zelfstandigen

Nieuw voorstel Zelfstandigenwet in internetconsultatie

Een nieuwe initiatiefwet met betrekking tot de positie van zelfstandigen ligt momenteel ter internetconsultatie. Wat zijn de punten uit deze initiatiefwet?

Initiatiefwet

Handtekening

Deze initiatiefwet moet een einde maken aan de onduidelijkheid en onrust rond de status van zzp’ers, die is ontstaan sinds er begin dit jaar een einde is gekomen aan het handhavingsmoratorium. Verder moet de nieuwe wet beter aansluiten bij de moderne arbeidsmarkt  ̶  wil je wel of niet als zzp’er gaan werken  ̶  door duidelijkheid te geven over hun status: zijn ze zelfstandige of werknemer.

Zelfstandigentoets en werkrelatietoets

In deze wet wordt een duidelijk wettelijk toetsingskader voorgesteld om te bepalen wanneer als zelfstandige kan worden gewerkt. Er komen twee toetsen waar een zelfstandige aan moet voldoen om als zelfstandige te werken; de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Hierdoor wordt duidelijkheid gecreëerd, waardoor partijen achteraf niet met naheffingen of boetes geconfronteerd worden.

Voorwaarden zelfstandigen- en werkrelatietoets

De voorwaarden uit de zelfstandigentoets zijn:

  • werken voor eigen rekening en risico;
  • een deugdelijke administratie voeren;
  • zich gedragen in het economisch verkeer als zelfstandig ondernemer;
  • een adequate voorziening hebben getroffen tegen het risico van arbeidsongeschiktheid (zelfstandigen gaan zelf over de invulling hiervan);
  • een proportionele bijdrage voor een voorziening bij pensionering hebben. Het is aan zelfstandigen zelf om dit op hun manier in te vullen.

De voorwaarden uit de werkrelatietoets zijn:

  • Er is sprake van vrijheid van organisatie van werk.
  • Er is sprake van vrijheid van organisatie van de werktijd.
  • Er is geen sprake van hiërarchische controle.
  • De partijen hebben de bedoeling om anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst arbeid te verrichten.

Rechtsvermoeden op sectoraal niveau

Daarnaast introduceert de wet nog de mogelijkheid om op sectoraal niveau een rechtsvermoeden te introduceren voor sectoren met een verhoogd risico op schijnzelfstandigheid.

Let op! Uiteraard blijven hiernaast de feitelijke omstandigheden relevant.

Toetsingscommissie

Er komt een aparte toetsingscommissie die werkrelaties waar nodig kan beoordelen, om zodoende duidelijkheid aan de markt kan geven. De uitgevoerde beoordelingen zijn openbaar en bindend voor handhavende instanties, zoals de Belastingdienst.

Tot slot

Verder wordt in de initiatiefwet de introductie van het rechtsvermoeden van werknemerschap op basis van een uurtarief voorgesteld, dat feitelijk een bodem in de markt voor zzp’ers legt, zoals dat is opgenomen in de conceptwet VBAR.

Internetconsultatie

De internetconsultatie staat open van 26 mei tot en met 23 juni 2025.

Door |2025-06-06T15:22:26+02:005 juni 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuw voorstel Zelfstandigenwet in internetconsultatie

Veel kritiek op verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Het wetsvoorstel Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen, de Wet Baz, wordt aangepast. De aanpassingen vloeien voort uit een internetconsultatie inzake het wetsvoorstel. Dit heeft minister Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gemeld aan de Tweede Kamer.

Onvoldoende verzekerd

Invalide

Zelfstandigen zijn volgens het kabinet op dit moment onvoldoende verzekerd bij arbeidsongeschiktheid. De oorzaak is gelegen in de vaak hoge premies van een dergelijke verzekering, maar ook kunnen zelfstandigen zich soms vanwege hun leeftijd of een medische aandoening niet meer verzekeren.

Wet Baz

Het is de bedoeling dat zelfstandige straks, via de voorgestelde Wet Baz, verplicht verzekerd zijn voor arbeidsongeschiktheid. Via deze verplichte verzekering krijgen zelfstandigen dan een uitkering als ze door een langdurige ziekte niet meer in staat zijn het minimumloon te verdienen. De premie zou ongeveer 6,5% van de winst moeten gaan bedragen met een maximum van € 195 per maand.

Let op! Zelfstandigen mogen volgens het voorstel straks ook kiezen voor een private AOV-verzekering. Dit geldt uiteraard ook voor diegenen die dat nu al hebben. De te betalen premie én de hoogte van de uitkering bij arbeidsongeschiktheid dienen dan wel in ieder geval gelijk te zijn aan de bedragen volgens de voorgestelde nieuwe verplichte verzekering. Ook moet de uitkering lopen tot de AOW-leeftijd.

Let op! De verplichte verzekering gaat in het voorstel niet gelden voor dga’s. Ook diegenen die inkomsten uit overig werk hebben die geen winst uit onderneming vormen, vallen straks niet onder de verplichte verzekering.

Kritiek

Op het wetsvoorstel is vanuit verschillende kanten kritiek geleverd. De kritiek heeft onder meer betrekking op het verplichte karakter van de verzekering en de gewenste uitzonderingen op de kring van verzekerden. Ook op onder meer de hoogte van de premie, het gekozen arbeidsongeschiktheidscriterium en de duur van de wachttijd is kritiek geleverd.

Onuitvoerbaar

De Belastingdienst en het UWV hebben het wetsvoorstel als ‘onuitvoerbaar’ respectievelijk  ‘onuitvoerbaar tenzij’ beoordeeld. Dit wordt onder andere veroorzaakt door het feit dat de verzekering en de premie worden gekoppeld aan de winst uit onderneming. Bovendien is de uitvoering complex en geven beide organisaties aan dat zij een gebrek aan capaciteit hebben om de Wet Baz uit te kunnen voeren.

Uitzondering agrarische sector?

Naast al deze kritiek is geopperd dat er een mogelijke uitzondering moet worden gemaakt voor de agrarische sector. Dit blijkt technisch mogelijk te zijn, maar het is nog maar de vraag of een uitzondering ook gewenst is. De minister wijst op de mogelijke precedentwerking, de extra complexiteit en mogelijk misbruik. Met de cultuursector is eveneens overleg geweest vanwege de zorgen die de sector zich maakt over een opeenstapeling van maatregelen.

Aanpassingen

De minister gaat het wetsvoorstel aanpassen en streeft daarbij naar een uitvoerbare, betaalbare en uitlegbare verzekering. Hij verwacht het aangepaste wetsvoorstel op zijn vroegst in het derde kwartaal van 2025 aan de Tweede Kamer aan te bieden.

Door |2024-12-12T15:25:25+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Veel kritiek op verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
  • Nieuwsbrief juni 2023

Nieuwsbrief juni 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 5 juni 2023, 20:00 uur.


1. Wet toekomst pensioenen definitief!

De Wet toekomst pensioenen is op 30 mei definitief geworden. De Eerste Kamer stemde in grote meerderheid voor.

Ingangsdatum
De wet gaat per 1 juli 2023 in, maar er geldt wel een overgangsregime voor bestaande pensioenregelingen tot 2028 (dat was in het wetsvoorstel eerst nog 2027).

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het huidige pensioenstelsel zijn:

  1. alle pensioenregelingen worden premieovereenkomsten, met een flatratepremie (= eenzelfde premie voor iedere werknemer, ongeacht de leeftijd) van maximaal 30%. Uiterlijk derhalve per 2028, eerder mag;
  2. bestaande beschikbare premieregelingen met een stijgende staffel mogen in stand blijven voor alle werknemers die per 1 januari 2028 al in dienst zijn. Nieuwe werknemers krijgen vanaf die datum wel een flatratepremie;
  3. er moet adequaat gecompenseerd worden voor werknemers die er mogelijk op achteruitgaan. Dit is globaal de groep 45-68 jaar. Wat precies adequaat is, is niet vastgelegd en zal derhalve uitonderhandeld moeten worden per werkgever. De compensatie mag in extra pensioen (de flatrate wordt daartoe 33% tot 2037) of via extra salaris. In geval van extra pensioen geldt dat ook voor nieuwe werknemers gedurende de compensatieperiode;
  4. pensioenfondsen mogen kiezen tussen de solidaire premieovereenkomst of de flexibele premieovereenkomst (doorbeleggen). De eerste voorziet onder andere in beschermingsrendement voor gepensioneerden en mag een buffer kennen van 15% van het pensioenvermogen om mogelijke verlagingen van ingegane pensioenen op te vangen;
  5. opgebouwde (middel- of eindloon)pensioenen bij een verzekeraar mogen gewoon in stand blijven. Lopende middelloonregelingen mogen nog tot 2028 omgezet worden in een stijgende, beschikbare premiestaffel (die dan weer voortgezet mag worden voor zittende werknemers);
  6. het partnerpensioen wordt gestandaardiseerd en mag maximaal 50% van het salaris bedragen en wordt per definitie op risicobasis verzekerd;
  7. de mogelijkheid om 10% op de pensioeningangsdatum in één keer uit te laten keren (dit was al wet), gaat waarschijnlijk per 2024 in. Deze uitkering wordt dan belast in het jaar volgend op de AOW-ingang als de uitkering in het eerste jaar waarin AOW wordt ontvangen, wordt genoten. Op die manier hoeft daarover geen AOW-premie betaald te worden;
  8. de lijfrenteaftrek gaat ook naar 30% (nu 13,3%) en de tijdelijke oudedagslijfrente blijft bestaan;
  9. het pensioen mag nog maar vanaf 10 jaar voor AOW-datum ingaan. Er hoeft dan geen verklaring meer te worden overgelegd dat uit het arbeidsproces wordt gestapt. Nu is de ingangsdatum nog helemaal vrij, maar er moet bij meer dan 5 jaar voor AOW-datum wel een verklaring overgelegd worden dat gestopt wordt met werken;
  10. tot slot mogen sociale partners verder praten over een regeling voor zware beroepen. Het huidige boetevrije Recht op Vervroegde Uittreding (vanaf 3 jaar voor AOW-datum) loopt per 2025 af.

Transitie
Uiteraard moet de hele pensioentransitie goed vastgelegd worden door middel van een transitieplan (waarin alle keuzes en gevolgen worden uitgelegd), een communicatieplan en een compensatieplan. Daarmee moeten zowel interne als externe toezichthouders instemmen. Het individuele bezwaarrecht van artikel 85 Pensioenwet is tijdelijk buiten werking gesteld. Nu kan een individuele werknemer bezwaar maken bij een collectieve waardeoverdracht. Om te bewerkstelligen dat iedereen overgaat naar het nieuwe systeem, is besloten dat hiertegen geen bezwaar mogelijk is.

Let op!
Als blijkt dat de transitie niet per 2028 lukt, kan de termijn verlengd worden met een jaar voor individuele pensioenfondsen. De Nederlandsche Bank als toezichthouder geef hiervoor dan toestemming. Mocht blijken dat het voor heel veel uitvoerders geldt, dan kan er uiteraard een generaal pardon komen vanuit de wetgever.


2. Kabinetsplannen met betrekking tot zelfstandigen

Het kabinet wil schijnzelfstandigheid tegengaan. Dit vergt een aanpak langs drie lijnen: een meer gelijk speelveld tussen contractvormen, meer duidelijkheid over de vraag wanneer gewerkt wordt als werknemer dan wel als zelfstandige en verbetering van handhaving op schijnzelfstandigheid.

Toekomstige wijzigingen
Allereerst worden de fiscale verschillen tussen werknemers in loondienst en zelfstandigen verkleind. Daarmee is al begonnen. Zo is opbouw van de fiscale oudedagsreserve (FOR) al niet meer mogelijk vanaf 2023 en wordt de zelfstandigenaftrek versneld afgebouwd tot €900 in 2027. Andere maatregelen staan op de planning, zoals een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (AOV), verduidelijking van het werken ‘in dienst van’ en een rechtsvermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Hiervoor is een wetswijziging nodig.

Let op!
De bedoeling is om de parlementaire behandeling van het betreffende wetsvoorstel in 2024 te laten plaatsvinden. Tevens bestaat het voornemen om het huidige handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 volledig op te heffen.

Verplichte AOV
De verplichte AOV gaat vooralsnog alleen gelden voor IB-ondernemers (en meewerkende partners) en niet voor DGA’s en resultaatgenieters. Wanneer het in de toekomst uitvoeringstechnisch wel haalbaar is om een onderscheid te maken tussen zelfstandigen met en zonder personeel, kan een verzekeringsplicht voor de DGA’s zonder personeel worden ingevuld.

In dienst van
Om nadere invulling te geven aan de open norm ‘werken in dienst van’ worden drie hoofdelementen benoemd: materiële ondergeschiktheid (toezicht, instructies etc.), de organisatorische inbedding van het werk en – als contra-indicatie voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst – zelfstandig ondernemerschap binnen de betreffende arbeidsrelatie.

Rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst
Ook is het de bedoeling om het ‘civielrechtelijke rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst’, te koppelen aan een maximaal uurtarief. De tariefgrens hiervan wordt nog nader bepaald (mogelijk tarief tussen de 30 en 35 euro).

Het betreft hier overigens een weerlegbaar rechtsvermoeden. Dit betekent dat er bij werken tegen een vergoeding tot maximaal het uurtarief geacht wordt een arbeidsovereenkomst te zijn. Tegenbewijs waaruit blijkt dat niet sprake is van een arbeidsovereenkomst is echter mogelijk.

Let op!
De uiteindelijke toets of sprake is van een arbeidsovereenkomst zal dus gebaseerd blijven op arbeid, loon en werken in dienst van (gezag).

Aanvullende maatregelen specifieke sectoren
Het kabinet vindt de schijnzelfstandigheidsproblematiek in de sectoren kinderopvang, onderwijs en zorg dusdanig urgent dat er eerder ingegrepen moet worden. Een aanvullende aanpak is hiervoor noodzakelijk. Voor de zomer zal de Tweede Kamer hierover geïnformeerd worden. Bij deze aanvullende maatregelen moet waarde gehecht worden aan het belang van goed werkgeverschap in deze sectoren. Dit kan door het stimuleren van modern werkgeverschap, het bieden van meer flexibiliteit binnen een arbeidsovereenkomst door bijvoorbeeld meer ruimte te geven om de eigen werktijden te kiezen of het bieden van meer autonomie voor de werkende.


3. Voorgenomen hervormingen concurrentiebeding

Het kabinet is van plan om het concurrentiebeding te hervormen om zo onnodige beperkingen van zo’n beding en rechterlijke procedures tegen te gaan.

Concurrentiebeding
Een concurrentiebeding legt de vrijheid van de werknemer aan banden om na afloop van zijn dienstverband elders in dienstbetrekking dan wel als zelfstandige te gaan werken. Om die reden is het met de nodige waarborgen omgeven. Zo is het alleen rechtsgeldig als het schriftelijk is overeengekomen met een meerderjarige werknemer en mag het als hoofdregel alleen worden afgesproken bij arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd. Het kabinet is van plan om het concurrentiebeding met nog meer waarborgen te omgeven.

Gebruik concurrentiebeding
Uit onderzoek is gebleken dat inmiddels naar schatting circa 37% van de werknemers aan een concurrentiebeding is gebonden. Eén op de drie werkgevers hanteert een concurrentiebeding, vrijwel altijd als een standaardclausule in het arbeidscontract. Deze werknemers hebben echter vaak geen toegang tot kennis en/of relaties die de concurrentiepositie van de werkgever kunnen schaden. De vraag is dan reëel of het nog wel zinvol is om deze werknemers aan een concurrentiebeding te binden.

Ook geeft ongeveer een derde van de werkgevers aan dat ze het concurrentiebeding gebruiken als manier om werknemers aan zich te binden, terwijl de Hoge Raad in de zomer van 2022 expliciet heeft bepaald dat een concurrentiebeding daar niet voor is bedoeld.

Voorgenomen wijzigingen
De minister van SZW wil daarom een wetsvoorstel voorbereiden dat als doel heeft het concurrentiebeding te moderniseren. Ze is van plan de volgende voorgenomen wijzigingen verder uit te werken in een wetsvoorstel:

  • het wettelijk begrenzen van het concurrentiebeding in tijdsduur;
  • het verplicht opnemen in een concurrentiebeding van een geografisch bereik, gespecificeerd en gemotiveerd;
  • het, evenals bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, bij een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd verplicht vermelden van een motivatie van ‘het zwaarwichtig bedrijfsbelang’;
  • het door de werkgever, bij het succesvol inroepen van het concurrentiebeding, in beginsel betalen van een vergoeding, vastgesteld op een bij wettelijk voorschrift bepaald percentage van het laatst verdiende salaris van de werknemer.

Let op!
Het is nog niet bekend vanaf wanneer de voorgenomen wijzigingen in zouden moeten gaan. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel eind 2023 ter internetconsultatie wordt aangeboden.


4. BTW-verleggingsregeling vereist identiteit afnemer

Ondernemers die een verleggingsregeling in de BTW toepassen, dienen de identiteit van de afnemer vast te stellen. De Hoge Raad oordeelde onlangs dat dit noodzakelijk is vanwege een effectieve controle op heffing en inning van de BTW bij de afnemer.

Verleggingsregeling
Als een verleggingsregeling van toepassing is, dient niet de leverancier van goederen BTW te berekenen en af te dragen, maar de afnemer. Nederland kent een aantal verleggingsregelingen die bedoeld zijn om fraude tegen te gaan en die met name zien op fraudegevoelige artikelen, zoals mobiele telefoons, laptops, oude metalen en lompen.

Afnemer onbekend
In bovengenoemde zaak had een handelaar oude metalen geleverd aan een afnemer, zonder dat de identiteit van de afnemer was vastgesteld. Bij het afhalen van de oude metalen was weliswaar een BTW-identificatienummer verstrekt, maar dit bleek niet te kloppen. Toch waren facturen verstrekt waarop de BTW was verlegd. De inspecteur legde een naheffing op aan de handelaar vanwege het ten onrechte verleggen van de BTW, waarna de zaak voor de rechter kwam.

Identiteit vereist?
In deze zaak was de vraag met name of voor toepassing van de verleggingsregeling de identiteit van de afnemer bekend moest zijn. Hof Den Bosch oordeelde dat het voldoende is als duidelijk is dat de afnemer een ondernemer is, maar volgens de Hoge Raad is dit niet genoeg. Zonder de identiteit is immers niet gegarandeerd dat de verschuldigde BTW ook geheven en afgedragen wordt.

Verschillende verleggingsregelingen
In de zaak bij de Hoge Raad ging het om de levering van oude metalen. In de wet zijn echter nog meer verleggingsregelingen opgenomen om fraude tegen te gaan. Het oordeel van de Hoge Raad geldt ook voor die verleggingsregelingen. Het gaat hierbij onder meer om de BTW-verleggingsregelingen bij:

  • onderaanneming en personeel uitlenen in de sectoren bouw, scheepsbouw, schoonmaakbedrijven en hoveniers;
  • levering van mobiele telefoons, chips, spelcomputers, laptops en tablets;
  • levering van goud, en
  • levering van afval en oude materialen.

Speel op zeker!
De uitspraak maakt duidelijk dat leveranciers die een verleggingsregeling toepassen, er goed aan doen op zeker te spelen. Wie een verleggingsregeling toepast zonder zekerheid te hebben over de identiteit van de afnemer, loopt het risico zelf via een naheffing voor de af te dragen BTW op te moeten draaien.


5. Kom nu in actie bij achterstand aflossing Coronabelastingschulden

Tijdens de Coronacrisis konden bedrijven ervoor kiezen om de betaling van hun belastingschulden tijdelijk uit te stellen. Sinds 1 oktober 2022 moeten ondernemers deze schulden aflossen. Voor deze betalingsregeling gelden wel voorwaarden. Zo moeten ondernemers in principe maandelijks aflossen op de schulden en nieuw opkomende belastingen tijdig betalen. Voldoen zij hier niet aan, dan zal de Belastingdienst vanaf half juli 2023 aankondigen dat de betalingsregeling wordt ingetrokken. Eerder kondigde de Belastingdienst aan in die gevallen vanaf 13 juni 2023 de betalingsregeling in te trekken, maar dat is dus uitgesteld. Het gaat hierbij met name om ondernemers die meer dan één termijn op de betalingsregeling achterlopen en/of een structurele achterstand hebben op de lopende verplichtingen vanaf 1 oktober 2022. Geldt dat voor jou, kom dan snel in actie. Lukt het niet om aan de voorwaarden van de betalingsregeling te voldoen, dan zijn er nog mogelijkheden. Neem daarvoor contact op met onze adviseurs.


6. Vraag BTW zonnepanelen 2022 uiterlijk 30 juni terug

Als je in 2022 zonnepanelen kocht en op jouw woning liet installeren, berekende de leverancier/installateur jou 21% BTW. Deze BTW kan je terugvragen. Hoeveel BTW, is afhankelijk van het soort zonnepanelen (niet-geïntegreerd of geïntegreerd), het opwekvermogen en het BTW-bedrag dat je betaalde. Heb je de BTW over 2022 nog niet teruggevraagd, vraag de Belastingdienst dan uiterlijk 30 juni 2023 om uitreiking van een BTW-aangifte. Met deze BTW-aangifte kan je vervolgens de BTW terugvragen. Voor de levering en installatie van zonnepanelen op en in de nabijheid van woningen geldt vanaf 2023 0% BTW. Koop je in 2023 zonnepanelen voor op jouw woning, dan hoef je dus geen BTW meer terug te vragen.

Door |2024-05-31T09:26:50+02:0012 juni 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juni 2023
  • Nieuwsbrief februari 2023

Nieuwsbrief februari 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 13 februari 2023, 20:00 uur.


1. Rentevergoeding over te veel betaalde box 3-heffing

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de Belastingdienst een passende rentevergoeding moet geven aan een belastingplichtige die te veel box 3-heffing betaalde over de jaren vanaf 2017.

Kerstarrest box 3
De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 (hierna het Kerstarrest) dat de wijze van belastingheffing in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM. Om die reden werd in dat geval geoordeeld dat het box 3-inkomen moest worden verlaagd en moest worden uitgegaan van het werkelijke lagere inkomen.

Voor degenen die tijdig bezwaar maakten tegen de box 3-heffing en voor degenen van wie de aanslagen op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststonden, is op basis van de massaalbezwaarprocedure rechtsherstel verleend voor de jaren 2017 tot en met 2021. Dit proces is inmiddels in gang gezet.

Rentevergoeding
In de door het gerechtshof besliste zaak was de vraag of ook recht op rentevergoeding bestaat als de Belastingdienst naar aanleiding van het Kerstarrest de box 3-heffing vermindert. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft deze vraag positief beantwoord.

In deze zaak werd de grondslag box 3 verminderd tot nihil. De belastingplichtige stelde zich op het standpunt dat zij ook recht had op een rentevergoeding over de periode dat de Belastingdienst over de te veel betaalde box 3-heffing heeft beschikt. Hoewel volgens de Nederlandse wetgeving geen recht bestaat op een rentevergoeding, is dat volgens het gerechtshof wel het geval op basis van het Europese recht: indien sprake is van schending van het EVRM, wordt door het EHRM (Europese Hof voor de rechten van de mens) een rentevergoeding toegekend. Voor de berekening van die rentevergoeding moet dan worden aangesloten bij de Nederlandse wetgeving, aldus het gerechtshof. Daarom had de belastingplichtige wel recht op een rentevergoeding.

Berekening rente
Het gerechtshof sluit voor de berekening (en de hoogte van het rentepercentage) in dit geval aan bij de belastingrenteregeling. Volgens het gerechtshof volgt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie dat rente moet worden vergoed vanaf de dag na betaling van de onverschuldigde box 3-heffing tot en met de dag voorafgaand aan terugbetaling.

Verzoek om rente
Krijg of kreeg je rechtsherstel box 3 voor de jaren vanaf 2017 en is de verschuldigde belasting daarom verminderd? Verzoek de Belastingdienst dan om een rentevergoeding. Wij kunnen je hierbij van dienst zijn. De verwachting dat de staatssecretaris beroep in cassatie instelt om het oordeel van de Hoge Raad te vernemen, wordt inmiddels door diverse bronnen bevestigd. Of je daadwerkelijk recht hebt op rentevergoeding, is op dit moment daarom nog afwachten.

Let op!
Het is nog niet duidelijk of voor aanslagen die al onherroepelijk vaststaan, in een verzoek om ambtshalve vermindering alsnog om rente verzocht kan worden. Ook is niet duidelijk of voor onherroepelijk vaststaande aanslagen over het jaar 2017 nog om rente verzocht kan worden. Voor die aanslagen is het inmiddels, vanwege het verstrijken van de vijfjaarstermijn, in ieder geval niet meer mogelijk om een verzoek om ambtshalve vermindering te doen.


2. Meldplicht buitenlandse zelfstandigen en detachering buitenlandse werknemers

Buitenlandse werkgevers die tijdelijk werknemers in Nederland laten werken, moeten dit melden. Dit geldt ook voor buitenlandse zelfstandigen die tijdelijk in Nederland werken. Nederlandse opdrachtgevers zijn verplicht om te controleren of er gemeld is en of de melding juist is.

EU, EER of Zwitserland
De meldingsplicht geldt voor buitenlandse werkgevers of zelfstandigen uit de EU, EER of Zwitserland. Als zij tijdelijk een dienst of opdracht uitvoeren in Nederland moeten zij dit melden via het Nederlandse online meldloket.

Let op!
De dienstontvanger of opdrachtgever moet controleren of de dienstverrichter of zelfstandige aan zijn meldplicht heeft voldaan en of de melding juist is.

Dienstverrichter
De dienstverrichter voor wie de meldplicht geldt, is een buitenlandse werkgever uit de EU, EER of Zwitserland die tijdelijk:

  • in Nederland met eigen werknemers een dienst of opdracht komt uitvoeren, of
  • vanuit een multinationale onderneming werknemers detacheert naar een vestiging van hetzelfde bedrijf of concern in Nederland, of
  • als buitenlandse uitzendondernemer uitzendkrachten ter beschikking stelt voor werkzaamheden in Nederland.

Zelfstandige
Voor zelfstandigen geldt de meldplicht alleen als zij werkzaam zijn in een aantal aangewezen sectoren in onder meer de bouw, schoonmaak, voedingsindustrie, metaal, zorg, glazenwasserij en land- en tuinbouw. Meer informatie hierover vindt je op de website postedworkers.nl op de pagina zelfstandigen.

Tip!
De transportsector kent enkele uitzonderingen op de meldingsregels.

Melden
De melding moet plaatsvinden vóór de start van de werkzaamheden in Nederland. De gegevens die nodig zijn voor de melding zijn opgenomen in de checklist buitenlandse werkgevers en de checklist buitenlandse zelfstandigen.

Tip!
Soms geldt een beperkte meldingsplicht en hoeft maar één keer per jaar een melding plaats te vinden (jaarmelding).

Tip!
Voor bepaalde incidentele werkzaamheden hoeft niet gemeld te worden. Voorbeelden zijn zakelijke besprekingen, dringend onderhoud en reparaties of het bijwonen van congressen. Deze uitzondering geldt niet voor zelfstandigen of bij detachering van een werknemer met een nationaliteit van een land buiten de EU, EER of Zwitserland.

Toezicht en boete
De Nederlandse arbeidsinspectie controleert of voldaan wordt aan de meld- en controleplicht. Als blijkt dat niet voldaan is aan de meldingsplicht, kan zowel de dienstverrichter/zelfstandige als de dienstontvanger/opdrachtgever een boete krijgen.

Tip!
Ben je meldings- of controleplichtige of twijfel je hierover? Neem dan contact op met een van onze adviseurs voor meer informatie.


3. Duidelijkheid over loonbelastingtabel voor vluchteling uit Oekraïne

Als je een vluchteling uit de Oekraïne in dienst wilt nemen, moet je ook weten welke loonbelastingtabel je moet toepassen. Hiervoor moet je weten wat de fiscale woonplaats is. Wat te doen als hierover onzekerheid bestaat? De Belastingdienst heeft hier nu duidelijkheid over gegeven.

Wat is de fiscale woonplaats?
Als iemand een verblijfplaats in Nederland heeft, betekent dit nog niet dat Nederland zijn fiscale woonplaats is. Daarvoor is bepalend of de werknemer een duurzame, persoonlijke band met Nederland heeft. Hij is alleen inwoner van Nederland als zijn sociale en economische leven zich hier afspeelt.

Feiten en omstandigheden
Waar een werknemer woont, bepaal je op basis van alle feiten en omstandigheden die bij jou bekend zijn. Denk bijvoorbeeld aan de woonplaats die hij jou aanlevert en de reiskostenvergoedingen die je hem betaalt. Woont het gezin van de werknemer bijvoorbeeld in het buitenland, gaan zijn kinderen daar naar school en houdt hij daar bankrekeningen aan, dan kan je aannemen dat hij geen inwoner van Nederland is.

Vluchteling uit Oekraïne
Voor een vluchteling uit de Oekraïne kan het zijn dat de fiscale woonplaats op basis van de feiten en omstandigheden Oekraïne blijkt te zijn. Dan pas je de tabel toe voor een inwoner van een derde land. Ook kan het zijn dat uit de feiten en omstandigheden blijkt dat Nederland de fiscale woonplaats is. Dan pas je de tabel toe voor een inwoner van Nederland.

Wat nu als de woonplaats niet is vast te stellen?
Kan je de woonplaats niet vaststellen, verblijft de werknemer al ten minste zes maanden in Nederland en beschik je over zijn volledige verblijfsadres in Nederland, dan mag je er voor de loonheffingen van uitgaan dat het verblijfsadres de fiscale woonplaats is. Je past dan de loonbelastingtabel toe voor een inwoner van Nederland. In alle andere gevallen pas je het anoniementarief toe.

Let op!
Als je de tabel voor een inwoner van een derde land moet toepassen, heeft de werknemer geen recht op het belastingdeel van de loonheffingskorting. Om die reden is het voor de werknemer financieel aantrekkelijk als je gebruik kan maken van de aanname dat na zes maanden de fiscale woonplaats Nederland is. Je kan dan de tabel voor een inwoner van Nederland toepassen, zodat de werknemer ook recht heeft op het belastingdeel van de loonheffingskorting.


4. Aanvragen ISDE-subsidie gestart

Ook dit jaar kunnen woningeigenaren en zakelijke gebruikers de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) aanvragen. De aanvraagperiode is inmiddels gestart. Aanvragen moet digitaal via de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO), voor bedrijven is eHerkenning verplicht.

ISDE-regeling
De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing voor woningeigenaren (ISDE) is een subsidie voor eigenaren van een koopwoning die als hun hoofdverblijf dient. Via de ISDE kan subsidie verkregen worden voor onder meer isolatiemaatregelen, (hybride) warmtepompen, zonneboilers en aansluitingen op een warmtenet. Zakelijke gebruikers kunnen subsidie krijgen voor een (hybride) warmtepomp, zonneboiler, zonnepanelen en kleinschalige windturbines.

Let op!
Voorkom dat de ISDE-subsidie niet wordt toegekend en beoordeel daarom altijd of je wel aan alle voorwaarden voldoet. Zo kan een woningeigenaar de subsidie pas aanvragen als de energiebesparende maatregel is geïnstalleerd, terwijl de zakelijke gebruiker eerst de subsidie moet aanvragen en daarna pas de koopovereenkomst kan sluiten. Meer informatie over de ISDE-subsidie en de voorwaarden vindt je op de website van RVO.

Meer budget beschikbaar
Er is dit jaar, 2023, meer budget beschikbaar. Vorig jaar was dit €325 miljoen, dit jaar €350 miljoen. De ISDE-regeling loopt tot 2030.

Verruiming regeling
Er zijn dit jaar enkele wijzigingen in de subsidieregeling ten opzichte van vorig jaar. Zo kunnen woningeigenaren vanaf dit jaar ook voor één isolerende maatregel subsidie aanvragen. Vorig jaar moesten dit er minstens twee zijn. Ook is de termijn voor de aanvraag verlengd naar 24 maanden.

Let op!
De ISDE-subsidie voor kleinschalige turbines en zonnepanelen is alleen nog in 2023 beschikbaar.


5. Afrekening werkkostenregeling 2022 in maart 2023

In 2022 bedroeg de vrije ruimte in de werkkostenregeling, de WKR, 1,7% over de eerste €400.000 van de totale fiscale loonsom van jouw werknemers en 1,18% over het meerdere. Was het bedrag aan vergoedingen, verstrekkingen en/of terbeschikkingstellingen die je ten laste van de vrije ruimte bracht meer dan de vrije ruimte? Dan ben je over het meerdere 80% eindheffing (belasting) verschuldigd. Deze eindheffing moet je uiterlijk in jouw tweede aangifte loonheffingen 2023 aangeven en betalen. Doe je per maand aangifte, dan moet je dit dus bij jouw aangifte februari 2023 doen. Deze aangifte moet je uiterlijk 31 maart 2023 indienen en betalen.


6. Schenking gehad in 2022? Doe voor 1 maart aangifte schenkbelasting 2022

Kreeg je in 2022 een of meerdere schenkingen? Vergeet dan niet aangifte schenkbelasting 2022 te doen. Je moet dit doen als je in 2022 een of meer schenkingen van jouw ouder(s) kreeg met een totale waarde hoger dan €5.677. Je moet dit ook doen als je in 2022 een of meer schenkingen van dezelfde schenker (niet jouw ouders) kreeg met een totale waarde hoger dan €2.274. Ook bij toepassing van een eenmalig verhoogde vrijstelling (bijvoorbeeld voor de eigen woning) moet je aangifte schenkbelasting doen. De aangifte schenkbelasting 2022 moet voor 1 maart 2023 door de Belastingdienst ontvangen zijn. Lukt het niet om op tijd aangifte schenkbelasting 2022 te doen, dan kan je uitstel aanvragen. Je krijgt dan vijf maanden uitstel.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0013 februari 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief februari 2023
  • Meldplicht buitenlandse zelfstandigen en detachering buitenlandse werknemers

Meldplicht buitenlandse zelfstandigen en detachering buitenlandse werknemers

Buitenlandse werkgevers die tijdelijk werknemers in Nederland laten werken moeten dit melden. Dit geldt ook voor buitenlandse zelfstandigen die tijdelijk in Nederland werken. Nederlandse opdrachtgevers zijn verplicht om te controleren of er gemeld is en of de melding juist is.

EU, EER of Zwitserland
De meldingsplicht geldt voor buitenlandse werkgevers of zelfstandigen uit de EU, EER of Zwitserland. Als zij tijdelijk een dienst of opdracht uitvoeren in Nederland moeten zij dit melden via het Nederlandse online meldloket.

Let op! De dienstontvanger of opdrachtgever moet controleren of de dienstverrichter of zelfstandige aan zijn meldplicht heeft voldaan en of de melding juist is.

Dienstverrichter
De dienstverrichter voor wie de meldplicht geldt, is een buitenlandse werkgever uit de EU, EER of Zwitserland die tijdelijk:

• in Nederland met eigen werknemers een dienst of opdracht komt uitvoeren, of
• vanuit een multinationale onderneming werknemers detacheert naar een vestiging van hetzelfde bedrijf of concern in Nederland, of
• als buitenlandse uitzendondernemer uitzendkrachten ter beschikking stelt voor werkzaamheden in Nederland.

Zelfstandige
Voor zelfstandigen geldt de meldplicht alleen als zij werkzaam zijn in een aantal aangewezen sectoren in onder meer de bouw, schoonmaak, voedingsindustrie, metaal, zorg, glazenwasserij en land- en tuinbouw. Meer informatie hierover vind je op de website postedworkers.nl op de pagina zelfstandigen.

Tip! De transportsector kent enkele uitzonderingen op de meldingsregels.

Melden
De melding moet plaatsvinden vóór de start van de werkzaamheden in Nederland. De gegevens die nodig zijn voor de melding zijn opgenomen in de checklist buitenlandse werkgevers en de checklist buitenlandse zelfstandigen.

Tip! Soms geldt een beperkte meldingsplicht en hoeft maar één keer per jaar een melding plaats te vinden (jaarmelding).

Tip! Voor bepaalde incidentele werkzaamheden hoeft niet gemeld te worden. Voorbeelden zijn zakelijke besprekingen, dringend onderhoud en reparaties of het bijwonen van congressen. Deze uitzondering geldt niet voor zelfstandigen of bij detachering van een werknemer met een nationaliteit van een land buiten de EU, EER of Zwitserland.

Toezicht en boete
De Nederlandse arbeidsinspectie controleert of voldaan wordt aan de meld- en controleplicht. Als blijkt dat niet voldaan is aan de meldingsplicht, kunnen zowel de dienstverrichter/zelfstandige als de dienstontvanger/opdrachtgever een boete krijgen.

Tip! Ben je meldings- of controleplichtige of twijfel je hierover? Neem dan contact op met een van onze adviseurs voor meer informatie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-07T11:50:56+01:008 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Meldplicht buitenlandse zelfstandigen en detachering buitenlandse werknemers

  • Volgend jaar lagere zelfstandigenaftrek

Volgend jaar lagere zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt volgend jaar verder verlaagd. Dit staat in de stukken die op Prinsjesdag zijn gepubliceerd. De verlaging was al eerder aangekondigd.

Zelfstandigenaftrek
De zelfstandigenaftrek is een vast bedrag dat zelfstandige ondernemers in de inkomstenbelasting ten laste van de winst mogen brengen. De zelfstandigenaftrek heeft als achtergrond dat ondernemers vanuit hun winst ook minder goede jaren moeten kunnen compenseren, moeten investeren en voor hun oude dag moeten zorgen.

Voorwaarden
De zelfstandigenaftrek kent een paar voorwaarden. Zo moeten ondernemers minstens 1225 uur in het jaar in hun bedrijf werkzaam zijn om voor de zelfstandigenaftrek in aanmerking te komen. Ook moeten ze minstens de helft van hun werkzame uren aan hun bedrijf besteden. Deze laatste eis geldt niet voor starters.

Lager bedrag
Het bedrag van de zelfstandigenaftrek daalt volgend jaar van €6.670 naar €6.310. Verder daalt volgend jaar het maximale tarief waartegen de zelfstandigenaftrek verrekend kan worden naar 40%. Momenteel is dat nog 43%. Alleen ondernemers met een belastbaar inkomen van meer dan €69.398 worden hierdoor getroffen.

Verdere afbouw
De komende tijd wordt de zelfstandigenaftrek in stappen verder afgebouwd naar uiteindelijk €3.240 in 2036. Het kabinet wil hiermee de fiscale voordelen van ZZP’ers ten opzichte van werknemers beperken.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-06T10:14:53+02:006 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Volgend jaar lagere zelfstandigenaftrek

  • Voorwaarden TOZO Q3 2021 gewijzigd

Voorwaarden TOZO Q3 2021 gewijzigd

Ook per 1 juli kunnen ondernemers, onder wie ZZP’ers, de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) aanvragen. Wat zijn de voorwaarden?

TOZO bestaat uit twee onderdelen
De TOZO heeft bestaat uit twee onderdelen. De TOZO bestaat uit een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud tot het sociaal minimum en uit leningen ten behoeve van bedrijfskapitaal.

Let op! Voor de TOZO voor de periode juli tot en met september 2021 wordt een partnerinkomenstoets uitgevoerd. Dit houdt in dat het inkomen van de partner meeteelt voor het bepalen van de hoogte van de uitkering.

Activering van ondernemers
Er zal vanaf 1 juli 2021 meer nadruk komen te liggen op de activering van de ondernemers en de ondersteuning daarbij door gemeenten. Deze ondersteuning heeft betrekking op onder andere het levensvatbaar houden of maken van de onderneming, scholing, de zoektocht naar een baan in loondienst en de aanpak van schulden.

Informatieplicht
Om te beoordelen welke ondernemers extra ondersteuning nodig hebben, is in de TOZO voor de periode juli tot en met september 2021 een aanvullende informatieplicht opgenomen. Op basis hiervan dient de ondernemer op verzoek informatie te verstrekken over voortzetting, wijziging of beëindiging van zijn beroeps- of bedrijfsactiviteiten, of op zijn arbeidsinschakeling.

Lening bedrijfskapitaal versoepeld
Verder hoeven leningen in het kader van de TOZO pas vanaf 1 januari 2022 te worden terugbetaald, in plaats van per 1 juli 2021. Ook hoeft tot 1 januari 2022 geen rente te worden betaald. Daarnaast krijgen ondernemers vijf jaar de tijd de lening terug te betalen, in plaats van de oorspronkelijke 3,5 jaar.

Tip! De versoepeling van de voorwaarden inzake terugbetaling en rente gelden ook voor al eerder verstrekte leningen in het kader van de TOZO.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-07T09:51:57+02:007 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voorwaarden TOZO Q3 2021 gewijzigd

  • WBSO uiterlijk 31 maart melden

WBSO uiterlijk 31 maart melden

Heb je in 2020 WBSO aangevraagd, dan dien je uiterlijk 31 maart van dit jaar het aantal uren en eventueel de kosten te melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Ben je te laat, dan krijg je een boete.

WBSO
Via de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) kan een fiscale subsidie verkregen worden voor innoverende activiteiten. De subsidie moet vooraf bij de RVO worden aangevraagd. Na afloop van het jaar volgt de eindafrekening.

Tegemoetkoming werkgevers
Werkgevers kunnen een tegemoetkoming krijgen voor de personeelskosten. Daarnaast kunnen ze een tegemoetkoming in de overige kosten krijgen. Voor personeelskosten en overige kosten gelden forfaits. Werkgevers kunnen hiervan echter afwijken. In dat geval moeten ze de werkelijke kosten doorgeven aan de RVO.

Aftrek zelfstandigen
Zelfstandigen die zelf innovatieve werkzaamheden uitvoeren, komen ook in aanmerking voor de WBSO, in de vorm van een aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk. Hiervoor is vereist dat de zelfstandige minstens 500 uren in een jaar innovatief bezig is. Haalt de zelfstandige die 500 uren niet, dan moet hij dit uiterlijk 31 maart aan de RVO doorgeven.

Correctie
Wijkt het aantal aangevraagde WBSO-uren af van de realisatie, dan ontvang je een correctie. Die kan positief of negatief uitpakken, afhankelijk van de vraag of je meer of minder uren aan innovatie hebt besteed dan gepland.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-26T10:49:04+01:0026 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor WBSO uiterlijk 31 maart melden
  • Extra opletten bij belastingaangifte 2020

Extra opletten bij belastingaangifte 2020

Vanaf 1 maart kunnen ondernemers en particulieren weer aangifte doen voor het jaar 2020. Vanwege Corona is het wel zaak om dit jaar extra op te letten. Wat zijn specifieke aandachtspunten?

Afwijkend inkomen
Voor veel belastingplichtigen, ondernemers en particulieren, zal vanwege Corona het inkomen van vorig jaar af kunnen wijken met dat van voorgaande jaren. Hiermee is door de Belastingdienst veelal nog geen rekening gehouden.

TOZO of TOFA?
De Belastingdienst heeft al wel rekening gehouden met een afwijkend inkomen als gevolg van een aanvraag van de TOZO (Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers) en TOFA (Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten). Heb je recht op een van deze steunmaatregelen? Dan hoeft alleen gecontroleerd te worden of de vooraf ingevulde gegevens kloppen.

Hypotheekrente
Speciale aandacht verdient de aftrek van hypotheekrente. Vanwege de introductie van een zogenaamde betaalpauze – je hebt dan uitstel van betaling van hypotheekrente gehad – kan de aftrek over 2020 lager zijn dan normaal. Dit geldt vaak ook als een hypotheek in 2020 opnieuw is afgesloten, omdat de rente dan meestal lager ligt dan in het verleden.

Vaste lasten
In de aangifte moeten ondernemers ook rekening houden met het feit dat de tegemoetkomingen voor vaste lasten vanwege Corona in de vorm van TOGS en TVL onbelast zijn. De kosten zijn daarentegen wel integraal aftrekbaar van de winst.

Zelfstandigenaftrek
In de aangifte wordt ook gewezen op het feit dat het zogenaamde urencriterium voor ondernemers vanwege Corona versoepeld is. Dit betekent dat ondernemers die vanwege Corona minder uren in het bedrijf hebben gewerkt, toch aan het urencriterium kunnen voldoen. Daardoor hoeft het recht op enkele faciliteiten voor ondernemers, zoals de zelfstandigenaftrek, niet verloren te gaan.

Individuele omstandigheden
Wie aangifte doet moet zelf rekening houden met een eventuele wijziging in 2020 van zijn individuele omstandigheden, zoals werkloosheid, een huwelijk of echtscheiding. Ook hierdoor kan de aangifte van 2020 fors afwijken van die van voorgaande jaren.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-22T11:14:24+01:0022 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Extra opletten bij belastingaangifte 2020
  • TONK-loketten per 1 maart open

TONK-loketten per 1 maart open

Naar verwachting hebben gemeenten de lokketten waar de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) kan worden aangevraagd, per 1 maart geopend. Dat is wel per gemeente verschillend, bij sommige duurt het langer. De TONK kan tot 30 juni 2021 worden aangevraagd.

TONK
Zowel werknemers die hun baan verliezen als zelfstandigen die als gevolg van de Coronamaatregelen opdrachten kwijtraken, kunnen de TONK aanvragen. Deze regeling biedt hen extra hulp bij het betalen van onvermijdelijke en noodzakelijke kosten wanneer zij deze door een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen in verband met de Coronamaatregelen niet langer kunnen dragen. De nadruk ligt daarbij op de woonkosten.

Niet terugbetalen
De TONK hoeft in principe niet te worden terugbetaald. Bestaat het vermoeden dat op korte termijn wel weer voldoende inkomen beschikbaar is, dan kan de TONK echter ook als lening verstrekt worden.

TONK individueel bepaald
De hoogte van de TONK is afhankelijk van de situatie en wordt individueel bepaald. De TONK wordt alleen verstrekt als het gezinsinkomen, dus inclusief dat van de eventuele partner, en het gezinsvermogen onvoldoende is. Per gemeente kan bepaald worden welk deel van het private vermogen buiten beschouwing blijft.

Let op! Het vermogen dat in de onderneming zit, blijft voor de TONK buiten beschouwing.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-09T09:28:56+01:009 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor TONK-loketten per 1 maart open