ziek

Veel kritiek op verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Het wetsvoorstel Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen, de Wet Baz, wordt aangepast. De aanpassingen vloeien voort uit een internetconsultatie inzake het wetsvoorstel. Dit heeft minister Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gemeld aan de Tweede Kamer.

Onvoldoende verzekerd

Invalide

Zelfstandigen zijn volgens het kabinet op dit moment onvoldoende verzekerd bij arbeidsongeschiktheid. De oorzaak is gelegen in de vaak hoge premies van een dergelijke verzekering, maar ook kunnen zelfstandigen zich soms vanwege hun leeftijd of een medische aandoening niet meer verzekeren.

Wet Baz

Het is de bedoeling dat zelfstandige straks, via de voorgestelde Wet Baz, verplicht verzekerd zijn voor arbeidsongeschiktheid. Via deze verplichte verzekering krijgen zelfstandigen dan een uitkering als ze door een langdurige ziekte niet meer in staat zijn het minimumloon te verdienen. De premie zou ongeveer 6,5% van de winst moeten gaan bedragen met een maximum van € 195 per maand.

Let op! Zelfstandigen mogen volgens het voorstel straks ook kiezen voor een private AOV-verzekering. Dit geldt uiteraard ook voor diegenen die dat nu al hebben. De te betalen premie én de hoogte van de uitkering bij arbeidsongeschiktheid dienen dan wel in ieder geval gelijk te zijn aan de bedragen volgens de voorgestelde nieuwe verplichte verzekering. Ook moet de uitkering lopen tot de AOW-leeftijd.

Let op! De verplichte verzekering gaat in het voorstel niet gelden voor dga’s. Ook diegenen die inkomsten uit overig werk hebben die geen winst uit onderneming vormen, vallen straks niet onder de verplichte verzekering.

Kritiek

Op het wetsvoorstel is vanuit verschillende kanten kritiek geleverd. De kritiek heeft onder meer betrekking op het verplichte karakter van de verzekering en de gewenste uitzonderingen op de kring van verzekerden. Ook op onder meer de hoogte van de premie, het gekozen arbeidsongeschiktheidscriterium en de duur van de wachttijd is kritiek geleverd.

Onuitvoerbaar

De Belastingdienst en het UWV hebben het wetsvoorstel als ‘onuitvoerbaar’ respectievelijk  ‘onuitvoerbaar tenzij’ beoordeeld. Dit wordt onder andere veroorzaakt door het feit dat de verzekering en de premie worden gekoppeld aan de winst uit onderneming. Bovendien is de uitvoering complex en geven beide organisaties aan dat zij een gebrek aan capaciteit hebben om de Wet Baz uit te kunnen voeren.

Uitzondering agrarische sector?

Naast al deze kritiek is geopperd dat er een mogelijke uitzondering moet worden gemaakt voor de agrarische sector. Dit blijkt technisch mogelijk te zijn, maar het is nog maar de vraag of een uitzondering ook gewenst is. De minister wijst op de mogelijke precedentwerking, de extra complexiteit en mogelijk misbruik. Met de cultuursector is eveneens overleg geweest vanwege de zorgen die de sector zich maakt over een opeenstapeling van maatregelen.

Aanpassingen

De minister gaat het wetsvoorstel aanpassen en streeft daarbij naar een uitvoerbare, betaalbare en uitlegbare verzekering. Hij verwacht het aangepaste wetsvoorstel op zijn vroegst in het derde kwartaal van 2025 aan de Tweede Kamer aan te bieden.

Door |2024-12-12T15:25:25+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Veel kritiek op verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Aftrek vervoerkosten bij ziekte gewijzigd vanaf 2025

De aftrek van vervoerskosten bij ziekte wordt, als het aan het kabinet ligt, vanaf volgend jaar vereenvoudigd. Voor de bepaling van de vervoerskosten bij ziekte moet vanaf 2025 worden uitgegaan van € 0,23 per km. Ernstig zieken en invaliden mogen vanaf 2025 voor extra vervoerskosten alleen een vast bedrag van € 925 per jaar aftrekken.

Aftrek zorgkosten

Invalide

Zorgkosten zijn onder voorwaarden aftrekbaar van jouw inkomen. De wet bevat een limitatief aantal aftrekbare zorgkosten. Dit betreft onder andere de kosten van geneeskundige hulp, hulpmiddelen en vervoer. Bij deze laatste gaat het om vervoerskosten in verband met het bezoeken van een medisch hulpverlener of apotheek, extra vervoerskosten die men vanwege een ziekte of handicap maakt ten opzichte van een gezond persoon en de kosten van het regelmatig bezoeken van een zieke huisgenoot .

Let op! Voor de aftrek van zorgenkosten en dus ook vervoerskosten geldt een aantal voorwaarden. Deze vindt je hier.

Wijziging vervoerskosten per 2025

In het Belastingplan 2025 wordt voorgesteld om de aftrek van vervoerskosten te vereenvoudigen. Zo hoef je voor de bepaling van de kosten van autovervoer naar een medisch hulpverlener of apotheek niet langer de werkelijke autokosten in aftrek uit te rekenen, maar kun je een bedrag van € 0,23 per km in aftrek brengen. Het berekenen van de werkelijke autokosten is niet eenvoudig omdat dit veel verschillende kostenposten bevat en kan discussie met de Belastingdienst opleveren.

Let op! Hoewel de aftrek tegen een vast bedrag van € 0,23 wellicht een vereenvoudiging is, voel je dit waarschijnlijk ook in jouw portemonnee. Tot en met 2024 mag je namelijk de werkelijke autokosten per kilometer in aftrek brengen. Deze zullen over het algemeen hoger zijn dan € 0,23 per kilometer.

Let op! Voor reiskosten met de taxi of het openbaar vervoer blijven de werkelijke kosten aftrekbaar. Hiervoor moet je wel jouw bonnen bewaren.

Vaste aftrek voor ernstig zieken en invaliden

Als je ziek of invalide bent en je daardoor meer vervoerskosten maakt dan mensen die niet ziek of invalide zijn, mag je op dit moment die extra kosten in aftrek brengen. Dit is geen eenvoudige berekening omdat je én de werkelijke autokosten moet berekenen én een vergelijking moet maken met de autokosten van mensen die in financieel en maatschappelijk opzicht vergelijkbaar met jou zijn. Alleen als je aannemelijk kunt maken dat je door jouw ziekte of invaliditeit meer autokosten maakt, mag je die aftrekken.

Vanwege de beoogde vereenvoudiging wordt ook deze aftrek van extra vervoerskosten voor ernstig zieken en invaliden gewijzigd. Zij hoeven vanaf 2025 niet langer de werkelijke extra gemaakte vervoerkosten vast te stellen, maar kunnen een vast bedrag van € 925 per jaar aftrekken.

Om hiervoor vanaf 2025 in aanmerking te komen moet kunnen worden aangetoond dat de ernstig zieke of gehandicapte persoon niet meer dan 100 meter lopend af kan leggen. Dit kan bijvoorbeeld met een gehandicaptenkaart, PGB, gemeentebesluit WMO of doktersverklaring.

Let op! Een eventuele vergoeding die de zieke of invalide persoon ontvangt of had kunnen ontvangen moet in mindering worden gebracht op het vaste bedrag van € 925 per jaar.

Tip! Bepaalde aanpassingen aan de auto van de zieke of invalide persoon, bijvoorbeeld het aanpassen van de auto voor het vervoer van een rolstoel, blijven vanaf 2025, onder de daarvoor gestelde voorwaarden, aftrekbaar als uitgaven voor een hulpmiddel.

Bezoek huisgenoot in ziekenhuis of zorginstelling

Tenslotte vindt een kleine wijziging plaats in de aftrek van vervoerskosten voor het bezoeken van een huisgenoot in een ziekenhuis of zorginstelling. Vanaf 2025 is voor toepassing van de aftrek niet langer beslissend dat bij aanvang van de ziekte een gemeenschappelijke huishouding werd gevoerd met de verpleegde, maar dat dit het geval was bij aanvang van de verpleging.

Let op! Dit voorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. 

Door |2024-10-01T09:43:38+02:001 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aftrek vervoerkosten bij ziekte gewijzigd vanaf 2025
  • Hoe zit het met vakantiedagen bij re-integratie?

Hoe zit het met vakantiedagen bij re-integratie?

Een zieke werknemer die in staat is om te re-integreren is ook in staat om vakantiedagen op te nemen. Hij is dan gedurende de vakantieperiode vrijgesteld van zijn re-integratieverplichting waardoor er invulling kan worden gegeven aan de herstelfunctie van vakantie.

Hoogte loon tijdens vakantie
Inmiddels is duidelijk geworden dat ook al is de zieke werknemer in salaris teruggegaan naar bijvoorbeeld 70%, hij tijdens de opname van vakantie toch recht heeft op 100% van zijn salaris. Dit heeft het Europese Hof van Justitie expliciet bepaald. Zieke werknemers moeten namelijk een vergelijkbare positie hebben als werknemers die werken. Zou er uitgegaan worden van een lager loon, dan zou dit mogelijk een beletsel vormen om vakantie op te nemen en dat is uiteraard niet de bedoeling.

Geen verval vakantiedagen
Voor wat betreft de wettelijke vakantiedagen – vier keer de overeengekomen arbeidsduur per week – geldt dat deze een half jaar na afloop van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd komen te vervallen. Dus de wettelijke vakantiedagen van 2022 komen per 1 juli 2023 te vervallen. Wel geldt dan dat de werkgever de werknemer expliciet hierover tijdig moet informeren, zodat de werknemer de gelegenheid heeft deze dagen alsnog op te nemen. Voor wat betreft de bovenwettelijke vakantiedagen, dus de extra vakantiedagen, geldt dat deze vijf jaar na afloop van het vakantiejaar waarin ze zijn opgebouwd komen te verjaren. Dus de bovenwettelijke vakantiedagen over 2022 verjaren met ingang van 1 januari 2028.

Wat als de werknemer ernstig ziek is?
Maar wat nu als de werknemer zodanig ziek is dat hij niet in staat is om de vakantiedagen feitelijk te genieten? Komen deze dan toch te vervallen? Het Europese Hof van Justitie heeft uitgemaakt dat verworven vakantierechten in een periode van arbeidsongeschiktheid in beginsel niet kunnen komen te vervallen of verjaren.

Let op! Het is voor de werkgever van belang een deugdelijke verlofadministratie bij te houden van de wettelijke en de bovenwettelijke vakantiedagen en werknemers expliciet te wijzen op de mogelijkheid van verval en hen aan te sporen de vakantiedagen feitelijk te genieten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-26T09:31:34+01:0029 december 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

Hoe zit het met vakantiedagen bij re-integratie?

  • Belasting over broodfonds

Belasting over broodfonds

Een broodfonds is een particulier initiatief van zelfstandig ondernemers om bij langdurige ziekte elkaar financieel te ondersteunen. Over de vraag of een deelnemer aan een broodfonds belasting verschuldigd is, is meer duidelijkheid verstrekt.

Broodfonds
Grofweg werkt een broodfonds als volgt. De deelnemende ondernemer legt maandelijks een bedrag in. Daarnaast betaalt de deelnemer eenmalig inschrijfkosten en een maandelijkse contributie.

Als een ondernemer ziek wordt, krijgt deze – over het algemeen na een wachttijd van een maand –gedurende maximaal twee jaar schenkingen van de andere aangesloten ondernemers. Het bedrag van de schenking is afhankelijk van de maandelijkse inleg van de ondernemer.

Inkomstenbelasting box 1: uitkeringen uit en betalingen aan broodfonds
Als een ondernemer schenkingen uit een broodfonds ontvangt vanwege zijn ziekte, zijn deze volgens de Belastingdienst niet belast in box 1. De bedragen die de ondernemer maandelijks inlegt, zijn daarentegen ook niet aftrekbaar in box 1.

Inkomstenbelasting box 3: aandeel in broodfonds
Het aandeel van de ondernemer in het broodfonds moet volgens de Belastingdienst voor box 3 gewaardeerd worden op het saldo van de ingelegde bedragen, verminderd met de contributie en de gedane uitkeringen.

Tip! Het recht op een ingegane uitkering, maar ook het recht op een niet-ingegane uitkering, heeft een waarde die eigenlijk in box 3 opgegeven zou moeten worden. Uit praktisch oogpunt geeft de Belastingdienst aan dat deze waarde op nihil kan worden gesteld. De waarde van een verplichting om uitkeringen te doen, wordt voor box 3 echter ook niet in aanmerking genomen.

Schenkbelasting
De Belastingdienst geeft aan dat bij deelname aan een broodfonds geen schenkbelasting verschuldigd is, omdat sprake is van een kansovereenkomst. De Belastingdienst merkt daarbij wel op dat bij afwijkende regels in een broodfonds de beoordeling mogelijk anders kan zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-12T11:05:04+01:0013 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Belasting over broodfonds

  • Wijziging verrekening loonkostensubsidie bij ziekte

Wijziging verrekening loonkostensubsidie bij ziekte

Per 1 januari 2022 is de werkwijze rond ziekmelding en de verrekening van loonkostensubsidie bij ziekte gewijzigd. Hierdoor wordt het voor de werkgever eenvoudiger om iemand met loonkostensubsidie in dienst te nemen.

Hoe was het voorheen geregeld?
Tot en met 31 december 2021 moest een werkgever een werknemer voor wie hij loonkostensubsidie ontvangt bij ziekte, bij twee loketten ziek- en betermelden: bij het UWV (vanwege de no-riskpolis) én bij de gemeente (vanwege het stopzetten en hervatten van de loonkostensubsidie). Dit systeem leidde tot allerlei verrekeningen tussen gemeenten, UWV en werkgevers vanwege de samenloop van de no-riskpolis en loonkostensubsidie. Dit is nu vereenvoudigd.

Loonkostensubsidie loopt per 2022 door
Per 1 januari 2022 blijft de loonkostensubsidie bij ziekte gewoon doorlopen. Gemeenten en uitvoerders hoeven achteraf geen loonkostensubsidie terug te vorderen. Het UWV past de no-risk Ziektewetuitkering aan op basis van de vastgestelde loonwaarde. Werkgevers hoeven iemand die met loonkostensubsidie werkt voortaan alleen nog maar bij het UWV ziek te melden en niet langer ook bij de gemeente.

Berekening
Het UWV berekent de uitkering voor de betreffende werknemer door het uitkeringsbedrag met het loonwaardepercentage dat de gemeente aan het UWV doorgeeft te vermenigvuldigen. De uitkomst is de uitkering voor de werknemer. Het loonwaardepercentage is de arbeidsprestatie van een werknemer uitgedrukt in een percentage van de arbeidsprestatie van een gewone, vergelijkbare werknemer in die functie. De gemeente stelt het loonwaardepercentage vast. Dit is een percentage van het wettelijk minimumloon. De loonwaarde voor de berekening is minimaal 30%. Dit is wettelijk vastgelegd. Per 1 juli 2021 geldt er één uniforme systematiek voor de bepaling van de loonwaarde.

Let op! De nieuwe regels gelden per 1 januari 2022 bij aanvragen voor een Ziektewet- of een zwangerschaps- en bevallingsuitkering.

Voor wie was het ook weer bedoeld?
Gemeenten kunnen het instrument loonkostensubsidie inzetten voor personen die niet in staat zijn het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen. Het gaat om personen voor wie de gemeente verantwoordelijk is hen te ondersteunen bij het vinden van werk. Denk hierbij aan mensen die bijstand ontvangen, mensen die een IOAW- of IOAZ-uitkering ontvangen, mensen die met behulp van een andere voorziening van de gemeente al aan het werk zijn, maar ook aan de niet-uitkeringsgerechtigden (‘nuggers’).

De loonkostensubsidie
Als loonkostensubsidie is toegekend ontvangt de werknemer het wettelijk minimumloon (WML) voor de uren die hij werkt of het CAO-loon als dat hoger is. De werknemer ontvangt zo nodig een aanvullende uitkering van de gemeente, in het geval het aantal uren dat hij werkt te weinig is om op het sociaal minimum uit te komen. De werkgever krijgt loonkostensubsidie ter hoogte van het verschil tussen het WML en de (lagere) loonwaarde van zijn werknemer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-25T16:20:46+01:0025 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wijziging verrekening loonkostensubsidie bij ziekte

  • Beloon Wajonger extra via werkkostenregeling

Beloon Wajonger extra via werkkostenregeling

Heb je een Wajonger in dienst en wil je iets extra’s geven, dan kun je dit extraatje het beste verstrekken via de werkkostenregeling. Alleen op deze manier wordt de Wajonger niet gekort op zijn uitkering en blijft het extraatje dus 100% netto in stand.

Korting 70%
Voor werkende Wajongers hangt de hoogte van de uitkering af van het inkomen. Verdient een Wajonger meer, dan gaat de aanvullende uitkering die hij krijgt omlaag. Sinds 1 januari 2021 geldt voor alle Wajongers dat 70% procent van het verdiende inkomen verrekend wordt met de uitkering. Dit geldt ook voor een eenmalige bruto vergoeding.

WKR biedt oplossing
De werkkostenregeling (WKR) biedt soelaas voor dit ‘probleem’. Daarom kun je een extra beloning het beste onder de WKR laten vallen. Zo houdt de Wajonger netto meer over.

Wajong
Wajong is een uitkering voor mensen die vóór hun 18e of tijdens een studie een ziekte of handicap hebben. Door deze ziekte of handicap kunnen zij moeilijk aan een baan komen. Zij hebben recht op een Wajong-uitkering als ze aan een aantal voorwaarden voldoen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-25T09:18:59+01:0025 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Beloon Wajonger extra via werkkostenregeling

  • Vaak ziek? Geen reden voor ontbinding arbeidsovereenkomst

Vaak ziek? Geen reden voor ontbinding arbeidsovereenkomst

Een medewerker meldde zich 23 keer in een jaar ziek. Voor de werkgever was de maat vol. Hij diende bij de kantonrechter een ontbindingsverzoek in gebaseerd op frequent verzuim. Maar de rechter wees het verzoek van de werkgever af.

Voorwaarden ontbinding bij frequent ziekteverzuim
De wet bepaalt dat aan de volgende voorwaarden moet zijn voldaan om een arbeidsovereenkomst te ontbinden:

  • er is sprake van regelmatig ziekteverzuim, en
  • dat regelmatige ziekteverzuim is géén gevolg van onvoldoende zorg van de werkgever, en
  • dat regelmatige ziekteverzuim zorgt voor onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering, en
  • herstel binnen 26 weken is niet aannemelijk, en
  • herplaatsing in een andere passende functie is niet mogelijk.

Cumulatieve voorwaarden
Het gaat hier om zogenaamde cumulatieve voorwaarden. Dat wil zeggen dat aan alle voorwaarden moet zijn voldaan wil er sprake zijn van een redelijke grond om de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter te laten ontbinden. Bijkomende voorwaarde is dat een deskundigenoordeel van het UWV moet kunnen worden overgelegd bij de rechter. Dit deskundigenoordeel wordt gratis door het UWV verstrekt.

Uitkomst procedure
De rechter ontkende niet dat er sprake was van veelvuldig verzuim door de werknemer. Hij keek daarbij naar het gemiddelde verzuim binnen het bedrijf dat 4,9% bedroeg. Hij wees het verzoek van de werkgever af omdat de werkgever er niet in was geslaagd aan te tonen dat sprake was van onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering. Er waren geen financiële jaarstukken door de werkgever ingebracht, waaruit zou kunnen volgen dat het verzuim onaanvaardbare gevolgen had voor de bedrijfsvoering. Mogelijk had dat nog iets geholpen. In de praktijk blijkt deze ontbindingsgrond een erg lastige te zijn juist vanwege de voorwaarde dat moet worden aangetoond dat het frequente verzuim tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering leidt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-05T10:45:47+01:005 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vaak ziek? Geen reden voor ontbinding arbeidsovereenkomst

  • Is een werknemer ernstig ziek? Dan vervroegd IVA aanvragen

Is een werknemer ernstig ziek? Dan vervroegd IVA aanvragen

In bepaalde situaties hoeft bij een langdurig arbeidsongeschikte werknemer niet de wachttijd van 104 weken te worden aangehouden, maar kan er een vervroegde IVA-uitkering worden aangevraagd. Voor een vervroegde IVA-uitkering geldt een strenger criterium dan voor een reguliere IVA-uitkering na het einde van de wachttijd. Waar moeten de werknemer en de werkgever dan op letten?

Voor de vervroegde IVA-uitkering gelden de volgende voorwaarden:

  • er dient sprake te zijn van een medisch stabiele of verslechterde arbeidsongeschiktheidssituatie (onomkeerbare situatie);
  • de aanvraag moet worden ingediend door de werknemer. De aanvraag moet vergezeld gaan van een verklaring van de bedrijfsarts (gebaseerd op de verklaring van de behandelend medisch specialist);
  • de flexibele keuring kan niet eerder worden aangevraagd dan drie weken en niet later dan 68 weken na de eerste ziektedag;
  • de uitkering kan dan tien weken na de aanvraag ingaan;
  • de IVA-uitkering wordt niet eerder toegekend dan tien weken na de aanvraag door de werknemer;
  • er kan maar één keer een flexibele keuring worden aangevraagd. Dit om UWV niet onnodig te belasten.

    Het UWV dient bij een vervroegde IVA-aanvraag slechts te beoordelen of sprake is van een medisch stabiele of verslechterende medische situatie. Is herstel mogelijk, dan kan geen sprake zijn van een toekenning van een verkorte wachttijd.

75% van het laatstverdiende loon
Wanneer de IVA-uitkering wordt toegekend, krijgt de werknemer recht op een uitkering van 75% van het laatstverdiende loon, welke uitkering de werkgever in mindering kan brengen op zijn loondoorbetalingsplicht. De werknemer hoeft dan verder niet te re-integreren.

Geen compensatie UWV bij voortijdig einde dienstverband
Er zijn werkgevers die dan nog wel eens het dienstverband beëindigen. Dit is echter niet aan te raden. Voor de werknemer niet en voor de werkgever niet. Het opzegverbod tijdens ziekte geldt immers nog. En ook: de werkgever kan alleen in aanmerking komen voor een compensatie van de uitbetaalde transitievergoeding in het kader van langdurige arbeidsongeschiktheid als het opzegverbod van twee jaar is verstreken. Daarbij komt dat het ook voor een werknemer belangrijk is om het dienstverband te laten voortduren omdat hij vaak nog recht heeft op een aanvulling van zijn IVA-uitkering en op premievrije voortzetting van zijn pensioenopbouw.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-14T10:56:01+02:0014 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Is een werknemer ernstig ziek? Dan vervroegd IVA aanvragen

  • Corona soms reden voor versoepeling re-integratieverplichting

Corona soms reden voor versoepeling re-integratieverplichting

Volgens de Wet verbetering poortwachter moet je als werkgever je best doen om zieke werknemers zo snel mogelijk weer aan het werk te helpen. Corona kan hieraan soms in de weg staan en is dan een ‘deugdelijke’ reden dat je niet aan deze verplichting kunt voldoen.

Wet verbetering poortwachter
De Wet verbetering poortwachter is bedoeld om het aantal langdurig zieke werknemers terug te dringen. De wet kent diverse verplichtingen voor werkgever en werknemer. Zo moet bijvoorbeeld na zes weken ziekte door de arbodienst of bedrijfsarts een probleemanalyse worden gemaakt. Hierin staat waarom de werknemer niet meer kan werken, wat zijn mogelijkheden tot herstel zijn en wanneer hij weer aan het werk denkt te gaan.

Corona verhindert re-integratie
In bepaalde gevallen kan Corona in de weg staan bij de re-integratieverplichtingen. Het UWV kan de verplichtingen dan versoepelen als je een ‘deugdelijke grond’ kunt aanvoeren.

Deugdelijke gronden
Het UWV kent drie deugdelijke gronden. Dit is ten eerste de verplichte sluiting van het bedrijf vanwege Corona. Ook de bedrijfssluiting na herplaatsing bij de nieuwe werkgever of onvoldoende digitale vaardigheden voor begeleiding op afstand is een deugdelijke grond, evenals het niet kunnen bieden van passend werk, bijvoorbeeld als gevolg van Coronamaatregelen.

Let op! Het niet kunnen beschermen tegen Coronabesmetting of het niet kunnen doorbetalen van het loon, zijn geen deugdelijke gronden.

Re-integratieverslag
Je bent ook wettelijk verplicht om na twintig maanden ziekte een re-integratieverslag op te (laten) stellen. Vanwege dringende redenen is echter uitstel mogelijk. Dit kunnen ook redenen zijn die samenhangen met Corona. Je dient dan contact op te nemen met het UWV.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-25T11:43:44+02:0025 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Corona soms reden voor versoepeling re-integratieverplichting

  • Eigenrisicodrager WGA of ZW? Let op deadline van 31 maart

Eigenrisicodrager WGA of ZW? Let op deadline van 31 maart

Wil je per 1 juli 2021 eigenrisicodrager worden voor de WGA of ZW? Of ben je al eigenrisicodrager en wil je opzeggen? Dan moet je dat uiterlijk 31 maart aanvragen bij de Belastingdienst.

Wat is eigenrisicodragerschap?
Werkgevers vallen voor de kosten van arbeidsongeschiktheid van werknemers doorgaans onder de publieke verzekering van het UWV. Hier gaat het om de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Ziektewet (ZW). Je draagt daarvoor WGA- en ZW-premies af.

Je betaalt deze premies werknemersverzekeringen echter niet als je eigenrisicodrager bent. In dat geval betaal je alleen de basispremie. Is het risico dat de (ex-)werknemer een beroep moet doen op een WGA- of ZW-uitkering laag? Dan kan het dus gunstig zijn om eigenrisicodrager te worden. Maar wordt de (ex-)werknemer ziek, dan moet je de uitkering en (re-integratie)kosten zelf betalen. Je blijft hiervoor maximaal tien jaar verantwoordelijk. Voor dit risico kun je je wel verzekeren bij verschillende verzekeraars. Na tien jaar neemt het UWV de betaling van de uitkering over. Ook wordt het UWV verantwoordelijk voor de re-integratie.

Let op! Eigenrisicodragerschap voor de WW is verplicht voor werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs. Voor werkgevers in andere sectoren is dat niet mogelijk.

Twee maal per jaar wijzigingen doorgeven
Twee keer per jaar kun je ervoor kiezen om eigenrisicodrager te worden. Dat kan op 1 januari en op 1 juli. Het eigenrisicodragerschap opzeggen kan ook. De aanvraag moet 13 weken van tevoren bij de Belastingdienst ingediend worden. Wil je per 1 juli 2021 de wijziging in laten gaan, dan moet je dat dus vóór 1 april doorgeven.

Let op! Bij de aanvraag voor het eigenrisicodragerschap moet een garantieverklaring meegestuurd worden van de bank of verzekeraar. Hiervoor is een modelgarantieverklaring beschikbaar op de site van de Belastingdienst en op de site van het UWV.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-19T10:03:08+01:0019 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Eigenrisicodrager WGA of ZW? Let op deadline van 31 maart