FelienDeRidder

Over Felien de Ridder

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Felien de Ridder has created 1742 blog entries.
  • Nieuwe subsidie voor onderzoek naar energiehubs

Nieuwe subsidie voor onderzoek naar energiehubs

Ondernemers kunnen vanaf 1 oktober 2025 een nieuwe subsidie aanvragen voor onderzoek naar zogenaamde energiehubs (EHUB’s). Met behulp van EHUB’s kan netcongestie worden tegengegaan en kan het bestaande elektriciteitsnet beter worden benut.

EHUB’s

Met een EHUB kunnen lokale ondernemingen door samenwerking hun energievoorziening op elkaar afstemmen. Het opwekken, transporteren, opslaan, omzetten en verbruik van elektriciteit wordt dan op elkaar afgestemd. Zo kan bijvoorbeeld te veel opgewekte zonne-energie worden gedeeld met een ander bedrijf.

Nieuwe subsidie

De overheid wil netcongestie tegengaan en daarom EHUB’s stimuleren. Daar komt een nieuwe subsidie voor beschikbaar, de subsidie Onderzoek Energiehubs. De subsidie is voor scans en voor studies naar nieuwe of uit te breiden bestaande EHUB’s. Een scan is een verkennend onderzoek. Een studie is een uitgebreider onderzoek, waarbij je een plan maakt voor de vorming van een nieuwe EHUB of voor de uitbreiding van een bestaande EHUB.

Let op! Je krijgt alleen subsidie voor een scan als het gaat om een nieuwe EHUB. Voor een uitbreiding van een bestaande EHUB kun je geen subsidie krijgen voor een scan, maar wel voor een studie. 

Omvang subsidie

Er is in totaal € 9,6 miljoen subsidie beschikbaar.

De subsidie voor een scan bedraagt maximaal € 5.000 als deze wordt uitgevoerd met maximaal vier partners. Bij meer dan vier partners bedraagt de subsidie maximaal € 8.000. 

Bij een studie naar de vorming van een nieuwe EHUB wordt maximaal 70% van de kosten vergoed, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 42.000. Bij onderzoek naar uitbreiding van een bestaande EHUB wordt 40% van de kosten vergoed, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 32.000.

Let op! Vraag je subsidie aan voor zowel een scan als een studie, dan tellen de kosten van de scan mee in het subsidiebedrag voor een studie. Het maximale subsidiebedrag voor de studie geldt dan niet. 

Voorwaarden

Er moeten minstens drie ondernemingen samenwerken om voor de subsidie in aanmerking te komen. Deze ondernemingen moeten een grote aansluiting (3 x 80 ampère) hebben en mogen niet aan elkaar verbonden zijn.

Let op! Kijk voor alle voorwaarden op de website van RVO.

Aanvragen subsidie

De subsidie kan worden aangevraagd van 1 oktober 2026 9.00 uur tot 1 mei 2027 17.00 uur. De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Bij overschrijding van het budget wordt er geloot. Aanvragen kan digitaal via RVO.nl..

Door |2026-09-30T08:07:16+02:0015 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe subsidie voor onderzoek naar energiehubs
  • Vanaf 1 juli 2028 geen inhouding huisvesting op minimumloon

Vanaf 1 juli 2028 geen inhouding huisvesting op minimumloon

Voor de kosten van huisvesting kunnen werkgevers nu nog maximaal 25% van het brutominimumloon inhouden op het minimumloon van een werknemer. De minister wil deze inhoudingsmogelijkheid vanaf 1 juli 2028 afschaffen.

Inhouding huisvesting

Bij arbeidsmigranten komt het regelmatig voor dat werkgevers voor de huisvesting zorgen. Vaak wordt daarvoor een bedrag ingehouden op het loon van de werknemer. Bij een minimumloon mag dat nu nog maximaal 25% van dat brutominimumloon zijn.

Let op! Er gelden meer voorwaarden voor het inhouden van huisvestingskosten op het minimumloon.

Afschaffen

Het kabinet vindt dat de regeling een verdienmodel in de hand werkt. Om die reden wil het kabinet de regeling per 1 juli 2028 afschaffen.

Wet passende huur

Op 1 juli 2028 moet ook de Wet passende huur in werking treden. Dit betreft nu nog een wetsvoorstel in voorbereiding dat arbeidsmigranten betere huur(prijs)bescherming moet bieden. De verwachting is dat dit wetsvoorstel in de eerste helft van 2027 in de Tweede Kamer wordt behandeld.

Let op! De minister wil de inhoudingsmogelijkheid zoveel mogelijk gelijktijdig afschaffen met de inwerkingtreding van de Wet passende huur. Als deze later dan 1 juli 2028 in werking treedt, zal de inhoudingsmogelijkheid waarschijnlijk ook later worden afgeschaft.

Huisvesting vanaf 1 juli 2028

Het wordt de werkgever niet verboden om vanaf 1 juli 2028 huisvesting te verzorgen voor de werknemer. Zo kunnen werkgevers straks hun werknemers bijvoorbeeld een huurcontract bieden, waarbij de werknemer zelf de betaling doet.

Let op! Er was al eerder een plan om de inhoudingsmogelijkheid af te schaffen. Eind oktober 2025 werd dit plan echter ingetrokken.

Door |2026-09-30T08:07:18+02:0014 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 1 juli 2028 geen inhouding huisvesting op minimumloon
  • Voorstel Zelfstandigenwet vanaf 2028

Voorstel Zelfstandigenwet vanaf 2028

Het kabinet wil met de Zelfstandigenwet zorgen voor meer rust en duidelijkheid voor zelfstandigen en opdrachtgevers. Het streven is om deze wet op 1 januari 2028 in werking te laten treden.

Onrust en onduidelijkheid

Sinds het vervallen van het zogenaamde handhavingsmoratorium is er veel onrust en onduidelijkheid over de vraag of je als zelfstandige kunt werken. De huidige wet en de invulling in de jurisprudentie (onder meer het Deliveroo- en het Uber-arrest) bieden zeker de mogelijkheid om als zelfstandige te werken. Veel opdrachtgevers willen echter geen risico lopen en sluiten zelfstandigen (onnodig) uit.

Zelfstandigenwet

Daarom introduceert het kabinet binnenkort het wetsvoorstel Zelfstandigenwet. Hiermee zou meer duidelijkheid moeten komen voor zelfstandigen en opdrachtgever. Bovendien moet de wet schijnzelfstandigheid tegengaan.

Uitgangspunten

De uitgangspunten in de nieuwe wet worden onafhankelijkheid van de zelfstandige, het dragen van ondernemersrisico’s door de zelfstandige en de vrijheid van de zelfstandige om zelf het werk te organiseren. Hiervoor worden in de wet twee toetsen opgenomen met een beperkt aantal concrete criteria:

  • de zelfstandigentoets (ziet op de vraag of de werkende zelfstandig is), en
  • de werkrelatietoets (ziet op vrijheid en onafhankelijkheid en dus het ontbreken van gezag).

Vervolg

De inhoud van de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets wordt eind september 2026 in een internetconsultatie voorgelegd. Iedereen die dat wil kan daarop dan reageren. Het kabinet streeft er naar om het wetsvoorstel daarna zo spoedig mogelijk voor te leggen bij de Raad van State. De Tweede en Eerste Kamer kunnen het wetsvoorstel dan in 2027 in behandeling nemen.

Door |2026-09-30T08:07:19+02:0014 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Voorstel Zelfstandigenwet vanaf 2028
  • Voorstellen aanpassing WIA voor werkgevers en uitkeringsgerechtigden

Voorstellen aanpassing WIA voor werkgevers en uitkeringsgerechtigden

Eind augustus zijn diverse voorstellen ter vereenvoudiging van de uitvoering van de WIA naar de Tweede Kamer gezonden. Het wetsvoorstel hiervoor bevat maatregelen die de uitvoerbaarheid, uitlegbaarheid en betaalbaarheid van het ziekte- en arbeidsongeschiktheidsstelsel moeten verbeteren.

Advies bedrijfsarts leidend bij poortwachtertoets

Een van de voorstellen is om het advies van de bedrijfsarts vanaf beoogd 1 januari 2028 leidend te maken bij de poortwachtertoets (ook wel RIV-toets genoemd). Als het advies van de bedrijfsarts leidend wordt bij deze toetsing van het re-integratieverslag (RIV), vindt de toetsing alleen nog plaats door een arbeidsdeskundige van het UWV en niet meer door een verzekeringsarts van het UWV.

Een werkgever kan dan niet langer een loonsanctie krijgen als gevolg van een medisch verschil van inzicht tussen de bedrijfsarts en de verzekeringsarts. Het UWV gaat bij de toetsing van het re-integratieverslag dan uit van vertrouwen in het werk van de bedrijfsarts. Dit moet onzekerheid bij werkgevers over de mogelijkheid van deze sanctie wegnemen.

Let op! De Raad van State en vakbonden zijn kritisch en denken dat de wijziging zal leiden tot een toename van de instroom in de WIA. Zij geven aan dat de prikkel voor een werkgever om zelf verantwoordelijkheid te dragen voor de re-integratie van een zieke werknemer verdwijnt. Dit betekent dat het risico van een onterecht advies van de bedrijfsarts bij de zieke werknemer komt te liggen.

Tijdelijke regeling voorschotverlening WIA-uitkeringen

Een ander voorstel is om het nu al gevoerde tegenwettelijke beleid volgens de wet ook mogelijk te maken. Dit is beoogd vanaf 1 januari 2027. Het gaat daarbij om het volgende.

Het UWV verstrekt in verband met de lange wachttijd voor de WIA-claimbeoordeling voorschotten. Werknemers komen hierdoor niet zonder inkomen te zitten na afloop van de loonbetaling. Deze voorschotten kunnen achteraf niet altijd (geheel) worden verrekend met een WIA-uitkering of een andere uitkering. Als de lange wachttijden de ontvangers van deze voorschotten niet valt aan te rekenen, vordert het UWV ze op dit moment al niet terug.

Dit is wettelijk gezien eigenlijk niet mogelijk. Het wetsvoorstel regelt daarom dat het UWV  tijdelijk de bevoegdheid krijgt om onder voorwaarden af te zien van het terugvorderen van onverschuldigd betaalde voorschotten. Het wetsvoorstel biedt daarmee een wettelijke grondslag voor het tegenwettelijke beleid dat het UWV op dit punt al sinds 2021 voert.

De lopende en kwijtgescholden WIA-voorschotten zullen vanaf 2030 worden gefinancierd vanuit het Arbeidsongeschiktheidsfonds, waarvoor alle werkgevers premie betalen. Tot die tijd wordt het bekostigd vanuit de Werkhervattingskas.

Aanpassingen Wajong

Het recht op inkomensondersteuning op grond van de Wajong eindigt als iemand ten minste 75% van het maatmaninkomen verdient na vijf jaar ononderbroken te hebben gewerkt. Bij de beoordeling hiervan wordt werk in het kader van de Wet sociale werkvoorziening buiten beschouwing gelaten. Vanaf 1 januari 2015 is nieuwe instroom in de Wet sociale werkvoorziening niet meer mogelijk en vindt ondersteuning plaats, onder meer in de vorm van beschut werk. Het voorstel is om arbeid verricht in beschut werk ook buiten beschouwing te laten. Zolang iemand beschut werk verricht, eindigt het recht op Wajong dan niet, ongeacht wat hij verdient.

Verder geldt nu al dat het Wajong-recht blijft bestaan wanneer een Wajonggerechtigde gebruikmaakt van bepaalde structurele arbeidsondersteuning — zoals een externe jobcoach, vervoersvoorzieningen of intermediaire voorzieningen —, ongeacht wat men verdient. Het voorstel is om drie structurele arbeidsondersteuningen aan deze uitzonderingen toe te voegen, te weten loondispensatie, loonkostensubsidie en een interne jobcoach. Deze instrumenten worden toegevoegd aan de uitsluitingsgronden voor toepassing van de beëindigingsgronden voor de Wajong.

Let op! Het beoogde tijdstip van inwerkingtreding van dit voorstel is 1 januari 2028. Het UWV zal vooruitlopend op deze inwerkingtreding de wijzigingen die begunstigend zijn voor de Wajong gerechtigde al toepassen.

Door |2026-09-30T08:07:20+02:0011 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Voorstellen aanpassing WIA voor werkgevers en uitkeringsgerechtigden

Vakantiewoning en belastingen in 2026

Als eigenaar van een in Nederland gelegen vakantiewoning komt u in aanraking met Nederlandse belastingen. Het is daarbij niet van belang of u in Nederland woont. U krijgt in ieder geval te maken met inkomstenbelasting en mogelijk ook met omzetbelasting. Wij informeren en adviseren u graag nader over deze onderwerpen.

Inkomstenbelasting

Een in Nederland gelegen vakantiewoning is onderworpen aan de inkomstenbelasting. U moet jaarlijks een aangifte indienen waarop de woning vermeld wordt. De waarde van de woning, verminderd met de daarop rustende schuld en verminderd met het vrijgestelde deel van het vermogen, is belast met de vermogensrendementsheffing in box 3. Enige jaren geleden is de belastingheffing gewijzigd.

Kort gezegd vindt heffing plaats over een (fictief) rendement over de verschillende vermogensbestanddelen. Voor de aangifte over 2025 gaat de regelgeving ervan uit, dat u een vast rendement behaalt met de vakantiewoning van 5,88%. Mocht u die woning hebben gefinancierd dan gaat de regelgeving ervan uit dat u daarover 2,7% rente betaalt. Uiteindelijk wordt 36% belasting geheven over het gemiddelde rendement van uw vermogen. In een aantal gevallen is bezwaar en tegenbewijs mogelijk, wanneer uw daadwerkelijke rendement lager is dan het hiervoor bedoelde fictieve rendement.

Vanaf 2026 gelden weer andere rendementen. In de jaren erna wordt het rendement elk jaar opnieuw vastgesteld. Vanaf 2028 wordt de wetgeving waarschijnlijk helemaal aangepast.

Voor de andere actuele cijfers en eventuele bezwaarmogelijkheden kunt u contact met ons opnemen.

Niet-Nederlands ingezetene eigenaren van een vakantiewoning zullen een burgerservicenummer (BSN) moeten aanvragen bij de Nederlandse Belastingdienst. Dit is noodzakelijk om jaarlijks een aangifte inkomstenbelasting in te kunnen dienen. De mogelijke huurinkomsten van een vakantiewoning zijn in Nederland niet belast met inkomstenbelasting en de kosten en lasten van de woning zijn niet aftrekbaar.

Omzetbelasting (BTW)

Wanneer u een in Nederland gelegen vakantiewoning verhuurt aan derden dient u omzetbelasting af te dragen. U moet daarvoor periodiek aangifte doen. Dit is alleen anders wanneer de vakantiewoning is aangekocht met de bedoeling deze zelf te gebruiken en verhuur aan een derde slechts incidenteel plaatsvindt.

Als eigenaar van een vakantiewoning dient u zich in het eerste geval als ondernemer voor de omzetbelasting aan te melden bij de Nederlandse Belastingdienst. Vanaf 2026 is het tarief van 9% vervangen door een tarief van 21%. De verhuur is belast met 21% omzetbelasting als de woning regelmatig voor korte perioden aan derden wordt verhuurd. Het 21% tarief is ook van toepassing als u de woning aan een vakantiebestedingsbedrijf ter beschikking stelt die deze voor u verhuurt aan personen die daar een korte periode verblijven.

Omdat de opbrengst is belast met omzetbelasting heeft u recht op aftrek van de aan de verhuur toerekenbare omzetbelasting op de kosten van aanschaf, gebruik en onderhoud. U kunt hierbij denken aan gas, water, elektriciteit, schoonmaak, reparatie etc. Als u de woning (ook) voor privédoeleinden gebruikt is het niet mogelijk om de omzetbelasting over bijvoorbeeld de aanschaf van de vakantiewoning helemaal in aftrek te brengen. Hiervoor gelden specifieke regels.

Let op: als u voor het gebruik van de vakantiewoning omzetbelasting heeft afgetrokken (bijvoorbeeld bij de aanschaf of de kosten van gebruik en onderhoud), dan kan het zijn dat u deze afgetrokken omzetbelasting bij de verkoop van de vakantiewoning weer (deels) moet terugbetalen aan de Belastingdienst. Neem dan ook contact met ons op als u de vakantiewoning wilt verkopen om te bekijken of u nog omzetbelasting zou moeten terugbetalen, danwel u te adviseren over de mogelijkheden om terugbetalen van omzetbelasting te voorkomen.

Kleineondernemersregeling

Als ondernemer voor de omzetbelasting kan het zijn dat u in aanmerking komt voor de kleineondernemersregeling (KOR).

Indien de (te verwachten) omzet (exclusief omzetbelasting) onder € 20.000 op jaarbasis blijft, kunt u vragen om een vrijstelling van de omzetbelastingplicht. In dat geval mag u geen omzetbelasting meer in rekening brengen, maar dan heeft u ook geen recht meer op aftrek van deze belasting op kosten en investeringen.

Indien u verwacht dat u in 2026 onder een omzet blijft van € 20.000 en gebruik wilt maken van de vrijstelling, dan kunt u zich aanmelden bij de Belastingdienst. Neem contact met ons op als u zich wilt aanmelden, want niet in alle gevallen zal zo’n vrijstelling voordelig zijn.

Let op: niet-Nederlands ingezetene eigenaren kunnen geen gebruik maken van de KOR.

Overdrachtsbelasting

Als u een onroerende zaak koopt moet u overdrachtsbelasting betalen. Het tarief voor de overdrachtsbelasting voor vakantiewoningen is vanaf 2026 8% van de waarde in het economisch verkeer.

Disclaimer

Dit artikel is gemaakt in mei 2026 naar de stand van de huidige wetgeving en rechtspraak.
Dit artikel is derhalve onder voorbehoud van latere wijziging in wetgeving, beleid of rechtspraak.

Wilt u dit artikel downloaden, klik dan hier.

Door |2026-09-10T16:38:13+02:0010 september 2026|Blog van NBC Eelman & Partners|Reacties uitgeschakeld voor Vakantiewoning en belastingen in 2026
  • Onbelaste vervanging beschadigde of verloren persoonlijke zaken werknemer

Onbelaste vervanging beschadigde of verloren persoonlijke zaken werknemer

Je werknemer beschadigt zijn kleding tijdens het werk. Kun je dat als werkgever onbelast vergoeden?

Vrijgesteld loon

In bepaalde gevallen kun je de beschadiging of het verlies van persoonlijke zaken van een werknemer onbelast vergoeden of verstrekken. Dit kan als de schade of het verlies komt door een bijzondere gebeurtenis die samenhangt met het werk. De vergoeding of verstrekking vormt dan vrijgesteld loon.

Een voorbeeld

Een werknemer bezoekt in zijn eigen kleding voor zijn werk een klant en loopt per ongeluk langs een scherpe rand in het bedrijf van de klant. Dit is een bijzondere gebeurtenis die samenhangt met zijn werk. Daarom vormt de vergoeding van de schade of de verstrekking van nieuwe kleding (als de schade onherstelbaar is) vrijgesteld loon.

Vrije ruimte

Komt de schade of het verlies niet door een bijzondere gebeurtenis die samenhangt met het werk? Dan vormt een vergoeding of verstrekking belast loon voor de werknemer. Eventueel kun je deze aanwijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. 

Gebruikelijkheidstoets

Voor dat aanwijzen moet je wel voldoen aan de gebruikelijkheidstoets. De gebruikelijkheidstoets betekent dat je vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen die voor meer dan 30% afwijken van hetgeen normaal vergoed, verstrekt of ter beschikking gesteld wordt, niet mag aanwijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. 

Tip! De aanwijzing van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen tot een bedrag van in totaal € 2.400 per werknemer per jaar beschouwt de Belastingdienst altijd als gebruikelijk.

Een voorbeeld

Een voorbeeld van schade of verlies die geen vrijgesteld loon vormt, is de schade aan privé-kleding die te verwachten is bij het soort werk dat wordt uitgevoerd. Er is dan geen sprake van een bijzondere gebeurtenis die samenhangt met het werk. Denk aan normale slijtage van privé-kleding.

Een ander voorbeeld is de basisschoolleerkracht die na een ochtend knutselen met de leerlingen verfvlekken op de kleding heeft. Die schade hangt wel samen met het werk, maar is niet veroorzaakt door een bijzondere gebeurtenis. Het knutselen hoort immers bij het werk van de basisschoolleerkracht.

Door |2026-09-30T08:07:21+02:0010 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Onbelaste vervanging beschadigde of verloren persoonlijke zaken werknemer
  • Controleer of (nieuwe) werknemer onder bewind staat

Controleer of (nieuwe) werknemer onder bewind staat

Een werkgever die te maken heeft met een onder bewind gestelde werknemer is verplicht om het loon niet aan de werknemer zelf maar aan diens bewindvoerder te betalen. Betaalt de werkgever toch aan de werknemer dan bestaat het risico dat hij nog een keer moet betalen, maar dan aan de bewindvoerder. Hoe kun je dit als werkgever voorkomen?

Beschermingsbewind

Een werknemer kan onder bewind worden gesteld wanneer hij of zij door lichamelijke of geestelijke problemen, verkwisting of problematische schulden niet in staat is om de eigen financiën te beheren. Dit geldt overigens niet alleen voor werknemers maar voor alle meerderjarigen. We spreken dan van beschermingsbewind.

Loon onder bewind gestelde werknemer betaalt aan werknemer

In een procedure bij een rechtbank had een werkgever het loon over de periode dat een nieuwe werknemer bij hem had gewerkt, van 1 juli 2024 tot en met 16 augustus 2024, aan de werknemer betaald. De werknemer was echter op 2 juni 2022 onder bewind gesteld. De betaling had daarom moeten plaatsvinden aan de bewindvoerder.

Loonvordering bewindvoerder

De bewindvoerder sommeerde de werkgever schriftelijk op 11 februari 2026 om het ten onrechte aan de werknemer betaalde bedrag alsnog aan haar te betalen. Als de werkgever hier niet toe zou overgaan, volgde een procedure bij de rechter. De bewindvoerder voerde aan dat de werkgever niet bevrijdend had betaald, omdat hij niet aan de bewindvoerder had betaald. De werkgever voerde aan dat hij niet wist dat de werknemer onder bewind was gesteld en dat de werknemer zelf had aangegeven dat het loon aan hem moest worden uitbetaald.

Door rechtbank toegewezen

De zaak kwam bij de rechtbank voor. De rechter oordeelde dat tijdens het bewind het beheer over de onder bewind staande goederen niet toekomt aan de werknemer maar aan de bewindvoerder. De werkgever had dus niet-bevrijdend betaald aan de werknemer. Dat de werkgever dit niet wist deed niet terzake. De rechtbank stelde dat de werkgever had kunnen weten dat de werknemer onder bewind stond omdat dit ingeschreven is in een openbaar register.

Let op! De bewindvoerder vorderde een brutobedrag aan loon, maar kreeg van de rechtbank een nettobedrag omdat de werknemer ook een nettobedrag aan loon had ontvangen. De bewindvoerder is immers niet verplicht tot het afdragen van de werkgeverspremies en andere werkgeversverplichtingen.

Controleer het curatele- en bewindregister

 Een werkgever doet er goed aan altijd het curatele- en bewindregister te raadplegen. Aan de hand van de achternaam en de geboortedatum kan de werkgever eenvoudig achterhalen of de werknemer in het register ingeschreven staat.

Betrek bewindvoerder ook bij beëindigen arbeidsovereenkomst

Al eerder is uitgemaakt dat een onder bewind gestelde werknemer niet bevoegd is in een ontbindingsprocedure op te treden. De bewindvoerder geldt als formele procespartij.  Wordt de bewindvoerder niet betrokken dan volgt een niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. 
Ook bij het sluiten van een beëindigingsovereenkomst met een onder bewind gestelde werknemer is medewerking nodig van de bewindvoerder.

Door |2026-09-30T08:07:23+02:0010 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Controleer of (nieuwe) werknemer onder bewind staat

Antibioticagebruik in veehouderij verder gedaald

Het antibioticagebruik in de Nederlandse veehouderij is in 2025 opnieuw gedaald, namelijk met bijna 7% ten opzichte van 2024. Sinds 2009 is de verkoop van antibiotica voor dieren met ruim 77% afgenomen. Daarmee is de resistentie tegen antibiotica in dieren ook afgenomen. De doelstelling om het gebruik van antibiotica terug te brengen tot een verantwoord en aanvaardbaar laag niveau is in veel (deel)sectoren bereikt. Voor de kalversector ligt er echter nog wel een belangrijke opgave.

Nieuwe afspraak met kalversector
In de kalversector is het gemiddelde antibioticagebruik al enkele jaren stabiel. Ook het aantal bedrijven dat veel antibiotica gebruikt, is niet afgenomen. De sector heeft in het Veal Forward plan de ambitie uitgesproken om 50% reductie te realiseren in 2032 ten opzichte van 2022. Daarnaast heeft de staatssecretaris van LVVN met de sector afgesproken dat in 2032 het aantal in bedrijf zijnde hooggebruikende bedrijven met 50% is verminderd ten opzichte van 2026. Om dit te bereiken zal de sector een verscherpte aanpak van (structurele) hooggebruikers invoeren, die naar verwachting per 1 januari 2027 ingaat. Ook kijkt de sector op meerdere fronten naar het verbeteren van de gezondheid van de kalveren over de gehele keten.

Gebruik bij vleeskuikens onverwacht gestegen
Bij vleeskuikens is het antibioticagebruik sinds 2011 met 80% is afgenomen, onder meer door een toename van bedrijven met trager groeiende vleeskuikens. Opvallend is echter dat het gebruik in 2025 met bijna 25% is toegenomen ten opzichte van 2024. De sector heeft daarom een werkgroep opgericht die de oorzaak van de stijging moet achterhalen. Het valt op dat er een relatief hoog gebruik is in de eerste week dat de vleeskuikens op het bedrijf zijn. De sector kijkt waar de stijging vandaan komt en wat veehouders en dierenartsen kunnen doen om het gebruik weer terug te dringen.

Uitbreiding monitoring gebruik naar alle gehouden dieren
De monitoring van het gebruik van antimicrobiële diergeneesmiddelen zal uitgebreid worden naar alle gehouden dieren, waaronder schapen en paarden (per 2027) en vanaf 2030 ook honden en katten.

Door |2026-09-10T00:07:43+02:0010 september 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Antibioticagebruik in veehouderij verder gedaald
  • Let op met het verstrekken van een personeelslening

Let op met het verstrekken van een personeelslening

Het gebeurt in de praktijk regelmatig dat een werkgever een werknemer een lening verstrekt voor de aanschaf van bepaalde zaken zoals een auto. Dit is niet zonder risico, zo blijkt ook uit een recente uitspraak van een gerechtshof. Een dergelijke lening kan namelijk aangemerkt worden als een overeenkomst van consumentenkrediet. Is dat het geval dan gelden voor de werkgever verplichtingen in zijn rol als kredietverstrekker. Voldoet de werkgever daar niet aan, dan bestaat het risico dat hij de lening niet kan terugvorderen.

Vordering op werknemer vanwege niet aflossen personeelslening

Bij een kantonrechter en in hoger beroep een gerechtshof speelde de volgende casus. Een werkgever had aan een werknemer een geldlening verstrekt van € 50.000 tegen een rente van 7% op jaarbasis. Bedragen die de werknemer niet tijdig afloste, mocht de werkgever inhouden op het eerstvolgende loon van de werknemer.

De geldlening was nog niet volledig terugbetaald toen de arbeidsovereenkomst met de werknemer eindigde. De werknemer betaalde nadien niets meer. De werkgever zag zich daarom genoodzaakt bij de rechter een bedrag van bijna € 52.000 te vorderen van de ex-werknemer.

Kantonrechter wijst vordering af

De kantonrechter stelde de werkgever niet in het gelijk. De door de werkgever verstrekte lening moest namelijk worden aangemerkt als een consumentenkrediet. Dit betekende dat de werkgever een informatieverplichting had ten opzichte van de werknemer. Bovendien had de werkgever een kredietwaardigheidstoets moeten uitvoeren.

Nu de werkgever niet kon laten zien dat voldaan was aan de informatieverplichting en de kredietwaardigheidstoets, wees de kantonrechter de vordering van de werkgever af.

Ook gerechtshof wijst vordering af

De werkgever liet het er niet bij zitten en stelde hoger beroep in bij het gerechtshof. Volgens de werkgever was geen sprake van een consumentenkrediet, omdat de lening niet als kredietgever maar als werkgever in het kader van de arbeidsovereenkomst was verstrekt.

Het gerechtshof oordeel dat een overeenkomst van consumentenkrediet een wettelijk gereguleerde overeenkomst is. Daarbij verleent een kredietgever aan een consument krediet of zegt dit toe in de vorm van uitstel van betaling, een lening of een andere soortgelijke betalingsfaciliteit.

Het gerechtshof was van oordeel dat de door de werkgever verstrekte lening binnen deze definitie viel. Het maakte niet uit dat de werkgever niet alleen de geldverstrekker, maar ook de werkgever was.

Is er een escape?

Er is wel een escape. De regels die betrekking hebben op het verstrekken van consumentenkrediet zijn namelijk niet van toepassing als:

  • een werkgever als nevenactiviteit rentevrij of tegen een lager jaarlijks rentepercentage dan marktconform een lening aan werknemers verstrekt, én
  • die lening in het algemeen niet ook aan anderen aangeboden wordt.

Let op! De werkgever die procedeerde bij de kantonrechter en het gerechtshof kon zich hier niet op beroepen omdat de rente van 7% marktconform was.

Wees alert bij verstrekken van personeelsleningen

Wees dus alert bij het verstrekken van personeelsleningen. Het risico bestaat dat de lening wordt aangemerkt als een consumentenkrediet. In dat geval moet je vóór het verstrekken van de lening voldoen aan een informatieverplichting en een kredietwaardigheidstoets uitvoeren. Laat je daarom goed informeren door een deskundige of jouw personeelslening mogelijk een consumentenkrediet is.

Door |2026-09-30T08:07:24+02:009 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Let op met het verstrekken van een personeelslening

Dierhouder moet dieren bescherming bieden tegen slechte weersomstandigheden

Het Besluit houders van dieren verplicht onder meer om de dieren die niet in een gebouw worden gehouden, bescherming te bieden tegen gezondheidsrisico’s en slechte weersomstandigheden. Ook houders van bijzondere of sterke dieren moeten hiertegen voldoende bescherming bieden. Dat blijkt uit een recente uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).

De zaak draaide om wolvarkens die op een zeer nat en modderig perceel werden gehouden, zonder droge ligplaats of schuilgelegenheid. Naar aanleiding van een NVWA-controle had de minister van LVVN een last onder bestuursdwang opgelegd om voldoende bescherming af te dwingen.

Volgens de dierhouder kunnen wolvarkens zich heel goed redden onder dergelijke omstandigheden. Ook bleek uit het gezondheidsdossier dat er de afgelopen tien jaar geen gezondheidsproblemen waren geweest die waren terug te voeren op de wijze van houden van deze dieren.

Het CBb oordeelde dat de wettelijke basiseisen ook dan gelden. Dat dieren van nature beter tegen kou of regen kunnen, betekent niet dat een houder geen aanvullende maatregelen hoeft te treffen.

Belangrijk is bovendien dat niet alleen ziekte of sterfte bepalend is. Een veehouder moet gezondheidsrisico’s vooraf voorkomen. Bij buitenhuisvesting betekent dit dat dieren daadwerkelijk toegang moeten hebben tot een droge, comfortabele plek en beschutting tegen neerslag, wind en kou.

Uit eerdere rechterlijke uitspraken blijkt dat slechte weersomstandigheden niet alleen zien op neerslag, wind en kou, maar ook op hitte en felle zon.

 

Door |2026-09-09T09:57:48+02:009 september 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Dierhouder moet dieren bescherming bieden tegen slechte weersomstandigheden