FelienDeRidder

Over Felien de Ridder

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Felien de Ridder has created 1598 blog entries.
  • Agrarische normbedragen erf- en schenkbelasting bekend

Agrarische normbedragen erf- en schenkbelasting bekend

De Belastingdienst heeft de normbedragen voor 2026 voor de agrarische sector bekendgemaakt om de erf- en schenkbelasting te berekenen. Met behulp van de normbedragen kan de goingconcernwaarde worden berekend, ofwel de waarde bij voortzetting van het bedrijf. De normbedragen zijn in samenwerking met de agrarische sector tot stand gekomen.

Onderverdeling

De normbedragen kennen een onderverdeling in veehouderij en akkerbouw. Voor de veehouderij geldt een vast bedrag per eenheid. Zo geldt voor melkgeiten bijvoorbeeld een bedrag van € 184 per stuk en voor pluimveegrondhuisvesting een bedrag van € 16,70 per netto leefoppervlak m2. Voor akkerbouw geldt een vast bedrag voor alle gewassen per hectare grond.

Hulpmiddel

Om met de normbedragen de waarde te berekenen, stelt de Belastingdienst ook een hulpmiddel beschikbaar. Door aan te geven welke agrarische zaken via erfenis of schenking zijn verkregen, kan de waarde worden bepaald. Ook kunnen onder meer langlopende schulden in het hulpmiddel worden opgenomen. De verkregen waarde dient te worden gebruikt voor de aangifte erf- of schenkbelasting.

Uitzonderingen 

Het hulpmiddel geeft ook aan wanneer dit middel niet gebruikt kan worden voor de waardeberekening. Het gaat dan om beleggingen en bedrijfsmiddelen die niet bestemd zijn voor activiteiten in de veehouderij en/of akkerbouw. Denk aan grond die eerder in een akkerbouwbedrijf gebruikt werd, maar nu verpacht wordt, of als er maar één gewas geteeld wordt.

Let op! Het hulpmiddel met de normbedragen voor 2026 komt later dit jaar beschikbaar.

Door |2026-03-17T00:48:05+01:003 februari 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Agrarische normbedragen erf- en schenkbelasting bekend
  • Aan de slag: een selectie van de plannen uit het coalitieakkoord

Aan de slag: een selectie van de plannen uit het coalitieakkoord

Vrijdag 30 januari 2026 hebben D66, VVD en CDA het Coalitieakkoord 2026-2030 gepresenteerd. Het akkoord heeft als titel: ‘Aan de slag, Bouwen aan een beter Nederland’. Wij hebben een selectie van de plannen uit het coalitieakkoord op een rij gezet voor onder meer de ondernemer en de werkgever.

Let op! Het coalitieakkoord omvat de plannen van het minderheidskabinet. Deze plannen zijn nog niet in detail uitgewerkt. Daarnaast moet het minderheidskabinet nog onderhandelen met andere partijen in de Tweede en Eerste Kamer om hiervoor een meerderheid te krijgen. Houd er daarom rekening mee dat bepaalde zaken niet doorgaan of alleen in gewijzigde vorm.

Slanke en slagvaardige overheid

De coalitie wil bouwen aan een slanke en slagvaardige overheid, onder meer door een periodieke Vereenvoudigingswet, waarbij gestart wordt met het schrappen en vereenvoudigen van minimaal 500 regels. Andere voornemens zijn onder meer een efficiencytaakstelling, met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen.

Ondernemers

De coalitie erkent dat ondernemers cruciaal zijn voor het bereiken van meer economische groei, voor brede welvaart en voor de uitdagingen van de toekomst. De coalitie wil daarom de ondernemer faciliteren en rust, reinheid en regelmaat creëren door onder meer de volgende plannen:

  • Jaarlijks schrappen of vereenvoudigen van 500 regels (verminderen regeldruk).
  • Versnellen van vergunningsverlening voor bedrijven.
  • Behouden en niet versoberen van de expatregeling, de bedrijfsopvolgingsregeling en de doorschuifregeling.
  • WBSO uitbreiden voor ontwikkeling van AI en technologie en vereenvoudigen van de WBSO.
  • Behouden van innovatiebox, verliesverrekening en deelnemingsvrijstelling.
  • Samenvoegen van de EIA, MIA en VAMIL, waar mogelijk tot één robuuste investeringsregeling.
  • Niet verhogen van de vennootschapsbelasting.
  • Rentmeestervennootschap in de wet opnemen als rechtsvorm voor bedrijven en verlagen van administratieve lasten en kosten voor bedrijven die duurzaam willen ondernemen.
  • Oprichten van een Nationale Investeringsinstelling (NII) om de Nederlandse kapitaalmarkt te versterken, onder meer met durfkapitaal voor start- en scale-ups.
  • Kredieten voor het mkb, zoals de BMKB, blijven faciliteren.
  • Zes nieuwe openstellingsrondes SDE++ tot en met 2032, met een jaarlijks openstellingsbudget van € 8 miljard voor de uitrol van duurzame energiebronnen.
  • Budget van € 20 miljard voor de landbouw, natuur en stikstofaanpak, onder meer voor een vrijwillige beëindigingsregeling van veehouderijlocaties, het bieden van incidentele compensatie in zones rondom kwetsbare natuurgebieden en watergebieden, subsidiëring van maatregelen die de stikstofuitstoot van agrarische bedrijven verlagen middels verduurzaming van de bedrijfsvoering en maatregelen met een significante verlaging van stikstof-/ammoniakemissies in de industrie en de mobiliteit.

Let op! Er is ook een aantal plannen die bij bepaalde ondernemers minder goed ontvangen zullen worden, onder meer de verhoging van het btw-tarief voor de levering van sierteeltproducten van 9% naar 21% vanaf 2028 en de invoering van een suikertaks op voorgepakte voedingsmiddelen met een suikergehalte van minimaal 6%.

Zzp’ers

De coalitie wil zzp’ers meer ruimte en duidelijkheid geven om te ondernemen. De plannen hiervoor zijn onder meer:

  • Het conceptwetsvoorstel Vbar wordt gesplitst. Het rechtsvermoeden van werknemerschap uit de Vbar wordt zo spoedig mogelijk ingevoerd. Het andere deel van de Vbar (het verduidelijkingsdeel) wordt vervangen door de Zelfstandigenwet.
  • De behandeling van de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) gaat door.

Werkgevers

De coalitie heeft ook plannen voor werkgevers, onder andere:

  • Het plan om via de werkkostenregeling werknemers te kunnen helpen met het sneller aflossen van hun studieschulden.
  • Om start- en scale-ups te kunnen laten groeien, wordt het makkelijker om medewerkers deels te betalen in aandelen(opties) en worden mogelijkheden uitgebreid om financiële medewerkersparticipaties fiscaal voordelig te verstrekken.
  • Het plan is om een wettelijke stagevergoeding in te voeren.
  • Voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO) is in het coalitieakkoord structureel geld beschikbaar gemaakt. Op de korte termijn komt er een nieuwe regeling die gericht ingezet wordt in bijvoorbeeld tekortsectoren en kansrijke beroepen. Voor de langere termijn wordt gewerkt aan een stelsel van individuele leerrechten.
  • De transitievergoeding wordt hervormd, zodat deze echt wordt ingezet voor de transitie van werk naar werk. Werkgevers die voldoende hebben geïnvesteerd in bij- of omscholing en re-integratie uit de Wet poortwachter hoeven straks een lagere tot geen transitievergoeding te betalen. De compensatie van de transitievergoeding voor werkgevers bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid vervalt echter voor alle werkgevers met ingang van 2028.
  • Het maximum pensioengevend loon wordt vanaf 2027 tot en met 2032 bevroren op € 137.800 (= bedrag 2026).
  • Vanaf 2028 wordt de WW-duur maximaal 1 jaar. Vanaf 2030 wordt de uitkeringshoogte van de WW in de eerste twee maanden verhoogd naar 80%, wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van de 52 weken gewerkt (de ‘42-van-52-eis’) en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar.
  • Vanaf 2029 wordt het maximumdagloon met 20% verlaagd. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen, maar ook dat het maximumpremieloon daalt. Om financiële gevolgen (minder premieontvangst door de overheid) te compenseren komt er een lastenverzwaring, waarover het kabinet nog in overleg gaat met de sociale partners.
  • Het kabinet werkt aan voorstellen om loondoorbetaling bij ziekte meer werkbaar te maken voor werkgevers, met name in het mkb.
  • De Wet loontransparantie wordt ingevoerd, na aanpassingen van onnodige administratieve lasten voor de werkgever.
  • Om de administratieve lasten te beperken, worden (bureaucratische) belemmeringen die nu in de Wet verbetering poortwachter zitten, weggenomen.
  • Het kabinet gaat ongewijzigd door met (bijna) gratis kinderopvang voor werkende ouders.
  • Het kabinet onderzoekt (onorthodoxe) maatregelen om meer uren werken te laten lonen. Onderzocht wordt o.a. het versoepelen van de Wet onderscheid arbeidsduur (voltijdsbonus), een arbeidskorting per uur en een meerurenvoordeel.
  • Het verlofstelsel wordt vereenvoudigd, met het SER-advies ‘Balans in maatschappelijk verlof’ als startpunt.
  • Asielzoekers met een goede kans op een verblijfsvergunning krijgen na drie maanden in de asielprocedure het recht om te werken. Kansarme asielzoekers krijgen dat recht niet.
  • Werkgevers gaan vanaf 2027, net als burgers, een bijdrage voor de veiligheid betalen. Werkgevers gaan deze vrijheidsbijdrage betalen via een verhoging van de Aof-premie (totale opbrengst € 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 € 1,7 miljard per jaar). Voor burgers vindt inning plaats via een aanpassing van het tarief in de inkomstenbelasting (totale opbrengst € 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 € 3,4 miljard per jaar).

Bouwen en wonen

Bouwen en wonen staat hoog op de agenda van de coalitie. Een aantal voorgenomen maatregelen:

  • Een rem op bezwaarprocedures door de drempels hiervoor te verhogen, het introduceren van één beroepsgang, vaste uitspraaktermijnen en een beperking van de mogelijkheden om een bouw stil te leggen.
  • Structurele vereenvoudiging van wetten en regels in een jaarlijkse Vereenvoudigingswet door onder meer simpelere regels voor optoppen en splitsen te maken (waar mogelijk vergunningsvrij), makkelijker maken van woningdelen en verhuren van een woning in (studenten)kamers, vergunningsvrij maken van familie- en mantelzorgwoningen op eigen terrein en het wegnemen van belemmeringen voor hospitaverhuur.
  • Anders vormgeven van wet- en regelgeving (onder meer Wet betaalbare huur) en het fiscale klimaat op de huurmarkt. Zo wordt het tarief in de overdrachtsbelasting voor de koop van woningen waar de particuliere koper niet zelf in gaat wonen (zoals een woning voor verhuur of vakantiewoning) per 2027 verlaagd van 8% naar 7%.
  • De fiscale behandeling van de eigen woning blijft ongewijzigd.
  • Een doorstroombank of hypotheekproduct voor ouderen (doorstroomhypotheek).
  • Objectsubsidies voor gedeelde woonvormen voor jongeren en studenten.
  • Toestaan van permanente bewoning van recreatiewoningen.
  • Eenvoudigere procedures voor de verkoop van woningen door woningbouwcorporaties en uitbreiding van de investeringscapaciteit voor deze corporaties via een faciliteit in de Vpb.
    Particulier

Ook voor de particulier bevat het coalitieakkoord plannen. Een greep hieruit:

  • Vanaf 2033 wordt de AOW een-op-een gekoppeld aan de levensverwachting.
  • De aftrek specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten worden per 2028 volledig afgeschaft. Voor chronisch zieken komt, onder voorwaarden, via gemeenten een tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken beschikbaar.
  • De coalitie wil het nieuwe box 3-stelsel op werkelijk rendement doorontwikkelen naar een vermogenswinstsystematiek.
  • De coalitie wil het beleggen van spaargeld in de Nederlandse economie stimuleren door de introductie van een EU-beleggingsrekening en mogelijk een win-winlening. 
  • Voor de zorgtoeslag worden de vermogensgrenzen vanaf 2028 gelijkgesteld aan het heffingsvrij vermogen in box 3.
  • De verlaging van de brandstofaccijns op benzine loopt door tot en met 2027.
  • Er komt onderzoek naar hervorming van de mrb naar oppervlakte of omvang.
  • Het eigen risico in de Zorgverzekeringswet stijgt in 2027 naar verwachting naar € 460. Vanaf 2028 wordt het eigen risico maximaal 150 euro per behandeling in de medisch-specialistische zorg.
  • Er komt een beter onderscheid tussen professionele organisaties en maatschappelijke verenigingen, de aansprakelijkheid van vrijwilligers wordt beperkt, de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen wordt aangepast en giften worden fiscaal aantrekkelijk gehouden.
  • Vanaf 2030 krijgen nieuwe aanvragers geen IVA-uitkering meer.

Tip! Hiervoor heeft u een selectie van plannen uit het coalitieakkoord gelezen. Wilt u het hele coalitieakkoord lezen, dan treft u dat hier aan.

Door |2026-03-17T00:48:06+01:002 februari 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Aan de slag: een selectie van de plannen uit het coalitieakkoord
  • Ook in 2026 diverse subsidies voor emissieloos vervoer

Ook in 2026 diverse subsidies voor emissieloos vervoer

Ondernemers kunnen ook dit jaar verschillende subsidies aanvragen ter stimulering van emissieloos vervoer. Dit heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bekendgemaakt.

Collectieven Verduurzaming Werkgebonden Personenmobiliteit

De subsidie Collectieven Verduurzaming Werkgebonden Personenmobiliteit (COVER) kan nu al aangevraagd worden tot uiterlijk 1 oktober 2026 12.00 uur. De subsidie is gericht op projecten ter vermindering van fossiele brandstoffen met betrekking tot vervoer in verband met het werk. Het kan daarbij gaan om woon-werkverkeer en om zakelijke reizen, maar niet om vrachtvervoer. Denk bijvoorbeeld aan het gezamenlijk inkopen van fietsen. De subsidie is alleen beschikbaar voor ondernemersorganisaties, zoals brancheorganisaties, ondernemersverenigingen of bedrijfsinvesteringszones in het mkb. Van een project wordt maximaal 75% via de COVER gefinancierd tot een maximum van € 100.000. 

Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij Bedrijven

Ondernemers die op eigen of gehuurd terrein infrastructuur aanleggen voor het laden van elektrische voertuigen, kunnen vanaf 20 januari 2026 9.00 uur tot 18 december 2026 12.00 uur de Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij Bedrijven (SPRILA) aanvragen. Het bedrag van de SPRILA hangt af van de investering en bedraagt voor mkb-bedrijven het dubbele van de subsidie voor niet-mkb-bedrijven. 

Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer

Vanaf 3 februari 2026 9.00 uur kan de Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer (SPULA) aangevraagd worden. Dit kan tot uiterlijk 18 december 2026 12.00 uur. De subsidie kan verkregen worden voor het realiseren van publiek toegankelijke laadlocaties voor zwaar vervoer, zoals vrachtwagens. Er is subsidie beschikbaar voor laadstations en voor stationaire batterijen. De subsidie bedraagt maximaal 20% van de gemaakte kosten.

Subsidie emissieloze touringcars

Touringcarbedrijven en OV-concessiehouders kunnen vanaf 10 februari 2026 9.00 uur tot 30 november 2026 17.00 uur de Subsidie emissieloze touringcars (STour) aanvragen. De subsidie dekt een percentage van de meerkosten van een batterij-elektrische touringcar vergeleken met eenzelfde touringcar op diesel. Afhankelijk van de bedrijfsgrootte krijgt u 60% (kleinbedrijf), 50% (middelgroot bedrijf) of 30% (grootbedrijf) subsidie, tot een maximum van €180.000, respectievelijk € 150.000 of € 90.000.

Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit

Met de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWIM) kunt u subsidie krijgen voor ontwikkelingen op het gebied van waterstofmobiliteit, zoals waterstoftankstations, waterstofvoertuigen en logistieke toepassingen. De SWIM kan aangevraagd worden vanaf het voorjaar van 2026. De exacte data zijn niet nog bekend, maar er is nog wel veel informatie beschikbaar uit 2025.

Door |2026-03-17T00:48:06+01:002 februari 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Ook in 2026 diverse subsidies voor emissieloos vervoer
  • Uitspraak belastingrente Vpb uiterlijk 26 februari 2026

Uitspraak belastingrente Vpb uiterlijk 26 februari 2026

De Belastingdienst doet uiterlijk op 26 februari 2026 één collectieve uitspraak voor alle bezwaren op belastingrente voor de vennootschapsbelasting (Vpb) in de massaalbezwaarprocedure. Wat betekent dit voor u?

Hoge Raad: belastingrente Vpb te hoog

De Hoge Raad oordeelde op 16 januari 2026 – heel kort samengevat – dat de belastingrente die vanaf 2022 berekend wordt op een aanslag Vpb te hoog is. Daarbij gaf de Hoge Raad aan dat het belastingrentepercentage moet worden vastgesteld op het percentage dat voor andere belastingen geldt.

Voor de periode januari 2022 tot en met juni 2023 zou het percentage dan geen 8% maar 4% bedragen. Voor de tweede helft van 2023 zou dit percentage in plaats van 8% dan 6% bedragen.

Massaalbezwaarprocedure

De meeste bezwaren tegen de belastingrente op een aanslag Vpb zijn aangewezen als massaal bezwaar. Dat betekent dat de Belastingdienst niet op elk bezwaar individueel een uitspraak doet, maar één collectieve uitspraak op bezwaar voor alle bezwaren Vpb in de massaalbezwaarprocedure. De Belastingdienst meldt dat deze uitspraak uiterlijk 26 februari 2026 wordt gedaan.

Vervolgens past de Belastingdienst binnen zes maanden die uitspraak toe op alle bezwaren Vpb in de massaalbezwaarprocedure. U ontvangt daarover automatisch bericht van de Belastingdienst.

Inhoud collectieve uitspraak op bezwaar

De inhoud van de collectieve uitspraak op bezwaar is nog niet bekend. Uit de informatie op de website van de Belastingdienst lijkt min of meer op te maken dat de Belastingdienst het advies van de Hoge Raad volgt voor alle jaren vanaf 2022.

Helemaal zeker is dat echter nog niet. Zo wordt er in de vakliteratuur op gewezen dat de Hoge Raad zich misschien niet helemaal expliciet heeft uitgesproken over de jaren vanaf 2024. Dit zou misschien kunnen betekenen dat de Belastingdienst zich in de collectieve uitspraak nog niet uitlaat over de belastingrente vanaf 2024.

Bezwaar belastingrente Vpb

Zolang hier nog geen zekerheid over bestaat blijft het verstandig om tijdig (= binnen zes weken na dagtekening) bezwaar te maken tegen belastingrente op een definitieve aanslag Vpb. Betreft het belastingrente op een voorlopige aanslag Vpb, dan kunt u daartegen niet in bezwaar. U moet dan verzoeken om die belastingrente te verminderen en daarna in bezwaar tegen de afwijzing.

Let op! Ontvangt u een definitieve of voorlopige aanslag Vpb met belastingrente, overleg dan met onze adviseurs.

Belastingrente overige belastingen

De Hoge Raad gaf in het oordeel op 16 januari 2026 – heel kort samengevat – ook mee dat de belastingrente voor overige belastingen (bijvoorbeeld de inkomstenbelasting) niet te hoog is. Op de website van de Belastingdienst wordt op dit moment nog aangegeven dat een rechtbank hier nog uitspraak over moet doen in een proefprocedure en dat die uitspraak dan nog voorgelegd wordt aan de Hoge Raad.

Het is nog niet helemaal duidelijk of deze weg nog steeds gevolgd wordt of dat de Belastingdienst al eerder een collectieve uitspraak op bezwaar doet voor de overige belastingen.

Let op! In de vakliteratuur wordt erop gewezen dat het arrest van de Hoge Raad mogelijk geen volledig uitsluitsel geeft over de belastingrente voor overige belastingen vanaf 1 januari 2024. Hoewel een ander oordeel voor de periode vanaf 1 januari 2024 niet te verwachten is, is op dit moment niet uit te sluiten dat hier mogelijk nog een proefprocedure over gestart wordt.

Door |2026-03-17T00:48:07+01:0030 januari 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Uitspraak belastingrente Vpb uiterlijk 26 februari 2026
  • Advieswijzer Auto en fiscus

Advieswijzer Auto en fiscus

Fiscaal vriendelijk rijden wordt steeds lastiger, nu de autobelastingen de laatste jaren zijn aangescherpt. Het kan nog wel, maar de voordelen zijn voor een steeds kleinere groep beschikbaar. Ook de nieuwe 12% pseudo-eindheffing per 2027 kan nu van invloed zijn op de keuze van uw auto, voor u en voor uw eventuele personeel. We zetten alles hier voor u op een rij.

Rijdt u in een milieuvriendelijke auto, dan heeft u kunnen genieten van een groot aantal fiscale voordelen. De afgelopen jaren zijn deze voordelen steeds verder teruggeschroefd. Hoewel nog beperkter, kunt u ook in 2026 gebruikmaken van een aantal fiscale voordelen.

Bijtelling privégebruik auto

Voor de meeste nieuwe auto’s van de zaak waarmee ook privé wordt gereden, geldt vanaf 2017 een standaardbijtelling van 22% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm). Alleen voor auto’s zonder CO2-uitstoot geldt nog een korting op de bijtelling. Die korting geldt in de maand van tenaamstelling en in de volgende zestig volle maanden. Daarna wordt de bijtelling jaarlijks opnieuw bepaald aan de hand van de dan geldende tarieven. Auto’s zonder uitstoot die in 2021 op kenteken zijn gezet, kennen in een deel van 2026 nog bijtelling van 12%. In de loop van 2026 zal voor deze auto’s de bijtelling moeten worden herzien op basis van de regels van 2026 (zie hierna).

2021

Voor elektrische auto’s die in het jaar 2021 op naam zijn gesteld geldt een lagere bijtelling van 12% over een cataloguswaarde van € 40.000 en 22% over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2021 een bijtelling van 12% over de gehele cataloguswaarde.

2022

Voor elektrische auto’s die in het jaar 2022 op naam zijn gesteld, geldt een lagere bijtelling van 16% over een cataloguswaarde van € 35.000 en 22% over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2022 een bijtelling van 16% over de gehele cataloguswaarde.

2023

Voor elektrische auto’s die in 2023 op naam zijn gesteld, geldt een lagere bijtelling van 16% over een cataloguswaarde van € 30.000 en 22% over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2023 een bijtelling van 16% over de gehele cataloguswaarde.

2024

Voor elektrische auto’s die in 2024 op naam zijn gesteld, geldt een lagere bijtelling van 16% over een cataloguswaarde van € 30.000 en 22% over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2024 een bijtelling van 16% over de gehele cataloguswaarde.

2025

Voor elektrische auto’s die in 2025 op naam zijn gesteld, geldt een lagere bijtelling van 17% over een cataloguswaarde van € 30.000 en 22% over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2025 een bijtelling van 17% over de gehele cataloguswaarde.

2026

Voor nieuwe auto’s gelden in 2026 de volgende bijtellingspercentages en CO2-grenzen:

 Soort auto  Bijtelling  CO2-uitstoot
 Elektrisch  18% tot € 30.000/22% over meerdere  0
 Waterstof  18%  0
 Zonnecel  18%  0
 Overig  22%  > 0

Het aanscherpen van de CO2-grenzen heeft niet tot gevolg dat u elk jaar met een nieuw bijtellingspercentage wordt geconfronteerd. Een vastgesteld percentage blijft voor alle auto’s gedurende zestig maanden geldig. Na deze periode wordt de bijtelling vastgesteld aan de hand van de dan geldende percentages.

Let op! Een auto met datum eerste toelating tot de weg van uiterlijk 31 december 2016 krijgt na zestig maanden geen bijtelling van 22%, maar van 25%. Dit is alleen anders als het een auto betreft die geen CO2 uitstoot. Auto’s die geen CO2 uitstoten, krijgen in 2026 een korting van 4% op de normale bijtelling tot een cataloguswaarde van € 30.000. Dit betekent bijvoorbeeld dat voor een elektrische auto uit 2016 in 2025 een bijtelling geldt van 21% (25% -/- 4%) tot een cataloguswaarde van € 30.000. Daarboven is de bijtelling 25%. Voor een elektrische auto die in 2017 voor het eerst op kenteken is gezet, gaat in 2026 een bijtelling gelden van 18% (22% -/- 4%) tot een cataloguswaarde van € 30.000 en van 22% over het meerdere. Auto’s die de periode van zestig maanden achter de rug hebben, lopen dus jaarlijks mee met de wettelijke wijzigingen in de bijtelling.

Tip! Voor ondernemers in de inkomstenbelasting blijft de bijtelling beperkt tot maximaal het bedrag dat in een jaar aan autokosten ten laste van de winst is gebracht.

Vanaf 2028

Vanaf 2028 is er nog maar één bijtellingspercentage van 22% en is er dus geen voordeel meer voor auto’s zonder CO2-uitstoot. In 2027 wordt de korting op de bijtelling verlaagd van 4 naar 2% tot de cataloguswaarde van € 30.000 en bedraagt de bijtelling 22% over het meerdere. Voor een elektrische auto die in 2027 voor het eerst op kenteken wordt gezet, gaat dus een bijtelling gelden van 20% tot een cataloguswaarde van € 30.000 en van 22% over het meerdere.

Minder dan 500 kilometer?

Een bijtelling kan overigens helemaal achterwege blijven als u kunt bewijzen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé met de auto heeft gereden. Woon-werkkilometers worden daarbij gezien als zakelijk, ook als u thuis gaat lunchen.

Youngtimerregeling: leeftijdgrens omhoog, overgangsregeling in 2026

De bijtelling voor privégebruik van een auto die zestien jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, bedraagt in 2026 35% van de waarde in het economisch verkeer. Dit wordt ook wel de youngtimerregeling genoemd. In 2025 lag de leeftijdsgrens voor deze regeling nog op vijftien jaar.

Is de auto in 2026 jonger dan zestien jaar, maar vóór 1 januari 2017 voor het eerst in gebruik genomen, dan bedraagt de bijtelling in 2026 25% van de cataloguswaarde. Heeft een dergelijke auto geen CO2-uitstoot, dan kan tot een cataloguswaarde van € 30.000 in 2026 een bijtellingspercentage van 21% worden toegepast.

Tip! Voor de auto die in 2025 al aan dezelfde werknemer ter beschikking werd gesteld en die in 2025 vijftien jaar of ouder is geworden, geldt overgangsrecht. Voor deze auto mag heel 2026 uitgegaan worden van een bijtelling van 35% van de waarde in het economisch verkeer.

Let op! Met ingang van 1 januari 2027 gaat de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling naar 25 jaar. Er geldt dan geen overgangsrecht meer.

Milieu-investeringsaftrek (MIA)

Er bestaat in 2026 recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) voor bestelauto’s. Voor waterstofpersonen- en bestelauto’s bedraagt de MIA 45% voor maximaal 90% van het bedrag van de investering. Voor personenauto’s geldt daarbij een maximum van € 75.000, voor bestelauto’s van € 125.000. 

Let op! Als u voor de MIA in aanmerking komt, kunt u geen gebruikmaken van de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWIM). Andersom geldt hetzelfde. Voor de zonnecelpersonenauto’s bedraagt de MIA 36% tot maximaal 90% van het investeringsbedrag, met een maximum van € 100.000.

Onderstaand de regelingen op een rij.

 Soort auto  MIA %  Maximaal investeringsbedrag
 Waterstofpersonenauto  45%  € 75.000
 Zonnecelpersonenauto  36%  € 100.000
 Waterstofbestelauto  45%  € 125.000

Melding RVO

Om in aanmerking te komen voor de MIA, is een tijdige melding van de investering bij RVO noodzakelijk. De investering moet worden gemeld binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting. Het moment van ingebruikname of facturering is daarbij niet van belang. Het moment van ingebruikname en/of betaling kan wel van belang zijn voor het moment waarop u de aftrek kunt effectueren in de aangifte inkomsten- of vennootschapsbelasting.

Motorrijtuigenbelasting

De hoogte van de motorrijtuigenbelasting (mrb) is afhankelijk van een aantal factoren, waaronder de CO2-uitstoot van uw auto. Voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van 0 gr/km geldt in 2026 een korting van 30% op het normale MRB-tarief. Voor plug-inhybrides geldt in 2026 geen korting meer. Ook voor emissieloze bestelauto’s geldt in 2026 geen korting meer op de mrb.

Ondernemers betalen voor een bestelauto minder mrb. Voorwaarde is dat de bestelauto meer dan 10% zakelijk wordt gebruikt. Dit moet u desgevraagd aannemelijk kunnen maken, maar een kilometeradministratie is niet vereist. 

Bpm

Als uw auto op kenteken wordt gezet, wordt bpm geheven. De hoogte van de bpm is voor personenauto’s gebaseerd op de CO2-uitstoot. Er geldt vanaf 2025 geen vrijstelling bpm meer voor auto’s met een CO2-uitstoot van 0 gr/km. Er geldt nog wel een vrijstelling bpm voor bestelauto’s met een CO2-uitstoot van 0 gr/km. Voor personenauto’s waarvoor geen vrijstelling geldt, is de bpm hoger naarmate de CO2-uitstoot groter is.

Let op! De bpm-vrijstelling voor ondernemers is per 2025 afgeschaft. De vrijstelling geldt nog wel voor bestelauto’s die vóór 2025 zijn aangeschaft, mits voldaan blijft worden aan de daarvoor geldende voorwaarden. Dit betekent onder meer dat de bestelauto voor meer dan 10% zakelijk wordt gebruikt.

Vanaf 2027: 12% pseudo-eindheffing personenauto van de zaak met CO2-uitstoot

Vanaf 2027 geldt een pseudo-eindheffing van 12% in de loonbelasting. Deze 12% is een werkgever verschuldigd als hij aan een werknemer vanaf 2027:

  • een personenauto van de zaak ter beschikking stelt,
  • die ook privé mag worden gebruikt en
  • die een CO2-uitstoot heeft groter dan nul.

Let op!De 12% pseudo-eindheffing komt ten laste van de werkgever. Het is een extra heffing die de werkgever niet mag verhalen op de werknemer. Daarnaast blijft de bijtelling voor de auto van de zaak die ten laste van de werknemer komt, ook gewoon bestaan in 2027.

Uitzonderingen

Er is wel een aantal uitzonderingen. Een werkgever is de eindheffing namelijk niet verschuldigd als:

  • de personenauto een CO2-uitstoot heeft van nul – volledig elektrische en waterstof aangedreven auto’s vallen dus buiten deze heffing;
  • de auto van de zaak uitsluitend zakelijk wordt gebruikt en niet voor privégebruik (er geldt dan ook geen bijtelling voor de auto van de zaak).

Let op!Er geldt een uitzondering voor incidenteel privégebruik bij overmacht en bijzondere omstandigheden. De werkgever moet dan wel aannemelijk kunnen maken dat hiervan sprake is.

Woon-werkverkeer is privé!

Wat betreft de uitzondering van ‘geen privégebruik’ zit er een addertje onder het gras. Waar voor de bijtelling van de auto van de zaak het woon-werkverkeer als zakelijk wordt aangemerkt, zijn deze kilometers voor de pseudo-eindheffing privékilometers.

Let op! Dit heeft tot gevolg dat een werkgever vanaf 2027 ook de pseudo-eindheffing verschuldigd kan zijn als de werknemer de personenauto niet privé gebruikt (of maximaal 500 kilometers) en dus geen bijtelling heeft. Als die werknemer de personenauto wel voor woon-werkverkeer gebruikt, is de werkgever de pseudo-eindheffing van 12% verschuldigd.

Personenauto

De pseudo-eindheffing geldt voor personenauto’s. Dit zijn voertuigen met voertuigclassificatie M1 in het civiele kentekenregister en auto’s die onder de Europese verordening zo zouden kwalificeren.

Let op! Een M1-voertuig is een motorvoertuig op vier of meer wielen, ontworpen en gebouwd voor het vervoer van personen, met maximaal negen zitplaatsen, inclusief bestuurdersstoel. Ook kampeerauto’s, personenbusjes voor zorgvervoer (ingericht met maximaal negen zitplaatsen) en lijkwagens vallen hieronder.

Bestelauto’s, vrachtwagens en tractors hebben geen M1-kwalificatie en vallen dus niet onder de pseudo-eindheffing. 

Overgangsregeling tot 17 september 2030

Personenauto’s die al vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, krijgen niet meteen vanaf 1 januari 2027 te maken met de pseudo-eindheffing. Voor deze personenauto’s geldt een overgangsregeling tot 17 september 2030. Pas vanaf die datum kan een werkgever voor die personenauto met de pseudo-eindheffing te maken krijgen.

Let op! De overgangsregeling is gekoppeld aan de personenauto. Dus ook als een werkgever de auto na 1 januari 2027 ter beschikking stelt aan een andere werknemer dan aan wie de auto vóór 1 januari 2027 ter beschikking stond, blijft de overgangsregeling gelden.

12% van de (catalogus)waarde

De 12% pseudo-eindheffing wordt straks berekend over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm. In tegenstelling tot de bijtelling voor de auto van de zaak, wordt bij de berekening van de pseudo-eindheffing geen rekening gehouden met de eigen bijdrage van de werknemer. Is de personenauto ouder dan 25 jaar, dan wordt de 12% pseudo-eindheffing berekend over de waarde in het economisch verkeer van de personenauto. 

Betaling bij aangifte loonbelasting

De pseudo-eindheffing wordt per kalendermaand berekend. De werkgever kan er echter voor kiezen om de eindheffing uiterlijk in de tweede loonaangifte van het volgende kalenderjaar te voldoen.

Let op! Over het jaar 2027 betaalt een werkgever de pseudo-eindheffing dus uiterlijk in het tweede loonaangiftetijdvak van 2028.

Besparen op de pseudo-eindheffing door de personenauto niet alle dagen voor privé ter beschikking te stellen, zal niet werken. Als de personenauto slechts een deel van een maand voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, wordt deze namelijk geacht de hele kalendermaand voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld. De pseudo-eindheffing van 12% geldt dan voor de hele kalendermaand.

Ook voor de dga, niet voor IB-ondernemer

De pseudo-eindheffing is een heffing voor werkgevers. Dit betekent dat als een bv een auto van de zaak ter beschikking stelt aan een dga, deze bv ook met de heffing te maken kan krijgen.

Een ondernemer met een eenmanszaak of in een vof zal voor zichzelf niet met de heffing te maken krijgen, maar mogelijk wel voor zijn personeel.

Anticiperen

Ondanks dat de maatregel pas in 2027 ingaat en er een overgangsregeling geldt, is het goed om al te anticiperen op de maatregel. Dat geldt zeker als u nu of in de toekomst een leasecontract gaat afsluiten met een looptijd van vijf jaar. De overgangsregeling loopt immers tot 17 september 2030 en dat is op dit moment al over minder dan vijf jaar.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de advieswijzer is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Door |2026-03-17T00:48:08+01:0029 januari 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Auto en fiscus
  • Wijziging btw-teruggaaf ondernemer uit ander EU-land

Wijziging btw-teruggaaf ondernemer uit ander EU-land

Een ondernemer die buiten Nederland gevestigd is en geen btw-aangifte doet in Nederland, kan Nederlandse btw terugvragen. Per 1 april 2026 wijzigt daar iets in.

Btw-teruggaaf

De ondernemer moet het verzoek om teruggaaf van Nederlandse btw digitaal indienen bij de Belastingdienst van het EU-land waar hij gevestigd is. In Nederland kan btw teruggevraagd worden over de afgelopen vijf jaar. In sommige EU-landen kan dat niet en moet een verzoek om btw-teruggaaf vóór 1 oktober van het volgende jaar zijn ingediend.

Let op! In sommige gevallen is het mogelijk om alsnog een schriftelijk verzoek in te dienen bij de Nederlandse Belastingdienst als dat digitaal bij de Belastingdienst van het land van vestiging niet meer mogelijk is. Voor vragen hierover kunt u contact opnemen met de Belastingtelefoon Buitenland in Nederland.

Wijziging met ingang van 1 april 2026

Vanaf 1 april 2026 geldt een aanvullende eis voor het digitale verzoek om btw-teruggaaf. De niet in Nederland gevestigde ondernemer moet dan ook de factuur of het invoerdocument bijvoegen bij het verzoek als het factuurbedrag exclusief btw € 1.000 of meer bedraagt. Gaat het om brandstof, dan moet een factuur worden bijgevoegd als het factuurbedrag exclusief btw € 250 of meer bedraagt.

Let op! De factuur of het invoerdocument moet zijn opgesteld in het Duits, Frans, Italiaans of Nederlands.

Door |2026-03-17T00:48:09+01:0029 januari 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Wijziging btw-teruggaaf ondernemer uit ander EU-land
  • Niet geregistreerd medicijn aftrekbaar als zorgkosten

Niet geregistreerd medicijn aftrekbaar als zorgkosten

Onder voorwaarden kunt u de kosten van in Nederland niet geregistreerde medicijnen in uw aangifte inkomstenbelasting aftrekken als zorgkosten.

Medicijnen aftrekbaar als zorgkosten

Als een arts medicijnen aan u voorschrijft, kunt u de kosten daarvan als zorgkosten in aanmerking nemen in uw aangifte inkomstenbelasting. Hierbij geldt de voorwaarde dat de kosten van die medicijnen niet al aan u vergoed worden.

Let op! De wettelijke eigen bijdrage voor ziektekosten kunt u nooit als zorgkosten in aanmerking nemen. Dat geldt ook voor het eigen risico van uw zorgverzekering.

Niet geregistreerde medicijnen

Aan de Belastingdienst is gevraagd of het ook mogelijk is om medicijnen die niet in Nederland en ook niet in de EU geregistreerd zijn als zorgkosten in aanmerking te nemen. Volgens de Belastingdienst is dat onder voorwaarden mogelijk.

Daarbij moet eerst worden vastgesteld dat het gaat om wat in Nederland omschreven wordt als een medicijn. Dat is een middel dat wordt gebruikt om de fysiologische functies bij de mens te herstellen, verbeteren of wijzigen. Het middel mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan de behandeling of voorkoming van een ziekte.

Voorschrift arts

Volgens de Belastingdienst is aftrek als zorgkosten vervolgens mogelijk als deze medicijnen zijn voorgeschreven door een in Nederland gevestigde arts.

Formeel kan een in Nederland gevestigde arts een niet geregistreerd medicijn niet voorschrijven. Maar als deze arts kan aangeven dat het medicijn kan leiden tot verbetering van de klinische conditie van de patiënt en bovendien aangeeft hoe het medicijn moet worden gebruikt, wordt dit aangemerkt als een voorschrift. 

Verder is aftrek ook mogelijk als de medicijnen zijn voorgeschreven door een naar Nederlandse maatstaven kwalificerende arts in het buitenland. Uit de rechtspraak volgt dat uitleg over het gebruik van een medicijn door een arts hierbij gelijkgesteld kan worden met een voorschrift van een arts.

Overige voorwaarden

Uiteraard moet ook nog aan de overige algemene voorwaarden die gelden voor aftrek van zorgkosten voldaan worden. Houd er ook rekening mee dat voor de aftrek van specifieke zorgkosten een inkomensafhankelijk drempelbedrag geldt. Alleen als alle zorgkosten die voor aftrek in aanmerking komen in een jaar boven dit drempelbedrag uitkomen, leidt dit tot een aftrekbaar bedrag.

Door |2026-03-17T00:48:09+01:0029 januari 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Niet geregistreerd medicijn aftrekbaar als zorgkosten

Register gewasbeschermingsmiddelen wordt openbaar

De Vereniging Meten=Weten diende in 2021 een verzoek in bij de Minister van LVN (nu LVVN) om een aantal registers van telers openbaar te maken. De minister interpreteerde dit als een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) en zei dat de overheid deze gegevens niet bezit en daarom niet hoeft te verstrekken. Maar volgens de rechtbank is deze redenering onjuist: een verzoek om milieu-informatie is wettelijk gezien niet hetzelfde als een Woo-verzoek en de minister moet nu een nieuw besluit nemen,

Op grond van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 moeten professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen registers bijhouden van de gewasbeschermingsmiddelen die zij gebruiken, met vermelding van de naam van het gebruikte middel, het tijdstip en dosis van de toepassing, alsook het gebied en het gewas waarop het gewasbeschermingsmiddel werd gebruikt. De registers moeten minimaal drie jaar bewaard worden. De gebruikers moeten relevante informatie uit deze registers op verzoek ter beschikking stellen aan de bevoegde autoriteit.

Derde partijen, zoals de drinkwaterindustrie, detailhandelaars of omwonenden kunnen zich tot de bevoegde instantie wenden met het verzoek om toegang tot deze informatie te verkrijgen. De bevoegde autoriteiten verstrekken toegang tot deze informatie overeenkomstig het toepasselijke nationale of het Gemeenschapsrecht.

De minister kan nog hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit heeft echter volgens de Vereniging Meten=Weten geen opschortende werking.

Aanvulling redactie
De verwachting is er veel verzoeken van belanghebbenden zullen komen voor inzicht in de spuitregistratie. Dit zal bemoeilijkt worden door het uitstellen van de invoering van een digitaal register van 2026 naar 2027.
 

Door |2026-01-29T01:00:00+01:0029 januari 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Register gewasbeschermingsmiddelen wordt openbaar

Wijzigingen Uitvoeringsregeling GLB 2023 per 2026

In de Uitvoeringsregeling GLB 2023 wordt een aantal wijzigingen doorgevoerd. Het gaat om wijzigingen die tot doel hebben de regeldruk voor landbouwers te verminderen. De belangrijkste zijn:

  • De periode van zichtbare bedekking van de eco-activiteit gras/klaver wordt op basis van ervaringen in eerdere jaren gewijzigd van 1 april tot 1 juli naar 1 juni tot 1 augustus;
  • Percelen die biologisch gecertificeerd zijn of in omschakeling zijn naar biologisch worden geacht te voldoen aan de conditionaliteiten GLMC 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 10;
  • Teneinde stapeling van sancties bij soortgelijke niet-nalevingen te voorkomen wordt bepaald dat in dat geval alleen de hoogste sanctie wordt opgelegd. Het gaat hier om de volgende grondslagen:
  • Het opgeven van een perceel of landschapselement dat geheel of gedeeltelijk niet ter beschikking staat van de landbouwer; of
  • Het niet melden van het geheel of gedeeltelijk of niet volgens de voorwaarden uitvoeren van een eco-activiteit;
  • Het percentage blijvend grasland in Nederland mag niet meer dan 10% dalen vergeleken met 2018. Tot 2026 was dit 5%;
  • Blijvend grasland op veengrond mag worden omgezet naar een natte teelt;
  • Op percelen met een hellingspercentage van 18% of meer is voortaan ook de teelt van wijndruiven met gras als ondergroei toegestaan.
Door |2026-01-28T11:02:48+01:0028 januari 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Wijzigingen Uitvoeringsregeling GLB 2023 per 2026

Bemestingsplan voor alle landbouwers verplicht

Alle landbouwbedrijven moeten vóór het begin van het groeiseizoen een bemestingsplan opstellen. Hoewel RVO eerder onduidelijk was over wanneer het plan gereed moest zijn, stelt zij nu dat het bemestingsplan op 15 februari klaar moet zijn. Vorig jaar was dit nog 15 maart. In het plan moeten de gewasrotatie op de landbouwgrond en het geplande gebruik van mest worden beschreven. Daarbij gaat het om dierlijke mest en andere meststoffen met stikstof en fosfaat.

Doelen bemestingsplan
Het plan heeft twee doelen:

  • Met bewust bemesten zorgen voor een goede landbouwpraktijk;
  • Vooraf zorgen dat de bemesting past binnen de gebruiksnormen.

Twee berekeningen
Volgens RVO moet eerst een berekening van de bemesting worden gemaakt op basis van de landbouwkundige adviezen. Daarna kan worden bepaald of de geplande bemesting past binnen de gebruiksnormen. Dit is niet verplicht, maar uiteraard wel zeer belangrijk om te doen.

Het is niet noodzakelijk dat er grondmonsters van de percelen zijn genomen. Om gebruik te mogen maken van een hogere fosfaatnorm op percelen met een lagere fosfaattoestand is dit echter wel noodzakelijk. Om van fosfaatdifferentiatie gebruik te kunnen maken, mogen de grondmonsters op 15 mei van dit jaar niet ouder zijn dan vier jaar.

Onderdelen bemestingsplan
Het bemestingsplan is vormvrij. Voor de berekening van de geplande bemesting moeten in elk geval de volgende posten worden opgenomen, in kilogrammen stikstof en fosfaat:

  • Beginvoorraad;
  • Aanvoer;
  • Productie;
  • Afvoer;
  • Eindvoorraad.
Door |2026-01-28T10:57:58+01:0028 januari 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Bemestingsplan voor alle landbouwers verplicht