Make Marketing Magic

Over Nieuwsbrief NBC

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Nieuwsbrief NBC has created 666 blog entries.
  • Nieuwsbrief juni 2023

Nieuwsbrief juni 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 5 juni 2023, 20:00 uur.


1. Wet toekomst pensioenen definitief!

De Wet toekomst pensioenen is op 30 mei definitief geworden. De Eerste Kamer stemde in grote meerderheid voor.

Ingangsdatum
De wet gaat per 1 juli 2023 in, maar er geldt wel een overgangsregime voor bestaande pensioenregelingen tot 2028 (dat was in het wetsvoorstel eerst nog 2027).

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het huidige pensioenstelsel zijn:

  1. alle pensioenregelingen worden premieovereenkomsten, met een flatratepremie (= eenzelfde premie voor iedere werknemer, ongeacht de leeftijd) van maximaal 30%. Uiterlijk derhalve per 2028, eerder mag;
  2. bestaande beschikbare premieregelingen met een stijgende staffel mogen in stand blijven voor alle werknemers die per 1 januari 2028 al in dienst zijn. Nieuwe werknemers krijgen vanaf die datum wel een flatratepremie;
  3. er moet adequaat gecompenseerd worden voor werknemers die er mogelijk op achteruitgaan. Dit is globaal de groep 45-68 jaar. Wat precies adequaat is, is niet vastgelegd en zal derhalve uitonderhandeld moeten worden per werkgever. De compensatie mag in extra pensioen (de flatrate wordt daartoe 33% tot 2037) of via extra salaris. In geval van extra pensioen geldt dat ook voor nieuwe werknemers gedurende de compensatieperiode;
  4. pensioenfondsen mogen kiezen tussen de solidaire premieovereenkomst of de flexibele premieovereenkomst (doorbeleggen). De eerste voorziet onder andere in beschermingsrendement voor gepensioneerden en mag een buffer kennen van 15% van het pensioenvermogen om mogelijke verlagingen van ingegane pensioenen op te vangen;
  5. opgebouwde (middel- of eindloon)pensioenen bij een verzekeraar mogen gewoon in stand blijven. Lopende middelloonregelingen mogen nog tot 2028 omgezet worden in een stijgende, beschikbare premiestaffel (die dan weer voortgezet mag worden voor zittende werknemers);
  6. het partnerpensioen wordt gestandaardiseerd en mag maximaal 50% van het salaris bedragen en wordt per definitie op risicobasis verzekerd;
  7. de mogelijkheid om 10% op de pensioeningangsdatum in één keer uit te laten keren (dit was al wet), gaat waarschijnlijk per 2024 in. Deze uitkering wordt dan belast in het jaar volgend op de AOW-ingang als de uitkering in het eerste jaar waarin AOW wordt ontvangen, wordt genoten. Op die manier hoeft daarover geen AOW-premie betaald te worden;
  8. de lijfrenteaftrek gaat ook naar 30% (nu 13,3%) en de tijdelijke oudedagslijfrente blijft bestaan;
  9. het pensioen mag nog maar vanaf 10 jaar voor AOW-datum ingaan. Er hoeft dan geen verklaring meer te worden overgelegd dat uit het arbeidsproces wordt gestapt. Nu is de ingangsdatum nog helemaal vrij, maar er moet bij meer dan 5 jaar voor AOW-datum wel een verklaring overgelegd worden dat gestopt wordt met werken;
  10. tot slot mogen sociale partners verder praten over een regeling voor zware beroepen. Het huidige boetevrije Recht op Vervroegde Uittreding (vanaf 3 jaar voor AOW-datum) loopt per 2025 af.

Transitie
Uiteraard moet de hele pensioentransitie goed vastgelegd worden door middel van een transitieplan (waarin alle keuzes en gevolgen worden uitgelegd), een communicatieplan en een compensatieplan. Daarmee moeten zowel interne als externe toezichthouders instemmen. Het individuele bezwaarrecht van artikel 85 Pensioenwet is tijdelijk buiten werking gesteld. Nu kan een individuele werknemer bezwaar maken bij een collectieve waardeoverdracht. Om te bewerkstelligen dat iedereen overgaat naar het nieuwe systeem, is besloten dat hiertegen geen bezwaar mogelijk is.

Let op!
Als blijkt dat de transitie niet per 2028 lukt, kan de termijn verlengd worden met een jaar voor individuele pensioenfondsen. De Nederlandsche Bank als toezichthouder geef hiervoor dan toestemming. Mocht blijken dat het voor heel veel uitvoerders geldt, dan kan er uiteraard een generaal pardon komen vanuit de wetgever.


2. Kabinetsplannen met betrekking tot zelfstandigen

Het kabinet wil schijnzelfstandigheid tegengaan. Dit vergt een aanpak langs drie lijnen: een meer gelijk speelveld tussen contractvormen, meer duidelijkheid over de vraag wanneer gewerkt wordt als werknemer dan wel als zelfstandige en verbetering van handhaving op schijnzelfstandigheid.

Toekomstige wijzigingen
Allereerst worden de fiscale verschillen tussen werknemers in loondienst en zelfstandigen verkleind. Daarmee is al begonnen. Zo is opbouw van de fiscale oudedagsreserve (FOR) al niet meer mogelijk vanaf 2023 en wordt de zelfstandigenaftrek versneld afgebouwd tot €900 in 2027. Andere maatregelen staan op de planning, zoals een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (AOV), verduidelijking van het werken ‘in dienst van’ en een rechtsvermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Hiervoor is een wetswijziging nodig.

Let op!
De bedoeling is om de parlementaire behandeling van het betreffende wetsvoorstel in 2024 te laten plaatsvinden. Tevens bestaat het voornemen om het huidige handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 volledig op te heffen.

Verplichte AOV
De verplichte AOV gaat vooralsnog alleen gelden voor IB-ondernemers (en meewerkende partners) en niet voor DGA’s en resultaatgenieters. Wanneer het in de toekomst uitvoeringstechnisch wel haalbaar is om een onderscheid te maken tussen zelfstandigen met en zonder personeel, kan een verzekeringsplicht voor de DGA’s zonder personeel worden ingevuld.

In dienst van
Om nadere invulling te geven aan de open norm ‘werken in dienst van’ worden drie hoofdelementen benoemd: materiële ondergeschiktheid (toezicht, instructies etc.), de organisatorische inbedding van het werk en – als contra-indicatie voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst – zelfstandig ondernemerschap binnen de betreffende arbeidsrelatie.

Rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst
Ook is het de bedoeling om het ‘civielrechtelijke rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst’, te koppelen aan een maximaal uurtarief. De tariefgrens hiervan wordt nog nader bepaald (mogelijk tarief tussen de 30 en 35 euro).

Het betreft hier overigens een weerlegbaar rechtsvermoeden. Dit betekent dat er bij werken tegen een vergoeding tot maximaal het uurtarief geacht wordt een arbeidsovereenkomst te zijn. Tegenbewijs waaruit blijkt dat niet sprake is van een arbeidsovereenkomst is echter mogelijk.

Let op!
De uiteindelijke toets of sprake is van een arbeidsovereenkomst zal dus gebaseerd blijven op arbeid, loon en werken in dienst van (gezag).

Aanvullende maatregelen specifieke sectoren
Het kabinet vindt de schijnzelfstandigheidsproblematiek in de sectoren kinderopvang, onderwijs en zorg dusdanig urgent dat er eerder ingegrepen moet worden. Een aanvullende aanpak is hiervoor noodzakelijk. Voor de zomer zal de Tweede Kamer hierover geïnformeerd worden. Bij deze aanvullende maatregelen moet waarde gehecht worden aan het belang van goed werkgeverschap in deze sectoren. Dit kan door het stimuleren van modern werkgeverschap, het bieden van meer flexibiliteit binnen een arbeidsovereenkomst door bijvoorbeeld meer ruimte te geven om de eigen werktijden te kiezen of het bieden van meer autonomie voor de werkende.


3. Voorgenomen hervormingen concurrentiebeding

Het kabinet is van plan om het concurrentiebeding te hervormen om zo onnodige beperkingen van zo’n beding en rechterlijke procedures tegen te gaan.

Concurrentiebeding
Een concurrentiebeding legt de vrijheid van de werknemer aan banden om na afloop van zijn dienstverband elders in dienstbetrekking dan wel als zelfstandige te gaan werken. Om die reden is het met de nodige waarborgen omgeven. Zo is het alleen rechtsgeldig als het schriftelijk is overeengekomen met een meerderjarige werknemer en mag het als hoofdregel alleen worden afgesproken bij arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd. Het kabinet is van plan om het concurrentiebeding met nog meer waarborgen te omgeven.

Gebruik concurrentiebeding
Uit onderzoek is gebleken dat inmiddels naar schatting circa 37% van de werknemers aan een concurrentiebeding is gebonden. Eén op de drie werkgevers hanteert een concurrentiebeding, vrijwel altijd als een standaardclausule in het arbeidscontract. Deze werknemers hebben echter vaak geen toegang tot kennis en/of relaties die de concurrentiepositie van de werkgever kunnen schaden. De vraag is dan reëel of het nog wel zinvol is om deze werknemers aan een concurrentiebeding te binden.

Ook geeft ongeveer een derde van de werkgevers aan dat ze het concurrentiebeding gebruiken als manier om werknemers aan zich te binden, terwijl de Hoge Raad in de zomer van 2022 expliciet heeft bepaald dat een concurrentiebeding daar niet voor is bedoeld.

Voorgenomen wijzigingen
De minister van SZW wil daarom een wetsvoorstel voorbereiden dat als doel heeft het concurrentiebeding te moderniseren. Ze is van plan de volgende voorgenomen wijzigingen verder uit te werken in een wetsvoorstel:

  • het wettelijk begrenzen van het concurrentiebeding in tijdsduur;
  • het verplicht opnemen in een concurrentiebeding van een geografisch bereik, gespecificeerd en gemotiveerd;
  • het, evenals bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, bij een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd verplicht vermelden van een motivatie van ‘het zwaarwichtig bedrijfsbelang’;
  • het door de werkgever, bij het succesvol inroepen van het concurrentiebeding, in beginsel betalen van een vergoeding, vastgesteld op een bij wettelijk voorschrift bepaald percentage van het laatst verdiende salaris van de werknemer.

Let op!
Het is nog niet bekend vanaf wanneer de voorgenomen wijzigingen in zouden moeten gaan. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel eind 2023 ter internetconsultatie wordt aangeboden.


4. BTW-verleggingsregeling vereist identiteit afnemer

Ondernemers die een verleggingsregeling in de BTW toepassen, dienen de identiteit van de afnemer vast te stellen. De Hoge Raad oordeelde onlangs dat dit noodzakelijk is vanwege een effectieve controle op heffing en inning van de BTW bij de afnemer.

Verleggingsregeling
Als een verleggingsregeling van toepassing is, dient niet de leverancier van goederen BTW te berekenen en af te dragen, maar de afnemer. Nederland kent een aantal verleggingsregelingen die bedoeld zijn om fraude tegen te gaan en die met name zien op fraudegevoelige artikelen, zoals mobiele telefoons, laptops, oude metalen en lompen.

Afnemer onbekend
In bovengenoemde zaak had een handelaar oude metalen geleverd aan een afnemer, zonder dat de identiteit van de afnemer was vastgesteld. Bij het afhalen van de oude metalen was weliswaar een BTW-identificatienummer verstrekt, maar dit bleek niet te kloppen. Toch waren facturen verstrekt waarop de BTW was verlegd. De inspecteur legde een naheffing op aan de handelaar vanwege het ten onrechte verleggen van de BTW, waarna de zaak voor de rechter kwam.

Identiteit vereist?
In deze zaak was de vraag met name of voor toepassing van de verleggingsregeling de identiteit van de afnemer bekend moest zijn. Hof Den Bosch oordeelde dat het voldoende is als duidelijk is dat de afnemer een ondernemer is, maar volgens de Hoge Raad is dit niet genoeg. Zonder de identiteit is immers niet gegarandeerd dat de verschuldigde BTW ook geheven en afgedragen wordt.

Verschillende verleggingsregelingen
In de zaak bij de Hoge Raad ging het om de levering van oude metalen. In de wet zijn echter nog meer verleggingsregelingen opgenomen om fraude tegen te gaan. Het oordeel van de Hoge Raad geldt ook voor die verleggingsregelingen. Het gaat hierbij onder meer om de BTW-verleggingsregelingen bij:

  • onderaanneming en personeel uitlenen in de sectoren bouw, scheepsbouw, schoonmaakbedrijven en hoveniers;
  • levering van mobiele telefoons, chips, spelcomputers, laptops en tablets;
  • levering van goud, en
  • levering van afval en oude materialen.

Speel op zeker!
De uitspraak maakt duidelijk dat leveranciers die een verleggingsregeling toepassen, er goed aan doen op zeker te spelen. Wie een verleggingsregeling toepast zonder zekerheid te hebben over de identiteit van de afnemer, loopt het risico zelf via een naheffing voor de af te dragen BTW op te moeten draaien.


5. Kom nu in actie bij achterstand aflossing Coronabelastingschulden

Tijdens de Coronacrisis konden bedrijven ervoor kiezen om de betaling van hun belastingschulden tijdelijk uit te stellen. Sinds 1 oktober 2022 moeten ondernemers deze schulden aflossen. Voor deze betalingsregeling gelden wel voorwaarden. Zo moeten ondernemers in principe maandelijks aflossen op de schulden en nieuw opkomende belastingen tijdig betalen. Voldoen zij hier niet aan, dan zal de Belastingdienst vanaf half juli 2023 aankondigen dat de betalingsregeling wordt ingetrokken. Eerder kondigde de Belastingdienst aan in die gevallen vanaf 13 juni 2023 de betalingsregeling in te trekken, maar dat is dus uitgesteld. Het gaat hierbij met name om ondernemers die meer dan één termijn op de betalingsregeling achterlopen en/of een structurele achterstand hebben op de lopende verplichtingen vanaf 1 oktober 2022. Geldt dat voor jou, kom dan snel in actie. Lukt het niet om aan de voorwaarden van de betalingsregeling te voldoen, dan zijn er nog mogelijkheden. Neem daarvoor contact op met onze adviseurs.


6. Vraag BTW zonnepanelen 2022 uiterlijk 30 juni terug

Als je in 2022 zonnepanelen kocht en op jouw woning liet installeren, berekende de leverancier/installateur jou 21% BTW. Deze BTW kan je terugvragen. Hoeveel BTW, is afhankelijk van het soort zonnepanelen (niet-geïntegreerd of geïntegreerd), het opwekvermogen en het BTW-bedrag dat je betaalde. Heb je de BTW over 2022 nog niet teruggevraagd, vraag de Belastingdienst dan uiterlijk 30 juni 2023 om uitreiking van een BTW-aangifte. Met deze BTW-aangifte kan je vervolgens de BTW terugvragen. Voor de levering en installatie van zonnepanelen op en in de nabijheid van woningen geldt vanaf 2023 0% BTW. Koop je in 2023 zonnepanelen voor op jouw woning, dan hoef je dus geen BTW meer terug te vragen.

Door |2024-05-31T09:26:50+02:0012 juni 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juni 2023
  • Nieuwsbrief mei 2023

Nieuwsbrief mei 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 8 mei 2023, 20:00 uur.


1. Top 5 fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2023

In de op vrijdag 28 april 2023 aangeboden Voorjaarsnota 2023 valt een aantal fiscale maatregelen op die het kabinet voor ogen heeft. Zonder compleet te willen zijn, hebben wij een top 5 voor je samengesteld. We sluiten af met een opsomming van een aantal andere fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2023.

1. Aanpassingen in de BOR en DSR
Al eerder kondigde het kabinet aan dat het de doelmatigheid en uitvoerbaarheid van de bedrijfsopvolgingsregeling in schenk- en erfbelasting (hierna: BOR) en de doorschuifregeling bij bedrijfsopvolgingen in de inkomstenbelasting (DSR) wil verbeteren. Ook wil het zo veel mogelijk knelpunten voor ondernemers wegnemen. Hiertoe is in de voorjaarsnota een aantal fiscale maatregelen genoemd:

  1. vanaf 2024 worden aan derden verhuurde onroerende zaken standaard aangemerkt als beleggingsvermogen in de BOR en DSR;
  2. vanaf 2025 wordt de vrijstelling in de BOR 100% van de goingconcernwaarde van de onderneming tot 1,5 miljoen euro en 70% over het meerdere aan ondernemingsvermogen. Nu ligt de grens bij 1,2 miljoen en bedraagt het percentage boven die 1,2 miljoen nog 83%;
  3. de doelmatigheidsmarges in de BOR en in de DSR worden afgeschaft. Door deze doelmatigheidsmarges wordt nu nog beleggingsvermogen tot 5% van het ondernemingsvermogen aangemerkt als ondernemingsvermogen;
  4. bedrijfsmiddelen die ook buiten de onderneming worden gebruikt, kwalificeren straks alleen nog voor het deel dat in de onderneming wordt gebruikt voor de BOR en de DSR;
  5. alleen reguliere aandelen met een belang van 5% die volledig meedelen in de winstgerechtigheid en liquidatieopbrengst komen straks nog in aanmerking voor de BOR en de DSR;
  6. de bezits- en voortzettingseis in de BOR worden in bepaalde situaties versoepeld en de dienstbetrekkingseis wordt afgeschaft;
  7. constructies met de BOR (dubbel gebruik van de BOR en oneigenlijk gebruik van de BOR door constructies met personen op hoge leeftijd, ook wel rollatorinvesteringen genoemd) worden aangepakt.

Let op!
Over deze maatregelen zijn nog weinig details bekend. De planning is dat deze maatregelen eind juni 2023 in een Kamerbrief uitgebreider worden toegelicht.

2. Verfijningen in box 3 vanaf 2023
Het kabinet is voornemens om de volgende verfijningen in box 3 vanaf 2023 te realiseren:

  1. een aandeel in het vermogen van een VvE wordt in de categorie banktegoeden geplaatst (in plaats van in de categorie overige bezittingen tegen een veel hoger forfait van 6,17% in 2023);
  2. een aandeel in het vermogen op een derdenrekening bij een notaris wordt ook in de categorie banktegoeden geplaatst in plaats van in de categorie overige bezittingen;
  3. onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners die in een gezamenlijke aangifte inkomstenbelasting opgenomen zouden moeten worden, hoeven niet meer in de aangifte te worden vermeld. Datzelfde geldt voor onderlinge vorderingen en schulden tussen ouders en een minderjarig kind in situaties waarin het inkomen van het minderjarige kind aan de ouders wordt toegerekend.

Tip!
Al eerder bekend, maar nu ook in de Voorjaarsnota 2023 opgenomen, is het uitstel van het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement (naar op zijn vroegst 2027).

3. Verruiming herinvesteringsreserve (HIR) bij stoppersregelingen
Als een HIR gevormd is, kan deze later worden afgeboekt bij de aanschaf van een nieuw bedrijfsmiddel. Hiervoor gelden allerlei voorwaarden. Voor het toepassen van een HIR bij een gedeeltelijke staking van een onderneming door overheidsingrijpen gelden nu al soepelere voorwaarden. Deze voorwaarden worden per 2024 verruimd, zodat de HIR ook toegankelijker wordt voor onder andere stoppende agrariërs.

4. Afschaffen betalingskorting inkomstenbelasting
Als een voorlopige aanslag gedurende het lopende jaar in een keer wordt betaald, kan in de inkomstenbelasting een betalingskorting worden toegepast. Vanaf 2023 is deze betalingskorting voor de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting al afgeschaft. Vanaf 2024 wordt deze betalingskorting ook voor de voorlopige aanslag inkomstenbelasting afgeschaft.

5. Afschaffing of versobering laag BTW-tarief voor sierteelt, arbeidsintensieve diensten, cultuur en logies?
Het kabinet geeft in de Voorjaarsnota 2023 aan dat het in de aanloop naar de augustusbesluitvorming gaat kijken naar de doelmatigheid van het lage BTW-tarief (9%). In het bijzonder kijkt het kabinet daarbij naar het 9% BTW-tarief in de sierteelt, arbeidsintensieve diensten (zoals schilders, kappers en schoenmakers), cultuur (zoals boeken, musea en bioscopen) en logies (zoals hotels en campings). Vóór Prinsjesdag 2023 beslist het kabinet welke vervolgstappen het neemt. Als het kabinet beslist tot afschaffing van het 9%-BTW-tarief voor een of meer van deze groepen of voor versobering, neemt het kabinet de impact op specifieke groepen daarin mee.

Andere fiscale maatregelen
In de Voorjaarsnota zijn nog meer fiscale maatregelen opgenomen. Zonder compleet te willen zijn, noemen wij:

  • afschaffen STAP-budget vanaf 2024; de aanvraagronde die op 1 mei 2023 start, staat in ieder geval wel nog open;
  • afschaffen loonkostenvoordelen voor ouderen per 1 januari 2026; de uitbetaling van het loonkostenvoordeel 2025 vindt nog wel in 2026 plaats;
  • de huidige twee regelingen voor het onbelast verstrekken van ov-abonnementen door werkgevers worden vervangen door één vrijstelling;
  • vanaf 2024 worden het aftrekpercentage van de EIA en het maximale investeringsbedrag structureel verlaagd;
  • vanaf 1 januari 2025 is bij culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve of vermakelijkheidsdiensten die virtueel worden verricht BTW verschuldigd in de lidstaat van de woon- of vestigingsplaats van de afnemer;
  • medio juni 2023 komt het kabinet met voorstellen om een aantal bijzondere regelingen in de motorrijtuigenbelasting (MRB) en de belasting personenauto’s en motorrijwielen (BPM) te beëindigen of te versoberen.

Let op!
De maatregelen zijn nog voorstellen. Ze moeten nog in wetsvoorstellen worden opgenomen, die vervolgens nog door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer moeten worden aangenomen.


2. Ontwikkelingen box 3 afgelopen maand

Ook afgelopen maand gebeurde er weer voldoende rondom box 3. Zo werd er meer bekend over de bezwaren en definitieve aanslagen met box 3-inkomen, maakte de staatssecretaris voorgenomen en mogelijke aanpassingen in box 3 vanaf 2023 en 2024 bekend en werd bekend welke wijzigingen waarschijnlijk niet gaan plaatsvinden. In dit artikel vind je een overzicht.

Aanhouden bezwaren en definitieve aanslagen box 3
Op dit moment lopen er meerdere procedures bij de Hoge Raad. Centrale vraag in deze procedures is of het rechtsherstel box 3 in lijn is met het Kerstarrest. De Belastingdienst houdt bezwaren box 3 over de jaren 2017 tot en met 2022 daarom aan, in afwachting van de uitkomst van de procedures. Ook worden geen definitieve aanslagen met box 3-inkomen over de jaren 2021 en 2022 opgelegd. Na de arresten van de Hoge Raad handelt de Belastingdienst dit verder af.

Let op!
Bestaat jouw box 3-inkomen alleen uit bank- en spaartegoeden, dan houdt de Belastingdienst jouw definitieve aanslag of bezwaar niet aan. Ook legt de Belastingdienst wel een definitieve aanslag inkomstenbelasting met box 3-inkomen op voor de jaren tot en met 2020. Ontvang je daarom toch een definitieve aanslag, dan moet je in bezwaar om jouw rechten veilig te stellen. Het bezwaar zal de Belastingdienst vervolgens wel aanhouden in afwachting van de arresten van de Hoge Raad.

De Belastingdienst legt wel voorlopige aanslagen met box 3-inkomen op. Dit betreft zowel voorlopige aanslagen waaruit een teruggaaf volgt als voorlopige aanslagen waaruit een te betalen bedrag volgt.

Verfijningen in box 3 vanaf 2023
De staatssecretaris maakte in een Kamerbrief en in de Voorjaarsnota bekend vanaf 2023 een aantal verfijningen in box 3 te willen realiseren. Zo wil het kabinet het aandeel in het vermogen van een VvE en het aandeel in het vermogen op een derdenrekening bij een notaris in de categorie banktegoeden plaatsen in plaats van in de categorie overige bezittingen. Gevolg is dat hiervoor het lagere forfait van de categorie banktegoeden gaat gelden in plaats van het veel hogere forfait van 6,17% in 2023 van de categorie overige bezittingen.

Verder hoeven onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners die in een gezamenlijke aangifte inkomstenbelasting worden opgenomen, niet in de aangifte inkomstenbelasting in box 3 te worden vermeld. Datzelfde geldt voor onderlinge vorderingen en schulden tussen ouders en een minderjarig kind in situaties waarin het inkomen van het minderjarige kind aan de ouders wordt toegerekend. Gevolg is dat fiscale partners en ouders niet in één aangifte de vordering tegen het forfait van 6,17% moeten aangeven en de corresponderende schuld tegen het veel lagere forfait dat hoort bij de categorie schulden.

Let op!
De verfijningen zijn nog voorstellen. Ze moeten nog in wetsvoorstellen worden opgenomen, die vervolgens nog door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer moeten worden aangenomen.

Mogelijke aanpassingen box 3-heffing vanaf 2024
Naast deze verfijningen is het kabinet met de Tweede Kamer in overleg over een aantal aanpassingen in box 3 vanaf 2024, te weten:

  • verhoging van de heffingskorting voor groen beleggen van 0,7% naar 1,1%;
  • introductie van een apart forfait voor vorderingen dat gelijk is aan het forfait voor schulden. Het kabinet onderzoekt nog of deze categorie vorderingen beperkt moet worden tot alleen geldleningen of zelfs tot alleen geldleningen tussen natuurlijke personen;
  • verdere uitsplitsing van de categorie overige bezittingen in de categorieën effecten, onroerende zaken, kapitaalverzekeringen, periodieke uitkeringen, belastbaar nettopensioen en belastbare nettolijfrentes en overige bezittingen, met elk hun eigen forfaitaire rendement.

Let op!
Het overleg gaat over de mogelijke aanpassingen, maar ook over de budgettaire dekking die hiervoor nodig is. Om deze aanpassingen te kunnen doorvoeren, is het namelijk wel noodzakelijk dat hiervoor budgettaire dekking wordt gevonden. Bij die dekking denkt het kabinet aan een verlaging van het heffingsvrije vermogen of een verdere verhoging van het tarief in box 3.

Geen lager forfait verpachte landbouwgronden en obligaties box 3
Het kabinet acht een apart (lager) forfait voor vermogensbestanddelen waarvoor een wettelijk maximum geldt (verpachte landbouwgronden) en laag renderende beleggingen (obligaties) niet wenselijk. Tot deze conclusie komt het kabinet na onderzoek. Het kabinet onderzocht ook de mogelijkheid van een tegenbewijsregeling waardoor belastingplichtigen kunnen aantonen dat hun werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Zo’n tegenbewijsregeling vindt het kabinet echter ook niet verstandig.


3. Extra klimaatmaatregelen: reductie CO2-uitstoot

Met een pakket aan extra maatregelen wil het kabinet de CO2-reductie verder terugbrengen. Het pakket is verdeeld over een flink aantal sectoren binnen de maatschappij. In totaal wordt er € 28,0 miljard vrijgemaakt voor klimaatuitgaven.

Elektriciteitssector
Het streven is de elektriciteitssector uitstootvrij te maken door zonne-energie op zee te realiseren, gascentrales om te bouwen voor gebruik van waterstof en een batterijverplichting voor zonneparken in te voeren. Voor de batterijverplichting wordt ruim €416 miljoen uitgetrokken.

Energie-intensieve industrie
De energie-intensieve industrie moet verder vergroenen. Afvalverbrandingscentrales moeten minder afval verbranden en meer recyclen. Daarnaast komt een verbod op fossiele warmteopwekking voor nieuwe en te vervangen industriële productie-installaties. Vanaf 2027 moeten alle plastics voor minimaal 25 tot 30% bestaan uit hergebruikt of biomateriaal.

Bouw
Gebouwen worden uitstoot- en aardgasvrij gemaakt, onder meer door extra geld voor verduurzaming van woningen in kwetsbare wijken waar energie-armoede voorkomt en door subsidie voor zonnepanelen op huurwoningen. Verder wordt het vanaf 2026 in woningen, winkels, scholen en kantoren verplicht om een warmtepomp te installeren als de cv-ketel vervangen moet worden. Deze verplichting geldt alleen niet voor monumenten en appartementen en voor gebouwen waarvoor binnen 10 jaar een collectieve wijkoplossing (zoals een warmtenet) gerealiseerd wordt.

Het kabinet wil ook de energiebesparingsplicht per 2025 aanscherpen door de terugverdientijd te verlengen naar 7 jaar. Dit betekent dat bedrijven en instellingen die onder de energiebesparingsplicht vallen vanaf 2025 alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 7 jaar of minder verplicht zijn uit te voeren. Nu ligt die grens nog op 5 jaar. Hierdoor zal ook het MKB naar verwachting meer energiebesparende maatregelen moeten nemen. Er wordt een instrument ontwikkeld om het MKB hierbij te ontlasten.

Er wordt €25 miljoen uitgetrokken om Verenigingen van Eigenaren te activeren tot verduurzaming en ze bij de uitvoering te ondersteunen.

Vervoer
Elektrisch rijden wordt verder gestimuleerd, onder meer via een subsidie op elektrische occasions. Ook wordt er geïnvesteerd in extra laadpalen. Het gaat hierbij om onder meer (opschaling) slim laden, laden voor logistiek en laden voor bussen en taxi’s. Daarnaast worden werkgevers geprikkeld om het gebruik van elektrische auto’s, het openbaar vervoer en de fiets door werknemers te stimuleren. Dit gebeurt door het CO2-doel voor werkgebonden mobiliteit, waarover werkgevers met 100 of meer werknemers vanaf (waarschijnlijk) 2024 moeten rapporteren, te verhogen.

Landbouw
Het kabinet wil de landbouw verder verduurzamen. Voor de glastuinbouw wordt een CO2-belasting ingevoerd in combinatie met de uitrol van warmtenetten en SDE++-subsidie voor de toepassing van warmtepompen.

Energiebelasting
Om verduurzaming te laten lonen en de vervuiler meer te laten betalen, wordt de energiebelasting aangepast. Zo komt er een nieuw verlaagd tarief tot een bepaald gasverbruik van huishoudens, de tarieven boven de nieuwe schijf worden verhoogd. Daarnaast komt er een apart, lager belastingtarief voor waterstof. Het fiscale voordeel voor kolen wordt per 1 januari 2028 afgeschaft.

Let op!
Alle bovengenoemde plannen moeten nog nader worden uitgewerkt en door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.


4. Vrijstelling Vpb voor stichting en vereniging, zo werkt het

Ook verenigingen en stichtingen zijn belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting voor het gedeelte waarmee ze een onderneming drijven. Als de winst niet al te hoog is, geldt wel een vrijstelling. Hoe kun je hiervan gebruikmaken?

Vrijstelling bij relatief geringe winst
De winst van een stichting of vereniging kan in een jaar worden vrijgesteld van vennootschapsbelasting als de winst niet meer dan €15.000 bedraagt. Bedraagt de winst in een jaar meer dan €15.000, dan is de vrijstelling toch van toepassing als de winst van dat jaar zelf, opgeteld met de winsten van de vier voorafgaande jaren niet meer bedraagt dan €75.000.

Let op!
Ook als een vereniging of stichting nog geen vijf jaar bestaat, blijft de winstgrens van €75.000 van toepassing. Bij een winst in startjaar 1 van €30.000 en jaar 2 van €35.000 en jaar 3 van €5.000 is de vrijstelling gewoon van toepassing, omdat het totaal niet hoger is dan €75.000.

Automatische toepassing
Als een vereniging of stichting voor de vrijstelling in aanmerking komt, past de Belastingdienst deze automatisch toe. Als aangifte is gedaan, volgt een nihilaanslag.

Liever geen vrijstelling?
Soms is het voor een vereniging of stichting voordeliger om niet onder de vrijstelling te vallen, bijvoorbeeld om een verlies te kunnen verrekenen of om een eindafrekening (nadat er eerst wel belastingplicht was) te voorkomen. Men kan er dan voor kiezen om niet te worden vrijgesteld.

Let op!
De keuze om niet onder de vrijstelling te vallen, geldt voor een periode van vijf jaar.

Let erop dat dit niet automatisch gaat en tijdig moet gebeuren. Beoordeel daarom ieder jaar of het verstandig is om de vrijstelling toe te passen. Je moet voor het niet toepassen van de vrijstelling namelijk een brief sturen naar het belastingkantoor. Dit moet voordat de aangifte vennootschapsbelasting over het eerste jaar van de periode van vijf jaar is afgehandeld.

Expliciete uitspraak Belastingdienst
De Belastingdienst beveelt stichtingen en verenigingen aan om bij de aangifte te vermelden dat de vrijstelling van toepassing is. Dit kan door bij het punt ‘expliciet uitspraak Belastingdienst gevraagd’ te vermelden ‘vrijgesteld op grond van artikel 6 Wet Vpb’.


5. Uiterlijk 2 juni definitieve NOW 5 en 6 aanvragen

Je kunt tot en met 2 juni 2023 de definitieve berekening aanvragen voor de NOW 5 (zevende periode betreffende november en december 2021) en NOW 6 (achtste periode betreffende januari, februari en maart 2022). Ligt jouw voorschot of definitieve tegemoetkoming NOW tussen €40.000 en €125.000, dan moet je bij de definitieve berekening een derdenverklaring overleggen. Zijn deze bedragen €125.000 of meer, dan moet dit een accountantsverklaring zijn. Wacht je nog op deze verklaringen, vraag dan uiterlijk 2 juni 2023 uitstel aan tot en met 3 november 2023. Blijkt dat je NOW moet terugbetalen, dan kun je maximaal 12 maanden uitstel van betaling krijgen van het UWV en/of een betalingsregeling krijgen van maximaal 60 maanden.


6. Minimumloon ruim 3% omhoog per 1 juli 2023

Alle werknemers die het minimumloon betaald krijgen, gaan er 3,13% op vooruit. Het wettelijk minimumloon wordt per 1 juli 2023 namelijk bij een fulltime dienstverband verhoogd naar €1.995,00 bruto per maand, €460,40 per week en €92,08 per dag. Of sprake is van een fulltime dienstverband is afhankelijk van de normale arbeidsduur bij de werkgever. Ook de hoogte van het minimumloon per uur is daarvan afhankelijk en is als gevolg daarvan hoger bij een normale arbeidsduur van 36 uur dan bij een normale arbeidsduur van 38 of 40 uur per week. Dit verandert als de Wet invoering minimumloon wordt ingevoerd (beoogd per 1 januari 2024). Vanaf dat moment is het minimumloon per uur voor iedere werknemer hetzelfde, ongeacht de normale arbeidsduur.

Door |2024-05-31T09:06:04+02:009 mei 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief mei 2023
  • Nieuwsbrief april 2023

Nieuwsbrief april 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 10 april 2023, 20:00 uur.


1. Nieuwe maatregelen voor de arbeidsmarkt

Minister van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een pakket aan maatregelen gepresenteerd om de arbeidsmarkt vlot te trekken. Het pakket is bedoeld om werkenden meer inkomenszekerheid te bieden en om ondernemers meer flexibiliteit te geven. Zelfstandigen moeten zich bij tegenslag beter beschermd weten.

Zekerheid voor werkenden
Het vaste contract moet weer de norm worden. Dit betekent onder meer dat nulurencontracten worden verboden. Werknemers met een oproepcontract dienen een vast basiscontract te krijgen voor het aantal uren waarvoor ze ten minste standaard worden ingeroosterd. Dit moet hun een stuk zekerheid gaan bieden. Ook uitzendkrachten krijgen dan sneller een contract met meer zekerheid.

Onderbrekingstermijn naar vijf jaar
De onderbrekingstermijn na drie tijdelijke contracten wordt opgerekt van zes maanden naar vijf jaar. Pas na vijf jaar mag de werkgever een nieuw contract aanbieden. Draaideurconstructies worden hierdoor een halt toegeroepen.

Verplichte AOV
Zelfstandigen krijgen te maken met een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het kabinet verkent de mogelijkheid van een ‘opt-out’. Dat wil zeggen de optie om uit de publieke verzekering te stappen als de zelfstandige een private verzekering afsluit met ten minste dezelfde dekking en premie als de publieke variant. Het doel van de opt-out is dat zelfstandigen de keuze hebben om zelf te bepalen welke verzekering voor hen passend is, zodat deze tegemoetkomt aan de verzekeringsbehoefte die de zelfstandige heeft.

Verlenging IOW
De Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW) wordt nogmaals met een periode van vier jaar verlengd. Deze wet verstrekt aan werknemers die ouder zijn dan 60 jaar en 4 maanden, aansluitend aan de verlengde WW- of de WGA-uitkering, een uitkering op bijstandsniveau zonder een partner- en vermogenstoets.

Flexibiliteit voor ondernemers
Ondernemerschap moet worden gestimuleerd, ook als het gaat om kleine organisaties. De re-integratie van zieke werknemers zal zich in het tweede ziektejaar primair richten op re-integratie in spoor 2, dus bij een andere werkgever. Hierdoor krijgen kleine en middelgrote werkgevers (tot en met 100 werknemers) al na één ziektejaar van een werknemer duidelijkheid over de mogelijkheid van duurzame vervanging van deze medewerker, zodat zij hun bedrijfsvoering kunnen voortzetten.

Crisisregeling
Werkgevers die te maken krijgen met een crisis of calamiteit die buiten het reguliere ondernemersrisico valt (denk aan de Coronacrisis), kunnen een beroep doen op de Crisisregeling Personeelsbehoud (voorheen Deeltijd WW). Die regeling maakt het mogelijk dat werknemers maximaal zes maanden op een andere plek in het bedrijf kunnen werken of tijdelijk minder gaan werken met behoud van hun WW-rechten. Verlenging van deze regeling is niet mogelijk.

Minder werk?
De werkgever kan ervoor kiezen werknemers minimaal 20% minder te laten werken. Over het aantal niet-gewerkte uren wordt 80% loon betaald, waarbij het totale loon niet meer dan 10% mag dalen. Ook mag het inkomen van de werknemer niet lager zijn dan het wettelijk minimumloon. Als de werkgever hiervoor kiest, kan deze een tegemoetkoming van 60% voor de loonkosten van de niet-gewerkte uren aanvragen.

Wijziging WW-premie
Ook ten aanzien van de WW-premie komen er wijzigingen. Zo worden bij grote vaste contracten van minimaal 30 uur (thans: 35 uur) de kosten in de WW-premie voor overwerk beperkt. Het vaste basiscontract gaat onder de lage WW-premie vallen.

Let op!
Dit pakket aan maatregelen moet nog verder worden uitgewerkt en voorgelegd worden aan de Tweede en Eerste Kamer.


2. Bezorgers Deliveroo zijn werkzaam op basis van arbeidsovereenkomst

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat bezorgers van Deliveroo in Nederland werkzaam waren op basis van een arbeidsovereenkomst, met als consequentie dat zij werknemersbescherming hebben. Dit houdt in dat zij recht hebben op ontslagbescherming, loondoorbetaling bij ziekte, vakantiegeld en vakantiedagen.

Drie eisen van de arbeidsovereenkomst
De Hoge Raad deed onlangs uitspraak in de zaak van de bezorgers van het inmiddels uit Nederland vertrokken platform Deliveroo. Volgens de Hoge Raad is voldaan aan de drie eisen die de wet aan het bestaan van een arbeidsovereenkomst verbindt, te weten:

  • persoonlijke arbeidsverrichting door de werknemer;
  • loonbetaling door de werkgever; en
  • het werken onder gezag van de werkgever.

Dat de bezorgers de vrijheid hadden om al dan niet in te loggen op de app waarmee zij maaltijdritten konden accepteren en het feit dat zij de vrijheid hadden zich te laten vervangen, waren in deze zaak onvoldoende om niet van een arbeidsovereenkomst te spreken.

Omstandigheden van het geval
Het al dan niet aanwezig zijn van een arbeidsovereenkomst hangt volgens de Hoge Raad namelijk af van alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien. Om het onderlinge verband van alle genoemde omstandigheden te bepalen, gaat de Hoge Raad uit van een zogenaamde holistische benadering. Hierbij wordt gekeken vanuit diverse gezichtspunten. Van belang kunnen onder meer zijn:

  • de aard en duur van de werkzaamheden;
  • de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
  • de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
  • het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
  • de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen;
  • de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
  • de hoogte van deze beloningen;
  • de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt.

Ook kan van belang zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het verwerven van een reputatie, het plegen van acquisitie en de fiscale behandeling, mede gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt.

Wetgever aan zet
Het is nu aan de wetgever om een en ander tot uitdrukking te brengen in nieuwe wetgeving. Met name de nadere invulling van het begrip ‘organisatorische inbedding’ is van belang voor bedrijven die werken met zzp’ers die werkzaamheden verrichten die tot de normale bedrijfsvoering behoren.


3. Wet toezicht gelijke kansen werving en selectie aangenomen

Op 14 maart 2023 heeft de Tweede Kamer de wet Toezicht gelijke kansen werving en selectie aangenomen. Hierin is onder meer opgenomen dat werkgevers verplicht zijn een werkwijze op te stellen waarin zij aangeven hoe zij hun werving- en selectieproces inrichten, zodanig dat arbeidsmarktdiscriminatie geen rol kan spelen.

Let op!
Deze wet zal waarschijnlijk in mei 2024 in werking treden.

Onbewuste vooroordelen
Veel werkgevers selecteren kandidaten op basis van een eerste indruk. Dit betekent in veel gevallen dat de kandidaat gelijkenissen vertoont met degene die hem of haar aanneemt. Hierdoor neemt de kans op een organisatie met een divers personeelsbestand af. Daarom is het van belang stil te staan bij deze onbewust levende (voor)oordelen.

Verplichte werkwijze opstellen
Om bedrijven actief na te laten denken over de vaak onbewuste discriminatie, is de wet Toezicht gelijke kansen bij werving en selectie in het leven geroepen. Werkgevers zijn op grond van deze wet verplicht een werkwijze op te stellen waarin zij aangeven hoe zij hun werving- en selectieproces inrichten en ervoor zorgen dat arbeidsmarktdiscriminatie geen rol kan spelen. Deze verplichting gaat gelden voor alle werkgevers.

Vastleggen door ‘grotere’ werkgevers
Uit de ‘werkwijze’ moet blijken dat er uitsluitend geworven wordt op basis van relevante functie-eisen. De werkwijze moet controleerbaar en systematisch ingericht zijn. Organisaties met meer dan 25 werknemers moeten deze werkwijze op schrift uitwerken.

Kleinere werkgevers
Werkgevers met ten hoogste 25 werknemers hoeven dit pas op schrift te stellen als de Arbeidsinspectie dit eist of als de werkgever gerechtelijk is veroordeeld voor een verboden onderscheid of als er een oordeel is van het College voor de Rechten van de Mens in verband met een verboden onderscheid.

Inspectie
De Nederlandse Arbeidsinspectie is de handhavende instantie. Signaleert deze tekortkomingen, dan krijgt de werkgever een mogelijkheid om deze te herstellen. Als deze niet hersteld worden, kan de Arbeidsinspectie een bestuurlijke boete opleggen van maximaal €4.500.

Meldplicht intermediairs
Er gaat een meldplicht gelden voor intermediairs. Deze meldplicht houdt in dat intermediairs moeten beschikken over een ‘procedure’ hoe met verzoeken die (vermoedelijk) tot arbeidsmarktdiscriminatie (kunnen) leiden, wordt omgegaan. Zij moeten deze procedure ook toepassen. Er geldt weliswaar geen schriftelijkheidseis, maar het is aan te raden de procedure schriftelijk vast te leggen.

Het gaat er concreet om dat bij een (mogelijk) discriminerend verzoek door een opdrachtgever – denk bijvoorbeeld aan een werkervaringseis – de intermediair eerst hierover het gesprek moet gaan voeren met de opdrachtgever om het verzoek aan te passen. Leidt dit niet tot een oplossing, dan moet de intermediair dit melden bij de Arbeidsinspectie. Op basis van deze melding kan de Arbeidsinspectie de werkwijze voor het wervings- en selectiebeleid van de opdrachtgever controleren.

Vervolg
De Eerste Kamer moet nog instemmen met deze wet. De eisen aan de werkwijze worden verder uitgewerkt en vastgelegd in nadere regels. Ook worden hulpmiddelen voor werkgevers ontwikkeld. De wet treedt naar verwachting vanaf medio 2024 in werking.


4. Box 3: wat gebeurde er afgelopen maand?

Box 3 houdt de gemoederen nog volop bezig. Ook afgelopen maand verscheen weer voldoende berichtgeving. In dit artikel vind je een overzicht.

Forfaits 2022 bekend
Zo maakte staatssecretaris Van Rij de definitieve forfaits voor bank- en spaartegoeden en schulden voor het jaar 2022 bekend. Voor het jaar 2023 worden deze definitieve forfaits pas begin 2024 vastgesteld, behalve voor de overige bezittingen. Dat forfait is al vastgesteld.

Nieuwsbrief april 2023

*Voorlopig percentage

Belastingdienst houdt box 3-bezwaren 2017-2021 aan
De Belastingdienst doet momenteel geen uitspraak op bezwaar als het bezwaar gericht is tegen de box 3-heffing voor de jaren 2017 tot en met 2021. Tot de staatssecretaris duidelijk heeft gemaakt wat de aanpak wordt van deze bezwaren, houdt de Belastingdienst deze aan.

Let op!
Dat geldt niet als je in jouw bezwaar ook in verweer komt tegen ander zaken dan box 3.

Jouw box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2022 wordt op twee manieren berekend:

  • volgens de oude manier van box 3, waarbij wordt uitgegaan van forfaits en een fictieve verdeling van jouw vermogen, en
  • volgens de nieuwe manier van het rechtsherstel box 3, waarbij wordt uitgegaan van forfaits en de daadwerkelijke verdeling van jouw vermogen.

Bij de vaststelling van de box 3-heffing houdt de Belastingdienst in jouw definitieve aanslag automatisch alleen rekening met de laagste uitkomst van deze twee berekeningen.

Ontvang je een definitieve aanslag inkomstenbelasting over de jaren 2017 tot en met 2021, overleg dan met onze adviseurs of bezwaar maken verstandig is. Zo kan jouw werkelijke behaalde rendement bijvoorbeeld (sterk) afwijken van het door de Belastingdienst berekende box 3-inkomen. Inmiddels is ook al enige rechtspraak verschenen over de vraag of recht bestaat op verdere verlaging van de box 3-heffing als het werkelijke rendement lager is. Bezwaar maken kan daarom zinvol zijn. Doe dit wel snel, je hebt namelijk vanaf de dagtekening van de aanslag maar zes weken om een bezwaar in te dienen.

Let op!
De rechtspraak ligt momenteel niet allemaal op één lijn en de Hoge Raad heeft ook nog geen oordeel uitgesproken. Voorlopig is het daarom nog niet duidelijk of je ook recht hebt op verdere verlaging van jouw box 3-heffing als jouw werkelijke rendement lager is dan waarmee in jouw definitieve aanslag is gerekend.

Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement pas vanaf 2027
Tot slot liet staatssecretaris Van Rij onlangs weten dat een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement op zijn vroegst vanaf 2027 kan worden ingevoerd.

Vanaf 2023 wordt box 3 geheven op basis van de Overbruggingswet box 3. Deze heffing is grotendeels gelijk aan de wijze waarop het rechtsherstel voor de jaren tot en met 2023 berekend wordt. De bedoeling was dat deze Overbruggingswet zou gelden tot en met 2025. Vanaf 2026 zou dan een box 3-heffing op basis van werkelijk rendement ingevoerd worden. Dat gaat dus niet lukken. Dit betekent dat de Overbruggingswet ook in 2026 waarschijnlijk nog van kracht is.

Let op!
De verwachting is dat de Overbruggingswet box 3 nog wordt aangepast op een aantal punten. De Kamer heeft het kabinet hiertoe al meerdere malen opgeroepen, bijvoorbeeld om te onderzoeken of een fijnmaziger rendement op overige beleggingen mogelijk is (in plaats van één rendement voor deze grote diverse groep, dat voor 2023 is vastgesteld op 6,17%).


5. Voorkom belastingrente inkomsten- en vennootschapsbelasting

Als de Belastingdienst een aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting aan je oplegt met een te betalen bedrag, berekent de Belastingdienst in beginsel ook belastingrente. Deze rente bedraagt 4% voor de inkomstenbelasting en 8% voor de vennootschapsbelasting. Je kan deze belastingrente voorkomen. De Belastingdienst berekent namelijk geen belastingrente over jouw aanslag inkomstenbelasting 2022 als je voor 1 mei 2023 jouw aangifte indient of om een voorlopige aanslag vraagt. Over jouw aanslag vennootschapsbelasting 2022 berekent de Belastingdienst geen belastingrente als je voor 1 juni 2023 jouw aangifte indient of voor 1 mei 2023 om een voorlopige aanslag vraagt.


6. Welke verplichtingen heb je bij loonbeslag?

Als beslag op het loon van jouw werknemer wordt gelegd, heb je als werkgever een aantal verplichtingen. Zo ben je verplicht de vragenlijst over onder meer de arbeidsovereenkomst en het salaris van de werknemer (het verklaringsformulier derdenbeslag) in te vullen en terug te sturen naar de deurwaarder. Dit moet na ten minste twee weken na dagtekening van het beslag, maar uiterlijk binnen vier weken. Doe je dit niet, dan loop je het risico schade te moeten vergoeden en/of het bedrag waarvoor beslag is gelegd zelf te moeten betalen. Daarna moet je een bedrag ter grootte van het nettoloon na aftrek van de beslagvrije voet maandelijks aan de beslaglegger betalen. Als je weigert, kan de rechter je veroordelen tot nakoming van deze verplichting. De beslagvrije voet is het deel van het inkomen dat jouw werknemer mag houden voor de vaste lasten en om van te leven. Je kan dit bedrag samen met jouw werknemer narekenen via www.uwbeslagvrijevoet.nl. Als het niet klopt, kan jouw werknemer daartegen bezwaar maken.

Door |2024-05-31T09:26:50+02:0011 april 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief april 2023
  • Nieuwsbrief maart 2023

Nieuwsbrief maart 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 13 maart 2023, 20:00 uur.


1. Coronabelastingschulden: wat zijn jouw mogelijkheden?

Tijdens de Coronacrisis konden bedrijven ervoor kiezen om de betaling van hun belastingschulden tijdelijk uit te stellen. Ruim 266.000 ondernemers moesten vanaf 1 oktober 2022 met de aflossing van deze schulden starten. Inmiddels blijkt dat meer dan 103.000 ondernemers achterlopen met die aflossingen.

Als je moeite hebt om aan de aflossingsverplichting te voldoen, zijn er misschien mogelijkheden. Zit je wat ruimer in jouw jas, dan kan het daarentegen financieel aantrekkelijk zijn om eerder af te lossen.

Betalingsregeling Coronabelastingschuld
De opgebouwde Coronabelastingschulden moeten sinds oktober 2022 worden afgelost. In beginsel moet dit maandelijks in gelijke termijnen. Je hebt hiervoor vijf jaar de tijd. Voorwaarde voor deze betalingsregeling is, dat je je ook aan de maandelijkse aflossing houdt. Een andere voorwaarde is dat je tijdig juiste belastingaangiften (onder meer BTW en loonheffing) moet indienen voor belastingen vanaf 1 oktober 2022 en tijdig en volledig de betalingen moet doen die daaruit voortvloeien.

Brief Belastingdienst
De Belastingdienst stuurt momenteel brieven aan ondernemers die volgens de Belastingdienst niet aan de voorwaarden van de betalingsregeling voldoen. De Belastingdienst vraagt zo snel mogelijk eventuele betalingsachterstanden in te lopen.

Let op!
Als je niet aan de voorwaarden van de betalingsregeling voldoet, heeft de Belastingdienst de mogelijkheid om de betalingsregeling in te trekken. Dat doet de Belastingdienst niet nu meteen al. Als je jouw betalingsachterstand in april nog niet hebt ingelopen, ontvangt je half april nogmaals een brief. Als je daarna niet binnen 14 dagen jouw betalingsachterstand inloopt, ontvang je vanaf half mei een beschikking van de Belastingdienst waarin de betalingsregeling wordt ingetrokken. Vanaf half juni 2023 start de Belastingdienst de invordering dan op.

De Belastingdienst zal nog niet de betalingsregeling intrekken als je maar één aflossingstermijn achterloopt, mits je wel aan de overige voorwaarden van de regeling voldoet. Voorlopig stelt de Belastingdienst zich in dit soort gevallen nog coulant op.

Mogelijkheden Coronabelastingschulden
Lukt het niet om aan de voorwaarden van de betalingsregeling te voldoen, dan zijn er nog mogelijkheden. Hiermee kan je misschien voorkomen dat de Belastingdienst de betalingsregeling uiteindelijk intrekt. Zo kan je verzoeken de schuld in zeven in plaats van vijf jaar af te lossen. Ook kan je verzoeken niet maandelijks, maar per kwartaal af te mogen lossen. Tot slot kan je ook eenmalig verzoeken om een betaalpauze van maximaal zes maanden. Het gevolg van zo’n verzoek is wel dat jouw af te lossen maandbedragen die daarna nog volgen, hoger worden.

Let op!
Voor deze mogelijkheden gelden ook voorwaarden. Onze adviseurs kunnen je hierover adviseren.

Mogelijkheden lopende betalingsverplichtingen
De Belastingdienst heeft de mogelijkheid om jouw betalingsregeling voor jouw Coronabelastingschulden in te trekken als je aan jouw nieuw opkomende betalingsverplichtingen, die na
1 oktober 2022 zijn ontstaan, niet voldoet. Je kan voor deze belastingschulden geen aanvullend uitstel krijgen of een betalingsregeling treffen.

Tip!
Voor belastingschulden die je vóór 1 oktober 2022 opbouwde is, onder voorwaarden, wel aanvullend uitstel van betaling mogelijk.

Invorderingsrente loopt op
Je betaalt over jouw opgebouwde Coronabelastingschuld invorderingsrente. Die was een tijdje 0,01%, maar bedraagt op dit moment alweer 2%. Per 1 juli stijgt deze rente naar 3% en
per 1 januari 2024 naar 4%. Is het voor jou mogelijk jouw Coronabelastingschuld sneller af te lossen, dan scheelt je dat dus flink aan te betalen rente. Bijna 22.000 ondernemers kozen al voor deze oplossing en losten hun Coronabelastingschuld volledig af. Uiteraard hoef je niet volledig af te lossen om rente te besparen, ook als je een gedeelte eerder aflost, scheelt dat je rente.


2. Tegemoetkoming in energie aanvragen vanaf 21 maart

Energie-intensieve MKB-ondernemers kunnen vanaf 21 maart 2023 de Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) aanvragen. De TEK kan worden verkregen voor de periode van
1 november 2022 tot en met 31 december 2023.

Modelprijzen en energie-intensiteitseis
Je komt alleen in aanmerking voor de TEK als jouw energiekosten minimaal 7% van jouw omzet in 2022 bedragen. Dit wordt de energie-intensiteitseis genoemd. De energiekosten in deze eis worden berekend aan de hand van een standaardjaarverbruik en modelprijzen voor gas en elektra voor 2022. Deze modelprijzen voor 2022 zijn inmiddels bekendgemaakt en bedragen voor gas €2,41 per kuub en voor elektra €0,59 per kWh. Het standaardjaarverbruik is een schatting van jouw jaarverbruik dat gebaseerd is op jouw verbruik in het verleden. De netbeheerder verstrekt die gegevens aan RVO.

Tip!
Je kan zelf uitrekenen of je voldoet aan de energie-intensiteitseis en dus voor de TEK in aanmerking komt. Op de site van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) zijn enkele rekenvoorbeelden opgenomen.

Verdere voorwaarden TEK
Naast de voorwaarde dat jouw energiekosten minimaal 7% van jouw omzet in 2022 moeten bedragen, kent de TEK nog andere voorwaarden. Zo moet je onder meer voldoen aan de MKB-toets; daarvoor geldt dat je minder dan 250 werknemers in dienst hebt en een omzet van maximaal €50 miljoen en/of een balanstotaal van maximaal €43 miljoen hebt. Je vindt alle voorwaarden op RVO.nl.

Tip!
Ook stichtingen, culturele instellingen en semipublieke instellingen die voldoen aan de voorwaarden van de TEK-regeling kunnen een aanvraag indienen.

Berekening TEK
De definitieve TEK wordt berekend op basis van de modelprijzen voor gas en elektra voor 2023 en het standaardjaarverbruik en dus niet op basis van het werkelijke gebruik en de actuele prijs.

Let op!
Je ontvangt alleen subsidie als de modelprijs voor 2023 straks hoger is dan €1,19 per m3 gas en €0,35 per KWh elektriciteit. Dit wordt de drempelprijs genoemd. Verder geldt een maximale prijs van €3,19 per m3 gas en €0,95 per kWh elektriciteit.

De TEK vergoedt straks maximaal 50% van het verschil tussen de modelprijs en de drempelprijs, waarbij de modelprijs maximaal op de maximale prijs wordt gesteld.

Voorbeeld

  • Stel de modelprijs 2023 voor gas wordt vastgesteld op €3,50 per m3 gas. De TEK vergoedt dan maximaal 50% over €2 (namelijk de maximale prijs van €3,19 verminderd met de drempelprijs van € 1,19);
  • Stel de modelprijs 2023 voor gas wordt vastgesteld op €2,19 per m3 gas. De TEK vergoedt dan maximaal 50% over €1 (namelijk de modelprijs van €2,19 verminderd met de drempelprijs van €1,19).

Let op!
Je ontvangt maximaal €160.000 subsidie (of per groep verbonden ondernemingen).

Voorschot van 50%
De modelprijzen voor 2023 staan nog niet vast. Daarom kan nog niet berekend worden hoeveel jouw definitieve subsidie is. Op basis van jouw aanvraag ontvang je daarom vooralsnog een voorschot van 50% van het te verwachten subsidiebedrag.

Aanvragen via de RVO
De tegemoetkoming kan vanaf 21 maart 2023 9.00 uur tot 2 oktober 2023 17.00 uur worden aangevraagd bij de RVO. Hiervoor is eHerkenning op niveau eH3 nodig, maar ZZP’ers en ondernemers met een eenmanszaak kunnen ook met DigiD terecht.

Vaststellingsverzoek
Om de definitieve TEK te kunnen berekenen, dient een vaststellingsverzoek te worden ingediend. Ook dit moet bij de RVO gebeuren, uiterlijk op 31 mei 2024.


3. Aanvragen SLIM-subsidie in de maand maart

Werkgevers in het MKB kunnen vanaf 1 maart 2023 de zogenaamde SLIM-subsidie, Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in MKB-ondernemingen, weer aanvragen. Nieuw in de regeling is dat MKB-ondernemingen een voorschot van 50% kunnen krijgen.

Let op!
Je hebt één maand de tijd voor jouw aanvraag. Het loket is namelijk open van 1 maart tot en met 30 maart 17.00 uur.

Waarvoor subsidie?
Je kan de subsidie aanvragen voor:

  • activiteiten voor leren en ontwikkelen (bijvoorbeeld loopbaanadvies of onderzoek naar behoefte aan scholing in jouw bedrijf);
  • een aanpak om jouw medewerkers aan te moedigen hun kennis, vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen (bijvoorbeeld een bedrijfsschool);
  • een praktijkleerplaats binnen jouw bedrijf voor (delen van) een MBO-opleiding voor volwassenen.

Hoogte subsidie
De subsidie bedraagt maximaal €25.000 (voor landbouwbedrijven maximaal €20.000). Middelgrote ondernemingen krijgen subsidie voor maximaal 60% van de subsidiabele kosten, kleine ondernemingen voor maximaal 80% van de subsidiabele kosten. Om voor subsidie in aanmerking te komen, moeten de subsidiabele kosten minimaal €5.000 bedragen.

Let op!
Deze minimale subsidiabele kosten en de maximering van de subsidiabele kosten gelden niet voor praktijkleerplaatsen of voor loopbaan- of ontwikkeladviezen. De subsidie voor een praktijkleerplaats is maximaal €2.700 en voor een loopbaan- of ontwikkeladvies maximaal €700.

Voorschot ook voor MKB
Nieuw in de regeling is dat MKB-ondernemingen nu een voorschot van 50% kunnen krijgen op basis van hun aanvraag. Samenwerkingsverbanden en grootbedrijven die voor de SLIM in aanmerking komen, hadden deze mogelijkheid al. Via een voorschot kan een onderneming makkelijker de aanloopkosten financieren. Bij twijfel over de betrouwbaarheid van de aanvrager kan een voorschot geweigerd worden. Ook is geregeld dat het voorschot kan worden teruggevorderd als niet aan de voorwaarden van de SLIM wordt voldaan.

Aanvragen SLIM
Om in aanmerking te komen voor de SLIM, geldt een aantal voorwaarden. Deze zijn verschillend per type aanvrager. Je vindt deze voorwaarden en meer informatie op deze site. Als je de SLIM wilt aanvragen, moet je eerst inloggen bij het ‘Subsidieportaal van uitvoering van beleid’. Als je nog geen account hebt, moet je dit eerst aanmaken.

Tip!
MKB-bedrijven kunnen de SLIM-subsidie ook aanvragen in september van dit jaar. Samenwerkingsverbanden en grootbedrijven in de landbouw, horeca en recreatie kunnen de SLIM-subsidie aanvragen tussen 1 juni en 27 juli 2023.


4. Wetsvoorstel invoering wettelijk minimumuurloon aangenomen

De Eerste Kamer is akkoord gegaan met het wetsvoorstel tot invoering van een wettelijk minimumuurloon. Dit betekent dat er naar verwachting vanaf 1 januari 2024 gerekend moet worden met een minimumuurloon op basis van 36 uren per week, in plaats van een minimumloon per maand.

Normale arbeidsduur
Nederland kent als een van de weinige EU-lidstaten wel een minimumloon per maand, maar niet per uur. Dit betekent dat de hoogte van het (niet wettelijk vastgelegde) minimumloon per uur afhankelijk is van het normale aantal uren dat in een sector als voltijd geldt, de zogenoemde normale arbeidsduur. Dit betekent dat het minimumloon dat een werknemer per uur verdient niet bij iedereen gelijk is, maar afhankelijk is van de sector waarin hij werkt.

Bij de invoering van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) in 1969 zorgde dit destijds niet voor discussie, omdat de 40-urige werkweek toen voor het grootste deel van de werkenden nog de standaard was. Dit uitgangspunt is echter gewijzigd in de loop der tijd. Er zijn bijvoorbeeld meer werknemers die verschillende uren werken en meerdere banen combineren. Het is nu zo dat de ene werknemer 40 uur per week moet werken om het minimumloon te verdienen, terwijl een andere werknemer hetzelfde loon in 36 uur per week kan verdienen.

Handhaving
Bijkomend punt is dat het ontbreken van een minimumuurloon voor problemen zorgt in de handhaving, waardoor werknemers minder goed beschermd zijn tegen uitbuiting en onderbetaling.

Minimumuurloon
De systematiek van de normale arbeidsduur past niet meer bij de huidige arbeidsmarkt, waar variatie in arbeidsduur en (intersectorale) mobiliteit gedurende de loopbaan gebruikelijker is geworden. Om die reden is het reëel om een minimumuurloon in te voeren, waarbij de keuze is gemaakt dit uurloon te baseren op een werkweek van 36 uur.

Let op!
Bij invoering van het minimumuurloon kunnen werkgevers, waar werknemers het minimumloon verdienen op basis van 38 of 40 uren per week, te maken krijgen met een lastenverzwaring, omdat er simpelweg meer betaald moet worden. Het is nog niet bekend of de overheid een verhoging gaat treffen om dit te compenseren.


5. Voorkom belastingrente met BTW-suppletie voor 1 april

Ga nog deze maand na of je over 2022 nog BTW moet afdragen aan de Belastingdienst. Als je deze BTW namelijk vóór 1 april 2023 met een suppletie aangeeft bij de Belastingdienst, berekent de Belastingdienst geen rente. Dien je de BTW-suppletie 2022 vanaf 1 april 2023 in, dan berekent de Belastingdienst 4% belastingrente vanaf 1 januari 2023. Je bent verplicht een BTW-suppletie in te dienen zodra je constateert dat je te weinig of te veel BTW hebt aangegeven. Is de correctie €1.000 of minder, dan corrigeer je niet met een BTW-suppletie. Je verwerkt de correctie dan in jouw eerstvolgende btw-aangifte.


6. Kijk berekening (jeugd-)LIV en LKV 2022 goed na

Uiterlijk 14 maart 2023 stuurt het UWV de voorlopige berekening van tegemoetkomingen volgens de Wtl voor 2022. Dit betreft het LIV, jeugd-LIV en LKV. De voorlopige berekening van het UWV is gebaseerd op jouw aangiften loonheffingen 2022 die je uiterlijk 31 januari 2023 bij de Belastingdienst indiende. Kijk daarom goed na of je alle gegevens juist in jouw aangifte loonheffingen hebt opgenomen. Tot en met 1 mei 2023 kan je nog verbeteringen aanbrengen. Verbeteringen die je daarna nog aanbrengt, worden niet meer meegenomen in de definitieve berekening van het LIV, jeugd-LIV en LKV. Zijn alle gegevens correct in de aangifte loonheffingen opgenomen? Maar klopt de voorlopige berekening desondanks niet? Dan kan je bellen met de UWV Telefoon Werkgevers. Je kan ook bellen als je na 15 maart 2023 nog geen voorlopige berekening hebt ontvangen.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0013 maart 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief maart 2023
  • Nieuwsbrief februari 2023

Nieuwsbrief februari 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 13 februari 2023, 20:00 uur.


1. Rentevergoeding over te veel betaalde box 3-heffing

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de Belastingdienst een passende rentevergoeding moet geven aan een belastingplichtige die te veel box 3-heffing betaalde over de jaren vanaf 2017.

Kerstarrest box 3
De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 (hierna het Kerstarrest) dat de wijze van belastingheffing in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM. Om die reden werd in dat geval geoordeeld dat het box 3-inkomen moest worden verlaagd en moest worden uitgegaan van het werkelijke lagere inkomen.

Voor degenen die tijdig bezwaar maakten tegen de box 3-heffing en voor degenen van wie de aanslagen op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststonden, is op basis van de massaalbezwaarprocedure rechtsherstel verleend voor de jaren 2017 tot en met 2021. Dit proces is inmiddels in gang gezet.

Rentevergoeding
In de door het gerechtshof besliste zaak was de vraag of ook recht op rentevergoeding bestaat als de Belastingdienst naar aanleiding van het Kerstarrest de box 3-heffing vermindert. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft deze vraag positief beantwoord.

In deze zaak werd de grondslag box 3 verminderd tot nihil. De belastingplichtige stelde zich op het standpunt dat zij ook recht had op een rentevergoeding over de periode dat de Belastingdienst over de te veel betaalde box 3-heffing heeft beschikt. Hoewel volgens de Nederlandse wetgeving geen recht bestaat op een rentevergoeding, is dat volgens het gerechtshof wel het geval op basis van het Europese recht: indien sprake is van schending van het EVRM, wordt door het EHRM (Europese Hof voor de rechten van de mens) een rentevergoeding toegekend. Voor de berekening van die rentevergoeding moet dan worden aangesloten bij de Nederlandse wetgeving, aldus het gerechtshof. Daarom had de belastingplichtige wel recht op een rentevergoeding.

Berekening rente
Het gerechtshof sluit voor de berekening (en de hoogte van het rentepercentage) in dit geval aan bij de belastingrenteregeling. Volgens het gerechtshof volgt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie dat rente moet worden vergoed vanaf de dag na betaling van de onverschuldigde box 3-heffing tot en met de dag voorafgaand aan terugbetaling.

Verzoek om rente
Krijg of kreeg je rechtsherstel box 3 voor de jaren vanaf 2017 en is de verschuldigde belasting daarom verminderd? Verzoek de Belastingdienst dan om een rentevergoeding. Wij kunnen je hierbij van dienst zijn. De verwachting dat de staatssecretaris beroep in cassatie instelt om het oordeel van de Hoge Raad te vernemen, wordt inmiddels door diverse bronnen bevestigd. Of je daadwerkelijk recht hebt op rentevergoeding, is op dit moment daarom nog afwachten.

Let op!
Het is nog niet duidelijk of voor aanslagen die al onherroepelijk vaststaan, in een verzoek om ambtshalve vermindering alsnog om rente verzocht kan worden. Ook is niet duidelijk of voor onherroepelijk vaststaande aanslagen over het jaar 2017 nog om rente verzocht kan worden. Voor die aanslagen is het inmiddels, vanwege het verstrijken van de vijfjaarstermijn, in ieder geval niet meer mogelijk om een verzoek om ambtshalve vermindering te doen.


2. Meldplicht buitenlandse zelfstandigen en detachering buitenlandse werknemers

Buitenlandse werkgevers die tijdelijk werknemers in Nederland laten werken, moeten dit melden. Dit geldt ook voor buitenlandse zelfstandigen die tijdelijk in Nederland werken. Nederlandse opdrachtgevers zijn verplicht om te controleren of er gemeld is en of de melding juist is.

EU, EER of Zwitserland
De meldingsplicht geldt voor buitenlandse werkgevers of zelfstandigen uit de EU, EER of Zwitserland. Als zij tijdelijk een dienst of opdracht uitvoeren in Nederland moeten zij dit melden via het Nederlandse online meldloket.

Let op!
De dienstontvanger of opdrachtgever moet controleren of de dienstverrichter of zelfstandige aan zijn meldplicht heeft voldaan en of de melding juist is.

Dienstverrichter
De dienstverrichter voor wie de meldplicht geldt, is een buitenlandse werkgever uit de EU, EER of Zwitserland die tijdelijk:

  • in Nederland met eigen werknemers een dienst of opdracht komt uitvoeren, of
  • vanuit een multinationale onderneming werknemers detacheert naar een vestiging van hetzelfde bedrijf of concern in Nederland, of
  • als buitenlandse uitzendondernemer uitzendkrachten ter beschikking stelt voor werkzaamheden in Nederland.

Zelfstandige
Voor zelfstandigen geldt de meldplicht alleen als zij werkzaam zijn in een aantal aangewezen sectoren in onder meer de bouw, schoonmaak, voedingsindustrie, metaal, zorg, glazenwasserij en land- en tuinbouw. Meer informatie hierover vindt je op de website postedworkers.nl op de pagina zelfstandigen.

Tip!
De transportsector kent enkele uitzonderingen op de meldingsregels.

Melden
De melding moet plaatsvinden vóór de start van de werkzaamheden in Nederland. De gegevens die nodig zijn voor de melding zijn opgenomen in de checklist buitenlandse werkgevers en de checklist buitenlandse zelfstandigen.

Tip!
Soms geldt een beperkte meldingsplicht en hoeft maar één keer per jaar een melding plaats te vinden (jaarmelding).

Tip!
Voor bepaalde incidentele werkzaamheden hoeft niet gemeld te worden. Voorbeelden zijn zakelijke besprekingen, dringend onderhoud en reparaties of het bijwonen van congressen. Deze uitzondering geldt niet voor zelfstandigen of bij detachering van een werknemer met een nationaliteit van een land buiten de EU, EER of Zwitserland.

Toezicht en boete
De Nederlandse arbeidsinspectie controleert of voldaan wordt aan de meld- en controleplicht. Als blijkt dat niet voldaan is aan de meldingsplicht, kan zowel de dienstverrichter/zelfstandige als de dienstontvanger/opdrachtgever een boete krijgen.

Tip!
Ben je meldings- of controleplichtige of twijfel je hierover? Neem dan contact op met een van onze adviseurs voor meer informatie.


3. Duidelijkheid over loonbelastingtabel voor vluchteling uit Oekraïne

Als je een vluchteling uit de Oekraïne in dienst wilt nemen, moet je ook weten welke loonbelastingtabel je moet toepassen. Hiervoor moet je weten wat de fiscale woonplaats is. Wat te doen als hierover onzekerheid bestaat? De Belastingdienst heeft hier nu duidelijkheid over gegeven.

Wat is de fiscale woonplaats?
Als iemand een verblijfplaats in Nederland heeft, betekent dit nog niet dat Nederland zijn fiscale woonplaats is. Daarvoor is bepalend of de werknemer een duurzame, persoonlijke band met Nederland heeft. Hij is alleen inwoner van Nederland als zijn sociale en economische leven zich hier afspeelt.

Feiten en omstandigheden
Waar een werknemer woont, bepaal je op basis van alle feiten en omstandigheden die bij jou bekend zijn. Denk bijvoorbeeld aan de woonplaats die hij jou aanlevert en de reiskostenvergoedingen die je hem betaalt. Woont het gezin van de werknemer bijvoorbeeld in het buitenland, gaan zijn kinderen daar naar school en houdt hij daar bankrekeningen aan, dan kan je aannemen dat hij geen inwoner van Nederland is.

Vluchteling uit Oekraïne
Voor een vluchteling uit de Oekraïne kan het zijn dat de fiscale woonplaats op basis van de feiten en omstandigheden Oekraïne blijkt te zijn. Dan pas je de tabel toe voor een inwoner van een derde land. Ook kan het zijn dat uit de feiten en omstandigheden blijkt dat Nederland de fiscale woonplaats is. Dan pas je de tabel toe voor een inwoner van Nederland.

Wat nu als de woonplaats niet is vast te stellen?
Kan je de woonplaats niet vaststellen, verblijft de werknemer al ten minste zes maanden in Nederland en beschik je over zijn volledige verblijfsadres in Nederland, dan mag je er voor de loonheffingen van uitgaan dat het verblijfsadres de fiscale woonplaats is. Je past dan de loonbelastingtabel toe voor een inwoner van Nederland. In alle andere gevallen pas je het anoniementarief toe.

Let op!
Als je de tabel voor een inwoner van een derde land moet toepassen, heeft de werknemer geen recht op het belastingdeel van de loonheffingskorting. Om die reden is het voor de werknemer financieel aantrekkelijk als je gebruik kan maken van de aanname dat na zes maanden de fiscale woonplaats Nederland is. Je kan dan de tabel voor een inwoner van Nederland toepassen, zodat de werknemer ook recht heeft op het belastingdeel van de loonheffingskorting.


4. Aanvragen ISDE-subsidie gestart

Ook dit jaar kunnen woningeigenaren en zakelijke gebruikers de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) aanvragen. De aanvraagperiode is inmiddels gestart. Aanvragen moet digitaal via de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO), voor bedrijven is eHerkenning verplicht.

ISDE-regeling
De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing voor woningeigenaren (ISDE) is een subsidie voor eigenaren van een koopwoning die als hun hoofdverblijf dient. Via de ISDE kan subsidie verkregen worden voor onder meer isolatiemaatregelen, (hybride) warmtepompen, zonneboilers en aansluitingen op een warmtenet. Zakelijke gebruikers kunnen subsidie krijgen voor een (hybride) warmtepomp, zonneboiler, zonnepanelen en kleinschalige windturbines.

Let op!
Voorkom dat de ISDE-subsidie niet wordt toegekend en beoordeel daarom altijd of je wel aan alle voorwaarden voldoet. Zo kan een woningeigenaar de subsidie pas aanvragen als de energiebesparende maatregel is geïnstalleerd, terwijl de zakelijke gebruiker eerst de subsidie moet aanvragen en daarna pas de koopovereenkomst kan sluiten. Meer informatie over de ISDE-subsidie en de voorwaarden vindt je op de website van RVO.

Meer budget beschikbaar
Er is dit jaar, 2023, meer budget beschikbaar. Vorig jaar was dit €325 miljoen, dit jaar €350 miljoen. De ISDE-regeling loopt tot 2030.

Verruiming regeling
Er zijn dit jaar enkele wijzigingen in de subsidieregeling ten opzichte van vorig jaar. Zo kunnen woningeigenaren vanaf dit jaar ook voor één isolerende maatregel subsidie aanvragen. Vorig jaar moesten dit er minstens twee zijn. Ook is de termijn voor de aanvraag verlengd naar 24 maanden.

Let op!
De ISDE-subsidie voor kleinschalige turbines en zonnepanelen is alleen nog in 2023 beschikbaar.


5. Afrekening werkkostenregeling 2022 in maart 2023

In 2022 bedroeg de vrije ruimte in de werkkostenregeling, de WKR, 1,7% over de eerste €400.000 van de totale fiscale loonsom van jouw werknemers en 1,18% over het meerdere. Was het bedrag aan vergoedingen, verstrekkingen en/of terbeschikkingstellingen die je ten laste van de vrije ruimte bracht meer dan de vrije ruimte? Dan ben je over het meerdere 80% eindheffing (belasting) verschuldigd. Deze eindheffing moet je uiterlijk in jouw tweede aangifte loonheffingen 2023 aangeven en betalen. Doe je per maand aangifte, dan moet je dit dus bij jouw aangifte februari 2023 doen. Deze aangifte moet je uiterlijk 31 maart 2023 indienen en betalen.


6. Schenking gehad in 2022? Doe voor 1 maart aangifte schenkbelasting 2022

Kreeg je in 2022 een of meerdere schenkingen? Vergeet dan niet aangifte schenkbelasting 2022 te doen. Je moet dit doen als je in 2022 een of meer schenkingen van jouw ouder(s) kreeg met een totale waarde hoger dan €5.677. Je moet dit ook doen als je in 2022 een of meer schenkingen van dezelfde schenker (niet jouw ouders) kreeg met een totale waarde hoger dan €2.274. Ook bij toepassing van een eenmalig verhoogde vrijstelling (bijvoorbeeld voor de eigen woning) moet je aangifte schenkbelasting doen. De aangifte schenkbelasting 2022 moet voor 1 maart 2023 door de Belastingdienst ontvangen zijn. Lukt het niet om op tijd aangifte schenkbelasting 2022 te doen, dan kan je uitstel aanvragen. Je krijgt dan vijf maanden uitstel.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0013 februari 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief februari 2023
  • Nieuwsbrief januari 2023

Nieuwsbrief januari 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 16 januari 2023, 20:00 uur.


1. Willekeurig afschrijven mogelijk in 2023

Vorig jaar kondigde het kabinet een pakket aan ondersteunende maatregelen aan voor het MKB voor de jaren 2023 tot en met 2027. Een van de maatregelen betreft de mogelijkheid om in 2023 willekeurig af te schrijven op bepaalde bedrijfsmiddelen.

Welke bedrijfsmiddelen?
Je kan willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen waarvoor je:

  • de verplichting voor de aanschaf van deze bedrijfsmiddelen in 2023 aangaat, of
  • de voortbrengingskosten in 2023 maakt.

Je kan alleen willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen die niet eerder al in gebruik zijn genomen. Bovendien moet het bedrijfsmiddel vóór 1 januari 2026 in gebruik worden genomen.

Let op!
De regeling voor de willekeurige afschrijving geldt zowel voor ondernemers in de inkomstenbelasting als in de vennootschapsbelasting.

Maximaal 50% in 2023 afschrijven
Als voldaan is aan de voorwaarden, mag je tot maximaal 50% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten ineens afschrijven in 2023. Het restant moet je in de jaren ná 2023 normaal afschrijven.

Uitgesloten bedrijfsmiddelen
Bepaalde bedrijfsmiddelen zijn uitgesloten van de regeling. Op onder meer de volgende bedrijfsmiddelen kan je daarom niet willekeurig afschrijven:

  • gebouwen;
  • schepen en vliegtuigen;
  • bromfietsen en motorrijwielen;
  • personenauto’s;
  • immateriële activa;
  • dieren.

Let op!
Personenauto’s die bestemd zijn voor het beroepsvervoer over de weg én personenauto’s met een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer (onder meer elektrische personenauto’s) zijn niet uitgesloten van de regeling. Op deze auto’s kan je dus wel willekeurig afschrijven als je aan de voorwaarden voldoet.

Geen willekeurige afschrijving
Op bedrijfsmiddelen die bestemd zijn om hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan derden kan je ook niet willekeurig afschrijven. Dit betreft bijvoorbeeld bedrijfsmiddelen die je verhuurt aan een ander. Verhuur je deze bedrijfsmiddelen echter voor korte duur aan telkens andere huurders? Dan kan je hier wel willekeurig op afschrijven als je aan de voorwaarden voldoet.

Let op!
Als je door een andere regeling al willekeurig afschrijft op een bedrijfsmiddel, kan je geen gebruikmaken van de regeling voor willekeurige afschrijving die voor 2023 geldt.


2. Schenken: wat zijn in 2023 de mogelijkheden?

Wat mag je in 2023 fiscaalvrij schenken? De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is dit jaar beperkt tot €28.947. Daarnaast zijn er nog andere schenkingsvrijstellingen. De mogelijkheden voor 2023 zetten wij voor je op een rij.

Algemene vrijstellingen
De algemene vrijstelling voor schenkingen aan jouw kind bedraagt dit jaar €6.035. Voor schenkingen aan een ander is dit €2.418. Een schenking aan jouw kind die aantoonbaar gebruikt wordt voor een dure studie, is vrijgesteld tot €60.298. Jouw kind moet voor deze laatste schenking de leeftijd hebben tussen de 18 en 40 jaar.

Eigen woning of vrij besteedbaar?
De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning, ook wel bekend als de jubelton, is dit jaar beperkt tot €28.947. Dit vrijgestelde bedrag geldt zowel voor een schenking aan derden als voor een schenking aan jouw kinderen.

Eenzelfde vrijstelling geldt ook voor een eenmalige schenking aan jouw kinderen, die vrij besteedbaar is. Maar let op: je mag echter maar één van beide vrijstellingen eenmalig gebruiken. Het is daarom verstandig om als ouder vanaf 2023 voor de vrij besteedbare schenking te kiezen. Hiervoor gelden namelijk minder voorwaarden.

Tip!
Kies je per abuis als ouder toch voor de vrijstelling eigen woning? Dan heeft de staatssecretaris toegezegd dat een schenking in de relatie ouders-kinderen, waarbij in de aangifte schenkbelasting 2023 een beroep wordt gedaan op de eenmalige verhoogde vrijstelling eigen woning, hetzelfde wordt behandeld als de eenmalige verhoogde vrijstelling zonder bestedingseis.

Let op!
Ook de ontvanger van de schenking, of zijn of haar partner, moet voor de verhoogde vrijstelling van €28.947 tussen de 18 en 40 jaar zijn. De dag van de 40e verjaardag telt nog mee.

Eerdere schenking eigen woning
De schenking voor een eigen woning die voor het eerst in 2022 plaatsvond maar waarvoor toen nog niet het maximum van de vrijstelling is benut, mag in 2023 nog vrijgesteld worden aangevuld tot en met €106.671. Vond de schenking voor het eerst in 2021 plaats en is in 2022 het maximum van de vrijstelling nog niet benut, dan kan je in 2023 nog vrijgesteld aanvullen tot en met €105.302. Voorwaarde voor de aanvullingen is wel dat in het jaar van de eerdere schenking(en) een beroep gedaan is op de vrijstelling voor de eigen woning in de aangifte schenkbelasting voor dat jaar.

Tarief
Schenk je meer dan de genoemde bedragen, dan betalen jouw kinderen 10% belasting over het meerdere tot €138.642. Boven dit bedrag is het tarief 20% over het meerdere. Voor kleinkinderen zijn de tarieven 18% tot €138.642 en 36% over het meerdere. Voor willekeurige derden is het tarief 30% tot €138.642 en 40% over het meerdere.

Erfbelasting
Ook bij een erfenis gelden de nodige vrijstellingen en verschillende tarieven. De vrijstellingen voor 2023 zijn:

  • echtgenoot of partner: €723.526;
  • kind, kleinkind: €22.918;
  • invalide kind: €68.740;
  • ouders (samen): €54.270;
  • overig: €2.418.

Tarief erfbelasting
Het tarief over het belaste deel bedraagt voor echtgenoten, partners en kinderen tot €138.642 10%, over het meerdere 20%. Voor kleinkinderen is dit tarief 18% tot €138.642, over het meerdere 36%. Voor overige erfgenamen is dit tarief 30% tot €138.642 en 40% over het meerdere.


3. Betalingen aan derden verplicht opgeven in januari 2023

Betaalde je in 2022 bedragen aan iemand die niet bij jou in dienstbetrekking was of als ondernemer bij jou werkte? Dan moet je die bedragen deze maand, dus in januari 2023, aan de Belastingdienst doorgeven.

Renseigneringsverplichting
Het verplicht doorgeven van de betaalde bedragen aan de Belastingdienst wordt ook wel de renseigneringsverplichting genoemd. Voor de jaren tot en met 2021 hoefde je alleen bedragen door te geven als de Belastingdienst daarom vroeg. Voor de jaren vanaf 2022 ben je verplicht dit uit eigen beweging te doen. De verplichting geldt voor twee groepen administratieplichtigen:

  • inhoudingsplichtigen, ofwel (rechts)personen met een loonheffingennummer, en
  • bepaalde collectieve beheersorganisaties (CBO’s).

Uitgesloten betalingen
Bepaalde betalingen hoef je niet door te geven. Het gaat hier onder meer om betalingen voor werkzaamheden die zijn verricht als vrijwilliger, werkzaamheden en diensten waarvoor een factuur is uitgereikt met omzetbelasting, de werkzaamheden en diensten die zijn verricht als werknemer en de vergoedingen voor een auteursrecht.

Tip!
De renseigneringsverplichting geldt niet voor een niet in Nederland wonende of gevestigde werkgever die in Nederland geen inhoudingsplichtige is.

Aan te leveren gegevens
Het aanleveren van de gegevens moet digitaal. Het gaat hierbij om de volgende gegevens:

  • naam, adres, BSN en geboortedatum van de ontvanger van de betaling;
  • de in het kalenderjaar betaalde bedragen inclusief eventuele kostenvergoedingen;
  • datum waarop je de uitbetaling hebt gedaan.

Uiterste datum 31 januari 2023
De in 2022 aan een derde betaalde bedragen moet je in de maand januari 2023 (uiterlijk 31 januari 2023!) aan de Belastingdienst doorgeven. Dit moet je dus uit eigen beweging doen, je kan niet wachten tot de Belastingdienst hierom vraagt.

Let op!
Naast betalingen in geld moet je ook betalingen in natura doorgeven.


4. Belangrijke punten bij jouw laatste BTW-aangifte 2022

Uiterlijk 31 januari 2023 moet je jouw laatste BTW-aangifte over 2022 indienen en de verschuldigde BTW aan de Belastingdienst betalen. Besteed in deze laatste BTW-aangifte in ieder geval aandacht aan de jaarlijkse terugkerende mogelijke afdrachten en correcties.

BTW privégebruik auto
De BTW die betrekking heeft op auto’s van de zaak trek je gedurende het jaar af in jouw BTW-aangiften. In de laatste BTW-aangifte van het jaar moet je daarom BTW afdragen over het privégebruik van de auto’s van de zaak. Dit geldt zowel voor personenauto’s als bestelauto’s.

De BTW-afdracht over het privégebruik van de auto bereken je in beginsel op basis van de verhouding tussen het zakelijk gebruik en privégebruik. Kan je die verhouding niet aantonen met een kilometeradministratie of anders? Dan bedraagt de BTW-afdracht voor het privégebruik van de auto 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief BTW en BPM.

Tip!
Heb je bij aankoop van de auto geen BTW afgetrokken? Dan bedraagt de BTW-afdracht voor het privégebruik 1,5% van de catalogusprijs. Je gaat in 2022 ook uit van 1,5 in plaats van 2,7% voor auto’s die je in 2017 of eerder in gebruik hebt genomen.

Let op!
In tegenstelling tot de bijtellingsregels in de loon- of inkomstenbelasting, zijn de kilometers woon-werkverkeer voor de BTW privé en niet zakelijk. Dit betekent dat ook voor een auto die niet tot een bijtelling leidt in de loon- of inkomstenbelasting – omdat met deze auto aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé gereden wordt – BTW over het privégebruik van de auto verschuldigd kan zijn.

Personeelsvoorzieningen en relatiegeschenken
Personeelsvoorzieningen zijn zaken die je aan jouw werknemers ter beschikking stelt. Denk aan fitness, ontspanning en loon in natura (waaronder een kerstpakket of een jubileumgeschenk). Gaf je in 2022 meer dan €227 (excl. BTW) per werknemer aan personeelsvoorzieningen uit? Dan moet je in de laatste BTW-aangifte een BTW-correctie toepassen.

Gaf je in 2022 goederen en diensten cadeau of tegen een symbolisch bedrag, bijvoorbeeld aan een zakenrelatie? Dan moet je een BTW-correctie toepassen in de laatste BTW-aangifte als de ontvanger van het cadeau minder dan 30% BTW kan aftrekken én de waarde meer dan €227 (exclusief BTW) per ontvanger bedraagt.

Verkoop/diensten BTW-belast en BTW-vrijgesteld
Verkoop je goederen en/of verricht je diensten die deels met BTW belast en deels van BTW vrijgesteld zijn? Dan mag je de BTW die betrekking heeft op de BTW vrijgestelde goederen en diensten niet in aftrek brengen. Gedurende het jaar 2022 heb je in jouw aangiften BTW al een inschatting gemaakt van de niet-aftrekbare BTW. In jouw laatste BTW-aangifte van 2022 bereken je of deze inschatting juist is geweest en pas je, waar nodig, een correctie toe.

Let op!
Een vergelijkbare berekening pas je ook toe voor in 2022 ingekochte diensten en roerende zaken die je deels privé hebt gebruikt.

Let op!
Voor investeringsgoederen gelden afwijkende regels. Investeringsgoederen zijn onroerende zaken, bijvoorbeeld een bedrijfspand, of roerende zaken waarop je voor de inkomstenbelasting afschrijft, bijvoorbeeld een computer.


5. Invorderingsrente 2% vanaf 1 januari 2023

De invorderingsrente op belastingschulden is vanaf 1 januari 2023 verhoogd van 1 naar 2%. Per 1 juli 2023 volgt een stijging naar 3%, waarna vanaf 1 januari 2024 de invorderingsrente weer uitkomt op het oude niveau van vóór de coronacrisis, namelijk 4%. Heb je op de uiterste betaaldatum jouw belastingen nog niet betaald? Dan ben je invorderingsrente verschuldigd vanaf de dag na de uiterste betaaldatum tot de dag waarop jouw betaling door de Belastingdienst ontvangen is. Je bent ook invorderingsrente verschuldigd over jouw belastingschulden waarvoor je langdurig uitstel van betaling kreeg in verband met de coronacrisis. Deze schulden worden vanaf 1 oktober 2022 in principe in 60 gelijke maandelijkse termijnen afgelost. De verhoging van de invorderingsrente kan misschien reden zijn om deze schulden eerder al af te lossen, mits dit uiteraard tot de mogelijkheden behoort.


6. Vraag subsidie emissieloze bedrijfsauto aan

Ondernemers en non-profitinstellingen kunnen vanaf 10 januari weer de subsidie emissieloze bedrijfsauto’s (SEBA) aanvragen voor de koop of financial lease van een nieuwe elektrische bedrijfsauto. De regeling geldt alleen voor bedrijfsauto’s die zijn gemaakt voor het vervoer van goederen in de voertuigcategorie N1 of N2 tot een maximumgewicht van 4.250 kg. De netto catalogusprijs (bij N1) of de verkoopprijs zonder BTW (bij N2) moet minimaal €20.000 bedragen en de bedrijfsauto mag bij aanvraag van de subsidie nog niet op jouw naam staan. Ook mag op het moment dat je de subsidie aanvraagt de koop- of financial leaseovereenkomst nog niet definitief zijn. Vaak wordt in de niet-definitieve overeenkomst daarom een bepaling opgenomen dat deze definitief wordt als positief besloten is op de aanvraag van SEBA-subsidie. De subsidie bedraagt maximaal €5.000.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0016 januari 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief januari 2023
  • Special Lonen 2023

Special Lonen 2023

De Special Lonen 2023 is een handig naslagwerk voor jou als werkgever of als HR-medewerker.

Deze special bevat actuele cijfers van onder meer het minimumloon, premiepercentages werknemersverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, premies WW en arbeidskortingen, LIV en LKV en het gebruikelijk loon voor de DGA.

Tevens bevat deze editie informatie over bijvoorbeeld de auto van de zaak, de thuiswerkvergoeding, de WKR en de transitievergoeding.

Klik hier voor de Special Lonen

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0010 januari 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Special Lonen 2023
  • Nieuwsbrief december 2022

Nieuwsbrief december 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 12 december 2022, 20:00 uur.


1. Normbedrag gebruikelijk loon DGA naar € 51.000

Het normbedrag van het gebruikelijk loon voor de DGA bedraagt vanaf 2023 € 51.000. Daarnaast verdwijnt de doelmatigheidsmarge in de gebruikelijkloonregeling. Deze twee aanpassingen betekenen dat het voor de DGA verstandig is om te beoordelen of zijn loon mogelijk moet worden aangepast.

Berekening gebruikelijk loon 2023
Een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang die ook werkzaamheden verricht voor de BV (waaronder de DGA) moet een gebruikelijk loon ontvangen. Het gebruikelijk loon bedraagt in 2023 het hoogste bedrag van de volgende bedragen:

  • het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of;
  • het loon van de meest verdienende werknemer van de BV of;
  • €51.000.

Tip!
Onder bepaalde voorwaarden kan het gebruikelijk loon lager zijn. De bewijslast hiervan ligt wel bij jouw BV.

Verdwijnen doelmatigheidsmarge
In het Belastingplan 2023 is het verdwijnen van de doelmatigheidsmarge opgenomen. Waar je in 2022 nog rekening mag houden met 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, wordt dit vanaf 2023 100% van dat loon. Deze wijziging, tezamen met de verhoging van het normbedrag van €48.000 in 2022 naar €51.000 in 2023, kan betekenen dat jouw loon omhoog moet om nog gebruikelijk te zijn.

Let op!
De Tweede Kamer gaat al akkoord met de verdwijning van de doelmatigheidsmarge. De Eerste Kamer stemt hierover medio december 2022.

Voorbeeld verhoging gebruikelijk loon
Stel: in 2022 en 2023 bedraagt het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking €62.000 en het loon van de meest verdienende werknemer €47.000. Het gebruikelijk loon in 2022 bedraagt dan €48.000 (het hoogste bedrag van 75% van €62.000 = €46.500, €47.000 en €48.000). Het gebruikelijk loon in 2023 bedraagt echter €62.000 (het hoogste bedrag van €62.000, €47.000 en €51.000). Jouw gebruikelijk loon stijgt dan dus met €14.000!

Let op!
De hoogte van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking zal mogelijk tot meer discussie kunnen leiden met de Belastingdienst. Waar tot 2022 nog een discussiemarge bestond van 25%, is deze vanaf 2023 namelijk volledig verdwenen.

Onderdelen gebruikelijk loon
Het gebruikelijk loon omvat behalve het reguliere loon in geld, ook loon in natura en de bijtelling van de auto vanwege privégebruik. Ook de vergoedingen en verstrekkingen die onder de werkkostenregeling als eindheffingsloon zijn aangewezen, kunnen meetellen, mits zij individualiseerbaar zijn.

Tip!
Het reguliere loon van de DGA uit het eerdere voorbeeld kan in 2023 lager zijn dan €62.000. Stel dat de DGA bijvoorbeeld een bijtelling heeft voor een terbeschikkinggestelde auto van €12.000 en vergoedingen onder de werkkostenregeling die als eindheffingsloon zijn aangewezen in de vrije ruimte ter grootte van €2.400, dan hoeft het reguliere loon maar €47.600 te bedragen in plaats van €62.000.


2. Spreid de jubelton over 2022 en 2023

De eenmalige belastingvrije schenking voor onder andere de aankoop van een woning, ook bekend als de jubelton, wordt afgeschaft. Als je in 2022 nog in actie komt, kan je de huidige jubelton van €106.671 nog spreiden over 2022 en 2023.

Jubelton
Ouders kunnen bijvoorbeeld aan hun kinderen via de jubelton in 2022 nog een belastingvrije schenking doen. De vrijstelling geldt overigens ook voor derden. Je kan deze schenking dus aan een willekeurig persoon doen. Er zijn echter wel voorwaarden. Zo dient de jubelton gebruikt te worden om:

  • een eigen woning te kopen of te verbouwen;
  • de hypotheek of restschulden van de eigen woning af te lossen;
  • de rechten van erfpacht, opstal of beklemming van de eigen woning af te kopen.

Een lager bedrag in 2023
De jubelton bedraagt nu nog €106.671, maar wordt in 2023 beperkt tot een bedrag van €28.947. Per 2024 verdwijnt de jubelton helemaal.

Spreid de jubelton
Wil je nog optimaal profiteren van de fiscale vrijstelling voor een schenking voor de eigen woning? Doe dit dan vóór 1 januari 2023. Je hoeft dan niet meteen in 2022 al het volledige bedrag te schenken om optimaal te profiteren. Een schenking van €1 in 2022 is al voldoende. Je kan het restant schenken in 2023.

Let op!
Je moet wel zowel in 2022 als in 2023 voldoen aan alle voorwaarden voor de jubelton. Daarnaast moet je ook zowel in 2022 als in 2023 de vrijstelling voor de jubelton aanvragen in de aangifte schenkbelasting voor 2022 en 2023.

Tip!
Schenk je in 2022 nog niet het gehele bedrag van de jubelton, dan kan je dus in 2023 het restant schenken. Daarnaast kan je in 2023 ook nog gebruikmaken van de jaarlijkse reguliere vrijstelling voor 2023 (€6.035 voor een schenking van ouders aan kinderen en €2.418 voor een schenking aan anderen).

Voorwaarden
Voor de jubelton geldt een aantal voorwaarden. Zo moet de ontvanger van de schenking tussen de 18 en 40 jaar oud zijn, moet de jubelton gebruikt worden voor de eigen woning en moet je via schriftelijke bewijzen kunnen aantonen dat de schenking is betaald. Een schenking op papier voldoet dus niet.

Tip!
Controleer goed of je voldoet aan alle voorwaarden. Onze adviseurs kunnen jou daarbij van dienst zijn. Daarmee voorkom je dat de vrijstelling onverwacht toch niet van toepassing is.

Besteden schenking tot en met 2024
Een voorwaarde voor de jubelton is dat de schenking voor de eigen woning wordt gebruikt. De ontvanger heeft daar enige tijd voor. Als je in 2022 schenkt, kan de ontvanger de schenking nog tot uiterlijk 2024 besteden aan de eigen woning. Dit geldt ook voor een eventuele aanvullende schenking in 2023.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.


3. Belasting over broodfonds

Een broodfonds is een particulier initiatief van zelfstandig ondernemers om bij langdurige ziekte elkaar financieel te ondersteunen. Over de vraag of een deelnemer aan een broodfonds belasting verschuldigd is, is meer duidelijkheid verstrekt.

Broodfonds
Grofweg werkt een broodfonds als volgt. De deelnemende ondernemer legt maandelijks een bedrag in. Daarnaast betaalt de deelnemer eenmalig inschrijfkosten en een maandelijkse contributie.

Als een ondernemer ziek wordt, krijgt deze – over het algemeen na een wachttijd van een maand – gedurende maximaal twee jaar schenkingen van de andere aangesloten ondernemers. Het bedrag van de schenking is afhankelijk van de maandelijkse inleg van de ondernemer.

Inkomstenbelasting box 1: uitkeringen uit en betalingen aan broodfonds
Als een ondernemer schenkingen uit een broodfonds ontvangt vanwege zijn ziekte, zijn deze volgens de Belastingdienst niet belast in box 1. De bedragen die de ondernemer maandelijks inlegt, zijn daarentegen ook niet aftrekbaar in box 1.

Inkomstenbelasting box 3: aandeel in broodfonds
Het aandeel van de ondernemer in het broodfonds moet volgens de Belastingdienst voor box 3 gewaardeerd worden op het saldo van de ingelegde bedragen, verminderd met de contributie en de gedane uitkeringen.

Tip!
Het recht op een ingegane uitkering, maar ook het recht op een niet-ingegane uitkering, heeft een waarde die eigenlijk in box 3 opgegeven zou moeten worden. Uit praktisch oogpunt geeft de Belastingdienst aan dat deze waarde op nihil kan worden gesteld. De waarde van een verplichting om uitkeringen te doen, wordt voor box 3 echter ook niet in aanmerking genomen.

Schenkbelasting
De Belastingdienst geeft aan dat bij deelname aan een broodfonds geen schenkbelasting verschuldigd is, omdat sprake is van een kansovereenkomst. De Belastingdienst merkt daarbij wel op dat bij afwijkende regels in een broodfonds de beoordeling mogelijk anders kan zijn.


4. Moet ik als ondernemer de CBS-enquêtes verplicht invullen?

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stuurt bedrijven met regelmaat enquêtes toe. Ben je eigenlijk verplicht om dergelijke enquêtes in te vullen?

Waarom enquêtes?
Het CBS stuurt bedrijven enquêtes toe om cijfermatig inzicht te krijgen in talloze zaken die de overheid nodig heeft voor het bepalen van haar beleid. Denk daarbij aan inzicht in de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld aan de vraag of er mogelijke tekorten zijn (of dreigen te ontstaan) aan personeel in bepaalde sectoren.

Wettelijke verplichting
Een bedrijf is wettelijk verplicht de enquêtes van het CBS binnen de gestelde termijnen te beantwoorden.

Let op!
Voor personen geldt de wettelijke verplichting niet. Een persoon kan wel verzocht worden om een enquête in te vullen, maar dit is dus niet verplicht.

Last onder dwangsom
Beantwoord je de enquête van het CBS niet, dan zal het CBS dit afdwingen via een zogenaamde last onder dwangsom. Je krijgt dan de kans om de enquête alsnog te beantwoorden. Als je dit niet binnen veertien dagen doet, moet je een dwangsom betalen.

Tip!
Het CBS legt niet meteen een last onder dwangsom op, maar stuurt altijd eerst een herinnering met de vraag om de gegevens met spoed op te sturen.

Hoogte dwangsom
De hoogte van de dwangsom is afhankelijk van de omvang van jouw onderneming, de periode waarop de gevraagde gegevens betrekking hebben en jouw responsgedrag, ofwel de mate waarin je verzuimt de gevraagde gegevens aan te leveren. De hoogte van een dwangsom kan oplopen tot €16.000, maar in bijzondere gevallen zelfs tot €500.000.

Boete
Bij een tweede of volgende overtredingen kan je bestraft worden met een boete die kan oplopen tot maximaal €5.000.

Let op!
Het dan alsnog beantwoorden van de enquête doet de boete niet vervallen.

Bezwaar
Ben je het niet eens met een opgelegde sanctie, dan kan je in bezwaar bij de directeur-
generaal van het CBS. Wijst deze jouw bezwaar af, dan kan je naar de rechter stappen.

Let op!
Het ontvangen en betalen van een last onder dwangsom of een boete ontslaat je niet van de verplichting om de enquête te beantwoorden.


5. Voorlopig geen info meer uit UBO-register

Voor de meeste organisaties bestaat de plicht om de uiteindelijke eigenaar of degene die uiteindelijk zeggenschap heeft, te registeren in het zogenaamde UBO-register. Via de KVK kunnen derden informatie uit dit UBO-register opvragen. De Europese bepaling die dit regelt, is volgens het Hof van Justitie van de EU echter onvoldoende onderbouwd – met name met het oog op bescherming van de privacy – en daarmee ongeldig. De uitspraak van het Hof is voor minister Kaag aanleiding om naar de verstrekking van informatie over UBO’s te kijken. Daarom wordt door de KvK voorlopig ook een informatiestop gehanteerd. De uitspraak betekent echter niet dat er iets verandert aan de plicht om UBO’s in het register in te schrijven.


6. Nieuwe normbedragen maaltijden, thuiswerken en reiskosten 2023 bekend

De Belastingdienst heeft de normbedragen die in 2023 gelden voor maaltijden, thuiswerken en reiskosten bekendgemaakt. Voor de waarde van maaltijden in bedrijfskantines of soortgelijke ruimtes of tijdens personeelsfeesten op de bedrijfslocatie geldt een normbedrag. Dit normbedrag stijgt van €3,35 in 2022 naar €3,55 in 2023 per maaltijd. Voor de extra kosten die verbonden zijn aan thuiswerken, kan je, onder voorwaarden, een onbelaste vergoeding geven van €2 in 2022 en van €2,15 in 2023 per dag. Voor de zakelijke reiskilometers (waaronder woon-werkkilometers) die jouw werknemer maakt met een eigen vervoermiddel kan je een onbelaste vergoeding geven van €0,19 in 2022 en van €0,21 in 2023 per kilometer.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0012 december 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief december 2022
  • Update Special Eindejaarstips 2022

Update Special Eindejaarstips 2022

Wat kan je als ondernemer fiscaal dit jaar nog regelen? Zijn er voor de DGA belangrijke aandachtspunten waarop je moet anticiperen? Op welke zaken moet je, je als werkgever voorbereiden op het nieuwe jaar?

In de Update Special Eindejaarstips hebben wij zo veel mogelijk rekening gehouden met de plannen van het kabinet voor volgend jaar.

Let op!
Een aantal plannen van het kabinet zijn nog niet definitief. Deze moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Welke dat zijn, kunnen wij je uiteraard vertellen. Ook worden nog steeds nieuwe plannen bekendgemaakt of worden er huidige plannen aangepast. Daarom overleggen wij graag met jou of het verstandig is wel of geen stappen te zetten.

Klik hier voor de Update Special Eindejaarstips

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0023 november 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Update Special Eindejaarstips 2022
  • Nieuwsbrief november 2022

Nieuwsbrief november 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 14 november 2022, 20:00 uur.


1. Akkoord Tweede Kamer belastingplannen 2023: ondernemers en werkgevers

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de belastingplannen 2023. Tegelijkertijd werd nog een aantal wijzigingen op deze plannen aangenomen en werd het kabinet verzocht een aantal zaken te onderzoeken. Wat staat je op hoofdlijnen als ondernemer en/of werkgever vanaf 2023 te wachten?

Ondernemers

  • voor ondernemers in de inkomstenbelasting is 2022 het laatste jaar waarin gedoteerd kan worden aan de fiscale oudedagsreserve. Voor alle tot en met 31 december 2022 opgebouwde bedragen in de FOR blijft de huidige regeling wel bestaan. Verder gaat voor hen de zelfstandigenaftrek de komende jaren in stappen omlaag tot €900 in 2027;
  • vanaf 2024 komen er voor houders van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, twee tarieven in box 2: 24,5% over inkomsten uit box 2 tot €67.000 en 31% over het meerdere;
  • het tarief in de vennootschapsbelasting gaat in 2023 omhoog. Tot een winst van €200.000 bedraagt het tarief 19%, daarboven 25,8%;
  • het budget voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en energie-investeringsaftrek (EIA) wordt jaarlijks verhoogd met in totaal €150 miljoen. Ook kan op nieuw aangewezen bedrijfsmiddelen vanaf 2023 willekeurig worden afgeschreven. De details van deze regeling zijn nog niet bekend;
  • de vrijstelling BPM op bestelauto’s die meer dan 10% zakelijk gebruikt worden, verdwijnt vanaf 2025. Vanaf die datum wordt de BPM berekend op basis van CO2-uitstoot. De voorgenomen verhoging van de MRB voor bestelauto’s per 2025 is van de baan;
  • ondernemers die zonnepanelen leveren/installeren, moeten vanaf 2023 rekening houden met het 0% BTW-tarief voor de levering en installatie van zonnepanelen op en in de onmiddellijke nabijheid van woningen;
  • al aangekondigd, maar nog niet vastgelegd in een wetsvoorstel of wet, is dat straks de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting en inkomstenbelasting niet meer geldt voor verhuurd vastgoed. Vanaf wanneer (de verwachting is 2024) en nadere details zijn nog niet bekend;
  • ook aangekondigd, maar nog niet vastgelegd in een wetsvoorstel, is de introductie van een maatregel in de vennootschapsbelasting, waarschijnlijk vanaf 2024. Hierdoor mogen fiscale beleggingsinstellingen (FBI’s) niet meer direct in vastgoed beleggen.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om te onderzoeken of er fiscale belemmeringen zijn bij stopperregelingen voor agrariërs en om in de evaluatie van de BOR ook de aanpak van constructies als baby-BV’s te betrekken.

Werkgevers

  • de vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR) bedraagt in 2023 over de eerste €400.000 fiscale loonsom 3%, daarboven bedraagt de vrije ruimte 1,18%. Werkgevers kunnen verder een onbelaste reiskostenvergoeding geven van €0,21 per kilometer in 2023 en €0,22 per kilometer in 2024;
  • voor de werkende houder van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, verdwijnt de doelmatigheidsmarge in de gebruikelijkloonregeling. Vanaf 2023 moet rekening gehouden worden met 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking in plaats van 75%. De speciale regeling voor innovatieve start-ups verdwijnt vanaf 2023;
  • de 30%-regeling voor ingekomen werknemers wordt vanaf 2024 beperkt tot de balkenendenorm (in 2022: €216.000). Voor ingekomen werknemers voor wie de 30%-regeling in het laatste loontijdvak van 2022 is toegepast, geldt een overgangsregeling tot en met 2025;
  • verder wordt de AOF-premie voor kleine werkgevers lager;
  • oorspronkelijk was nog voorgesteld om het lage-inkomensvoordeel (LIV) tijdelijk te verruimen. Bij de stemming in de Tweede Kamer is dit voorstel met betrekking tot het jaar 2023 (waarvan uitbetaling in 2024 plaatsvindt) echter geschrapt. De verruiming voor het jaar 2022 (waarvan uitbetaling in 2023 plaatsvindt), lijkt wel doorgang te vinden.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om de afschaffing van de buitenlandse partiële belastingplicht binnen de 30%-regeling en de mogelijkheid om belastingvrij een OV-abonnement te verstrekken, te onderzoeken.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd (december 2022).


2. Belastingplannen 2023 particulieren en box 3: akkoord Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de belastingplannen voor 2023. Op een aantal onderdelen uit deze plannen zijn wijzigingen aangebracht en een aantal zaken moet nog door het kabinet nader worden onderzocht. Wat staat je als particulier te wachten en wat zijn de plannen voor box 3? De hoofdlijnen.

Particulieren

  • de eenmalige schenkingsvrijstelling met betrekking tot een woning, ook bekend als de ‘jubelton’, wordt in 2023 verlaagd en in 2024 helemaal afgeschaft. Wie in 2022 al schenkt onder de jubelton, kan dit in 2023 nog nader aanvullen. De ontvanger van deze schenking moet deze uiterlijk in 2024 in overeenstemming met het doel van de jubelton besteden;
  • het laatste tijdvak waarin een sterk wisselend inkomen gemiddeld kan worden, is 2022 tot en met 2024;
  • vanaf 2023 bedraagt de maximale periodieke giftenaftrek €250.000 per kalenderjaar. Voor periodieke giften aangegaan uiterlijk 4 oktober 2022, 16.00 uur, geldt overgangsrecht;
  • de inkomensafhankelijke combinatiekorting vervalt per 2025. Voor kinderen die uiterlijk 31 december 2024 geboren zijn, blijft deze korting wel bestaan zolang aan de voorwaarden wordt voldaan;
  • diegene (particulier of ondernemer) die onroerend goed koopt, is vanaf 2023 10,4% overdrachtsbelasting verschuldigd (in plaats van 8%). Dit geldt niet als het verlaagde tarief van 2% of de startersvrijstelling van toepassing is bij aankoop van een eigen woning;
  • aan diegene (particulier of ondernemer) die zonnepanelen laat installeren op of in de onmiddellijke nabijheid van een woning, wordt 0% BTW berekend.

Tip!
Bij de aanname van het belastingpakket door de Tweede Kamer is onder meer besloten om het belastingregime voor laadpalen met twee jaar te verlengen, het algemene tarief van de kansspelbelasting verder te verhogen met 0,2% tot 29,5% en de voorgestelde tariefverhoging van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken per 1 januari 2023 te schrappen.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen waarin het kabinet onder meer wordt verzocht om te onderzoeken of de inkomstenbelasting transparanter kan worden, bijvoorbeeld door de afbouw van heffingskortingen in de nominale belastingtarieven te verwerken. Ook is een motie aangenomen om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de fiscale faciliteiten voor ANBI’s ook toe te passen voor verenigingen.

Box 3

  • vanaf 2023 geldt een nieuwe wijze van berekening van de box 3-heffing, die lijkt op de wijze waarop momenteel rechtsherstel wordt geboden voor box 3. Uitgegaan wordt van de werkelijke verdeling van het vermogen in spaargeld, overige bezittingen en schulden met elk een eigen forfaitair rendement;
  • in de nieuwe wet is een zogenaamde anti-peildatumarbitragebepaling opgenomen. Bij de aanname van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is besloten dat deze bepaling in 2024 wordt geëvalueerd;
  • het tarief in box 3 wordt in 2023 verhoogd naar 32%. In 2024 en 2025 stijgt het tarief verder naar 33%, respectievelijk 34%.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties met betrekking tot box 3 aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om te onderzoeken of de belastingheffing in de categorie ‘overige bezittingen’ meer realistisch of verfijnd vormgegeven kan worden. Verder wordt het kabinet verzocht om te onderzoeken hoe een miljonairsbelasting, bijvoorbeeld door een vermogensbelasting van 1% op het box 3-vermogen, vormgegeven kan worden.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd (december 2022).


3. Massaalbezwaarplusprocedure voor niet-bezwaarmakers box 3

Belastingplichtigen die voor de jaren 2017 tot en met 2020 geen bezwaar hadden gemaakt tegen box 3, hoeven geen actie meer te ondernemen. Het kabinet heeft besloten de vraag of zij recht hebben op rechtsherstel opnieuw voor te leggen aan de Hoge Raad en de uitspraak in die zaak voor iedere belastingplichtige toe te passen.

Heffing box 3 in strijd met het EVRM
De Hoge Raad heeft eind vorig jaar geoordeeld dat de wijze van belastingheffing in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen in deze zaak moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement. Het oordeel van de Hoge Raad betekent dat de Belastingdienst rechtsherstel moet bieden. Naar aanleiding van deze uitspraak wordt voor de heffing in box 3 thans dan ook uitgegaan van de werkelijke samenstelling van het vermogen en een hierop gebaseerd forfaitair rendement.

Rechtsherstel
Voor degenen die op tijd bezwaar hadden gemaakt, heeft het kabinet inmiddels rechtsherstel geboden. Voor degenen die niet (op tijd) in bezwaar kwamen, heeft het kabinet aangegeven geen rechtsherstel te bieden. Dit leidde tot tal van individuele verzoeken om ambtshalve alsnog rechtsherstel te krijgen. Daarnaast werden nog veel van dit soort verzoeken verwacht. Om enorme problemen in de uitvoering te voorkomen, heeft het kabinet nu toegezegd proefprocedures te starten waarbij de uitkomst voor iedere belastingplichtige gaat gelden. Het is dus niet nodig om zelf nog in actie te komen.

Eerdere uitspraak Hoge Raad
De verzoeken om ambtshalve vermindering komen in feite allemaal neer op verzoeken om ambtshalve rechtsherstel. Eerder oordeelde de Hoge Raad echter al dat dergelijke verzoeken niet gehonoreerd hoeven te worden.

Diverse belangen- en koepelorganisaties zijn echter van mening dat hier nieuwe argumenten tegen zijn in te brengen die nog niet aan de Hoge Raad zijn voorgelegd. Om een verdere stroom aan verzoeken om ambtshalve vermindering te voorkomen, is daarom besloten een aantal van deze zaken in zogenaamde proefprocedures voor te leggen aan de Hoge Raad.

Nieuwe massaalbezwaarplusprocedure
Een massaalbezwaarprocedure met betrekking tot verzoeken om ambtshalve vermindering bestaat op dit moment nog niet. Daarom is in het belastingpakket voor 2023 een wetswijziging opgenomen waarmee een nieuwe procedure wordt ingericht: de massaalbezwaarplusprocedure. Nadat deze wetswijziging per 1 januari 2023 in werking is getreden, zal het kabinet begin 2023 de procedure rondom de vraag of de niet-bezwaarmakers toch recht hebben op rechtsherstel, aanwijzen als massaalbezwaarplusprocedure. Het kabinet spreekt de komende tijd al verder met de belangenorganisaties over de zaken die worden voorgelegd aan de Hoge Raad.

Let op!
Het kabinet heeft toegezegd dat de uitspraak die de Hoge Raad doet op de voorgelegde zaken, straks voor iedere belastingplichtige geldt.


4. Versoepeling TEK: geen verbruiksdrempel én energiekosten verlaagd naar 7% van omzet

De voorwaarden voor de regeling Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) worden versoepeld. De energiekosten van een bedrijf moeten ten minste 7% van de omzet uitmaken in plaats van de eerder vastgestelde 12,5%. Ook is er een streep gezet door de verbruiksdrempel. Hierdoor komen meer MKB-bedrijven in aanmerking voor de TEK.

Aanpassing vanwege energiebelasting
De aanpassing van het percentage energie-intensiviteit heeft te maken met de energiebelasting. Het kabinet acht het bij nader inzien niet terecht om de energiebelasting een variabel in plaats van een vast onderdeel te laten zijn van de berekening waarmee de energie-intensiviteit in de TEK wordt bepaald.

Geen verbruiksdrempel meer
Een andere voorwaarde voor de TEK was dat een ondernemer jaarlijks meer dan 5.000 m³ gas of 50.000 kWh elektriciteit moest verbruiken om in aanmerking te komen voor de TEK. Ook deze voorwaarde is geschrapt.

Voorwaarden TEK
De TEK is alleen bedoeld voor energie-intensieve MKB-bedrijven. Om voor de TEK in aanmerking te komen, moet een bedrijf dan ook voldoen aan een aantal eisen. Een MKB-bedrijf:

  • heeft minder dan 250 medewerkers, minder dan €50 miljoen omzet en/of een balanstotaal van minder dan €43 miljoen;
  • staat ingeschreven in het Handelsregister van de KvK, én
  • is energie-intensief, waarbij minimaal 7% van de omzet bestaat uit energiekosten.

Omvang tegemoetkoming
Energie-intensieve MKB’ers krijgen een compensatie van 50% van de energiekostenstijging boven een vastgestelde drempelprijs tot een maximum van €160.000. De drempelprijs is vastgesteld op €1,19 per kuub gas en €0,35 per kilowattuur elektriciteit.

Let op!
Het maximum van €160.000 geldt per onderneming en niet per energiecontract of vestiging. Heeft jouw onderneming dus meerdere vestigingen, dan kan je niet maximaal €160.000 per vestiging ontvangen.

Uitvoering door de RVO
De uitvoering van de TEK komt in handen van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Op de site van de RVO is ook een ‘houd me op de hoogte-pagina’ opengesteld, waarbij MKB’ers na aanmelding informatie krijgen over de inrichting en openstelling van de TEK.

Let op!
De TEK zou mogelijk pas in het 2e kwartaal 2023 opengesteld worden. Na gesprekken in de Tweede Kamer lijkt het erop dat de TEK echter hoogstwaarschijnlijk per 1 januari 2023 wordt opengesteld. De regeling gaat dan met terugwerkende kracht gelden voor de periode november 2022 tot en met december 2023. Voor ondernemers die nu al problemen ervaren, zal het verlenen van uitstel van betaling van belasting een mogelijke oplossing kunnen bieden. Ook zijn banken bereid gevonden in die gevallen eerder krediet te verlenen.


5. Aanzeggen tijdelijk arbeidscontract moet verplicht schriftelijk

Voor contracten voor bepaalde tijd met een looptijd van zes maanden of langer geldt een aanzegplicht. Je moet als werkgever uiterlijk een maand voordat een dergelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, de werknemer schriftelijk informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Bij een voortzetting informeer je ook over de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet. In bepaalde gevallen geldt de aanzegplicht niet. Bijvoorbeeld bij een arbeidsovereenkomst voor de duur van een project of met een uitzendbeding of bij een tweede of derde overeenkomst die korter dan zes maanden duurt. Zeg je (schriftelijk) niet aan wanneer dit wel moet, dan moet je de werknemer een aanzegvergoeding betalen ter grootte van een kaal bruto maandsalaris. Dit kan ook een pro rato deel zijn als de aanzegging te laat plaatsvindt.


6. Lage WW-premie herzien bij kort dienstverband

Betaal je de lage WW-premie voor een werknemer met een vast contract, dan moet je dit herzien als het dienstverband uiterlijk twee maanden na aanvang van het dienstverband alweer eindigt. Je betaalt dan alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie. Het maakt daarbij niet uit of nog sprake is van een proeftijd of wie het initiatief tot beëindiging neemt. Ook bij overlijden van de werknemer binnen twee maanden na aanvang van het dienstverband moet alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie betaald worden. Is sprake van overgang van een onderneming of een contractovername waarbij het contract ongewijzigd blijft? Dan vangt de tweemaandentermijn aan op de oorspronkelijk startdatum van het dienstverband bij de oude werkgever.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0014 november 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief november 2022