Agrarisch nieuws

Landbouwvrijstelling en herwaarderen landbouwgrond

De toekomst van de landbouwvrijstelling blijft onzeker. Deze regeling zorgt ervoor dat waardestijgingen van landbouwgrond door de algemene ontwikkeling van de agrarische grondwaarde zijn vrijgesteld van belasting.

Hoewel het kabinet de vrijstelling voorlopig niet wil afschaffen, blijft dit op termijn een reële mogelijkheid. De voorgestelde afschaffing van de vergelijkbare bosbouwvrijstelling per 1 januari 2029 onderstreept dat fiscale regelingen kunnen verdwijnen.

Voor landbouwers zit het grootste risico in afschaffing zonder overgangsregeling. Grond die nog tegen een lage boekwaarde op de balans staat, kan bij verkoop of bedrijfsoverdracht leiden tot een forse belastingclaim.

Herwaardering kan financiële risico’s beperken
Door de boekwaarde van landbouwgrond onder de huidige regeling dichter bij de economische waarde te brengen, kan een eventuele toekomstige belastingclaim kleiner worden.

Herwaardering is onder bepaalde omstandigheden mogelijk, bijvoorbeeld bij toetreding van een vennoot of wijziging van de ondernemingsstructuur. Hieraan kunnen echter ook nadelen verbonden zijn.

Laat daarom tijdig uw fiscale situatie beoordelen door een adviseur. Zo kunt u bepalen welke mogelijkheden passen bij uw bedrijf en voorbereid zijn op mogelijke veranderingen in de wetgeving.

Door |2026-10-22T11:21:29+02:0022 oktober 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Landbouwvrijstelling en herwaarderen landbouwgrond

Optimaliseren investeringsaftrek

Als u in 2026 een bedrag tussen € 2.901 en € 398.236 investeert in bedrijfsmiddelen, kunt u onder voorwaarden in aanmerking komen voor de kleinschaligheids­investeringsaftrek Uitgesloten zijn onder meer: grond, personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer, dieren, quota, bedrijfsmiddelen minder dan € 450 en bedrijfsmiddelen die voor meer dan 70% worden verhuurd aan derden. De hoogte van de aftrek is afhankelijk van de totale investeringen. Het aftrekpercentage is het hoogst als de totale verplichtingen minder dan € 71.683 bedragen, namelijk 28% van het investeringsbedrag.

Voor de hoogte van de investeringsaftrek is het jaar van aangaan van de investeringsverplichtingen bepa­lend. Daadwerkelijke aftrek in het jaar van investeren kan alleen plaatsvinden indien het bedrijfsmiddel in gebruik is genomen of is betaald.

Het recht op investeringsaftrek vervalt indien:

  • binnen 12 maanden na het aangaan van de ver­plichting minder dan 25% van het investeringsbe­drag is betaald, tenzij het bedrijfsmiddel in deze periode in gebruik is genomen;
  • het bedrijfsmiddel niet in gebruik is genomen bin­nen drie jaar na het begin van het kalenderjaar waarin de investering is gedaan.

Een goede planning van investeringen kan leiden tot een hogere investeringsaftrek. Zet daarom de verrich­te en de geplande investeringen op een rij om een op­timale planning te maken.

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wordt verwerkt in de belastingaangifte. Hiervoor is geen voorafgaande melding nodig.

Milieu- en energie-investeringsaftrek
Naast de investeringsaftrek kan mogelijk ook gebruik worden gemaakt van de milieu-investeringsaftrek of energie-investeringsaftrek, als de investering aan specifieke voorwaarden voldoet. Hiervoor moet de investering tijdig worden gemeld bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Voor aanschafkosten geldt dat dit binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting moet gebeuren.

Door |2026-10-22T11:21:29+02:0022 oktober 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Optimaliseren investeringsaftrek

Checklist voor inhuren arbeidskrachten

De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft samen met onder meer de Belastingdienst en UWV een checklist ontwikkeld voor werkgevers die personeel inhuren via een uitzendbureau of andere uitlener. De checklist is ook relevant voor land- en tuinbouwbedrijven die werken met tijdelijke of buitenlandse arbeidskrachten.

De checklist biedt praktische handvatten om te controleren of de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden in orde zijn. Werkgevers zijn namelijk medeverantwoordelijk voor de rechten, veiligheid en gezondheid van ingehuurde werknemers. Ook moeten zij controleren of arbeidskrachten legaal in Nederland mogen werken. Deze verantwoordelijkheid blijft bestaan wanneer het personeel via een uitzendbureau wordt ingehuurd.

Bij overtredingen kan de Arbeidsinspectie handhavend optreden. Dit kan leiden tot boetes of andere juridische gevolgen. Bovendien kan het niet naleven van bepaalde arbeidswetten sinds 2025 ook gevolgen hebben voor de GLB-subsidies. Via de zogenoemde sociale conditionaliteit kan een korting op de subsidie volgen.

Met de checklist kunnen landbouwers nagaan of zij aan hun verplichtingen voldoen en risico’s bij het inhuren van personeel beperken. De checklist is te vinden op de volgende website: https://www.inspectie-checklist.nl/checklist/uitleners.

Door |2026-10-22T11:21:28+02:0022 oktober 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Checklist voor inhuren arbeidskrachten

Wanneer telt een boomgroep mee voor het GLB?

Een boomgroep kan meetellen als subsidiabel landschapselement binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Maar wanneer voldoet een groep bomen aan de voorwaarden? Recente uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven geven meer duidelijkheid over de voorwaarden.

Van een boomgroep is sprake wanneer meerdere bomen en struiken samen een herkenbaar, aaneengesloten element vormen. De boomkruinen raken elkaar en er is sprake van ondergroei.

Om mee te tellen voor het GLB moet de boomgroep bovendien voldoen aan de voorwaarden voor subsidiabele landschapselementen. Het element moet grenzen aan landbouwgrond of een ander subsidiabel landschapselement, ter beschikking staan aan de landbouwer, een maximale oppervlakte van 1,5 hectare hebben en correct geregistreerd worden in de Gecombineerde opgave.

Voor het vaststellen van oppervlakte van het element in verband met de maximale omvangseis moet gekeken worden naar de totale oppervlakte van het element, niet naar wie het eigendom of beheer heeft. Een element van bijvoorbeeld in totaal 2 hectare, waarvan twee landbouwers elk 1 hectare in beheer hebben, heeft desondanks een te grote omvang.

Wel moet aan de hand van de feitelijke situatie ter plaatse goed beoordeeld worden of er sprake is van één landschapselement of van meerdere. Een boomgroep groter dan 1,5 hectare mag door RVO niet zonder voldoende onderbouwing als één geheel worden beschouwd wanneer afzonderlijke elementen, zoals struweelranden of een ander bomenbestand, herkenbaar zijn.

Door |2026-10-14T13:27:34+02:0014 oktober 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer telt een boomgroep mee voor het GLB?

Emissienormen voor biologische en extensieve melkveehouderij

Op 26 juni 2026 zijn bedrijfsspecifieke emissienormen voor ammoniak en broeikasgassen voor de melkveehouderij aangekondigd. Het kabinet kijkt daarbij ook nadrukkelijk naar de impact van deze normen op biologische en extensieve bedrijven. De normen moeten ook voor deze bedrijven haalbaar zijn en koplopers niet benadelen.

Ruimte voor andere bedrijfsvoering
De minister van LVVN vindt het belangrijk dat niet alleen technische maatregelen ingezet kunnen worden om aan de emissienormen te voldoen. Maatregelen zoals veel weidegang of een ander rantsoen zullen even goed worden meegerekend in de manier waarop de emissies op een bedrijf worden bepaald. Extensieve bedrijven scoren volgens de minister in de uitgangssituatie gemiddeld 5 tot 10% beter dan gemiddeld intensieve bedrijven.

Extensieve en/of biologische bedrijven
Het handelingsperspectief van extensieve en/of biologische bedrijven kan anders zijn vanwege de bedrijfssituatie of (Europese) regelgeving. Maatregelen zoals mestvergisting en -verwerking of veevoederadditieven kunnen minder passend zijn of vanwege biologische regelgeving niet toegestaan zijn. Er wordt nog gekeken of dit tot aanpassing van de ammoniaknorm voor dit type bedrijven moet leiden en dat voor biologische bedrijven een uitzondering op de klimaatnorm (broeikasgassen) wordt gemaakt.

Onderzoek en verdere uitwerking
Wageningen Livestock Research brengt mogelijke maatregelenpakketten voor een representatieve groep biologische en extensieve bedrijven in beeld. De eerste resultaten worden in het eerste kwartaal van 2027 verwacht. Ook wordt gewerkt aan een rekensystematiek waarmee emissies op bedrijfsniveau betrouwbaar kunnen worden vastgesteld en geborgd.

Op basis van deze onderzoeken besluit het kabinet of de ammoniaknorm voor biologische en extensieve bedrijven moet worden aangepast en hoe een aangekondigde uitzondering op de klimaatnorm voor biologische bedrijven wordt vormgegeven.

Door |2026-10-14T13:27:34+02:0014 oktober 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Emissienormen voor biologische en extensieve melkveehouderij

Emissienormen voor biologische en extensieve melkveehouderij

Op 26 juni 2026 zijn bedrijfsspecifieke emissienormen voor ammoniak en broeikasgassen voor de melkveehouderij aangekondigd. Het kabinet kijkt daarbij ook nadrukkelijk naar de impact van deze normen op biologische en extensieve bedrijven. De normen moeten ook voor deze bedrijven haalbaar zijn en koplopers niet benadelen.

Ruimte voor andere bedrijfsvoering
De minister van LVVN vindt het belangrijk dat niet alleen technische maatregelen ingezet kunnen worden om aan de emissienormen te voldoen. Maatregelen zoals veel weidegang of een ander rantsoen zullen even goed worden meegerekend in de manier waarop de emissies op een bedrijf worden bepaald. Extensieve bedrijven scoren volgens de minister in de uitgangssituatie gemiddeld 5 tot 10% beter dan gemiddeld intensieve bedrijven.

Extensieve en/of biologische bedrijven
Het handelingsperspectief van extensieve en/of biologische bedrijven kan anders zijn vanwege de bedrijfssituatie of (Europese) regelgeving. Maatregelen zoals mestvergisting en -verwerking of veevoederadditieven kunnen minder passend zijn of vanwege biologische regelgeving niet toegestaan zijn. Er wordt nog gekeken of dit tot aanpassing van de ammoniaknorm voor dit type bedrijven moet leiden en dat voor biologische bedrijven een uitzondering op de klimaatnorm (broeikasgassen) wordt gemaakt.

Onderzoek en verdere uitwerking
Wageningen Livestock Research brengt mogelijke maatregelenpakketten voor een representatieve groep biologische en extensieve bedrijven in beeld. De eerste resultaten worden in het eerste kwartaal van 2027 verwacht. Ook wordt gewerkt aan een rekensystematiek waarmee emissies op bedrijfsniveau betrouwbaar kunnen worden vastgesteld en geborgd.

Op basis van deze onderzoeken besluit het kabinet of de ammoniaknorm voor biologische en extensieve bedrijven moet worden aangepast en hoe een aangekondigde uitzondering op de klimaatnorm voor biologische bedrijven wordt vormgegeven.

Door |2026-10-14T13:27:34+02:0014 oktober 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Emissienormen voor biologische en extensieve melkveehouderij

Ontwerp-AMvB dierwaardige veehouderij

De ontwerp-AMvB Dierwaardige veehouderij is op 11 september 2026 naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. Het voorstel bevat regels om het dierenwelzijn in de veehouderij stapsgewijs te verbeteren, met als ambitie een dierwaardige veehouderij in 2040. De maatregelen hebben betrekking op varkens, pluimvee (opfoklegkippen, legkippen, vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren) en runderen die gehouden worden voor de productie van melk, rund- en/of kalfsvlees.

De voorgestelde maatregelen richten zich onder meer op het beter tegemoetkomen aan natuurlijke gedragsbehoeften van dieren en het terugdringen van lichamelijke ingrepen. De maatregelen worden gefaseerd ingevoerd, zodat ondernemers tijd krijgen om hun bedrijfsvoering aan te passen.

Nieuw te bouwen stallen moeten vanaf een in de AMvB genoemde datum aan bepaalde eisen voldoen. Voor bestaande stallen geldt een overgangstermijn. Belangrijk is dat verbouw van stallen wordt gezien als nieuwbouw: er moet dan meteen worden voldoen aan de nieuwe eisen.

De ontwerp-AMvB is nog niet definitief. De parlementaire behandeling moet nog plaatsvinden. Daarbij kunnen onder meer de uitvoerbaarheid, de economische gevolgen voor agrarische bedrijven en de samenhang met andere beleidsdoelen aan de orde komen.

Het is verstandig om de ontwikkelingen te volgen en tijdig na te denken over mogelijke aanpassingen aan huisvesting, bedrijfsvoering en investeringen. Welke verplichtingen uiteindelijk gaan gelden en wanneer deze ingaan, hangt af van de definitieve regelgeving.

Door |2026-10-14T13:12:22+02:0014 oktober 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Ontwerp-AMvB dierwaardige veehouderij

Nieuwe periode verplicht rustgewas op zand- en lössgronden

Op landbouwgrond op zand- en lóssgronden moest in de periode 2023 tot en met 2026 één keer een rustgewas geteeld worden. Vanaf 2027 gaat een geheel nieuwe periode van vier jaar gelden. Dit blijkt uit de schriftelijke antwoorden van de minister op LVVN op Kamervragen. Dit betekent dus niet dat als in 2023 voor het laatst een rustgewas is geteeld, dit in 2027 verplicht is. Ook dan geldt dat er uiterlijk in 2030 wederom een rustgewas geteeld moet worden.

Let op! Bij het vaststellen van het bouwplan moet verder nog wel gekeken worden of aan de gewasrotatie-eisen (GLMC 7) van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt voldaan

Doel maatregel
De maatregel is bedoeld om de bodem- en waterkwaliteit te verbeteren. Rustgewassen kunnen bijdragen aan een betere bodemstructuur, meer organische stof en een efficiëntere benutting van stikstof. Dat is vooral van belang op zand- en lössgronden, waar nutriënten relatief gemakkelijk kunnen uitspoelen.

Gevolgen voor bouwplan
Bij wisselende gebruikers van percelen is het belangrijk goed te kijken of er een rustgewas is geteeld. De gebruiker in het vierde jaar is verantwoordelijk wanneer er geen rustgewas is geteeld.

Uitbreiding lijst met rustgewassen
Aan de lijst met rustgewassen zijn het eerste jaar van de meerjarige teelt van de volgende gewassen toegevoegd: bos- en haagplanten, buxus, ericaceae, laanbomen en parkbomen (onderstammen), rozenstruiken inclusief zaailingen en onderstammen, sierconiferen, sierheesters en klimplanten, snijgroen, trek- en besheesters, vaste planten en vruchtbomen (moerbomen, onderstammen en overige vruchtbomen). In het eerste jaar van de teelt zijn deze teelten beoordeeld als niet-uitspoelingsgevoelig. Daarnaast worden deze teelten in dit eerste jaar niet gerooid, omdat ze meerdere jaren staan. Om deze redenen worden deze teelten alleen als rustgewas aangewezen in het eerste jaar van een meerjarige teelt.

Door |2026-10-09T07:30:49+02:009 oktober 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe periode verplicht rustgewas op zand- en lössgronden

E-facturatie in 2030 verplicht voor bedrijven

Vanaf 1 juli 2030 moeten bedrijven elektronisch factureren bij zakelijke transacties. De verplichting geldt voor zowel internationale als binnenlandse transacties. Vanaf 1 juli 2031 volgt ook de digitale rapportage van binnenlandse transacties.

De maatregel komt voort uit de Europese richtlijn ‘Btw in het digitale tijdperk’. Door facturen en btw-gegevens digitaal en per transactie uit te wisselen, wil de overheid administratieve lasten verminderen, processen automatiseren en btw-fraude beter bestrijden.

Voor ondernemers betekent dit dat de huidige manier van factureren mogelijk moet worden aangepast. Een digitaal boekhoud- of factureringspakket kan daarvoor nodig zijn. Ondernemers die al digitaal werken voor buitenlandse transacties kunnen de overstap waarschijnlijk makkelijker maken. E-facturatie kan bovendien volgens de overheid kosten besparen bij het versturen en verwerken van facturen.

Bedrijven die deelnemen aan de kleineondernemersregeling (KOR) en maximaal €20.000 omzet per kalenderjaar hebben, blijven uitgezonderd van de verplichting.

Het kabinet brengt het conceptwetsvoorstel dit najaar in internetconsultatie. Veiligheid van bedrijfsgegevens is daarbij een belangrijke voorwaarde.

Door |2026-10-07T14:24:14+02:007 oktober 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor E-facturatie in 2030 verplicht voor bedrijven

Aanpak vermindering veldemissies van ammoniak

Veldemissies van ammoniak veroorzaken een groot deel van de totale ammoniakemissie in de landbouw. Het kabinet heeft een aantal maatregelen aangekondigd om de veldemissies te verminderen. Bij de uitwerking wordt rekening gehouden met de gevolgen voor biologische en extensieve bedrijven.

Het gaat om de volgende maatregelen:

  • Het emissiearm aanwenden van ureumhoudende kunstmeststoffen, spuiwater en plantaardig digestaat. De beoogde inwerkingtreding is op 1 januari 2028.
  • Het verplicht stellen van mestinjectie op bouwland.
  • De combinatie van dagontmesting, monovergisting én het strippen van ammoniak uit melkveemest kan perspectief bieden om zowel in de stal als bij het uitrijden van dierlijke mest de emissies te verminderen. Het kabinet gaat dit financieel ondersteunen.
  • Doorontwikkeling van verschillende innovatieve technieken, waaronder het aanzuren van dierlijke mest vlak voor toediening. Deze worden vervolgens, waar mogelijk en zinvol, in regelgeving vastgelegd.
  • De gedoogregeling voor het bovengronds aanwenden van runderdrijfmest kan vanaf 2027 niet meer worden toegepast.
Door |2026-09-30T00:07:31+02:0030 september 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aanpak vermindering veldemissies van ammoniak