vanaf 1 oktober 2022 moeten bedrijven starten met het aflossen van hun opgebouwde belastingschuld in verband met Corona. Besloten was dat, onder voorwaarden, een betaalpauze van drie maanden kan worden ingelast. Deze betaalpauze is onlangs verlengd naar zes maanden.

Aflossen
Het aflossen van de belastingschuld moet in beginsel plaatsvinden vanaf 1 oktober 2022 in zestig maandelijkse, gelijke termijnen. Dat betekent dat de schuld in vijf jaar moet zijn afgelost.

Tip!
Voor sommige bedrijven staat de Belastingdienst, onder voorwaarden, een termijn van zeven jaar toe.

Versoepelingen
Op verzoek is het, onder voorwaarden, ook mogelijk om de schuld per kwartaal af te lossen. Daarnaast kan de ondernemer eenmalig schriftelijk verzoeken om een betaalpauze. Deze betaalpauze bedroeg in eerste instantie maximaal drie maanden, maar is onlangs verlengd naar maximaal zes maanden.

Voorwaarden betaalpauze zes maanden
Voorwaarden voor de betaalpauze van maximaal zes maanden is dat uit het schriftelijke verzoek blijkt waaruit de aflossingsproblemen bestaan. Daarnaast moeten vanaf 1 april 2022 alle reguliere belastingschulden op tijd zijn voldaan.

Let op!
De termijn waarbinnen moet zijn afgelost, wordt door de betaalpauze niet verlengd. Dit betekent dat na de betaalpauze de maand- of kwartaalbedragen verhoogd worden.

Ook versoepeling bij saneringsakkoorden
Vanaf 1 augustus 2022 tot en met 1 oktober 2023 neemt de Belastingdienst ook in saneringsakkoorden een soepelere houding in. Waar de Belastingdienst normaal het dubbele uitkeringspercentage ten opzichte van de overige schuldeisers wil hebben, neemt de Belastingdienst tot 1 oktober 2023 genoegen met hetzelfde uitkeringspercentage. Hiermee wil de Belastingdienst in de kern gezonde ondernemingen met schulden extra ondersteunen in de nasleep van de Coronacrisis.

Let op!
De Belastingdienst stemt alleen onder voorwaarden in met een saneringsakkoord. Een van die voorwaarden is dat de ondernemer die om sanering verzoekt, zijn onderneming voortzet.


5. Soepeler regulier uitstelbeleid Belastingdienst

Om ondernemers met tijdelijke betalingsproblemen meer te ondersteunen, versoepelt de Belastingdienst het beleid voor uitstel van betaling vanaf 1 oktober 2022 op een aantal punten. Zo kan de Belastingdienst vanaf die datum bij betalingsproblemen ook uitstel van betaling geven zonder dat de ondernemer zekerheid hoeft te geven. Een andere versoepeling is dat een ondernemer verder uitstel van betaling kan krijgen na een kort uitstel van betaling. Verder is bij een verzoek om langer dan twaalf maanden uitstel van betaling geen verklaring van een externe deskundige meer nodig bij een belastingschuld onder de € 20.000. Tot slot blijft de termijn van een betalingsregeling van twaalf maanden definitief aanvangen op de datum waarop de Belastingdienst de betalingsregeling bij beschikking toestaat en blijft het mogelijk om uitstel van betaling te vragen voor de motorrijtuigenbelasting.


6. Vrije ruimte in 2023 naar 3% over fiscale loonsom van € 400.000

Op Prinsjesdag werd al bekend dat de vrije ruimte in de werkkostenregeling volgend jaar zou stijgen naar 1,92% over een fiscale loonsom van € 400.000. Deze wordt voor 2023 nog verder verhoogd naar 3%. Deze verhoging naar 3% geeft jou de mogelijkheid om in 2023 maximaal € 5.200 extra onbelast te vergoeden. Deze maximale onbelaste vergoedingsmogelijkheid wordt bereikt vanaf een fiscale loonsom van € 400.000. Let op: de verhoging naar 3% geldt alleen voor 2023. Vanaf 2024 vervalt de verhoging naar 3% weer, maar blijft de vrije ruimte over de fiscale loonsom tot en met € 400.000 wel gehandhaafd op de eerder vastgestelde 1,92%.

Door |2024-05-31T09:27:54+02:0017 oktober 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief oktober 2022
  • Special Eindejaarstips 2022

Special Eindejaarstips 2022

Wat kan je als ondernemer fiscaal dit jaar nog regelen? Zijn er voor de DGA belangrijke aandachtspunten waarop je moet anticiperen? Op welke zaken moet je, je als werkgever voorbereiden op het nieuwe jaar?

In de Special Eindejaarstips hebben wij zo veel mogelijk rekening gehouden met de plannen van het kabinet voor volgend jaar.

Let op!
Een aantal plannen van het kabinet zijn nog niet definitief. Deze moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Welke dat zijn, kunnen wij je uiteraard vertellen. Ook worden nog steeds nieuwe plannen bekendgemaakt of worden er huidige plannen aangepast. Daarom overleggen wij graag met jou of het verstandig is wel of geen stappen te zetten.

Klik hier voor de special

Door |2024-05-31T09:27:54+02:0013 oktober 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Special Eindejaarstips 2022
  • Special Miljoenennota 2023

Special Miljoenennota 2023

Het kabinet presenteerde op Prinsjesdag 2022 de Miljoenennota 2023 en dus ook het Belastingplan 2023.

In de kabinetsplannen voor het komende jaar valt op dat per 1 januari 2023 het minimumloon met tenminste 10% verhoogd wordt, de vennootschapsbelasting voor een winst tot € 200.000 wordt opgeschroefd van 15 naar 19% en dat de regels omtrent bestelauto’s worden aangescherpt.

Deze special bevat voorstellen van het kabinet die de komende periode in het parlement worden behandeld. De voorgestelde maatregelen treden per 1 januari 2023 in werking, tenzij anders is vermeld.

Klik hier voor de special

Door |2024-05-31T09:27:54+02:0028 september 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Special Miljoenennota 2023
  • Nieuwsbrief juli 2022

Nieuwsbrief juli 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 11 juli 2022, 20:00 uur.


1. Aanvullende verplichtingen oproepkrachten vanaf augustus 2022

Per 1 augustus 2022 is sprake van een aanvullende verplichting voor de werkgever aan oproepkrachten. In de arbeidsovereenkomst moet worden opgenomen op welke dagen en tijdstippen de oproepkracht beschikbaar moet zijn.

‘Onvoorspelbare’ arbeidstijdstippen
Het gaat dan concreet om arbeidsovereenkomsten waarbij de tijdstippen waarop arbeid moet worden verricht geheel, of grotendeels, onvoorspelbaar zijn. Denk hierbij concreet aan nulurencontracten of min-maxcontracten. De wetgever heeft echter aangegeven dat onder contracten met een onvoorspelbaar werkpatroon ook wordt verstaan arbeid waarbij de werknemers door de werkgever verplicht worden te antwoorden op verzoeken van klanten. Denk hierbij aan bepaalde bereikbaarheids- en stand-bydiensten.

Wat moet er schriftelijk worden meegedeeld?
Is het merendeel van de uren waarop moet worden gewerkt onvoorspelbaar, dan kan de oproepkracht alleen worden verplicht om te werken op de uren waarvan de werkgever hem bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst schriftelijk heeft medegedeeld:

  • dat de te verrichten uren variabel zijn;
  • wat het gewaarborgde aantal betaalde uren is;
  • wat het loon is voor de uren boven de gewaarborgde uren;
  • wat de dagen en uren zijn waarop de werknemer kan worden verplicht om te werken;
  • wat de termijnen zijn waarop een werknemer kan worden opgeroepen (bij een oproepcontract zal dit 4 dagen zijn, tenzij deze termijn in een cao is bekort naar 24 uur).

De oproepkracht mag dus oproepen weigeren buiten deze afgesproken referentiedagen of referentie-uren. Op de afgesproken referentiedagen en referentie-uren geldt overigens niet dat er dan ook recht op loon bestaat. Dat ontstaat pas als er feitelijk wordt gewerkt.

Vermelding in contract
In praktisch opzicht betekent dit dat bij oproepkrachten in de arbeidsovereenkomst moet worden opgenomen op welke dagen en tijdstippen de oproepkracht beschikbaar moet zijn. Het is dus van belang alert te zijn op de vermelding van de beschikbaarheid in het contract. Er gelden geen beperkingen wat betreft het aantal referentiedagen en referentie-uren dat partijen kunnen vastleggen.

Dit betekent dat vrijwel alle dagen van de week en alle uren van de dag kunnen worden vermeld.

Let op!
Bij reeds bestaande contracten geldt dat de nieuwe informatieverplichting pas binnen een maand na een verzoek daartoe verstrekt dient te worden.


2. Geen premies werknemersverzekering voor dga holding

Is een werkmaatschappij premies werknemersverzekeringen verschuldigd voor de dga’s van de holdings die werkzaamheden verrichten in de werkmaatschappij? De Hoge Raad gaf hier aanwijzingen over.

Managementovereenkomst
Bij een structuur met holdings en een werkmaatschappij is de dga van de holding vaak in dienstbetrekking bij de holding. Tussen de holdings en de werkmaatschappij worden dan managementovereenkomsten gesloten. De dga van de holding wordt vervolgens door de holding ingezet voor het verrichten van de werkzaamheden in de werkmaatschappij.

Werknemersverzekeringen
De holding zal voor de dga veelal geen premies verschuldigd zijn voor de werknemersverzekeringen, omdat de dga het merendeel van de aandelen bezit. Voor de werkmaatschappij kan dit, bij meerdere aandeelhouders, anders zijn.

De Belastingdienst meent dan vaak dat sprake is van een dienstbetrekking tussen de dga en de werkmaatschappij. Dit heeft tot gevolg dat de werkmaatschappij premies werknemersverzekeringen verschuldigd is voor de dga van de holding.

Tip!
Voor de loonheffing kan in dit soort situaties vaak de doorbetaaldloonregeling worden toegepast, waardoor niet in de werkmaatschappij, maar alleen in de holding loonheffing verschuldigd is.

Dienstbetrekking?
De Hoge Raad gaf aanwijzingen over de beoordeling of een managementovereenkomst tussen een holding en een werkmaatschappij kan worden aangemerkt als een dienstbetrekking tussen de dga van de holding en de werkmaatschappij.

Hiervoor moet volgens de Hoge Raad gekeken worden naar de inhoud van de gemaakte afspraken, maar ook naar de wijze waarop uitvoering is gegeven aan deze gemaakte afspraken. Volgt daaruit dat sprake is van het persoonlijk verrichten van arbeid door de dga, loon aan de dga en een gezagsverhouding van de werkmaatschappij ten opzichte van de dga, dan is sprake van een dienstbetrekking en zijn dus premies werknemersverzekeringen verschuldigd.

Contract tussen holding en werkmaatschappij
Als de werkmaatschappij en de holding een managementovereenkomst hebben afgesloten en hier ook feitelijk naar wordt gehandeld, zal het voor de Belastingdienst lastig zijn om een dienstbetrekking te bewijzen tussen de dga van de holding en de werkmaatschappij. De afspraken zijn immers niet tussen de dga en de werkmaatschappij gemaakt, maar tussen de holding en de werkmaatschappij. De dga is dan zelf geen contractspartij en heeft geen verplichtingen aan de werkmaatschappij. Het is aan de Belastingdienst om te bewijzen dat wel sprake is van een dergelijke band.

Aanwijzingen Hoge Raad
Het feit dat de dga’s onmisbaar zijn, is volgens de Hoge Raad in ieder geval onvoldoende om persoonlijk arbeid tussen de dga en de werkmaatschappij aan te nemen. Ook is een managementvergoeding door de werkmaatschappij betaald aan de holding iets anders dan loon aan een werknemer. Tot slot geeft de Hoge Raad aan dat de dga’s van de holding onder het wettelijke stelsel in ieder geval niet onder gezag staan van de algemene vergadering van aandeelhouders van de werkmaatschappij. De dga heeft immers geen juridische band met de werkmaatschappij.


3. Nevenwerkzaamheden: de situatie na 1 augustus 2022

Per 1 augustus 2022 wordt de EU-richtlijn Transparante en Voorspelbare Arbeidsvoorwaarden geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Wat betekent dit voor jou als werkgever ten aanzien van nevenwerkzaamheden?

Tot nu toe was er nog geen wettelijke regeling met betrekking tot het verrichten van nevenwerkzaamheden. In de praktijk komen veel werkgevers nevenwerkzaamhedenbedingen overeen. Daarin wordt een meldingsverplichting opgenomen voor de werknemer om (on)betaalde nevenwerkzaamheden te melden. Daarbij heeft de werkgever dan het recht deze werkzaamheden onder bepaalde voorwaarden te verbieden.

Objectieve redenen
De nieuwe wetgeving houdt onder meer in dat jij als werkgever de werknemer in het kader van het recht op vrije arbeidskeuze niet mag verbieden buiten zijn werkrooster voor een andere werkgever te werken. Een verbod is alleen gerechtvaardigd als je daarvoor zogenaamde objectieve redenen kunt aanwijzen. Onder objectieve redenen worden verstaan:

  • gezondheid en veiligheid
  • bescherming van vertrouwelijkheid en bedrijfsinformatie
  • integriteit van overheidsdiensten
  • vermijden van belangenconflicten

Doelmatig en noodzakelijk
Bij een objectieve rechtvaardigingsgrond moet getoetst worden of het verbieden van de nevenwerkzaamheden doelmatig (passend en geschikt) en noodzakelijk (proportioneel) is om het zwaarwegende belang van de werkgever te beschermen. Daarbij worden ook de belangen van de werknemer meegewogen. Beoordeeld moet worden of het belang van de werkgever dusdanig is dat het belang van de werknemer om elders te kunnen werken daarvoor moet wijken.

Geen overgangsrecht
Er moet dus een objectieve reden zijn aan te voeren om een beroep te kunnen doen op het nevenwerkzaamhedenbeding. Dit geldt ook voor nevenwerkzaamheden die al vóór 1 augustus 2022 zijn overeengekomen.

Let op!
Het is niet nodig om genoemde objectieve redenen in de arbeidsovereenkomst op te nemen.

Pas op het moment dat je een beroep wilt doen op het nevenwerkzaamhedenbeding, moet je de objectieve redenen onderbouwen. Denk aan de situatie dat een werknemer als gevolg van de nevenwerkzaamheden de maximale toegestane arbeidstijd overschrijdt. Dan is een objectieve reden gelegen in een mogelijk gevaar voor de gezondheid en de veiligheid. Bovendien ben je als werkgever verplicht toe te zien op naleving van de Arbeidstijdenwet.

Omgekeerde bewijslast
Op het moment dat de werknemer aannemelijk maakt dat hij is ontslagen vanwege het verrichten van nevenwerkzaamheden, zal de werkgever moeten bewijzen dat dit niet het geval is. Er geldt dus een omgekeerde bewijslast. Als er discussie bestaat over de aanwezigheid van een objectieve reden, is het uiteindelijk de burgerlijke rechter die bepaalt of het verbod gerechtvaardigd is. De werknemer is overigens ook op grond van de Arbeidstijdenwet verplicht om nevenwerkzaamheden te melden.


4. Belastingdienst start met rechtsherstel box 3

De staatssecretaris heeft de berekening van het rechtsherstel box 3 bekendgemaakt. Vanaf 1 juli 2022 start de Belastingdienst met het rechtsherstel aan iedereen die op tijd bezwaar maakte tegen de aanslagen 2017 tot en met 2020. Dit gebeurt grotendeel geautomatiseerd. Je hoeft dus zelf (nog) geen actie te ondernemen.

Rechtsherstel box 3
Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement.

Het oordeel van de Hoge Raad betekent dat de Belastingdienst rechtsherstel moet gaan bieden. Op 30 juni 2022 is bekendgemaakt hoe de Belastingdienst dit gaat berekenen.

Doelgroep
Vooralsnog wordt alleen rechtsherstel geboden aan iedereen die op tijd bezwaar maakte, aan iedereen van wie de aanslag op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond
en aan iedereen van wie de aanslag op 24 december 2021 nog niet definitief was opgelegd.

Let op!
Het rechtsherstel geldt alleen voor de jaren 2017 tot en met 2022.

Op 1 juli start de Belastingdienst met het rechtsherstel aan iedereen die op tijd bezwaar maakte tegen de aanslagen 2017 tot en met 2020. De andere doelgroepen volgen later.

Tip!
Het rechtsherstel gebeurt grotendeel geautomatiseerd. Je hoeft dus zelf (nog) geen actie te ondernemen.

Berekening rechtsherstel
De nieuwe berekening van de box 3-heffing gaat uit van het forfaitair rendement voor drie vermogensgroepen: de banktegoeden, de overige bezittingen (onder meer beleggingen en onroerend goed) en de schulden.

Voor het rendement op banktegoeden geldt een forfait dat gebaseerd is op de gemiddelde rente op deposito’s. Dit loopt van 0,25% in 2017, 0,12% in 2018, 0,08% in 2019, 0,04% in 2020 tot 0,01% in 2021.

Voor het rendement op overige bezittingen wordt uitgegaan van het wettelijke forfait uit rendementsklasse II. Dit loopt van 5,39% in 2017, 5,38% in 2018, 5,59% in 2019, 5,28% in 2020 tot 5,69% in 2021.

Voor het rendement op schulden wordt uitgegaan van de gemiddelde hypotheekrente. Dit loopt van 3,43% in 2017, 3,20% in 2018, 3% in 2019, 2,74% in 2020 tot 2,46% in 2021.

Op basis van de forfaitaire rendementspercentages van de verschillende vermogensgroepen wordt het totale nieuwe forfaitaire rendement berekend. Dit vormt de basis voor de berekening van de nieuwe box 3-heffing.

Teruggave inkomstenbelasting
Als deze nieuwe box 3-heffing lager is dan de box 3-heffing volgens de wettelijke bepaling, zal dit leiden tot een teruggave van inkomstenbelasting. Is de nieuwe box 3-heffing gelijk of hoger dan de box 3-heffing volgens de wettelijke bepalingen, dan volgt geen teruggave.

Let op!
Als je binnen de doelgroep van het rechtsherstel valt, krijg je altijd bericht van de Belastingdienst. Dat kan dus of een teruggave inkomstenbelasting zijn, of het bericht dat je geen recht hebt op een teruggave.

Tip!
Als je het niet eens bent met de teruggave of het feit dat je geen teruggave krijgt, kan je of een verzoek om ambtshalve vermindering indienen of, als de bezwaartermijn van jouw aanslag nog niet verlopen is, een bezwaar indienen.

Rechtsherstel niet-bezwaarmakers
Als je niet of te laat bezwaar maakte, stond jouw aanslag op 24 december 2021 misschien al onherroepelijk vast. Of aan deze doelgroep nog rechtsherstel wordt geboden, is helaas (nog) niet bekend.

Tip!
Op verzoek van de Tweede Kamer zijn verschillende opties onderzocht om rechtsherstel te bieden aan mensen die niet of te laat bezwaar maakten tegen de box 3-heffing. Dit rechtsherstel is juridisch niet verplicht, maar de minister kan besluiten om dit toch te bieden. Of dit gebeurt en hoe wordt waarschijnlijk op Prinsjesdag bekendgemaakt. De uiteindelijke keuze zal met name afhangen van de uitvoerbaarheid en de budgettaire gevolgen, maar ook de rechtvaardigheid en juridische houdbaarheid worden meegewogen.


5. Kabinet wil versoepeling aflossen coronaschulden

Ondernemers die door de coronacrisis in financiële moeilijkheden zijn geraakt, konden bijzonder uitstel van betaling krijgen voor hun belastingschulden. Deze schulden moeten zij vanaf oktober 2022 in principe in uiterlijk 60 maanden aflossen. Het kabinet wil de afbetalingsregeling voor deze belastingschulden versoepelen. Een van de plannen is dat het onder voorwaarden mogelijk wordt per kwartaal af te lossen in plaats van per maand. Een andere optie is de mogelijkheid van een incidentele betaalpauze één keer gedurende maximaal drie maanden. Hierdoor moet in de resterende maanden dan wel een groter bedrag worden afgelost. De Tweede Kamer heeft de regering ook verzocht om levensvatbare ondernemers waarvoor de 60 maanden te kort is op verzoek en onder voorwaarden aflossing in zeven jaar toe te staan. Of de regering dit scenario ook gaat invoeren is nog niet bekend.


6. Studiekostenbeding: wat verandert er?

Vanaf augustus 2022 wordt de mogelijkheid om rechtsgeldig een studiekostenbeding af te spreken met jouw werknemer beperkter. Als je verplicht bent de scholing aan de werknemer aan te bieden, wordt de scholing voor de werknemer kosteloos én wordt deze als werktijd aangemerkt. Die verplichting kan er zijn op grond van de wet of de cao (bijvoorbeeld opleidingen op het gebied van veiligheid en vakbekwaamheid). Al lopende studiekostenbedingen die verplichte scholing betreffen, komen vanaf augustus te vervallen. Staat het beroep van de werknemer op de lijst van zogeheten gereglementeerde beroepen, dan is een studiekostenbeding nog wel mogelijk. Dit is alleen anders als deze opleiding in een cao verplicht is gesteld.

Door |2024-05-31T09:27:54+02:0011 juli 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juli 2022
  • Update Special Lonen 2022

Update Special Lonen 2022

De Special Lonen 2022 is een handig naslagwerk voor jou als werkgever of als P&O-medewerker.

Deze special bevat actuele cijfers van onder meer het minimumloon, premiepercentages werknemersverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, premies WW en arbeidskortingen, LIV en LKV en het gebruikelijk loon voor de DGA.

Tevens bevat deze editie informatie over bijvoorbeeld de auto van de zaak, de thuiswerkvergoeding, de WKR en de transitievergoeding.

De hoofdstukken 7 tot en met 10 in deze special gaan in op diverse Coronagerelateerde maatregelen.

Klik hier voor de special

Door |2024-05-31T09:27:54+02:0023 juni 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Update Special Lonen 2022
  • Nieuwsbrief juni 2022

Nieuwsbrief juni 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 13 juni 2022, 20:00 uur.


1. Het MKB staat voor grote uitdagingen

Het MKB heeft in 2021 financieel over de breedte goed gepresteerd, mede dankzij de Coronasteun van de overheid. Niet alleen de omzet en de winst stegen, ook de vermogenspositie staat op grote hoogte. Maar de onderlinge verschillen tussen MKB-ondernemingen zijn groot. Bovendien zijn de opgebouwde buffers keihard nodig in het licht van de grote uitdagingen waar het MKB nu voor staat.

Dit komt naar voren uit het SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Omzetstijging ruim 10%, winststijging bijna 38%
In 2021 heeft het MKB ten opzichte van 2020 een omzetstijging van ruim 10% laten zien en een winststijging van bijna 38%. Dit zijn weliswaar gemiddelden. Als we bijvoorbeeld de cijfers van de horeca vergelijken met het pre-Coronajaar 2019, zien we dat de sector nog lang niet op het oude niveau zit.

Nederland totaal

Zorgen over toegang tot financiering
Het MKB staat voor grote uitdagingen. Daarbij valt te denken aan de sterk gestegen energieprijzen – mede door de oorlog in Oekraïne –, de schaarste aan grondstoffen, de personeelstekorten en de koopkrachtdaling. En dat terwijl het MKB volgens Harry Marissen, bestuurslid SRA, en Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland, steeds moeilijker aan financiering kan komen. “Dat vind ik een zorgwekkende ontwikkeling”, zegt Marissen. “Bedrijven moeten zich wapenen voor de toekomst en blijven innoveren en investeren, ook in de energietransitie.”

Wat moet het kabinet nu doen voor een gunstig ondernemersklimaat? Vonhof: “We mogen trots zijn op de prestaties van ondernemers. Voor veel sectoren is vorig jaar een goed jaar geweest. Maar, het MKB in bijvoorbeeld de industrie heeft de buffers ook nodig om de crisis vanwege de oorlog in Oekraïne aan te kunnen. We maken ons verder zorgen over de ondernemers die met forse Coronaschulden overeind moeten blijven. Het kabinet moet voor deze groep aandacht houden. We staan als ondernemers voor forse innovatie en dus investeringsuitdagingen. Digitalisering en robotisering zullen, gegeven de krappe arbeidsmarkt, een impuls krijgen. Investeringen om te voldoen aan de duurzaamheidseisen vragen sowieso veel van het MKB. Het is heel mooi nieuws dat het eigen vermogen gemiddeld in het MKB op peil is gebleven in 2021. Dat de toegang tot financiering niet is verbeterd, is een flinke tegenvaller. Als we dit niet oplossen, gaan we onze ambities niet halen.”

Omzetontwikkeling over 2021
De omzet is het sterkst gestegen in de industrie (+20,8%), gevolgd door de specialistische zakelijke dienstverlening (+12%), de logistieke branche (+11,6%) en de horeca (+11,4%). De bouw (+4,8%) en de detailhandel (+5,3%) blijven achter bij het gemiddelde. De omzetstijging van de horeca in 2021 moet worden gezien in de context van een omzetdaling in 2020.

De omzetontwikkeling in het MKB heeft in 2021 gemiddeld een verbetering laten zien ten opzichte van het voorgaande jaar (10,1%, tegenover +0,6% in 2020). De groei werd vooral gedreven door het herstel van de economie, al hebben lockdowns ervoor gezorgd dat niet alle bedrijven hier (even sterk) van hebben kunnen profiteren. Per saldo heeft bijna 73% van de mkb-bedrijven de omzet zien stabiliseren of stijgen.

Omzetontwikkeling

Winstontwikkeling over 2021
De winst is in 2021 met bijna 38% toegenomen. Dit is erg sterk ten opzichte van het voorgaande jaar (+9%) en ook in vergelijking met de omzetgroei. Per saldo liet bijna 54% van de ondernemers een stabiele of hogere winst zien ten opzichte van een jaar eerder. Bij micro-ondernemingen, minder dan 10 fte, was dat 45%. Dat komt omdat zij minder gebruik konden maken van de NOW-steunmaatregel in vergelijking met grotere ondernemingen.

Winstontwikkeling

Ontwikkeling eigen vermogen
Het eigen vermogen is in het MKB in totaal met bijna 17% toegenomen. Een jaar eerder was er een stijging van bijna 13%. De groei van het eigen vermogen in 2021 zal voor een groot deel verband houden met de stevige winstgroei die is toegevoegd aan het eigen vermogen. Daarnaast heeft de Coronasteun van de overheid voorzien in liquiditeit.

Eigen vermogen


2. Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

Maakte je niet op tijd bezwaar tegen de box 3-heffing in jouw aanslagen inkomstenbelasting 2017, 2018, 2019 en/of 2020? Dan biedt de wet geen mogelijkheden op rechtsherstel in box 3, aldus de Hoge Raad.

Rechtsherstel box 3
Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement.

Eind april 2022 werd bekend dat iedereen die tijdig bezwaar maakte tegen de box 3-heffing, in de aanslagen inkomstenbelasting vanaf 2017 automatisch vóór 4 augustus 2022 rechtsherstel krijgt.

Geen of te laat bezwaar
Voor iedereen die niet (tijdig) bezwaar maakte, was nog geen beslissing genomen over het al dan niet bieden van rechtsherstel.

De Hoge Raad geeft aan dat de wet geen mogelijkheid biedt om alsnog bezwaar te maken: een verzoek om ambtshalve vermindering mag door de Belastingdienst worden afgewezen.

Besluit minister van Financiën
Dit zou anders zijn geweest als de minister van Financiën gebruik zou maken van de wettelijke mogelijkheid een uitzondering te maken. Dat heeft hij nog niet gedaan. In de Voorjaarsnota die in mei openbaar werd, staat nog wel vermeld dat als besloten wordt om alsnog ambtshalve vermindering te verlenen, daar nog budgettaire dekking voor gevonden moet worden. Op basis van het oordeel van de Tweede Kamer wordt daarom wellicht nog anders besloten.

Let op!
Er is nog een andere mogelijkheid. Als in jouw specifieke situatie sprake is van een individuele en buitensporige last, kan je nog wel een verzoek om ambtshalve vermindering doen. Medio 2021 werd echter uit een oordeel van de Hoge Raad al duidelijk dat van een dergelijke last niet snel sprake zal zijn.

Geen heroverweging rechtspraak box 3 tot en met 2016
De Hoge Raad spreekt in het arrest van 20 mei 2022 ook nog expliciet uit dat de gevormde rechtspraak over de box 3-heffing voor de jaren tot en met 2016 in stand blijft. Het oordeel uit het arrest van 24 december 2021 heeft dan ook alleen betrekking op de jaren vanaf 2017, aldus de Hoge Raad.

Voor de jaren tot en met 2016 is daarom ook alleen herstel mogelijk als sprake is van een individuele en buitensporige last. Zoals hiervoor al aangegeven zal daarvan niet snel sprake zijn.


3. Voorjaarsnota: wat zijn de fiscale gevolgen?

Ondernemers gaan bij hogere winsten meer vennootschapsbelasting betalen en in box 2 worden twee tarieven geïntroduceerd, in plaats van één tarief nu. Deze en andere nieuwe belastingmaatregelen komen uit de plannen van de Voorjaarsnota van 20 mei 2022.

Voorjaarsnota
Vrijdag 20 mei 2022 zond de minister van Financiën de Voorjaarsnota naar de Tweede Kamer. De Voorjaarsnota bevat een bijwerking van de begroting voor 2022 en de plannen voor 2023 en verder. Hieruit kunnen verschillende nieuwe belastingmaatregelen ontleend worden.

Nieuwe belastingmaatregelen vanaf 2023
De belangrijkste aangekondigde nieuwe belastingmaatregelen vanaf 2023 zijn:

  • de tariefschijf vennootschapsbelasting gaat weer naar €200.000 (is nu €395.000). Vanaf 2023 is dus voor winsten boven de €200.000 al 25,8% vennootschapsbelasting verschuldigd;
  • het is vanaf 2023 niet langer mogelijk om te een bedrag te reserveren voor de Fiscale Oudedagsreserve (FOR);
  • de verhoging van het heffingsvrij vermogen in box 3 van €50.650 naar circa €80.000 gaat niet door;
  • de aangekondigde verhoging van de ouderenkorting vanaf 2023 gaat niet door;
  • de doelmatigheidsmarge in het gebruikelijk loon wordt verlaagd van 25 naar 15% met als gevolg dat mogelijk een verhoging van het DGA-loon nodig is;
  • het algemene tarief in de overdrachtsbelasting voor beleggers gaat van 8% omhoog naar 10,1% (eerder was 9% aangekondigd).

Tarieven box 2 en 30%-regeling vanaf 2024
Vanaf 2024 zijn twee tarieven in box 2 aangekondigd: 26% voor de eerste €67.000 inkomsten per persoon, 29,5% daarboven. Op dit moment geldt één tarief van 26,9%. Daarnaast wordt de 30%-regeling vanaf 2024 beperkt tot de zogenaamde balkenendenorm.

Algemene heffingskorting vanaf 2025
De daling van de algemene heffingskorting is vanaf 2025 niet alleen maar afhankelijk van het inkomen in box 1, maar ook van het inkomen in box 2 en 3.

Meevallers reiskostenvergoeding en zonnepanelen
Naast deze lasten verzwarende maatregelen zijn er ook wat meevallers te melden. Zo vindt de eerder aangekondigde verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding al plaats vanaf 2023. Daarnaast start de afbouw van de salderingsregeling voor de teruglevering van energie van zonnepanelen niet in 2023 maar in 2025 en is vanaf 2023 geen btw meer verschuldigd over de levering en installatie van zonnepanelen op en in de onmiddellijke nabijheid van woningen.


4. Nieuwe Wet betaald ouderschapsverlof vanaf 2 augustus 2022

De nieuwe Wet betaald ouderschapsverlof (WBO) gaat in 2022 van kracht. Daarin is geregeld dat vanaf 2 augustus 2022 jouw werknemers recht hebben op een uitkering van het UWV als zij ouderschapsverlof opnemen. Deze wet is een wijziging van de Wet Arbeid en Zorg (WAZO).

Hoe ziet betaald ouderschapsverlof eruit?
De totale omvang van ouderschapsverlof bedraagt 26 maal de wekelijkse arbeidsduur. Het verlof kan opgenomen worden tot aan de dag waarop het kind de leeftijd van acht jaar bereikt.

Onder de WBO geldt vanaf 2 augustus dat de werknemer die ouderschapsverlof opneemt, gedurende negen weken recht heeft op een uitkering van het UWV ter hoogte van 70% van het maximum dagloon. Jouw werknemer heeft alleen recht op deze uitkering als het verlof wordt opgenomen vóór de datum waarop het kind de leeftijd van één jaar bereikt.

Let op!
Is het kind van jouw werknemer vóór 2 augustus 2022 geboren? Dan heeft jouw werknemer ook recht op betaald ouderschapsverlof zolang het kind de leeftijd van één jaar nog niet heeft bereikt. Voorwaarde is verder dat jouw werknemer nog niet het volledige recht op ouderschapsverlof (26 weken) heeft opgenomen.

Welke werknemers komen in aanmerking?
Voor de WBO komen in aanmerking:

  • de werknemer die wettelijke ouder is of het kind heeft erkend;
  • de werknemer die volgens de basisregistratie personen op hetzelfde adres woont als het kind en duurzaam de verzorging en opvoeding van het kind als een eigen kind op zich heeft genomen;
  • de werknemer die pleegzorgouder of adoptieouder is.

Voor het aanvragen van een uitkering van het UWV is het noodzakelijk dat de werknemer een arbeidsovereenkomst of een publiekrechtelijke aanstelling heeft (ambtenaren). De aanvraag loopt dan via de werkgever.

Ook voor de DGA!
Vanaf 2 augustus komen directeur-grootaandeelhouders, alfahulpen en particuliere huishoudelijke hulpen ook in aanmerking voor betaald ouderschapsverlof. Gedurende 9 weken kunnen zij een uitkering krijgen van 70% van het wettelijk minimumloon van een 21-jarige.

Tip!
Zij kunnen vanaf 2 augustus ook een beroep doen op betaald aanvullend geboorteverlof. Zij krijgen dan recht op maximaal 5 weken 70% van het wettelijk minimumloon voor een 21-jarige.

DGA’s, alfahulpen en huishoudelijke hulpen dienen de aanvraag rechtstreeks in bij het UWV. Voor het aanvragen van een uitkering moeten ook zij een arbeidsovereenkomst hebben.

Europese richtlijn
Betaald ouderschapsverlof was nog niet eerder geregeld. Het is de uitwerking van een Europese richtlijn om het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers te bevorderen.


5. TVL voor starters tot 2 augustus aan te vragen

Ondernemers in het MKB die vanaf 1 juli 2020 zijn gestart, kunnen TVL voor starters aanvragen. Voor het vierde kwartaal 2021 bij een omzetverlies van 20% en voor het eerste kwartaal 2022 bij een omzetverlies van 30% ten opzichte van het derde kwartaal 2021. Voorwaarde is onder meer dat de onderneming na 30 juni 2020 maar uiterlijk 30 juni 2021 (voor TVL Q4 2021) of 30 september 2021 (voor TVL Q1 2022) was ingeschreven bij de KVK. De minimale TVL bedraagt €1.500 per kwartaal, de maximale €100.000. Voor bepaalde sectoren is het maximum lager. Het aanvragen van de TVL kan tot 2 augustus 2022 17.00 uur bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).


6. Aanvraag subsidie praktijkleren weer mogelijk

Vanaf 2 juni 2022 tot en met 16 september 2022 17.00 uur is het mogelijk om een aanvraag in te dienen voor een subsidie praktijkleren voor het studiejaar 2021-2022. De subsidie praktijkleren is bedoeld voor werkgevers die leerlingen, deelnemers of studenten begeleiden. Daarnaast biedt de subsidie een tegemoetkoming in de loon- of begeleidingskosten van promovendi of technologische ontwerpers in opleiding (toio’s). De subsidie bedraagt maximaal €2.700 per praktijk- of werkleerplaats. Voor een MBO BBL-leerplek in de sectoren landbouw, horeca en recreatie en in contact- en conjunctuurgevoelige sectoren en voor een hbo-leerplek in de sectoren techniek (inclusief ICT) en gezondheidszorg is extra subsidie beschikbaar. Deze extra subsidie loopt automatisch mee in jouw reguliere aanvraag van de subsidie praktijkleren.

Door |2024-05-31T09:27:54+02:0013 juni 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juni 2022
  • Nieuwsbrief mei 2022

Nieuwsbrief mei 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 9 mei 2022, 20:00 uur.


1. Rechtsherstel box 3 vóór 4 augustus via ‘spaarvariant’

De ongeveer 60.000 belastingplichtigen die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de belastingheffing in box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020, krijgen vóór 4 augustus van dit jaar rechtsherstel. Het herstel wordt geboden via de zogenaamde spaarvariant. Vooral voor mensen met spaargeld betekent dit dat ze een teruggave kunnen verwachten. Dit heeft het kabinet bekendgemaakt.

Hoe wordt de mogelijke teruggave berekend?
Er is een nieuwe methodiek opgesteld om de belastingheffing op het vermogen te bepalen voor de jaren 2017 tot en met 2020. In deze zogenaamde spaarvariant wordt de heffing in box 3 berekend via de werkelijke verdeling van het vermogen tussen spaargeld en beleggingen. Hierover wordt een forfaitair rendement berekend. Voor het spaargeld wordt uitgegaan van een forfaitair rendement op basis van de actuele spaarrente (van 0,25% in 2017 tot 0,01% in 2021), die bijna nul is. Bij het vaststellen van het forfaitair rendement van beleggingen wordt uitgegaan van het meerjarige gemiddelde rendement op beleggingen (van 5,39% in 2017 tot 5,69% in 2021). Voor schulden wordt aangesloten bij de hypotheekrente (van 3,43% in 2017 tot 2,46% in 2021).

Bedraagt de box 3-heffing op basis van deze nieuwe berekening minder dan op basis van de wettelijke berekening en maak je tijdig bezwaar? Dan volgt een teruggaaf. Is de box 3-heffing op basis van de nieuwe berekening hoger, dan volgt geen teruggaaf. Je hoeft voor de jaren 2017 tot en met 2022 echter ook niet bij te betalen.

Let op!
Het kabinet wil deze uitgangspunten ook toepassen voor de heffing in box 3 over de jaren 2023 en 2024. Hiertoe zal met Prinsjesdag 2022 een wetsvoorstel worden ingediend. Het is de bedoeling dat vanaf 2025 de box 3-heffing dan plaatsvindt op basis van het werkelijke rendement.

Rechtsherstel nog niet vaststaande aanslagen
Vanaf medio september 2022 wordt daarnaast herstel geboden aan de aanslagen over 2017 tot en met 2020 die op 24 december 2021, de datum van het arrest van de Hoge Raad, nog niet onherroepelijk vaststonden. Vanaf medio oktober volgt dan het rechtsherstel voor de aangiften 2017 tot en met 2020 waarbij nog geen aanslag was opgelegd.

Afhandeling aangifte 2021
Mensen met box 3-inkomen die dit jaar op tijd aangifte hebben gedaan over 2021 en belasting moeten betalen, ontvangen deze aanslag niet voor 1 juli van dit jaar. De Belastingdienst houdt de aangiftes met box 3 apart en legt deze aanslagen vanaf augustus 2022 gefaseerd op. Op dat moment is waarschijnlijk ook een nieuwe versie van de onlineaangifte 2021 beschikbaar. Indien gewenst, bijvoorbeeld in verband met een nieuwe partnerverdeling, kan de aangifte 2021 dan opnieuw ingediend worden.

Wie voor 1 mei 2022 aangifte heeft gedaan en een teruggave verwacht, krijgt in eerste instantie wel een voorlopige aanslag die gebaseerd is op de oude systematiek. Bedraagt de box 3-heffing op basis van de nieuwe berekening minder, dan herstelt de Belastingdienst dit automatisch bij het opleggen van de definitieve aanslag. Je hoeft hiervoor dus geen actie te ondernemen.

Geen bezwaar gemaakt?
Voor degenen die geen (tijdig) bezwaar maakten tegen de aanslagen 2017 tot en met 20202, beslist het kabinet later of ook zij rechtsherstel krijgen. Dit hangt af van een arrest van de Hoge Raad in een andere zaak, dat dit najaar wordt verwacht.


2. Sancties dreigen voor niet registreren in UBO-register

Voor een aantal juridische entiteiten bestaat de plicht om geregistreerd te zijn in het zogenaamde UBO-register. Val je hieronder en heb je, je nog niet ingeschreven, dan kan je te maken krijgen met sancties. Dit heeft minister Kaag bekendgemaakt.

UBO-register
UBO staat voor ‘ultimate beneficial owner’, ofwel de uiteindelijke belanghebbende. Dit is de persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of de uiteindelijke zeggenschap heeft over een BV, stichting, vereniging of andere organisatie waarvoor de registratieplicht geldt. Het UBO-register is vooral bedoeld om witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan.

Bij wie start de controle op inschrijving?
Ongeveer de helft van alle entiteiten die geregistreerd moeten zijn, voldoet nog niet aan deze plicht. Dit ondanks de ruime voorbereidingstijd. De aangekondigde sancties zullen zich daarom eerst richten op de entiteiten waar het risico op witwassen en financieren van terrorisme het grootst is. Bij andere entiteiten zal steekproefsgewijs gehandhaafd worden.

Let op!
Voordat er gehandhaafd wordt, ontvang je eerst een brief met een laatste waarschuwing en met een termijn om alsnog aan de registratieplicht te voldoen.

Uiteenlopende sancties
De sancties zijn uiteenlopend. Ze variëren van een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom, tot in zeer uitzonderlijke gevallen een gevangenisstraf. Ook kan in uitzonderlijke gevallen een zaak voor strafrechtelijke handhaving worden doorverwezen naar het Openbaar Ministerie. Anderzijds zal ook op andere wijze gepoogd worden om het aantal geregistreerde entiteiten toe te laten nemen.

Nog niet ingeschreven?
Val je onder de verplichting je in te schrijven in het UBO-register en heb je dit nog niet gedaan? Doe dat dan alsnog. Je kan dit online doen bij de Kamer van Koophandel. Heb je hier vragen over of hulp bij nodig, neem dan contact met ons op.


3. Is jouw meewerkende partner verplicht verzekerd?

Als jouw partner in jouw eenmanszaak of VOF werkt, komt de vraag aan de orde of jouw partner verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Het antwoord is afhankelijk van de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking.

Dienstbetrekking
Jouw partner is verplicht verzekerd voor werknemersverzekeringen als hij of zij werkt in dienstbetrekking bij jouw eenmanszaak of VOF. Bij de beoordeling of sprake is van een dienstbetrekking spelen drie elementen een rol:

  • Bestaat een verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten?
  • Wordt een vergoeding betaald?
  • Is sprake van een gezagsverhouding?

Als alle drie de vragen met ja beantwoord worden, spreken we van een dienstbetrekking en dus van een verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen.

Gezagsverhouding
De verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten en het betalen van een vergoeding is al snel aan de orde. De vraag die daarom meestal voorligt, gaat over de gezagsverhouding.

Let op!
Soms wordt nog weleens gedacht dat een familie- of persoonlijke band per definitie betekent dat geen gezagsverhouding aanwezig is. Dit is niet juist. Voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding is het namelijk voldoende dat de werkgever bevoegd is om de werknemer bindende aanwijzingen over het werk te geven. De familie- of persoonlijke band wordt wel betrokken in de beoordeling of sprake is van een gezagsverhouding, maar sluit deze dus niet per definitie uit.

Meer dan alleen aanwijzingen
Het geven van aanwijzingen betekent overigens niet dat meteen een gezagsverhouding ontstaat. Een opdrachtgever maakt met zijn opdrachtnemer immers ook afspraken over het resultaat van de werkzaamheden van de opdrachtnemer. Een gezagsverhouding kan wel ontstaan als ook over de invulling (hoe, wanneer, waarmee et cetera) van de werkzaamheden aanwijzingen worden gegeven. Het antwoord op de vraag of een gezagsverhouding en dus een dienstbetrekking aanwezig is, is dus sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden.

Tip!
Werkt jouw partner onder vergelijkbare omstandigheden en voorwaarden als jouw andere werknemers? Dan is waarschijnlijk sprake van een dienstbetrekking.


4. Giftenaftrek voor vrijwilligers, wanneer kan dit?

Als vrijwilliger kan je soms vanwege jouw vrijwilligerswerk giften aftrekken in jouw aangifte inkomstenbelasting. Hiervoor geldt wel een aantal voorwaarden. Welke zijn dit?

Vrijwillig afzien van vrijwilligersvergoeding
Als je recht hebt op een vrijwilligersvergoeding, kan je deze misschien als gift aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting. Voorwaarde hiervoor is onder meer dat je door een regeling van de instelling recht heeft op de vergoeding, maar daar vrijwillig van afziet.

Let op!
De instelling waarvoor het vrijwilligerswerk wordt verricht, moet ook bereid én in staat zijn om je de vrijwilligersvergoeding daadwerkelijk te betalen. Heeft de instelling hiervoor onvoldoende financiële middelen, dan kan de vrijwilligersvergoeding alsnog niet als gift afgetrokken worden.

Andere voorwaarden voor de giftenaftrek
Een andere voorwaarde is dat de instelling – waarvoor het vrijwilligerswerk wordt verricht – een ANBI of culturele ANBI is. Deze instelling moet aan jou een verklaring geven dat vrijwilligerswerk is gedaan.

Let op!
Alleen als voldaan is aan álle voorwaarden kan de vrijwilligersvergoeding als gift in aftrek komen. In de praktijk blijkt dit weleens mis te gaan.

Gemaakte kosten als gift aftrekken
Maak je kosten voor het vrijwilligerswerk? Dan kan je deze kosten soms als gift in aftrek brengen.

Dat kan als je de kosten niet vergoed kan krijgen of hier vrijwillig van afziet. Het moet wel gaan om kosten die volgens maatschappelijke opvattingen vergoed behoren te worden. Denk hierbij aan reiskosten, portokosten, kosten voor papier, autokosten et cetera.

Tip!
Voor autokosten geldt een vast bedrag van €0,19 per kilometer. Wordt per taxi gereisd, dan mogen de werkelijke kosten in aanmerking genomen worden.

Let op!
Als je afziet van de vrijwilligersvergoeding én kosten maakt, komen deze kosten alleen in aftrek voor zover deze hoger zijn dan de vrijwilligersvergoeding.


5. Persoonlijke attentie aan werknemer kan belastingvrij

Alles wat je in verband met de persoonlijke relatie aan jouw werknemer geeft in plaats van in verband met de dienstbetrekking, is geen loon. Dit kan daarom belastingvrij. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een fruitmand voor een zieke werknemer of een rouwkrans bij overlijden. Geef je een persoonlijke attentie met een factuurwaarde (inclusief BTW) van maximaal €25 (geen geld of een waardebon)? En geef je dit in een situatie waarin anderen ook zo’n persoonlijke attentie zouden geven? Dan gaat de Belastingdienst ervan uit dat dit geen loon is. Dit kan dus belastingvrij. Voldoe je niet (helemaal) aan deze voorwaarden? De factuurwaarde is bijvoorbeeld meer dan €25? Dan kan er nog steeds sprake zijn van geen loon als er geen verband met de dienstbetrekking is. Houd er dan wel rekening mee dat je hierover misschien in discussie komt met de Belastingdienst.


6. AanZET: subsidie voor zero-emissieloze vrachtwagens

Voor de aanschaf van nieuwe emissieloze vrachtwagens kunnen ondernemingen en non-profitorganisaties vanaf 9 mei 2022 bij de Rijksdienst voor Ondernemen (rvo.nl) de Aanschafsubsidie Zero Emissie Trucks, oftewel AanZET, aanvragen. Je kan de subsidie pas aanvragen nadat je een koop- of financial-leaseovereenkomst zonder onherroepelijke verplichtingen heeft afgesloten. Deze overeenkomst mag op het moment dat je de subsidie aanvraagt, nog niet definitief zijn. De subsidie is een percentage van de verkoopprijs van het vrachtautochassis inclusief af-fabriekopties, maar exclusief BTW. De hoogte is afhankelijk van twee factoren: het type voertuig en de grootte van de onderneming.

Door |2024-05-31T09:27:54+02:009 mei 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief mei 2022
  • Nieuwsbrief april 2022

Nieuwsbrief april 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 11 april, 20:00 uur.


1. Vluchtelingen uit Oekraïne kunnen werken zonder vergunning

Wil je vluchtelingen uit Oekraïne als werknemer aannemen? Dan hoef je geen werkvergunning aan te vragen.

Zonder werkvergunning
Normaal gesproken moet je een werkvergunning aanvragen als je een werknemer afkomstig uit Oekraïne wilt aanstellen. In verband met de oorlog in hun thuisland geldt voor vluchtelingen uit Oekraïne echter de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie. Hierdoor kan je hen tewerkstellen zonder vergunning.

Terugwerkende kracht
De mogelijkheid om Oekraïners in dienst te nemen zonder werkvergunning, geldt vanaf 1 april 2022. Had je al eerder Oekraïners in dienst? Dan kan je gebruikmaken van de vrijstelling voor een werkvergunning met terugwerkende kracht vanaf 4 maart 2022.

Bewijs
Om gebruik te kunnen maken van werken zonder werkvergunning, moet de Oekraïner een document van de IND tonen waaruit blijkt dat hij of zij onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie valt. Vluchtelingen uit Oekraïne krijgen van de IND zo’n document.

Tip!
Nog niet alle vluchtelingen hebben zo’n document. Tot en met 30 mei 2022 kunnen alle Oekraïners daarom ook hun nationaliteit aantonen met bijvoorbeeld een paspoort.

Meldplicht
Je bent wel verplicht een melding te doen bij het UWV als je een werknemer uit Oekraïne in dienst wilt nemen. Op de melding geef je onder meer de duur en omvang van het dienstverband aan, de functie en het loon van de werknemer. Twee dagen na deze melding kan deze dan starten met werken.

Tip!
Tot en met 15 april 2022 hoef je deze twee dagen nog niet af te wachten. Werknemers uit Oekraïne die op of na 4 maart bij je zijn gaan werken, kan je namelijk tot en met 15 april 2022 ook achteraf melden.

Tip!
Vroeg je tussen 4 maart en 1 april 2022 al een tewerkstellingsvergunning (TWV) aan? Dan hoef je niet alsnog een melding te doen. Het UWV behandelt deze aanvraag dan als melding.


2. Medio 2022 nieuwe rechten en opzegverboden arbeidsovereenkomst

Vanaf 1 augustus 2022 geldt een aantal nieuwe rechten en opzegverboden voor arbeidsovereenkomsten. De Nederlandse wetgeving moet uiterlijk op die datum voldoen aan een Europese richtlijn voor transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden.

Wetsvoorstel bij Tweede Kamer
Nederland moet op uiterlijk 1 augustus 2022 de EU-richtlijn in de eigen wetgeving hebben verwerkt. Het voorstel voor de Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden ligt nu bij de Tweede Kamer. De EU-richtlijn legt aan werkgevers aanvullende verplichtingen op en heeft gevolgen voor verschillende arbeidsvoorwaarden en bedingen. De bedoeling van deze richtlijn is het beter beschermen van werknemersrechten.

Uitbreiding rechten werknemers
De EU-richtlijn beschrijft een aantal extra rechten en opzegverboden. De opzegverboden hebben als doel dat je als werkgever de arbeidsovereenkomst niet kunt opzeggen als een werknemer zich beroept op de nieuwe rechten. Deze nieuwe rechten hebben te maken met onder meer het studiekostenbeding, het nevenwerkzaamhedenbeding, het recht op voorspelbare arbeid en een informatieplicht van de werkgever.

1. Verbod studiekostenbeding voor noodzakelijke opleidingen
Er kan geen studiekostenbeding meer worden overeengekomen voor studiekosten die gemaakt worden voor de noodzakelijke uitoefening van de functie (en die door de wet of cao worden voorgeschreven). Die scholing moet kosteloos aan de werknemer worden aangeboden en moet indien mogelijk plaatsvinden onder werktijd.

2. Beperking verbod op nevenwerkzaamheden
Het nevenwerkzaamhedenbeding is op dit moment niet wettelijk geregeld. In het nieuwe wetsvoorstel wordt een verbod op nevenwerkzaamheden aan belangrijke beperkingen onderworpen. Een verbod op nevenwerkzaamheden zal niet meer rechtsgeldig kunnen worden bedongen. Uitzonderingen zijn beperkt en alleen op grond van objectieve redenen.

3. Verzoek voorspelbare arbeid
De werknemer mag een schriftelijk verzoek indienen om werk met meer voorspelbare en zekere arbeidsvoorwaarden als de werknemer op het moment van aanpassing van de arbeidsvoorwaarden minstens 26 weken in dienst is. Heb je tien werknemers of meer in dienst, dan moet je binnen een maand op dit verzoek reageren; heb je minder werknemers, dan binnen drie maanden. Als je niet op tijd schriftelijk en gemotiveerd reageert, mag de werknemer dit opeisen.

4. Uitbreiding van informatieplicht
Extra informatie zal moeten worden verstrekt aan werknemers over de eventuele uitzendconstructie, over de eventuele proeftijd, over het scholingsrecht en het verschaffen van aanvullende informatie over regels en procedures bij ontslag.

Let op!
Het wetsvoorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.


3. Uitkering betaald ouderschapsverlof naar 70 procent dagloon

De uitkering voor betaald ouderschapsverlof wordt verhoogd naar 70 procent van het dagloon. Oorspronkelijk was in de Wet betaald ouderschapsverlof vanaf 2 augustus 2022 een uitkering voor betaald ouderschapsverlof van 50 procent van het dagloon opgenomen. Het voorstel voor de verhoging naar 70 procent is door staatssecretaris Van Gennip naar de Tweede kamer gestuurd.

Betaald ouderschapsverlof
Ouders kunnen nu al 26 weken ouderschapsverlof opnemen, maar dit is onbetaald. Volgens de Wet betaald ouderschapsverlof worden vanaf 2 augustus 2022 de eerste negen weken wel betaald.

Opnemen in eerste levensjaar
Een belangrijk element is dat de eerste negen weken alleen worden betaald als deze in het eerste levensjaar van het kind worden opgenomen. Worden ze dan niet opgenomen, dan kunnen ze wel worden toegevoegd aan de nog resterende 17 weken onbetaald ouderschapsverlof.

Geboorteverlof
Partners hebben vanaf 2019 ook recht op een week betaald geboorteverlof in de eerste vier weken na de geboorte van de baby. Vanaf 1 juli 2020 bestaat ook recht op vijf weken aanvullend betaald geboorteverlof in de eerste zes maanden van een baby. Daarmee krijgen partners vanaf 2 augustus 2022 in het eerste levensjaar van het kind in totaal 15 weken betaald verlof.

Let op!
Het voorstel voor de uitkering naar 70 procent moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.


4. Controleer inkomende facturen op BTW-verleggingsregeling

Als een BTW-verleggingsregeling van toepassing is, mag jouw leverancier of opdrachtnemer geen BTW op de factuur vermelden. Gebeurt dit wel, dan kan je deze ten onrechte vermelde BTW niet in aftrek brengen. Controleer daarom altijd goed of de BTW op jouw inkomende facturen terecht is.

BTW-verleggingsregeling
Voor bepaalde branches kan een BTW-verleggingsregeling van toepassing zijn, zoals voor de schoonmaakbranche of de bouwsector. Of bijvoorbeeld bij een levering groter dan €10.000 van mobiele telefoons, chips, spelcomputers, laptops en tablets. De leverancier of opdrachtnemer mag op de factuur dan geen BTW vermelden, maar moet de BTW verleggen naar de afnemer of opdrachtgever.

Btw niet verlegd?
Ontvang je een factuur mét BTW, maar is een BTW-verleggingsregeling van toepassing? Wees je er dan van bewust dat je deze BTW niet in aftrek kunt brengen. Een rechter bevestigde onlangs weer dat de Belastingdienst deze BTW-aftrek mag weigeren.

Tip!
Staat op een ontvangen factuur BTW, maar is een BTW-verleggingsregeling van toepassing? Verzoek jouw leverancier of opdrachtnemer dan om een nieuwe en juiste factuur waarop de BTW verlegd is.

Verhaal ten onrechte betaalde BTW
Heb je een factuur betaald aan jouw leverancier of opdrachtnemer? En kom je daarna pas tot de conclusie dat een BTW-verleggingsregeling gold? Verhaal de door jou ten onrechte betaalde BTW dan op jouw leverancier of opdrachtnemer. Alleen als het voor hen onmogelijk of uiterst moeilijk is om de ten onrechte betaalde BTW aan je terug te betalen, kan je aan de Belastingdienst verzoeken om de BTWaan je terug te betalen.

Let op!
De Belastingdienst zal in zo’n geval alleen de BTW aan je terugbetalen als jouw leverancier of opdrachtnemer de ten onrechte gefactureerde btw ook aan de Belastingdienst heeft afgedragen. Is dat niet gebeurd, dan zal de Belastingdienst je ook geen BTW terugbetalen.


5. Aangifte of verzoek voorlopige aanslag IB 2021 vóór 1 mei

Levert jouw aangifte inkomstenbelasting 2021 een te betalen bedrag op? Dan kan je te maken krijgen met belastingrente. Je kan dit voorkomen door vóór 1 mei 2022 jouw aangifte inkomstenbelasting 2021 in te dienen. De Belastingdienst berekent dan geen belastingrente. Is het niet mogelijk om al vóór 1 mei 2022 jouw aangifte inkomstenbelasting 2022 in te dienen? Dan kan je om uitstel voor het indienen van de aangifte vragen. Het is dan wel verstandig om vóór 1 mei 2022 te verzoeken om een voorlopige aanslag. In dat geval berekent de Belastingdienst namelijk ook geen belastingrente. Zorg wel dat de voorlopige aanslag zo nauwkeurig mogelijk aansluit bij de werkelijkheid. Bij een te lage voorlopige aanslag betaal je later anders alsnog belastingrente.


6. Regel jouw vennootschapsbelasting, voorkom 8 procent rente

Als je een bv heeft, kan je belastingrente voorkomen door vóór 1 juni 2022 een correcte aangifte vennootschapsbelasting (Vpb) 2021 in te dienen. De Belastingdienst berekent dan geen belastingrente (normaal 8 procent!) als zij niet van de aangifte hoeft af te wijken. Lukt het niet om vóór 1 juni 2022 een aangifte in te dienen, vraag dan vóór 1 mei 2022 een voorlopige aanslag Vpb 2022 aan. Als je op de definitieve aanslag Vpb 2022 niet hoeft bij te betalen, voorkomt je dan ook 8 procent belastingrente. Heb je een gebroken boekjaar? Dan geldt als deadline voor het indienen van de aangifte zes maanden na afloop van het boekjaar en voor het vragen om een voorlopige aanslag vijf maanden na afloop van het boekjaar.

Door |2024-05-31T09:27:54+02:0011 april 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief april 2022